Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanaf februari 2018 is een designwijziging doorgevoerd naar een ‘repeated single case design’ met N=20 jongeren. Op dit moment zijn 10 jongeren gestart met het onderzoek en hebben 3 jongeren daadwerkelijk de overgang naar andere, minder intensieve zorg gemaakt. De belangrijkste risico’s en belemmeringen zijn op dit moment: inclusie van voldoende jongeren (N=20), de periode waarin we jongeren kunnen volgen, gezien de looptijd van het project en de kwaliteit van de dataverzameling. We hebben de instroomperiode verlengt naar november 2018 om nog voldoende jongeren in te laten stromen. We zullen een aantal jongeren korter dan anderhalf jaar kunnen volgen, maar we verwachten dat dat de resultaten van het onderzoek niet substantieel aantast. Bij de start van het onderzoek zijn bij enkele jongeren niet voldoende baselinemetingen afgenomen in verband met onverwachte uitstroom uit zorg. In de tweede wervingsperiode gaan we instroom nog beter monitoren

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de eerste deelstudie zijn 15 jongeren geinterviewd over hun ervaringen rondom de transitie uit de jeugdzorg.

Uit deze interviews blijkt dat jongeren vaak wel praktisch goed worden voorbereid (budgettraining, huishoudelijke training), maar niet emotioneel. Zij voelen zich ineens losgelaten en hebben het gevoel nergens meer terecht te kunnen. Ze kunnen moeilijk inschatten wat hen te wachten staat en hebben nauwelijks een ondersteunend netwerk op kunnen bouwen door vele wijzigingen in verblijf. Ze zijn zelf niet altijd goed in staat goede keuzes te maken. Jongeren die wel goed contact met ouders en familie hebben, kunnen daar op terugvallen. Jongeren missen betrokkenheid begeleider na vertrek, vele wisselingen in begeleiders hebben tot wantrouwen geleid. Jongeren voelen zich niet gehoord, hebben het gevoel weinig inspraak te hebben in hun vervolgtraject. Ze hebben na vertrek toch behoefte aan contact met hun voormalig begeleider en aan ondersteuning bij keuzes die ze moeten maken.

De hypothese is dat de BETERapp ondersteuning kan bieden tijdens de transitie. De begeleider is dan op afstand nog betrokken en er is mogelijkheid tot afstemming met de nieuwe begeleider. In de tweede fase gaan we dit onderzoeken middels een 'repeated single case design' bij twintig jongeren.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veel jongeren verlaten op 18-jarige leeftijd de jeugdzorg of maken een andere vorm van transitie door (bijv. de overgang van jeugdzorg naar volwassenenzorg, van pleeggezin naar gezin van herkomst). Deze transitiefase is veelal een belastende periode voor jongeren omdat de bekende zorgstructuren en steunsystemen veranderen en er een toenemend beroep gedaan wordt op de zelfredzaamheid. Jongeren uit de jeugdzorg zijn daarbij extra kwetsbaar, omdat zij vaak psychische problemen hebben, waardoor zij meer kans hebben op problematiek op latere leeftijd. Ook lopen jongeren met psychische problemen vaker achter in hun ontwikkeling, of hebben ze vaak een onvoldoende steunend informeel netwerk om op terug te vallen, waardoor de stap naar meer zelfstandigheid (kenmerkend voor de transitie) te groot kan zijn. Bij het afschalen of stopzetten van de hulpverlening dreigt het gevaar dat jongeren in een ‘zwart gat’ vallen, waarin er niemand is die hen op kan vangen als het mis dreigt te gaan. Dit verkleint hun kans om optimaal te participeren in de maatschappij en vergroot de kans op een terugval richting (meer intensieve) vormen van hulpverlening. Eén van de adviezen om jongeren in transitie te ondersteunen is het ontwikkelen van een “glijdende schaal” in de intensiteit van de zorgverlening voor, tijdens en na de transitie. Digitale middelen zoals een mobiele applicatie lijken daarbij veelbelovend omdat ze jongeren kunnen begeleiden tijdens de transitie, en aansluiten bij de leefwereld van de jongeren. Met een app heeft de jongere de regie, dit vergroot het gevoel van eigen competentie en is bevorderend voor het zelfvertrouwen wat een beschermde factor is voor maatschappelijke participatie. Ook bevordert de app het integraal werken, omdat de app het steunende netwerk van de jongere inzichtelijk maakt en warme overdracht tussen hulpverleners en een geleidelijke overgang naar mensen uit het eigen netwerk bevordert. Hoewel de toepassingen van dergelijke apps snel toenemen, zijn ze nog niet wetenschappelijk onderzocht op effectiviteit.

 

Doelstelling van dit project is na te gaan waar jongeren (18-23 jaar) met psychische problemen behoefte aan hebben tijdens de transitiefase (overgang in zorgtype, of overgang van in zorg naar uit zorg) en of een mobiele applicatie daarbij ondersteunend kan zijn. Deze app ondersteunt jongeren bij het in kaart brengen van de stemming, het formuleren van doelen, het monitoren hiervan, en het inschakelen van het netwerk wanneer het niet goed dreigt te gaan. In dit onderzoek gaan we na (1) welke belemmerende en bevorderende factoren voor maatschappelijke participatie een rol spelen bij jongeren die zich in de transitie van jeugdhulp naar een nieuwe situatie bevinden, en (2) of de app jongeren in de transitie van jeugdhulp naar een nieuwe situatie ondersteunt blijkend uit (a) vermindering zorgconsumptie of terugval naar intensievere zorg, en (b) bevordering van zelfredzaamheid en toename van kwaliteit van leven. Daarnaast wordt middels verdiepende vragen nagegaan hoe de app functioneert in de praktijk en welke onderdelen het meeste bijdragen aan de ondersteuning in de transitie.

 

Door middel van twee deelstudies worden de onderzoeksvragen beantwoord. In de exploratieve deelstudie staat onderzoeksvraag 1 centraal. Door middel van narratieve interviews bij maximaal 15 jongeren gaan we op zoek naar praktische, concrete factoren die in de transitiefase een rol spelen en die door het gebruik van de app ondervangen zouden kunnen worden. Bij de narratieve onderzoeksmethodiek wordt niet alleen geanalyseerd wat jongeren inhoudelijk vertellen, maar ook hoe zij dat vorm geven in taal. Voorts wordt gewerkt volgens principes van Grounded Theory. Er vinden verschillende interviewrondes plaats waarbij resultaten uit de eerdere interviews verwerkt worden totdat verzadiging in thema’s is bereikt. In de tweede deelstudie staat onderzoeksvraag 2 centraal. In de onderzoeksopzet met een experimentele -en controlegroep worden twee groepen van 100 jongeren met psychische problemen gedurende twee jaar gevolgd. Eén groep gebruikt de app wel (experimentele groep), de andere groep niet (controlegroep). De jongeren bevinden zich allemaal in de eindfase (laatste 2-3 maanden voor vertrek) van een (intensief) zorgtraject in de jeugdhulp bij Pluryn, Pactum, OGH of Entrea. Op 3 meetmomenten, bij instroom in het onderzoek (T0), na een jaar (T1) en na twee jaar (T2), worden bij de jongeren zelfredzaamheid (ZRJ) en kwaliteit van leven (EQ-5D) gemeten om de ontwikkeling van de jongeren te volgen. Ter beantwoording van de verdiepende vragen rondom de werking van de app in de praktijk, worden twee keer per jaar focusgroepen georganiseerd met jongeren die de app gebruiken. Op deze manier wordt op een systematische manier kwalitatieve informatie verzameld over de ervaringen van jongeren met de app. Tot slot wordt metadata uit de app gebruikt om na te gaan welke onderdelen van de app het meeste bijdragen aan de ondersteuning in de transitie.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website