ZonMw tijdlijn Zoönosen https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Zoönosen nl-nl Thu, 09 Feb 2023 00:00:18 +0100 Thu, 09 Feb 2023 00:00:18 +0100 TYPO3 news-8777 Mon, 04 Jul 2022 13:53:27 +0200 Teken Wist-je-datjes https://www.biomaatschappij.nl/artikel/teken-wist-je-datjes/ Hoe verwijder je het beste een teek, welke klachten kunnen er ontstaan na een tekenbeet en hoe groot is de kans op de ziekte van Lyme? Een overzicht.... news-8563 Wed, 27 Apr 2022 13:23:00 +0200 Lymeziekte voorkomen met een vaccin https://www.amsterdamumc.org/nl/vandaag/lymeziekte-voorkomen-met-een-vaccin.htm Jaarlijks hebben 1,5 miljoen mensen last van tekenbeten en krijgen ongeveer 27.000 mensen lymeziekte. Enkele duizenden houden langdurige en invaliderende klachten. “We gaan onderzoeken of een vaccin lymeziekte kan voorkomen”, aldus hoogleraar Joppe Hovius van Amsterdam UMC Multidisciplinair Lymeziektecentrum. Vrijwilligers die zich willen laten vaccineren voor deze studie zijn welkom. news-8560 Tue, 26 Apr 2022 11:59:00 +0200 Langdurige klachten na lymeziekte, hoe vaak en waarom? https://www.biomaatschappij.nl/artikel/langdurige-klachten-na-lymeziekte-hoe-vaak-en-waarom/ Hoewel de meeste kinderen en volwassenen met lymeziekte volledig of nagenoeg volledig herstellen na een antibioticakuur, blijven sommige mensen last houden van aanhoudende klachten. Vaak bestaan deze klachten uit vermoeidheid, cognitieve beperkingen of pijn. Uit recent onderzoek blijkt dat ruim een kwart van de mensen met de ziekte van Lyme klachten houdt, ook na de behandeling. news-8110 Thu, 16 Dec 2021 12:08:00 +0100 NWO-Veni financiering voor 89 veelbelovende jonge wetenschappersonderzoekers https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-veni-financiering-voor-89-veelbelovende-jonge-wetenschappersonderzoekers/ NWO heeft 89 veelbelovende jonge wetenschappers uit de wetenschapsdomeinen ENW en ZonMw een Veni-financiering van maximaal 250.000 euro toegekend. Hiermee kunnen de laureaten gedurende drie jaar hun eigen onderzoeksideeën verder ontwikkelen. Wat gaan de Veni-laureaten onderzoeken?

De Veni-laureaten gaan onder andere onderzoek doen naar het vertragen van Parkinson door lichaamsbeweging, de fysische aard van radioflitsen, de opwarming van het klimaat en de effecten van hersenveroudering op slaapproblemen. In het overzicht met toekenningen staan de namen van alle laureaten en korte samenvattingen van hun onderzoeksprojecten (Nederlands en Engels).

NWO heeft moeten schuiven met de planning

De Veni wordt jaarlijks door NWO toegekend. Deze toekenningen betreffen een deel van de Veni-ronde 2021. Afgelopen jaren heeft NWO moeten schuiven met de planning van de Veni-rondes, noodgedwongen door corona en een hack. Dat leidde afgelopen voorjaar tot een splitsing in de planning tussen de verschillende wetenschapsdomeinen. Voor de wetenschapsdomeinen ENW (nog geen vooraanmeldingsfase) en ZonMw (niet getroffen door de hack) hanteerde NWO de oorspronkelijke planning van voor de hack en voor de domeinen SGW en TTW staat de besluitvorming in april 2022 gepland. Wanneer alle besluitvorming heeft plaatsgevonden, worden de feiten en cijfers van de volledige ronde bekend gemaakt.

Meer informatie

]]>
news-8011 Wed, 17 Nov 2021 10:43:00 +0100 Wat is het risico van de verspreiding van antimicrobieel resistente bacteriën tijdens het vervoer van dieren? https://www.efsa.europa.eu/en/news/antimicrobial-resistance-what-risk-spread-through-animal-transport De European Food Safety Authority (EFSA) onderzoekt het risico op de verspreiding van antimicrobieel resistente bacteriën tijdens het vervoer van dieren. Dit is nodig, omdat wanneer bacteriën van dieren op mensen kunnen worden overgedragen deze ook de effectieve behandeling van infectieziekten bij mensen in gevaar brengen. Evidence-based advies is van belangrijk voor het ontwikkelen van beleid en wetgeving om deze uitdaging aan te gaan. Lees meer. news-7943 Thu, 04 Nov 2021 08:30:00 +0100 Verontrustende resultaten gezondheidsrisico's microplastics https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verontrustende-resultaten-gezondheidsrisicos-microplastics/ Al decennialang komen mensen in hun leefomgeving in aanraking met nano- en microplastics, ofwel kleine plastic deeltjes, via de lucht, water en voeding. Lees in dit artikel dat de impact van deze plastic deeltjes, die variëren in grootte van nano- tot micrometers, op de menselijke gezondheid echter nog grotendeels onbekend is. Binnen het ZonMw- programma Microplastics & Health zijn de gezondheidsrisico's van microplastics in kaart gebracht met 15 projecten. Alle projecten zijn gestart in 2019 en daar zijn nu de eerste resultaten van bekend. Experimenteel menselijk materiaal of proefdieren zijn blootgesteld aan micro- en nanoplastics. Daaruit blijkt dat kleine plastic deeltjes de darmwand, de longen, de placenta en zelfs de bloed-hersenbarrière kunnen passeren. Daar verstoren ze het functioneren van de lichaamscellen. Ook treden soms ontstekingsreacties op.

Verminderde darmwerking

Via de voedselketen, zoals het eten van vis, komen plastic deeltjes het lichaam binnen en in contact met de darmen. Lange tijd was het effect op onze darmgezondheid onduidelijk, maar nu komen de eerste resultaten binnen. Kortdurende blootstelling aan plastic deeltjes met een grootte van 1 tot 10 µm lieten de werking van de dikke darm afnemen. Soms hadden deeltjes ook invloed op de levensvatbaarheid van de cellen en de doorlaatbaarheid (getest op menselijke- en varkenscellen), maar alleen bij hoge concentraties.

Ontstekingsreacties

Door de aanwezigheid van microplastics in de darm werden ook ontstekingseiwitten geactiveerd. Maar niet altijd, want dat lag aan het geteste soort plastic. Vooral polystyreen blijkt bijvoorbeeld ontstekingseiwitten aan te wakkeren. Ook bepaalde afweercellen van het adaptieve immuunsysteem zijn dan extra actief.
Onderzoekers zagen dat 'verweerde' plastic deeltjes, die door UV-straling en oppervlaktewater zijn aangetast, een grotere reactie van lichaamscellen veroorzaken.

Chemische stoffen

De inname van voeding vergroot de blootstelling aan micro- en nanoplastics van onze darmen. Daar kunnen chemische stoffen uit vrij komen, zoals weekmakers en vlamvertragers, die ook uit verpakkingsmateriaal in ons voedsel kunnen komen. Er blijken maar liefst 183 van zulke chemicaliën aanwezig te zijn op microplastic strandafval. Een deel van deze verbindingen komt daadwerkelijk in de darm terecht, waar sommigen de hormoonhuishouding beïnvloeden.

Verstoorde longfunctie

Ook de longen ondervinden negatieve invloeden van de aanwezigheid van microplastics. In de longen passeert bijna 4% van een hoge concentratie aan polystyreen nanoplastics door het weefsel.
Omdat hoge blootstelling aan microplastic vezels bij textielarbeiders in verband is gebracht met het ontstaan van longziekten, is ook het effect van polyester- en nylonvezels op de longen onderzocht. Dat gebeurde op nagebouwde minilongen. Het resultaat was dat de minilongen minder goed groeiden of gerepareerd werden na schade. Hoogstwaarschijnlijk ligt de oorzaak in chemische stoffen, maar welke is nog onbekend. Verder is een lichte ontstekingsreactie te zien in aanwezigheid van nylonvezels.

Inkapseling door afweercellen

Het immuunsysteem reageert ook op microplastics. Afweercellen zien microplastics als lichaamsvreemde deeltjes. Daarom reageren ze hierop zoals ze dat op ziekteverwekkers zouden doen: bepaalde afweercellen kapselen de deeltjes in om ze af te breken. Dat doen ze echter alleen als ze omgeven zijn door bloedeiwitten, ontdekten de onderzoekers. Zo niet, dan laten ze de deeltjes met rust.
De reactie van het immuunsysteem hangt af van het type plastic en of deze verweerd is of niet. Dat blijkt uit onderzoek waarbij gebruikgemaakt is van in de oceaan en bij de kust verzamelde macroplastics, die in het laboratorium zijn vermalen tot een diversiteit aan microplastics. De chemische samenstelling, het aantal deeltjes en deeltjesgrootte bepalen hoe intensief afweercellen reageren.

Rem op hersenenzym

Nanoplastics kunnen de hersenen bereiken en ook de bloed hersenbarrière passeren, blijkt uit experimenten met knaagdieren en hersencelkweken. Daar haken ze zelfs in op de communicatie tussen afweercellen: ze remmen een belangrijk enzym dat benodigd is voor de communicatie tussen hersencellen. Het effect op het functioneren van de hersenen is verder beperkt, of vanwege de korte experimentele duur nog niet aangetoond. Vervolgonderzoek naar lange termijneffecten van nanoplastics op de hersenen is daarom nodig.

Ook in placenta en vruchtwater

Mogelijk zijn plastic deeltjes ook aanwezig in de menselijke placenta en het vruchtwater. Omdat er slechts een paar monsters getest zijn, zijn de onderzoekers voorzichtig om te concluderen dat plastic deeltjes altijd aanwezig zijn in de foetale omgeving. Hoe dan ook, aangetoond is ook dat de expressie van genen veranderde onder invloed van de plastic deeltjes. Langetermijneffecten zijn nog onbekend.

Ziekteverwekkers op microplastics

Microplastics zijn in oppervlaktewater ook een goede drager van ziekteverwekkers zoals bacteriën. Deze ziekteverwekkers kunnen zich, gehecht aan microplastics in het water, over grote afstanden verplaatsen en een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Zowel bij de kust als de grens is de rivier de Rijn bemonsterd om dit te onderzoeken. Verschillende plastics werden verzameld, meer dan 200.000 deeltjes per m3 water. Daarop trof men potentiële ziekteverwekkende en plastic afbrekende bacteriën aan.

Verontrustende resultaten

Kortom, deze eerste resultaten van het effect van microplastics in het lichaam zijn verontrustend te noemen. De doorbraakprojecten worden voortgezet in het nieuwe publiek-privaat consortium MOMENTUM. Verder vervolgonderzoek is echter noodzakelijk om de werkelijke gezondheidsrisico's en oplossingsrichtingen concreter te maken. Lees meer over onderzoek in onze publicatie over de gezondheidseffecten van microplastics.

Microplastics en gezonde leefomgeving

Bekijk in onze publicatie 'Gezonde leefomgeving' de relatie tussen microplastics en het ZonMw-brede onderwerp Gezonde leefomgeving. Binnen dit onderwerp richten wij ons op hoe, door mensen te beschermen tegen risico's zoals klimaateffecten, zoönosen en milieu, de leefomgeving op een positieve manier kan bijdragen aan de gezondheid van mensen. Ook het bevorderen van gezond gedrag (bewegen, voeding, met aandacht voor gezondheidsverschillen) speelt hierbij een rol.

 

]]>
news-7673 Tue, 07 Sep 2021 17:27:47 +0200 Onderzoeksagenda Q-koorts en de langetermijneffecten https://www.linkedin.com/posts/q-support_qkoorts-onderzoek-samenwerking-activity-6840947670429773824-WoiV Op 3 september 2021 heeft Q-support aan vertegenwoordigers van patiënten, VWS en ZonMw een onderzoeksagenda aangeboden over de langetermijneffecten van Q-koorts. Vervolgonderzoek en patiëntenparticpatie bij onderzoek is de kern van deze onderzoeksagenda. Ook biedt de agenda aanknopingspunten voor onderzoek naar ziekten als Lyme, long COVID en CVS/ME. news-7352 Fri, 04 Jun 2021 13:56:03 +0200 Vaker aanhoudende klachten na ziekte van Lyme https://www.rivm.nl/nieuws/vaker-aanhoudende-klachten-na-ziekte-van-lyme Ruim een kwart van de mensen met de ziekte van Lyme houdt, ook na de behandeling, langdurige klachten die leiden tot beperkingen in het dagelijks leven. Het gaat hier om klachten zoals vermoeidheid, pijn en concentratieproblemen. news-7147 Fri, 16 Apr 2021 16:32:00 +0200 Gezonde en groene leefomgeving is nodig voor een vitale samenleving https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gezonde-en-groene-leefomgeving-is-nodig-voor-een-vitale-samenleving/ Een gezonde groene leefomgeving bevordert en beschermt het fysiek, mentaal en sociaal welbevinden van mensen. Samen met het RIVM bereiden we een programma voor. Zodat beleidsmakers met kennis, data, infrastructuur en praktische instrumenten, gezondheid meer integraal mee kunnen nemen in hun beleid rond de fysieke leefomgeving. Verbinding en samenwerking

De opdracht om het programma ‘Gezonde Groene Leefomgeving’ voor te bereiden, komt van de ministeries van VWS en LNV. Deze ministeries willen dat gezondheidsvraagstukken vanuit een breed perspectief worden aangepakt, waarbij de verschillende domeinen worden overstegen. Daarom is verbinding met en samenwerking tussen verschillende beleidssectoren en maatschappelijke actoren nodig.

Samen met landelijke en lokale belanghebbenden

Dit programma is een belangrijke impuls, want een gezonde en groene leefomgeving bevordert en beschermt de volksgezondheid. Bij de voorbereiding voor dit programma betrekken we landelijke en lokale belanghebbenden. Het resultaat dat we beogen, is kennis, data, infrastructuur en praktische instrumenten. Hiermee kunnen op landelijk, regionaal en lokaal niveau keuzes worden gemaakt om gezondheid meer integraal en volwaardig mee te nemen in het beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving.

Gezonde leefomgeving

Een gezonde en groene leefomgeving is belangrijk voor een vitale samenleving. Groen omdat een gezonde en leefbare omgeving niet bestaat zonder natuur. Het is de basis van ons voortbestaan en de economie. Gezondheid, gezond gedrag en kunnen meedoen in de samenleving worden beïnvloed door de sociale en fysieke omgeving en de sociaaleconomische status van mensen. De directe leefomgeving, de buurt of wijk met de aanwezige voorzieningen daarin, creëren kansen op of belemmeringen voor gezondheid.

Programma Gezonde Groene Leefomgeving

De ministeries van VWS en LNV stellen vandaag in een Tweede Kamerbrief dit overkoepelende programma voor. Het geeft uitvoering aan de beleidsambities in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid (LNG) en in de uitvoeringsagenda van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De beide ministeries hebben RIVM en ons gevraagd dit programma als volgt voor te bereiden en uit te voeren aan de hand van 3 randvoorwaarden:

  • creëren van een stevige kennisbasis en kennisinfrastructuur
  • stimuleren van de ontwikkeling en gebruik van passende (beleids-) instrumenten
  • evaluatie en monitoring

We bouwen voort op eerdere resultaten. We hebben al veel kennis laten ontwikkelen in andere programma’s zoals ‘Maak ruimte voor gezondheid’. Ook loopt er door ons geïnitieerd en gefinancierd onderzoek naar microplastics en naar de gezondheidseffecten van klimaatverandering.

Omgevingswet

De Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt, geeft bestuurders en beleidsmakers meer ruimte om een gezonde groene leefomgeving te ontwikkelen. De wet is erop gericht om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden. De fysieke leefomgeving moet zodanig beheerd, gebruikt en ontwikkeld worden dat alle maatschappelijke functies ook op de lange termijn duurzaam vervuld kunnen worden.

ZonMw en RIVM

We willen in samenwerking met RIVM dit maatschappelijke vraagstuk agenderen en met kennis ervoor zorgen dat de leefomgeving positief kan bijdragen aan de gezondheid van mensen. Hoe? Door gezond gedrag te bevorderen. Denk hierbij aan bewegen, voeding, met aandacht voor gezondheidsverschillen. En door te beschermen tegen risico’s. Voorbeelden hiervan zijn klimaateffecten, zoönosen en milieu. Samen laten we kennis ontwikkelen en toepassen gericht op de gezonde leefomgeving. Zo spelen we in op maatschappelijke vragen van zowel beleidsmakers, wetenschappers, praktijkprofessionals en inwoners over gezondheidseffecten van hun leefomgeving.

Meer informatie

 

 

 

]]>
news-6951 Mon, 08 Mar 2021 08:00:00 +0100 Professionalising data stewardship with competences, training and education https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/professionalising-data-stewardship-with-competences-training-and-education/ As part of the National Programme Open Science (NPOS), the 'Professionalising data stewardship in the Netherlands' report was recently published. This report provides arguments for urgent decisions and activities to ensure adequate data steward capacity in the Netherlands, in order to realise the ambitions for Open Science. How are Open Science and FAIR data connected?

The Dutch National Programme Open Science (NPOS) has defined 3 key areas:

  • Open Access: making all research output (articles etc.) accessible for everyone without costs
  • FAIR data: making all research data FAIR: Findable, Accessible, Interoperable and Reusable
  • citizen science: promoting the involvement of citizens in science programmes

Within the key area of ‘FAIR data’ the current report focuses on the people who can help to turn FAIR data into reality - namely data stewards.

What is a data steward?

Data stewardship is a catch-all term for numerous support functions, roles and activities with respect to creating, maintaining and using research data. The core responsibilities and tasks vary from policy advising and consultancy, to operational, and technical, ICT-related tasks. Unfortunately, a data steward is not yet uniformly defined as most descriptions originate from the fast evolving landscape of Open Science, research data management and FAIR data, and thus share its newness and fuzziness.

In this report data stewardship is defined as 'the responsible planning and executing of all actions on digital data before, during and after a research project, with the aim of optimising the usability, reusability and reproducibility of the resulting data' (definition put forward by DTL).

Why do we need more data stewards?

In the past years it has become clear that there is a large need for and shortage of individuals with data stewardship expertise. Furthermore, a lack of formal education and training, a lack of awareness and recognition amongst researchers and the absence of a coordinated approach all hamper the professionalisation and expansion of this profession.

How many data stewards do we need where in the organisation and with what competences?

Each research-performing institute should ask these questions. This report helps to build the foundation to answer them. It provides an overview of the current situation of data stewardship in the Netherlands. It gives specific recommendations to multiple stakeholders, so that they can move forward with advancing FAIR data stewardship in their organisation. Furthermore, it draws attention to the urgent need for nationally coordinated implementation.

What next steps can organisations take?

In the report it is recommended that:

  • the defined data stewardship and research software engineer competences will be consolidated and implemented
  • the corresponding job profiles should be formalised via national job classification systems
  • tailored training programmes matching the required competences should be defined, developed and delivered
  • a data steward skills tool should be built, which then serves as a single point of reference for up-to-date information on competences, job profiles, and training opportunities, and allows for (self-)assessment and identification of career development options

The recommendations in the report are specifically tailored to the following stakeholders in the Netherlands:

  • local research organisations, such as universities, university medical centres, universities of applied sciences, and their board members, deans and HR managers
  • umbrella organisations, such as VSNU, NFU and VH and similar representative organisations
  • research-funding organisations, such as ZonMw and NWO
  • representatives of the researcher communities, such as PNN, the networking organisation for PhD candidates, and the local Open Science communities
  • service-providing, networking and training organisations, such as DTL, SURF, LCRDM, Health-RI, and RDNL

Over 30 representatives from numerous organisations participated and endorse the report

The NPOS-F project team consisted of over 30 representatives of multiple Dutch universities, university medical centres, universities of applied sciences and service providers. In addition, major stakeholders speaking for diverse organisations such as VSNU, VH, NFU, PNN, SURF and ZonMw were involved in this project. Thanks to active involvement of these partners and the practical applicability of the recommendations, the team is convinced that the necessary decisions and activities to ensure adequate data steward capacity in the Netherlands will be implemented in the near future.

NPOS, ZonMw, Open Science and FAIR data

This end report of the NPOS-F project team ‘Professionalising data stewardship’ is part of the NPOS FAIR data programme line. Authors of the report are representatives of DTL (Dutch Techcentre for Lifesciences), DANS (Data Archiving and Networked Services), Maastricht University, GO FAIR Foundation, ZonMw and LCRDM (National Coordination Point Research Data Management).

ZonMw aims at improving the scientific and social impact of research output, including research data. To gain impact from research data, one must be able to reuse them for verification of research findings, or for future research. To this end, ZonMw requires researchers to perform research data management and stewardship (RDM), and to share their data to contribute to future, innovative research. ZonMw’s procedures for RDM aim at creating data that are findable, accessible, interoperable and reusable (FAIR), and high quality research projects.

More information

 

 

 

 

 

]]>
news-6927 Tue, 16 Feb 2021 16:37:53 +0100 Mug doodgeslagen? Stuur hem op naar de universiteit van Wageningen https://nos.nl/artikel/2368936-mug-doodgeslagen-stuur-hem-op-naar-de-universiteit-van-wageningen.html Wie een mug doodslaat, kan die vanaf vandaag opsturen naar de muggenspecialisten van Wageningen University. De wetenschappers willen weten of het extreme winterweer van de afgelopen week effect heeft gehad op de muggenpopulaties. news-5951 Fri, 17 Jul 2020 10:47:00 +0200 Gehonoreerd innovatief onderzoek in COVID-19 Programma https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gehonoreerd-innovatief-onderzoek-in-covid-19-programma/ Binnen het COVID-19 Programma zijn inmiddels 40 projecten gehonoreerd. Daarnaast zullen 12 projecten na aanvullende administratieve stappen financiering ontvangen. Vanuit dit programma start onderzoek dat zich richt op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Het gaat om een substantiële financiële injectie in het Nederlandse onderzoeksveld. Hiermee zet het ministerie van VWS samen met ZonMw en NWO in op snelle invoering van innovatieve maatregelen die voortkomen uit deze projecten. Onderzoek over volle breedte van de gezondheidszorg

Een effectieve aanpak van de coronapandemie brengt vele kennisbehoeftes en onderzoeksvragen met zich mee. Het COVID-19 Programma heeft drie aandachtsgebieden:

  • Voorspellende diagnostiek en behandeling
  • Zorg en preventie
  • Maatschappelijke dynamiek

Voorspellende diagnostiek en behandeling

Binnen aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ zijn 17 projecten gehonoreerd van de 22 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Een aantal projecten richt zich op nieuwe of bestaande therapieën en hun werkingsmechanismen. Andere projecten houden zich bezig met het verkrijgen van inzichten in onder andere het microbioom, immuniteit, voorspellende parameters en behandeling op maat.
Een voorbeeld van zo’n project is: Een fase-2-klinisch-onderzoek noodzakelijk voor de klinische ontwikkeling van medicijn lanadelumab voor COVID-19 van dr. R. Brüggemann en dr. F van de Veerdonk van het Radboudumc. In dit project wordt onderzocht of het intraveneus toedienen van lanadelumab de behoefte aan externe toediening van zuurstof – noodzakelijk door longoedeem – kan verminderen en voorkomen tijdens de COVID-19-infectie.

Proefdiervrije innovaties

Naast de genoemde 22 projecten gaan vijf projecten binnen aandachtsgebied 1 onderzoek doen naar de ontwikkeling van nieuwe of bredere toepassing van bestaande proefdiervrije innovaties. Het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren en de Stichting Proefdiervrij stelden hiervoor ruim € 2 miljoen beschikbaar. Het uiteindelijke doel is relevanter gezondheids(zorg)onderzoek voor de mens.

Zorg en preventie

Binnen aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ zijn 20 projecten gehonoreerd van de 25 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Deze projecten richten zich op de organisatie van de zorg en kwetsbare burgers. Daarnaast is specifiek aandacht voor zorgverleners. De focus ligt op:

  • De impact van gedrag en gedragsveranderingen op de verspreiding van het virus
  • De gevolgen van de maatregelen voor het individu of voor specifieke kwetsbare groepen
  • Verspreiding van de epidemie en maatregelen om dit te voorkomen

Zo is er bijvoorbeeld het project 'TRACE II: Patiëntuitkomsten na uitgestelde electieve operaties tijdens de COVID-19 pandemie' van dr. D. de Korte-de Boer en prof. dr. Wolfgang Buhre (afdeling Anesthesiologie en Pijngeneeskunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+). In dit project worden de effecten van het uitstellen van niet-acute operaties tijdens de COVID-19 pandemie door een consortium van 10 instellingen, waaronder vier academische en vier perifere ziekenhuizen, onderzocht.

Palliatieve zorg

Binnen aandachtsgebied 2 komen vijf projecten in aanmerking voor honorering door het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Hiervan zijn er nu drie gehonoreerd. De projecten richten zich op ondersteuning en rouwverwerking van naasten bij het overlijden van hun dierbaren. Daarnaast is er aandacht voor de impact van sociale isolatie door COVID-19 op intra- en extramurale zorg voor mensen met dementie in de palliatieve fase.

Looptijd en budget

De ministeries van VWS en OCW en NWO financieren het COVID-19 Programma. Voor dit actie- en onderzoeksprogramma is in totaal € 40 miljoen beschikbaar voor subsidies aan praktijk- en onderzoeksprojecten. Eind augustus is de besluitvorming over de subsidieaanvragen van aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’. Alle projecten starten in september 2020.

Uitzonderlijke situatie

De coronacrisis heeft aanzienlijke impact, ook op de volksgezondheid en de gezondheidszorg. Er is grote behoefte aan nieuwe kennis en praktische oplossingen om de negatieve gevolgen van de pandemie te beperken. Onderzoek is nodig om te leren van de negatieve en positieve ervaringen, zowel nu als op de langere termijn. In opdracht van VWS hebben we daarom samen met NWO in maart een actie- en onderzoeksprogramma voorbereid dat geresulteerd heeft in onder andere het COVID-19 Programma. Het tempo waarin dit is verlopen, is een enorme uitdaging voor de subsidieaanvragers, voor NWO en voor ons zelf.

Meer informatie

 

]]>
news-5835 Wed, 24 Jun 2020 10:55:00 +0200 Verspreiding van tekenencefalitisvirus in Nederland https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verspreiding-van-tekenencefalitisvirus-in-nederland/ Elk jaar bijten zo’n 1,5 miljoen teken iemand in Nederland, vooral tussen maart en oktober. De meeste mensen worden daar niet ziek van. Van de 100 mensen die gebeten worden, krijgen 2 tot 3 de ziekte van Lyme. In bepaalde gebieden in Nederland kunnen teken ook het tekenencefalitis(TBE)-virus overbrengen. Hoewel het risico op TBE na een tekenbeet vele malen kleiner is dan op de ziekte van Lyme, is dit een extra reden om alert te zijn op tekenbeten. Sinds 2016 weten we dat teken in bepaalde gebieden in Nederland besmet kunnen zijn met het TBE-virus. In gebieden waar het TBE-virus gevonden is, waren ongeveer 1 op 1500 teken besmet met dit virus. Dat is veel minder dan de borrelia-bacterie, die ongeveer in 1 op de 5 teken gevonden wordt. Deze borrelia-bacterie veroorzaakt elk jaar bij ongeveer 25.000 mensen de ziekte van Lyme. De kans op een TBE-infectie na een tekenbeet is dus veel kleiner dan de kans op de ziekte van Lyme. In de afgelopen jaren zijn 1 tot 2 patiënten per jaar ziek geworden door het TBE-virus in Nederland. Het TBE-virus komt veel vaker voor in teken in andere Europese landen waaronder Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en het zuiden van de Scandinavische landen.

Waar in Nederland komt het TBE-virus voor?

Het RIVM houdt bij hoeveel patiënten ernstig ziek worden door een in Nederland opgelopen infectie met het TBE-virus. Om de verspreiding van het TBE-virus in Nederland beter in kaart te brengen, zijn een groot aantal teken en wilde dieren getest door onderzoekers van het RIVM, Wageningen University & Research (WUR), Artemis One Health, en het Dutch Widlife Health Centre. Van 7 patiënten weten we dat ze tussen 2016 en 2019 tekenencefalitis hebben opgelopen. De meest waarschijnlijke plaatsen van besmetting zijn de Sallandse Heuvelrug, de Utrechtse Heuvelrug, Twente en de Achterhoek (zie bijgevoegde kaart). Aan de grens met Duitsland in de Achterhoek en ten oosten van Nijmegen is het TBE-virus in kleine knaagdieren gevonden. Onderzoek naar antistoffen laat zien dat reeën in Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en de Achterhoek gebeten zijn door teken met het TBE-virus. Wij financieren verder onderzoek naar de verspreiding en ecologie van het TBE-virus in Nederland. Het onderzoek richt zich met name op het beter begrijpen van de ecologische omstandigheden die gunstig zijn voor circulatie van het virus. Op basis daarvan kunnen gebieden geïdentificeerd worden waar het virus zich in de toekomst zou kunnen vestigen en waar gerichte monitoring kan bijdragen aan vroegtijdige detectie.

]]>
news-5736 Thu, 28 May 2020 14:00:00 +0200 Update COVID-19 Programma: veel belangstelling https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/update-covid-19-programma-veel-belangstelling/ De belangstelling voor onze subsidieoproepen binnen het COVID-19 Programma is groot. In de afgelopen weken hebben we veel aanvragen mogen ontvangen. In dit bericht leest u over de huidige stand van zaken en de planning voor de komende periode. Het COVID-19 Programma is een samenwerking tussen ZonMw en NWO en financiert onderzoek dat zich richt op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Omdat het beperken van de negatieve gevolgen van de pandemie zeer urgent is én omdat we negatieve en positieve ervaringen zo snel mogelijk moeten benutten voor praktische oplossingen zijn onderzoek en kennis dringend nodig.

Grote belangstelling

De subsidiemogelijkheden van de drie aandachtsgebieden leverden veel projectideeën op:

  • Van 1 mei t/m 14 mei stonden de bottom-up subsidierondes aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ en aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ open voor het indienen van projectideeën. Hierop ontvingen wij respectievelijk 189 en 306 projectideeën.
  • Van 8 t/m 25 mei stond de bottom-up subsidieronde aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’ open. Hierop ontvingen wij 508 projectideeën.
  • Van 8 t/m 25 mei stond ook de subsidiemogelijkheid ‘Wetenschap voor de praktijk’ open. Hierop zijn 120 subsidieaanvragen binnengekomen.

Toekenningen urgente onderzoeksvragen

Eerder al werden onderzoeksgroepen uitgenodigd voor het traject urgente onderzoeksvragen. Vanuit dit traject zijn vooralsnog twee aanvragen binnen aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ beoordeeld en gehonoreerd. Binnen aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ zijn twee aanvragen gehonoreerd. Binnen aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’ worden op dit moment drie urgente onderzoeksvragen uitgewerkt en binnenkort beoordeeld.

Planning

De volgende stap voor de bottom-up rondes van de drie aandachtsgebieden is de beoordeling van de projectideeën door de commissies. Bij een positief advies van de commissie ontvangen de indieners een uitnodiging om hun projectidee uit te werken tot een volledige subsidieaanvraag. Op dat moment zijn ook FAQ’s hierover op onze website te vinden.
De beoordeling van subsidieaanvragen voor ‘Wetenschap in de praktijk’ start binnenkort.

De meest actuele informatie over het proces en de planning kunt u vinden op de diverse programmapagina’s:

Meer informatie

]]>
news-5642 Fri, 01 May 2020 10:30:58 +0200 Aziatische bosmug kan Zika en Usutu virus overdragen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aziatische-bosmug-kan-zika-en-usutu-virus-overdragen/ De Aziatische bosmug kan zowel het Zika als het Usutu virus overdragen. Dit blijkt uit de resultaten van de ‘ZikaRisk’ studie die onlangs zijn gepubliceerd. De Aziatische bosmug (Aedes japonicus) heeft zich sinds 2013 gevestigd in Lelystad en blijkt in staat gevaarlijke virussen over te dragen. Door muggen, larven en eitjes in het wild te vangen en de muggen in het laboratorium te infecteren is gekeken naar de overdracht van Zika en het Usutu virus. De conclusie is dat de Aziatische bosmug beide virussen kan overdragen.

Rol van de bosmug

De Aziatische bosmug Aedes japonicus werd in 2013 voor het eerst ontdekt in Lelystad, daar heeft zich een permanente populatie gevestigd. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit en het ErasmusMC hebben gekeken wat de rol van deze bosmug kan zijn bij het verspreiden van het opkomende Zika-virus (ZIKV) en het Usutu-virus (USUV).
Het Zika-virus veroorzaakt bij de mens ernstige aangeboren microcefalie (verkleinde hoofdomtrek) en het Guillain-Barré-syndroom (zenuwstelsel aandoening). Het Usutu-virus is nauw verwant aan het West Nile-virus en heeft zich recentelijk door heel Europa verspreid. Het veroorzaakt massale sterfte onder vogels, hoofdzakelijk merels. Een Usutu-virusinfectie bij mensen kan milde ziektes tot ernstige neurologische stoornissen veroorzaken.

Verspreider van virussen

Gebleken is dat het Zika-virus en het Usutu-virus zich efficiënt kunnen vermeerderen in de vrouwelijke bosmuggen. Aangezien de bosmug zijn leefomgeving uitbreidt en beide virussen (arbovirussen) kan overdragen beschouwen we de bosmug als een potentieel besmettingsgevaar voor de overdracht van deze arbovirussen naar de mens.

Meer informatie

 

]]>
news-5585 Fri, 17 Apr 2020 15:00:00 +0200 Start onderzoeksprogramma COVID-19 (‘second wave’) https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-onderzoeksprogramma-covid-19-second-wave/ Door de aanzienlijke impact van de coronacrisis is er een grote behoefte aan medische en maatschappelijke oplossingen en antwoorden. Daarom start ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO en in aanvulling op de ‘first wave’ binnenkort met het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma heeft als doel bij te dragen aan het bestrijden van de gevolgen van het coronavirus (COVID-19) op korte en langere termijn en nieuwe kennis genereren over preventie, behandeling, herstel van deze infectieziekte en bredere maatschappelijke vraagstukken daarover. Het programma zal naar verwachting eind april openen voor indiening. Gezien de grote belangstelling voor onderzoek naar de coronacrisis, willen we alvast inzicht geven in de voorziene hoofdlijnen van het programma.

Subsidiemogelijkheden voor onderzoek naar coronavirus (COVID-19)

Het programma wordt gefinancierd door de ministeries van VWS en OCW en door NWO. Er is een budget van € 27 miljoen beschikbaar voor subsidies aan onderzoeks- en praktijkprojecten. In dit nieuwe programma zal ruimte zijn voor verschillende typen onderzoek (van fundamenteel tot actie-onderzoek). Naast nieuwe kennis en praktische oplossingen om de negatieve gevolgen van de pandemie te beperken is onderzoek nodig om te leren van de negatieve en positieve ervaringen, zowel nu als op de langere termijn.

Drie grote aandachtsgebieden voorzien in dit COVID-19 onderzoeksprogramma

Het programma zal zich richten op drie grote aandachtsgebieden:

  1. Voorspellende diagnostiek en behandeling
  2. Zorg en preventie, inclusief transmissie
  3. Maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis en de maatregelen daartegen

Nadere duiding van de aandachtsgebieden volgt bij bekendmaking van het programma (zie tijdschema).
Op dit moment wordt voor elk aandachtsgebied een expertpanel geformeerd van diverse experts uit het veld. Deze panels bestaan uit wetenschappelijke en praktijk-experts. De panels hebben als taak om binnen hun aandachtsgebied onderzoeksonderwerpen (of thema’s) te prioriteren.

Aanpak

Voor ieder aandachtsgebied stelt ZonMw op drie werkwijzen subsidies beschikbaar:
Zo is er de ultra snelle werkwijze via welke subsidie beschikbaar is voor vragen die zeer urgent moeten wordt opgepakt, ook omdat de antwoorden nodig zijn voor de bestrijding in deze fase van de pandemie. Voor deze werkwijze wordt zo spoedig mogelijk op uitnodiging ingediend. Een tweede werkwijze betreft thematische, bottom-up rondes voor onderzoeksvoorstellen. Als derde werkwijze zijn er de zogenoemde beleids-en praktijkimpulsen gericht op kleine projecten en studies. Deze is gericht op het (snel en kort) oppakken van concrete beleidsvragen en het geven van praktijkimpulsen.

Naar verwachting kunt u eind april op de ZonMw-subsidiekalender meer gedetailleerde informatie vinden over het COVID-19 programma.

Tijdschema

  • Eind april is de programmatekst van het gehele programma gereed.
  • De bekendmaking van het programma zal plaatsvinden via een nieuwsbericht eind april/begin mei.
  • De honoreringen van de urgente onderzoeksvragen worden eind mei bekendgemaakt.
  • Openstelling van de thematische subsidierondes is eind april/begin mei.

Meer informatie

]]>
news-5569 Tue, 14 Apr 2020 15:22:49 +0200 Eerste gehonoreerde onderzoeksprojecten subsidieregeling COVID-19 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/eerste-gehonoreerde-onderzoeksprojecten-subsidieregeling-covid-19/ Op korte termijn starten acht projecten die direct effect hebben op het verloop van de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) en de volksgezondheid. Dit is het eerste resultaat van de opdracht van het ministerie van VWS aan ZonMw om acuut onderzoek te financieren met directe impact op de huidige corona pandemie. Hoogste prioriteit, snelle actie nodig

Door een expert panel zijn onderwerpen geïnventariseerd en geprioriteerd. Acht onderwerpen hebben de hoogste prioriteit gekregen omdat ze mogelijk direct effect hebben op de volksgezondheid. Vervolgens zijn gericht onderzoekers gevraagd een onderzoeksvoorstel in te dienen op deze onderwerpen. Gezien de noodzaak om snel te handelen, is gekozen voor deze (zeer) korte aanvraagprocedure die resulteerde in het toekennen van subsidies aan deze acht onderzoeken. In totaal is een budget van € 5,5 miljoen hiervoor beschikbaar gesteld.

Gehonoreerde projecten

De projecten die een incidentele subsidie ontvangen, hebben de volgende onderwerpen:

  • Onderzoek naar onder andere het verloop van de ziekte, langetermijnprognose, kruisreactiviteit, her-infectie, en het verloop van immuunrespons over de tijd in relatie tot prognose. Hiertoe wordt een cohort gevolgd van personen die hersteld zijn van COVID-19 (RECoVERED studie);
  • Onderzoek naar dragerschap, ziektelast en transmissie van en naar kinderen (CoKids studie);
  • Onderzoek op het gebied van ziekenhuisepidemiologie ter ondersteuning van infectiepreventiemaatregelen (COCON studie);
  • Een farmacotherapeutische trial met anakinra bij COVID-19-patiënten op de intensive care (ANACOR-IC);
  • Het in kaart brengen van virusevolutie, verspreiding en transmissie via sequencing om verspreidingsroutes te voorspellen;
  • Sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de impact van sociale isolatie op kwetsbare populaties en welke steun kwetsbare groepen hierbij nodig hebben;
  • Trial van chloroquine en hydroxychloroquine-behandeling in patiënten die opgenomen zijn met matige tot ernstige COVID-19 (ARCHAIC studie);
  • Medicijnontwikkeling: studies naar veiligheid en werkzaamheid van antilichamen tegen het coronavirus.

Vrijwel alle projecten zijn samenwerkingsverbanden van meerdere universitair medische centra, universiteiten en andere onderzoeksinstellingen. Het is van belang dat zij zo snel mogelijk kunnen starten. Uitgebreidere projectinformatie volgt op www.zonmw.nl/corona-onderzoek.

Actie- en onderzoeksprogramma COVID-19 en andere subsidiemogelijkheden

Naast de al verstrekte incidentele subsidies zijn er meer subsidiemogelijkheden. Om te voldoen aan de grote vraag naar oplossingen en antwoorden, start ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO binnenkort met het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma is gericht op voorkomen of verminderen van negatieve effecten van de COVID-19-pandemie, bestrijden van de pandemie en de maatschappelijke dynamiek als gevolg van de pandemie. Vanuit dit programma gebruiken we verschillende subsidiemechanismen, waaronder ook meer open subsidieoproepen. Deze oproepen worden geplaatst op de ZonMw-subsidiekalender. Meer informatie volgt hierover in april.

Naast deze initiatieven, liep in de afgelopen tijd ook een regeling gericht op kleine projecten met praktische oplossingen voor tekorten aan materiaal en andere praktische problemen in en buiten ziekenhuizen. Daarnaast werd de SET-regeling uitgebreid. Beide regelingen zijn inmiddels weer gesloten. Ook ging het implementatienetwerk Virus Outbreak Data Access Network (VODAN) van start.

Belangrijk: Open access publicaties, juist in deze tijd

Alle publicaties voortkomend uit wetenschappelijk onderzoek dat geheel of gedeeltelijk is gesubsidieerd binnen deze regeling dienen onderzoekers onmiddellijk (zonder embargo) Open Access beschikbaar te stellen met een open licentie. Zo delen we zo snel mogelijk nieuwe kennis die kan bijdragen aan de verbetering van de volksgezondheid omtrent COVID-19. Onderzoeksresultaten die geproduceerd worden binnen dit programma dienen bovendien gedeeld te worden in lijn met de Joint statement on sharing research data and findings relevant to the novel coronavirus (nCoV) outbreak.

Meer informatie over ZonMw en het coronavirus

]]>
news-5450 Fri, 13 Mar 2020 16:29:33 +0100 Start datanetwerk coronavirus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-datanetwerk-coronavirus/ We hebben het GO FAIR Initiative opdracht gegeven om de eerste stappen van VODAN uit te voeren. VODAN staat voor Virus Outbreak Data Access Network. Dit implementatienetwerk streeft ernaar de data over de huidige uitbraak van het coronavirus zodanig vorm te geven dat ze benaderbaar worden voor leer-algoritmes (volgens het Personal Health Train principe). Infectieziekten en data

Voor deze opdracht roepen GO FAIR en ZonMw experts op de gebieden van infectieziekten en data op om mee te werken. ZonMw is lid van GloPID-R, een wereldwijde samenwerking tussen onderzoeksfinanciers op het gebied van ‘preparedness’ voor uitbraken van infectieziekten. ZonMw en de andere financiers willen met deze opdracht bijdragen aan de oplossing van de huidige crisis rond dit virus en de infectieziekte COVID-19.

Personal Health Train

Met het principe van de ‘Personal Health Train’ blijven data staan waar ze zijn gegenereerd, en worden vervolgens ‘bezocht’ voor bepaalde onderzoeksvragen. De beheerders van de data stellen de voorwaarden waaronder bepaalde vragen aan de data kunnen worden gesteld. Hierdoor worden data beschikbaar gemaakt voor onderzoek op een gelijkwaardige, maar gecontroleerde manier. Deze benadering komt voor de COVID-19 epidemie wellicht nog net op tijd om ook direct al nuttig te zijn. Daarnaast zal het zeker de mate waarin landen op toekomstige epidemieën van deze omvang zijn voorbereid, enorm verhogen.

Rol van ZonMw

Wij financieren gezondheidsonderzoek en stimuleert zorginnovatie. Op de gebieden van infectieziekten en data hebben we ruime ervaring, nationaal en internationaal.

Meer informatie:

Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen rondom het coronavirus.

]]>
news-5375 Mon, 24 Feb 2020 16:42:00 +0100 Rol ZonMw en coronavirusuitbraak https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rol-zonmw-en-coronavirusuitbraak/ De internationale onderzoekswereld is druk bezig met COVID-19, de infectieziekte die wordt veroorzaakt door SARS-CoV-2, het nieuwe coronavirus. We zijn betrokken bij diverse internationale overleggen over de ziekte, het virus en de oproep tot het delen van data uit onderzoek en publicaties erover (Open Access). Diverse grote internationale onderzoeksfinanciers hebben al subsidieoproepen opengesteld. Wij volgen de ontwikkelingen om te kijken of zo'n oproep ook uit vanuit ZonMw nodig en mogelijk is.

Internationale samenwerking

We nemen deel aan GloPID-R, een internationaal samenwerkingsverband van onderzoeksfinanciers voor infectieziektenuitbraken. Op 11 en 12 februari organiseerden de WHO en GloPID-R een bijeenkomst over het coördineren van de internationale onderzoeksinspanningen in de strijd tegen deze ziekte.

Data delen

Onze kennis en ervaring met ‘best practices’ voor het delen van data verspreiden we graag. Zo hebben we advies gegeven aan de WHO en aan GloPID-R over data delen in onderzoek naar het coronavirus en COVID-19. In het bijzonder ging het over concrete mogelijkheden om data FAIR te maken, zoals afspraken over computerleesbare (‘machine actionable’) metadata. FAIR staat voor ‘findable, accessible, interoperable, and reusable’ en heeft dus als doel om data vindbaar, toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar te maken. GloPID-R heeft ervaring met het maken van afspraken over data delen bij uitbraken van infectieziekten. Zulke afspraken leiden tot versnelling van de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe kennis en daarmee het bestrijden van de ziekte. Omdat de ziekte zo snel mogelijk bestreden moet worden, is het delen van data bij de uitbraak van deze ziekte cruciaal. Onderzoekers zijn daardoor in staat om wereldwijd in hoog tempo het virus en de bronnen van besmetting te analyseren.

Internationale onderzoeksfinanciering

Er zijn diverse internationale initiatieven om onderzoek te financieren. Sommige oproepen zijn inmiddels al gesloten. Enkele zijn nog opengesteld, waaronder:

  • Op 23 maart sluit de subsidieoproep van CHAFEA/2019/HEALTH/27 over onderzoek naar vaccins en vaccinvoorraden
  • Het tweede programma Innovative Medicines Initiative (IMI2, onder andere gefinancierd uit het programma Horizon 2020 van de Europese Commissie) opent rond 3 maart een extra subsidieoproep voor de ontwikkeling van therapieën en diagnostiek voor het bestrijden van het coronavirus
  • De Amerikaanse Bill & Melinda Gates Foundation zet tot 60 miljoen dollar in voor de ontwikkeling en toetsing van vaccins, behandelingen en diagnoses (deadline onbekend)
  • De Engelse onderzoeksfinancier Wellcome Trust stelt 10 miljoen Engelse pond beschikbaar om onderzoek te versnellen en wereldwijde inspanningen te ondersteunen (“There are no deadlines. Expressions of interest should be submitted as soon as possible. We may close this call to new applicants at any time.”)

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-5251 Fri, 31 Jan 2020 13:43:00 +0100 NWO en ZonMw: open access in strijd tegen coronavirus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-en-zonmw-open-access-in-strijd-tegen-coronavirus/ NWO en ZonMw steunen de oproep van een aantal internationale onderzoeksfinanciers en wetenschappelijke uitgevers om onderzoek op het gebied van het coronavirus zo snel mogelijk open access te maken. Bedreiging volksgezondheid

De uitbraak van het nieuwe coronavirus in China (2019-nCoV) vormt een grote bedreiging voor de volksgezondheid. Onderzoekers werken wereldwijd in hoog tempo aan de analyse van het virus en de bronnen van besmetting. Cruciale genetische data wordt al op grote schaal gedeeld via open opslagplaatsen.

Delen van onderzoeksdata

In reactie roept een aantal internationale onderzoeksfinanciers op in een statement om publicaties en onderzoeksdata die relevant zijn voor het bestrijden van de ziekte zo snel mogelijk open access beschikbaar te maken. Eerder gebeurde dat in reactie op de Zika-uitbraak in Zuid-Amerika en de Ebola-crisis in Afrika.

Oproep aan tijdschriften en onderzoekers

NWO en ZonMw onderschrijven de oproep en doen een beroep op:

  • Tijdschriften om alle publicaties in welke vorm dan ook (artikelen, pre-prints) inclusief de onderliggende data zo snel mogelijk open access beschikbaar te maken
  • Onderzoekers om zich in te spannen hun resultaten in welke vorm dan ook zo snel mogelijk te delen en ter beschikking te stellen aan de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO)

Subsidieoproep

De Europese Commissie lanceert op korte termijn de subsidieoproep 'SC1-PHE-CORONAVIRUS-2020: Advancing knowledge for the clinical and public health response to the 2019-nCoV epidemic' met een budget van 10 miljoen euro. De deadline is 12 februari 2020. Alle relevante informatie is te vinden op de website van de Europese Commissie.

Meer informatie

  • in het Engelstalige statement over data sharing bij onderzoek naar het coronavirus (herbevestiging van statement uit 2016 over Zika en Ebola)
  • over het coronavirus op de website van het RIVM
  • over infectieziektebestrijding
  • over open access
  • in ons eerdere Engelstalige nieuwsbericht over participatie van ZonMw in GloPID-R, een internationaal samenwerkingsverband van onderzoeksfinanciers voor infectieziektenuitbraken
]]>
news-5187 Tue, 21 Jan 2020 08:40:38 +0100 Vaccinatie en herziene richtlijn zijn kostenbesparend bij hondsdolheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/vaccinatie-en-herziene-richtlijn-zijn-kostenbesparend-bij-hondsdolheid/ Uit onderzoek blijkt dat het hanteren van de herziene richtlijn voor vaccinatie tegen hondsdolheid en intradermale vaccinatie (een vaccinatie in de huid) kostenbesparend zijn. Risico op hondsdolheid (rabiës)

Onderzoek toont aan dat iets meer dan 1% van de reizigers mogelijk blootgesteld wordt aan deze ziekte. Het hoogste risico liepen jongeren (tot 35 jaar), mannen, reizigers naar West- en Zuidoost Azië en bezoekers van een apenpark. Van de reizigers gaf 59% aan dicht bij een dier geweest te zijn ondanks het reisadvies om uit de buurt van dieren te blijven. RIVM, GGD region Utrecht, GGD Amsterdam, GGD Hart voor Brabant, GGD West Brabant, LCR en LUMC voerden dit onderzoek uit.

Kostenbesparing

De kostenevaluatie in het onderzoek toonde aan dat de recent herziene richtlijn voor deze vaccinatie een kostenbesparing oplevert en dat intradermale vaccinatie (vaccinatie in de huid) een goedkopere manier is. Het behandelen van het kleine aantal mensen dat mogelijk blootgesteld wordt aan hondsdolheid, is uiteindelijk goedkoper dan meer personen uit risicogroepen voorafgaand aan de reis vaccineren.

Dodelijke ziekte

Hondsdolheid is een dodelijke ziekte. ZonMw stimuleert onderzoek naar zoönosen. Het onderzoek ‘Predictors of rabies exposure in travelers’ is recent afgerond en werd gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infectieziekten die dieren kunnen overgedragen aan mensen, buiten de voedselketen om.

Meer informatie

]]>
news-4403 Thu, 05 Sep 2019 13:47:00 +0200 Subsidieronde ‘Infectieziekten: kennisontwikkeling, interventies en evaluatie van preventie en bestrijding’ geopend https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-infectieziekten-kennisontwikkeling-interventies-en-evaluatie-van-preventie-en-bestr/ De eerste subsidieoproep van het nieuwe programma Infectieziektebestrijding 3 (2019-2023) is geopend. Het doel van het programma is het bevorderen van een wetenschappelijk onderbouwde aanpak van de infectieziektebestrijding en versterken van de kennisinfrastructuur in de gezondheidszorg, om bij te dragen aan het verminderen van het aantal zieke mensen door infectieziekten. Het doel van deze subsidieoproep
  • Het ontwikkelen van wetenschappelijke en gebruiksgerichte kennis over verspreiding en bestrijding van infectieziekten;
  • Het evalueren/bewijzen van effectiviteit en doelmatigheid van bestaande bestrijdingsinterventies;
  • Het ontwikkelen van nieuwe en verbeterde strategieën en bestrijdingsinterventies, met oog voor onder andere maatschappelijke/sociale aspecten

In deze oproep kan tot 15 oktober 14.00 uur financiering worden aangevraagd voor onderzoek binnen de pijlers 1 en 4 van de programmatekst:
(1) Zorgdomeinen, doelgroepen en veranderende demografie;
(4) Ziekten te voorkomen met vaccinatie.

Aandachtsgebieden

Het onderzoek moet vallen binnen minstens één van de aandachtsgebieden (II) tot en met (V), zoals beschreven in de programmatekst:

(II) Diagnostiek, monitoring en surveillance,
(III) Interventies: preventie en behandeling,
(IV) Communicatie, gedrag en maatschappelijke relevantie. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat ook sociale wetenschappen een plaats hebben in de projecten
(V) Opkomende onderzoeksmethodieken.

Webinar

Op 29 augustus 2019 was er een (gratis) webinar plaats over de nieuwe subsidieoproep. Een webinar is een online bijeenkomst. Via de webinar krijgt u als potentiële aanvrager informatie over de subsidieoproep en leest u over de vragen die op 29 augustus aan het programmateam zijn gesteld. Let op: de webinar begint op minuut 5.00. Er waren startproblemen met het geluid!

Meer informatie

]]>
news-4520 Mon, 02 Sep 2019 10:31:00 +0200 Mensen zelf voornaamste bron van ESBL-antibioticaresistentie https://www.uu.nl/nieuws/mensen-zelf-voornaamste-bron-van-esbl-antibioticaresistentie Onderzoekers van het RIVM, Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, de Gezondheidsdienst voor Dieren en Wageningen Bioveterinary Research hebben ontdekt dat de mens zelf de belangrijkste bron van ESBL-antibioticaresistentie is. De ESBL-problematiek heeft een OneHealth-karakter want ESBL-antibioticaresistentie komt voor bij mensen, dieren in de veehouderij en gezelschapsdieren, voedsel van dierlijke oorsprong en het milieu. news-4316 Mon, 15 Jul 2019 11:30:00 +0200 Akkoord voor nieuw programma Infectieziektebestrijding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/akkoord-voor-nieuw-programma-infectieziektebestrijding/ Het ministerie van VWS heeft het ZonMw-programmavoorstel ‘Infectieziektebestrijding 3 (2019-2023)’ goedgekeurd. Het programma is een vervolg op het programma Infectieziektebestrijding dat van start ging in 2014. Doel van het programma

Het programma heeft als doel het bevorderen van een wetenschappelijk onderbouwde aanpak van de infectieziektebestrijding en versterken van de kennisinfrastructuur, om hiermee substantieel bij te dragen aan het verminderen van het aantal (ernstig) zieke mensen door infectieziekten. Het programma onderscheid daarbij vijf pijlers:

  1. Zorgdomeinen, doelgroepen en veranderende demografie, met focus op migratie & reizen en ouderen;
  2. Opkomende (nieuwe en toenemende) infecties, uitbraakonderzoek, preparedness en response;
  3. One Health en non-alimentaire zoönosen (gerelateerd aan gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren en in het wild levende dieren);
  4. Ziekten te voorkomen met vaccinatie;
  5. Multimorbiditeit; combinatie van infectieziekte met andere (infectie of niet-infectie)ziekte.

Daarnaast heeft het programma 5 aandachtsgebieden:

   l. Epidemiologie, transmissie en fundamenteel onderzoek
  ll. Diagnostiek, monitoring en surveillance;
 lll. Interventies: preventie en behandeling;
 lV. Communicatie, gedrag en maatschappelijke relevantie;
  V. Opkomende onderzoeksmethodieken;

Voor uitgebreide informatie over de inhoud en doelstellingen van het programma verwijzen wij u naar de programmatekst.

Budget en subsidieoproep

Het programma Infectieziektebestrijding heeft een looptijd van 4 jaar en een budget van 13,3 miljoen euro. De eerste subsidieoproep van dit programma wordt begin augustus 2019 verwacht. Houd de subsidiekalender in de gaten voor deze oproep.

Meer informatie

]]>
news-4354 Thu, 04 Jul 2019 15:45:00 +0200 Kraamvrouwenkoorts en griep: opvallende infectieziekten in 2018 https://www.rivm.nl/nieuws/kraamvrouwenkoorts-en-griep-vallen-op-als-infectieziekten-in-2018 Het RIVM ziet als belangrijkste infectieziekten in 2018 kraamvrouwenkoorts bij jonge moeders en de griep. Dit griepseizoen kende een halvering van het aantal griepgevallen ten opzichte van de hevige epidemie van 2017-2018 (900.000 griepgevallen). Speciaal onderwerp in de ‘Staat van Infectieziekten in Nederland 2018’ is dit jaar het overbrengen van ziekten door muggen. news-4170 Thu, 13 Jun 2019 11:18:58 +0200 Zorgen om tropische 'reuzenteek' die kan overwinteren in Duitsland https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/4744386/tropische-reuzenteek-duitsland-hyalomma-teek-gevaarlijk-krim In Duitsland, vlakbij de Nederlandse grens, zijn de afgelopen dagen zeker zes hyalomma-teken gevonden. Die zijn drie keer zo groot als normale teken en kunnen mensen volgen en ruiken van tientallen meters afstand. De dieren kunnen gevaarlijke ziektes overbrengen. news-4169 Thu, 13 Jun 2019 11:16:01 +0200 Kennisagenda Klimaatverandering en Gezondheid: Nederland geconfronteerd met groot aantal gezondheidsrisico’s https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-klimaatverandering-en-gezondheid-nederland-geconfronteerd-met-groot-aantal-gezondheids/ Niet eerder was er zo’n compleet overzicht van hoe klimaatverandering onze gezondheid beïnvloedt. De kennisagenda toont de invloed op hittestress, allergieën, infectieziekten, voedselgebonden ziekten, luchtkwaliteit en UV-straling. Ook maatregelen gericht op het voorkomen van of aanpassen aan klimaatverandering beïnvloeden onze gezondheid. De kennisagenda identificeert allerlei oplossingen. Nederlanders worden steeds meer geconfronteerd met mogelijke gezondheidsrisico’s gerelateerd aan klimaatverandering: hittegolven die leiden tot extra sterfte, hooikoortsklachten met kerst, tijgermuggen die zich steeds dichterbij Nederland vestigen en in Zuid-Europa regelmatig tropische ziekten overbrengen, toenemende overlast door eikenprocessierupsen, slechte waterkwaliteit door overstromende riolen na zware regenbuien, afsluiten van zwemwater door blauwalg, een sterk toenemend aantal gevallen van huidkanker door blootstelling aan UV-straling en nieuwe gezondheidsrisico’s door toename van warmteminnende tekensoorten. Naast klimaatverandering spelen andere factoren ook een rol en de mate waarin gezondheidseffecten zich voordoen is niet voor iedereen hetzelfde.

Vergroening van steden: Kansen en risico’s voor gezondheid

De verwachte verdere verandering van het klimaat zal bovengenoemde en andere gezondheidsrisico’s nog veel verder vergroten. De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Zo kunnen er door meer groen ook meer teken, en dus tekenoverdraagbare ziekten voorkomen. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Prioriteiten

Het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research hebben in opdracht van ZonMw een kennisagenda opgesteld. Redenen hiervoor waren het ontbreken van inzicht in de actuele kennis en kennishiaten over de effecten van klimaat op de gezondheid; en inzicht geven in welke kennis de maatschappij nodig heeft om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering en maatregelen te beperken.

Ruim 100 experts hebben input geleverd. De kennisagenda pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. De volgende activiteiten moeten prioriteit krijgen in een mogelijk toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en klimaatrisico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van klimaat- en gezondheidsmaatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Direct in actie

Het gaat nog wel even duren voordat op alle geïdentificeerde onderzoeksvragen antwoorden gevonden zijn. De bijeengebrachte kennis in de kennisagenda zelf biedt echter direct al aan uiteenlopende betrokkenen gedetailleerd inzicht in de uitdagingen waar we voor staan en biedt allerlei oplossingsrichtingen waar we samen direct mee aan de slag kunnen. Tijdens het congres van de Nationale Adaptatie Strategie op 13 juni 2019 wordt daar een begin mee gemaakt, onder andere door netwerken te versterken en kennis te delen. Verdere kennisontwikkeling binnen een nationaal onderzoeksprogramma is echter noodzakelijk om dit proces nu en in de toekomst verder optimaal te ondersteunen.

Onderzoeksprogramma

De kennisagenda levert tevens een belangrijk fundament voor een mogelijk ZonMw meerjarig onderzoeksprogramma op het gebied van klimaatverandering en gezondheid. Door een coherent onderzoeksprogramma kunnen risico’s en maatregelen vergeleken en geprioriteerd worden. De resultaten van het onderzoeksprogramma kunnen leiden tot concrete klimaatmaatregelen die (tevens) leiden tot gezondheidsbevordering. Een brede, transdisciplinaire, systemische aanpak is nodig.

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-4093 Mon, 27 May 2019 16:00:00 +0200 Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-onderzoeksprogramma-klimaat-en-gezondheid/ Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. Het veranderende klimaat in Nederland heeft al allerlei zichtbare gezondheidsgevolgen. Maatregelen om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan, bieden kansen voor het bevorderen van de gezondheid, maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. In opdracht van ZonMw hebben het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research een kennisagenda opgesteld. Hierin staat welk onderzoek uitgevoerd moet worden om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering te beperken. Een samenhangende kennisagenda met brede focus is van belang om inzicht te krijgen in de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in Nederland, op korte en lange termijn. De kennisagenda klimaat en gezondheid pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. Het toekomstige klimaatonderzoek moet ook helpen bij het prioriteren van maatregelen.

Prioriteiten kennisagenda

In de kennisagenda wordt voorgesteld om de volgende activiteiten te prioriteren in een toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en risico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van maatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Klimaat en gezondheid

Klimaat en gezondheid zijn bekeken in samenhang met duurzaamheid, milieu en voeding. De gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, temperatuurveranderingen, droogte en waterbeschikbaarheid, hebben grote impact op de volksgezondheid, maatschappij en economie, zoals beschreven in de ‘Lancet Countdown on health and climate change’. Ook in Nederland treden een aantal verwachte ontwikkelingen nu al op, zoals een toename van allergieën en hittestress. Actie is nodig om de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren en de gevolgen voor de gezondheid en gezondheidssector te beperken.

Maatregelen

De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Meer informatie

 

 

]]>
news-4048 Mon, 20 May 2019 09:11:00 +0200 12 nieuwe projecten gehonoreerd op het gebied van Infectieziektebestrijding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/12-nieuwe-projecten-gehonoreerd-op-het-gebied-van-infectieziektebestrijding/ In een aanvullingsronde van het programma Infectieziektebestrijding zijn 12 projecten van maximaal 18 maanden gehonoreerd. Deze projecten starten allemaal in 2019 en zijn naar verwachting begin 2021 afgerond. Alle projecten zijn een vervolg op eerder gehonoreerde grotere projecten die in een vergevorderd stadium zijn. Een overzicht van de gehonoreerde projecten

The Netherlands Chlamydia Cohort Study: The way forward in terms of chlamydia control

Drs. B.M. Hoenderboom (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Chlamydia blijft de meest gerapporteerde bacteriële soa in Nederland. Een infectie kan ernstige gevolgen hebben voor vrouwen, zoals bekkenontsteking, ectopische zwangerschap en onvruchtbaarheid. In 2015 is het Nederlandse Chlamydia Cohort Study (NECCST) gestart. In het project wordt een nieuwe gegevensverzamelingsronde uitgevoerd om verdere gegevens over aan Chlamydia gerelateerde complicaties te verzamelen. De verlenging stelt de onderzoekers in staat lange termijn complicaties van een chlamydia infectie te onderzoeken.

Detectie van vaginale en rectale Chlamydia trachomatis-infectie na behandeling: wat is de rol van orale chlamydia en van het chlamydia genotype?

Dr. N.H.T.M. Dukers-Muijrers (v), Maastricht University, Care and Public Health Research Institute (Caphri)
Dit project is een vervolg op het oorspronkelijke project FemCure. In het net gehonoreerde project worden aanvullende laboratoriumanalyses en statistische verwerking van reeds verzamelde data uit de eerdere FemCure-studie gedaan. De FemCure-studie onderzocht de rol van anale infecties in de overdracht van Chlamydia tussen personen of tussen lichaamsgebieden van een persoon.

Relatie non-Hodgkin lymfoom en (chronische) Q-koorts

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
De mogelijke relatie tussen Q-koorts en het non-Hodgkinlymfoom wordt grondig onderzocht. Dit gebeurt door gebruik te maken van beschikbare gegevens over een langere periode (t/m 2017) en een betere koppeling tussen Q-koortsblootstelling en aanwezigheid van non-Hodgkinlymfoom. De resultaten van dit onderzoek zullen meer duidelijkheid geven aan Q-koortspatiënten over de langetermijngevolgen van de ziekte.

‘Optimaliseren van de behandeling van chronische Q koorts: nieuwe diagnostische technieken’

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Een chronische-Q-koortsdiagnose stellen is ingewikkeld en duurt lang. Ook het effect van een behandeling is moeilijk te beoordelen. Dit project evalueert de waarde van de antistoffen voor het monitoren van de behandeling en onderzoek een nieuwe diagnostische methode, fluorescentie in-situ hybridisatie (FISH). De resultaten uit dit onderzoek kunnen richting geven aan verbetering van diagnostiek en behandeling van chronische Q-koortspatiënten.

Zoonotic relevance of Chlamydia gallinacea and C. avium in community acquired pneumonia in the Netherlands.

Dr. H.I.J. Roest (m), Wageningen Universiteit
Dit project doet onderzoek naar het mogelijke zoönotische potentieel (overdraagbaarheid van dier naar mens) van een nieuwe Chlamydia-soort in pluimvee. In samenwerking met laboratoria voor medische microbiologie die momenteel betrokken zijn bij toezicht op luchtweginfecties als longontstekingen (pneumonie) worden DNA-monsters verzameld en getest.

Zoönose als netwerk - Bevorderen van het intersectorale netwerk via de "One Health Hub"

Dr. N. Beerlage-de Jong (v), Universiteit Twente
Bij een uitbraak van een zoönose (zoals vogelgriep en Q-koorts) moeten zorg- en hulpverleners uit de veterinaire, publieke en humane zorg snel en intensief met elkaar samenwerken. Doordat de verschillende sectoren elkaars taal niet spreken en elkaars werkveld niet goed kennen, is samenwerking niet gemakkelijk. Dit project onderzoekt hoe technologie de intersectorale samenwerking kan ondersteunen. Met deze technologie, ontwikkeld in nauwe samenwerking met de zorg- en hulpverleners, leren zij gaandeweg elkaars taal en werkgebied kennen. Zo kunnen ze elkaar beter vinden en ontstaat meer wederzijds begrip voor een gezamenlijke aanpak bij uitbraken.

The role of the mycobiome in Clostridioides difficile colonization and infection.

Dr. R.D. Zwittink (v), Leids Universitair Medisch Centrum
Clostridioides difficile is een bacterie die een ernstige darminfectie kan veroorzaken, vooral bij patiënten die zijn opgenomen in een zorginstelling en met antibiotica behandeld worden. Darmmicrobiotica spelen een belangrijke rol bij een darminfectie. Er is weinig bekend over de invloed van schimmels (mycobiota) bij een darminfectie. Dit onderzoek brengt de mycobiota van ziekenhuispatiënten in kaart om de interacties tussen schimmels, bacteriën en Clostridioides difficile en het ontstaan van deze darminfectie te begrijpen.

Modeling tick-borne encephalitis disease risk for The Netherlands

Dr. ir. C.J.M. Koenraadt (m), Wageningen University & Research
Het doel van het project is om een risicomodel te ontwikkelen voor de verspreiding van het tekenencephalitis virus. Sinds 2016 zijn de eerste gevallen van dit door teken overgedragen virus in Nederland gesignaleerd. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens afkomstig van teken en wilde muizen (met name bosmuizen en rosse woelmuizen). Met name de rol van immuniteit in wilde muizen staat centraal, omdat vermoed wordt dat dit een belangrijke rol speelt in de overdracht van het virus tussen muis en teek.

Non-daily use of HIV Pre-exposure prophylaxis: a tale of two cities

Prof. dr. M. Prins (v), GGD Amsterdam
PrEP is een pil met hiv-remmers die een hiv-infectie kan voorkomen. De pil kan dagelijks (continue bescherming) of alleen tijdens bepaalde periodes (periodiek) worden ingenomen. In het AMPrEP (Amsterdam PrEP)-project en het Belgische Be-PrEP-ared-project is de toepasbaarheid van dagelijkse en periodieke PrEP onderzocht. In dit gezamenlijke project worden extra inzichten verkregen door de gegevens van beide studies samen te voegen. De onderzoekers willen beter begrijpen waarom men kiest voor dagelijks of periodieke PrEP. Ook wordt bestudeerd welke kenmerken geassocieerd zijn met het oplopen van een hiv- of hepatitis C-infectie.

Gini in a bottle: Impact of PrEP on sexual behavior and sexually transmitted infections in the MSM population

Prof. dr. M.E.E. Kretzschmar (v), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Er zijn grote verschillen in seksueel risicogedrag onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). De meeste MSM nemen weinig risico terwijl een kleinere groep mannen veel seksueel risicogedrag vertoont. In de laatste groep komen ook meer hiv-infecties en andere soa’s voor. Om het aantal nieuwe hiv-infecties in Nederland terug te dringen, wordt pre-exposure prophylaxe (PrEP) beschikbaar gesteld voor MSM met veel seksueel risicogedrag. Dit project brengt in kaart hoe het aantal nieuwe hiv-infecties en andere soa’s varieert over groepen (MSM) die verschillen in hun mate van seksueel risicogedrag.

Innate immune defense during pneumonia in the elderly: implications of cell-specific changes in the metabolome and lipidome

Prof. dr. T. van der Poll (m), Amsterdam Universitair Medisch Centrum
Longontsteking is wereldwijd de op drie na meest voorkomende doodsoorzaak en 's werelds leidende besmettelijke moordenaar, verantwoordelijk voor een naar schatting 3 miljoen doden per jaar. Ouderen zijn kwetsbaar voor pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis. Veel leeftijd-geassocieerde ziekten zijn gelinkt aan verzwakking van het immuun systeem, genaamd Immunosenescence. Immunoscenescence heeft een grote inpact op de aangeboren immuunrespons tegen bacteriele pathogenen. In dit project wordt de impact van longontsteking op het aangeboren immuunsysteem onderzocht.

Travel-Imported Arbovirus infections; measuring silent introductions (TIARA-silent)

Dr. S.J.M. Hahné (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Door muggen overgebrachte infecties, in het bijzonder arbovirussen, vormen een snel groeiende wereldwijde dreiging. Het arbovirus wordt door buitenlandse reizigers mee naar huis genomen. Deze studie beoordeelt reis-geïmporteerde arbovirus-infecties en vult ze aan met het meten van asymptomatische arbovirus-infecties. Om de algehele nauwkeurigheid van de kwantitatieve schattingen te verbeteren, wordt de studiegroepgrootte uitgebreid.

Infectieziektebestrijding

Het programma Infectieziektebestrijding draagt bij aan de ontwikkeling van kennis om het aantal (ernstig) zieke mensen door infectieziekten te verminderen. Infectieziekten worden veroorzaakt door virussen, bacteriën of schimmels en vormen een risico voor de volksgezondheid. Voorheen gezonde mensen kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met een ernstige ziektelast na het oplopen van een infectie.

Meer informatie

 

]]>
news-3953 Fri, 19 Apr 2019 17:00:14 +0200 ZonMw joins GLoPID-R for infectious diseases https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zonmw-joins-glopid-r-for-infectious-diseases/ GloPID-R is pleased to welcome the Netherlands Organisation for Health Research and Development (ZonMw), into the network. GloPID-R is a unique international network of major research funding organizations. The network of 27 countries facilitates a rapid and effective research response to infectious disease outbreaks. ZonMw and international research

ZonMw funds health research in the Netherlands and promotes the practical application of the knowledge this research produces. While mainly focused on research projects within the country, it also has an international focus through its participation in various European initiatives, including Joint Programming Initiatives (JPIs), ERA-NETs, and European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI). ZonMw also participates in Heads of International Research Organisations (HIROs) to discuss large, international health care themes.

Antibiotic resistance

ZonMw runs separate programmes for antimicrobial resistance (AMR) and other aspects of infectious diseases. For these programs the aim is to cover the entire spectrum of research from science to policy and through a One Health approach. ZonMw currently runs a national research program on antibacterial resistance (ABR) and is partner in the Strategic Research Agenda of the JPI on Antimicrobial Resistance (JPIAMR), also a partner of GloPID-R. In the national programme, ZonMw finances many projects studying ABR such as alternative ways to reduce antibiotic use in animals and human-animal ABR transmission.

Infectious diseases

ZonMw also runs a national programma on infectious disease control, including non-alimentary zoonoses. Emerging infectious disease research is part of this programme. The programme funds currently around 40 large research projects, including projects on HIV, tuberculosis, hepatitis C, STIs, pneumonia, vaccine preventable diseases, infection control, arbovirusses, Lyme disease, campylobacter, rabies, Zika, tick-borne diseases, psittacosis and clostridium difficile. By joining GLoPID-R ZonMw intends to expand its international collaboration on emerging infectious diseases.

Data sharing

Despite being a new member, ZonMw jumped into the network and has already participated in the GloPID-R Data Sharing working group. GloPID-R appreciates their participation and looks forward to learning more from their expertise.

More information

 

]]>