Gezonde ontwikkeling

Vanaf de geboorte ontwikkelen kinderen zich op meerdere gebieden. Zo leidt een gezonde motorische ontwikkeling ertoe dat een baby kan kruipen en daarna lopen. Door cognitieve ontwikkeling leert een kind de wereld steeds beter begrijpen. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) volgt samen met ouders de ontwikkeling van het kind. JGZ-professionals hebben hiervoor diverse instrumenten en richtlijnen voorhanden. Stagneert de ontwikkeling op een bepaald gebied, dan wordt gekeken of verdere ondersteuning gewenst is. Als gespecialiseerde zorg nodig is, verwijst de JGZ-professional door. Vroegtijdige signalering van een ontwikkelingsachterstand draagt bij aan het voorkomen of beperkter houden van problemen op latere leeftijd, waardoor kinderen bijvoorbeeld niet mee kunnen komen met leeftijdsgenoten. De JGZ speelt bij vroegsignalering een belangrijke rol vanwege het hoge bereik van kinderen en ouders in de eerste levensjaren.

Interviews

De jeugdgezondheidszorg is onmisbaar om kinderen gezond te laten opgroeien en problemen op latere leeftijd te voorkomen

‘De JGZ vervult de belangrijke taak om gezondheidsproblemen vroeg op te sporen, de gezondheid te bevorderen en opvoeders te ondersteunen.’ Dr. Jeroen de Wilde vertelt hoe onderzoek naar richtlijnen hier onmisbaar in is.

Lees het interview

Projecten op het thema Gezonde ontwikkeling

Meer eenheid in adviezen over gespreksvoering in JGZ-richtlijnen

Er zijn ruim tien JGZ-richtlijnen met een focus op psychosociale problematiek van jeugdigen. Door beperkte afstemming tussen deze richtlijnen, zijn de adviezen over gespreksvoering met ouders en jeugdigen niet per definitie in lijn met elkaar. JGZ-professionals hebben behoefte aan meer eenduidigheid, dus aan richtlijnoverstijgende handvatten voor de benadering van en gesprekken met ouders en jeugdigen. Dit project werkt aan het mogelijk maken van een meer uniforme gespreksvoering. Daarvoor hebben de onderzoekers de bestaande richtlijnen geanalyseerd en een behoeftepeiling uitgevoerd onder praktijkprofessionals, ouders en jeugdigen. De uitkomsten worden verwerkt in concrete producten met aanbevelingen voor toekomstige richtlijnontwikkelaars en JGZ-professionals.

ZonMw-project: 732000202, Gespreksvoering met ouders en jeugdigen: verbinding tussen JGZ-richtlijnen
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

Samen Gezond Groot!: ouders beter ondersteunen met leefstijladviezen

Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen helpen ouders bij een gezonde leefstijl van hun kinderen. JGZ-professionals zeggen dat richtlijnen over leefstijl van 0 tot 4-jarigen soms tegenstrijdige adviezen bevatten. In dit project zijn samen met JGZ-professionals (JGZ Kennemerland, GGD Kennemerland, GGD Zaanstreek-Waterland en JGZ Zuid-Holland West) en ouders de overlap én tegenstrijdigheden in de richtlijnen onderzocht. Daarbij stonden de ervaringen en behoeften rond leefstijladvisering van de ouders centraal. Elke organisatie koos in samenspraak met ouders voor aanpassingen in de uitvoering van leefstijladviezen, waarna de haalbaarheid van de aanpassingen is onderzocht. De ervaringen uit het project leiden ook tot een handreiking voor ouderparticipatie in de JGZ.

ZonMw-project: 732000203, Samen Gezond Groot! Leefstijladvisering in de JGZ voor 0 tot 4-jarigen: afstemmingen tussen richtlijnen, nieuwe vormen van leefstijladvisering en verhoogde ouderparticipatie
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Spraak-taalontwikkeling om ontwikkelingsproblemen te voorkomen

Bij spraak- en taalontwikkeling leert een kind de woordenschat en het klanksysteem van de taal beheersen en krijgt het inzicht in de grammatica. Maar minstens zo belangrijk is het feitelijk leren gebruiken van taal, bijvoorbeeld om.contact te maken of gevoelens over te brengen. Taalachterstand kan belangrijke gevolgen hebben voor de sociale ontwikkeling en het maatschappelijk functioneren. Een niet optimale spraak- en taalontwikkeling betekent dan ook een bedreiging voor de ontwikkeling van het kind. Naast signalering, kan de JGZ ook een rol spelen bij de begeleiding, verwijzing en nazorg bij eventuele problemen. De JGZ is geholpen met een heldere richtlijn. Dit project werkt daaraan.

ZonMw-project: 732000303, JGZ richtlijn spraak-taalontwikkeling
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling voor tijdig signaleren van achterstanden

De motorische ontwikkeling van kinderen wordt bepaald door genetische aanleg, ziekte of handicap en door een al dan niet stimulerende omgeving. De invloeden van ouders, broertjes en zusjes, kinderopvang, school en buitenspeelmogelijkheden zijn allemaal van belang. Motorische ontwikkelingsachterstanden kunnen ernstige fysieke en psychosociale gevolgen hebben. De betreffende kinderen worden sociaal vaak minder geaccepteerd en ontwikkelen soms angststoornissen en depressie. Dat kan ertoe leiden dat ze niet meedoen aan lichamelijke activiteiten, met een neerwaartse spiraal als gevolg: nog minder motorische vaardigheden, stijgende kans op overgewicht en een verdere verslechtering van de lichamelijke en psychosociale gezondheid. Tijdige signalering van achterstanden is dus van belang. Een conceptrichtlijn geeft daarvoor handvatten. 

ZonMw-project: 732000305, JGZ-richtlijn Motorische Ontwikkeling
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

VWO: effectief voorspellen van taalontwikkelingsstoornissen 

Zijn primaire taalontwikkelingsstoornissen (TOS) vroegtijdig op te sporen aan de hand van taalkenmerken op het Van Wiechenonderzoek (VWO)? Uit onderzoek blijkt dat de kenmerken van het VWO vanaf de leeftijd van 2 jaar TOS redelijk tot goed kunnen voorspellen. De test lijkt daarmee geschikt om kinderen met TOS nog vóór de basisschoolleeftijd te signaleren. In dit project worden verwijsregels ontwikkeld voor de leeftijden 3 jaar en 3 jaar en 9 maanden, zodat er meer kinderen met een TOS kunnen worden opgespoord nog voordat zij op de basisschool starten. Bij de ontwikkeling van de richtlijn voor spraak-taalontwikkeling zijn dit zeer relevante gegevens.

ZonMw-project: 7320003031, Verwijsregels ten behoeve van de opsporing van kinderen met taalstoornissen op een leeftijd van 3 en 3,9 jaar
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen

Slaap gaat gepaard met een verlaging van het bewustzijn, waarbij het lichaam en de geest tot rust komen. Wat normaal slaapgedrag is, is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het kind. De JGZ-richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen is gericht op het bevorderen van gezond slaapgedrag en het verminderen van slaapproblemen bij kinderen en jeugdigen (0-18 jaar) waarover vragen zijn bij ouders, de jeugdige zelf en/of professionals. De richtlijn bevat onder meer een introductie over gezonde slaap en slaapproblemen en informatie over preventie, signalering en beoordeling van slaapproblemen. Ook zijn er aanwijzingen opgenomen voor interventies en begeleiding bij slaapproblemen en voor samenwerken en doorverwijzen.

ZonMw-project: 732000304, JGZ-richtlijn Slaap en slaapgedrag van kinderen
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Dysplastische Heupontwikkeling voorkomt functiebeperkingen

Jaarlijks wordt bij enkele duizenden zuigelingen heupdysplasie vastgesteld. Behandeling van deze afwijking van het heupgewricht is onder de leeftijd van 1 jaar vrijwel altijd succesvol; daarna neemt de kans op volledig herstel af. Zonder behandeling kan slijtage en een afwijkend looppatroon ontstaan, met als gevolg pijn, functiebeperking en vroege invaliditeit. Vroege opsporing en tijdige behandeling is dus essentieel en de JGZ heeft daarbij een belangrijke rol. Een richtlijn draagt bij aan een uniforme werkwijze en een optimale signalering en verwijzing van kinderen met heupdysplasie. In de richtlijn is, naast signalering en verwijzing, ook aandacht voor de begeleiding en nazorg.

ZonMw-project: 732000306, JGZ-richtlijn Dysplastische Heupontwikkeling
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Ondergewicht maakt preventief advies mogelijk

De JGZ wil ouders en kinderen beter adviseren over voeding en risicofactoren bij dreigend ondergewicht. De JGZ-richtlijn Ondergewicht helpt daarbij. Een kind of adolescent met ondergewicht kan ondervoed zijn, maar dat hoeft niet; soms is er sprake van aanleg. Omdat ondervoeding ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid, groei en ontwikkeling – variërend van verlies van spiermassa tot een verhoogde vatbaarheid voor infecties – is tijdige signalering daarvan cruciaal. Soms blijken jeugdigen bepaalde voedingsmiddelen langdurig niet te eten of ze passen op grond van bepaalde overtuigingen hun voedingspatroon aan zonder dit te compenseren. Dit kan riskante tekorten (vooral van zink en ijzer) veroorzaken, waarbij een passend preventief advies kan helpen.

ZonMw-project: 732000307, JGZ-Richtlijn Ondergewicht
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Extremiteiten: zorgen wegnemen én problemen voorkomen

Kinderen kunnen uiteenlopende klachten of aandoeningen aan de extremiteiten (armen en benen) hebben, zoals platvoeten of X-benen. De JGZ kan onnodige zorgen wegnemen door ouders en jeugdigen te adviseren en eventueel voorlichting te geven over normale ‘afwijkingen’ van de extremiteiten. Met de juiste uitleg is onnodig zorggebruik zo te voorkomen. Daarnaast is er een signalerende rol door bepaalde aandoeningen tijdig op te sporen, die kunnen leiden tot een afwijkende of achterblijvende motoriek, pijnklachten en een tijdelijke of blijvende functiebeperking of standsafwijking. De richtlijn wordt geschreven op basis van knelpunten uit de praktijk en ontwikkeld in samenspraak met professionals, ouderen en jongeren.

ZonMw-project: 732000308, JGZ-Richtlijn Extremiteiten
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Afwijkende lengtegroei voor een betere groeimonitoring 

Groeimonitoring is van groot belang voor het tijdig opsporen van aandoeningen die een effect hebben op de groei. Tijdige opsporing en behandeling kunnen leiden tot een betere prognose bij afwijkingen. De richtlijn bestaat zowel uit een update en aanpassing van de bestaande JGZ-richtlijn Signalering en verwijscriteria bij kleine lichaamslengte, met een aanvulling over ‘grote lengtegroei’. In de concept-richtlijn staan onder andere nieuwe verwijscriteria voor zowel kinderen met een afwijkende kleine als grote lengtegroei. Ook zijn er verwijscriteria opgesteld voor kinderen boven de 10 jaar met een afwijkende lengtegroei. Op basis van een praktijktest bij JGZ-organisaties en een landelijke commentaarronde wordt de concept-richtlijn aangepast.

ZonMw-project: 732000309, JGZ-Richtlijn Afwijkende Groei
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn ‘Houding en bewegen’ helpt professionals bij preventie en vroegopsporing 

Een deel van de jeugd in Nederland beweegt te weinig. De nieuw te ontwikkelen JGZ-richtlijn ‘Houding en bewegen’ geeft JGZ-professionals handreikingen hoe zij bewegen en een goede houding bij de jeugd kunnen stimuleren. Ook helpt de richtlijn bij het voorkomen en opsporen van houdings- en bewegingsafwijkingen. JGZ-professionals, inhoudelijk deskundigen, ervaringsdeskundigen en ouders werken eraan mee. Een klankbordgroep met professionals uit aanpalende disciplines ondersteunt het ontwikkelproces. Behalve de richtlijn worden een basisdataset-protocol en een set van indicatoren ontwikkeld. Enkele JGZ-organisaties voeren een praktijktest uit met de conceptrichtlijn. Op basis daarvan wordt deze mogelijk aangepast. Diverse producten ondersteunen uiteindelijk de landelijke implementatie.

ZonMw-project: 732000310, JGZ-richtlijn Houding en bewegen
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn Ouder-kindrelatie voor een betere hechting

Zowel in sociaal-emotioneel als cognitief opzicht zijn kinderen met een gezonde ouder-kindrelatie beter af. Vroegtijdige signalering van eventuele belemmeringen in deze relatie is dan ook belangrijk. De JGZ kan ouders vervolgens adviezen geven hoe zij de band met hun kind kunnen versterken en zo nodig verwijzen voor verdere hulp. De ouder-kindrelatie blijkt voor zowel ouders als professionals echter een gevoelig thema. Ook zijn er grote culturele verschillen. De nieuwe JGZ-richtlijn ‘Ouder-kindrelatie’, die wordt ontwikkeld met JGZ-professionals, ouders, huisartsen, kinderartsen, psychologen en pedagogen, bevat onder meer praktische handvatten, zoals handreikingen voor gesprekstechnieken. Ook komen er suggesties voor adviezen die de JGZ aan ouders kan geven.

ZonMw-project: 732000311, Richtlijn Ouder-Kind relatie met aandacht voor hechting
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

Herziene richtlijn verbetert vroege opsporing gehoorstoornissen 0-19

Sinds 2006 is in heel Nederland de neonatale gehoorscreening voor gezonde zuigelingen ingevoerd. Deze screening maakt het mogelijk om gehoorverlies van 40 dB of meer aan één of beide oren al voor de derde levensmaand te diagnosticeren. Gehoorverlies kan grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling, omdat dove en slechthorende kinderen geen of verminderde toegang hebben tot gesproken taal. Er zijn ook kinderen die later in de kindertijd gehoorverlies krijgen. Ook voor deze kinderen is het van belang dat het gehoorverlies zo snel mogelijk wordt gesignaleerd, zodat ook zij snel met de behandeling kunnen starten. Ook deze groep is gebaat bij de herziene richtlijn.

ZonMw-project: 732000401, Herziening richtlijn Vroege opsporing van gehoorstoornissen 0-19 jaar
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

Update JGZ-richtlijn voor opsporen hartafwijkingen

Hartafwijkingen kunnen grote gevolgen hebben voor een jeugdige, zowel op medisch als op psychosociaal gebied. Daarom is het belangrijk om deze afwijkingen en risicofactoren voor hart- en vaatziekten zo vroeg mogelijk op te sporen. Dit kan mogelijke gevolgen als onherstelbare schade aan de longvaten, zuurstoftekort of hartfalen voorkomen of beperken. Door op jonge leeftijd aandacht te besteden aan de risicofactoren, is de kans op hart- en vaatziekten te verkleinen. In de geüpdatete richtlijn Hartafwijkingen staan handelingsaanbevelingen voor JGZ-professionals, gericht op de signalering en preventie van aangeboren en verworven hartafwijkingen bij jeugdigen. Ook geeft de richtlijn handvatten voor verwijzing en begeleiding bij hartafwijkingen en risicofactoren.

ZonMw-project: 732000403, Update JGZ richtlijn hartafwijkingen
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

Herziening JGZ-richtlijn: beter signaleren van visuele stoornissen

In de herziening van de JGZ-richtlijn Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar ligt de nadruk op een gezonde ontwikkeling van het zien. In de herziene richtlijn is plaats voor de meest recente inzichten over een systematisch onderzoek waardoor afwijkingen aan het oog en gezichtsvermogen op tijd kunnen worden opgespoord. Dit is belangrijk om slechtziendheid te voorkomen en gezondheidswinst te realiseren. Bij de herziening spelen ook de knelpunten een rol die JGZ-professionals eerder hebben gesignaleerd, bijvoorbeeld op het gebied van de beschikbare tests, de verwijsmogelijkheden en onderzoeksfaciliteiten op basisscholen. De herziene richtlijn moet zo beter aansluiten bij de situatie in de JGZ-praktijk. 

ZonMw-project: 732000406, Herziening JGZ-richtlijn ‘Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar’
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

JGZ-richtlijn ‘Astma bij kinderen’: update op basis van nieuwe kennis

Astma is een veelvoorkomende, chronische aandoening van de luchtwegen. De JGZ heeft een belangrijke rol bij het voorkomen en signaleren van astma en bij de begeleiding van jeugdigen met deze aandoening. In de in 2011 gepubliceerde JGZ-richtlijn stonden aanwijzingen over de beste manier om kinderen met astma op te sporen. Nieuwe kennis op het terrein van de ziekte maakt nu een aanpassing noodzakelijk. Dat gebeurt in samenspraak met JGZ-professionals, een JGZ-praktijkorganisatie, ouders, huisartsen, kinderartsen en andere experts. De geüpdatete richtlijn sluit straks aan bij de richtlijnen voor huisartsen en kinderartsen. De aangepaste richtlijn kan ook worden gebruikt om websites over astma voor ouders en jongeren te verbeteren.

ZonMw-project: 732000407, Herziening JGZ-richtlijn Astma
Onderdeel van programma: Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Bekijk dit project

PreSPARK: hulpmiddel voor het gesprek met aanstaande ouders

De preSPARK is een gespreksprotocol dat de vragen, problemen en zorgbehoefte van aanstaande ouders in kaart brengt. Door de gestructureerde manier van uitvragen op onderwerpen als ‘samenvatting periode voor de zwangerschap’, ‘vooruitblik op toekomst’, ‘woon- en leefsituatie’, ‘gezinszaken’ en ‘zorgen aangegeven door anderen’, krijgt de jeugdverpleegkundige meer informatie en een beter beeld van de toekomstige omstandigheden en leefomgeving van het kind. De combinatie met de expertise van de JGZ-professional, die aanvullend is op de verloskundige zorgverlening, maakt een zorgvuldige risicoinschatting en bijpassende vervolgstappen mogelijk. Deze stappen zijn gericht op een gezonde ontwikkeling van het kind en van de nieuwe rol van ouders.

ZonMw-project: 736200002, Effecten en validiteit van de preSPARK als inrichting van het prenataal contactmoment
Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project

Triage in de JGZ: naar betere standaarden voor de selectie 

Veel JGZ-organisaties maken gebruik van triage om alleen die kinderen voor een bezoek aan jeugdarts of - verpleegkundige uit te nodigen bij wie een mogelijk ontwikkelings- of gezondheidsrisico is gesignaleerd. Deze manier van werken is veelbelovend, maar nog niet goed onderbouwd en geüniformeerd. Op dit moment hanteert iedere JGZ-organisatie andere selectiecriteria. Oftewel: iedere organisatie gebruikt zijn eigen triageprotocol. Dit project werkt aan twee onderbouwde standaard-triageprotocollen die worden getoetst op de kwaliteit van signalering. JGZ-organisaties kunnen deze gebruiken in hun triage bij kinderen in de basisschoolleeftijden 5/6 en 10/11. Daarnaast ontwikkelt het project bijbehorende oudervragenlijsten en informatiebrieven. Alle producten worden vrij beschikbaar gesteld voor de JGZ-praktijk.

ZonMw-project: 736200007, Van standaard signaleringslijst naar selectiecriteria: onderbouwing voor triagewerkwijze in de JGZ 
Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project

Zorgpad voor passende ondersteuning bij het opvoeden van een peuter 

Met zorgpaden kan de JGZ een flexibelere zorg bieden die meer gericht is op behoeften van ouders en kinderen. In de zorgpad-benadering krijgen sommige gezinnen meer aandacht (op het consultatiebureau) en ontvangen andere digitale adviezen (e-consulten). Bij peuters met een laag ontwikkelingsrisico en competente ouders, resulteert een e-consult in vergelijking met een persoonlijk consult in een even goede, gezonde en veilige ontwikkeling in de periode van 18 tot 30 maanden. Ook blijft het contact met de JGZ even goed behouden en ervaren zowel ouders als professionals de zorg als minstens even passend. Bovendien is er tijdwinst (naar schatting 15 tot 50%) die voor andere doelen ingezet kan worden. 

ZonMw-project: 736200009, Zorgpad met e-consulten voor peuters met een laag risico op opvoed- en opgroeiproblemen: een gerandomiseerde trial
Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project

De JGZ als schakel tussen kindergeneeskunde en sociaal domein

Kinderartsen zien op de polikliniek vaker kinderen met psychosociale problemen. Zij missen de juiste kennis om deze kinderen goed te kunnen helpen. In het Amphia Ziekenhuis in Breda werken jeugdverpleegkundigen op de polikliniek Kindergeneeskunde. Zij vormen de schakel met de (psycho)sociale hulpverlening. Dit project evalueert vanuit het perspectief van professionals, ouders en kinderen of deze aanpak invloed heeft op de ernst van de psychosociale problematiek. Leidt de nieuwe werkwijze ertoe dat klachten van kinderen sneller verholpen zijn of minder ernstig worden? 

ZonMw-project: 736200015, De jeugdverpleegkundige als verbindingsprofessional tussen de kindergeneeskunde en het sociale domein: is dit effectief en efficiënt?
Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project

Blauwdruk voor een prenataal registratiesysteem voor de JGZ

Steeds vaker biedt de JGZ prenatale begeleiding aan aanstaande ouders die dit nodig hebben. JGZ-professionals hebben behoefte aan een registratiesysteem om inhoudelijke aspecten van de zorg te kunnen verantwoorden. Voor een dergelijk sociaal en medisch dossier is voor de JGZ echter geen geschikt systeem beschikbaar. Dit project onderzoekt de opties voor een goede registratie en dossiervorming voor individuele zorg aan aanstaande ouders. Een dergelijk systeem kan de continuïteit en kwaliteit van zorg bij prenatale begeleiding door de JGZ bevorderen. Het resultaat: een ‘Blauwdruk Registratie van prenatale zorg door de JGZ’ met daarin het pakket van eisen, waarmee duidelijk is waaraan een prenataal registratiesysteem moet voldoen.

ZonMw-project: 736300011, Blauwdruk prenatale registratie in de JGZ
Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project

Digitale ondersteuning bij beoordelen van groei en ontwikkeling bij prematuren 

De JGZ monitort ook bij prematuren (8% van alle kinderen) de groei en ontwikkeling. Bij deze groep te vroeg geboren kinderen is de kans op groei- en ontwikkelingsproblemen relatief groot en vroege interventies kunnen dan zinvol zijn. De samenhang tussen de exacte zwangerschapsduur en optimale groei en ontwikkeling is complex. Elke week dat een zwangerschap korter is, maakt verschil voor de interpretatie van groei- en ontwikkelingsgegevens. Dit project ontwikkelt een applicatie die deze beoordeling binnen het digitaal dossier vergemakkelijkt. Ook komt er een app voor ouders. Beide applicaties zijn bedoeld om JGZ-professionals, aanpalende disciplines (vooral kinderartsen) en ouders te ondersteunen, en vroegsignalering van problemen te verbeteren.

ZonMw-project: 736300015, eHealth Applicatie Prematuren in de JGZ
Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

Bekijk dit project

Doorontwikkeling van de SPARK voor het contactmoment op 60 maanden 

SPARK is een gestructureerd vraaggesprek dat de ervaringen van de ouders combineert met de expertise van de jeugdverpleegkundige. In dit project is de SPARK60 ontwikkeld, met vragen naar ervaren zorgen en problemen en de zorgbehoefte van ouders van 5-jarige kinderen. De domeinen zijn onder meer gezondheid, motorische ontwikkeling, taal-spraak-denkontwikkeling, emotionele ontwikkeling en gedrag van het kind. In het contactmoment met de SPARK60 kijkt de JGZ-professional nauwkeurig naar de ontwikkeling van het kind qua motoriek. Hiervoor is samengewerkt met de ontwikkelaars van de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling. De toepassing van de SPARK60 maakt duidelijk welke zorgbehoeften ouders van 5-jarige kinderen kunnen hebben.

ZonMw-project: 729300101, Bepalen van draagkracht en draaglast bij ouders van jonge kinderen met de SPARK
Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project

VLOT helpt bij signalering risicofactoren in de taalomgeving van kinderen

Met de Vragenlijst Ouders en Taalinput (VLOT) brengt het consultatiebureau binnen vijf minuten de risico’s in de taalomgeving van 2-jarige kinderen in beeld. Deze studie, uitgevoerd in vier JGZ-regio’s, laat zien dat de VLOT een betrouwbare en valide indicatie geeft van het taalaanbod in het gezin. Het instrument signaleert risico's op taalachterstand als gevolg van onvoldoende blootstelling aan het Nederlands. De gesignaleerde risicofactoren leiden tot adviezen aan ouders en bijvoorbeeld toeleiding naar voorschoolse opvang en educatie. De onderzoekers bevelen aan de VLOT te combineren met het Van Wiechen-schema. Met deze combinatie signaleert de JGZ bijna alle kinderen die risico lopen een taalachterstand te ontwikkelen.

ZonMw-project: 729310001, Valideringstudie Vragenlijst Ouders en Taalinput (VLOT)
Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project

360°CHILDoc: ontzorgen én bekrachtigen van ouders 

Het 360°CHILDoc is een kind-profiel dat in één geordend overzicht gegevens uit het JGZ-dossier over het kind en zijn omgeving weergeeft. Dit project is gericht op de doorontwikkeling naar een online toegankelijk profiel dat ouders en jeugdigen op een ouderportaal kunnen inzien. Daarmee ondersteunt het zowel de JGZ-professional als de ouders in het monitoren van de ontwikkeling van het kind. 360°CHILDoc biedt immers een integraal overzicht op alle factoren in kind en omgeving waarbij alle gezonde/ beschermende factoren nadrukkelijk zichtbaar worden. Deze informatie kan helpen bij het ontzorgen én bekrachtigen van ouders. Dit verlaagt de drempel om samen met zorgverleners problemen in onderlinge samenhang op te pakken. 

ZonMw-project: 729410001, Doorontwikkeling van het 360°CHILDoc tot een digitaal beschikbaar kind-profiel met evaluatie van de bijdrage aan het succes van hulp binnen de zorg voor Jeugd en implementatieonderzoek
Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project

Digitale GIZ: gezamenlijk inschatten van zorgbehoeften

De GIZ-methodiek draagt bij aan de gezamenlijke besluitvorming, en aan de motivatie en eigen kracht van cliënten. In een pilot wordt gewerkt aan een digitale GIZ (DIGIZ). Daarmee werken ouders en jongeren met coaching van een professional aan een persoonlijk actieplan. Het is een integrale aanpak met concrete stappen om persoonlijke doelen rondom ouderschap en ontwikkeling te verwezenlijken. Bovendien kan met behulp van de DIGIZ worden bepaald of voorlichting of bijvoorbeeld andere personen in het sociale netwerk kunnen helpen bij het behalen van de doelen. Ouders, jongeren en de professional bespreken periodiek of het plan nog voldoet of dat aanvullende hulp wenselijk is.

ZonMw-project: 729410005, Digitale GIZ; een methodiek voor het Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften
Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

Bekijk dit project

Contactmoment Adolescenten: wat is de meerwaarde van een interactieve vragenlijst?

De JGZ van GGD Twente heeft een web-based, interactieve vragenlijst ontwikkeld gebaseerd op het concept van positieve gezondheid. Door de vragenlijst zijn jongeren zich meer bewust van hun eigen gezondheid en krijgen jeugdverpleegkundigen en -artsen een globale indruk hoe het met een jongere gaat. 
In het onderzoeksproject is bekeken welke determinanten bevorderend of belemmerend zijn voor het implementeren van de vragenlijst. Het blijkt dat jongeren de vragenlijst leuk vinden. Wel vinden ze het belangrijk dat anderen niet over hun schouder meekijken bij het invullen. Daarbij kunnen mentoren een rol spelen. Voor de interpretatie van de uitkomsten en eventuele vervolgacties is onderling overleg van JGZ-professionals van belang.

ZonMw-project: 50004539, Contactmoment Adolescenten – doorontwikkeling van een interactieve online tool gebaseerd op Positieve Gezondheid
Onderdeel van programma: Preventieprogramma 5​​​​​​​

Bekijk dit project

Kindtool 1.0: wat betekent gezondheid voor zieke en gezonde kinderen?

Kinderen zien gezondheid als een zeer breed begrip. Gezondheid gaat over het lichaam, maar ook over gevoelens en gedachten, over nu en de toekomst, over lekker in je vel zitten. En het gaat over meedoen op school, met sport & spel en over mee kunnen komen in het dagelijkse leven. Dat blijkt uit dit onderzoek naar de thema’s die kinderen (en ouders) bij gezondheid vinden horen. De kindtool 1.0 laat deze dimensies zien en geeft het kind de mogelijkheid om mede de agenda van een (dokters)spreekuur te bepalen. De kindtool 1.0 is tot stand gekomen door 65 interviews met zieke en gezonde kinderen.

ZonMw-project: 50004682, Wat betekent gezondheid voor zieke en gezonde kinderen?
Onderdeel van programma: Preventieprogramma 5

Bekijk dit project

Verbetermogelijkheden voor de opsporing van oogafwijkingen 

Om bij kinderen oogafwijkingen op te sporen, voert de JGZ een periodiek oogonderzoek uit. Bij 3-6 jarigen gebeurt dit veelal met een kaart met plaatjes of symbolen. In dit project is deze standaard vergeleken met een test met de Plusoptix. Dit oogonderzoek lijkt op het maken van een foto van de ogen. Een combinatie van beide testen blijkt te leiden tot lagere kosten en een betere opsporing van een lui oog bij kinderen van 3 jaar en 9 maanden. Voor 3-jarigen bevelen de onderzoekers aan alleen de Plusoptix te gebruiken, terwijl de kaart met symbolen bij kinderen van 5/6 jaar het beste alternatief lijkt. 

ZonMw-project: 531002005, Can vision screening in Dutch Youth Health Care (YHC) be improved by adding plusoptiX – a feasibility study
Onderdeel van programma: Preventie 5: Deelprogramma 5 - Vroege opsporing

Bekijk dit project

Gericht signaleren van overgewicht en andere risicofactoren bij jonge kinderen

Kinderen tussen de 0 en 6 zijn extra gevoelig voor het ontwikkelen van overgewicht. Wel kunnen de risico’s voor daarmee samenhangende aandoeningen op deze jonge leeftijd nog beter worden gekeerd. Zijn er (digitale) instrumenten te ontwikkelen waarmee de JGZ overgewicht, hoge bloeddruk of een afwijkend lipidenprofiel (vetten in het bloed) op latere leeftijd kan voorspellen? Door kinderen met dergelijke instrumenten tijdens de JGZ-contactmomenten op 5/6 jarige leeftijd (en bij 10-jarigen) te screenen, kan al jong een goede risicoselectie plaatsvinden. Het maken van zogeheten herhaalde dynamische risicoschattingen, met name op basis van de BMI-ontwikkeling, biedt mogelijkheden de preventie van overgewicht en daaraan gerelateerde aandoeningen sterk te verbeteren.

ZonMw-project: 200500006, Targeted primary prevention of overweight and cardiometabolic risk using dynamic risk assessments from infancy onward in Child Health Care
Onderdeel van programma: Preventie 4, deelprogramma 5, fundamenteel en strategisch onderzoek​​​​​​​

Bekijk dit project​​​​​​​

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website