ZonMw tijdlijn Effectonderzoek https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Effectonderzoek nl-nl Fri, 30 Oct 2020 18:21:26 +0100 Fri, 30 Oct 2020 18:21:26 +0100 TYPO3 news-6321 Thu, 08 Oct 2020 10:30:17 +0200 Jij en je gezondheid ook voor primair onderwijs beschikbaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jij-en-je-gezondheid-ook-voor-primair-onderwijs-beschikbaar/ De digitale werkwijze Jij en Je Gezondheid is onlangs doorontwikkeld voor toepassing binnen de preventieve gezondheidsonderzoeken bij kinderen op 5 en 10-jarige leeftijd. Jij en je gezondheid was al beschikbaar voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ) in het voortgezet onderwijs, maar is nu ook landelijk beschikbaar voor toepassing binnen het primair onderwijs. De Jij en Je gezondheid-werkwijze helpt bij het vroegtijdig signaleren van kinderen met risicogedragingen en/of (verhoogde kans op) sociaal-emotionele problemen. Door deze tijdige signalering kan advies en ondersteuning gegeven worden aan kinderen en hun ouders of ze kunnen zo nodig toegeleid worden naar veelbelovende en effectieve (preventieve) zorgprogramma's.

Jij en Je Gezondheid

Bij de inzet van Jij en Je Gezondheid vullen ouders als onderdeel van het preventief gezondheidsonderzoek voor kinderen rond de 5 en 10 jaar een digitale gezondheidsvragenlijst in. Deze vragenlijst bestaat uit verschillende valide en betrouwbare screeningslijsten met thema’s  zoals algemene gezondheid, psychische gezondheid, gedrag, leefgewoonten en leefomgeving. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen de ouders op basis van hun antwoorden direct de uitslag.  Deze wordt weergegeven met behulp van een stoplichtsysteem (groen-oranje-rood). Ouders krijgen vervolgens per onderwerp praktische tips, adviezen en links naar handige websites over de gezondheid en leefsituatie van hun kind en gezin. De tips en adviezen zijn opbouwend en helpen ouders zelf aan de slag te gaan.

Het invullen van een vragenlijst met een directe terugkoppeling plaatst de ouder en het kind centraal in de zorg, geeft hen de mogelijkheid om ook autonoom aan de slag te gaan en draagt bij aan partnerschap tussen ouders en JGZ-professionals. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige bekijkt de uitslagen van de vragenlijst ook en ziet door het stoplichtsysteem in één oogopslag wat de sterke en zwakke kanten van het kind zijn.

Uitkomsten evaluatie

In 3 verschillende regio’s is evaluatieonderzoek gedaan naar de haalbaarheid, het bereik en de tevredenheid van Jij en Je Gezondheid onder JGZ-professionals en ouders. Daaruit blijkt:

  • Jij en Je Gezondheid is een geschikt instrument voor de JGZ ter ondersteuning van de preventieve gezondheidsonderzoeken in het primair onderwijs. Het instrument kan zowel worden toegepast bij een triage-werkwijze als bij een werkwijze waarbij alle kinderen worden uitgenodigd voor een consult.
  • Net als bij andere vragenlijsten geldt ook voor Jij en Je Gezondheid dat niet alle ouders met de vragenlijst worden bereikt. Het verschilt sterk per school hoeveel ouders de vragenlijst invullen. Er zijn geen opmerkelijke verschillen gevonden in bereik tussen de Jij en Je Gezondheid-werkwijze en de werkwijze met papieren vragenlijsten.
  • Ouders zijn over het algemeen positief over de digitalisering. Vaak gaf de gezondheidsvragenlijst inzicht in hoe het met hun kind gaat. Dit inzicht was ook nuttig als voorbereiding op een (eventueel) gesprek met een JGZ-professional. De uitslag en tips na afloop vonden ze prettig.
  • Ook de meeste JGZ-professionals waren tevreden. Zij zien de gezondheidsvragenlijst ook als een goede voorbereiding op een (eventueel) gesprek en ondersteunend bij het signaleren van kinderen die aandacht behoeven.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Het project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-6241 Mon, 28 Sep 2020 09:32:11 +0200 Professional en Slimme richtlijnmodule werken efficiënt samen aan uniform en wetenschappelijk onderbouwde JGZ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/professional-en-slimme-richtlijnmodule-werken-efficient-samen-aan-uniform-en-wetenschappelijk-onderb/ Richtlijnen vormen een belangrijke basis voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Echter, voor professionals is het een uitdaging deze richtlijnen te gebruiken zoals bedoeld. De JGZ telt bijvoorbeeld meer dan 30 richtlijnen, die regelmatig worden vernieuwd. Het is uitdagend de inhoud altijd op het vizier te hebben. Richtlijnen zijn verder niet allemaal consistent in opbouw en verwijzen naar andere lokale (niet-)JGZ-richtlijnen, wat de complexiteit verhoogd en efficiëntie van gebruik verlaagd. De Slimme Richtlijnmodule (SRM) biedt een oplossing voor de genoemde knelpunten. Data-gedreven beslissingsondersteunend systeem

De SRM is een data-gedreven beslissingsondersteunend systeem, dat werkt op basis van de JGZ-richtlijnen die zijn vertaald naar algoritmen. Door middel van vragen, antwoorden en zogenaamde ‘afkapwaarden’ wordt de professional tijdens het gesprek met de cliënten door een of meerdere richtlijnen geleid naar aanbevelingen voor ouders en kind. Deze aanbevelingen gaan over de ontwikkeling en gezondheid van het kind. Het beantwoorden van de vragen en de terugkoppeling vindt plaats via een slimme gebruikersinterface. Deze is bij voorkeur onderdeel van het digitale dossier (DD JGZ).

Professionals willen slimme richtlijn blijven gebruiken

Afgelopen jaar heeft een pilot gelopen met de slimme richtlijn Lengtegroei. Dit gebeurde binnen Topicus en in 2 pilot-regio’s. Hieraan werkte 19 professionals (artsen, verpleegkundigen en assistenten) mee. De belangrijkste bevindingen waren dat professionals met de slimme richtlijn Lengtegroei (vergeleken met de standaard richtlijn Lengtegroei) meer ruimte ervaarden om te handelen volgens eigen professionele inzicht. Ook vonden zij  dat de aanbevelingen uit de richtlijn vaker een aanvulling vormden op hun handelen. Verder was de SRM nuttig voor het werk en eenvoudig in het gebruik, had men vertrouwen in de geboden adviezen en droeg de SRM bij aan de efficiëntie van het werk. Men ervaarden ook steun van collega’s en de organisatie voor het gebruik van de SRM. Tenslotte hadden nagenoeg alle deelnemende professionals de intentie de slimme richtlijn te blijven gebruiken. Als bijkomstigheid vormde de SRM en de adviezen een stimulans voor betere registratie van data in het digitale dossier.

Ontwikkelingen

De volgende stap is het uitbreiden van slimme richtlijnen. Inmiddels zijn de slimme richtlijnen Slaap en Gewicht gereed en worden op termijn de richtlijnen Taal en Motoriek ontwikkeld. Daarnaast is het van belang te toetsen wat het effect is van de SRM op de toegankelijkheid, praktische bruikbaarheid en naleving van JGZ-richtlijnen. Tenslotte wordt gewerkt aan de borging van de SRM en dat meer JGZ-organisaties, met verschillende digitale dossiers, de SRM gaan inzetten. Daarom is de SRM al zodanig ontwikkeld dat andere digitale dossiers eenvoudig gekoppeld kunnen worden, middels de beschikbare SRM-API.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-6147 Tue, 08 Sep 2020 14:58:01 +0200 Jeugdhulp verbetert door gebruik feedbacksysteem voor resultaten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jeugdhulp-verbetert-door-gebruik-feedbacksysteem-voor-resultaten/ Een feedbacksysteem helpt teams in jeugdhulpinstellingen om de hulp die zij bieden te verbeteren aan de hand van de gegevens over hun resultaten. Ook krijgen deze teams door het feedbacksysteem meer respons op vragenlijsten bij hun cliënten, waardoor ze beschikken over meer informatie over de resultaten van de hulp. Dat blijkt uit onderzoek van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland (SEJN). Jeugdhulpinstellingen die lid zijn van het SEJN verzamelen gegevens over de resultaten van de hulp die zij bieden in de Lerende Databank Jeugd. Daardoor kunnen ze onderling resultaten vergelijken en leren hoe ze die resultaten kunnen verbeteren. De instellingen benutten de opgeslagen gegevens echter nog niet optimaal. Daarom heeft het SEJN bij 16 behandelteams onderzocht of het gebruik van een feedbacksysteem de teams helpt om de benutting van gegevens, de respons op vragenlijsten en de behandeluitkomsten te verbeteren.

Het feedbacksysteem

Het feedbacksysteem bestaat uit een training en een digitaal overzicht van de geregistreerde resultaten in de Lerende Databank Jeugd. In de training leren professionals onder meer hoe ze de beschikbare gegevens in hun team kunnen bespreken. Het doel van zo'n bespreking is duidelijk te krijgen welke hulp voor welke kinderen en opvoeders goed heeft gewerkt, maar ook welke hulp minder goede resultaten had en hoe ze die hulp voor vergelijkbare cliënten in de toekomst kunnen verbeteren.

Resultaat

Uit het onderzoek blijkt dat teams met een feedbacksysteem beter in staat zijn de uitkomsten van de hulp te benutten. Het is nog te vroeg om een effect te meten op de uiteindelijke resultaten van de hulp. Om de jeugdhulp daadwerkelijk te verbeteren moet het gebruik van een feedbacksysteem zijn ingebed in een continue cyclus van meten, spreken en verbeteren in de jeugdhulpinstelling.

Dit onderzoek laat zien dat de digitale overzichten uit de Lerende Databank Jeugd professionals motiveren om gegevens te gaan verzamelen en die met elkaar te bespreken. Dat verzamelen en bespreken staat in een wisselwerking: het een kan niet zonder het ander. En het werkt motiverend als daarbij de vraag centraal staat: hoe maken we samen de resultaten van de jeugdhulp steeds beter?

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-5980 Wed, 29 Jul 2020 09:57:16 +0200 Nieuwe subsidieoproep over het tijdig signaleren en ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproep-over-het-tijdig-signaleren-en-ondersteunen-van-kinderen-en-gezinnen-in-kwetsba/ Vanaf vandaag kunnen onderzoeksvoorstellen ingediend worden die kennis opleveren over wat werkt bij het tijdig signaleren en zo goed mogelijk ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden, waarvoor kansrijk opgroeien en opvoeden niet vanzelfsprekend is. Verschillende omstandigheden of factoren kunnen het ouderschap en het opgroeien en ontwikkelen van kinderen negatief beïnvloeden. Maar de aanwezigheid van deze kwetsbare omstandigheden staan niet altijd het kansrijk opvoeden en opgroeien in de weg. Beschermende factoren kunnen tegenwicht geven aan die negatieve invloed van risicofactoren. Voorbeelden van beschermende factoren zijn: zelfvertrouwen, sensitief ouderschap, veerkracht en een ondersteunend netwerk.

Beschermende factoren

Met het onderzoek binnen deze subsidieronde willen we meer te weten komen over hoe kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden tijdig gesignaleerd en bereikt kunnen worden. Daarnaast willen we weten hoe de beschermende factoren geactiveerd en versterkt kunnen worden zodat de kinderen en gezinnen zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden.

Indienen van onderzoeksvoorstellen

Deadline voor het indienen van een projectidee is 27 oktober 2020 14.00 uur. Lees de subsidieoproep voor meer details over het indienen van een aanvraag binnen deze ronde en de randvoorwaarden waar een aanvraag aan moeten voldoen.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met dit kennisontwikkelingsprogramma willen we meer weten over wat werkt in de hulp en ondersteuning voor jongeren en gezinnen.

Meer informatie

]]>
news-5880 Thu, 02 Jul 2020 11:59:18 +0200 Nieuwe vragenlijst voor meten problematische gehechtheid kinderen 2-5 jaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-vragenlijst-voor-meten-problematische-gehechtheid-kinderen-2-5-jaar/ In een pas afgerond project is de nieuwe vragenlijst, de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het is gelukt om een meetinstrument te maken, waarbij opvoeders bevraagd worden over de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het instrument maakt goed onderscheid tussen veilige gehechtheid, ambivalente gehechtheid, vermijdende gehechtheid en gedesorganiseerde gehechtheid.

Screeningsinstrument ARI-CP 2-5 jaar

Vanuit de praktijk van de jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugdgezondheidszorg bleek een grote behoefte aan een toegankelijk screeningsinstrument, waarbij door middel van een vragenlijst voor de opvoeders ingeschat kan worden of er een risico is op problematische gehechtheid bij kinderen van 2-5 jaar.

De instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn om problematische gehechtheid te meten zijn vaak tijdrovend en arbeidsintensief. Bovendien moet voor dergelijke instrumenten meestal een training gevolgd worden om deze af te kunnen nemen. Om die reden is in samenwerking tussen praktijkinstelling Basic Trust, het Expertisecentrum Hechting en Basisvertrouwen en de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het instrument wordt gratis ter beschikking gesteld aan instellingen, onderzoekers en beleidsmakers.

Opzet van het onderzoek

De ontwikkeling van het instrument is in 3 fases tot stand gekomen.

  • In de eerste fase zijn 32 opvoeders en 31 professionals gevraagd naar voorbeelden van veilig en onveilig gehechtheidsgedrag. Op basis van deze inventarisatie is een eerste versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de tweede fase is een pilotonderzoek uitgevoerd met de eerste versie van het instrument bij 112 opvoeders. Er zijn psychometrische analyses uitgevoerd om een eerste indruk te krijgen van wat goede en wat minder items zijn. Op basis van deze analyse is een tweede versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de derde fase is de tweede versie van de vragenlijst afgenomen bij 442 gezinnen. Dit waren gezinnen met en zonder bekende gehechtheidsproblematiek. Ook zijn er bij 83 gezinnen thuis observaties gedaan, om de vragenlijstgegevens te kunnen vergelijken met observaties van gehechtheid.

Voor wie?

Het instrument is allereerst voor opvoeders van gezinnen met jonge kinderen van belang, zodat zij zelf inzicht kunnen krijgen op wat er aan de hand is in de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het is een belangrijk hulpmiddel voor het in kaart brengen van de gehechtheidsrelatie tussen opvoeders en jonge kinderen. Het maakt zichtbaar wanneer er sprake is van een veilige of onveilige relatie.
Voor hulpverleners kan dit een nuttig hulpmiddel zijn bij hun diagnostische proces. Het levert relatief makkelijk relevante informatie op.
Voor onderzoekers kan dit een nuttig instrument zijn om via zelfrapportage data te verzamelen over
de gehechtheidsrelatie tussen opvoeder en kind.

Meer informatie

]]>
news-5727 Tue, 26 May 2020 11:36:43 +0200 Nieuw digitaal instrument voor jeugdhulpaanbieders voor vluchtelingenkinderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-digitaal-instrument-voor-jeugdhulpaanbieders-voor-vluchtelingenkinderen/ Nidos, Jeugdzorg Nederland en Pharos hebben onderzoek gedaan naar de succesfactoren voor een effectief jeugdhulpaanbod voor vluchtelingenkinderen. Uit het onderzoek blijkt dat de succesfactoren kunnen worden opgedeeld in 3 categorieën: cultuursensitief werken, competenties en de houding van medewerkers, en organisatorische randvoorwaarden. De succesfactoren zijn samengevat in een nieuw digitaal instrument voor jeugdhulpaanbieders en organisaties die werken met vluchtelingen. Het instrument biedt daarnaast praktische tips en een screeningsinstrument. Het project werd opgezet nadat bleek dat jeugdhulpaanbod dat goed aansluit op de (zorgvraag van) vluchtelingen in de praktijk niet of nauwelijks voor handen is. Binnen het onderzoek van dit project wordt deze aanleiding bevestigd, al geven meerdere verwijzers en begeleiders in grootstedelijke gebieden aan dat jeugdhulpaanbod daar relatief vaak te vinden en naar hun idee voldoende toegankelijk is. Ook is te zien dat diverse aanbieders op verschillende manieren proberen hun aanbod beter aan te laten sluiten op deze jeugdigen. Zij zijn er in de dagelijkse praktijk zichtbaar bewust mee bezig en doen hun uiterste best om binnen de huidige mogelijkheden zorg zo goed mogelijk aan te bieden.

Volgens de jeugdhulpaanbieders die ook asielopvang bieden, zorgt een aantal aspecten ervoor dat hun hulpaanbod potentieel meer effectief is dan het aanbod van de reguliere jeugdzorg. Het onderzoek in deze groep heeft geresulteerd in een overzicht van 3 categorieën voor succesfactoren voor jeugdhulp aan vluchtelingenkinderen, met bijbehorende succesfactoren:

  • Aansluiten/(cultuur)sensitief werken: interesse tonen, een open houding en ‘echt’ contact maken, een respectvolle betrouwbare relatie tussen de jeugdige en hulpverlener, het betrekken van familie en (formeel en informeel) netwerk, outreachend werken en het inzetten van een intercultureel mediator, tolk of sleutelpersoon.
  • Competenties en de houding van de medewerkers
  • Organisatorische randvoorwaarden: eenvoudige intake en snelle start behandeling, diversiteit binnen teams, aannamebeleid, scholing- en trainingsaanbod, financiering tolk, intercultureel mediator en sleutelpersoon en het faciliteren van outreachend werken.

Het volledige onderzoeksrapport en het digitale instrument zijn te vinden in het e-zine.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-5636 Thu, 30 Apr 2020 11:26:01 +0200 ScheidingsATLAS informeert en ondersteunt ouders na scheiding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/scheidingsatlas-informeert-en-ondersteunt-ouders-na-scheiding/ In een onlangs afgerond project is de training ScheidingsATLAS ontwikkeld. Deze training is gericht op het verwerken van en beter omgaan met een scheidingssituatie, om emotioneel in staat te zijn hernieuwd ouderschap vorm te geven. In de evaluatie gaven ouders de training gemiddeld een 7,5. Ze voelen zich geïnformeerd en gesteund. Ouders zeiden handvatten te hebben gekregen voor ondersteuning van hun kinderen. De training ScheidingsATLAS gaf daarnaast nieuwe ideeën en een impuls om hiermee aan de slag te gaan. Ondersteuning gescheiden ouders

Jaarlijks worden in Nederland 49,5 duizend huwelijk-, partnerschap- en samenwoonrelaties met betrokken minderjarige kinderen beëindigd. Ouders zijn dan geen partners meer, maar blijven doorgaans wel samen verantwoordelijk voor de kinderen. Dit roept vragen en onzekerheid op. Bijvoorbeeld over de impact van de scheiding op de kinderen, opvoeding na de scheiding en communicatie hierover met de andere ouder. De korte training ScheidingsATLAS kan hierbij helpen en is erop gericht gescheiden ouders te ondersteunen, informatie en tips te geven over steun aan hun kinderen en over communicatie met de andere ouder.

Online training en groepsprogramma

Er zijn 2 onderbouwde interventievarianten ontwikkeld en geëvalueerd: een groepsprogramma en een online eHealth module. De onderzoekers volgden 65 deelnemers die ScheidingsATLAS online deden en 141 deelnemende ouders van 25 ScheidingsATLAS groepen.

De groepstraining bestaat uit 2 bijeenkomsten van elk 3 uur. De bijeenkomsten zijn interactief met het uitwisselen van tips of ervaringen, animaties, (video’s van) rollenspellen en begeleide oefeningen. De online variant kan iedere ouder op een eigen moment en op eigen tempo bekijken. Ouders krijgen in de training tips en informatie en bekijken korte filmpjes van experts en andere gescheiden ouders. Ook spelen acteurs enkele herkenbare scènes. Onderdelen van de training worden afgesloten met quizachtige vragen, met feedback op antwoorden.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5609 Thu, 23 Apr 2020 10:50:30 +0200 Korte zelfinvullijst voldoende betrouwbaar voor gebruik in verloskunde https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/korte-zelfinvullijst-voldoende-betrouwbaar-voor-gebruik-in-verloskunde/ Onlangs is een onderzoek over de validiteit en betrouwbaarheid van de kort zelfinvullijst ALPHA-NL afgerond. Uit het onderzoek blijkt dat de ALPHA-NL een voldoende betrouwbare en valide vragenlijst is voor verloskundigen en cliënten. De ALPHA-NL

De ALPHA-NL is een korte invullijst die vroeg in de zwangerschap voorafgaand aan een consult door de zwangere zelf wordt ingevuld. Dit helpt verloskundigen en cliënten om te praten over de thuissituatie en opgroei-omstandigheden voor kinderen, zoals risicofactoren voor kindermishandeling. Het helpt ook om samen te beslissen of er extra ondersteuning of hulp moet komen ter voorbereiding op het ouderschap.

Landelijk gebruik

De ALPHA-NL blijkt dus een valide vragenlijst en kan landelijk door verloskundig zorgverleners worden gebruikt. Daarvoor is het belangrijk dat de vragenlijst wordt ingebed in:

  • een samenwerking met de jeugdgezondheidszorg (JGZ), die na de eerste screening door de verloskundige, het gesprek met de client kan voortzetten en van de verloskundige kan ‘overnemen’;
  • een samenhangend geheel van beschikbare interventies die variëren van een laagdrempelig steuntje in de rug tot hulp voor specifieke groepen kwetsbare zwangeren en hun eventuele partners.

Het onderzoek en conclusies

Zes verloskundigenpraktijken en een ziekenhuis in Amsterdam, Zaanstad en Haarlem, waar de ALPHA-NL tot de standaardzorg behoort, deden mee aan het onderzoek. De verloskundigen hielden hun bevindingen bij.

Daarnaast vulden 175 zwangere vrouwen een uitgebreide online vragenlijst in en werden zij uitgenodigd voor een interview met een veldwerker (3 jeugdverpleegkundigen of medisch maatschappelijk werkende uit een andere regio).

De inschattingen en conclusies van de verloskundigen op basis van de ALPHA-NL en een nagesprek zijn vergeleken met die van de veldwerkers, die de situatie beoordeelden aan de hand van de online vragenlijst en een interview. Ook zijn de uitkomsten op de ALPHA-NL vergeleken met de uitkomsten van de online vragenlijst die bestond uit meerdere bestaande gevalideerde vragenlijsten.

Hieruit kwam naar voren dat de ALPHA-NL goed overeenkomt met de uitkomsten op de referentie-vragenlijsten. Daarnaast bleek dat verloskundigen de opgroei-omstandigheden gunstiger inschatten dan de veldwerkers. De conclusies voor wel of geen extra steun of hulp in de zwangerschap bleken voor 60% exact overeen te komen; met name wanneer er geen bijzonderheden waren (90%). Maar de conclusies om wel extra steun of hulp voor te stellen, kwam in 26% overeen tussen verloskundige en veldwerker. Hier kunnen tal van redenen voor zijn, waaronder handelingsverlegenheid. Er is nader kwalitatief onderzoek nodig om die redenen verder uit te zoeken.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

•    ZonMw-project ALPHA-NL: Signalering Kindermishandeling tijdens de zwangerschap
•    ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector
•    ZonMw-thema Effectonderzoek
•    ZonMw-thema Jeugd

]]>
news-5608 Thu, 23 Apr 2020 10:33:49 +0200 Nieuwe subsidiemogelijkheden voor onderzoek naar kindermishandeling en huiselijk geweld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidiemogelijkheden-voor-onderzoek-naar-kindermishandeling-en-huiselijk-geweld/ Voor het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis is een nieuwe subsidieoproep gepubliceerd. Deze richt zich op onderzoek naar professionele norm en kennisverwerving. We vragen u uw intentie tot indienen door te geven vóór 9 juni 2020. Voor het indienen van de subsidieaanvraag heeft u tot 2 september 2020 14.00 uur. Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen. Professionals en beleidsmakers hebben hiervoor de juiste informatie en (wetenschappelijke)kennis nodig om te weten wat werkt in hun handelen, en moeten dit ook kunnen toepassen. De subsidieoproep die nu open staat richt zich op onderzoekslijn 4: onderzoek naar professionele norm en kennisverwerving.

Waarvoor kan subsidie aangevraagd worden?

Het herkennen en stoppen van kindermishandeling en huiselijk geweld vraagt om basis- en specialistische kennis en vaardigheden. Professionals in zorg- en hulpverlening, gemeenten, politie en justitieorganisaties en onderwijs werken samen binnen de aanpak en zetten hierbij allemaal hun eigen specialisme in. Het is belangrijk te onderzoeken welke kennis en vaardigheden nodig zijn, welke rol (initiële) opleidingen hierbij hebben en hoe deze kennis en vaardigheden (onder welke voorwaarden) benut kunnen worden in de praktijk.

De subsidieoproep richt zich op aanvragen op het gebied van onderzoek naar professionele norm en kennisverwerving. Deze onderzoekslijn bestaat uit 2 thema’s:

  1. professionaliteit
  2. organisatorische context

Beschikbare budget en looptijd

Voor deze ronde is 300.000,- euro beschikbaar (max. 150.000 euro per aanvraag). Projecten dienen uiterlijk 15 december 2020 te starten en hebben een looptijd van maximaal 18 maanden.

Meer informatie en indienen

Voor meer informatie en voor het indienen van uw vooraanmelding kunt u contact opnemen met ghnt@zonmw.nl of +31 70 349 52 06.

Meer weten?

 

]]>
news-5485 Thu, 26 Mar 2020 09:59:04 +0100 Buurtteams Jeugd en Gezin Utrecht werken vaker oplossingsgericht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/buurtteams-jeugd-en-gezin-utrecht-werken-vaker-oplossingsgericht/ Onlangs is een observatieonderzoek naar het methodisch handelen van gezinswerkers bij de uitvoering van basishulp voor jeugd en gezin afgerond. Het onderzoek is uitgevoerd in de basishulp van Lokalis in Utrecht en toegespitst op de uitvoering van kernelementen van oplossingsgericht en systeemgericht werken. Uit de resultaten blijkt dat de gezinswerkers alle kernelementen in meerdere of mindere mate laten zien, maar dat zij de oplossingsgerichte manier van werken (72,4%) vaker toepassen dan het systeemgericht werken (21,4%). Basishulp

Buurtteamorganisatie Lokalis biedt basishulp voor jeugd en gezin in de gemeente Utrecht. Gezinswerkers in de buurtteams ondersteunen en begeleiden op basis van een hulpvraag van het gezin. De teams werken generalistisch, staan dichtbij gezinnen, zijn vrij toegankelijk en snel beschikbaar. Zij versterken het eigen oplossend vermogen van jeugd en gezinnen in de directe omgeving zodat kinderen daar gezond en veilig opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien.

Kernelementen

In dit project stond de praktische uitvoering van die basishulp door gezinswerkers bij Lokalis centraal. Doel van het onderzoek was om de kernelementen van het oplossingsgericht werken en het systeemgericht werken te achterhalen.
In het onderzoek zijn de volgende kernelementen van het oplossingsgericht werken geobserveerd: aansluiten bij samenwerkingsrelatie en focus op respectievelijk krachten van cliënt, doelen van cliënt, gewenste toekomst, wat cliënt al doet en kleine haalbare stappen. Daarnaast zijn de kernelementen van het systeemgericht werken in beeld gebracht: focus op netwerk cliënt, focus op interactie tussen cliënt en omgeving en verkennen van inzet van het netwerk.

Geleerde lessen

De gezinswerkers en leidinggevenden van Lokalis hebben samen duiding gegeven aan de onderzoeksresultaten. Die duiding vond plaats aan de hand van de 3 basisregels uit het oplossingsgericht werken:

  1. als iets goed werkt, doe er meer van
  2. als iets niet werkt, leer ervan en doe iets anders
  3. als iets goed werkt, leer het van of aan een ander.

Samen hebben zij de volgende 'lessons learned' geformuleerd:

  • Gezinswerkers hebben het werken vanuit een open grondhouding en het nauw aansluiten bij het gezin in grote mate verankerd in de uitvoering van de basishulp.
  • Gezinswerkers willen leren van de spaarzame momenten waarop zij methodisch handelen tonen dat niet goed past bij oplossingsgericht of systeemgericht werken. Zoals te veel nadruk leggen op wat niet goed gaat of zeggen hoe een cliënt het moet doen.
  • Juist de specifieke technieken van het systeemgericht en oplossingsgericht werken kunnen gezinswerkers nog meer en vaker gaan toepassen dan ze nu al doen.Vooral het netwerk nog beter in beeld krijgen en betrekken. En ook het verder versterken van krachtbronnengericht werken en het resultaatgericht werken aan de doelen in kleine haalbare stappen.

De onderzoeksresultaten worden ook benut bij het vormgeven van de interne opleiding voor gezinswerkers, het beschrijven en kwalitatief beter maken van het werkproces en het verbeteren van het format van het gezinsplan.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5078 Tue, 17 Mar 2020 09:21:00 +0100 Dappere Dino’s erkend als effectief https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/dappere-dinos-erkend-als-effectief/ Dappere Dino's is een preventief groepsprogramma voor kinderen van 6 tot en met 8 jaar van wie de ouders gescheiden zijn. Dit programma is door de Erkenningscommissie Interventies erkend als effectief en is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies (DEI) van het Nederlands Jeugdinstituut. Dappere Dino's is een groepsprogramma voor kinderen van 6 tot en met 8 jaar oud, gericht op het voorkomen of beperken van emotionele en gedragsproblemen nadat ouders gescheiden zijn. Uit het door ZonMw gefinancierd onderzoek bleek dat dit groepsprogramma succesvol preventieve steun biedt aan 6- tot 8-jarige scheidingskinderen. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de ‘Alles is gezondheid’-pledge van Jeugdformaat en TNO. Hiervoor ontvingen zij voor een pilotonderzoek naar Dappere Dino’s van ZonMw in 2013 al een Parel onderscheiding.

Ingrijpende gebeurtenis

Een scheiding is voor het hele gezin een ingrijpende gebeurtenis. In Nederland zijn volgens recente CBS gegevens ieder jaar 86.000 kinderen betrokken bij de (echt)scheiding van hun ouders. Voor jonge kinderen is een scheiding een ingrijpende gebeurtenis, die vaak met veel verdriet en onzekerheid gepaard gaat. Toch hoeft een scheiding niet vanzelfsprekend blijvende gevolgen voor de kinderen te hebben. Met goede ondersteuning en begeleiding kan het welzijn van kinderen vergroot worden en de scheiding op een veilige manier worden verwerkt. 

Dappere Dino’s

Om kinderen daarbij te helpen, heeft TNO voor kinderen van 6 tot en met 8 jaar (groep 3 en 4 basisschool) het programma Dappere Dino’s ontwikkeld. Gedurende 12 bijeenkomsten ervaren kinderen steun van leeftijdgenoten en leren zij vaardigheden in probleem oplossen, zodat ze beter kunnen omgaan met hun gevoelens rondom scheiding. Ze ontdekken dat de scheiding niet hun schuld is en dat al hun gevoelens normaal en begrijpelijk zijn. De speciaal opgeleide trainer en co-trainer werken veel met ‘groepsdino’ Rex, een handpop in dezelfde leeftijd als de kinderen, die hen vertelt hoe hij omgaat met de scheiding van zijn eigen ouders. Via een intake, nieuwsbrieven, een werkboekje van de kinderen en een facultatieve ouderbijeenkomst worden ouders bij het programma betrokken.

 

Meer weten?

]]>
news-5206 Thu, 23 Jan 2020 15:59:39 +0100 SDQ in Nederland gevalideerd en geschikt voor gebruik bij lageropgeleide jongeren onderzocht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/sdq-in-nederland-gevalideerd-en-geschikt-voor-gebruik-bij-lageropgeleide-jongeren-onderzocht/ De Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) is een korte vragenlijst waarmee psychosociale problemen bij jeugdigen snel gemeten kunnen worden. De vragenlijst wordt onder andere gebruikt in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor jongeren tot en met 17 jaar. De vragenlijst was echter in Nederland nog niet gevalideerd. Een andere aanleiding voor het onderzoek was de vraag vanuit de praktijk of de SDQ wel geschikt is voor laagopgeleide jongeren. In een grootschalig onderzoek is de validiteit van de SDQ (de versie voor de jongere zelf en de ouderversie) getoetst op basis van steekproeven uit de algemene bevolking, een klinische populatie en de populatie laagopgeleiden. Bevindingen

De SDQ resulteert in een score op een ‘Totale Probleemschaal’ en heeft daarnaast 5 subschalen, die ieder een dimensie van psychosociaal functioneren beogen te meten. Deze Totale probleemschaal blijkt voldoende betrouwbaar en valide voor 12-17 jarigen. Hoe hoger de score, hoe meer aanwijzingen dat een jongere psychosociale problemen heeft. Slechts 2 van de 5 subschalen zijn voldoende betrouwbaar en valide: ‘Emotionele problemen’ en ‘Hyperactiviteit/aandacht tekort’. Hoge scores op deze subschalen geven een aanwijzing van het type problemen dat een jongere heeft. Voor de overige 3 subschalen ‘Problemen met leeftijdsgenoten’, ‘Gedragsproblemen’ en ‘Pro-sociaal gedrag’ is de validiteit onvoldoende aangetoond. Hoge scores op deze 3 subschalen moeten dus voorzichtig geïnterpreteerd worden.

Taalgebruik van de SDQ

Bij lager opgeleide jongeren (leerlingen van de praktijkschool en vmbo basis/kader) blijkt de SDQ iets minder goed te functioneren, maar de interne consistentie en factorstructuur van de SDQ zelfrapportage is acceptabel. Laagopgeleide jongeren geven zelf aan dat de SDQ ouderwetse termen en zinnen bevat die lastig te begrijpen zijn. Volgens JGZ-professionals hebben ook sommige hoger opgeleide jongeren moeite met het taalgebruik van de SDQ. De SDQ bevat dubbel geformuleerde stellingen, zoals “Ik ben vaak ongelukkig, in de put of in tranen”. Jongeren vatten dit op als verschillende dingen, wat het beantwoorden van deze vragen moeilijk maakt. Om de SDQ in de toekomst te kunnen gebruiken is het nodig dat het taalgebruik aangepast wordt. Dat moet echter wel gebeuren in overleg met de ontwikkelaar. 

Resultaat

In dit project zijn nieuwe sekse- en leeftijdsspecifieke afkapwaarden berekend voor de SDQ (zelfrapportage- en ouderversie) voor jongeren van 12-17 jaar, op basis van een grote representatieve steekproef uit de algemene bevolking. Ook is een nieuwe SDQ Handleiding voor adolescenten en een Factsheet geschreven, die binnenkort beschikbaar zullen zijn op de richtlijnenwebsite van het NCJ (https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/). In de handleiding worden de nieuwe afkapwaarden, en instructies voor het afnemen van de SDQ, het berekenen van de score en de vervolgstappen gegeven. 

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-4519 Mon, 06 Jan 2020 17:04:00 +0100 Sociale opvoedondersteuning zet moeders in hun kracht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/sociale-opvoedondersteuning-zet-moeders-in-hun-kracht/ Ouders komen tijdens het opvoeden voor complexe, onzekere opgaven te staan. Moeders die hun kinderen onder lastige omstandigheden opvoeden, bijvoorbeeld alleenstaand, met weinig financiële middelen, of zonder positieve opvoedvoorbeelden, ervaren dit in verhoogde mate. Lichte opvoedondersteuning welke inzet op het versterken van het sociale netwerk van ouders op een laagdrempelige manier werkt het beste om de opvoeding weer zelf aan te kunnen. Dat blijkt uit onderzoek van het lectoraat Jeugd, Educatie en Samenleving van de Hanzehogeschool Groningen. Ze ontwikkelde hiervoor een handreiking Groepsgerichte opvoedondersteuning. Het onderzoek

Hoe geven professionals samen met vrijwilligers vorm en inhoud aan de lichte opvoedondersteuning? In 3 vernieuwende sociale opvoedpraktijken (Ouders en Puk in Hoogeveen, De Huiskamer in de Groningse wijk Beijum en de alleenstaande moedergroepen in Veendam) is dit met storytelling onderzocht. Concrete verhalen van moeders, professionals en vrijwilligers over hun ervaringen, leren professionals wat werkt bij opvoedingsondersteuning. Wat is belangrijk? Voor professionals draait het om professionele vaardigheden, het bieden van structuur en het creëren van groepsgevoel. Voor de deelnemende ouders zijn ook sociale contacten, ontspanning en het leren van andere ouders belangrijk.

Handreiking

De handreiking Groepsgerichte opvoedondersteuning is bruikbaar voor opleidingen binnen Social Work en Toegepaste Psychologie om invulling te geven aan het preventief en omgevingsgericht handelen van (jeugd)professionals. De handreiking geeft praktische handvatten voor professionals die opvoedingsondersteuning (willen gaan) aanbieden of hun bestaande praktijk willen verbeteren.

In de handreiking worden de verschillende werkzame factoren bij het bieden van groepsgerichte opvoedingsondersteuning besproken. Wat houdt de werkzame factor in? Waarom is deze belangrijk voor het slagen van de opvoedingsondersteuning? En hoe pak je dat als (aankomende) professional aan? Gestart wordt met de rol en de houding van de professional en de vrijwilliger. Vervolgens wordt beschreven waar jeugdprofessionals bij het organiseren van de groepsbijeenkomsten rekening mee moeten houden. Zoals het balanceren tussen structuur en openheid, het werken aan de groepsdynamiek en het creëren van groepsgevoel. Ook staan de opbrengsten voor ouders centraal, zoals het sociale netwerk van ouders, het van elkaar leren en ontspanning van ouders. Ter afsluiting komt een aantal praktische tips aan bod.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-5057 Tue, 17 Dec 2019 15:54:18 +0100 Nieuwe subsidiemogelijkheden vanuit onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidiemogelijkheden-vanuit-onderzoeksprogramma-geweld-hoort-nergens-thuis/ Voor het onderzoeksprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’ zijn vandaag 2 subsidieoproepen gepubliceerd. Eén die zicht richt op (vroeg)signalering en één die zicht richt op ‘regie en samenwerking bij huiselijk geweld en kindermishandeling’. De subsidieaanvraag kan ingediend worden tot 3 maart 2020. We vragen u uw intentie tot indienen door te geven vóór 5 februari 2020. Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen. Professionals en beleidsmakers hebben hiervoor de juiste informatie en (wetenschappelijke)kennis nodig. Om dit mogelijk te maken staan er nu 2 subsidieoproepen voor onderzoek open. 

Waarvoor kan subsidie aangevraagd worden?

De subsidieoproepen bieden ruimte voor onderzoek naar complexe casuïstiek rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Onder vormen van huiselijk geweld vallen ook onderwerpen als ouderenmishandeling en bijvoorbeeld eergerelateerd geweld. Er is subsidie beschikbaar voor onderzoek naar ‘(vroeg)signalering’ (max. 150.000 euro per aanvraag, totaal 300.000 euro beschikbaar) en voor onderzoek naar ‘samenwerking en regie’ (max. 200.000 euro per aanvraag, totaal 900.000 euro beschikbaar).

Subsidieoproep Regie en samenwerking

De subsidieoproep Regie en samenwerking richt zich op actiegericht en empirisch onderzoek om de samenwerking, afstemming en regievoering in de integrale aanpak van huiselijk geweld te verbeteren. Het gaat daarbij om de thema’s: Samenwerking en regie, Integraliteit casuistiek, efficiente en samenhangende inrichting en bijdrage technologie.

Subsidieoproep (vroeg)signalering

De subsidieoproep (vroeg)signalering richt zich op onderzoek naar goede aanpakken voor (vroeg)signalering. Het gaat daarbij om de thema’s: instrumenten, disclosure, normstelling en het herkennen van trauma’s. 

Zorg voor vluchtelingen

Parallel aan deze rondes staat er vanuit het programma Zorg voor vluchtelingen een oproep Zorg en ondersteuning aan Vluchtelingen in Nederland – Praktijkprojecten, met speciale aandacht voor projecten die binnen het verbeteren van de positie en zorg van statushouders in nulde- en eerstelijnszorg specifiek gericht zijn op vluchtelingenvrouwen die met seksueel en gender-gerelateerd geweld te maken hebben gehad. 

Meer informatie en indienen

Voor meer informatie en voor het indienen van uw vooraanmelding kunt u contact opnemen met ghnt@zonmw.nl of +31 70 349 52 06. 

Meer weten?

]]>
news-5037 Mon, 16 Dec 2019 12:26:13 +0100 Onderzoek naar beslissen over uithuisplaatsing https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-naar-beslissen-over-uithuisplaatsing/ Beslissen over uithuisplaatsen is moeilijk. Het gaat om zeer ingrijpende beslissingen met een grote persoonlijke impact voor kinderen en ouders. Bovendien zijn de uitkomsten bij een uithuisplaatsing onzeker. Voor dit soort ingrijpende beslissingen is het noodzakelijk dat besluiten zorgvuldig zijn en dat deze krachtig onderbouwd worden. Professionals verschillen echter soms van mening over de beslissing. Dat blijkt uit het onderzoek 'Betrouwbaar en valide beslissen over uithuisplaatsing' Bevindingen

De bevindingen uit het onderzoek weerspiegelen het dilemma waarvoor professionals staan. Durf je een kind thuis te laten in een moeilijke situatie of is uithuisplaatsing verstandiger, ondanks de mogelijk negatieve invloed ervan op de ontwikkeling van het kind? Hoe weeg je daarbij de verschillende argumenten? De professionals van 6 praktijkinstellingen die aan het onderzoek deelnamen, denken dat het instrument 'Beslissen over uithuisplaatsing' hierbij als een ondersteunend hulpmiddel kan dienen.

Een professioneel oordeel en een ondersteunend instrument zijn bij dit soort beslissingen echter niet toereikend, aldus de onderzoekers. Gezien de complexiteit van het onderwerp is het noodzakelijk dat het instrument een duidelijke plek heeft in het hele besluitvormingsproces. Een onmisbaar onderdeel van de besluitvorming is dat de ouders en de kinderen betrokken zijn. Verder is een goede ondersteuning van de professional noodzakelijk bij de invoering en het gebruik van het instrument. Het uiteindelijke besluit moet altijd gestructureerd en binnen een team tot stand komen, waarbij de focus ligt op de inzet van alternatieve vormen voor uithuisplaatsing.
Lees meer over de resultaten van het onderzoek in de factsheet en het eindrapport. 

Richtlijn Uithuisplaatsing

Beslissen over uithuisplaatsing van een kind is complex. Een uithuisplaatsing is een ingrijpend besluit voor zowel ouders als kinderen. Gezinnen hebben recht op een zorgvuldig besluit met een duidelijke onderbouwing. De Richtlijn Uithuisplaatsing helpt professionals hierbij. Onderdeel van de richtlijn is het instrument 'Beslissen over uithuisplaatsing'. Resultaten van het project worden opgenomen in de herziene richtlijn. 

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-5035 Mon, 16 Dec 2019 12:09:06 +0100 Bundeling uitkomsten 19 onderzoeksprojecten naar werkzame factoren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/bundeling-uitkomsten-19-onderzoeksprojecten-naar-werkzame-factoren/ Aandacht voor de alliantie is een belangrijk onderdeel van het vakmanschap van een hulpverlener. Een goede alliantie met cliënten is belangrijk voor een goed verloop en resultaat van de hulp. De mate van overeenstemming over alliantiekwaliteit blijkt bovendien voorspellend voor het hulpverleningsresultaat. Dit blijkt uit analyse van 19 onderzoeksprojecten. De onderzoeken leverde eerste bevindingen op over de ontwikkeling van de alliantie gedurende hulpverleningstrajecten. Enkele studies brachten perspectieven van zowel cliënten als hulpverleners in kaart. Het blijkt dat de inschatting van de alliantie vaak niet overeenkomt met de inschatting van cliënten en dat de alliantie tijdens de hulpverlening fluctueert. Uit de onderzoeken blijkt weinig samenhang tussen cliëntfactoren of tussen kenmerken van professional enerzijds en alliantie, hulpverleningsprocessen en -resultaten anderzijds. 

Bruikbare vragenlijsten en observatie-instrumenten

Het rapport bevat een overzicht van de belangrijkste bevindingen en de meest bruikbare vragenlijsten en observatie-instrumenten die geschikt zijn voor breder gebruik. Dit kan helpen om in de toekomst op een meer eenduidige manier 
gegevens te verzamelen.

Daarnaast bevat het praktische handvatten en aanbevelingen voor verschillende professionals, opleidingen en gemeenten in het jeugddomein. Het is onder meer belangrijk om de samenwerking te monitoren, te bespreken en hierop te reflecteren gedurende het hulpverleningstraject. En om samen met cliënten om op een lijn te komen over wat er nodig is om het (behandel)doel te bereiken. 
Naast het rapport is een animatie en zijn factsheets voor cliënten en voor hulpverleners ontwikkeld. Ook worden aanbevelingen voor toekomstig onderzoek gegeven. 

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Deze projecten zijn tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-4915 Thu, 21 Nov 2019 15:17:11 +0100 Reflectietool Eigen kracht voor gemeenten https://www.verwey-jonker.nl/publicaties/2019/reflectietool-voor-gemeenten Het ‘versterken van eigen kracht’ van burgers is een centraal uitgangspunt in gemeentelijk beleid en in het dagelijks werk van professionals. Het begrip staat in vele lokale, regionale en landelijke beleidsstukken. Maar hoe doe je dat precies? Het Verwey-Jonker Instituut en TNO ontwikkelden een reflectietool voor medewerkers, beleidsadviseurs en bestuur van gemeenten, om in gesprek te gaan over eigen kracht. news-4792 Mon, 04 Nov 2019 08:55:43 +0100 Gesprekswaaier: werkwijze om het gesprek aan te gaan over eigen kracht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gesprekswaaier-werkwijze-om-het-gesprek-aan-te-gaan-over-eigen-kracht/ Onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut en TNO hebben een nieuwe gesprekswaaier gepubliceerd. De gesprekswaaier is een hulpmiddel voor uitvoerend professionals, leidinggevenden, beleidsmakers, jeugdigen en opvoeders om het gesprek aan te gaan over spanningsvelden waar je mee te maken krijgt bij het uitgaan van eigen kracht. Eigen kracht wordt namelijk als hét aangrijpingspunt gezien voor effectieve hulpverlening. Maar wat er precies mee bedoeld wordt, en wat het betekent voor je werk als professional of voor beleid, blijft vaak in het midden. Met de waaier kan men hier concreet het gesprek over aangaan. De waaier is op dinsdag 29 oktober gepresenteerd tijdens de mini-conferentie ‘Ken je kracht?’. Op deze conferentie gingen gemeentelijke beleidsadviseurs en uitvoerend professionals met elkaar in gesprek over wat ‘uitgaan van eigen kracht’ behelst in beleid en praktijk. Hierbij ging men aan de slag met een recent ontwikkelde gesprekswaaier voor professionals.

De gesprekswaaier is tot stand gekomen in samenwerking met professionals, leidinggevenden, jongeren, ouders, beleidsmedewerkers en wethouders. De onderzoekers bouwden daarbij voort op kennis uit recent afgeronde ZonMw-onderzoeksprojecten rondom empowerment en eigen kracht bij jeugd en gezin. Naast de gesprekswaaier is ook een reflectietool voor gemeenten ontwikkeld, die verschijnt binnenkort.

Enkele reacties op de gesprekswaaier door deelnemers aan de conferentie:
“Het is mooi dat de gesprekswaaier ruimte houdt voor meerdere perspectieven.”
“Ik herken de spanningsvelden en zou de gesprekswaaier met collega’s willen gebruiken, bijvoorbeeld in intervisie.”

U kunt de gesprekswaaier hier downloaden. Een papieren versie is hier op te vragen.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. De gesprekswaaier en reflectietool zijn tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.
 

]]>
news-4776 Fri, 25 Oct 2019 14:06:02 +0200 5 gemeenten starten met maatwerkaanpak multiprobleemgezinnen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/5-gemeenten-starten-met-maatwerkaanpak-multiprobleemgezinnen/ Het komende jaar gaan 5 gemeenten aan de slag met een domeinoverstijgende maatwerkaanpak. Hiermee helpen zij 20 multiprobleemgezinnen in hun gemeente die vastlopen. De gezinnen stellen zelf met hun hulpverleners vast welke doorbraak er in hun leven nodig is. Op basis van die doorbraak maken hulpverleners een maatwerkplan. Rond de 5 gemeenten vindt een actieonderzoek plaats dat wordt uitgevoerd door het Instituut publieke waarden. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een model voor een effectieve maatwerkaanpak voor multiprobleemgezinnen die ook voor andere gemeenten bruikbaar is.

Gemeenten nemen deel aan onderzoek

In mei 2019 is een consortium, onder leiding van het Instituut Publieke Waarden, gestart dat onderzoek doet naar een effectieve maatwerkaanpak op multiprobleemgezinnen in de 5 gemeenten. Zij begeleiden, motiveren en ondersteunen de gemeenten bij het (door)ontwikkelen, uitvoeren en toetsen van de aanpak. Het consortium helpt de gemeenten om hun aanpak te ontwikkelen door onder andere ontwikkeldagen, werksessies, opleiding en coaching in te zetten.
De gemeenten werken actief aan het onderzoek mee en leveren hier input voor.

Welke gemeenten doen mee?

Dordrecht
De gemeente Dordrecht doet mee met het project ‘Aanpak aandacht huishoudens gemeente Dordrecht’ . Ieder Dordts gezin verdient gelijke kansen en tijdige, passende en goed gestroomlijnde hulp als ze dit nodig hebben. Bij multiprobleemgezinnen is dit niet altijd op orde en is de hulpvraag extra urgent. Samen met IPW gaan zij aan de slag met de doorbraakmethodiek. Een bruggenbouwer wordt aangesteld die casussen ophaalt van problemen die leven in de stad en signaleert waar het beter en anders kan. 

Geldrop-Mierlo
De gemeente Geldrop-Mierlo doet mee met het project ‘Maatwerk aanpak voor multiprobleemgezinnen in Geldrop-Mierlo’. In het onderzoek wordt samengewerkt met het ‘PlusTeam’ van deze gemeente. Het PlusTeam is een generalistisch/specialistenteam die werkt met multiprobleemgezinnen in de leeftijd van 0-100 jaar, op alle leefgebieden en altijd in duo’s samen in een gezin werkt. Bij deze gezinnen vormen zij een tandemregie met de betrokken gezinsleden.

Amersfoort
De gemeente Amersfoort participeert in het onderzoek met het project ‘Maatwerk-aanpak 'multiprobleemgezinnen'. Deze gemeente ontwikkelt een doorbraakaanpak voor huishoudens die langdurig kampen met een combinatie van problemen. Zoals werkloosheid, schulden, huisvesting, middelengebruik, opvoed- en psychosociale problemen. Doel van de aanpak is dat deze huishoudens weer regie krijgen over hun leven met een positief toekomstperspectief.  De Amersfoortse doorbraakaanpak wordt door ontwikkeld en de betrokkenheid van justitie geïntensiveerd. 

Groningen
De gemeente Groningen doet mee met het project ‘Effectieve maatwerk-aanpak bij stapeling sociaal domein en veiligheid’.  In dit project gaat het om de hulp en ondersteuning aan huishoudens die gebruikmaken van meerdere regelingen binnen het sociaal domein en het beter, efficiënter en daarmee (wellicht) goedkoper  organiseren van de veiligheidsproblematiek. Samen met deze gezinnen wordt gewerkt aan één gedragen integraal maatwerkplan. Uitgangspunt daarbij is: wat is er voor dit huishouden nodig om te komen tot een duurzaam toekomstperspectief?

Hart van Brabant
Vanuit de regio Hart van Brabant wordt aan het onderzoek deelgenomen met het project ‘Maatpact voor meer impact’. Door complexe casussen anders te benaderen willen zij de betrokken gezinnen een beter perspectief bieden door hun behoefte voorop te zetten en meer maatwerk te leveren.  Zij gaan 20 gezinnen begeleiden en monitoren in samenwerking met Instituut Publieke Waarden, zorgverzekeraars, woningstichtingen, zorgaanbieders en de rijksoverheid.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
De projecten worden gefinancierd vanuit dit programma in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). 

Meer weten?

]]>
news-4746 Tue, 22 Oct 2019 13:06:16 +0200 Natuurlijk mentorschap effectief in jeugdhulp https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/natuurlijk-mentorschap-effectief-in-jeugdhulp/ De Universiteit van Amsterdam heeft onderzoek gedaan naar de langetermijneffecten van de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor). Deze methode in de jeugdhulp, waarbij samengewerkt wordt met natuurlijke mentoren uit het sociale netwerk rondom een jongere, blijkt ook op de lange termijn effectief. In de meeste gevallen zijn dreigende uithuisplaatsingen door deze methode afgewend, waardoor jongeren thuis of in hun vertrouwde omgeving konden blijven wonen. Het onderzoek geeft een goed beeld van de verschillende ervaringen van de JIMs nadat de hulpverlening is afgerond. Eerder onderzoek laat de gunstige effecten van de JIM-aanpak op de korte termijn zien. Zo blijkt dat volwassenen buiten het gezin, met wie jongeren een goede, sterke band en vertrouwensrelatie hebben (i.e., natuurlijke mentoren), een positief effect hebben op het algemeen welbevinden, sociaal-emotioneel functioneren, fysieke gezondheid, schoolsucces en psychische problemen van de jongeren. Het inzicht dat deze positieve effecten het gevolg zijn van de spontaan ontstane relaties tussen jongeren en de volwassenen om hen heen heeft destijds geleid tot de JIM-benadering. Een JIM is niet alleen een vertrouwensfiguur voor de jongere, maar ook zijn of haar ambassadeur richting ouders en/of professionals. Eind 2013 is met deze benadering gestart als alternatief voor uithuisplaatsing. 

Het onderzoek

Hoe gaat het met JIMs en jongeren een aantal maanden of jaren na afronding van de hulp? En hoe kijken JIMs terug op het hulpverleningstraject? Deze vragen staan centraal in dit onderzoek. Daarbij ligt de focus op de volgende domeinen:

  • Betekenisgeving: wat heeft het betekend JIM te zijn en hoe is er invulling gegeven aan het mentorschap?
  • Relatiekwaliteit: is de relatiekwaliteit tussen de jongere, JIM en gezinsleden veranderd door het JIM traject? 
  • Ondersteuning: hoe is de ondersteuning vanuit de hulpverlening ervaren? 
  • Duurzaamheid: is er na afronding van het traject nog contact met de jongere? En hoe gaat het nu met de jongere?

In het huidige onderzoek zijn in totaal zijn 24 (voormalig) JIMs geïnterviewd uit de regio Amsterdam, Amersfoort en Veenendaal. Dit onderzoek geeft een goed beeld van de verschillende ervaringen van de JIMs, nadat de hulpverlening is afgerond. Het merendeel van de JIMs houdt contact met de jongere na afloop van het hulpverleningstraject en in de meeste gevallen is de dreigende uithuisplaatsing afgewend en woont de jongere thuis of in zijn vertrouwde omgeving. Daarmee is het werken met een JIM een positieve en veelbelovende aanpak in de jeugdhulp, mits deze door alle betrokken partijen op waarde wordt geschat.

Rapport

In het rapport ‘Natuurlijk mentorschap in de jeugdhulp. Duurzame oplossing voor een complex probleem?’ leest u meer over de uitkomsten van het onderzoek.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-4647 Thu, 03 Oct 2019 10:24:53 +0200 Onderzoek naar beslissen over uithuisplaatsing https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-van-het-NJi/Onderzoek-naar-beslissen-over-uithuisplaatsing?utm_medium=email Beslissen over uithuisplaatsing van een kind is complex. Gezinnen hebben recht op een zorgvuldig besluit met een duidelijke onderbouwing. De Richtlijn Uithuisplaatsing helpt professionals hierbij. Onderdeel van de richtlijn is het instrument 'Beslissen over uithuisplaatsing'. Dat instrument kan meerwaarde hebben in de praktijk, blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut en zes praktijkinstellingen. news-4597 Fri, 20 Sep 2019 16:32:28 +0200 Verkorte versie van de Opvoedingsbelastingvragenlijst geschikt bij hulp aan multiprobleemgezinnen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verkorte-versie-van-de-opvoedingsbelastingvragenlijst-geschikt-bij-hulp-aan-multiprobleemgezinnen/ Uit onderzoek blijkt dat de verkorte versie van de Opvoedingsbelastingvragenlijst (OBVL-K) een betrouwbaar en valide instrument is bij het meten van de opvoedingsbelasting. De OBVL-K is bij uitstek geschikt om de hulp aan multiprobleemgezinnen te meten. Multiprobleemgezinnen ondervinden allerlei problemen, zoals problemen bij de opvoeding, psychische problemen en sociaaleconomische problemen. De opvoedingsbelasting van de ouder hangt samen met opvoedproblemen en het gedrag van het kind. Bovendien is de ervaren opvoedingsbelasting van de ouder een belangrijke indicator voor het behaalde resultaat van de hulp.

De Opvoedingsbelastingvragenlijst

De Opvoedingsbelastingvragenlijst is een instrument dat in Nederland veel wordt gebruikt om de opvoedingsbelasting van ouders in kaart te brengen. Er is onderzoek gedaan naar de verkorte versie hiervan. Er zijn ruim 5.800 vragenlijsten bij de start en bij het einde van een behandeling afgenomen en geanalyseerd. Zo werd duidelijk dat de verkorte versie van de Opvoedingsbelastingvragenlijst, bij multiprobleemgezinnen betrouwbaar en valide is. Bij nog eens 250 gezinnen werd de OBVL-K maandelijks afgenomen om te onderzoeken of de vragenlijst geschikt is om veranderingen in de opvoedingsbelasting gedurende de hulp te meten. Dat blijkt het geval te zijn.

Monitoring verloop

Door de opvoedingsbelasting maandelijks te meten wordt het verloop van de behandeling zichtbaar. De uitkomst van die metingen, de zogenoemde verloopprofielen, geven input voor gesprekken tussen hulpverlener en gezin. In het onderzoek zijn ook verloopprofielen ontwikkeld die de gemiddelde veranderingen in kaart brengen bij een multiprobleemgezin. Door de veranderingen te meten kan sneller bijgestuurd worden als de hulp niet het verwachte resultaat biedt.

Toolkit

Maar wat te doen als de hulpverlening aan een gezin niet vooruit lijkt gaat? Samen met ouders en professionals is hiervoor een toolkit ontwikkeld. Deze ‘Toolkit voor stagnerende hulpverlening’ ondersteunt hulpverleners om de OBVL-K op een goede manier te gebruiken. Het stimuleert de hulpverlener ook om te zoeken naar andere vormen van hulpverlening als blijkt dat er onvoldoende voortuitgang is voor het gezin en biedt dus handvatten voor professionals om tussentijds het verloop van de behandeling te evalueren en waar mogelijk bij te stellen. Deze toolkit wordt opgenomen in de landelijke richtlijn Multiprobleemgezinnen.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-4460 Mon, 26 Aug 2019 08:37:03 +0200 Nieuw onderzoek naar kennis over de keuze van implementatie-strategieën in de jeugdsector https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-onderzoek-naar-kennis-over-de-keuze-van-implementatie-strategieen-in-de-jeugdsector/ Dit najaar starten 2 projecten die opgedane kennis uit onderzoek gaan vertalen naar praktische toepassingen voor professionals, onderzoekers en stafmedewerkers die verantwoordelijk zijn voor het succesvol invoeren van innovaties. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van innovaties, interventies, instrumenten, richtlijnen en andere toepassingen van resultaten uit onderzoek. Maar als een innovatie werkt, wil dat nog niet zeggen dat deze ook in de praktijk wordt toegepast. Er is nog weinig kennis beschikbaar om de keuze voor een implementatiestrategie goed theoretisch te onderbouwen. 

Project Getting beyond determinants of implementation: Strategies to effectively tackle barriers to the implementation of guidelines in youth care 

De Kindcheck is een richtlijn die zorgverleners handvatten biedt om kindermishandeling vroegtijdig te signaleren op basis van problemen van ouders zoals verslavingsproblemen, huiselijk geweld of ernstige psychiatrische problemen. Het doel van dit onderzoek is het krijgen van inzicht in welke factoren belangrijk zijn bij het invoeren van een richtlijn zoals de Kindcheck. Daarna wordt vastgesteld met welke strategieën die factoren beïnvloedt kunnen worden, zodat zorgverleners beter ondersteund kunnen worden bij het invoeren van richtlijnen. In het project wordt een (digitale) beslishulp ontwikkeld waarmee zorgverleners en organisaties kunnen bepalen welke implementatiestrategieën goed bij hen en hun context passen.

Project Implementation strategies for professionals in working with elements of interventions

Een belangrijk onderdeel van de implementatie van een innovatie is de instructie en training van de professionals die ermee zullen gaan werken. In dit onderzoek wordt ingezet op een actuele innovatie in de jeugdsector, namelijk het werken met elementen van effectieve interventies. Gezocht wordt naar onderbouwde kennis over de training van verschillende typen jeugdprofessionals, die verschillen in opleiding en setting, maar mogelijk allemaal (soms) met deze innovatie gaan werken. In dit project wordt onderzoek gedaan naar de beste strategieën voor instructie en training van innovaties voor jeugdprofessionals in het algemeen. Daarna worden 2 verschillende trainingsmodules voor het leren werken met elementen van interventies ontwikkeld en aangeboden aan verschillende groepen. De trainingen worden geëvalueerd met de deelnemers om te ontdekken wanneer en waarom voor bepaalde strategieën van training gekozen kan of moet worden.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
De projecten worden gefinancierd vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-4163 Wed, 12 Jun 2019 09:16:12 +0200 Het belang van de samenwerkingsrelatie bij gezinshulpverlening https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/het-belang-van-de-samenwerkingsrelatie-bij-gezinshulpverlening/ Hoe beter hulpverleners erin slagen om een goede samenwerkingsrelatie met ouders te realiseren én te behouden, hoe positiever de behandelresultaten voor gezinnen zijn. Dat is één van de uitkomsten van het promotieonderzoek van Marieke de Greef, onderzoeker en (gast)docent bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en coördinerend behandelaar bij Karakter. Veel gezinnen met problemen op het gebied van opvoeding of de ontwikkeling van kinderen, krijgen opvoedondersteuning in de thuissituatie. Positieve resultaten van die hulpverlening zijn helaas niet vanzelfsprekend. Welke factoren dragen bij aan effectieve gezinshulpverlening? Gaat het vooral om de samenwerkingsrelatie, zoals ouders en hulpverleners zelf vaak aangeven? Marieke de Greef promoveerde op 22 mei 2019 aan de Radboud Universiteit Nijmegen op onderzoek naar deze vraag.

Onderzoeksresultaten

Uit haar onderzoek 'Addressing the alliance' - vrij vertaald: ‘Aandacht voor de alliantie’ - blijkt verder dat allianties beter zijn als ouders niet eerder vergelijkbare hulp ontvingen, als ouders en hulpverleners positieve verwachtingen hadden ten aanzien van de hulp, en als hulpverleners een betere band hadden met hun leidinggevende. Een goede band tussen hulpverleners en leidinggevenden blijkt bovendien bij te dragen aan betere hulpverleningsresultaten.

Toekomst

Marieke de Greef: “Aandacht voor alliantie in de hulpverleningspraktijk, vervolgonderzoek en de opleiding van (toekomstige) hulpverleners is hard nodig. Deze oproep klinkt misschien als een open deur, maar is dat allesbehalve. Aandacht voor alliantie in het dagelijks werk is nog niet vanzelfsprekend, en regelmatig slagen we er als hulpverleners ook niet in om goede banden te ontwikkelen en te behouden. Het is een complexe en onderschatte vaardigheid."

"De uitdaging die er ligt is dat we samen uitzoeken hóe hulpverleners kunnen zorgen voor een goede band met ouders. Want hulpverleners die dat voor elkaar krijgen, hebben een waardevolle vaardigheid in handen om de situatie van een grote groep gezinnen in de jeugd- en opvoedhulp te verbeteren."

Alliantie-projecten ZonMw

Marieke de Greef werkte samen met organisaties voor jeugd- en opvoedhulp aan het ZonMw onderzoeksproject 'Goede alliantie, effectievere jeugdzorg?'. Voor het maken en verspreiden van een kennisoverzicht en aanbevelingen hierover loopt er een samenwerkingsproject met 19 projectleiders en een klankbordgroep bestaande uit cliënten, professionals en vertegenwoordigers vanuit onderwijs en onderzoek.

Het doel is om te bepalen wat nu de stand van zaken is als het gaat om de kennis over alliantie en andere algemeen werkzame factoren die een rol spelen in het realiseren van effectieve hulp aan jeugdigen en gezinnen. Het is de bedoeling om zicht te krijgen op wenselijke vervolgstappen in het werkveld, onderwijs, beleid en vervolgonderzoek.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. Genoemde projecten zijn tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-4106 Fri, 24 May 2019 14:54:43 +0200 Subsidieoproep Verbeteren wijkgericht werken: integraal en op maat! https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-verbeteren-wijkgericht-werken-integraal-en-op-maat/ De eerste subsidieoproep van het nieuwe programma Wat werkt voor de jeugd is opengesteld. Voor deze oproep kunnen onderzoeksvoorstellen ingediend worden waarmee de kwaliteit van wijkgericht werken met kinderen en gezinnen verbeterd wordt. De decentralisatie van de jeugdhulp beoogt dat gemeenten door wijkgericht te werken beter in staat zijn om integraal beleid te ontwikkelen en maatwerk te bieden, afgestemd op de lokale situatie en uitgaande van de mogelijkheden (eigen kracht) en de behoeften van individuele kinderen en hun ouders. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten makkelijker verbindingen kunnen leggen tussen de verschillende domeinen. 

Wijkgericht werken gaat over aansluiten op wat kinderen, hun ouders/verzorgers en professionals nodig hebben om kinderen zo optimaal mogelijk te kunnen laten opgroeien. Met het integraal werken wordt er gewerkt vanuit de situatie en het vraagstuk van de kinderen/ouders. Dat betekent dat professionals niet moeten denken vanuit wat ze zelf als organisatie te bieden hebben, maar moeten kijken naar wat voor de situatie en vraag van het gezin een passende oplossing kan zijn: op maat! 

Het doel van deze subsidieoproep is onderzoek uit te zetten waarmee de kwaliteit van wijkgericht werken met kinderen en gezinnen verbeterd wordt. Ook wordt er één project toegekend dat bestaande kennis bundelt en de verschillende lopende trajecten verbindt. De projecten dragen bij aan kennisontwikkeling over wat werkt, en het toepasbaar maken en het benutten van bestaande kennis ter versterking van de kwaliteit van lokale teams en wijkgericht werken met gezinnen.

Deadline voor het indienen van aanvragen is 12 september 14.00 uur. Lees de subsidieoproep voor meer details en de randvoorwaarden.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd 

Met het  kennisontwikkelingsprogramma Wat werkt voor de jeugd wil ZonMw meer te weten komen over wat werkt in de hulp en ondersteuning voor jongeren en gezinnen.

Meer weten?

]]>
news-4047 Fri, 17 May 2019 11:47:32 +0200 Oproep voor gemeenten om deel te nemen aan onderzoek naar een effectieve maatwerk-aanpak voor multiprobleemgezinnen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/oproep-voor-gemeenten-om-deel-te-nemen-aan-onderzoek-naar-een-effectieve-maatwerk-aanpak-voor-multip/ Op 1 mei 2019 is een consortium gestart dat onderzoek gaat doen en daarbij 6 gemeenten gaat begeleiden om met actieonderzoek een effectieve maatwerk-aanpak te vinden voor multiprobleemgezinnen. Gemeenten kunnen hiervoor tot 18 juni een subsidieaanvraag indienen. Uit de aanvragen worden 6 gemeenten geselecteerd. Wat houdt het onderzoek in? 

Het onderzoeksconsortium, onder leiding van Instituut Publieke Waarden, gaat het onderzoek begeleiden. In de 6 geselecteerde gemeenten wordt een maatwerk-aanpak in de praktijk (door)ontwikkeld, beproefd en wetenschappelijk getoetst. Daarin gaat het consortium met de gemeenten actief op zoek naar knelpunten, kansen en oplossingen. Met als doel het ontwikkelen van een model voor een effectieve maatwerk-aanpak die ook voor anderen gemeenten bruikbaar is.
De 6 gemeenten die gaan deelnemen aan het onderzoek ontvangen hiervoor subsidie. Zij zetten rond 20 van hun meest complexe multiprobleemgezinnen een aanpak op die vernieuwing en innovatie omarmt. Het gaat nadrukkelijk om het creëren van een werkwijze die is ingebed in het primair proces van betrokken partners en ketenorganisaties. De subsidie moet gebruikt worden voor het uitvoeren van vernieuwende maatwerk-aanpakken. Het bedrag dient volledig besteed te worden aan de hulp, ondersteuning en aanpak van de 20 casussen van multiprobleemgezinnen aan de hand van een maatwerk-aanpak. Het onderzoeksconsortium adviseert, begeleidt, ondersteunt en jaagt de gemeenten aan bij het (door)ontwikkelen, uitvoeren en toetsen van de maatwerk-aanpak. De gemeenten werken actief aan het onderzoek mee en leveren input voor het onderzoek.

Welke gemeenten kunnen meedoen?

De oproep is specifiek gericht op gemeenten in Nederland die al bezig zijn met, of concrete ideeën hebben over een maatwerk-aanpak van multiproblematiek rond gezinnen en deze willen opzetten of versterken. Omdat de gemeente maar één maand heeft om het onderzoek voor te bereiden moet de visie en het feit dat de gemeente voortvarend op dit thema door kan pakken in de aanvraag goed onderbouwd worden. De voorkeur gaat uit naar deelname van gemeenten die al aantoonbare stappen hebben gezet in een maatwerk-aanpak. Gemeenten die een urgentie hebben om een maatwerk-aanpak op te zetten, maar waar geen aanzet is gedaan hiervoor, moeten goed onderbouwen hoe ze hier voortvarend in te werk kunnen gaan.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Voor meer informatie over de oproep en randvoorwaarden lees de subsidieoproep.

Meer informatie

]]>
news-4011 Tue, 07 May 2019 11:30:08 +0200 E-magazine Lerend Transformeren: aan de slag met actie-onderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/e-magazine-lerend-transformeren-aan-de-slag-met-actie-onderzoek/ Begin 2017 startte het project Lerend Transformeren. Nu, 2,5 jaar later, rond het project bijna af. Wat heeft Lerend Transformeren opgeleverd? En wat kunnen anderen hiervan leren? De geleerde lessen uit het project zijn gebundeld en gepresenteerd in een e-magazine. Laat u inspireren om aan de slag te gaan met de transformatie en actieonderzoek! Actieonderzoek

Binnen het project Lerend Transformeren hebben 15 aanbieders van hulp aan jeugdigen en hun gezinnen actieonderzoek uitgevoerd. De actieonderzoeken zijn ingezet als manier om een verandering op gang te brengen in de eigen organisatie. Alle actieonderzoeken hadden tot doel het ondersteunen van professionals om te werken volgens de transformatiedoelen uit de Jeugdwet. Wat kan er in een organisatie bijvoorbeeld gedaan worden om meer ruimte aan professionals te geven? Of om meer preventief te werken en uit te gaan van de eigen kracht van gezinnen?

Slotsymposium

Op het slotsymposium van Lerend Transformeren op 8 april 2019 zijn de verhalen van de actieonderzoeken met geïnteresseerden uit de brede zorg voor jeugd gedeeld. In het magazine vind je naast die verhalen ook inspiratie om zelf aan de slag te gaan met actieonderzoek en de transformatie binnen jouw organisatie!

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-3830 Mon, 25 Mar 2019 17:08:46 +0100 Bij welk vraagstuk en op welk moment past welke onderzoeksmethode het best? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/bij-welk-vraagstuk-en-op-welk-moment-past-welke-onderzoeksmethode-het-best/ ZonMw is in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een traject gestart om te komen tot een meer gemeenschappelijk kader voor verschillende onderzoeksdesigns. De afgelopen jaren heeft een verschuiving plaatsgevonden van de wat meer ‘traditionele’ onderzoeksmethoden naar meer diverse onderzoeksdesigns. En lang niet altijd is duidelijk welk design het meest passend is in welke context. Met dit traject willen ZonMw en het NJi onderzoekers de mogelijkheid bieden een beter onderbouwde keuze voor een bepaald design te maken. Als onderzoeksfinancier wil ZonMw valide en bruikbare kennis laten ontwikkelen die impact heeft in de praktijk. Impact is niet alleen een kwestie van goede disseminatie. Ook door de keuze van het onderzoeksdesign kan de impact al gaande het onderzoek worden vergroot. Welk onderzoeksdesign het meest geschikt is, hangt sterk af van de situatie. De vraag is dus: welk design is passend in welke context? 


ZonMw is samen met het NJi een traject gestart om te komen tot een gemeenschappelijk kader voor verschillende onderzoeksdesigns door de volgende 3 vragen te beantwoorden:

  1. Bij welk vraagstuk en op welk moment is welk design het meest passend?
  2. Wat is de bewijskracht van een bepaald design?
  3. Wat zijn de randvoorwaarden voor het goed uitvoeren van een bepaald design? 

Deze vragen moeten worden beantwoord, zodat onderzoekers een beter onderbouwde keuze voor een bepaald design kunnen maken. Dit moet het makkelijker maken om te toetsen of de gekozen methode goed aansluit bij het beoogde doel en ervoor zorgen dat de kwaliteit gewaarborgd wordt. Daarnaast willen we hetgeen we wel al weten meer bekendheid geven.
De komende maanden worden rond diverse onderzoeksmethoden verschillende bijeenkomsten georganiseerd of bij bestaande bijeenkomsten aangesloten. Hier wordt met onderzoekers en methodologische experts op de verschillende terreinen kennis en ervaringen opgehaald en gebundeld. 

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  

Meer informatie

]]>
news-3631 Mon, 18 Feb 2019 08:45:30 +0100 Het gaat niet altijd goed: implementatie van blended care in de jeugdgezondheidszorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/het-gaat-niet-altijd-goed-implementatie-van-blended-care-in-de-jeugdgezondheidszorg/ In een samenwerking tussen GGD Hart voor Brabant en TNO werden bestaande, evidence-based werkwijzen rondom excessief huilen en pesten doorontwikkeld naar een online variant. De omstandigheden rondom de start van het project leken ideaal. Toch is het project door achterblijvende respons van deelnemers voor het onderzoek eerder gestopt. Wat kunnen we hiervan leren? Voorafgaand aan het project ‘Consultatiebureau van de toekomst: de ontwikkeling en evaluatie van ‘blended care’ in de jeugdgezondheidszorg’ is TNO benaderd door praktijkinstelling GGD Hart voor Brabant met de vraag of zij onderzoek wilde doen naar blended care in de jeugdgezondheidszorg (JGZ).

Blended care

Blended care is een combinatie van online en offline zorg en contactmomenten. Een deel van de bestaande face-to-face werkwijzen in de zorg wordt vervangen. Hoewel blended care in de JGZ nog niet veel wordt ingezet, experimenteert de JGZ van GGD Hart voor Brabant al enkele jaren met deze innovatieve werkwijze en deze leek goed aan te sluiten bij de behoeften van ouders. Vandaar dat GGD Hart voor Brabant en TNO besloten hebben de werkwijze door te ontwikkelen en op werkzaamheid te onderzoeken.

Doel project

Het doel van dit project was de zorg aan ouders en jeugdigen te verbeteren door blended care in te zetten op de thema’s excessief huilen en pesten door:
•    Bestaande werkwijzen door te ontwikkelen naar een blended vorm. 
•    Deze blended werkwijzen in een haalbaarheidsstudie te toetsen op proces, succes, duur van het traject en cliënttevredenheid.
•    Kansen en belemmeringen voor implementatie van de blended werkwijzen in kaart te brengen.

Het project liep anders

Na 1,5 jaar blijkt de respons van deelnemers achter te blijven. Ondanks het feit dat de onderzoeksvraag vanuit de praktijk kwam en de praktijk ook vanaf het begin nauw betrokken is geweest bij het onderzoek. 
Wat zorgde ervoor dat de implementatie anders verliep dan verwacht? En welke factoren waren hierop van invloed? Ter afsluiting van het project zijn 7 JGZ-professionals naar hun mening gevraagd. Dit waren zowel verpleegkundigen en artsen als leidinggevenden en beleidsmedewerkers.

Het blijkt dat implementatie van de blended care-modules wordt beïnvloed door een scala aan belemmerende en bevorderende factoren die te maken hebben met het niveau van de interventie, de gebruiker, organisatie en sociaal-politieke omgeving. Deze factoren zijn uitgewerkt in een factsheet. Voor een succesvolle toepassing dient de implementatiestrategie op al deze factoren in te spelen.

Flyer

In de flyer 'Het lukt niet altijd: implementatie van blended care in de jeugdgezondheidszorg' leest u meer over de belemmerende en bevorderende factoren in de praktijk.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-3566 Mon, 04 Feb 2019 15:48:54 +0100 Effectieve opvoedinterventie op maat https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/effectieve-opvoedinterventie-op-maat/ Hoe kunnen opvoedinterventies beter aansluiten op de behoeften en mogelijkheden van ouders woonachtig in multi-etnische achterstandswijken? Over deze vraag boog Krista van Mourik zich vanuit de Academische Werkplaats SAMEN. Ze ontwikkelde de module ‘Omgaan met stress en niet helpende emoties’ die passende hulp biedt aan ouders met een migratie-achtergrond. Onlangs rondde Van Mourik haar onderzoek af met een proefschrift. Verschillen in opvoedzorgen en hulpzoekgedrag 

In haar proefschrift Cultural adaptation of a parenting intervention for parents in multi-ethnic disadvantaged neighborhoods brengt Van Mourik de opvoedzorgen en het hulpzoekgedrag van ouders in kaart. Met behulp van vragenlijsten en interviews vergeleek ze de opvattingen, ervaringen en behoeftes van drie etnische groepen: Antilliaans-Nederlandse ouders, Marokkaans-Nederlandse ouders en Nederlandse ouders.

Uit de resultaten blijkt dat de ouders met een migratie-achtergrond en ouders in een lastige sociale-economische situatie minder snel dan andere ouders problemen bij hun kind herkennen. Als zij wel problemen zien, schrijven zij die vaak toe aan stress of externe factoren. Van Mouriks onderzoek toont aan dat de opvattingen van ouders over opvoedproblemen bepalen hoe relevant zij ondersteuning vinden. Zij constateerde dan ook dat de motivatie om deel te nemen aan opvoedhulp lager is als ouders stress als oorzaak van opvoedproblematiek zien.  

Culturele sensitiviteit 

De promovenda stelde vast dat opvoedinterventie ook in deze gezinnen met migratie-achtergrond effectief is. Wel is het belangrijk dat hulpaanbieders sensitiviteit ontwikkelen voor de sociale en culturele context van ouders en de interventie daarop afstemmen. Zo ontwikkelde Van Mourik de module ‘Omgaan met stress en niet-helpende emoties’ die de bestaande opvoedinterventie Niveau 4 Oudercursus van Triple P aanvult. De module blijkt effectief in het bieden van coping-strategieën voor ouders om met stress om te gaan. 

SAMEN voor betere jeugdhulp 

Van Mourik voerde haar onderzoek uit vanuit de Academische Werkplaats SAMEN. SAMEN is een samenwerkingsverband van de regio’s Holland Rijnland, Haaglanden en Hollands Midden, waarin kennis wordt ontwikkeld die de transformatie van de jeugdhulp ondersteunt. In dit netwerk wordt kennis uit onderzoek, beleid, opleidingen, praktijk en gezinnen samengebracht. 

Van Mourik rondde haar onderzoek onlangs af en promoveerde op 12 december. Momenteel werkt ze vanuit het Leids Universitair Medisch Centrum als onderzoeker binnen het CIKEO-consortium. Dit door ZonMw gefinancierde project heeft als doel om op een flexibele manier orde te brengen in het aanbod voor opvoedsteun. Het consortium zal uiteindelijk kennis opleveren over welke (delen van) opvoedinterventies wanneer, bij wie en door wie het beste ingezet kunnen worden. Van Mouriks opvoedmodule is hier een mooi voorbeeld van.

Meer weten? 

]]>