Projectomschrijving

Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de methodiek van Veilig Thuis ontbreekt een gestandaardiseerd forensisch kind-interview. Verklaringen van kinderen zijn vaak onvolledig omdat zij bijvoorbeeld onder druk staan om zaken te verzwijgen. Ook kunnen ze veel fouten bevatten omdat zij door suggestieve vragen verklaringen afgeven die niet stroken met wat ze ervaren hebben.

Doel

Vergelijken van het wetenschappelijk getoetste NICHD-interviewprotocol met de staande praktijk (controle-interview) bij 2 Veilig Thuis-organisaties (West-Brabant en Zuid-Limburg) ten behoeve van Verbetering feitenonderzoek Veilig Thuis in de aanpak van kindermishandeling.

Aanpak

Een deel van de onderzoekers die werkzaam zijn bij de 2 deelnemende Veilig Thuis-organisaties is getraind in het NICHD-protocol. 60 kinderen worden willekeurig toegewezen aan NICHD- of controle-interviews (meestal de Drie Huizen-methode). Alle interviews worden op video opgenomen en woordelijk uitgetypt. De interviews worden op 2 manieren gecodeerd: (1) het type vragen wordt gecategoriseerd en (2) de antwoorden van het kind worden gecategoriseerd. Voor en na elk interview wordt een emotievragenlijst afgenomen om de gemoedstoestand van het kind te bepalen. De onderzoekers verwachten dat het NICHD-protocol leidt tot meer gedetailleerde verklaringen en dat de kinderen minder stress ervaren bij het NICHD-interview.

Resultaten

De onderzoekers concluderen dat de kennis bij professionals van Veilig Thuis over het geheugen van kinderen niet altijd overeenkomt met hetgeen bekend is uit de wetenschap. Dit bleek uit een online survey. Daarbij gebruiken veel Veilig Thuis-medewerkers methoden die niet wetenschappelijk gevalideerd zijn. De implementatie van het NICHD-protocol heeft een grote meerwaarde voor het verrichten van kindinterviews bij Veilig Thuis. Medewerkers gaven aan handvaten te hebben gekregen voor het uitvoeren van een goed kindinterview. Ze zijn zich bewuster van de verschillende typen (goede en slechte) vragen en hebben kennis opgedaan over wat wel en niet te doen tijdens een kindinterview. Hierbij zijn herhaaldelijke feedbackmomenten van belang, om terugval in oude gewoontes te voorkomen. De onderzoekers concluderen dat de wijze waarop het feitengericht interviewen van kinderen die vermoedelijk mishandeld zijn, in Nederland geregeld niet efficiënt is en niet het belang van het kind dient. Zij hopen dat de huidige onderzoeksresultaten een stap in de juiste richting bieden: meer integrale samenwerking tussen ketenpartners (Veilig Thuis, politie en Openbaar Ministerie) bij vermoedelijke kindermishandeling, minder overlap en vooral: het kind centraal.

De kennis die is opgedaan in dit project wordt door de onderzoekers gedeeld met de relevante ketenpartners van Veilig Thuis, waaronder de politie, het Openbaar Ministerie en het lokale veld. De borging van de resultaten van het project in beleid en regelgeving is gefaciliteerd door een begeleidingscommissie met vertegenwoordigers van Defence for Children, Nederlands Jeugdinstituut, Inspectie Jeugdzorg, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Meer informatie is beschikbaar via www.conflictscheiding.eu en via www.nichdprotocol.com

Artikelen en bijdragen

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website