Professionalisering

De veranderende wereld en vele (digitale) ontwikkelingen vragen veel van de professional in de JGZ. Een leven lang leren is voorwaarde om in de JGZ professioneel te kunnen handelen. Het verschil te maken en aan te sluiten bij de wensen van ouder en kinderen. In verbinding met andere partners in het sociaal domein en aanpalende beroepsgroepen zoals verloskunde, kindergeneeskunde en de jeugd-GGz. Een belangrijk onderdeel van professionaliteit is werken volgens de nieuwste JGZ-richtlijnen. Én de inzet van instrumenten en methodieken die bewezen effectief zijn. Met als uiteindelijk doel om ouders, kinderen en jongeren optimaal te ondersteunen.
 

Interviews

Professionalisering in de JGZ. Een veelzijdige taak.

Wat is het belang van professionalisering voor de jeugdgezondheidszorg? Daarover vertellen Annemieke Korver, voorzitter van de V&VN-vakgroep Jeugdverpleegkundigen en Mascha Kamphuis, voorzitter van de AJN (Jeugdartsen Nederland).

Lees het interview

Goed onderzoek geeft handvatten om keuzes te verantwoorden

Oogtest door meisje

Geen enkele richtlijn wordt ingevoerd in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) zonder dat die eerst uitgebreid is getest in de praktijk. Fré Schaaphok, als jeugdarts werkzaam bij de GGD Fryslân, deed mee aan de praktijktest voor de herziene richtlijn ‘Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar’. Schaaphok: ‘Ik draag graag bij aan een wetenschappelijk bewezen, uniforme werkwijze.’

Lees het interview

Projecten op het thema Professionalisering in de JGZ

JGZ-richtlijn Depressie helpt jeugdigen en hun ouders bij depressieve klachten

Depressieve klachten komen frequent voor bij jeugdigen. Op de leeftijd van 19 jaar heeft al bijna een kwart een depressieve periode doorgemaakt. Uit onderzoek is bekend dat tijdig signaleren en interveniëren aantoonbaar een depressie kunnen voorkomen. De JGZ-richtlijn Depressie is een leidraad voor JGZ-professionals om samen met de individuele jeugdige met depressieve klachten (en de ouders) de juiste afwegingen te maken. De richtlijn ondersteunt het handelen van de JGZ-professional bij voorlichting, preventie, signalering, ondersteuning en monitoring. En indien nodig bij het toeleiden naar verdere diagnostiek bij depressieve klachten. De richtlijn is bedoeld voor artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen in de JGZ.

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Angst helpt angststoornissen onderscheiden van normale angst

Angst is een basis-emotie en hoeft geen psychisch probleem te zijn. Een angststoornis daarentegen is een veel voorkomend psychisch probleem onder jeugdigen. 2,5% van de jonge kinderen (2-3 jaar) tot 12% bij jeugdigen van 18 tot 24 jaar heeft er last van. De JGZ-richtlijn Angst is een leidraad voor JGZ-professionals om samen met de individuele jeugdige met angststoornissen (en de ouders) de juiste afwegingen te maken. De richtlijn ondersteunt  het handelen van de JGZ-professional bij de signalering, normalisering en ondersteuning. En indien nodig bij de toeleiding naar andere zorg. De richtlijn is bedoeld voor artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen in de JGZ.

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Spraak-taalontwikkeling om ontwikkelingsproblemen te voorkomen

Een niet optimale spraak- en taalontwikkeling betekent dan ook een bedreiging voor de ontwikkeling van het kind. Naast signalering, kan de JGZ ook een rol spelen bij de begeleiding, verwijzing en nazorg bij eventuele problemen. De JGZ-richtlijn Spraak-taalontwikkeling biedt de JGZ-professional kennis over normale en afwijkende taalontwikkeling, die zij kunnen gebruiken bij de voorlichting aan ouders. De richtlijn beschrijft een evidence-based werkwijze voor het signaleren en begeleiden van kinderen met een taalachterstand en biedt handvatten om ouders te adviseren over hoe zij het beste de taalontwikkeling van kind kunnen stimuleren.

Bekijk dit project
 

JGZ-Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen

Slaap gaat gepaard met een verlaging van het bewustzijn, waarbij het lichaam en de geest tot rust komen. Wat normaal slaapgedrag is, is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het kind. De richtlijn is samen met JGZ-professionals en experts op het gebied van slaap(problemen) opgesteld. Met systematisch literatuuronderzoek is wetenschappelijke evidentie verzameld over slaap, die is aangevuld met aanbevelingen uit de praktijk. De richtlijn is getest bij drie JGZ-organisaties. In de richtlijn zijn praktische aanbevelingen voor de JGZ-professionals te vinden, bijvoorbeeld welke informatie de professional per leeftijdsgroep aan ouders en jongeren kan geven om een gezonde slaap te bevorderen en slaapproblemen te voorkomen.            

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling voor tijdig signaleren van achterstanden

De motorische ontwikkeling van kinderen wordt bepaald door genetische aanleg, ziekte of handicap en door een al dan niet stimulerende omgeving. Motorische ontwikkelingsachterstanden kunnen ernstige fysieke en psychosociale gevolgen hebben. Tijdige signalering van achterstanden is dus van belang, waarbij zowel de JGZ als vakleerkrachten in het onderwijs een rol hebben. In de conceptrichtlijn, die nu een praktijktest ondergaat, staat hoe JGZ-professionals kunnen samenwerken met aanpalende beroepsgroepen en met scholen. Ook besteedt de richtlijn aandacht aan preventie, signalering, monitoring van motorische ontwikkelingsproblemen en de gevolgen ervan. Ook komt het onderzoek van de motoriek aan de orde, plus de toeleiding naar verdere diagnostiek en behandeling.

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Dysplastische Heupontwikkeling voorkomt functiebeperkingen

Jaarlijks wordt bij enkele duizenden zuigelingen heupdysplasie vastgesteld. De JGZ-richtlijn Dysplastische Heupontwikkeling beschrijft een evidence-based werkwijze voor anamnese en lichamelijk onderzoek gericht op vroegtijdige signalering van deze afwijking van het heupgewricht. Onder de leeftijd van 1 jaar is behandeling vrijwel altijd succesvol; daarna neemt de kans op volledig herstel af. De richtlijn biedt handvatten voor de communicatie tussen ouders en JGZ-professionals. Ook geeft zij aanbevelingen voor een goede samenwerking en afstemming tussen de verschillende disciplines die in de eerste en tweede lijn betrokken zijn bij de signalering, verwijzing, diagnosticering, behandeling en nazorg van kinderen met heupdysplasie.

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Ondergewicht maakt preventief advies mogelijk

De JGZ wil ouders en kinderen beter adviseren over voeding en risicofactoren bij dreigend ondergewicht. De JGZ-richtlijn Ondergewicht biedt de JGZ-professional kennis over een normaal gewichtsverloop, oorzaken en gevolgen van ondervoeding die zij kunnen gebruiken bij de voorlichting aan ouders. De richtlijn beschrijft een evidence-based werkwijze voor het signaleren en verwijzen van kinderen en adolescenten met ondergewicht. Ook biedt zij JGZ-professionals handvatten om (ouders van) kinderen en adolescenten met ondergewicht te adviseren over hoe zij het beste een volwaardige en gebalanceerde inname van voedingsstoffen – conform de Schijf van Vijf – kunnen bereiken of handhaven.

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Extremiteiten: zorgen wegnemen én problemen voorkomen

Kinderen kunnen uiteenlopende klachten of aandoeningen aan de extremiteiten (armen en benen) hebben, zoals platvoeten of X-benen. De JGZ-richtlijn Extremiteiten beschrijft 21 aandoeningen of bevindingen aan de extremiteiten, onderverdeeld in drie thema’s: algemene aandoeningen van de extremiteiten, standsafwijkingen en pijnklachten. Per aandoening of bevinding is achtergrondinformatie opgenomen en geeft de richtlijn aan hoe de normale leeftijdsafhankelijke variatie te onderscheiden is van aandoeningen die wellicht behandeling behoeven. Ook beschrijft de richtlijn welke anamnese en lichamelijk onderzoek uitgevoerd dient te worden, aangevuld met handelingsadviezen voor JGZ-professionals.

Bekijk dit project
 

JGZ-richtlijn Afwijkende lengtegroei voor een betere groeimonitoring

Groeimonitoring is van groot belang voor het tijdig opsporen van aandoeningen die een effect hebben op de groei. Tijdige opsporing en behandeling kunnen leiden tot een betere prognose bij afwijkingen. De richtlijn bestaat zowel uit een update en aanpassing van de bestaande JGZ-richtlijn Signalering en verwijscriteria bij kleine lichaamslengte, met een aanvulling over ‘grote lengtegroei’. De ontwikkelaars zijn ondersteund door een werkgroep van JGZ-professionals, inhoudelijk deskundigen, patiënten en ouders. Ook wordt gewerkt aan een basisdataset-protocol en een set van indicatoren. In januari 2018 zijn enkele JGZ-organisaties gestart met een praktijktest. Op basis van deze test en de landelijke commentaarronde wordt de concept-richtlijn aangepast.

Bekijk dit project
 

Herziene JGZ-richtlijn Kindermishandeling: aanknopingspunten voor signaleren en handelen

In Nederland zijn jaarlijks naar schatting 119.000 kinderen in de leeftijd van 0-17 jaar slachtoffer van kindermishandeling en verwaarlozing. De Herziene JGZ-richtlijn Kindermishandeling beschrijft een evidence-based werkwijze voor het handelen bij signalen en vastgestelde risicofactoren voor kindermishandeling volgens de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. De richtlijn biedt JGZ-professionals kennis over de belangrijkste risico- en beschermende factoren voor kindermishandeling, en de wijze waarop zij actief kunnen onderzoeken en uitvragen. Ook bevat de richtlijn kennis over specifieke thema’s rond kindermishandeling zoals roken, namelijk kindermishandeling rond de geboorte (prenataal en Abusive Head Trauma), psychische en psychiatrische problematiek bij ouders, verwaarlozing, kindermishandeling gepleegd door derden en vrouwelijke genitale verminking (VGV).

Bekijk dit project
 

Update JGZ-richtlijn voor opsporen hartafwijkingen

Hartafwijkingen kunnen grote gevolgen hebben voor een jeugdige, zowel op medisch als op psychosociaal gebied. De geüpdatete richtlijn Hartafwijkingen beschrijft een evidence-based werkwijze voor het vroegtijdig signaleren van aangeboren en verworven hartafwijkingen bij jeugdigen. Zij biedt JGZ-professionals kennis over de impact en invloed van een hartafwijking op het dagelijkse leven van de jeugdige en zijn/haar omgeving. De richtlijn levert een bijdrage aan vroege preventie van hart- en vaatziekten door zowel kennis te bieden over, als aandacht te vragen voor jeugdigen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten: voeding, beweging, roken, lengte/gewicht/ BMI.

Bekijk dit project
 

Herziene JGZ-richtlijn Psychosociale problemen geeft ouders en jongere een rol

Psychosociale problemen komen naar schatting bij 6 tot 8% van alle jeugdigen voor en blijven vaak lang bestaan. Onbehandelde problemen kunnen leiden tot ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De herziene richtlijn beschrijft een evidence-based werkwijze voor het vroegtijdig signaleren van psychosociale problemen bij jeugdigen. JGZ-professionals vinden er informatie over de belangrijkste risico- en beschermende factoren voor psychosociale problemen, een overzicht van de aanbevolen signaleringsinstrumenten en interventies die zij kunnen inzetten. De richtlijn draagt bij aan preventie, vroegtijdige signalering en het beter inschatten van de zorgbehoefte van ouders en jongeren. Ook biedt de richtlijn handreikingen voor verwijzing en toeleiding tot eventueel noodzakelijke zorg.

Bekijk dit project
 

Landelijke samenwerkingsafspraken om wiegendood te helpen voorkomen

Wiegendood komt door goede preventie in Nederland relatief weinig voor. Toch kan de afstemming tussen de betrokken professionals nog beter. JGZ, kraamzorg, verloskundigen, fysiotherapeuten en tweedelijns professionals (kindergeneeskunde en neonatologie) missen eenduidige samenwerkingsafspraken. In het project ‘LSA Preventie van wiegendood’ zijn landelijke samenwerkingsafspraken gemaakt tussen vertegenwoordigers van diverse beroeps- en brancheverenigingen. Deze landelijke afspraken dienen als basis voor het maken van regionale afspraken tussen professionals voor samenwerking rond het voorkomen van wiegendood. Er zijn afspraken gemaakt over de te gebruiken richtlijnen, de taakverdeling en de onderlinge communicatie tussen alle betrokken professionals. Ook zijn er afspraken vastgelegd over de overdrachtsmomenten tussen deze professionals.                   

Bekijk dit project
 

Herziening JGZ-richtlijn: beter signaleren van visuele stoornissen

In de herziening van de JGZ-richtlijn Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar ligt de nadruk op een gezonde ontwikkeling van het zien. Met alle betrokkenen, zoals jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, doktersassistenten, oogartsen, ouders en andere deskundigen, is vanuit het hele land overlegd om tot de beste en meest efficiënte manier van het opsporen van oogafwijkingen te komen. Hierbij is onder andere gekeken naar de meetmomenten, de testmaterialen en de kennis die professionals moeten bezitten om de richtlijn goed uit te voeren. De inspraakrondes van professionals en andere deskundigen en belanghebbenden zullen er in de toekomst aan bijdragen dat de richtlijn wordt uitgevoerd zoals deze is bedoeld.

Bekijk dit project
 

Landelijke implementatie richtlijnen in de JGZ 2016-2019

Richtlijnen ondersteunen JGZ-professionals kwalitatief goede preventieve zorg te bieden aan jeugdigen. Uit onderzoek blijkt dat gebruik van richtlijnen vraagt om structurele implementatie. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) heeft met subsidie van ZonMw een implementatiestructuur opgezet die de invoering van richtlijnen ondersteunt. Succesvolle implementatie vraagt om een systematische aanpak binnen een organisatie, met een vaste procesbewaker. Het bewaken van vakmanschap, waaronder de kwaliteit van toepassing van richtlijnen door professionals, dient geborgd te zijn in een verbetercyclus. Daarin moet onder meer plaats zijn ingeruimd voor opleiding, intercollegiale toetsing en evaluaties.

Bekijk dit project
 

Zorgt het gezamenlijk inschatten van zorgbehoeften voor beter passende hulp?

Tijdens preventieve gezondheidsonderzoeken bespreken ouders met de JGZ-professional hoe het gaat met hun kind en gezin en welke ondersteuning eventueel nodig is. De GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften) helpt om daarbij samen de zorgbehoeften van kind en gezin in kaart te brengen en zorg op maat te kunnen bieden. De methodiek zet in op de ‘eigen kracht’ van het gezin. Wat zijn de ervaringen van ouders met deze gezamenlijke besluitvorming? Verbetert GIZ hun motivatie voor vervolgacties en verandert de aanpak hun behoefte aan zorg? Ook bekijken de onderzoekers de tevredenheid over de JGZ-dienstverlening. Vinden ouders dat hun kind goed geholpen is?

Bekijk dit project
 

PreSPARK: hulpmiddel voor het gesprek met aanstaande ouders

De preSPARK is een gespreksprotocol dat de vragen, problemen en zorgbehoefte van aanstaande ouders in kaart brengt. Als uit dit project blijkt dat de preSPARK zinvol, valide en betrouwbaar is, kan dit bijdragen aan effectieve vroege preventie voor een specifieke risicogroep: aanstaande ouders met verhoogd tot hoog risico op opgroei- en opvoedproblemen. De preSPARK wordt uitgevoerd tijdens een prenataal huisbezoek op aanvraag van een verloskundige, gynaecoloog of kraamverzorgende (die de intakegesprekken doet). De preSPARK faciliteert gestructureerd werken, het in kaart brengen van de zorgbehoefte van ouders en gezamenlijke besluitvorming. Met de opbrengst van dit project kan de inrichting van het JGZ-contact in de prenatale fase verder vormgegeven worden.

Bekijk dit project
 

Zorgen regionale adviesteams voor een betere verwijzing naar jeugd-ggz?

Naar schatting 1 op de 6 kinderen heeft psychische problemen. De gemeente is verantwoordelijk voor de signalering en behandeling. Het Consultatie en Adviesteam Jeugd GGZ Gooi en Vechtstreek, opgezet vanuit de JGZ, ondersteunt huisartsen en jeugdconsulenten van gemeenten bij vragen en verwijzingen. Is deze aanpak effectief? Na een eerste analyse blijkt dat het team laagdrempelig is, onafhankelijk en snel de juiste richting biedt voor verwijzers en jeugdigen. Het team verbindt huisartsen, gemeenten en jeugd-ggz en biedt de expertise die zij nodig hebben. Verwijzers zijn zeer tevreden, verwezen ouders en kinderen ook. Wel zijn er knelpunten rond organisatie en professionalisering en risico’s voor privacy en gegevensuitwisseling.

Bekijk dit project
 

Triage in de JGZ: naar betere standaarden voor de selectie

Veel JGZ-organisaties maken gebruik van triage om alleen die kinderen voor een bezoek aan jeugdarts of - verpleegkundige uit te nodigen bij wie een mogelijk ontwikkelings- of gezondheidsrisico is gesignaleerd. Deze manier van werken is veelbelovend, maar nog niet goed onderbouwd en geüniformeerd. Op dit moment hanteert iedere JGZ-organisatie andere selectiecriteria. Oftewel: iedere organisatie gebruikt zijn eigen triageprotocol. Dit project werkt aan twee onderbouwde standaard-triageprotocollen die worden getoetst op de kwaliteit van signalering. JGZ-organisaties kunnen deze gebruiken in hun triage bij kinderen in de basisschoolleeftijden 5/6 en 10/11. Daarnaast ontwikkelt het project bijbehorende oudervragenlijsten en informatiebrieven. Alle producten worden vrij beschikbaar gesteld voor de JGZ-praktijk.

Bekijk dit project
 

Langetermijneffecten van extra zorg bij flexibilisering in de JGZ

Veel JGZ-organisaties stappen over naar een flexibelere uitvoering van het basispakket JGZ, bijvoorbeeld met taakherschikking, flexibelere contactmomenten en groepsconsulten. Door hooggekwalificeerde menskracht vrij te maken, kunnen meer kinderen in de eigen omgeving lichte hulp krijgen en stromen minder kinderen door naar zware hulp. In fase 1 van het project zijn bij drie JGZ-organisaties de werkwijzen in kaart gebracht. Er is een grote variatie in de aard van de contacten (face-to-face en alternatieven), de inzet van taakherschikking en in hoeverre de behoefte van het kind leidend is voor de vorm van het contact. In fase 2 onderzoekt het project de effecten van de werkwijzen, gevolgd door  aanbevelingen voor JGZ-organisaties.

Bekijk dit project
 

Zorgpad voor passende ondersteuning bij het opvoeden van een peuter

Met zorgpaden kan de JGZ een flexibelere zorg bieden die meer gericht is op behoeften van ouders en kinderen. Het zorgpad e-consult is een voorbeeld van een werkwijze waarmee een JGZ-organisatie invulling kan geven aan het Landelijk professioneel kader JGZ. Dit project onderzoekt of het e-consult meerwaarde heeft ten opzichte van een persoonlijk consult, en of het resulteert in een even goede gezonde en veilige ontwikkeling voor het kind. Als dit zo is, kan het e-consult bijdragen aan een vernieuwde en effectieve inrichting van de uitvoeringspraktijk van de JGZ. Aansluitend op het project kunnen dan zorgpaden met e-consulten voor andere levens- en ontwikkelingsfasen worden ontwikkeld en breed worden geïmplementeerd binnen de JGZ.

Bekijk dit project
 

M@ZL PO: samenwerking rond aanpak schoolverzuim op basisscholen

Uit focusgroepgesprekken met stakeholders bleek dat de huidige samenwerking tussen basisscholen en netwerkpartners rondom ziekteverzuim van leerlingen sterk afhangt van toevalligheden. Omdat scholen de medische expertise missen om ziekteverzuim aan te pakken, lijkt  samenwerking met de jeugdarts belangrijk. Een jeugdarts kan onderscheid maken tussen somatische en psychosociale oorzaken van verzuim en kan op basis daarvan met de leerling/ouders, school en netwerkpartners passende oplossingen vinden. Door in een nieuwe werkwijze, M@ZL PO, de aanpak van ziekteverzuim te structureren wordt de noodzakelijke samenwerking versterkt. M@ZL PO is ontwikkeld na focusgroep- en literatuuronderzoek en borduurt voort op M@ZL op het voortgezet onderwijs.

  • ZonMw-project: 736200010, M@ZL voor het PO. De werkwijze M@ZL (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) op het primair onderwijs: een schoolvoorbeeld van positionering van JGZ in het sociale domein en in haar verbindende rol tussen medische zorg, jeugdzorg en passend onderwijs
  • Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project
 

VoorZorg in het sociale domein

Sinds de transitie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor zorg aan kwetsbare gezinnen. Dit leidde tot de oprichting van ‘wijkteams‘ (jeugdteams, ouderkindteams). Tegelijk bieden ongeveer 50 gemeenten al langer het preventieve JGZ-programma ‘VoorZorg‘ aan. VoorZorg begeleidt jonge laagopgeleide zwangeren met veel risicofactoren. Het programma vermindert aantoonbaar kindermishandeling en huiselijk geweld en bevordert de gezondheid van moeders en kinderen. Dit project onderzoekt de samenwerking tussen VoorZorg, wijkteams en de rest van het sociaal domein vanuit vier perspectieven: cliënt, VoorZorg-verpleegkundige, JGZ-organisatie en gemeente. Het onderzoek identificeert werkzame en belemmerende factoren voor een goede aansluiting en samenwerking. Met de resultaten kunnen VoorZorg, JGZ, ketenpartners en gemeenten hun zorg aan kwetsbare gezinnen verbeteren.

Bekijk dit project
 

Wat zijn de ervaringen en effecten van CenteringParenting in de JGZ?

Bij CenteringParenting (CPa) vervangen groepsbijeenkomsten de traditionele één-op-één contactmomenten bij de JGZ. Dat biedt ruimte en tijd om naast de fysieke gezondheid ook het psychosociaal welbevinden van kind en gezin te bespreken. Een training leert professionals onder meer goede luister- en observatievaardigheden en het ondersteunend leiden van de groepsprocessen. De kern van de interventie is om ouders zoveel mogelijk te betrekken bij de JGZ, bijvoorbeeld door ze hun baby zelf te laten meten en wegen en zelf na te laten denken over informatie waar zij op dat moment behoefte aan hebben (door interactieve werkvormen). Zo kan de JGZ-professional beter aansluiten bij de behoefte van ouders.

Bekijk dit project
 

Verbetert een specialistisch ondersteuner jeugd de verbinding tussen professionals?

Om druk op de tweede lijn te verlichten en huisartsen te ondersteunen in hun poortwachtersrol, kiezen steeds meer gemeenten voor het aanstellen van specialisten op het gebied van jeugd en jeugd-ggz. In dit project staat de specialistisch ondersteuner jeugd (SOJ) in de JGZ centraal, een veelbelovende werkwijze die de verbinding tussen professionals kan versterken en de signalering en verwijzing van psychosociale problemen door de JGZ kan verbeteren. Het project onderzoekt welke jeugdigen worden verwezen en of ouders, jeugdigen en professionals tevreden zijn. Ook formuleert het project aandachtspunten voor verdere implementatie. Doel is het doorontwikkelen, beschrijven en evalueren van de werkwijze.

Bekijk dit project
 

OKT App: naar betere samenwerking en passende hulp

Ouders met hulpvragen over de ontwikkeling en groei van hun kinderen (0-19 jaar) kunnen, sinds de transitie, in steeds meer gemeenten terecht bij jeugdteams. In Amsterdam zijn multidisciplinaire ouder- en kindteams (OKT) actief, met onder andere jeugdverpleegkundigen en -artsen, schoolmaatschappelijk werkers en pedagogen. De teams zetten de zogeheten OKT App (gebaseerd op de eerder beproefde SamenStarten App), een gesprekstool die mede borgt waar zij voor staan: samen leren, samenwerken, verbinden en het centraal stellen van het gezin. Dat moet bijdragen aan de kwaliteit en efficiëntie van hun hulpverlening en de waardering door ouders en kinderen. Het project onderzoekt of dit wordt waargemaakt.

Bekijk dit project
 

De JGZ als schakel tussen kindergeneeskunde en sociaal domein

Kinderartsen zien op de polikliniek vaker kinderen met psychosociale problemen. Zij missen de juiste kennis om deze kinderen goed te kunnen helpen. In het Amphia Ziekenhuis in Breda werken jeugdverpleegkundigen op de polikliniek Kindergeneeskunde. Zij vormen de schakel met de (psycho)sociale hulpverlening. Dit project evalueert deze inzet van de JGZ als verbindingsschakel in de keten kinderarts-sociaal domein. Zijn ouders, kinderen en professionals tevreden over die keten? En wordt de doorlooptijd naar passende zorg met de nieuwe werkwijze korter in vergelijking met de gebruikelijke zorg? Bij gebleken succes kan de werkwijze worden geïmplementeerd in andere ziekenhuizen en regio’s, begeleid met een implementatieonderzoek.

Bekijk dit project
 

Betere samenwerking voor hulp aan vluchtelingengezinnen

Wanneer statushouders met hun gezin in een gemeente komen wonen, spreken zij vaak nog slecht Nederlands en hebben zij over het algemeen weinig sociale contacten. Hoewel er meestal nog geen concrete hulpvraag is, kunnen de ouders soms toch ondersteuning gebruiken bij het vinden van hun weg als opvoeder in de Nederlandse samenleving. Er zijn veel lokale initiatieven om vluchtelingengezinnen te ondersteunen. Dit project onderzoekt op welke manier de JGZ – die alle kinderen op regelmatige tijden ziet – kan samenwerken met deze initiatieven en wat de werkzame elementen zijn in deze samenwerking. Welke tips kunnen we JGZ-organisaties meegeven die de ondersteuning aan vluchtelingengezinnen willen versterken?   

Bekijk dit project
 

JGZ en wijkteams: de sterkste schakels in samenwerking

Samenwerking in het sociale domein is een voorwaarde voor passende ondersteuning in de wijk. Wat zijn de werkzame elementen in de samenwerking tussen JGZ, lokale teams en onderwijs? Naast een literatuurstudie wordt in zes regio’s praktijkonderzoek gedaan, waarbij JGZ-instellingen, lokale teams en samenwerkingsverbanden van scholen samen met de onderzoekers de potentieel werkzame elementen aanwijzen. Naast een documentenanalyse zijn er interviews met betrokkenen, ook met cliënten. Door in elke regio de resultaten te bespreken, leidt het onderzoek tot meer algemene uitspraken over werkzame elementen in de samenwerking in het sociaal domein. De verworven kennis komt uiteindelijk ook beschikbaar voor andere regio’s.

Bekijk dit project
 

SPARK: bepalen van draagkracht en draaglast bij ouders van jonge kinderen 

SPARK is een gestructureerd vraaggesprek dat de ervaringen van de ouders combineert met de expertise van de jeugdverpleegkundige. In dit project is de SPARK uitgebreid naar een longitudinaal systeem met drie metingen: prenataal, 18 maanden en 60 maanden. De SPARK60 faciliteert gestructureerd werken, het in kaart brengen van de zorgbehoefte van ouders en gezamenlijke besluitvorming. De ‘Balansmeter’, een lijst met acht vragen die ontwikkeld is op basis van focusgroepen met ouders, maakt de balans tussen draagkracht en draaglast inzichtelijk vanuit het perspectief van ouders. De Balansmeter is ontwikkeld voor dit onderzoek, maar heeft daarnaast potentie voor een bredere toepassing in de JGZ-praktijk.

Bekijk dit project
 

LSVG: screening van verstoord gehechtheidsgedrag

Veilige gehechtheid is noodzakelijk voor de ontwikkeling van het jonge kind. JGZ-professionals kunnen vroegtijdig kinderen opsporen die vanwege onveilige gehechtheid risico lopen op ernstige problemen. De richtlijn Problematische gehechtheid beveelt de Lijst Signalen Verstoord Gehechtheidsgedrag (LSVG) aan, een korte checklist die een professional samen met de ouders kan invullen. Dit project onderzoekt de validiteit van de LSVG en de bruikbaarheid ervan in verschillende sectoren: de JGZ, de jeugdhulpverlening en de jeugd-ggz. Samen met praktijkprofessionals ontwikkelt het project praktische tools, zoals een powerpointpresentatie of een website, om de implementatie van de LSVG in de jeugdsector te bevorderen.

  • ZonMw-project: 729300102, Screening van Verstoord Gehechtheidsgedrag: validiteit en bruikbaarheid van de LSVG in de JGZ, Jeugdhulp en Jeugd-GGZ
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project
 

Minder vragenlijstdruk bij het signaleren van psychosociale problemen

Hoeveel kinderen lopen volgens hun score op een JGZ-vragenlijst risico op psychosociale problematiek? Afgaand op de gegevens uit verschillende opeenvolgende meetmomenten, is er geen aanleiding een bepaald meetmoment eruit te laten om psychosociale problematiek te signaleren. Deze informatie is relevant voor een eventuele herziening van de JGZ-richtlijn Psychosociale problemen. Naast de vragenlijst-thematiek zijn ook andere overwegingen relevant. Zijn er geschikte en effectieve interventies beschikbaar? Worden risico’s op psychosociale problemen ook op andere manieren vastgesteld? En als dit op een later moment gebeurt, hoe nadelig is het dat een interventie dan ook later begint (of helemaal niet wordt toegepast)?

  • ZonMw-project: 729301001, Mag het ietsje minder zijn? Het terugdringen van de vragenlijstdruk bij het signaleren van psychosociale problemen in de JGZ
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project
 

VLOT helpt bij signalering risicofactoren in de taalomgeving van kinderen

Met de Vragenlijst Ouders en Taalinput (VLOT) brengt het consultatiebureau binnen vijf minuten de risico’s in de taalomgeving van 2-jarige kinderen in beeld. Deze studie, uitgevoerd in vier JGZ-regio’s, laat zien dat de VLOT een betrouwbare en valide indicatie geeft van het taalaanbod in het gezin. Het instrument signaleert risico's op taalachterstand als gevolg van onvoldoende blootstelling aan het Nederlands. De gesignaleerde risicofactoren leiden tot adviezen aan ouders en bijvoorbeeld toeleiding naar voorschoolse opvang en educatie. De onderzoekers bevelen aan de VLOT te combineren met het Van Wiechen-schema. Met deze combinatie signaleert de JGZ bijna alle kinderen die risico lopen een taalachterstand te ontwikkelen.

Bekijk dit project
 

Lerend transformeren: anders werken in het jeugddomein

Dit project ondersteunt professionals en hun organisaties in het jeugddomein in het ontwikkelen van een nieuwe werkstijl gericht op de transformatie in het werken voor de jeugd. Deze nieuwe werkstijl heet het Nieuwe Werken. Met actieonderzoek ontwikkelen onderzoekers en professionals samen coaching en intervisie. Dit ondersteuningsaanbod wordt getoetst en overdraagbaar gemaakt, zodat de gehele jeugdsector – dus ook de JGZ – kan profiteren. In 21 organisaties worden vijftien actieonderzoeken opgezet om nieuw ondersteuningsaanbod te realiseren of bestaand aanbod door te ontwikkelen. De actieonderzoeksgroepen vormen een leergemeenschap en komen regelmatig samen in leerwerksessies en masterclasses. Het project resulteert in een inspiratiedocument en een symposium voor alle jeugdprofessionals.

  • ZonMw-project: 729400001, Lerend transformeren: (door)ontwikkelen, toetsen en delen van ondersteuningsaanbod voor het Nieuwe Werken
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project
 

360°CHILDoc: ontzorgen én bekrachtigen van ouders

Het 360°CHILDoc is een kind-profiel dat in één geordend overzicht gegevens uit het JGZ-dossier over het kind en zijn omgeving weergeeft. Het profiel wordt online toegankelijk via een ouderportaal, dat helpt bij de monitoring van de ontwikkeling van het kind en de inventarisatie van problemen en risico’s. 360°CHILDoc ondersteunt de gespreksvoering, de gezamenlijke besluitvorming en de communicatie en samenwerking met zorgpartners. Voor de evaluatie van de toepasbaarheid en het effect, vragen de onderzoekers naar de  mening van ouders, jongeren, JGZ-professionals en zorgpartners. Ook meten zij hoe vaak de integrale JGZ- informatie over kind en omgeving wordt ingezien door ouders en jongeren en gebruikt wordt in het contact met andere zorgpartners.

  • ZonMw-project: 729410001, Doorontwikkeling van het 360°CHILDoc tot een digitaal beschikbaar kind-profiel met evaluatie van de bijdrage aan het succes van hulp binnen de zorg voor Jeugd en implementatieonderzoek
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project
 

Digitale GIZ: gezamenlijk inschatten van zorgbehoeften

De GIZ-methodiek draagt bij aan de gezamenlijke besluitvorming en de eigen kracht van cliënten. In een pilot wordt gewerkt aan een digitale GIZ (DIGIZ). Daarmee werken ouders en jongeren met coaching van een professional aan een persoonlijk actieplan. Zij bespreken de domeinen (kindontwikkeling, opvoeding, omgeving) die van invloed zijn op de gezondheid en veiligheid van het kind: wat gaat goed en waar liggen vragen of zorgen? Cliënten kunnen zelf domeinen aanklikken waar zij over willen praten en daarbij hun zorgbehoefte aangeven. Het gezamenlijk maken van een actieplan maakt de hulp vraaggestuurd en vergoot de motivatie van de cliënt om het plan uit te voeren.

Bekijk dit project
 

Jij en je gezondheid: doorontwikkeling voor het basisonderwijs

De digitale innovatie Jij en je gezondheid (JEJG) van GGD Amsterdam wordt gebruikt bij de preventieve gezondheidsonderzoeken in het voortgezet onderwijs. In dit project wordt de JEJG doorontwikkeld voor toepassing in het basisonderwijs. Er komt een digitale gezondheidsvragenlijst en een gezondheidsprofiel met tips op maat. Een digitale JGZ-medewerkersmodule biedt professionals direct en overzichtelijk inzage in uitslagen. Ook komen er digitale instrumenten voor nader onderzoek, zoals vragenlijsten en interviews voor kind, ouder of leerkracht. Een digitaal schoolgezondheidsprofiel helpt bij het opzetten van collectieve preventie op scholen. Het project werkt aan een publiekswebsite en een scholingsprogramma voor JGZ-professionals.

  • ZonMw-project: 729410006, Jij en je gezondheid, doorontwikkeling van een bestaande digitale innovatie voor de jeugdgezondheidszorg gericht op het preventief gezondheidsonderzoek 5 en 10 jaar
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project
 

Consultatiebureau van de toekomst: ‘blended care’ in de JGZ

‘Blended care’ is een vorm van zorg die on- en offline behandelingen en contact combineert. Digitale toepassingen vervangen binnen ‘blended care’ dus een deel van het reguliere ‘offline’ contact. Deze nieuwe vorm van zorg wordt in de JGZ nog nauwelijks gebruikt, terwijl het in bijvoorbeeld de (jeugd-)ggz een steeds prominentere rol krijgt. In dit project worden bestaande evidence- en practiced based werkwijzen van de JGZ doorontwikkeld naar een ‘blended’ variant. Dat gebeurt op het gebied van excessief huilen bij baby’s en pesten bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Een haalbaarheidsstudie brengt de kansen en belemmeringen voor ‘blended care’ in de JGZ in kaart.

  • ZonMw-project: 729410009, Consultatiebureau van de toekomst: de ontwikkeling en evaluatie van ‘blended care’ in de jeugdgezondheidszorg
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project
 

Betere screening op risico’s bij kwetsbare zwangeren

Tussen 2013-2016 is binnen de regio Zuidwest Nederland onder meer de relatie tussen kwetsbare zwangeren en geboorte-uitkomsten, en de ervaren kwaliteit van zorg onderzocht. 4.000 zwangere vrouwen hebben vragenlijsten ingevuld en zorgverleners zijn geïnterviewd. Uit het onderzoek blijkt dat kwetsbare zwangeren in vergelijking met niet-kwetsbare zwangeren significant vaker de bevalling starten onder supervisie van een gynaecoloog. Ze hebben vaker een slechte of matige algemene gezondheid. Ook zeggen ze een minder goede communicatie te hebben ervaren en zich niet altijd respectvol benaderd te hebben gevoeld. Om systematisch de kwetsbaarheid van alle nieuwe zwangeren in kaart te brengen en gericht zorgpaden te kunnen inzetten, is Mind2Care een bruikbaar screeningsinstrument.

  • ZonMw-project: 209020011, Joining forces against joint risks: structured care for vulnerable families in the Southwest of the Netherlands
  • Onderdeel van programma: Zwangerschap en geboorte

Bekijk dit project
 

Gericht signaleren van overgewicht en andere risicofactoren bij jonge kinderen

Kinderen tussen de 0 en 6 zijn extra gevoelig voor het ontwikkelen van overgewicht. Wel kunnen de risico’s voor daarmee samenhangende aandoeningen op deze jonge leeftijd nog beter worden gekeerd. Zijn er (digitale) instrumenten te ontwikkelen waarmee de JGZ overgewicht, hoge bloeddruk of een afwijkend lipidenprofiel (vetten in het bloed) op latere leeftijd kan voorspellen? Door kinderen met dergelijke instrumenten tijdens de JGZ-contactmomenten op 5/6 jarige leeftijd (en bij 10-jarigen) te screenen, kan al jong een goede risicoselectie plaatsvinden. Het maken van zogeheten herhaalde dynamische risicoschattingen, met name op basis van de BMI-ontwikkeling, biedt mogelijkheden de preventie van overgewicht en daaraan gerelateerde aandoeningen sterk te verbeteren.

Bekijk dit project

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website