ZonMw tijdlijn Jeugd https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Jeugd nl-nl Wed, 17 Oct 2018 05:47:17 +0200 Wed, 17 Oct 2018 05:47:17 +0200 TYPO3 news-3108 Thu, 13 Dec 2018 13:00:00 +0100 Symposium 13 december: Bouwen aan een (betere) toegang voor jeugdhulp https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/symposium-13-december-bouwen-aan-een-betere-toegang-voor-jeugdhulp/ Op 13 december presenteert Academische Werkplaats Jeugd Noord-Brabant de uitkomsten van een 3-jarig onderzoek naar de toegang jeugdhulp vanuit het perspectief van professionals én beleidsmakers. De gemeentelijke toegang heeft een prominente plek in het decentrale stelsel voor jeugdhulp. Samen met ouders en jeugdigen beslissen jeugdprofessionals over de inzet van passende hulp. Welke afwegingen maken de professionals daarbij? Wat is eigenlijk de gewenste outcome van jeugdhulp? En welke beleidskeuzes helpen om de veelbelovende transformatie waar te maken? Op 13 december worden de uitkomsten van een 3-jarig onderzoek gedeeld. Voor het programma van het symposium klik hier.

Samen met de praktijk transformeren

In 2015 ontving de werkplaats vanuit het ZonMw-programma Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd subsidie om 2 onderzoeken naar de ‘toegang jeugdhulp’ uit te voeren. 3 jaar lang is samen met jeugdprofessionals, ouders, gemeenten en onderzoekers gewerkt aan de verbetering van de toegang tot de jeugdhulp. Specifiek gericht op samen met ouders en jeugdigen beslissen over hulp, in de situaties waar die samenwerking niet vlekkeloos verloopt. Al werkenderwijs met elkaar zoeken, leren en transformeren. Wat levert dat op? Hoe is het proces verlopen? Welke keuzes zijn er gemaakt? En welke concrete praktijkverbeteringen vormen het resultaat? Nu, 3 jaar later, zijn de onderzoeken bijna klaar. Op het symposium op 13 december nemen de onderzoekers je in vogelvlucht mee door de verschillende fasen van het handelingsonderzoek en wordt stilgestaan bij betekenisvolle momenten, leeropbrengsten, het eindresultaat en de implementatie hiervan.

Er is een afwisselend programma samengesteld, waarbij naast de presentaties van de betrokken onderzoekers, ook presentaties gehouden worden door Coen Dresen (oud bestuurder Juzt) en Marianne de Bie (wethouder jeugd in Breda). Er is volop ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen. Naast het plenaire gedeelte kan er ook nog gekozen worden voor deelname aan één workshop.  Tot slot vindt de uitreiking van de K2 prijs plaats. Het symposium vindt plaats op de Tilburg University en aanmelden kan hier

Meer weten?

]]>
news-3096 Wed, 10 Oct 2018 11:50:13 +0200 12 oktober: Wereldreumadag https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/12-oktober-wereldreumadag/ Op 12 oktober is het Wereldreumadag. In Nederland hebben ruim 2 miljoen mensen een vorm van reuma. Reumapatiënten willen volwaardig meedoen in de maatschappij, maar de omgeving heeft niet altijd door welke extra inspanning zij hiervoor moeten leveren. We zetten ons in voor betere geneesmiddelen en behandelingen voor mensen met reuma en dat doen we door onderzoek te faciliteren. Op onze speciale pagina rondom reuma zijn deze projecten verzameld en beschreven.
> Naar de Reumapagina

]]>
news-3094 Wed, 10 Oct 2018 10:39:42 +0200 Stigma: kinderen met psychische problemen hebben al genoeg aan hun hoofd https://www.kenniscentrum-kjp.nl/nieuws/stigma-kinderen-met-psychische-problemen-hebben-al-genoeg-aan-hun-hoofd/ Vandaag, op de Dag van de Psychische Gezondheid, maakt het kenniscentrum KJP een statement namens het Kennisconsortium Destigmatisering en sociale inclusie: ‘Stigma: Kinderen met psychische problemen hebben al genoeg aan hun hoofd.’ Wij vinden dat alle kinderen en jongeren in Nederland zich veilig moeten voelen en de ruimte verdienen om zich naar vermogen te kunnen ontwikkelen. Kinderen en jongeren mogen niet worden buitengesloten of worden achtergesteld omdat zij psychische problemen hebben of omdat zij jeugdhulp ontvangen. news-3085 Fri, 05 Oct 2018 08:48:17 +0200 Digitale tool INKT geeft jongeren zicht op vragenlijstgegevens uit de jeugd-ggz https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/digitale-tool-inkt-geeft-jongeren-zicht-op-vragenlijstgegevens-uit-de-jeugd-ggz/ De afgelopen maanden hebben jongeren samen met ontwerpers en onderzoekers van het ZonMw-project ‘I need to know. Ontwikkeling van een interactieve tool voor jongeren om meer zicht te krijgen op behandelresultaat’ de digitale tool INKT ontwikkeld. Met INKT kunnen jongeren binnen de jeugd-ggz zelf hun vragenlijstgegevens inzien, waardoor ze meer zicht hebben op hoe het volgens de vragenlijsten met ze gaat. Digitale tool INKT

Als onderdeel van de behandeling binnen de jeugd-ggz vullen jongeren, de behandelaar, ouders en/of leerkracht vragenlijsten in om te kijken hoe het met jongere en de behandeling gaat. Een veelgehoorde klacht is dat jongeren de uitkomsten van de vragenlijsten vaak niet of onvoldoende terugzien. Dat is jammer, want informatie uit deze vragenlijsten kan hen juist helpen bij hun behandeling. Daarom hebben jongeren (12-18 jaar) samen met ontwerpers en onderzoekers het afgelopen jaar de digitale tool INKT (vrij naar ‘I Need To Know’) ontwikkeld. Met INKT krijgen jongeren toegang tot en regie over hun eigen vragenlijstgegevens. Zij kunnen de resultaten van verschillende informanten en meetmomenten op een makkelijke manier bekijken en vergelijken. INKT is daarmee een handreiking voor jongeren om resultaten bespreekbaar te maken en – samen met de behandelaar - actief aan de slag te gaan met de verkregen inzichten in de behandeling.

Voor, door en met jongeren

INKT is ontwikkeld voor, door en met jongeren. Het afgelopen jaar hebben een gebruikerspanel van jongeren, ontwerpers, een onderzoeker en een medewerker van een cliëntenorganisatie INKT ontwikkeld. De ontwikkeling van de tool is inmiddels afgerond en momenteel wordt de tool getest door een aantal jongeren van GGz Eindhoven (GGzE). Zij proberen INKT voor het eerst uit en geven feedback, zodat de tool helemaal wordt gefinetuned voor verdere toepassing. INKT zal vervolgens geïmplementeerd en geëvalueerd worden binnen GGzE eenheid Kind en Jeugd.

Participatievoucher

Onderzoekers hebben tijdens het ontwikkelproces van INKT veel positieve ervaringen opgedaan in de nauwe samenwerking met jongeren. Jongeren zijn van begin tot eind een partner geweest in het ontwikkelproces en daarmee sluit de tool helemaal aan bij hun wensen en behoeften. Om jongeren ook te betrekken bij de implementatie van INKT heeft ZonMw een participatievoucher toegekend. Deze voucher maakt het mogelijk om samen met jongeren verschillende implementatieactiviteiten te bedenken en communicatiematerialen te maken, zoals informatiefolders, posters, deurhangers et cetera. Inmiddels is de eerste stap gezet en hebben jongeren samen met een ervaringsdeskundige en een onderzoeker een animatiefilmpje gemaakt ter introductie van INKT.

Meer weten?

]]>
news-3070 Tue, 02 Oct 2018 15:20:53 +0200 Postermeeting Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ) en ForCA groot succes https://www.werkplaatsenjeugd.nl/postermeeting-academische-werkplaats-risicojeugd-awrj-en-forca-groot-succes/ Donderdag 27 september vond de postermeeting van ForCA (Forensisch Consortium Adolescenten) en de AWRJ plaats. Een beleidsmaker van het ministerie van Justitie en Veiligheid gaf in een presentatie de do’s en don’ts bij het rapporteren over wetenschappelijk onderzoek voor beleid. Daarnaast waren er onderzoekers uit diverse instellingen aanwezig in de vorm van een poster en pitch een lopend onderzoek presenteerden. news-3041 Tue, 25 Sep 2018 15:12:42 +0200 Onderzoek voor de JGZ krijgt vervolg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-voor-de-jgz-krijgt-vervolg/ De ZonMw-programma’s Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013 – 2018 en Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg krijgen vanaf 2019 een vervolg. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft ZonMw verzocht om voor beide programma’s een vervolg uit te werken. Om de programma’s goed aan te laten sluiten bij de behoeftes van het veld, wordt een consultatieronde gehouden. Kennisprogramma

Het vervolg van het programma Versterking Uitvoeringspraktijk JGZ zal zich richten op ontwikkeling en verankering van praktisch toepasbare kennis voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Hierbij wordt aangesloten op het actieprogramma Kansrijke start en andere actuele ontwikkelingen in de JGZ. Er zal in ieder geval aandacht zijn voor: de samenwerking tussen het medische en sociale domein, kwetsbare ouders, flexibele inzet van de contactmomenten van de JGZ en de ontwikkelingen ten aanzien van de digitalisering in de JGZ.

Richtlijnen

Het nieuwe richtlijnenprogramma zal zich richten op de vernieuwing van het richtlijnontwikkelproces, de ontwikkeling en herziening van richtlijnen JGZ en de ondersteuning van de implementatie van richtlijnen. 

Verbinding

Er wordt ingezet op een stevige verbinding tussen beide programma’s. Zo wordt de implementatie van nieuwe kennis via de richtlijnen en de vertaling van hiaten uit richtlijnen naar nieuwe kennisvragen bevorderd. 

Aansluiten bij de praktijk 

Om de programma’s goed aan te laten sluiten bij de behoeftes van het veld, wordt een consultatieronde gehouden bij de relevante beroeps- en brancheverenigingen en andere organisaties. Daarnaast worden ook individuele praktijkprofessionals, wetenschappers en beleidsmedewerkers betrokken bij de consultatieronde. Wilt u weten wanneer de consultatieronde start? Vul dan uw gegevens in op dit formulier

Meer weten?

]]>
news-3036 Tue, 25 Sep 2018 14:07:14 +0200 Gezinsgericht werken werkt https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gezinsgericht-werken-werkt/ Ouders kunnen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van recidive bij jeugdige delinquenten of jeugdigen met problematisch gedrag. Gezinsgericht werken richt zich op het systematisch betrekken van ouders bij de behandeling van hun kind in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) of JeugdzorgPlus-instelling. En het lijkt erop dat deze manier van werken een positief effect heeft op de verdere ontwikkeling van jongeren. Inge Simons is op 5 september 2018 gepromoveerd op onderzoek naar Gezinsgericht werken in een JJI. Dit onderzoek is gefinancierd vanuit het ZonMw-programma Academische Werkplaatsen Jeugd. 

Ouderparticipatie in Justitiële Jeugdinrichting

De eerste twee jaar van de implementatie van Gezinsgericht werken in de JJI’s vielen in de onderzoeksperiode van Simons. Uit haar onderzoek bleek dat ongeveer de helft van de uitgenodigde ouders op het kennismakingsgesprek kwam. Circa driekwart van alle ouders kwam op bezoek bij hun kind en ruim 40% van de ouders vulde vragenlijsten in. 

Of ouderparticipatie bewerkstelligd kan worden, hangt van diverse omstandigheden af. Om te beginnen zijn er de praktische factoren. Het kan bijvoorbeeld lastig of tijdrovend voor ouders zijn om de jeugdinrichting te bereiken. Soms is er geen geld voor de reis. Andere ouders hebben een baan die het moeilijk maakt deel te nemen aan activiteiten. En verder kan de gang naar de inrichting met zijn poorten, sluizen en andere strenge beveiligingsmaatregelen ouders afschrikken. Dan zijn er ouderspecifieke factoren. Is er bijvoorbeeld sprake van liefde voor en vertrouwen in het kind? Zijn de ouders boos of teleurgesteld? Kunnen ze de situatie wel aan? Hebben ze eerdere ervaringen met instanties die participatie in de weg staan? En ten slotte is er de ouder-kindrelatie. Verzet het kind zich bijvoorbeeld tegen de ouders of hebben ze juist een goede relatie? Missen de ouders hun kind? Maken ze zich zorgen? Zien ze ook de positieve eigenschappen van het kind? En verwachtten de ouders al dat hun kind een keer tegen de lamp zou lopen of kwam dat als een volkomen verrassing?

JeugdzorgPlus

Gezinsgericht werken is in 2017 verder uitgebreid naar jongeren in JeugdzorgPlus. Het lijkt erop dat het ook in de JeugdzorgPlus positieve effecten heeft. Bij jongeren in JeugdzorgPlus-instellingen is vaak sprake van ernstige, complexe problemen. Bij een effectieve behandeling van deze problemen is er aandacht voor het sociale systeem van de jongere. Verdiepend onderzoek van de Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus heeft in kaart gebracht op welke manier JeugdzorgPlus-instellingen ouders betrekken, welk effect dat heeft en door welke factoren dat effect wordt beïnvloed. Er blijkt al veel contact met ouders te zijn vanuit de instellingen. Wel verschillen instellingen in de mate van gezinsgericht werken, in hoe competent medewerkers zich hierin voelen en hoe ze denken over het betrekken van ouders.
Op leefgroepen waar meer gezinsgericht wordt gewerkt, is het verblijf van jongeren korter, gaan zij vaker terug naar huis en wordt vaker gezinstherapie ingezet. Gezinsgericht werken lijkt voor verschillende groepen jongeren en ouders even positief te zijn. Gezinstherapie wordt nog relatief weinig ingezet. Hier lijkt ruimte voor verbetering.

Meer informatie

]]>
news-3032 Mon, 24 Sep 2018 13:31:27 +0200 Aankondiging: reageer binnenkort op ons nieuwe jeugdprogramma Wat werkt voor de jeugd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aankondiging-reageer-binnenkort-op-ons-nieuwe-jeugdprogramma-wat-werkt-voor-de-jeugd/ Graag nodigen we u uit om medio oktober mee te denken met het nieuwe jeugdprogramma. ZonMw heeft vanuit de directie Jeugd en de directie Publieke Gezondheid van het ministerie van VWS het verzoek gekregen een nieuw kennisontwikkelingsprogramma op te stellen voor 2019 tot en met 2025. Momenteel worden de kaders voor het programma met als werktitel ‘Wat werkt voor de jeugd’ uitgewerkt. Vanaf medio oktober geven we u graag de gelegenheid om op de concept-tekst te reageren. Wilt u graag op de hoogte gehouden worden? Meld u dan nu aan via dit formulier, dan ontvangt u bericht als de consultatieronde online staat. 

]]>
news-3027 Fri, 21 Sep 2018 11:49:01 +0200 Verwachtingen over jeugdhulp van invloed op instroom https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verwachtingen-over-jeugdhulp-van-invloed-op-instroom/ Ouders en jongeren hebben soms negatieve verwachtingen over jeugdhulp, wat het zoeken en ontvangen van hulp in de weg kan staan. Dit is één van de conclusies uit het onderzoek van Marieke Nanninga, waarop zij 12 september promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vooral ouders met een laag opleidingsniveau en hun adolescente kinderen verwachten knelpunten ten aanzien van kosten, duur, informatie en inspraak. Systeem werkt zoals bedoeld

Nanninga deed binnen de academische werkplaats C4Youth onderzoek naar de kenmerken van jeugdigen in de zorg, knelpunten in de toegang naar zorg en de rol daarvan voor de uitkomsten van de geboden hulp. In haar studie volgde zij 3 jaar lang ruim 2000 kinderen; een groep die instroomde in de Groningse jeugdhulp en een representatieve controlegroep. 
Uit haar onderzoek komt ook naar voren dat weinig sociale steun, weinig opvoedvaardigheden van ouders en gezinsproblemen de kans op het gebruik van hulp vergroten. Kinderen met milde problemen komen met name terecht bij lichte hulp en kinderen met meer ernstige en complexe problemen bij gespecialiseerde hulp. Het systeem van jeugdhulp lijkt daarmee te werken zoals bedoeld, waarbij vooral de jeugdzorg hulp levert aan kinderen die meerdere problemen hebben. 

Baat bij hulp

Veel van de kinderen en gezinnen lijken baat te hebben bij de hulp; hun problemen verminderen tijdens de periode waarin ze hulp krijgen. De afname van problemen tijdens de zorg is bemoedigend, ook al geeft dit onderzoek geen antwoord op de vraag of dit effect uitsluitend is toe te schrijven aan de ontvangen hulp. De duur van de zorg hangt  samen met het type zorg – kort, vaak minder dan drie maanden, bij jeugdgezondheidszorg en langer bij jeugd-ggzen jeugdzorg.

ZonMw-programma Academische Werkplaatsen Jeugd

Nanninga voerde haar promotieonderzoek uit binnen de Academische Werkplaats C4Youth, gefinancierd binnen het programma Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd.

Meer weten?

]]>
news-3026 Thu, 20 Sep 2018 16:25:19 +0200 5 regionale leernetwerken jeugd van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/5-regionale-leernetwerken-jeugd-van-start/ In het najaar van 2018 starten 5 regionale leernetwerken van hogescholen en praktijkorganisaties die verbonden zijn aan een Academische Werkplaats Transformatie Jeugd (AWTJ). Doel van deze netwerken is duurzame uitwisseling tussen het onderwijs- en werkveld realiseren, waarbij bestaande kennis beter wordt benut. Investeren in vakmanschap

Binnen de jeugdsector vindt er een omslag plaats in denken en doen. Professionals in de jeugdhulp staan voor de opgave om meer cliëntgericht en integraal te werken. Het is belangrijk dat zij hiervoor voldoende kennis en kunde in huis hebben. Ook opleidingen en docenten moeten nieuwe kennis en vaardigheden ontwikkelen, zodat zij studenten kunnen opleiden op een manier die past bij het 'nieuwe werken' in de jeugdsector. Het ZonMw-programma AWTJ investeert in dit vakmanschap. Verspreid over het land starten daarom 5 leernetwerken, waarbinnen professionals uit de jeugdhulp samen met docenten en studenten werken aan hun deskundigheid. 

Gezamenlijk leerproces

De 5 gesubsidieerde projecten geven een impuls aan de uitwisseling tussen opleidingen en praktijk én aan het benutten van bestaande kennis door opleidingen. De trekkende rol binnen de projecten is weggelegd voor hogescholen die als samenwerkingspartner verbonden zijn aan de academische werkplaatsen. Binnen de netwerken wordt een gezamenlijk leerproces in gang gezet waarbij bestaande kennis – onder meer ontwikkeld binnen de academische werkplaatsen – wordt vertaald ten behoeve van structurele toepassing in opleiding en praktijk. Hieronder leest u meer over elk van de 5 leernetwerken.

  • Leernetwerk: Samen werken aan ambulante (gezins)hulp

Goede samenwerkingsrelaties van professionals met cliëntsystemen zijn belangrijk voor het resultaat van hulp aan jeugdigen en gezinnen. Binnen de Academische Werkplaats Transformatie Jeugd Nijmegen, maar ook breder in het land, is kennis en expertise ontwikkeld die (toekomstige) ambulante jeugd- en gezinsprofessionals kunnen gebruiken bij het optimaliseren van hun samenwerkingsvaardigheden. Partners uit de AWTJ Nijmegen willen met de ontwikkeling van dit regionale leernetwerk zorgen dat deze expertise beter wordt benut in het onderwijs en werkveld.

  • Leernetwerk: Samen-Werken, Samen-Leren

Het leernetwerk Samen-Werken, Samen-Leren – verbonden aan de AWTJ SAMEN – richt zich op 3 inhoudelijke thema’s: multiproblematiek, kindermishandeling en werkplezier. Vanuit 5 perspectieven – de jongeren en hun ouders, de professional, de student, de docent en de onderzoeker – wordt gewerkt aan het versterken van het professioneel handelen. Gezamenlijk wordt verkend op welke wijze de opbrengsten van onderzoek en de ervaringen met nieuwe inzichten en werkwijzen uit de praktijk, ingebed kunnen worden in het onderwijs en de praktijk.

  • Leernetwerk: Academische Werkplaats (Transformatie) Jeugd Rotterdam (ST-RAW)

Het leernetwerk dat verbonden is aan de Rotterdamse werkplaats ST-RAW wil een bijdrage leveren aan het beter toerusten van (toekomstige) jeugdprofessionals om hun werk binnen het nieuwe jeugdstelsel goed uit te voeren. Daarvoor ontwikkelen zij een werkwijze waarin gezamenlijk leren centraal staat. Bestaande activiteiten uit het onderwijs, het sociaal domein en de gezondheidszorg worden met elkaar verbonden met specifieke aandacht voor participatie en diversiteit vanuit de doelgroepen.

  • Leernetwerk: Veilig Opgroeien Nieuwe impuls Kennis (VONK)

Opleidingen besteden nog te weinig aandacht aan de integrale aanpak van kindermishandeling en hebben hun programma’s nog niet optimaal kunnen aanpassen aan de veranderende beroepspraktijk. Het regionale leernetwerk VONK beoogt daarom (nieuwe) kennis en expertise rondom het thema Veilig opgroeien samen te brengen en te verbinden. Daarbij wil het ook tegemoetkomen aan de behoefte om gestructureerd van elkaar te leren om van daaruit de transformatie verder en beter te kunnen implementeren.

  • Leernetwerk Utrecht: Leren voor de toekomst    

Het netwerk Leren voor de toekomst is opgezet vanuit de academische werkplaatsen Utrecht en Risicojeugd. Het bestaat uit professionals van praktijkorganisaties, docenten uit onderwijsinstellingen (hbo, universitair, post-master), ervaringsdeskundige jeugdigen, opvoeders, onderzoekers en beleidsmakers. Zij verzamelen onderwerpen die relevant zijn voor onderlinge kennisuitwisseling en deskundigheidsbevordering binnen het brede jeugddomein. Een selectie van onderwerpen wordt uitgewerkt in verbindende, innovatieve oplossingen en onderwijsproducten.

ZonMw-programma Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd

Het programma Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd (AWTJ) ondersteunt de transformatie van de jeugdhulp met 13 academische werkplaatsen. Deze werkplaatsen genereren kennis om gemeenten te ondersteunen bij hun uitdaging om de jeugdhulp te transformeren. De werkplaatsen verbinden de werelden van praktijk, beleid, onderzoek en opleidingen, met structurele inbreng van ouders en jongeren. Deze partijen organiseren zich veelal regionaal in een kennisinfrastructuur. Zo brengen academische werkplaatsen kennis samen die nodig is voor de aanpak van lokale en regionale vraagstukken van beleid en praktijk.

Meer weten?

]]>
news-3012 Tue, 18 Sep 2018 14:02:16 +0200 Start onderzoek preventie meningokokkenziekten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-onderzoek-preventie-meningokokkenziekten/ Dit najaar starten 2 onderzoeken over de preventie van ziekten veroorzaakt door de bacterie meningokokken type W. Beide onderzoeken richten zich op vaccinatie tegen deze bacterie. Vermindering ziektelast

Met deze onderzoeken willen we bijdragen aan de vermindering van het aantal zieke mensen door infectieziekten. Het RIVM voert, naast deze 2, meer onderzoeken uit naar meningokokkenziekte.

Hoe besluit je: wel of niet vaccineren?

Jongeren geboren tussen 1 mei en 31 december 2004 krijgen vanaf oktober een uitnodiging om zich te laten vaccineren tegen meningokokken type ACWY. Bij de oproep zit ook informatie over de ziekte. Onderzoekers van het RIVM willen in kaart brengen hoe 14-jarige jongeren en hun ouders besluiten over deze vaccinatie. Ook wordt gekeken welke rol de jongeren en de ouders hebben in die besluitvorming. De resultaten van dit onderzoek verwachten we in het najaar van 2019. Het RIVM past vervolgens zo nodig de vaccinatiecampagne en de communicatie daarover aan.

Belang van meningokokkendragerschap

Kinderen onder de 5 jaar hebben een hoge ziektelast van meningokokkenziekte. Toch laten kweekresultaten weinig meningokokkendragerschap zien. Maar hoeveel dragerschap is er echt? In dit onderzoek valideert het RIVM een nieuwe gevoeligere moleculaire methode voor meningokok W-dragerschap met keel- en speekselmonsters van 330 kinderen in de leeftijd van 2 jaar en hun broertjes en zusjes onder de 6 jaar. Vaccinatie van leeftijdsgroepen met de hoogste dragerschap zorgt voor minder verspreiding van de bacterie en dus voor lagere ziektelast. Met de onderzoeksresultaten, verwacht in het najaar van 2020, kan de vaccinatiestrategie zo nodig aangepast worden.

Vaccinatiecampagne meningokokken

Meningokokkenziekte is een verzamelnaam voor ernstige ziekten als bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking. Sinds 2015 kent meningokokkenziekte een toename van 9 gevallen naar 80 in 2017. De bacterie kan via druppeltjes uit de neuskeelholte overgedragen worden naar andere mensen. Door tieners en peuters te vaccineren profiteert de rest van de bevolking hiervan mee. Sinds dit voorjaar vaccineert het RIVM kinderen op rond de leeftijd van 14 maanden binnen het Rijksvaccinatieprogramma om de toename van meningokokkenziekte type W terug te dringen. Eerder werd deze groep al gevaccineerd tegen meningokokken type C, nu is dat meningokokken type ACWY. In 2019 ontvangen jongeren van 14 tot 19 jaar een uitnodiging voor vaccinatie tegen meningokokken ACWY.

Meer informatie

 

]]>
news-3004 Mon, 17 Sep 2018 10:05:17 +0200 Tweede vlog voor onderzoek naar gebruik van vlogs voor het stimuleren van een gezonde levensstijl bij jongeren staat online https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweede-vlog-voor-onderzoek-naar-gebruik-van-vlogs-voor-het-stimuleren-van-een-gezonde-levensstijl-bi/ news-2992 Thu, 13 Sep 2018 10:35:10 +0200 ZonMw draagt bij aan ‘Kansrijke start’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zonmw-draagt-bij-aan-kansrijke-start/ Kinderen een kansrijke start geven! Dát is het doel van het actieprogramma Kansrijke Start. Het ministerie van VWS, gemeenten, partijen uit de geboortezorg en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) slaan de handen ineen om de kinderen van vandaag en de volwassenen van morgen een betere kans te bieden op een gezond leven. ZonMw draagt met verschillende programma’s bij aan dit actieprogramma. Preconceptiezorg

In het actieprogramma wordt o.a. aandacht besteed aan het voorbereiden van aanstaande kwetsbare ouders met hun zwangerschap. Binnen het programma Zwangerschap en geboorte zijn 7 onderzoeksprojecten afgerond die kennis en handvatten op dit vlak bieden.
Bekijk hier de projectresultaten

Ouderschap en opvoeding

Ook na de zwangerschap is er ruimte voor het ondersteunen van ouders. Voor een optimale ontwikkeling en hechting van het kind is het welbevinden van de ouders een cruciale factor. Door ouders de ruimte te geven om in hun ouderschap te groeien en waar nodig hen hierin te ondersteunen, bevorderen we een positieve opvoeding.
Lees hier welke projecten bijdragen aan krachtig ouderschap.

Onbedoelde (tiener)zwangerschappen

Daarnaast investeert VWS de komende jaren in een nieuwe aanpak voor het voorkomen van en begeleiden bij onbedoelde (tiener)zwangerschappen. Als onderdeel hiervan zet ZonMw zich de komende tijd in om een onderzoeks- en verbeterprogramma op te stellen. Daarnaast heeft ZonMw een project gefinancierd waarin wordt onderzocht hoe het programma Nu Niet Zwanger zo goed mogelijk kan worden opgezet. Nu niet zwanger is een programma waarin hulpverleners met kwetsbare (potentiële) ouders in gesprek gaan. Samen bespreken zij de kinderwens, seksualiteit en het gebruik van anticonceptie. Deze persoonlijke aanpak helpt ouders in moeilijke situaties om bewuste keuzes te maken en kunnen ongeplande en ongewenste zwangerschappen worden voorkomen.

Meer informatie

 

]]>
news-2987 Wed, 12 Sep 2018 15:25:06 +0200 Netwerken Integrale Kindzorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/netwerken-integrale-kindzorg/ Alle 7 Netwerken Integrale Kindzorg zijn van start! Een Netwerk Integrale Kindzorg (NIK) is een samenwerkingsverband van professionals uit verschillende organisaties en disciplines uit de 1e, 2e en 3e lijn, met veel kennis over en ervaring met de zorg voor ernstig zieke kinderen.

NIK biedt ondersteuning aan gezinnen met een kind met een levensduurbeperkende- of levensbedreigende aandoening en de betrokken hulpverleners. Deze ondersteuning is gericht op het gewone leven en het terugbrengen van de rust en balans in het gezin. Vanuit NIK is niet alleen aandacht voor het medische perspectief, maar juist ook voor de psychische, pedagogische, sociale en spirituele aspecten van het kind en gezin. NIK legt de verbinding met en stimuleert de afstemming tussen alle hulpverleners die betrokken of nodig zijn bij de zorg voor een ernstig ziek kind en het gezin.

Binnen elk netwerk is de netwerkcoördinator het eerste aanspreekpunt voor ouders, hulpverleners en (zorg-)organisaties. Zij kunnen bij het NIK terecht met vragen over bijvoorbeeld de organisatie van zorg en ondersteuning thuis, de onderlinge afstemming van alle betrokkenen, mogelijkheden voor onderwijs, zorg voor broertjes en zusjes, financiering en de juiste loketten in een gemeente. Naast het vervullen van een consultatiefunctie zet het NIK zich ook in voor het verbeteren van de samenwerking tussen de partijen in de 1e, 2e en 3e lijn en het vergroten van de deskundigheid van hulpverleners. De NIK hebben ook een signalerende functie. Zo worden best practices gedeeld en praktijkvoorbeelden die een lacune in de regelgeving of toepassing door zorgverzekeraars laten zien door de programmaleider gebundeld en teruggekoppeld aan het Praktijkpunt Palliatieve Zorg van VWS.

In het netwerk wordt samengewerkt met onder andere de academische ziekenhuizen, Kinder Comfort Teams, algemene ziekenhuizen, huisartsen, artsen voor verstandelijk gehandicapten, paramedici, kinderthuiszorg organisaties, ZZP kinderverpleegkundigen, verpleegkundig kinderdagverblijven en kinderzorghuizen, maatschappelijk werkers, (ortho-)pedagogen, geestelijk verzorgers, rouw- en verliestherapeuten, apothekers, vrijwilligersorganisaties, consulenten onderwijsondersteuning zieke leerlingen, het Centrum voor Thuisbeademing en het Centrum Jeugd en Gezin.

De NIK worden opgezet in de werkgebieden van de academische ziekenhuizen door Stichting PAL in nauwe samenwerking met partijen in de regio’s. Met zeven netwerken is een landelijke dekking bereikt. De NIK zijn aangesloten bij het landelijk Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg. Elk NIK heeft een eigen website waarop ook de sociale kaart van de regio te vinden is. 

Meer informatie 

]]>
news-2991 Mon, 10 Sep 2018 09:51:00 +0200 Verslag + video informatiebijeenkomst Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd beschikbaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verslag-video-informatiebijeenkomst-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-beschikbaar/ De informatiebijeenkomst van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd gemist, of wilt u nog wat teruglezen? Het verslag en de video's van de bijeenkomst staan nu online. In deze publicatie vindt u ook de veelgestelde vragen. Bekijk het verslag en de video's

]]>
news-2935 Tue, 04 Sep 2018 09:30:00 +0200 Internationale coalitie wil versnelling Open Access https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/internationale-coalitie-wil-versnelling-open-access/ Vanaf 1 januari 2020 zijn resultaten van onderzoek voor iedereen beschikbaar in Open Access tijdschriften en Open Access platforms. Dit is de kern van het plan dat vandaag door de cOAlition S, een internationale groep van onderzoeksfinanciers, waaronder NWO en ZonMw, bekend wordt gemaakt. Het doel is versnelling van de transitie naar Open Access. Het initiatief voor het versnellingsplan werd genomen door Robert-Jan Smits, special envoy Open Access bij de Europese Commissie. En wordt onderschreven door een brede coalitie van nationale en Europese onderzoeksfinanciers uit Frankrijk, Groot-Brittannië, Zweden, Noorwegen, Oostenrijk, Ierland, Luxemburg, Polen, Slovenië en Nederland. De Europese Commissie geeft aan het plan van harte te ondersteunen. Ook de European Research Council (ERC) onderschrijft het plan.

Betaalmuur

Met dit gezamenlijke initiatief wordt de internationale druk op de uitgevers opgevoerd om hun business model definitief om te gooien en Open Access over de volle breedte mogelijk te maken. Stan Gielen, voorzitter NWO: ‘Wetenschap hoort niet achter een betaalmuur, maar moet voor iedereen vrij toegankelijk zijn.’  Jeroen Geurts, voorzitter ZonMw: ‘Bij gezondheidsonderzoek hebben we ook te maken met patiënten en zorgprofessionals. Vrije toegang tot onderzoeksresultaten is voor deze groepen belangrijk.’ Naast NWO en ZonMw onderschrijven ook de VSNU, de KNAW en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het belang van de stappen die nu gezet worden.

Full Open Access in de praktijk

Belangrijkste consequentie van het plan is dat alle publicaties die voortkomen uit financiering van NWO, ZonMw en de andere onderzoeksfinanciers per 1 januari 2020 gepubliceerd moeten worden in volledig Open Access tijdschriften. Het publiceren in hybride tijdschriften die volgens het oude abonnementenmodel werken maar wel de mogelijkheid bieden om artikelen Open Access te maken, wordt gedurende een overgangsperiode van 2 jaar toegestaan tot eind 2021. Wel op voorwaarde dat daar het soort contracten onderligt dat de VSNU namens de gezamenlijke universiteiten met de uitgevers sluit. In disciplines waar onvoldoende mogelijkheden tot Open Access bestaan, zullen de organisaties initiatieven nemen en steunen zodat die mogelijkheden ook daar ontstaan. ‘De universiteiten zijn verheugd met deze maatregel, het is een duidelijke steun voor de onderhandelingen die wij met de uitgevers hierover voeren,’ aldus VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg.

Meer informatie:

  • Nieuwsbericht + Plan S van NWO
  • Over Open Access op onze website
  • Voor informatie over Open Access publiceren kunnen onderzoekers de website van VSNU raadplegen .
  • In het eerder verschenen nieuwsbericht over het VWS-advies over Open Access publiceren in de gezondheidszorg 
  • in het eerder verschenen nieuwsbericht over de aanbieding van het Nationaal Plan Open Science


]]>
news-2921 Tue, 28 Aug 2018 10:33:21 +0200 WRR presenteert rapport over sociaaleconomische gezondheidsverschillen https://www.wrr.nl/actueel/nieuws/2018/08/27/zet-in-op-gezondheidswinst Hoewel we in de afgelopen jaren veel gezonder zijn gaan leven, zijn gezondheidsverschillen tussen groepen in de maatschappij niet kleiner geworden. Daarom stelt de WRR voor om niet langer gezondheidsverschillen centraal te stellen maar het gezondheidspotentieel. Hoe kan zoveel mogelijk gezondheidswinst behaald worden?  

]]>
news-2907 Tue, 28 Aug 2018 00:00:00 +0200 Tweede subsidieronde Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweede-subsidieronde-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-opengesteld/ Vandaag is de oproep voor de tweede subsidieronde van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd opengesteld. Net zoals bij de eerste oproep biedt het actieprogramma de mogelijkheid om aan de hand van proeftuinen te experimenteren met de invulling van de maatschappelijke diensttijd. De proeftuinen kunnen experimenteren met diverse aspecten, zoals omvang van de diensttijd, invulling van de diensttijd, vergoeding voor jongeren, of het stimuleren van de inclusie van verschillende groepen jongeren.

De focus in deze oproep ligt op proeftuinen die zich richten op het bevorderen van sociale cohesie en op proeftuinen die zich richten op een specifieke groep jongeren of sector. Laat uiterlijk 21 september 2018 voor 12.00 uur weten dat u interesse heeft. De deadline voor de subsidieaanvraag is 9 oktober 2018 om 12.00 uur. 

Wat is maatschappelijke diensttijd?

Met maatschappelijke diensttijd leveren jongeren op vrijwillige basis een bijdrage aan de samenleving. Staatsecretaris Blokhuis wil vanaf zomer 2019 deze maatschappelijke diensttijd voor jongeren invoeren. Doel: de maatschappelijke impact van jongeren  verhogen door te investeren in hun inzet en ontwikkeling van hun talenten. Het programma richt zich ook op jongeren die nog niet of nauwelijks maatschappelijk actief zijn. Jongeren geven zelf aan dat de maatschappelijke diensttijd vrijwillig, flexibel en passend moet zijn; ze doen mee om nieuwe skills en ervaringen op te doen.

Wie kan aanvragen?

Organisaties met een goed idee kunnen financiële ondersteuning aanvragen. Binnen het actieprogramma wordt in proeftuinen gewerkt aan goede voorbeelden voor de maatschappelijke diensttijd. Organisaties hebben aantoonbaar ervaring in het organiseren van maatschappelijke activiteiten en projecten met jongeren.

Wat zijn de voorwaarden?

De proeftuinen moeten en stevige omvang en bereik hebben, dat wil zeggen landelijk, regionaal of grootstedelijk. Daarnaast moet in de proeftuin het hele proces van werven, matchen, begeleiden en uitvoeren van de maatschappelijke inzet doorlopen worden. Per proeftuin kan een subsidie van minimaal € 100.000 euro en maximaal € 500.000 euro aangevraagd worden. De looptijd van de proeftuin is maximaal 18 maanden. 

Hoe kan er subsidie aangevraagd worden?

Maak uiterlijk 21 september 2018 voor 12.00 duidelijk dat u interesse heeft door het vooraanmeldingsformulier in te vullen. U ontvangt dan een link waarmee u uw aanvraag kunt indienen. Subsidieaanvragen die niet aangemeld zijn, worden niet in behandeling genomen. De deadline voor het indienen van de subsidieaanvraag is 9 oktober 2018 om 12.00 uur. De volledige subsidieoproep en criteria leest u in de subsidiekalender van ZonMw.

Informatiebijeenkomst op 5 september

Benieuwd naar meer informatie over het actieprogramma en de subsidieoproep? Meld u dan aan voor de informatiebijeenkomst op woensdag 5 september van 09.30 tot 12.30 of van 13.30 tot 16.30 bij ZonMw in Den Haag. Deze bijeenkomst wordt gefilmd en daarnaast wordt er een verslag gemaakt dat diezelfde week nog wordt gepubliceerd.

Waarom het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd?

Met dit programma bevordert ZonMw dat iedere jongere de mogelijkheid krijgt om via maatschappelijke projecten en activiteiten bij te dragen aan een sterke en betrokken samenleving. Ook jongeren die nu nog niet maatschappelijk actief zijn. Het doel van het actieprogramma is om vanuit de praktijk te leren wat werkt. Het ministerie van VWS heeft € 25 miljoen subsidiemiddelen in 2018 beschikbaar gesteld voor het actieprogramma. Dit jaar zet ZonMw twee subsidieronden uit.

Meer weten?

]]>
news-2916 Mon, 27 Aug 2018 13:30:57 +0200 Nieuwe onderzoeken rond veilig opgroeien van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-onderzoeken-rond-veilig-opgroeien-van-start/ In september en november 2018 starten 2 nieuwe onderzoeken rond veilig opgroeien. Eén van deze projecten brengt in kaart wat de werkzame elementen van de Multidisciplinaire Aanpak (MDA++) in Friesland zijn en of deze werkwijze positieve uitkomsten voor de gezinnen oplevert. Het andere project onderzoekt hoe een onafhankelijk vertrouwenspersoon een structurele plek kan krijgen in de ketensamenwerking bij de aanpak van kindermishandeling. Veelbelovende multidisciplinaire werkwijze

Bij de aanpak van kindermishandeling is een samenwerking tussen verschillende organisaties uit de zorg- en justitieketen en ouders, kinderen en hun netwerk essentieel. MDA++ Friesland heeft een veelbelovende multidisciplinaire werkwijze ontwikkeld, waarin afspraken over regie, rol- en taakverdeling en afstemming centraal staan. Naast de specifieke werkzame elementen van de werkwijze, wordt ook onderzocht of er een afname van geweld en een toename van veiligheid bereikt worden. Het doel van het project is tot overstijgende inzichten te komen die ook voor andere regio’s en samenwerkingsverbanden relevant zijn. 

De stem van het kind in de keten

Kinderen hebben recht op een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Dit recht heeft echter geen structurele plek in de ketensamenwerking bij de aanpak van (vermoedens van) kindermishandeling. In aanpalende werkvelden en bij afzonderlijke ketenpartners zijn daar wel al goede voorbeelden van te vinden. Aan de hand van deze good-practices en via actieonderzoek wordt nagegaan hoe de stem van het kind in de gehele keten geborgd kan worden. Wat is daarvoor nodig? Hoe kan het werken met vertrouwenspersonen dit ondersteunen? Wat zijn voorwaarden, belemmerende en bevorderende factoren hierbij? De verwachting is dat het positioneren van de stem van het kind de ketensamenwerking verbetert en dat professionals meer een gemeenschappelijk doel en ‘gezamenlijke’ cliënt ervaren. Dat komt uiteindelijk de kinderen ten goede.

Veilig opgroeien 

De 2 projecten worden gefinancierd binnen het programma Veilig opgroeien. Dit programma bestaat op dit moment uit een deelprogramma kindermishandeling en een deelprogramma over slachtoffers van loverboys. Het deelprogramma kindermishandeling startte in 2016 en heeft sindsdien 12 onderzoeken gefinancierd. In 2018 is daar een aanvullende opdracht over zorg voor slachtoffers van loverboys als deelprogramma aan toegevoegd.

Openstaande subsidieronde Loverboys: deadline 25 september 12.00 uur

Binnen het programma Veilig opgroeien is op 30 juli 2018 een subsidieoproep geplaatst over Effectonderzoek opvang en behandeling slachtoffers van loverboys en mensenhandel. Het doel is de zorg voor slachtoffers van loverboys verder te verbeteren om zelfstandigheid en regie over hun eigen leven te bevorderen, schade te beperken en terugval te voorkomen. De resultaten van het onderzoek dienen handvatten op te leveren waar de praktijk behoefte aan heeft. 

De oproep bestaat uit twee onderdelen: 

  • A) Onderzoek naar de effectiviteit van zorgprogramma’s voor slachtoffers van loverboys. 
  • B) Onderzoek dat de praktijk ondersteunt in het opzetten en/of verder inrichten van een trajectbenadering voor slachtoffers van loverboys. 

Er kan voor beide delen 1 aanvraag gehonoreerd worden met elk een maximaal aan te vragen bedrag van € 500.000 euro.

Meer informatie

]]>
news-2897 Thu, 23 Aug 2018 15:42:00 +0200 Subsidie voor betere psychosociale zorg en ondersteuning aan statushouders https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidie-voor-betere-psychosociale-zorg-en-ondersteuning-aan-statushouders/ De psychische gezondheid van vluchtelingen in Nederland is vaak lager dan die van de algemene bevolking. Met het nieuwe programma Zorg voor vluchtelingen wil ZonMw de psychosociale zorg en ondersteuning aan statushouders in Nederland verbeteren en de kennis over hierover uitbreiden.
Het 4-jarige innovatieve programma Zorg voor vluchtelingen richt zich uitsluitend op vluchtelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel (Type III) verkregen op of na 1 januari 2013. Er is subsidie beschikbaar voor 2 soorten projecten:

  1. Onderzoeksprojecten naar gespecialiseerde (vroege) detectie en interventie / behandeling. Denk hierbij aan: screeningsinstrumenten, effectiviteit van interventies en organisatie van zorg en ondersteuning.
  2. Praktijkprojecten gericht op het versterken van de positie en de regie van statushouders.

Daarnaast focust het programma op een aantal specifieke doelgroepen onder de statushouders:

  • Jongeren (tot 18 jaar).
  • Ouderen.
  • Mensen met een (mogelijke) langdurige zorg- en ondersteuningsbehoefte. 
  • Statushouders met ziektebeelden die een verhoogd veiligheidsrisico (voor zichzelf of zijn omgeving) meebrengen. 

Subsidieoproep

De eerste subsidieoproep voor zowel onderzoeks- als praktijkprojecten staat nu online. De deadline voor het aanvragen van subsidie is 18 oktober 2018 om 14.00 uur.

Budget

In het programma worden activiteiten en middelen gebundeld om de zorg en ondersteuning aan statushouders in Nederland te verbeteren. Het totale budget voor het programma is vooralsnog € 1,9 miljoen voor de eerste 2 jaar. Het budget voor de eerste subsidieronde is bijeen gebracht door het ZonMw-Onderzoeksprogramma GGz, Stichting tot Steun VCVGZ en het ZonMw-programma Langdurige Zorg en ondersteuning.

Meer informatie

]]>
news-2892 Thu, 23 Aug 2018 10:00:00 +0200 Sportimpuls lokaal geborgd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/sportimpuls-lokaal-geborgd/ “De Sportimpuls heeft een beweging in de goede richting in gang gezet”. Het ontstaan van nieuwe samenwerkingsverbanden, nieuw sport- en beweegaanbod en het bereiken van nieuwe doelgroepen waren zonder de Sportimpuls niet van de grond gekomen. Daarnaast is met de Sportimpuls kennis en ervaring opgedaan met het opzetten en uitvoeren van een project. Zo rapporteren ondervraagde projectleiders in het onderzoek naar de borging van Sportimpuls projecten die in 2014 zijn gestart. Het onderzoek is in opdracht van ZonMw uitgevoerd door het Mulier Instituut, in navolging op het onderzoek van 2017 waarin projecten uit 2012 en 2013 zijn bevraagd. Met de Sportimpuls worden lokale sport- en beweegaanbieders twee jaar lang financieel ondersteund bij het opzetten van activiteiten om meer mensen te laten sporten en bewegen. In 2014 is de Sportimpuls uitgebreid naar drie regelingen: Sportimpuls, Sportimpuls Kinderen Sportief op gewicht (KSG) en Sportimpuls Jeugd in lage inkomensbuurten (JiLiB). Dit jaar zijn 177 projecten gestart. De online enquête, die is uitgezet onder hoofdaanvragers, is door 114 van hen ingevuld (respons 64%). Daarnaast zijn ook verdiepende interviews gehouden met projectleiders en is een non-respons analyse uitgevoerd.

Sport- en beweegactiviteiten grotendeels voortgezet

De bevraagde projecten zijn inmiddels zo’n 2 jaar verder sinds beëindiging van de subsidie. Bij 89% van de projecten worden de sport- en beweegactiviteiten die zijn opgezet nu nog in zijn geheel of gedeeltelijk uitgevoerd. Dit is vergelijkbaar met het percentage van het onderzoek uit 2017. Wel is het percentage projecten dat de activiteiten gedeeltelijk heeft voortgezet (51%) groter dan in het onderzoek van 2017. Een tekort aan deelnemers en een gebrek aan financiële middelen, zowel bij de uitvoerende organisaties als de doelgroep, worden als belangrijkste redenen voor het (deels) stoppen van de activiteiten genoemd. Bij de KSG-projecten is het aandeel projecten waarbij alle activiteiten zijn gestopt het hoogst.

Wat zijn de opbrengsten?

De hoofdaanvragers en projectleiders benoemden de volgende opbrengsten uit de sportimpulsprojecten:

  • Structurele sport- en beweegactiviteiten
  • Uitbreiding van samenwerkingsverbanden
  • Borging van kennis en expertise
  • Scholing van mensen die vervolgens activiteiten kunnen organiseren

Het percentage van de deelnemers dat uiteindelijk structureel (wekelijks) blijft sporten en bewegen varieert tussen projecten en is bij de JiLiB-projecten lager dan bij de reguliere projecten en KSG-projecten. Begeleiding van deelnemers naar passend vervolgaanbod, bijvoorbeeld door de buurtsportcoach, is van positieve invloed op het aantal deelnemers dat doorstroomt. De mate waarin kinderen doorstromen naar vervolgaanbod is ook erg afhankelijk van de ouders.

Samenwerking versterkt

Met name de samenwerking met de gemeente, andere sportverenigingen en de buurtsportcoach is versterkt. De lijnen tussen de organisaties zijn korter geworden, waardoor het mogelijk wordt om in een andere context samen te werken. Een win-winsituatie voor betrokken partijen en gezamenlijke doelen zijn voorbeelden van factoren die een succesvolle samenwerking bevorderen.

Borging in de toekomst

Om Sportimpulsprojecten die nog lopen of die nog moeten beginnen in de toekomst nog beter te kunnen borgen is het belangrijk dat de projecten meer vraaggericht werken bij het opzetten of verwijzen naar (vervolg)aanbod. Ook moet de financiële borging vanaf de start van het project al een aandachtspunt zijn. Het begeleiden van deelnemers naar structureel vervolgaanbod en het meer betrekken van ouders bij het sporten en bewegen van hun kind(eren) zijn factoren die de kans op succesvolle borging vergroten.

Meer informatie


]]>
news-2859 Thu, 09 Aug 2018 15:01:48 +0200 Nieuwe JeugdzorgPlus-onderzoeken van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-jeugdzorgplus-onderzoeken-van-start/ In september en oktober 2018 starten 3 nieuwe onderzoeken over JeugdzorgPlus. Een onderzoek richt zich op wat JeugdzorgPlus-instellingen kunnen leren van jongeren die meerdere keren in een instelling worden geplaatst. Ook wordt er onderzocht hoe het nu gaat met jongeren die 5 jaar geleden in een instelling verbleven. Het derde onderzoek gaat na hoe de hulpverleningsroutes van jongeren zijn verlopen voordat zij in een JeugdzorgPlus-instelling geplaatst zijn. Leren van herhaald beroep 

Sommige jongeren worden meer dan één keer in een JeugdzorgPlus-instelling geplaatst voor behandeling. In dit project wordt onderzocht of de hulpverlening voldoende passend is bij deze jongeren, waardoor zij en hun familie weer zelf verder kunnen met hun eigen leven. 

Met de uitkomsten van het onderzoek kan de hulpverlening verbeterd worden, door bijvoorbeeld beter bij de leerstijl en motivatie van de jongeren aan te sluiten.

Hoe gaat het nu met de jongeren uit de JeugdzorgPlus, periode 2008-2013?

Hoe gaat het nu met jongeren die in een JeugdzorgPlus-instelling verbleven op het gebied van wonen, opleiding, werk, sociaal netwerk, financiën en gezondheid? Wat was belemmerend en wat was behulpzaam tijdens de behandeling? Op welke manier zijn zij toen in de JeugdZorgPlus-instelling op hun leven voorbereid? 

Hiervoor wordt de levensloop van 150 jongeren onderzocht. De rode draden daaruit leveren aanknopingspunten op voor verdere verbetering van de kwaliteit van de behandeling, zorg en ondersteuning van jongeren tijdens en na hun verblijf in een JeugdzorgPlus-instelling. 

Jongeren met strafbare feiten in JeugdzorgPlus-instellingen

Sinds 1 januari 2008 worden jongeren die op basis van een civielrechtelijke maatregel geplaatst zijn, niet meer samen geplaatst met jongeren die geplaatst zijn op basis van een strafrechtelijke maatregel. Recent is de discussie rond het samen plaatsen van deze twee groepen jongeren weer opgelaaid, omdat de benodigde behandeling en beveiligingsbehoefte van jeugdigen leidend zou moeten zijn voor plaatsing en niet de justitiële titel.

In dit project wordt onderzocht hoe de hulpverleningsroutes van jongeren voor de plaatsing in de JeugdzorgPlus-instelling zijn verlopen. En met welke argumenten de plaatsing van de jongere tot stand is gekomen. Dit project levert meer zicht op het proces en overwegingen die een rol spelen in een besluit tot plaatsing in een JeugdzorgPlus-instelling of een justitiële jeugdinrichting. Hiermee kunnen de besluitvormingsprocedures over plaatsing in een van beide inrichtingen worden verbeterd volgens richtlijnen van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.

JeugdzorgPlus

JeugdzorgPlus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving.

Monitor JeugdzorgPlus

Het ministerie van VWS en de instellingen voor JeugdzorgPlus stimuleren de kwaliteit van de JeugdzorgPlus. Daarom is onder meer de Monitor JeugdzorgPlus gerealiseerd. Hiermee verzamelen de JeugdzorgPlus-instellingen gedurende een langere periode op verschillende meetmomenten gegevens van de jeugdigen in de JeugdzorgPlus, tot een half jaar na het verblijf.

ZonMw-programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus

ZonMw informeert voor het openstellen van een nieuwe subsidierondes periodiek naar potentiële onderzoeksvragen van het ministerie van VWS en van JeugdzorgPlus-instellingen. De 3 onderzoeksvragen zijn geformuleerd naar aanleiding van de informatie en rapportages die de Monitor JeugdzorgPlus heeft opgeleverd. De projecten zijn vanuit het programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gefinancierd.

Meer weten?

]]>
news-2843 Mon, 06 Aug 2018 11:54:02 +0200 Langer nagenieten van de vakantie? Liever niet met een soa! https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/langer-nagenieten-van-de-vakantie-liever-niet-met-een-soa/ Veel jongeren hebben tijdens hun vakantie onbeschermde seks. Bij onbeschermde seks is de kans op een seksueel overdraagbare aandoening groot. In Nederland alleen al lopen jaarlijks ruim 100.000 mensen een soa op. Vanuit het preventieprogramma is ingezet op onderzoek naar screening op infectieziekten zoals soa’s. SoaSeksCheck: jongeren doelmatiger en gerichter bereiken

In dit onderzoek is de SoaSeksCheck ontwikkeld. Een webapplicatie om jongeren, die een potentieel hoog risico lopen op een soa, gerichter te bereiken en indien nodig door te sturen naar een aanbieder van betrouwbare soa-zorg. De SoaSeksCheck bestaat uit een chatbot (geautomatiseerde gesprekspartner) waar vragen rondom seksualiteit en het risico op soa gesteld konden worden. Op die manier kon de risicogroep tijdig worden opgespoord en doorgeleid worden tot behandeling.

Daarnaast kregen jongeren de mogelijkheid om via de elektronische agendamodule een afspraak in te plannen bij de soa poli. Ook werd er in de webapplicatie feitelijke informatie gegeven over soa’s en zwangerschap waarbij de anonimiteit van de jongeren ten alle tijden wordt gewaarborgd. De resultaten suggereren dat de SoaSeksCheck het bereik en doorgeleiding van hoog-risico jongeren in een urbane setting met een niet-Nederlandse afkomst kan verbeteren en dat de applicatie bijdraagt aan effectiever soa testbeleid.

Een gewaarschuwd mens…

In dit project is de website www.partnerwaarschuwing.nl succesvol geïmplementeerd. Mensen met een soa kunnen via deze site hun sekspartners waarschuwen. Overdracht van een soa kan gebeuren zonder dat partners weten dat zij een soa hebben. Een onbehandelde soa kan grote gevolgen hebben. Zo kan gonorroe leiden tot onvruchtbaarheid bij vrouwen en bijbalontstekingen bij mannen.

Waarschuwen van een sekspartner kan op verschillende manieren, persoonlijk of via de telefoon. Met een sms of een WhatsAppbericht of via de waarschuwingsmodule van partnerwaarschuwing.nl.
Het is ook mogelijk anoniem te waarschuwen via de website. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de code die bij de soa uitslag is ontvangen. Er wordt vervolgens anoniem een bericht naar de te waarschuwen sekspartner verstuurd.

Alle GGD’en gebruiken de website

Inmiddels gebruiken de soa-poli’s van alle GGD’en de website. Een kleine 400 huisartsenpraktijken hebben een inlogaccount en kunnen codes meegeven aan hun patiënten. De helft van de hiv-behandelcentra heeft tenminste één hiv-consulent die codes kan meegeven. Ten slotte is de site via andere websites gepromoot onder mensen die een soa hebben, bijvoorbeeld via thuisarts.nl. Vooral via soaaids.nl zijn veel bezoekers naar de site gekomen.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over gezondheidsonderzoek en zorginnovaties. De genoemde onderzoeken SoaSeksCheck en Partnerwaarschuwing.nl worden gefinancierd vanuit het Preventie deelprogramma Vroege Opsporing.

Meer informatie

]]>
news-2800 Fri, 27 Jul 2018 11:49:16 +0200 Staatssecretaris Paul Blokhuis feliciteert projecten die subsidie ontvangen voor Maatschappelijke Diensttijd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/staatssecretaris-paul-blokhuis-feliciteert-projecten-die-subsidie-ontvangen-voor-maatschappelijke-di/ Felicitaties van staatssecretaris Paul Blokhuis voor de projecten die subsidie ontvangen voor Maatschappelijke Diensttijd

]]>
news-2798 Fri, 27 Jul 2018 09:02:49 +0200 Kunt u nog wel lekker zwemmen deze zomer? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kunt-u-nog-wel-lekker-zwemmen-deze-zomer/ Als het warmer wordt en de zomer vordert, is het steeds aantrekkelijker om een lekkere duik te nemen in natuurwater. Maar is dit wel zo’n goed idee? Wat zwemt er met u mee? Darmbacterie kopje onder

Darminfecties bij mensen worden o.a. veroorzaakt door de bacterie Campylobacter. De bacterie verspreidt zich meestal van landbouwhuisdieren naar mensen. De bacterie komt ook voor bij wilde vogels en in oppervlaktewater. De bijdrage van deze bronnen aan humane infectie is grotendeels onbekend.
 
Het RIVM onderzoekt met verschillende partners de oorsprong en verspreiding van Campylobacter in het milieu. Het onderzoek leidt tot acties die ondernomen kunnen worden om het verspreiden van de bacterie via het milieu te voorkomen.

Een slok afvalwater

U kunt bijvoorbeeld blauwalg tegenkomen in het zwemwater. De blauwalg is een cyanobacterie, die in de zomer zeer giftige stoffen produceert. Het komt vaak voor dat op de plekken waar blauwalg is een zwemverbod van kracht is. Wanneer er te veel stikstof en fosfor in het oppervlaktewater aanwezig zijn kan dit zorgen voor een overmatige groei van algen en cyanobacteriën. Dit is herkenbaar aan de groene drab die dan op het water drijft. Wanneer de algen en cyanobacteriën vervolgens afsterven ontstaan er zuurstoftekort in het water.

Recent was in het nieuws dat waterschappen mensen afraden te zwemmen in oppervlaktewater vanwege de explosieve groei van blauwalgen.

In ons oppervlaktewater wordt gereinigd huishoudelijk afvalwater geloosd. Huishoudelijk afvalwater is er in verschillende varianten; ‘Zwart water’ is het water dat we wegspoelen na een uitgebreid toiletbezoek. Dit water is het meest vervuilde water. ‘Grijs water’ is afvalwater dat afkomstig is van bad, douche, keuken en (afwas) machine. Grijs water is minder vervuild maar wordt wel meer geproduceerd. Dit afvalwater wordt gereinigd en vervolgens weer in oppervlaktewater geloosd.

Resistente bacteriën

Mensen spoelen regelmatig hun overgebleven medicijnen door het toilet. Deze medicijnresten kunnen grotendeels uit het rioolwater worden gefilterd, maar een deel komt toch in het oppervlaktewater terecht. Dit is slecht voor ons milieu en voor het waterleven. Zo kunnen antidepressiva zorgen voor een gedragsverandering bij kleine waterkreeftjes en vissen.
 
Mensen en dieren scheiden resistente bacteriën uit met de ontlasting en die bereiken via het riool de afvalwaterzuivering. Afvalwaterzuiveringen kunnen het aantal resistente bacteriën, resistentiegenen en resten van antibiotica deels verminderen, maar niet volledig.

Mensen die zwemmen in oppervlaktewater waarin gezuiverd afvalwater wordt geloosd, kunnen deze resistente bacteriën mogelijk binnenkrijgen. De gevolgen hiervan voor de gezondheid moeten nog onderzocht worden.
 
Het RIVM onderzoekt in hoeverre het mogelijk is om resistente darmbacteriën binnen te krijgen door te zwemmen in  oppervlaktewater. Zij zoeken deelnemers voor een zwemmersstudie.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over gezondheidsonderzoek en zorginnovaties. Het genoemde onderzoek van de Campylobacter wordt gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infecties die van dieren overgedragen worden aan de mens, buiten de voedselketen om.

Meer informatie

Wilt u weten waar u veilig kunt zwemmen deze zomer? Op Zwemwater.nl vindt u meer informatie over de waterkwaliteit van het zwemwater in Nederland. Heeft u een specifieke vraag? Dan kunt u bellen met de zwemwatertelefoon in uw provincie.

Hieronder vindt u een lijst met links naar achtergrondinformatie over de onderzoeken uit dit artikel:

]]>
news-2797 Fri, 27 Jul 2018 07:00:00 +0200 Projecten eerste subsidieronde Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd gehonoreerd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/projecten-eerste-subsidieronde-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-gehonoreerd/ Vandaag is bekendgemaakt dat 38 proeftuinen van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd binnenkort van start mogen gaan. Deze projecten zijn gehonoreerd vanuit de eerste subsidieronde en zullen zo’n 13.000 jongeren stimuleren zich vrijwillig in te zetten voor andere mensen en goede doelen, die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Proeftuinen

Er zit veel diversiteit in de gehonoreerde proeftuinen. Jongeren kunnen aan de slag in de zorg, sport of cultuur, op het platteland en zelfs op zee. Een van de projecten is van de Reddingsbrigade. Als lifeguard, trainer of instructeur worden jongeren opgeleid en dragen ze verantwoordelijkheid. De jongeren krijgen de mogelijkheid om na hun diensttijd met een EHBO- en internationaal erkend lifeguarddiploma de deur uit te lopen, of om langer te blijven. Bij een ander project organiseren jongeren door het hele land diners op het platteland, waardoor jongeren uit de stad en jonge boeren met elkaar in contact komen. Maar ook inzet binnen een maatjesproject en als vrijwilliger aan de slag gaan bij mensen thuis behoort binnen de proeftuinen tot de mogelijkheden. 

Alle proeftuinen hebben met elkaar gemeen dat jongeren zich inzetten voor een ander en zo hun eigen talenten ontdekken en ontwikkelen. Jongeren leren bij de gekozen projecten nieuwe vaardigheden, maar ook zeker wat ze leuk vinden om te doen. Een aantal proeftuinen richten zich op jongeren zonder diploma of jongeren die moeilijk een baan kunnen vinden. Met de maatschappelijke diensttijd worden zij met passende begeleiding in staat gesteld te ontdekken waar hun talenten liggen en deze te benutten. 

In het zonnetje gezet

Staatssecretaris Paul Blokhuis heeft alle gehonoreerde proeftuinen via een videoboodschap gefeliciteerd en wenst ze, mede namens ZonMw veel succes met het realiseren van de proeftuinen. 

“Felicitaties aan alle organisaties die de komende maanden gaan pionieren voor de maatschappelijke diensttijd”, zegt staatssecretaris van VWS Paul Blokhuis. “De bedoeling van maatschappelijke diensttijd is dat jongeren uit alle sociale lagen zich kunnen inzetten voor andere mensen en goede doelen, die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Het is vooral iets voor jongeren zelf, om kennis en praktische ervaring op te doen, maar ook om in contact te komen met andere jongeren en ouderen die ze normaal gesproken niet dagelijks tegen het lijf lopen. Dit kan eraan bijdragen dat iedereen de kans krijgt om mee te doen. Ik heb er vertrouwen in dat de gekozen projecten de samenleving en zeker ook de levens van jongeren die meedoen, op een positieve manier gaan beïnvloeden.”

Een aantal veelbelovende projecten zijn vandaag extra in het zonnetje gezet. Zij worden verrast met een bezoek van een delegatie van het ministerie van VWS, ZonMw en jongeren die betrokken waren bij de honorering van de projecten. 

Het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd

Met de maatschappelijke diensttijd wil het kabinet bevorderen dat iedere jongere de mogelijkheid krijgt om via maatschappelijke projecten en activiteiten bij te dragen aan een sterke en betrokken samenleving. De diensttijd is breed toegankelijk voor alle jongeren. Het doel is om de maatschappelijke diensttijd zo vorm te geven dat het ook jongeren aantrekt die nu nog niet maatschappelijk actief zijn en/of jongeren stimuleert om dat nog meer te doen. Het doel van het ZonMw-actieprogramma is om in proeftuinen te experimenteren met het organiseren en uitvoeren van de maatschappelijke diensttijd.  Om zo vanuit de praktijk te leren wat werkt en op basis daarvan de maatschappelijke diensttijd vorm te geven. 

Binnenkort nieuwe subsidiemogelijkheden

Heeft u ook een goed idee, maar de eerste ronde gemist? Eind augustus gaat de tweede subsidieronde van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd open. De deadline voor het indienen van een subsidieaanvraag is 9 oktober 2018, maar maak voor 21 september uw interesse kenbaar. Op woensdag 5 september organiseren we een informatiebijeenkomst waarin we de subsidieoproep en de procedures om een aanvraag in te dienen nader toelichten en uw vragen beantwoorden. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden. Abonneer u ook op onze nieuwsbrief jeugd om op de hoogte te blijven. 

Meer weten?

]]>
news-2759 Mon, 16 Jul 2018 08:01:58 +0200 Twee implementatieprojecten over algemeen werkzame factoren van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/twee-implementatieprojecten-over-algemeen-werkzame-factoren-van-start/ De 19 ZonMw-projecten die onderzoek hebben gedaan naar alliantie en andere algemeen werkzame factoren in de zorg voor jeugd hebben veel kennis opgeleverd. De projectleiders gaan nu gezamenlijk deze kennis gebundeld verspreiden en implementeren.

De focus ligt daarbij op activiteiten zoals het overzichtelijk maken van belangrijkste inzichten en aanbevelingen over alliantie en andere algemeen werkzame factoren. En wordt inzichtelijk gemaakt welke instrumenten gebruikt zijn om alliantie en algemeen werkzame factoren te meten.

Dat is de uitkomst van de expertmeeting met projectleiders en andere experts die onderzoek doen naar deze thema’s. Conclusie van de aanwezigen was dat het zinvol is om de kennis en inzichten van gehonoreerde projecten te bundelen, en om op basis hiervan zicht te krijgen op relevante vervolgstappen in praktijk, onderwijs, beleid en onderzoek.

Verwacht resultaat

Het ene project levert een overzicht op van aanbevelingen uit de 19 onderzoeksprojecten voor de hulpverleningspraktijk, het onderwijs, beleid, onderzoek en subsidieverstrekkers. Terwijl het andere project een overzicht maakt van de best bruikbare instrumenten om alliantie en andere algemeen werkzame factoren te meten. Er wordt in kaart gebracht of de instrumenten opgenomen kunnen worden in bestaande richtlijnen. Verder wordt er een plan gemaakt voor de vertaalslag naar opleiding (toekomstige professionals) en praktijk (huidige professionals).

VIMP-aanvragen

De volgende 2 VIMP-aanvragen zijn gehonoreerd en gaan in september 2018 van start:

Algemeen werkzame factoren

In de jeugdsector is veel aandacht voor de vraag door welke factoren het succes van steun- of hulpverleningstrajecten wordt bepaald. Veel onderzoek focust zich op specifieke factoren (interventiemethoden en –technieken). In deze programmalijnen ligt de focus op de algemeen werkzame factoren (interventie-nonspecifieke): cliëntfactoren, werkzame factoren bij beroepsbeoefenaren en factoren in de werkrelatie (alliantie) tussen cliënt en beroepsbeoefenaren.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. 

Meer informatie

 

]]>
news-2691 Fri, 06 Jul 2018 08:00:00 +0200 Laatste ronde Sportimpuls: 145 projecten in de startblokken https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/laatste-ronde-sportimpuls-145-projecten-in-de-startblokken/ Bij de allereerste ronde van Sportimpuls in 2012 ontving ZonMw nog meer dan 900 subsidieaanvragen. In 2018 is de 7e en laatste ronde open gegaan. Dit jaar ontving ZonMw in totaal 223 aanvragen. Op 1 september 2018 klinkt het startschot voor de 145 projecten die hun uiterste best gaan doen om mensen in beweging te krijgen. De verdeling van de gehonoreerde projecten binnen de verschillende regelingen is:

  • 52 in de ‘reguliere’ Sportimpuls;
  • 62 voor Sportimpuls Jeugd in Lage Inkomensbuurten;
  • 31 voor Sportimpuls Kinderen Sportief op Gewicht.

Binnen de regelingen ‘Jeugd in Lage Inkomensbuurten’ en ‘Kinderen Sportief op Gewicht’ konden alle aanvragen die passend waren binnen de regeling en kwalitatief ‘voldoende’ scoorde, gehonoreerd worden. Bij de reguliere Sportimpuls zijn alle aanvragen gehonoreerd die passend zijn binnen de regeling en op kwaliteit minimaal ‘goed’ hebben gescoord.
De vorig jaar ingestelde cofinanciering blijft voor alle drie de regelingen ongewijzigd; projecten zijn verplicht minimaal 15% van de projectkosten zelf bij te dragen.

Kwetsbare groepen

De reguliere Sportimpuls richt zich in deze ronde specifiek op de kwetsbare doelgroepen: mensen met een beperking, mensen met een chronische ziekte en ouderen.

Hoe en wat ronde 2018

Waar gaan de projecten van start? Hoe is de spreiding? Welke interventies van de Menukaart zijn gekozen? Op deze informatie moet u helaas nog even wachten. Zodra alle gehonoreerde projecten officieel akkoord zijn gegaan met de subsidievoorwaarden van ZonMw, wordt de complete lijst met projecten vrijgegeven via de social mediakanalen van ZonMw en Sport en bewegen in de buurt. De verwachting is dat deze informatie half oktober beschikbaar komt.

Sport en Bewegen in de buurt

De Sportimpuls maakt deel uit van het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt (www.sportindebuurt.nl). Met de Sportimpuls worden lokale sport- en beweegaanbieders twee jaar lang financieel ondersteund bij het opzetten van activiteiten om meer mensen te laten sporten en bewegen.

Meer informatie

]]>
news-2707 Thu, 05 Jul 2018 11:00:34 +0200 Denk mee met nieuw onderzoek voor de Jeugdgezondheidszorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/denk-mee-met-nieuw-onderzoek-voor-de-jeugdgezondheidszorg/ Hoe kan de jeugdgezondheidszorg (JGZ) anticiperen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen? En hoe kunnen richtlijnen hieraan bijdragen? We zijn op zoek naar professionals in de Jeugdgezondheidszorg die meedenken over toekomstig onderzoek voor de JGZ, zodat de resultaten uit onderzoek goed aansluiten bij de behoeften in de praktijk.

Met kennis willen we de jeugdgezondheidszorg verbeteren en versterken. Om zo te werken aan een effectieve en goede basiszorg voor alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Werkzaam voor de JGZ? Denk dan met ons mee! Uw inbreng is waardevol.

Denkt u ook mee?

Voor de invulling van toekomstig onderzoek zal ZonMw een consultatieronde doen langs verschillende organisaties. Daarnaast zijn we ook benieuwd naar de mening van individuele praktijkprofessionals, wetenschappers en beleidsmedewerkers. Via de nieuwsbrief Jeugd van ZonMw wordt u op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Heeft u al ideeën of wilt u meedenken? Laat uw mailadres achter

Meer weten?

]]>
news-2705 Thu, 05 Jul 2018 09:03:21 +0200 Aankondiging tweede subsidieronde Maatschappelijke Diensttijd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aankondiging-tweede-subsidieronde-maatschappelijke-diensttijd/ Zoals aangekondigd gaat de tweede subsidieronde van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd nog dit jaar open. De deadline voor het indienen van uw subsidieaanvraag is op dinsdag 9 oktober 2018. Waar moeten de projecten aan voldoen? 

Binnen het programma wordt in proeftuinen geëxperimenteerd met het organiseren en uitvoeren van de maatschappelijke diensttijd. De resultaten die binnen deze proeftuinen tot stand komen bieden aanknopingspunten om de maatschappelijke diensttijd verder in te richten.

Waar in deze oproep accenten op worden gelegd is op dit moment nog niet duidelijk. De volledige subsidieoproep en criteria voor de projectvoorstellen leest u eind augustus in de subsidiekalender van ZonMw.

Hoe dient u uw subsidieaanvraag in? 

Via onze website kunt u zich aanmelden om een subsidieaanvraag in te dienen. Om uw interesse kenbaar te maken, dient u uiterlijk vrijdag 21 september 2018 het formulier in te dienen om u aan te melden. Op de website zal een link naar het formulier worden opgenomen. Subsidieaanvragen die niet aangemeld zijn, worden niet in behandeling genomen. De deadline voor het indienen van de subsidieaanvraag is dinsdag 9 oktober 2018, 12.00 uur. 

Informatiebijeenkomst

Op woensdag 5 september organiseert ZonMw een informatiebijeenkomst waarin we de subsidieoproep en de procedures om een aanvraag in te dienen nader toelichten en uw vragen beantwoorden. Abonneer u op onze nieuwsbrief jeugd, zodat u zich op tijd kunt aanmelden.

Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd

Met dit programma bevordert ZonMw dat iedere jongere de mogelijkheid krijgt om via maatschappelijke projecten en activiteiten bij te dragen aan een sterke en betrokken samenleving. Ook jongeren die nu nog niet maatschappelijk actief zijn. Het doel van het actieprogramma is om vanuit de praktijk te leren wat werkt.

Meer weten?

]]>