Projectomschrijving

Sinds de invoering van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in 2013 is het aantal meldingen bij Veilig thuis door professionals toegenomen. Ruim 90% blijkt achteraf onterecht, wat zorgt voor onnodig veel onrust bij ouders/verzorgers. Het voeren van een gesprek met betrokkenen kan een onterechte melding voorkomen, maar professionals ervaren dit als een hoge drempel. Ook missen zij hierin scholing. Tal van organisaties bieden trainingen aan, maar de effectiviteit is onbekend.

Doel

Evalueren van het trainingsprogramma ‘Signalering en gespreksvoering met ouders’ voor professionals die werkzaam zijn binnen de kinderopvang en peutercentra. 
Het programma richt zich op verbetering van de signalerings- en communicatieve vaardigheden van professionals. 

Aanpak

Het effect van het programma is onderzocht in een multicenter gerandomiseerde trial met twee groepen (een trainingsgroep en een controlegroep) en met een voor- en nameting en een follow-up na een half jaar. In de multicenter trial zijn honderd pedagogisch medewerkers en twaalf zorgconsulenten random toegewezen aan een trainingsgroep en een controlegroep. De trainingsgroep leerde signalen van kindermishandeling te herkennen en gerichte adviezen te geven aan ouders. Daarnaast oefende deze groep met het voeren van gesprekken met ouders. Hierbij werd gebruik gemaakt van een professionele acteur. Via vragenlijsten is deelnemers gevraagd in hoeverre zij zichzelf competent achtten in het signaleren van kindermishandeling, het voeren van gesprekken met ouders, het bespreekbaar maken van de problemen en het geven van hulp. Daarnaast is gemeten wat de training heeft gedaan met de houding van de deelnemers ten opzichte van ouders die zich schuldig maken aan kindermishandeling.

Resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat het trainingsprogramma beperkt effectief is. De trainingsgroep voelde zich na de training meer competent in het signaleren van emotionele verwaarlozing en het bespreekbaar maken van kindermishandeling met de ouders of verzorgers dan voor de training. De houding ten aanzien van ouders/ verzorgers die zich schuldig maken aan kindermishandeling veranderde door de training echter niet. Ook voelde de trainingsgroep zich niet meer competent in de eigen communicatieve vaardigheden. Alle deelnemers zijn zes tot negen maanden na de training geïnterviewd. Het enige effect dat hieruit naar voren kwam, was dat de trainingsgroep vaker overleg voerde met een professionals dan de controlegroep. De resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd op het congres Jeugd in Onderzoek. Het onderzoeksrapport wordt aangeboden aan het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Dit jaar zal een publicatie over het onderzoek aan een vakblad worden aangeboden.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website