Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vroege preventie is essentieel in het voorkomen van kindermishandeling, maar bewezen effectieve preventieve interventies zijn nauwelijks beschikbaar. Daarom gingen we in deze studie op zoek naar kennis over Wat Werkt Wanneer, bij Wie, en Waardoor (5Ws) ter voorkoming van kindermishandeling. Hiertoe werden vier deelstudies uitgevoerd: (1) een meta-analyse naar de effectiviteit van (elementen van) preventieve interventies ter voorkoming van kindermishandeling, (2) kwalitatief onderzoek naar meningen van professionals over de 5Ws, (3) kwalitatief onderzoek naar meningen van jongeren en ouders over wat werkt ter voorkoming van kindermishandeling, en (4) een inventarisatie van de inzet en effectiviteit van preventieve interventies in Nederland.

 

De resultaten van de deelstudies lieten zien welke (elementen van) interventies effectief zijn volgens de wetenschappelijke literatuur, praktijkprofessionals en ouders en kinderen. Daarnaast kwamen een aantal knelpunten naar voren uit de (gecombineerde) uitkomsten van de vier deelonderzoeken. Voor deze knelpunten werden onderzoeksuggesties gedaan voor fase 2 van het project.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De meta-analyse (130 studies, 121 onafhankelijke steekproeven, 352 effect sizes, N = 39.044 participanten) liet zien dat interventies ter voorkoming van kindermishandeling gemiddeld een significant maar klein effect hebben. De effectiviteit bleek relatief hoog bij: (a) oudertrainingen, interventies gericht op de aanpak van middelengebruik bij ouders en systeeminterventies, (b) gericht op het vergroten van competentiegevoel van ouders, het verbeteren van attitudes/verwachtingen over opvoeding, aanpak/doorverwijzen ggz-problematiek van ouders, het vergroten van vaardigheden van het kind en/of het vergroten van opvoedvaardigheden, (c) waarbij vaardigheden worden geoefend d.m.v. rollenspellen en/of huiswerk en/of waarbij cognitieve vaardigheden worden getraind, (d) uitvoering door professionals (i.t.t. paraprofessionals) en (e) intensieve en kortdurende interventie (één of meerdere sessies per week gedurende een periode van een half jaar of korter). Deze bevindingen bieden al direct aanknopingspunten voor verbetering van bestaande interventies, onder meer omdat voor de meeste van de kenmerken genoemd onder b en c geldt dat ze relatief weinig worden ingezet in de onderzochte interventies.

 

Individuele interventies die een significante afname van kindermishandeling lieten zien ten opzichte van de controle groep, en tenminste in twee onafhankelijke onderzoeken werden onderzocht, zijn: MST-CAN/BSF, Project 12-ways, Triple P, Cognitieve gedragstherapie, ACT-Parents Raising Safe Kids Program, Intensive Family Preservation Services, Incredible Years, Healthy Start en PCIT. Een deel van deze interventies wordt in Nederland aangeboden, namelijk MST-CAN, Triple-P, Incredible Years en PCIT. Deze interventies zijn (nog) niet in Nederland onderzocht op effectiviteit met kindermishandeling als uitkomstmaat, maar kunnen wel als veelbelovend worden beschouwd, omdat in tenminste twee onafhankelijke studies een relatief groot effect op het voorkomen van kindermishandeling is gevonden.

 

Uit de interviews met praktijkprofessionals, ouders en kinderen kwamen een aantal belangrijke werkzame elementen naar voren, zoals positieve insteek, interventies gericht op zowel ouders als kinderen, goede communicatie met ouders en kinderen, adequate regievoering, en goede kwaliteit professionals (waarvoor permanente bij- en nascholing van belang is). De inventarisatie van de inzet en effectiviteit van preventieve interventies in Nederland liet zien dat er zeer beperkt Nederlands onderzoek beschikbaar is. Hierdoor zijn geen uitspraken mogelijk over effectiviteit voor specifieke doelgroepen, zoals verschillende etnische- en leeftijdsgroepen, gezinnen met LVB, verslaving, armoede. Daarnaast kan slechts van één interventie worden aangegeven dat er sprake is van kosteneffectiviteit.

 

De (gecombineerde) uitkomsten van de vier deelonderzoeken maken onder andere de volgende knelpunten zichtbaar: (a) kennis over de werkzaamheid van interventies is zeer beperkt, (b) interventies bevatten niet de meest effectieve kenmerken, (c) voor de keuze van best passende interventies zijn geen tools beschikbaar, (d) scholen, huisartsen, consultatiebureaus, GGZ instellingen en jeugdzorginstellingen moeten beter signaleren en vaker melden, en (e) het aanbod van interventies is ontoereikend.

 

Voor deze knelpunten worden onderzoeksuggesties gedaan voor fase 2 van het project.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vroege preventie is essentieel in het voorkomen van kindermishandeling. Echter, bewezen effectieve preventieve interventies gericht op het voorkomen van kindermishandeling zijn nauwelijks beschikbaar. Daarom is het noodzakelijk om meer zicht te krijgen op welke (elementen van) interventies wanneer, bij wie, en waardoor, het beste werken. Middels deze kennis kan de effectiviteit van vroeg preventieve interventies worden vergroot. Het doel van de voorstudie is een actueel overzicht te maken van huidige kennis over de werkzaamheid van (elementen van) preventieve interventies. Daarnaast wordt geïnventariseerd welke preventieve interventies waar in Nederland worden ingezet, voor welke doelgroepen, hoe vaak, en op welke manier. Het doel van het onderzoek in fase 2 is de kennis over effectiviteit te vergroten en de beschikbare kennis toe te passen in de praktijk om te komen tot een zo compleet mogelijk aanbod van vroeg preventieve interventies voor verschillende doelgroepen, in verschillende settings.

 

De voorstudie (fase 1) bestaat uit:

 

(1) Een meta-analyse naar de effectiviteit van preventieve interventies voor kindermishandeling. Hierin worden eerder uitgevoerde meta-analyses geactualiseerd en uitgebreid, waarbij gebruik wordt gemaakt van een innovatieve drie-level analysetechniek. Deze techniek is zeer geschikt om zicht te krijgen op werkzame elementen van interventies, omdat meerdere effect sizes per studie kunnen worden meegenomen. Hierdoor neemt de statische power aanzienlijk toe en gaat geen belangrijke informatie verloren.

 

(2) Een inventarisatie van (a) welke vroeg preventieve interventies voor welke doelgroepen, door wie, hoe vaak, en op welke manier, in de Nederlandse praktijk worden uitgevoerd, (b) op welke risicofactoren deze interventies gericht zijn en (c) in hoeverre bij deze interventies sprake is van effectiviteit, werkzame elementen, en kosteneffectiviteit.

 

(3) Het opstellen van hypothesen over de 5Ws (Wat Werkt Wanneer voor Wie en Waardoor?) aan de hand van een inventarisatie van kennis en ervaringen van (a) ouders en kinderen en (b) diverse professionals die werkzaam zijn in diverse sectoren en werken met diverse doelgroepen. Hiervoor worden onder meer focusgroepen georganiseerd met ouders en kinderen alsmede interviews met professionals. Deze hypothesen dienen als input voor het onderzoek in fase 2.

 

Om dit onderzoek grondig en efficiënt te kunnen uitvoeren is een landelijk en zeer breed consortium samengesteld uit toonaangevende experts op het gebied van enerzijds ontwikkeling, implementatie, en uitvoering van preventieve interventies voor kindermishandeling, en anderzijds onderzoek naar de effectiviteit hiervan. In het consortium is leidende wetenschappelijke en praktijkexpertise verenigd op het gebied van:

 

(1) Vroegtijdige signalering van risico’s op kindermishandeling (alle in Nederland beschikbare instrumenten voor veiligheid- en risicotaxatie zijn ontwikkeld en/of gevalideerd door partijen uit het consortium);

 

(2) Preventieve interventie en behandeling van (de gevolgen van) kindermishandeling (zeer brede praktijkexpertise is vertegenwoordigd door diverse beroepsgroepen (zoals huis- en kinderartsen, hulpverleners, therapeuten, verpleegkundigen, leraren) en door verschillende sectoren (JGZ, Jeugdzorg, scholen, Jeugd- en volwassen GGZ);

 

(3) Hoogwaardig effectiviteitsonderzoek en (literatuur-) onderzoek naar werkzame elementen. De sterkste studies naar effectiviteit van jeugdinterventies in Nederland zijn uitgevoerd door partijen in het consortium en alle bewijskracht in de DEJ voor preventieve interventies voor kindermishandeling komt voort uit studies van het consortium.

 

(4) Specifieke doelgroepen (zoals allochtone gezinnen, kinderen van ouders met psychiatrische problemen, tienermoeders en kinderen in pleegzorg);

 

(5) Participatie van jongeren en ouders in onderzoek, ontwikkeling van onderwijs voor professionals, kennisuitwisseling en implementatie van kennis.

 

Samen bestrijken deze experts het hele spectrum van selectieve preventie tot klinische interventies. De betrokken praktijkinstelli

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website