ZonMw tijdlijn Jeugd-ggz https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Jeugd-ggz nl-nl Thu, 17 Jun 2021 00:16:40 +0200 Thu, 17 Jun 2021 00:16:40 +0200 TYPO3 news-7372 Thu, 10 Jun 2021 16:44:39 +0200 Overzichtsstudie JeugdzorgPlus steunt verandering https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-van-het-NJi/Overzichtsstudie-JeugdzorgPlus-steunt-verandering 10 jaar onderzoek naar JeugdzorgPlus heeft veel concrete aanbevelingen opgeleverd voor het verbeteren van de hulp aan jongeren met complexe en meervoudige problemen. En omvat aanbevelingen die niet alleen over de JeugdzorgPlus, maar ook over de gehele zorgketen voor jongeren met meervoudige en complexe problemen gaan. De resultaten zijn daarmee ook relevant voor andere jeugdzorgaanbieders en gemeenten. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft in opdracht van ZonMw in deze publicatie een overzicht gemaakt van alle onderzoeksresultaten. news-7358 Tue, 08 Jun 2021 16:22:47 +0200 Nieuwe dadermonitor Seksueel geweld tegen kinderen https://www.nationaalrapporteur.nl/actueel/nieuws/2021/06/08/er-verandert-te-weinig-in-de-aanpak-van-seksueel-geweld-tegen-kinderen Vandaag bracht de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen de Dadermonitor seksueel geweld tegen kinderen uit. We zien daarin linken met het onderzoek naar mensenhandel methodiek loverboys. Maar ook het belang van voorlichting om te leren praten over wat normaal is, over gewenste omgangsvormen en grenzen en het gebrek hieraan herkennen we vanuit het onderzoek naar kindermishandeling. news-7291 Thu, 20 May 2021 16:37:00 +0200 Zes aandachtspunten voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp https://www.nro.nl/nieuws/zes-aandachtspunten-voor-de-samenwerking-tussen-onderwijs-en-jeugdhulp Wat heeft een positieve invloed op de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp? De Hogeschool Windesheim (Lectoraat Jeugd), PricoH en de Rijksuniversiteit Groningen, onderzochten welke factoren de samenwerking beïnvloeden en werkzaam zijn in de klas. Hierin blijken 6 aandachtspunten te zijn. news-7288 Thu, 20 May 2021 15:48:25 +0200 Wat helpt jeugdhulpprofessionals bij integraal werken? https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/handle/1887/3160753 In haar proefschrift concludeerde Laura Nooteboom dat professionals zich onder andere bekwaam moeten voelen om samenhangende, gezinsgerichte ondersteuning te bieden, ze de grenzen van hun eigen expertise moeten herkennen en tijdig de ander in moeten schakelen wanneer nodig. news-7207 Wed, 28 Apr 2021 08:42:39 +0200 Nieuwe subsidieoproep voor leernetwerk participatief jeugdonderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproep-voor-leernetwerk-participatief-jeugdonderzoek/ Jongerenparticipatie wordt steeds belangrijker in onderzoek. De subsidieoproep Leernetwerk Participatief jeugdonderzoek geeft een impuls aan het gezamenlijk leren over en reflecteren hierop. De opgedane kennis en creatieve voorbeelden worden breed gedeeld. Subsidieaanvragen kunnen door onderzoeksorganisaties worden ingediend tot dinsdag 31 augustus 2021, 14.00 uur. Leernetwerk

Het doel van deze subsidieoproep is een stimulans te geven aan het gezamenlijk reflecteren en leren in participatief jeugdonderzoek. En dit te realiseren door een duurzaam leernetwerk participatief jeugdonderzoek en coaching on the job trajecten te faciliteren.

In een leernetwerk wisselen deelnemers met expertise en vanuit een gezamenlijke interesse in participatief jeugdonderzoek doelbewust kennis en ervaringen uit. Samen ontwikkelen en verspreiden ze nieuwe inzichten, oplossingen en werkwijzen. Jongeren zijn structureel bij het leernetwerk betrokken.

Aanvragen subsidie

Er kan subsidie worden aangevraagd voor het opzetten, uitbouwen en verstevigen van een duurzaam leernetwerk participatief jeugdonderzoek, waarvan 6 ‘coaching on the job’ trajecten onderdeel zijn. Experts op het gebied van participatief jeugdonderzoek worden hierin coach voor onderzoekers die recent gestart zijn of op het punt staan om participatief jeugdonderzoek uit te voeren in de jeugdsector.

Budget

Er kan maximaal € 250.000,- voor één leernetwerk worden aangevraagd met een looptijd van maximaal 3 jaar. In totaal is voor deze programmalijn € 250.000,- beschikbaar.  

Hierbij geldt de verplichting dat aanvragers ook zelf investeren in het project. Aanvragers kunnen maximaal 75% van de totaalbegroting aanvragen bij ZonMw en dienen ten minste 25% van de totaalbegroting zelf te investeren (in kind of in cash).

Meer weten?

]]>
news-7128 Fri, 09 Apr 2021 08:44:10 +0200 Derde cohortstudie huiselijk geweld: wat werkt om het geweld te stoppen? https://www.verwey-jonker.nl/artikel/derde-cohortstudie-huiselijk-geweld-wat-werkt-om-het-geweld-te-stoppen/ Het Verwey-Jonker Instituut gaat in opdracht van ZonMw een derde cohortstudie uitvoeren naar de resultaten van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Uit de tweede cohortstudie bleek al dat we op de goede weg zijn als het gaat om de aanpak. Er wordt zowel landelijk als regionaal hard gewerkt aan het verbeteren van de aanpak. In deze derde cohortstudie wordt daarom opnieuw onderzocht wat werkt om het geweld te stoppen. news-7083 Mon, 29 Mar 2021 09:54:25 +0200 Veilig Verder aanpak onderzocht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/veilig-verder-aanpak-onderzocht/ Het inzetten van de Veilig Verder-aanpak zorgt voor allerlei verbeteringen in gezinnen waarbij sprake is van huiselijk geweld. Een van de grootste verbetering is dat de gezinnen door Veilig Verder een betere kwaliteit van leven ervaren ten opzichte van de gebruikelijke werkwijze die in Nederland wordt ingezet na meldingen van huiselijk geweld. Dit blijkt uit onderzoek dat naar deze aanpak is gedaan in de regio Haaglanden. In dit onderzoek is nagegaan of de Veilig Verder-aanpak leidt tot minder kindermishandeling, geweld en trauma, en meer veiligheid voor partners en kinderen dan de reguliere werkwijze in Nederland. Uit het onderzoek kwamen positieve resultaten van de Veilig Verder-aanpak naar voren.

Geweld neemt af en opvoedstress vermindert

Bij gezinnen waar bij de start van de Veilig Verder-aanpak sprake was van zeer veel geweld, nam dit in de loop van het traject heel duidelijk af. Ook werd de opvoedingsstress en klinische trauma’s bij ouders minder. De resultaten van gezinnen waarbij de Veilig Verder-aanpak is ingezet, zijn vergelijken met een groep waarbij de gebruikelijke werkwijze is ingezet. Er blijkt nauwelijks verschil te zijn. Ook in die groep vonden de meeste verbeteringen op dezelfde manier plaats en is erg geen duidelijk onderscheid met de Veilig Verder-groep. Wel was er sprake van meer verbetering bij een aantal gezinnen met een laag inkomen. Hier daalde het percentage werkloosheid en steeg de kwaliteit van leven van de gezinnen.

Oplossingsgerichte werkwijze

De Veilig Verder-aanpak is een oplossingsgerichte werkwijze, die is gebaseerd op een in Australië ontwikkelde werkwijze (Signs of Safety). De aanpak wordt in de regio Haaglanden uitgevoerd door Veilig Verder-teams. Het doel van de Veilig Verder-aanpak is om de verschillende soorten hulp die nodig zijn voor verschillende gezinsleden op elkaar af te stemmen. De werkwijze richt zich op het realiseren van een veilig opvoedklimaat binnen deze gezinnen. De aanpak gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en kracht van ouders en hun kinderen, waarbij het sociale netwerk van het gezin een actieve bijdrage heeft.

Op vrijwillige basis

De Veilig Verder-teams werken op basis van vrijwillige inzet van de gezinnen. Toch ervaren ouders en professionals de hulp niet altijd als volledig vrijwillig. De houding van de professional kan er wel voor zorgen dat de hulp niet als dwingende hulp wordt ervaren. Dit is ook belangrijk bij het winnen van het vertrouwen van de ouders. Veilig Verder biedt een kans om binnen het vrijwillige kader, met oog voor wensen en behoeften van de gezinsleden, te werken aan veiligheid en het voorkomen van gedwongen hulp. Wanneer ouders er zelf van overtuigd zijn dat er gewerkt moet worden aan veiligheid, is dit duidelijk bevorderlijk voor het succes van het Veilig Verder-traject.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-7075 Thu, 25 Mar 2021 16:31:00 +0100 Subsidieronde 4c: MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk gepubliceerd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-4c-mdt-groeit-naar-een-landelijk-dekkend-netwerk-gepubliceerd/ Vandaag is subsidieronde 4c: MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk gepubliceerd. In deze subsidieronde kunnen organisaties subsidie aanvragen om MDT verder te laten groeien naar een landelijk dekkend netwerk. Hiervoor kunnen organisaties in partnerschappen een subsidieaanvraag indienen. Organisaties die voornemens zijn een subsidieaanvraag in te dienen, moeten uiterlijk vrijdag 30 april 2021 een vooraanmelding doen. Een passende MDT in de eigen omgeving

Het doel is dat alle jongeren van 14 tot en met 27 jaar in hun eigen omgeving een aantrekkelijke MDT (maatschappelijke diensttijd) kunnen doen, die aansluit bij hun interesses, wensen en mogelijkheden. Jongeren doen met MDT iets voor een ander en/of de samenleving, ontwikkelen hun talenten en ontmoeten elkaar en anderen. Naast impact op jongeren, heeft MDT ook meerwaarde voor maatschappelijke organisaties en de samenleving.

3 programmalijnen

In deze subsidieronde wordt gewerkt met 3 programmalijnen.

  • In programmalijn 1: Opschalen, uitbreiden en versterken kunnen alle (maatschappelijke) organisaties, gemeenten, onderwijsinstellingen met een partnerschap een subsidieaanvraag indienen voor het starten of uitbreiden van een MDT-project. Om hiermee het passend MDT-aanbod voor alle jongeren te vergroten, het MDT-netwerk uit te breiden en toe te werken naar verdere landelijke dekking. Lees meer over programmalijn 1.
  • In programmalijn 2: Intensieve variant MDT door gemeenten, kunnen gemeenten met een partnerschap een subsidieaanvraag indienen voor een intensieve variant, waarbij jongeren zich minimaal 320 uur in maximaal 6 maanden inzetten. Het doel is om bij te dragen aan het landelijk beschikbaar stellen van de intensieve variant van MDT. Lees meer over programmalijn 2.
  • In programmalijn 3: MDT in het onderwijs, krijgen instellingen voor en in het onderwijs en hun partners de mogelijkheid om een MDT-project in het onderwijs te starten of uit te breiden en daarmee het MDT-aanbod tijdens onderwijs te vergroten en aan te sluiten op het MDT-netwerk. In deze variant vindt MDT minimaal deels in begeleide onderwijsuren plaats en is het MDT-traject gekoppeld aan onderwijsdoelen. Lees meer over programmalijn 3.

Het is mogelijk om in meerdere programmalijnen een subsidieaanvraag in te dienen, mits de subsidieaanvragen aansluiten op de doelstellingen en voorwaarden uit de betreffende programmalijn. Deze subsidieaanvragen worden per programmalijn met de bijbehorende voorwaarden beoordeeld.

Omdat iedere lijn andere doelstellingen en voorwaarden heeft, is het niet mogelijk om dezelfde aanvraag in meerdere programmalijnen in te dienen. Wilt u weten in elke programmalijn(en) u kunt indienen? Bekijk dan deze publicatie. Hierin vindt u samenvattingen van de verschillende programmalijnen en leest u waar u met uw organisatie kunt indienen.

Belangrijke data

Als u voornemens bent om een subsidieaanvraag in te dienen, meld uw subsidieaanvraag dan uiterlijk vrijdag 30 april 2021 bij ons aan.

De deadline voor het indienen van de subsidieaanvraag verschilt per programmalijn. Voor programmalijn 1 is de deadline dinsdag 1 juni 2021,12.00 uur. Voor programmalijn 2 en 3 is de deadline om een aanvraag in te dienen dinsdag 25 mei 2021, 12.00 uur.

Informatiebijeenkomst

In april organiseert ZonMw enkele digitale informatiebijeenkomsten waarin we de subsidieoproep en de procedures om een subsidieaanvraag in te dienen nader toelichten en uw vragen beantwoorden. U kunt uzelf hier inschrijven voor een van de informatiebijeenkomsten.

Houdt voor meer informatie over de publicatie van de subsidieoproep onze LinkedIn-pagina ZonMw: Jeugd, website en nieuwsbrief in de gaten.

Over MDT

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet van jongeren voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang: iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten.

Meer weten?

]]>
news-7070 Tue, 23 Mar 2021 07:51:18 +0100 Aan de slag met de JGZ-richtlijn Ouder-kindrelatie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aan-de-slag-met-de-jgz-richtlijn-ouder-kindrelatie/ Vanaf nu kunnen JGZ-professionals gebruikmaken van de nieuwe JGZ-richtlijn Ouder-Kindrelatie. De richtlijn biedt handvatten voor het handelen tijdens contacten met kinderen en jongeren van -9 maanden tot 18 jaar en hun ouders. De ouder-kindrelatie vormt de basis voor de ontwikkeling van een kind. Vroege signalering van verstoringen in deze relatie is belangrijk, omdat verstoringen kunnen leiden tot gedragsproblemen en in ernstige gevallen tot persoonlijkheidsproblematiek bij het kind. JGZ-professionals bevinden zich bij uitstek in de positie om de ouder-kindrelatie vroegtijdig ter sprake te brengen, mogelijke verstoringen te signaleren en ouders te ondersteunen in hun ouderrol. Maar de ouder-kindrelatie is ook een gevoelig thema. Het vraagt veel deskundigheid om de ouder-kindrelatie op een passende wijze bespreekbaar te maken.

Bekijk de belangrijkste thema’s uit de richtlijn in deze video.

Hoe kan ik aan de slag met de richtlijn?

Het NCJ biedt ondersteuning bij het implementeren van nieuwe richtlijnen in de praktijk met praktische tools voor professionals, management en beleid. Deze tools zijn te downloaden vanaf de startpagina van de richtlijn. Bekijk de richtlijn op de JGZ-Richtlijnen website van het NCJ en in de JGZ Richtlijnen app. Voor ouders is informatie aansluitend op deze richtlijn, onder andere over hechting, opvoedtips en contact maken, te vinden via Opvoeden.nl.

Is er een e-learning beschikbaar?

De e-learning Ouder-kindrelatie is vanaf nu ook beschikbaar in de JGZ Academie en gebaseerd op de richtlijn. Deze e-learning biedt theoretische kennis over de ouder-kindrelatie en gaat in op hoe u als JGZ-professional kunt signaleren, ondersteunen, begeleiden, verwijzen en samenwerken. De e-learning sluit u af met een toets. Accreditatie is aangevraagd. Lees voor het maken van de e-learning eerst de richtlijn.

Werksessie

Op 18 mei 2021 van 9.00 tot 11.00 uur organiseert het NCJ een digitale werksessie voor deelnemers van het richtlijn implementatie netwerk en professionals met affiniteit met het thema. Samen met het NCJ en de richtlijnontwikkelaar wordt dan gewerkt aan implementatie vraagstukken rondom deze richtlijn. Aanmelden kan via het aanmeldformulier.


ZonMw-programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018

Dit project maakt onderdeel uit van het ZonMw-programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018. Het programma heeft tot doel om de kwaliteit van de uitvoering van het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg te verbeteren door de ontwikkeling en herziening van JGZ-richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen met andere sectoren en producten ter ondersteuning van de implementatie. Hiermee worden professionals uitgerust met kennis en vaardigheden om hun werk goed te kunnen doen, draagt het programma bij aan uniformering van de beroepsbeoefening en aan kwaliteitsverbetering van en kwaliteitsborging in JGZ-organisaties. Het programma draagt zo bij aan de fysieke, psychische en sociale gezondheid van kinderen in Nederland en aan de ondersteuning van ouders in de opvoeding.

Meer weten?

•    Website JGZ-richtlijnen NCJ
•    ZonMw-project JGZ-Richtlijn Ouder- Kind relatie
•    ZonMw-programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018
•    ZonMw-thema Jeugdgezondheidszorg
•    ZonMw-thema Jeugd

]]>
news-7048 Tue, 16 Mar 2021 08:30:19 +0100 Multidisciplinaire aanpak lijkt effectief bij aanpak van kindermishandeling https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/multidisciplinaire-aanpak-lijkt-effectief-bij-aanpak-van-kindermishandeling/ De inzet van de multidisciplinaire aanpak Resolutions Approach lijkt effectief te zijn bij gezinnen waar vermoedens van kindermishandeling bestaan. Hiervoor zijn in een onderzoek van Centrum ’45 en Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met GGZ Rivierduinen, De Waag, Altra, en Kenter, aanwijzingen gevonden. De Resolutions Approach is een oplossingsgerichte aanpak van kindermishandeling (ontwikkeld door Susie Essex) waarbij gezinnen, hun sociale netwerk en hulpverleners samenwerken zodat kinderen veilig kunnen opgroeien. De kern van de aanpak is het inzetten van een beeldverhaal en het sociale netwerk. Hiermee wordt de geheimhouding over het huiselijk geweld doorbroken.

De aanpak is met name geschikt in situaties waarbij sprake is van ontkenning van kindermishandeling. De ouders hoeven geen schuld te ‘bekennen’, maar de aanpak focust zich op het nu en toekomstig veiligstellen van het kind.

Gunstige uitkomst behandelmethode

De eerste resultaten wijzen dus op een gunstige uitkomst van de behandelmethode. Voornamelijk frequente, per gezin geïndividualiseerde metingen, en informatie uit kwalitatieve interviews laten dit beeld zien. De follow-up metingen worden nog gedaan en zullen meegenomen worden in het vervolgonderzoek.

Meer openheid en weinig sociaal-emotionele problemen

Dit onderzoek heeft een paar belangrijke inzichten opgeleverd. Ten eerste laten kwalitatieve interviews zien dat er in de gezinnen meer open wordt gesproken over kindermishandeling en onveiligheid. Daarnaast worden er – na inzet van de methode - over het algemeen weinig sociaal-emotionele problemen bij kinderen gerapporteerd. Verder lijken in alle gezinnen de stappen van Resolutions Approach protocol, behalve het rollenspel-onderdeel, goed geïmplementeerd te zijn.

Het onderzoek

In het onderzoek is de effectiviteit van de Resolutions Approach-methode onderzocht bij gezinnen met kinderen tussen 8 en 18 jaar oud. Hiervoor is een N=1-onderzoek gedaan, met geïndividualiseerde metingen en kwalitatieve interviews. Voor, regelmatig tijdens, en na de behandeling is bij ouders en kinderen informatie verzameld over de veiligheid in het gezin, posttraumatische stressklachten, emotionele en gedragsproblemen bij het kind, opvoedingsstress bij de ouders en de band tussen ouders en kind. Na de behandeling is bij gezinsleden informatie verzameld middels een kwalitatief interview. Kinderen hebben ten opzichte van de ouders minder deelgenomen aan het onderzoek en interventie. Dit is deels te verklaren doordat kinderen hiervoor ouderlijke toestemming nodig hebben.

Meer weten?

]]>
news-7038 Thu, 11 Mar 2021 14:17:17 +0100 Digitale tool INKT geeft jongeren inzicht en regie over hun vragenlijstgegevens https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/digitale-tool-inkt-geeft-jongeren-inzicht-en-regie-over-hun-vragenlijstgegevens/ Met de digitale tool INKT krijgen jongeren (12-19 jaar) die in behandeling zijn bij de jeugd-ggz zelf toegang tot en regie over de gegevens uit de vragenlijsten die zij zelf, hun ouders en/of de leerkracht invullen. Jongeren kunnen met de tool hun eigen resultaten vergelijken met bijvoorbeeld de resultaten van hun ouders en resultaten van eerdere metingen. De tool geeft de resultaten in begrijpelijke taal weer en is visueel aantrekkelijk voor de jongeren. Uit het onderzoek blijkt dat de jongeren die INKT gebruiken zeer tevreden zijn over het gebruik en dat ze meer zelfvertrouwen en eigen regie ervaren. Digitale tool INKT

Binnen de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd worden vragenlijsten gebruikt om te zien hoe het met de behandeling van jongeren gaat. Een veelgehoorde klacht is dat jongeren de uitkomsten van de vragenlijsten vaak niet of onvoldoende terug konden zien. Daarom hebben jongeren, samen met ontwerpers en onderzoekers, de digitale tool INKT (vrij naar ‘I Need To Know’) ontwikkeld. Hiermee kunnen ze zelf naar de resultaten van vragenlijsten kijken. Met INKT kunnen jongeren hun eigen resultaten vergelijken met bijvoorbeeld de resultaten van hun ouders en resultaten van eerdere metingen. Zo kan een jongere de resultaten beter bespreekbaar maken en – samen met de behandelaar - actief aan de slag gaan met de verkregen inzichten in de behandeling.

Voor, door en met jongeren

Jongeren zijn van het begin tot het einde betrokken bij de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van de INKT-tool. Omdat zij hun ideeën, ongezouten mening en enthousiasme hebben willen delen, is INKT écht een tool voor, door en met jongeren geworden.

Participatievoucher

Dit project heeft een participatievoucher toegekend gekregen. Deze voucher is ingezet om jongeren actief te betrekken bij de implementatie van INKT binnen GGzE Kind en Jeugd. Er is een pizzabijeenkomst georganiseerd waarin jongeren hebben nagedacht over manieren om INKT het beste onder de aandacht te brengen. Tijdens deze bijeenkomst zijn veel nieuwe inzichten opgedaan die de basis zijn geweest voor nieuwe implementatieactiviteiten en pr-uitingen. Zo is er een huisstijl ontwikkeld die aansluit bij de INKT-tool en die op alle folders, flyers en posters terugkomt. De posters en folders zijn in overleg met jongeren opgezet. En er zijn 2 animatiefilmpjes gemaakt waar jongeren aan bijgedragen hebben.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-7006 Fri, 05 Mar 2021 15:51:25 +0100 Deadline subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT uitgesteld tot 30 maart 12.00 uur https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/deadline-subsidieronde-perspectief-voor-de-jeugd-met-mdt-uitgesteld-tot-30-maart-1200-uur/ Jongeren hebben het zwaar tijdens de coronacrisis. Om hen in deze tijd te ondersteunen heeft het kabinet geld vrijgemaakt. Vanuit het zogenoemde Jeugdpakket is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor gemeenten om op een snelle manier maatschappelijke activiteiten te organiseren voor jongeren, door samen te werken met MDT-organisaties. Om nog meer gemeenten de mogelijkheid te bieden een aanvraag in te dienen om deze jongeren te helpen, heeft het kernteam MDT besloten deze laagdrempelige subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT uit te stellen tot 30 maart 2021. Activiteiten voor jongeren

De leefwereld van jongeren is drastisch veranderd. De impact hiervan op jongeren uit zich onder andere in eenzaamheid, stress, werkloosheid, onderwijsachterstand en schulden. Er ligt een grote opdracht bij gemeenten om jongeren in coronatijd activiteiten aan te bieden die aansluiten op hun motivatie. Jongeren willen ook graag helpen, zo blijkt ook uit de hulpinitiatieven die zijn georganiseerd in de voorgaande subsidieronde Helpen wanneer je nodig bent: #ookditisMDT.

In de subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT kunnen gemeenten, samen met één of meerdere MDT-organisaties een subsidieaanvraag indienen. Om snel en effectief MDT-activiteiten voor jongeren op te zetten die inspelen op maatschappelijke noden ontstaan door het coronavirus.  Er is per subsidieaanvraag maximaal € 50.000 beschikbaar voor projecten met een looptijd van maximaal 12 weken. De projecten kunnen met een aanvullende subsidie van maximaal € 25.000 verlengd worden met maximaal 8 weken. Indienen kan vanaf 1 februari 2021 tot 30 maart 2021, 12.00 uur.

Over de maatschappelijke diensttijd

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang. Namelijk iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten. Doordat jongeren iets doen voor een ander en/of voor de samenleving, komen ze zelf ook een stap verder. Met talentontwikkeling ontwikkelen jongeren vaardigheden en vergroten zij hun zelfvertrouwen en hun netwerk. MDT heeft ook tot doel mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen.

Meer weten?

]]>
news-6910 Mon, 15 Feb 2021 08:26:00 +0100 Sombere jongeren beter geholpen met Blended Grip op je Dip https://publicaties.zonmw.nl/sombere-jongeren-beter-geholpen-met-blended-grip-op-je-dip/ 1 op de 5 jongeren kampt met somberheidsklachten. Door de coronacrisis neemt hun aantal alleen maar toe. Voor velen biedt de online groepscursus Grip op je Dip voldoende handvatten. Maar soms werkt een mix van een online zelfhulpcursus en een aantal (fysieke) gesprekken met praktijkondersteuners huisartsen GGZ (POH-GGZ) beter. In Deventer wordt deze nieuwe ‘blended’ variant nu uitgerold. news-6912 Wed, 10 Feb 2021 15:14:52 +0100 Interventie Kinderen In een Scheiding effectief volgens goede aanwijzingen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/interventie-kinderen-in-een-scheiding-effectief-volgens-goede-aanwijzingen/ De onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies heeft de interventie Kinderen In een Scheiding (KIES) erkent als effectief volgens goede aanwijzingen. Dit is het op een na hoogste erkenningsniveau dat een interventie kan bereiken in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. KIES is een preventieve groepsinterventie voor kinderen van 7 tot 12 jaar en hun gescheiden ouders. Beter omgaan met de scheiding

De interventie is gericht op het voorkomen of beperken van mogelijke problemen, zoals een zwakke band met ouders, internaliserende of externaliserende problemen, slechte schoolprestaties en een verminderd zelfvertrouwen. De kinderen krijgen inzicht in de eigen situatie en vergroten hun vermogen om zelf problemen op te lossen. Door het contact met andere kinderen met gescheiden ouders kunnen ze makkelijker praten over hun gevoelens. Een belangrijk onderdeel van KIES is het verminderen van schuldgevoelens over de scheiding en het herkennen en corrigeren van misvattingen. Kinderen leren daarnaast hulp te vragen en beter te communiceren met hun ouders, wat hen helpt om beter om te gaan met de scheiding.

Meer aandacht en zorg voor kinderen met gescheiden ouders

In 2013 heeft ZonMw het project K.I.E.S voor het kind! Effectonderzoek naar het preventieve interventieprogramma Kinderen in Echtscheiding Situatie, samen met het project Dappere Dino’s een parel gekregen.. Gerichte steun in het omgaan met de scheiding kan problemen helpen voorkomen, zo bleek uit de twee studies naar de programma’s KIES en Dappere Dino’s.

Het belang van ondersteuningsprogramma’s voor thuiswonende kinderen die te maken hebben met een (echt)scheiding van hun ouders werd daarmee in 2013 al centraal gezet. De aandacht en zorg voor deze kinderen is de afgelopen 10 jaar door alle aandacht al een stuk verbeterd.

Meer weten?

]]>
news-6838 Wed, 27 Jan 2021 09:22:25 +0100 Grow-It!-app: welzijn van jongeren is afgelopen jaar fors gedaald https://amazingerasmusmc.nl/actueel/welzijn-jongeren-afgelopen-halfjaar-met-40-procent-gedaald/ Uit de cijfers van de Grow It!-app onder ruim tweeduizend jongeren blijkt dat het welzijn van jongeren het afgelopen halfjaar met 40 procent verminderd is. De Grow It!-app ontwikkeld door het Erasmus MC-Sophia en de Erasmus Universiteit steunt jongeren bij het omgaan met stress, verveling en eenzaamheid tijdens de nieuwe lockdown. news-6789 Wed, 13 Jan 2021 07:47:53 +0100 Subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-perspectief-voor-de-jeugd-met-mdt-opengesteld/ Jongeren hebben het zwaar tijdens de coronacrisis. Om hen in deze tijd te ondersteunen heeft het kabinet geld vrijgemaakt. Vanuit het zogenoemde Jeugdpakket is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor gemeenten om op een snelle manier maatschappelijke activiteiten te organiseren voor jongeren, door samen te werken met MDT-organisaties. Hiervoor is de laagdrempelige subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT opengesteld. Activiteiten voor jongeren

De leefwereld van jongeren is drastisch veranderd. De impact hiervan op jongeren uit zich onder andere in eenzaamheid, stress, werkloosheid, onderwijsachterstand en schulden. Er ligt een grote opdracht bij gemeenten om jongeren in coronatijd activiteiten aan te bieden die aansluiten op hun motivatie. Jongeren willen ook graag helpen, zo blijkt ook uit de hulpinitiatieven die zijn georganiseerd in de voorgaande subsidieronde Helpen wanneer je nodig bent: #ookditisMDT.

In de subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT kunnen gemeenten, samen met één of meerdere MDT-organisaties een subsidieaanvraag indienen. Om snel en effectief MDT-activiteiten voor jongeren op te zetten die inspelen op maatschappelijke noden ontstaan door het coronavirus.  Er is per subsidieaanvraag maximaal € 50.000 beschikbaar voor projecten met een looptijd van maximaal 12 weken. De projecten kunnen met een aanvullende subsidie van maximaal € 25.000 verlengd worden met maximaal 8 weken. Indienen kan vanaf 1 februari 2021 tot 12 maart 2021, 12.00 uur.

Meer informatie over de subsidieoproep

Het programma Maatschappelijke diensttijd (MDT) organiseert op donderdag 14 januari van 14.30 tot 16.00 uur de online netwerkbijeenkomst ‘Perspectief voor de jeugd met MDT’. Tijdens deze bijeenkomst wordt meer informatie gegeven over MDT en de subsidieronde Perspectief voor de jeugd met MDT. Aanmelden kan via dit formulier.

Aanvullend hierop organiseert ZonMw online bijeenkomsten waarin specifieke vragen over de subsidieoproep gesteld kunnen worden. De bijeenkomsten vinden in kleine groepen plaats, zodat er voldoende ruimte is voor het beantwoorden van alle vragen. Kijk daarom voor de beschikbare data op het inschrijfformulier. Inschrijven voor de Zoom-bijeenkomst kan via dit formulier.

Over de maatschappelijke diensttijd

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang. Namelijk iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten. Doordat jongeren iets doen voor een ander en/of voor de samenleving, komen ze zelf ook een stap verder. Met talentontwikkeling ontwikkelen jongeren vaardigheden en vergroten zij hun zelfvertrouwen en hun netwerk. MDT heeft ook tot doel mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen.

Meer weten?

]]>
news-6753 Wed, 06 Jan 2021 16:18:09 +0100 Wat te doen bij druk en impulsief gedrag? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wat-te-doen-bij-druk-en-impulsief-gedrag/ Kinderen die druk en impulsief gedrag vertonen krijgen al snel de classificatie ADHD. Maar is dat label altijd nodig om passende hulp te bieden? Binnen de Academische Werkplaats ADHD en druk gedrag kijken wetenschappers verschillend tegen dit vraagstuk aan. In een recent verschenen artikel voor Kind en Adolescent gaan zij in op de voor- en nadelen van de ADHD-classificatie. En slaan zij een brug tussen 2 visies die lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. Stigmatisering

Terughoudendheid met het toekennen van de classificatie ADHD is op zijn plaats, meent een aantal wetenschappers die onderzoek doet binnen de werkplaats. Een diagnostisch label kan leiden tot lage verwachtingen van ouders en leerkrachten, stigmatisering en een laag zelfbeeld. De onderzoekers pleiten dan ook voor ‘stepped diagnosis’, waarbij de eerste stappen in het hulpverleningsproces zonder ADHD-classificatie worden volbracht.

Toegang tot kennis

De andere visie stelt dat een diagnostische classificatie toegang kan geven tot wetenschappelijke kennis die is verzameld over een probleem. Hiermee krijgen hulpverleners inzicht in wat er bekend is over mogelijke oorzaken, prognose en effectief bewezen behandelingen van dat probleem. Een classificatie kan ouders helpen beter te besluiten over een behandeling, of om het gedrag van hun kind beter te begrijpen.

Overeenkomsten

Hoewel deze 2 visies in het maatschappelijk debat soms ver uit elkaar lijken te liggen, zijn er veel overeenkomsten. Beiden erkennen bijvoorbeeld dat er nadelen kunnen kleven aan een classificatie (zoals stigmatisering). Tegelijk kan een label in bepaalde situaties nuttig zijn, bijvoorbeeld om te kunnen bepalen wat voor hulp passend is. Bovendien zijn ze het erover eens dat zorgverleners goed aan ouders en kinderen moeten uitleggen hoe een classificatie ADHD tot stand komt en wat deze betekent: in ieder geval níet dat ADHD de oorzaak is van druk, impulsief en ongeconcentreerd gedrag.

Meer weten?

- Op de website van Kind en Adolescent lees je het artikel dat is geschreven door Betty Veenman en Eva Mutsaers, coördinatoren van de Academische Werkplaats ADHD en Druk Gedrag.
- ZonMw Jeugd
- ZonMw ADHD
- ZonMw AWTJ
- Werkplaatsenjeugd

 

]]>
news-6750 Tue, 05 Jan 2021 14:31:26 +0100 Nieuwe onderzoeken naar ggz-stoornissen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-onderzoeken-naar-ggz-stoornissen/ 6 onderzoeken starten waarin de (kosten)effectiviteit wordt onderzocht van therapieën, behandelingen of interventies in de geestelijke gezondheidszorg. De onderzoeken zijn gericht op persoonlijkheidsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen en stoornissen in het psychosespectrum. De projectleiders vertellen wat ze onderzoeken en waarom. Onderzoek naar persoonlijkheidsstoornissen

Een team onder leiding van Prof. dr. Arnoud Arntz (Universiteit van Amsterdam) en Dr. Nathan Bachrach (GGZ Oost Brabant) start een onderzoek naar de behandeling met schematherapie van cluster-c persoonlijkheidsstoornissen: ‘Deze steeds meer gebruikte vorm van psychotherapie wordt vaker in groepsverband gegeven, omdat dan meer cliënten behandeld kunnen worden per therapeut, en omdat de toepassing in groepen de effecten zou versterken. Echter, het is nog niet onderzocht of groepsschematherapie werkelijk (kosten)effectief is als behandeling voor cluster-c persoonlijkheidsstoornissen ten opzichte van individuele schematherapie of een andere standaardbehandeling, en of het wel geschikt is voor iedereen. Het is denkbaar dat sommige cliënten beter af zijn met individuele schematherapie of met een andere gebruikelijke behandeling.’

In het project van Dr. Dineke Feenstra en Dr. Joost Hutsebaut (De Viersprong) start een onderzoek naar de effectiviteit van het vroegtijdig signaleren en behandelen van borderline problemen bij jongeren. Borderline-persoonlijkheidsstoornissen kunnen niet alleen tijdens maar ook na de puberteit zeer ernstige gevolgen hebben: vroegtijdig ingrijpen zou dat kunnen voorkomen. Feenstra: ‘Nu gebeurt dat vaak niet of te laat. Dat komt omdat veel hulpverleners de diagnose niet goed herkennen, mede omdat deze jongeren zich vaak melden met een reeks van andere klachten, zoals angst en depressie. Daar wordt de behandeling dan vaak eerst op gericht. In deze studie onderzoeken we een vroege-interventiebenadering, waarin de focus ligt op de persoonlijkheidsproblematiek: MBT-early. Dit is een korte behandeling, gebaseerd op Mentalization-Based Treatment (MBT). Die benadering willen we vergelijken met de reguliere behandeling die door de richtlijnen voor angst en depressie wordt voorgeschreven: cognitieve gedragstherapie (CGT). Resultaten kunnen bijdragen aan het beter afstemmen van de behandeling op de specifieke kwetsbaarheid van angstige en depressieve jongeren die meer gebaat zijn bij een directe behandeling op hun persoonlijkheidsproblemen’.

Herstelgerichte interventie voor mensen met overmatige achterdocht

In het kader van stoornissen in het psychosespectrum onderzoeken Dr. David van den Berg en Drs. Eva Tolmeijer (Vrije Universiteit Amsterdam & Parnassia Groep) de effectiviteit van Feeling Safe-NL, een nieuwe, herstelgerichte en modulaire CGT- interventie voor mensen met overmatige achterdocht. Tolmeijer: ‘Het is enorm belangrijk dat we nieuwe effectieve interventies ontwikkelen voor deze doelgroep omdat overmatige achterdocht veel voorkomt en leidt tot sociale isolatie en hopeloosheid. Feeling Safe-NL maakt gebruik van verschillende korte cognitieve gedragstherapie-modules die ieder gericht zijn op één van de belangrijkste in stand houdende factoren van overmatige achterdocht. Deze CGT-modules zijn eerder los van elkaar onderzocht en effectief gebleken in het verminderen van achterdocht en het verbeteren van het mentaal welzijn. Nu worden ze als totaalpakket aangeboden om hersteldoelen van de persoon te behalen. Parallel aan het verminderen van de probleem in stand houdende factoren samen met een psycholoog, wordt er samen met een ervaringsdeskundige gewerkt aan het in kaart brengen en inzetten van de eigen krachten. Zo worden de obstakels die het herstel in de weg staan verminderd, terwijl de draagkracht, het vertrouwen en perspectief wordt versterkt’.

Behandeling van depressie

Dr. Philip van Eijndhoven (Radboud UMC Nijmegen) en dr. Annemiek Dols (GGZinGeest en VUmc)  onderzoeken de (kosten-)effectiviteit en de bijwerkingen van elektroconvulsieve therapie (ECT) ten opzichte van andere beschikbare behandelingen. Van Eijndhoven: ‘Hersenstimulatie via elektroconvulsieve therapie (ECT) is een veilige en effectieve behandeling voor mensen met ernstige depressies, maar wordt in Nederland weinig en mogelijk te laat toegepast. Dit komt door onbekendheid van effectiviteit en positie in het behandelprotocol, de gedachte dat ECT duurder is dan andere behandelingen en het negatieve beeld rondom ECT’. In het onderzoek worden bestaande gegevens geanalyseerd en nieuwe gegevens verzameld waarmee een behandeling met ECT of met medicatie direct met elkaar vergeleken wordt. Daarnaast wordt er samen met cliënten en hun familie een informatieve website ontwikkeld om te ondersteunen in het beslissingsproces voor het ondergaan van deze behandeling die vaak ingrijpend is voor zowel cliënten als naasten.

Het onderzoek van Dr. Suzanne van Bronswijk (Maastricht University) gaat over het personaliseren van behandeladviezen voor depressie door middel van geavanceerde statistische modellen. Van Bronswijk: ‘Depressie is een van de meest voorkomende psychische problemen. Er zijn verschillende behandelingen beschikbaar die gemiddeld gezien even effectief zijn. De behandeleffecten verschillen echter sterk per persoon en het is moeilijk te voorspellen welke behandeling het beste werkt voor wie.’ Daarom worden in dit project nieuwe statistische modellen ontwikkeld die de behandelrespons vóór en tijdens de behandeling voorspellen. Vervolgens wordt er een gebruiksvriendelijke web-based tool ontwikkeld waarin de voorspellingen van de modellen omgezet worden in adviezen voor cliënten en behandelaren. Tenslotte wordt de effectiviteit van deze tool getest in verschillende ggz-instellingen. ‘De verwachting is dat het gebruik van persoonlijke adviezen de effectiviteit van depressiebehandeling verbetert, waardoor cliënten met kortere behandeltrajecten sneller herstellen van een depressie’.


Therapie met paarden bij autisme

In het kader van ontwikkelingsstoornissen doet Drs. Jenny den Boer (Karakter) onderzoek naar het effect van therapie met paarden bij 'uitbehandelde' jongeren met autisme. Een deel van de adolescenten met autisme blijft ernstige ontregelingen van emoties houden, ondanks langdurige behandeling. Zonder verdere behandeling is het risico op het ontwikkelen van andere ernstige aandoeningen groot en lukt het de adolescent vaak niet om als zelfstandige volwassene te leven. Den Boer: ’Therapie met paarden is mogelijk effectief voor deze groep. Doordat gedegen onderzoek hiernaar ontbreekt, is deze behandelvorm beperkt beschikbaar. We hopen dat dit onderzoek zal bijdragen aan de kwaliteit en beschikbaarheid van therapie met paarden als behandeling voor autisme’.


Klinisch toegepast onderzoek

De projecten hebben een looptijd van 5 tot 7 jaar, de eerste resultaten hiervan worden in 2025 verwacht. Zij ontvingen een subsidie vanuit de eerste subsidieronde voor klinisch toegepast onderzoek in de geestelijke gezondheidszorg. In totaal worden er 3 subsidierondes voor klinisch toegepast onderzoek vanuit het Onderzoeksprogramma ggz uitgezet. De tweede subsidieronde wordt januari 2021 opengesteld. In deze ronde staan de volgende categorieën centraal:
-    Angststoornissen;
-    obsessieve-compulsieve stoornissen;
-    verslavingsstoornissen;
-    gedragsstoornissen;
-    eetstoornissen.

Lees meer over ieder project

Meer informatie

]]>
news-6629 Thu, 10 Dec 2020 12:57:00 +0100 Waardevolle kennisproducten voor de jeugdsector https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/waardevolle-kennisproducten-voor-de-jeugdsector/ Bent u werkzaam in of vóór de jeugdsector als praktijkprofessional, beleidsmaker of opleider én op zoek naar een innovatieve oplossing die de jeugdhulp in uw regio kan helpen verbeteren? De werkplaatsen jeugd hebben een schat aan kennis opgedaan en bruikbare producten ontwikkeld. Deze kennisproducten kunt u nu toepassen in uw eigen organisatie met behulp van een kennisvoucher. Vanaf 10 december stelt ZonMw maximaal 10.000 euro per voucher beschikbaar. Als gemeente, jeugdorganisatie en opleidingsinstelling kunt u deze laagdrempelige kennisvoucher bij ZonMw aanvragen. Met de voucher kunt u een kennisproduct dat is ontwikkeld door de academische werkplaatsen transformatie jeugd, met ondersteuning van deze werkplaats, inzetten binnen de context van uw eigen werkpraktijk.

Om welke kennis en producten gaat het?

In de kennisetalage vindt u de 15 beschikbare producten waarvoor een kennisvoucher kan worden aangevraagd. Deze producten richten zich op thema’s als eigen regie, eenzaamheid, armoede, diversiteitsgevoelig werken en kwetsbare jongeren. Ook de vorm is divers: het aanbod bestaat uit onder andere methodieken, workshops, scholingstrajecten en tools. Deze producten worden toegelicht met een korte tekst en met een vlog van de werkplaats. Hierin vertellen zowel ontwikkelaars als gebruikers over hun ervaringen met het kennisproduct.

Werkwijze

Ziet u in de kennisetalage een product dat kan voorzien in een vraag of behoefte die leeft binnen uw organisatie? Neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende werkplaats en stel gezamenlijk een aanvraag op. In de subsidieoproep  leest u de randvoorwaarden en andere noodzakelijke informatie over het aanvraagproces.

Voorwaarden

De maximale looptijd van een vouchertraject is 12 maanden. Een organisatie kan maximaal 10.000 euro aanvragen per voucher. In de periode van 10 december 2020 tot en met uiterlijk 9 december 2021 is een totaalbedrag van 300.000 euro beschikbaar. Als dit budget is uitgeput voordat de uiterlijke sluitingsdatum is bereikt, zal de oproep vroegtijdig dichtgaan. Hierbij geldt het principe: ‘wie het eerst komt, het eerst maalt'. Wees er dus snel bij!

Meer informatie

Heeft u vragen over het proces? Neem dan contact op met Iris den Hartog of Merlijne Jaspers via awtjeugd@zonmw.nl. Heeft u inhoudelijke vragen over (één van) de producten? Neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende voucher.

]]>
news-6339 Mon, 12 Oct 2020 12:16:24 +0200 Subsidieoproep vervolgonderzoek outcome aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in 13 nieuwe regio’s https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-vervolgonderzoek-outcome-aanpak-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-in-13-nieuwe-r/ Wat zijn de resultaten van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling en de hulpverleningstrajecten bij die gezinnen die bij Veilig Thuis zijn gemeld? Vanaf vandaag kunnen er subsidieaanvragen ingediend worden om een meting uit te voeren. Deze meting moet inzicht geven in langetermijngevolgen van kindermishandeling en huiselijk geweld. Deadline voor het indienen is 16 november a.s. 14.00 uur. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij de 13 Veilig Thuis-regio’s waar het onderzoek nu nog niet plaatsvindt. Alle meldingen (en daarin gemelde vormen van geweld) bij deze Veilig Thuis-regio’s worden onderzocht.

Resultaten hulpverleningstrajecten

Uit het onderzoek wordt duidelijk wat er met de gezinnen gebeurt in de periode tot een jaar na melding bij Veilig Thuis. En of er verschillen gemeten kunnen worden tussen Veilig Thuis-regio’s onderling. De dataverzameling voor het onderzoek betreft ten minste 2 momenten: het eerste vlak na melding bij Veilig Thuis (T0), het tweede een jaar na melding (T1).

Indienen van onderzoeksvoorstellen

Wil u indienen? Lees dan de subsidieoproep voor meer details over het indienen van een aanvraag binnen deze ronde en de randvoorwaarden waar een aanvraag aan moet voldoen.

Meer weten?

]]>
news-6332 Fri, 09 Oct 2020 10:47:10 +0200 Zoeken naar zinvolle informatie-uitwisseling tussen huisarts en jeugdarts https://publicaties.zonmw.nl/huisartsgeneeskunde/zoeken-naar-zinvolle-informatie-uitwisseling-tussen-huisarts-en-jeugdarts/ Kun je een tool ontwikkelen waarmee huisartsen bij jeugdigen het risico op psychische klachten beter kunnen inschatten? En voorspelt dat instrument beter met gegevens van jeugdartsen erbij? Lees het interview met onderzoeker Nynke Koning. news-6221 Wed, 23 Sep 2020 13:25:49 +0200 Onveiligheid van kinderen goed in te schatten met de nieuwe versie ARIJ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onveiligheid-van-kinderen-goed-in-te-schatten-met-de-nieuwe-versie-arij/ In een onlangs afgerond onderzoek zijn de betrouwbaarheid en validiteit van het Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) onderzocht bij verschillende jeugdzorginstanties. De resultaten van het onderzoek zijn veelbelovend en rechtvaardigen het gebruik van het instrument in de praktijk. Op basis van de resultaten van verschillende deelstudies is het ARIJ verbeterd en is een nieuwe versie van het instrument ontwikkeld. Met deze versie kan de huidige en toekomstige onveiligheid van kinderen goed worden ingeschat. Daarmee kunnen gezinnen beter worden toegeleid naar passende hulpverlening. Zo zijn kinderen naar verwachting eerder veilig en neemt het risico op onveiligheid in de opvoedingssituatie af.

Inschatting onveilige opvoedingssituatie

Het goed inschatten van (een verhoogd risico op) een onveilige opvoedingssituatie is van groot belang om kinderen te kunnen beschermen. Voor de jeugdzorg is het daarom belangrijk dat er een instrument beschikbaar is waarmee op valide en betrouwbare wijze de directe en toekomstige onveiligheid van kinderen kan worden ingeschat. Om die reden is het ARIJ ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam en Jeugdbescherming Regio Amsterdam.

Aanknopingspunten voor interventies

Het ARIJ bestaat uit een veiligheidstaxatie, een risicotaxatie en een dynamisch risicoprofiel waarmee vooruitgang kan worden gemonitord en aanknopingspunten worden verkregen voor interventies. De ARIJ-Veiligheidstaxatie en de ARIJ-Risicotaxatie zijn nu op validiteit en betrouwbaarheid onderzocht. Nieuwe en verbeterde versies van beide instrumenten zijn gerealiseerd.

In de praktijk is veel vraag naar het ARIJ en deze wordt inmiddels in heel Nederland veelvuldig gebruikt.

Aanbeveling

Jeugdzorgorganisaties wordt aangeraden om de nieuwe versies van de ARIJ-Veiligheidstaxatie en ARIJ-Risicotaxatie te gebruiken om de directe en toekomstige veiligheid van kinderen te beoordelen. Van beide instrumenten zijn de validiteit en betrouwbaarheid verbeterd en de instrumenten zijn voor een bredere populatie bruikbaar.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-6142 Tue, 08 Sep 2020 10:20:34 +0200 Verbeteren van psychosociale zorg en ondersteuning aan statushouders https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verbeteren-van-psychosociale-zorg-en-ondersteuning-aan-statushouders/ Binnenkort starten 10 nieuwe projecten van het Programma Zorg voor vluchtelingen. De projecten zijn specifiek gericht op het verbeteren van psychosociale zorg en ondersteuning van statushouders. Zij ervaren vaak welzijns- en gezondheidsproblemen en hulp die wordt geboden sluit niet altijd goed aan. Genderprojecten

Vluchtelingenvrouwen die met seksueel en gender-gerelateerd geweld te maken hebben (gehad), ondervinden vaak nog meer gevolgen in relatie tot de gezondheid. Het verbeteren van zorg en ondersteuning is hierbij van belang. Daarom financieren de ZonMw programma’s Zorg voor vluchtelingen en het Kennisprogramma Gender en Gezondheid gezamenlijk 3 projecten die specifiek hierop zijn gericht.  

Praktijkprojecten

5 praktijkprojecten zijn specifiek gericht op het (direct) verbeteren van psychosociale zorg en ondersteuning aan statushouders. Het gaat hierbij om projecten die direct voortkomen uit de behoeften van vluchtelingen en die verbeteringen of oplossingen leveren voor de praktijk. Binnen praktijkprojecten is er ruimte voor het (door)ontwikkelen, aanpassen, en/of experimenteren met (nieuwe) werkwijzen of methoden.

Praktijkprojecten met aanvullend onderzoek

5 praktijkprojecten met aanvullend onderzoek krijgen de kans om aanvullend de nieuwe, nog niet bestaande of nog niet eerder in Nederland uitgevoerde interventie te onderzoeken. Dit betreft, naast een procesevaluatie, een evaluatie van de (eerste) effecten van de interventie.

Programma Zorg voor vluchtelingen

Het programma Zorg voor vluchtelingen betreft een programma waarbij de middelen beschikbaar worden gesteld door verschillende interne programma’s en externe partijen. In het eerste jaar van dit programma (2018) zijn 4 onderzoeksprojecten en 8 praktijkprojecten gehonoreerd.

Meer informatie

 

 

 

]]>
news-5969 Thu, 23 Jul 2020 08:50:45 +0200 Landelijk telefoonnummer voor begeleiding bij zingeving en levensvragen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/landelijk-telefoonnummer-voor-begeleiding-bij-zingeving-en-levensvragen/ Iedereen die met ziekte, verlies of kwetsbaarheid te maken krijgt kan vragen hebben als: Wat betekent dit voor mij? Hoe kan ik verder? Waar ontleen ik kracht aan? Vanaf nu kan iedereen die over deze levensvragen wil praten bellen naar 085 004 3063 om gesprekken met een geestelijk verzorger thuis aan te vragen. Luisterend oor

Geestelijk verzorgers bieden professionele begeleiding, hulverlening en advies bij zingeving en levensvragen. Een geestelijk verzorger helpt mensen erachter te komen wat voor hen van waarde is en hoe zij verder kunnen. Zij bieden een luisterend oor, een troostend woord, en voeren verdiepende gesprekken. Geestelijke verzorging is er voor iedereen, ongeacht levensbeschouwing of geloof. Vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid zijn verzekerd. 
 
Voor onderstaande groepen wordt een aantal gesprekken vergoed:

  • thuiswonenden van 50 jaar en ouder
  • mensen met een ongeneeslijke aandoening en hun naasten
  • kinderen en jongeren t/m 18 jaar die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten.

Vraag een gesprek aan

Het landelijk nummer is: 085 004 3063 (lokaal tarief). Na het intoetsen van een postcode wordt u doorverbonden met een regionaal contactpunt. Ook nu, in tijden van corona, zijn gesprekken thuis mogelijk. Er wordt gewerkt volgens de richtlijnen van het RIVM.
 
Meer informatie over levensvragen: www.geestelijkeverzorging.nl/levensvragen

]]>
news-5952 Fri, 17 Jul 2020 13:09:32 +0200 6 nieuwe projecten onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/6-nieuwe-projecten-onderzoeksprogramma-geweld-hoort-nergens-thuis-van-start/ In september gaan 6 nieuwe onderzoeksprojecten van het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start. De onderzoeken richten zich op goede aanpakken voor (vroeg)signalering en samenwerken en regisseren rondom complexe casuïstiek op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit onderzoekslijn 1: Onderzoek naar goede aanpakken voor (vroeg)signalering starten 3 projecten:

Daarnaast starten 3 onderzoeken die zich richten op onderzoekslijn 2: Onderzoek naar de variabelen die voorwaardelijk zijn om te kunnen samenwerken en regisseren rondom complexe huiselijk geweld en kindermishandeling casuïstiek:

Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis maakt deel uit van het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis van de Rijksoverheid. De opgave van dit programma is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Het onderzoeksprogramma levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen.

Andere onderzoeksprojecten uit het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Op dit moment staat een nieuwe subsidieronde open voor nieuwe projecten op het gebied van professionele norm en kennisverwerving. De deadline voor het indienen van een subsidieaanvraag is 2 september 14.00 uur. De besluiten worden genomen in november en de projecten zullen nog voor het eind van het jaar van start gaan. Verder zijn in 2019 al 5 onderzoeksprojecten van start gegaan.

Meer weten?

]]>
news-5937 Tue, 14 Jul 2020 08:10:29 +0200 Inzet ervaringsdeskundigen bij onderzoek naar suïcide-problematiek in leefgroepen als positief ervaren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/inzet-ervaringsdeskundigen-bij-onderzoek-naar-suicide-problematiek-in-leefgroepen-als-positief-ervar/ Het onderzoeksproject “Als suïcide en suïcidale uitingen je dag kleuren: wat doet dat dan met jou en mij?” verwerft inzicht en kennis over de beleving van jongeren die verblijven in leefgroepen in de JeugdzorgPlus waar suïcide-problematiek speelt. Het onderzoeksteam bestaat uit de projectleider en 6 ervaringsdeskundige jongeren. De belangrijkste tips van jongeren: praat met en luister naar jongeren. Toon gevoel als hulpverlener. Neem tijd om een band op te bouwen. Laat iemand die suïcidaal is niet alleen, zeker niet geïsoleerd. Voor het onderzoek zijn er inmiddels meer dan 30 interviews afgenomen bij jongeren en hulpverleners in de jeugdzorg plus en de keten. Ook de analyses van de interviews, het voorbereiden van bijeenkomsten en presentaties op symposia, worden samen met ervaringsdeskundigen uitgevoerd.

Fijn om ervaringen te delen

De jongeren die het onderzoeksteam tot nu gesproken heeft (9 in totaal) gaven na afloop van het interview aan dat ze het fijn vonden om over hun ervaringen met suïcide en zelfbeschadiging op de groep te praten. Het luchtte op. Een aantal jongeren gaf expliciet aan dat ze nog niet eerder zo lang over het onderwerp suïcide en zelfbeschadiging met iemand gepraat hadden.

In de interviews geven jongeren aan dat er regelmatig niet naar hen geluisterd wordt. Ook vinden jongeren dat ze niet alleen gelaten moeten worden als ze suïcidaal zijn “Want dat maakt je niet beter. Je moet zo'n jongere sturen en samen met de jongere afleiding zoeken en niet alleen laten. Vooral niet alleen laten.” (Melanie, 15 jaar)

Tijdens een expertmeeting begin maart, waar meer dan 30 professionals en bestuurders aanwezig waren, werd letterlijk geïllustreerd door het onderzoeksteam dat een “warme ontvangst (en overdracht)” een belangrijk aspect van de zorg is. De bijdrage van de ervaringsdeskundigen aan de interviews leverde mooie verhalen en inzichten voor de aanwezigen op.

Rapportage december 2020

Momenteel worden er met jongeren voorbereidingen getroffen voor het maken van een korte film, waarin jongeren aan hulpverleners vertellen wat voor hen helpend is geweest. De eindrapportage van het onderzoek “Als suïcide en suïcidale uitingen je dag kleuren: wat doet dat dan met jou en mij?” volgt in december 2020.

Impact van het coronavirus op de JeugdzorgPlus

Door het coronavirus zijn de interviews tijdelijk on hold gezet, omdat het onderwerp zich minder leent voor online interviews. Om het effect van de  coronamaatregelen in beeld te brengen, zijn in april en mei twee vragenlijsten uitgezet onder hulpverleners die eerder waren geïnterviewd. Dit levert een factsheet op die een beeld schetst van de impact van de corona maatregelen in de JeugdzorgPlus.

Meer weten?

]]>
news-5926 Thu, 09 Jul 2020 14:52:12 +0200 Tussenresultaten systeemgerichte aanpak van trauma bij huiselijk geweld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tussenresultaten-systeemgerichte-aanpak-van-trauma-bij-huiselijk-geweld/ In december 2019 zijn voor het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis 2 onderzoeken gestart binnen de onderzoekslijn ‘Herstel van veiligheid en systeemgerichte aanpak van trauma’. Deze onderzoeken zijn erop gericht om voor het specifieke thema van trauma te kijken wat effectieve interventies zijn. Onlangs hebben de onderzoeken de eerste fase van hun onderzoek afgerond. Daarin voerden zij een literatuuronderzoek uit en hielden zij een expertbijeenkomst. De onderzoeken presenteerden onlangs hun eerste tussenresultaten. Naar verwachting zullen ze in de zomer van 2023 de definitieve resultaten opleveren. ‘Samen stap voor stap vooruit’

Onderzoek naar de behandeling van getraumatiseerde gezinnen met jonge kinderen na huiselijk geweld staat nog in de kinderschoenen. Er is in de praktijk nog een zeer grote behoefte aan meer kennis over effectieve interventies en mechanismen voor deze doelgroep. Van géén van de geselecteerde interventies voor de beslisboom is de effectiviteit al onderzocht in de specifieke toepassing voor deze doelgroep in Nederland. Het doel van de interventiestudie die volgt zal dan ook eerst zijn om de effectiviteit van NIKA en EMDR voor de ouder te onderzoeken in een gerandomiseerde studie die zal plaatsvinden op een aantal vrouwenopvang locaties in Nederland. Vanwege praktische overwegingen zal EMDR voor het kind niet worden meegenomen in dit gerandomiseerde onderzoek. Parallel aan deze gerandomiseerde studie zal de beslisboom eerst verder worden ontwikkeld en opnieuw worden voorgelegd aan een groep experts en ervaringsdeskundigen. Vervolgens wordt de effectiviteit van de beslisboom op exploratieve wijze getoetst middels een single case experimental design.

Rewind and fastforward

Huiselijk geweld treft een aanzienlijk deel van de gezinnen in Nederland. Er bestaat een noodzaak voor behandelingen die, naast een effect op herstel van de gezinsleden, een blijvend effect hebben op de emotionele en fysieke veiligheid binnen de gezinnen. Er is nog weinig bekend over hoe ouderbegeleiding en systeemtherapie binnen behandelingen aangrijpen op emotionele en fysieke veiligheid en de rol van opvoedgedrag en ouder-kindrelatie hierin. Ouderbegeleiding en systeemtherapie zijn op basis van de bestaande kennis vanuit zowel de wetenschap als de praktijkervaringen van cliënten en professionals echter nog steeds veelbelovend. Met de effectiviteitsstudie van FITT hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan de bestaande kennis over systeemgericht behandelen bij huiselijk geweld en bij het verbeteren van het behandelaanbod voor gezinnen die zijn blootgesteld aan huiselijk geweld

Meer weten?

]]>
news-5880 Thu, 02 Jul 2020 11:59:18 +0200 Nieuwe vragenlijst voor meten problematische gehechtheid kinderen 2-5 jaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-vragenlijst-voor-meten-problematische-gehechtheid-kinderen-2-5-jaar/ In een pas afgerond project is de nieuwe vragenlijst, de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het is gelukt om een meetinstrument te maken, waarbij opvoeders bevraagd worden over de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het instrument maakt goed onderscheid tussen veilige gehechtheid, ambivalente gehechtheid, vermijdende gehechtheid en gedesorganiseerde gehechtheid.

Screeningsinstrument ARI-CP 2-5 jaar

Vanuit de praktijk van de jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugdgezondheidszorg bleek een grote behoefte aan een toegankelijk screeningsinstrument, waarbij door middel van een vragenlijst voor de opvoeders ingeschat kan worden of er een risico is op problematische gehechtheid bij kinderen van 2-5 jaar.

De instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn om problematische gehechtheid te meten zijn vaak tijdrovend en arbeidsintensief. Bovendien moet voor dergelijke instrumenten meestal een training gevolgd worden om deze af te kunnen nemen. Om die reden is in samenwerking tussen praktijkinstelling Basic Trust, het Expertisecentrum Hechting en Basisvertrouwen en de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het instrument wordt gratis ter beschikking gesteld aan instellingen, onderzoekers en beleidsmakers.

Opzet van het onderzoek

De ontwikkeling van het instrument is in 3 fases tot stand gekomen.

  • In de eerste fase zijn 32 opvoeders en 31 professionals gevraagd naar voorbeelden van veilig en onveilig gehechtheidsgedrag. Op basis van deze inventarisatie is een eerste versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de tweede fase is een pilotonderzoek uitgevoerd met de eerste versie van het instrument bij 112 opvoeders. Er zijn psychometrische analyses uitgevoerd om een eerste indruk te krijgen van wat goede en wat minder items zijn. Op basis van deze analyse is een tweede versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de derde fase is de tweede versie van de vragenlijst afgenomen bij 442 gezinnen. Dit waren gezinnen met en zonder bekende gehechtheidsproblematiek. Ook zijn er bij 83 gezinnen thuis observaties gedaan, om de vragenlijstgegevens te kunnen vergelijken met observaties van gehechtheid.

Voor wie?

Het instrument is allereerst voor opvoeders van gezinnen met jonge kinderen van belang, zodat zij zelf inzicht kunnen krijgen op wat er aan de hand is in de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het is een belangrijk hulpmiddel voor het in kaart brengen van de gehechtheidsrelatie tussen opvoeders en jonge kinderen. Het maakt zichtbaar wanneer er sprake is van een veilige of onveilige relatie.
Voor hulpverleners kan dit een nuttig hulpmiddel zijn bij hun diagnostische proces. Het levert relatief makkelijk relevante informatie op.
Voor onderzoekers kan dit een nuttig instrument zijn om via zelfrapportage data te verzamelen over
de gehechtheidsrelatie tussen opvoeder en kind.

Meer informatie

]]>
news-5859 Mon, 29 Jun 2020 19:17:17 +0200 Jongeren positief over hun leven, maar niet dankzij JeugdzorgPlus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jongeren-positief-over-hun-leven-maar-niet-dankzij-jeugdzorgplus/ Het gaat nu goed met de meeste jongeren die tussen 2008 en 2013 verbleven in een instelling voor JeugdzorgPlus, maar dat is niet te danken aan de hulp die zij kregen. Zij voelen zich vaak niet gehoord, soms weggestopt en sommigen hadden geen idee waarom ze in een instelling van JeugdzorgPlus zijn geplaatst. Dat blijkt uit een onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut samen met de Hogeschool Utrecht deed naar hoe jongeren na hun opname terug kijken op JeugdzorgPlus. Ze deelden hun levensverhalen. JeugdzorgPlus is bedoeld voor jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening en die zonder behandeling een risico voor zichzelf en hun omgeving zijn. JeugdzorgPlus zou een uiterste vorm van hulp moeten zijn, die alleen ingezet wordt als het echt niet anders kan. Dat is in de praktijk nog niet het geval, zo blijkt uit de verhalen. Jongeren voelen zich vaak weggestopt in een instelling en ervaren JeugdzorgPlus dan ook lang niet allemaal als behandeling. Sommige geven aan geen idee te hebben waarom ze in de instelling zijn geplaatst. Ze vinden dat er te weinig naar hen wordt geluisterd, te weinig samen wordt besloten wat passende hulp is, te weinig gewerkt wordt aan de oorzaken van hun problemen en ze niet goed worden voorbereid op de tijd na JeugdzorgPlus.

Met name het eerste jaar na JeugdzorgPlus hebben de jongeren het lastig. De nazorg blijkt te beperkt en het merendeel ervaart moeilijkheden bij het weer oppakken van hun leven. Ze lopen aan tegen onopgeloste schulden, een thuissituatie die onveranderd is gebleven waardoor ze snel weer terugvallen in oude gedragspatronen. Het kost ze moeite om school weer op te pakken of werk te vinden.
Dat het veel jongeren jaren later toch gelukt is om het leven weer op te pakken, is volgens de meesten niet te danken aan JeugdzorgPlus. Ze hebben dat op eigen kracht voor elkaar gekregen.

Als ze desgevraagd toch een paar positieve dingen van JeugdzorgPlus op moeten noemen, komen ze met de dagstructuur die ze in de instelling hebben aangeleerd. Soms was er een mentor die oprecht interesse in hen had of kregen ze een andere vorm van sociale steun, waardoor ze sterker en positiever in het leven konden staan. Vooral de persoonlijke gesprekken werden door de jongeren als nuttig ervaren, helaas is het aanbod in de meeste instellingen nog gericht op groepen. Jongeren gaven ook aan het fijn te vinden als hun ‘gewone leven’ tijdens de opname enigszins door kon gaan. Door bijvoorbeeld naar hun eigen school te mogen blijven gaan, te kunnen blijven sporten buiten de instelling of een ‘gewoon’ bijbaantje te hebben. Dat maakte voor jongeren het verschil en daardoor konden ze hun leven na JeugdzorgPlus makkelijker weer oppakken.

JeugdzorgPlus kan door de feedback van jongeren die opgenomen zijn, sterk worden verbeterd. Er moet meer aandacht komen voor praktische ondersteuning en tijdig worden begonnen met de voorbereiding op het leven na JeugdzorgPlus. Ook is er meer aandacht nodig voor de emotionele verwerking van de opname en de weerslag die dat kan hebben op het zelfstandige leven daarna.

Het project is vanuit het programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gefinancierd.

Meer weten?

]]>
news-5845 Thu, 25 Jun 2020 10:52:43 +0200 Instrumenten huiselijk geweld, kindermishandeling en risicojongeren nog onvoldoende gebruikt https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/instrumenten-huiselijk-geweld-kindermishandeling-en-risicojongeren-nog-onvoldoende-gebruikt/ Professionals in onder meer onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en kinderopvang spelen een belangrijke rol in het signaleren van 2 grote maatschappelijke problemen; huiselijk geweld en kindermishandeling, en het signaleren van risicojongeren. Daarom is er wetgeving die de signalering en aanpak ervan moet verbeteren: de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2013) en de Wet verwijsindex risicojongeren (2010). In 2019 zijn beide wetten geëvalueerd, zowel apart als in samenhang. Hieruit blijkt dat beide instrumenten onvoldoende worden gebruikt door professionals. Professionals die de instrumenten wel gebruiken, ervaren meerwaarde. De verplichte meldcode biedt professionals een concreet stappenplan bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De verwijsindex wordt in sommige regio’s als een waardevol instrument gezien om tot samenwerking te komen. In de praktijk worden echter een dusdanig aantal knelpunten geconstateerd dat de onderzoekers de minister oproepen om het bestaan van de verwijsindex te heroverwegen.

Meldcode

Bij de verplichte meldcode biedt het bijbehorende stappenplan professionals voldoende handvatten als eenmaal vermoedens van geweld bestaan. Het herkennen van signalen en dan met name de minder zichtbare en moeilijker herkenbare signalen blijkt voor professionals lastig. Bijvoorbeeld verwaarlozing is lastig te herkennen. Ook signalen van andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zoals eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en financiële uitbuiting worden gemist. Dit geldt zowel voor professionals in de zorg als daarbuiten.

Het gesprek tussen een betrokkene en professional heeft tot doel om met de betrokkenen over de situatie te praten en na te gaan hoe hulp en ondersteuning aan de betrokkenen kan worden geboden. Wat we zien is dat bij professionals verkeerde veronderstellingen bestaan over het gesprek met betrokkene, waardoor dit gesprek door hen als een drempel wordt ervaren om de meldcode te gebruiken. Zo ligt er ten onrechte veel nadruk op het melden bij Veilig Thuis; professionals denken de meldcode en de mogelijke melding al te moeten benoemen in het eerste gesprek met betrokkene(n). Meer doelgroepgerichte voorlichting aan professionals en het duurzamer borgen van het gebruik binnen organisaties die werken met de meldcode is nodig.

Verwijsindex

Bij de verwijsindex bestaat een wisselend beeld. Het gebruik van de verwijsindex is de afgelopen jaren geleidelijk aan toegenomen tot 250.341 meldingen in 2018. Deze cijfers worden sterk beïnvloed door het gebruik in enkele regio’s. Van de 65 gemeentelijke convenantgebieden zijn namelijk tien regio’s verantwoordelijk voor ruim de helft van de meldingen. Niet-gebruikers geven onder meer aan weinig meerwaarde te zien van de melding. Reden hiervan is dat de betrokken hulpverleners al bij hen bekend zijn en zij het lastig te vinden ouders en betrokkenen te informeren over de melding. Het niet-gebruik vormt, ondanks langdurige en herhaalde aandacht voor de implementatie van de verwijsindex, een belangrijke belemmering voor het goed werken van het instrument.

Doordat het instrument geen landelijke dekking heeft, ontbreekt de rechtvaardiging om persoonsgegevens van jeugdigen centraal op te slaan in een landelijke database. Nicolette Woestenburg, projectleider van de evaluaties: ‘De wet is 10 jaar geleden in werking getreden. Het doel dat met het instrument werd beoogd, het realiseren van vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen professionals zodat tijdig hulp kan worden geboden, is nog steeds belangrijk, maar met dit instrument lijkt dit niet te worden bereikt.’ In het onderzoek komt ook naar voren dat de samenwerkingsverbanden die onder de Jeugdwet sinds 2015 zijn ontstaan mogelijk evenveel of meer effect hebben dan de verwijsindex.

Over het onderzoek

Onderzoekers van Pro Facto en het Amsterdam UMC (locatie VUmc) hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe beide wetten in de praktijk werken. De aanbevelingen van beide evaluaties zijn gericht aan de wetgever, het ministerie van VWS, beroepsgroepen, instellingen en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis.

De evaluatierapporten zijn aangeboden aan de minister en aan de Tweede Kamer. Dinsdagavond 23 juni 2020 zijn de rapporten in het Algemeen Overleg Jeugd aan de agenda toegevoegd.

Meer weten?

]]>