ZonMw tijdlijn Zoönosen https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Zoönosen nl-nl Mon, 08 Mar 2021 13:35:47 +0100 Mon, 08 Mar 2021 13:35:47 +0100 TYPO3 news-6951 Mon, 08 Mar 2021 08:00:00 +0100 Professionalising data stewardship with competences, training and education https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/professionalising-data-stewardship-with-competences-training-and-education/ As part of the National Programme Open Science (NPOS), the 'Professionalising data stewardship in the Netherlands' report was recently published. This report provides arguments for urgent decisions and activities to ensure adequate data steward capacity in the Netherlands, in order to realise the ambitions for Open Science. How are Open Science and FAIR data connected?

The Dutch National Programme Open Science (NPOS) has defined 3 key areas:

  • Open Access: making all research output (articles etc.) accessible for everyone without costs
  • FAIR data: making all research data FAIR: Findable, Accessible, Interoperable and Reusable
  • citizen science: promoting the involvement of citizens in science programmes

Within the key area of ‘FAIR data’ the current report focuses on the people who can help to turn FAIR data into reality - namely data stewards.

What is a data steward?

Data stewardship is a catch-all term for numerous support functions, roles and activities with respect to creating, maintaining and using research data. The core responsibilities and tasks vary from policy advising and consultancy, to operational, and technical, ICT-related tasks. Unfortunately, a data steward is not yet uniformly defined as most descriptions originate from the fast evolving landscape of Open Science, research data management and FAIR data, and thus share its newness and fuzziness.

In this report data stewardship is defined as 'the responsible planning and executing of all actions on digital data before, during and after a research project, with the aim of optimising the usability, reusability and reproducibility of the resulting data' (definition put forward by DTL).

Why do we need more data stewards?

In the past years it has become clear that there is a large need for and shortage of individuals with data stewardship expertise. Furthermore, a lack of formal education and training, a lack of awareness and recognition amongst researchers and the absence of a coordinated approach all hamper the professionalisation and expansion of this profession.

How many data stewards do we need where in the organisation and with what competences?

Each research-performing institute should ask these questions. This report helps to build the foundation to answer them. It provides an overview of the current situation of data stewardship in the Netherlands. It gives specific recommendations to multiple stakeholders, so that they can move forward with advancing FAIR data stewardship in their organisation. Furthermore, it draws attention to the urgent need for nationally coordinated implementation.

What next steps can organisations take?

In the report it is recommended that:

  • the defined data stewardship and research software engineer competences will be consolidated and implemented
  • the corresponding job profiles should be formalised via national job classification systems
  • tailored training programmes matching the required competences should be defined, developed and delivered
  • a data steward skills tool should be built, which then serves as a single point of reference for up-to-date information on competences, job profiles, and training opportunities, and allows for (self-)assessment and identification of career development options

The recommendations in the report are specifically tailored to the following stakeholders in the Netherlands:

  • local research organisations, such as universities, university medical centres, universities of applied sciences, and their board members, deans and HR managers
  • umbrella organisations, such as VSNU, NFU and VH and similar representative organisations
  • research-funding organisations, such as ZonMw and NWO
  • representatives of the researcher communities, such as PNN, the networking organisation for PhD candidates, and the local Open Science communities
  • service-providing, networking and training organisations, such as DTL, SURF, LCRDM, Health-RI, and RDNL

Over 30 representatives from numerous organisations participated and endorse the report

The NPOS-F project team consisted of over 30 representatives of multiple Dutch universities, university medical centres, universities of applied sciences and service providers. In addition, major stakeholders speaking for diverse organisations such as VSNU, VH, NFU, PNN, SURF and ZonMw were involved in this project. Thanks to active involvement of these partners and the practical applicability of the recommendations, the team is convinced that the necessary decisions and activities to ensure adequate data steward capacity in the Netherlands will be implemented in the near future.

NPOS, ZonMw, Open Science and FAIR data

This end report of the NPOS-F project team ‘Professionalising data stewardship’ is part of the NPOS FAIR data programme line. Authors of the report are representatives of DTL (Dutch Techcentre for Lifesciences), DANS (Data Archiving and Networked Services), Maastricht University, GO FAIR Foundation, ZonMw and LCRDM (National Coordination Point Research Data Management).

ZonMw aims at improving the scientific and social impact of research output, including research data. To gain impact from research data, one must be able to reuse them for verification of research findings, or for future research. To this end, ZonMw requires researchers to perform research data management and stewardship (RDM), and to share their data to contribute to future, innovative research. ZonMw’s procedures for RDM aim at creating data that are findable, accessible, interoperable and reusable (FAIR), and high quality research projects.

More information

 

 

 

 

 

]]>
news-6927 Tue, 16 Feb 2021 16:37:53 +0100 Mug doodgeslagen? Stuur hem op naar de universiteit van Wageningen https://nos.nl/artikel/2368936-mug-doodgeslagen-stuur-hem-op-naar-de-universiteit-van-wageningen.html Wie een mug doodslaat, kan die vanaf vandaag opsturen naar de muggenspecialisten van Wageningen University. De wetenschappers willen weten of het extreme winterweer van de afgelopen week effect heeft gehad op de muggenpopulaties. news-5951 Fri, 17 Jul 2020 10:47:00 +0200 Gehonoreerd innovatief onderzoek in COVID-19 Programma https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gehonoreerd-innovatief-onderzoek-in-covid-19-programma/ Binnen het COVID-19 Programma zijn inmiddels 40 projecten gehonoreerd. Daarnaast zullen 12 projecten na aanvullende administratieve stappen financiering ontvangen. Vanuit dit programma start onderzoek dat zich richt op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Het gaat om een substantiële financiële injectie in het Nederlandse onderzoeksveld. Hiermee zet het ministerie van VWS samen met ZonMw en NWO in op snelle invoering van innovatieve maatregelen die voortkomen uit deze projecten. Onderzoek over volle breedte van de gezondheidszorg

Een effectieve aanpak van de coronapandemie brengt vele kennisbehoeftes en onderzoeksvragen met zich mee. Het COVID-19 Programma heeft drie aandachtsgebieden:

  • Voorspellende diagnostiek en behandeling
  • Zorg en preventie
  • Maatschappelijke dynamiek

Voorspellende diagnostiek en behandeling

Binnen aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ zijn 17 projecten gehonoreerd van de 22 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Een aantal projecten richt zich op nieuwe of bestaande therapieën en hun werkingsmechanismen. Andere projecten houden zich bezig met het verkrijgen van inzichten in onder andere het microbioom, immuniteit, voorspellende parameters en behandeling op maat.
Een voorbeeld van zo’n project is: Een fase-2-klinisch-onderzoek noodzakelijk voor de klinische ontwikkeling van medicijn lanadelumab voor COVID-19 van dr. R. Brüggemann en dr. F van de Veerdonk van het Radboudumc. In dit project wordt onderzocht of het intraveneus toedienen van lanadelumab de behoefte aan externe toediening van zuurstof – noodzakelijk door longoedeem – kan verminderen en voorkomen tijdens de COVID-19-infectie.

Proefdiervrije innovaties

Naast de genoemde 22 projecten gaan vijf projecten binnen aandachtsgebied 1 onderzoek doen naar de ontwikkeling van nieuwe of bredere toepassing van bestaande proefdiervrije innovaties. Het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren en de Stichting Proefdiervrij stelden hiervoor ruim € 2 miljoen beschikbaar. Het uiteindelijke doel is relevanter gezondheids(zorg)onderzoek voor de mens.

Zorg en preventie

Binnen aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ zijn 20 projecten gehonoreerd van de 25 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Deze projecten richten zich op de organisatie van de zorg en kwetsbare burgers. Daarnaast is specifiek aandacht voor zorgverleners. De focus ligt op:

  • De impact van gedrag en gedragsveranderingen op de verspreiding van het virus
  • De gevolgen van de maatregelen voor het individu of voor specifieke kwetsbare groepen
  • Verspreiding van de epidemie en maatregelen om dit te voorkomen

Zo is er bijvoorbeeld het project 'TRACE II: Patiëntuitkomsten na uitgestelde electieve operaties tijdens de COVID-19 pandemie' van dr. D. de Korte-de Boer en prof. dr. Wolfgang Buhre (afdeling Anesthesiologie en Pijngeneeskunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+). In dit project worden de effecten van het uitstellen van niet-acute operaties tijdens de COVID-19 pandemie door een consortium van 10 instellingen, waaronder vier academische en vier perifere ziekenhuizen, onderzocht.

Palliatieve zorg

Binnen aandachtsgebied 2 komen vijf projecten in aanmerking voor honorering door het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Hiervan zijn er nu drie gehonoreerd. De projecten richten zich op ondersteuning en rouwverwerking van naasten bij het overlijden van hun dierbaren. Daarnaast is er aandacht voor de impact van sociale isolatie door COVID-19 op intra- en extramurale zorg voor mensen met dementie in de palliatieve fase.

Looptijd en budget

De ministeries van VWS en OCW en NWO financieren het COVID-19 Programma. Voor dit actie- en onderzoeksprogramma is in totaal € 40 miljoen beschikbaar voor subsidies aan praktijk- en onderzoeksprojecten. Eind augustus is de besluitvorming over de subsidieaanvragen van aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’. Alle projecten starten in september 2020.

Uitzonderlijke situatie

De coronacrisis heeft aanzienlijke impact, ook op de volksgezondheid en de gezondheidszorg. Er is grote behoefte aan nieuwe kennis en praktische oplossingen om de negatieve gevolgen van de pandemie te beperken. Onderzoek is nodig om te leren van de negatieve en positieve ervaringen, zowel nu als op de langere termijn. In opdracht van VWS hebben we daarom samen met NWO in maart een actie- en onderzoeksprogramma voorbereid dat geresulteerd heeft in onder andere het COVID-19 Programma. Het tempo waarin dit is verlopen, is een enorme uitdaging voor de subsidieaanvragers, voor NWO en voor ons zelf.

Meer informatie

 

]]>
news-5835 Wed, 24 Jun 2020 10:55:00 +0200 Verspreiding van tekenencefalitisvirus in Nederland https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verspreiding-van-tekenencefalitisvirus-in-nederland/ Elk jaar bijten zo’n 1,5 miljoen teken iemand in Nederland, vooral tussen maart en oktober. De meeste mensen worden daar niet ziek van. Van de 100 mensen die gebeten worden, krijgen 2 tot 3 de ziekte van Lyme. In bepaalde gebieden in Nederland kunnen teken ook het tekenencefalitis(TBE)-virus overbrengen. Hoewel het risico op TBE na een tekenbeet vele malen kleiner is dan op de ziekte van Lyme, is dit een extra reden om alert te zijn op tekenbeten. Sinds 2016 weten we dat teken in bepaalde gebieden in Nederland besmet kunnen zijn met het TBE-virus. In gebieden waar het TBE-virus gevonden is, waren ongeveer 1 op 1500 teken besmet met dit virus. Dat is veel minder dan de borrelia-bacterie, die ongeveer in 1 op de 5 teken gevonden wordt. Deze borrelia-bacterie veroorzaakt elk jaar bij ongeveer 25.000 mensen de ziekte van Lyme. De kans op een TBE-infectie na een tekenbeet is dus veel kleiner dan de kans op de ziekte van Lyme. In de afgelopen jaren zijn 1 tot 2 patiënten per jaar ziek geworden door het TBE-virus in Nederland. Het TBE-virus komt veel vaker voor in teken in andere Europese landen waaronder Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en het zuiden van de Scandinavische landen.

Waar in Nederland komt het TBE-virus voor?

Het RIVM houdt bij hoeveel patiënten ernstig ziek worden door een in Nederland opgelopen infectie met het TBE-virus. Om de verspreiding van het TBE-virus in Nederland beter in kaart te brengen, zijn een groot aantal teken en wilde dieren getest door onderzoekers van het RIVM, Wageningen University & Research (WUR), Artemis One Health, en het Dutch Widlife Health Centre. Van 7 patiënten weten we dat ze tussen 2016 en 2019 tekenencefalitis hebben opgelopen. De meest waarschijnlijke plaatsen van besmetting zijn de Sallandse Heuvelrug, de Utrechtse Heuvelrug, Twente en de Achterhoek (zie bijgevoegde kaart). Aan de grens met Duitsland in de Achterhoek en ten oosten van Nijmegen is het TBE-virus in kleine knaagdieren gevonden. Onderzoek naar antistoffen laat zien dat reeën in Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en de Achterhoek gebeten zijn door teken met het TBE-virus. Wij financieren verder onderzoek naar de verspreiding en ecologie van het TBE-virus in Nederland. Het onderzoek richt zich met name op het beter begrijpen van de ecologische omstandigheden die gunstig zijn voor circulatie van het virus. Op basis daarvan kunnen gebieden geïdentificeerd worden waar het virus zich in de toekomst zou kunnen vestigen en waar gerichte monitoring kan bijdragen aan vroegtijdige detectie.

]]>
news-5736 Thu, 28 May 2020 14:00:00 +0200 Update COVID-19 Programma: veel belangstelling https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/update-covid-19-programma-veel-belangstelling/ De belangstelling voor onze subsidieoproepen binnen het COVID-19 Programma is groot. In de afgelopen weken hebben we veel aanvragen mogen ontvangen. In dit bericht leest u over de huidige stand van zaken en de planning voor de komende periode. Het COVID-19 Programma is een samenwerking tussen ZonMw en NWO en financiert onderzoek dat zich richt op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Omdat het beperken van de negatieve gevolgen van de pandemie zeer urgent is én omdat we negatieve en positieve ervaringen zo snel mogelijk moeten benutten voor praktische oplossingen zijn onderzoek en kennis dringend nodig.

Grote belangstelling

De subsidiemogelijkheden van de drie aandachtsgebieden leverden veel projectideeën op:

  • Van 1 mei t/m 14 mei stonden de bottom-up subsidierondes aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ en aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ open voor het indienen van projectideeën. Hierop ontvingen wij respectievelijk 189 en 306 projectideeën.
  • Van 8 t/m 25 mei stond de bottom-up subsidieronde aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’ open. Hierop ontvingen wij 508 projectideeën.
  • Van 8 t/m 25 mei stond ook de subsidiemogelijkheid ‘Wetenschap voor de praktijk’ open. Hierop zijn 120 subsidieaanvragen binnengekomen.

Toekenningen urgente onderzoeksvragen

Eerder al werden onderzoeksgroepen uitgenodigd voor het traject urgente onderzoeksvragen. Vanuit dit traject zijn vooralsnog twee aanvragen binnen aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ beoordeeld en gehonoreerd. Binnen aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ zijn twee aanvragen gehonoreerd. Binnen aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’ worden op dit moment drie urgente onderzoeksvragen uitgewerkt en binnenkort beoordeeld.

Planning

De volgende stap voor de bottom-up rondes van de drie aandachtsgebieden is de beoordeling van de projectideeën door de commissies. Bij een positief advies van de commissie ontvangen de indieners een uitnodiging om hun projectidee uit te werken tot een volledige subsidieaanvraag. Op dat moment zijn ook FAQ’s hierover op onze website te vinden.
De beoordeling van subsidieaanvragen voor ‘Wetenschap in de praktijk’ start binnenkort.

De meest actuele informatie over het proces en de planning kunt u vinden op de diverse programmapagina’s:

Meer informatie

]]>
news-5642 Fri, 01 May 2020 10:30:58 +0200 Aziatische bosmug kan Zika en Usutu virus overdragen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aziatische-bosmug-kan-zika-en-usutu-virus-overdragen/ De Aziatische bosmug kan zowel het Zika als het Usutu virus overdragen. Dit blijkt uit de resultaten van de ‘ZikaRisk’ studie die onlangs zijn gepubliceerd. De Aziatische bosmug (Aedes japonicus) heeft zich sinds 2013 gevestigd in Lelystad en blijkt in staat gevaarlijke virussen over te dragen. Door muggen, larven en eitjes in het wild te vangen en de muggen in het laboratorium te infecteren is gekeken naar de overdracht van Zika en het Usutu virus. De conclusie is dat de Aziatische bosmug beide virussen kan overdragen.

Rol van de bosmug

De Aziatische bosmug Aedes japonicus werd in 2013 voor het eerst ontdekt in Lelystad, daar heeft zich een permanente populatie gevestigd. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit en het ErasmusMC hebben gekeken wat de rol van deze bosmug kan zijn bij het verspreiden van het opkomende Zika-virus (ZIKV) en het Usutu-virus (USUV).
Het Zika-virus veroorzaakt bij de mens ernstige aangeboren microcefalie (verkleinde hoofdomtrek) en het Guillain-Barré-syndroom (zenuwstelsel aandoening). Het Usutu-virus is nauw verwant aan het West Nile-virus en heeft zich recentelijk door heel Europa verspreid. Het veroorzaakt massale sterfte onder vogels, hoofdzakelijk merels. Een Usutu-virusinfectie bij mensen kan milde ziektes tot ernstige neurologische stoornissen veroorzaken.

Verspreider van virussen

Gebleken is dat het Zika-virus en het Usutu-virus zich efficiënt kunnen vermeerderen in de vrouwelijke bosmuggen. Aangezien de bosmug zijn leefomgeving uitbreidt en beide virussen (arbovirussen) kan overdragen beschouwen we de bosmug als een potentieel besmettingsgevaar voor de overdracht van deze arbovirussen naar de mens.

Meer informatie

 

]]>
news-5585 Fri, 17 Apr 2020 15:00:00 +0200 Start onderzoeksprogramma COVID-19 (‘second wave’) https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-onderzoeksprogramma-covid-19-second-wave/ Door de aanzienlijke impact van de coronacrisis is er een grote behoefte aan medische en maatschappelijke oplossingen en antwoorden. Daarom start ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO en in aanvulling op de ‘first wave’ binnenkort met het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma heeft als doel bij te dragen aan het bestrijden van de gevolgen van het coronavirus (COVID-19) op korte en langere termijn en nieuwe kennis genereren over preventie, behandeling, herstel van deze infectieziekte en bredere maatschappelijke vraagstukken daarover. Het programma zal naar verwachting eind april openen voor indiening. Gezien de grote belangstelling voor onderzoek naar de coronacrisis, willen we alvast inzicht geven in de voorziene hoofdlijnen van het programma.

Subsidiemogelijkheden voor onderzoek naar coronavirus (COVID-19)

Het programma wordt gefinancierd door de ministeries van VWS en OCW en door NWO. Er is een budget van € 27 miljoen beschikbaar voor subsidies aan onderzoeks- en praktijkprojecten. In dit nieuwe programma zal ruimte zijn voor verschillende typen onderzoek (van fundamenteel tot actie-onderzoek). Naast nieuwe kennis en praktische oplossingen om de negatieve gevolgen van de pandemie te beperken is onderzoek nodig om te leren van de negatieve en positieve ervaringen, zowel nu als op de langere termijn.

Drie grote aandachtsgebieden voorzien in dit COVID-19 onderzoeksprogramma

Het programma zal zich richten op drie grote aandachtsgebieden:

  1. Voorspellende diagnostiek en behandeling
  2. Zorg en preventie, inclusief transmissie
  3. Maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis en de maatregelen daartegen

Nadere duiding van de aandachtsgebieden volgt bij bekendmaking van het programma (zie tijdschema).
Op dit moment wordt voor elk aandachtsgebied een expertpanel geformeerd van diverse experts uit het veld. Deze panels bestaan uit wetenschappelijke en praktijk-experts. De panels hebben als taak om binnen hun aandachtsgebied onderzoeksonderwerpen (of thema’s) te prioriteren.

Aanpak

Voor ieder aandachtsgebied stelt ZonMw op drie werkwijzen subsidies beschikbaar:
Zo is er de ultra snelle werkwijze via welke subsidie beschikbaar is voor vragen die zeer urgent moeten wordt opgepakt, ook omdat de antwoorden nodig zijn voor de bestrijding in deze fase van de pandemie. Voor deze werkwijze wordt zo spoedig mogelijk op uitnodiging ingediend. Een tweede werkwijze betreft thematische, bottom-up rondes voor onderzoeksvoorstellen. Als derde werkwijze zijn er de zogenoemde beleids-en praktijkimpulsen gericht op kleine projecten en studies. Deze is gericht op het (snel en kort) oppakken van concrete beleidsvragen en het geven van praktijkimpulsen.

Naar verwachting kunt u eind april op de ZonMw-subsidiekalender meer gedetailleerde informatie vinden over het COVID-19 programma.

Tijdschema

  • Eind april is de programmatekst van het gehele programma gereed.
  • De bekendmaking van het programma zal plaatsvinden via een nieuwsbericht eind april/begin mei.
  • De honoreringen van de urgente onderzoeksvragen worden eind mei bekendgemaakt.
  • Openstelling van de thematische subsidierondes is eind april/begin mei.

Meer informatie

]]>
news-5569 Tue, 14 Apr 2020 15:22:49 +0200 Eerste gehonoreerde onderzoeksprojecten subsidieregeling COVID-19 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/eerste-gehonoreerde-onderzoeksprojecten-subsidieregeling-covid-19/ Op korte termijn starten acht projecten die direct effect hebben op het verloop van de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) en de volksgezondheid. Dit is het eerste resultaat van de opdracht van het ministerie van VWS aan ZonMw om acuut onderzoek te financieren met directe impact op de huidige corona pandemie. Hoogste prioriteit, snelle actie nodig

Door een expert panel zijn onderwerpen geïnventariseerd en geprioriteerd. Acht onderwerpen hebben de hoogste prioriteit gekregen omdat ze mogelijk direct effect hebben op de volksgezondheid. Vervolgens zijn gericht onderzoekers gevraagd een onderzoeksvoorstel in te dienen op deze onderwerpen. Gezien de noodzaak om snel te handelen, is gekozen voor deze (zeer) korte aanvraagprocedure die resulteerde in het toekennen van subsidies aan deze acht onderzoeken. In totaal is een budget van € 5,5 miljoen hiervoor beschikbaar gesteld.

Gehonoreerde projecten

De projecten die een incidentele subsidie ontvangen, hebben de volgende onderwerpen:

  • Onderzoek naar onder andere het verloop van de ziekte, langetermijnprognose, kruisreactiviteit, her-infectie, en het verloop van immuunrespons over de tijd in relatie tot prognose. Hiertoe wordt een cohort gevolgd van personen die hersteld zijn van COVID-19 (RECoVERED studie);
  • Onderzoek naar dragerschap, ziektelast en transmissie van en naar kinderen (CoKids studie);
  • Onderzoek op het gebied van ziekenhuisepidemiologie ter ondersteuning van infectiepreventiemaatregelen (COCON studie);
  • Een farmacotherapeutische trial met anakinra bij COVID-19-patiënten op de intensive care (ANACOR-IC);
  • Het in kaart brengen van virusevolutie, verspreiding en transmissie via sequencing om verspreidingsroutes te voorspellen;
  • Sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de impact van sociale isolatie op kwetsbare populaties en welke steun kwetsbare groepen hierbij nodig hebben;
  • Trial van chloroquine en hydroxychloroquine-behandeling in patiënten die opgenomen zijn met matige tot ernstige COVID-19 (ARCHAIC studie);
  • Medicijnontwikkeling: studies naar veiligheid en werkzaamheid van antilichamen tegen het coronavirus.

Vrijwel alle projecten zijn samenwerkingsverbanden van meerdere universitair medische centra, universiteiten en andere onderzoeksinstellingen. Het is van belang dat zij zo snel mogelijk kunnen starten. Uitgebreidere projectinformatie volgt op www.zonmw.nl/corona-onderzoek.

Actie- en onderzoeksprogramma COVID-19 en andere subsidiemogelijkheden

Naast de al verstrekte incidentele subsidies zijn er meer subsidiemogelijkheden. Om te voldoen aan de grote vraag naar oplossingen en antwoorden, start ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO binnenkort met het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma is gericht op voorkomen of verminderen van negatieve effecten van de COVID-19-pandemie, bestrijden van de pandemie en de maatschappelijke dynamiek als gevolg van de pandemie. Vanuit dit programma gebruiken we verschillende subsidiemechanismen, waaronder ook meer open subsidieoproepen. Deze oproepen worden geplaatst op de ZonMw-subsidiekalender. Meer informatie volgt hierover in april.

Naast deze initiatieven, liep in de afgelopen tijd ook een regeling gericht op kleine projecten met praktische oplossingen voor tekorten aan materiaal en andere praktische problemen in en buiten ziekenhuizen. Daarnaast werd de SET-regeling uitgebreid. Beide regelingen zijn inmiddels weer gesloten. Ook ging het implementatienetwerk Virus Outbreak Data Access Network (VODAN) van start.

Belangrijk: Open access publicaties, juist in deze tijd

Alle publicaties voortkomend uit wetenschappelijk onderzoek dat geheel of gedeeltelijk is gesubsidieerd binnen deze regeling dienen onderzoekers onmiddellijk (zonder embargo) Open Access beschikbaar te stellen met een open licentie. Zo delen we zo snel mogelijk nieuwe kennis die kan bijdragen aan de verbetering van de volksgezondheid omtrent COVID-19. Onderzoeksresultaten die geproduceerd worden binnen dit programma dienen bovendien gedeeld te worden in lijn met de Joint statement on sharing research data and findings relevant to the novel coronavirus (nCoV) outbreak.

Meer informatie over ZonMw en het coronavirus

]]>
news-5450 Fri, 13 Mar 2020 16:29:33 +0100 Start datanetwerk coronavirus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-datanetwerk-coronavirus/ We hebben het GO FAIR Initiative opdracht gegeven om de eerste stappen van VODAN uit te voeren. VODAN staat voor Virus Outbreak Data Access Network. Dit implementatienetwerk streeft ernaar de data over de huidige uitbraak van het coronavirus zodanig vorm te geven dat ze benaderbaar worden voor leer-algoritmes (volgens het Personal Health Train principe). Infectieziekten en data

Voor deze opdracht roepen GO FAIR en ZonMw experts op de gebieden van infectieziekten en data op om mee te werken. ZonMw is lid van GloPID-R, een wereldwijde samenwerking tussen onderzoeksfinanciers op het gebied van ‘preparedness’ voor uitbraken van infectieziekten. ZonMw en de andere financiers willen met deze opdracht bijdragen aan de oplossing van de huidige crisis rond dit virus en de infectieziekte COVID-19.

Personal Health Train

Met het principe van de ‘Personal Health Train’ blijven data staan waar ze zijn gegenereerd, en worden vervolgens ‘bezocht’ voor bepaalde onderzoeksvragen. De beheerders van de data stellen de voorwaarden waaronder bepaalde vragen aan de data kunnen worden gesteld. Hierdoor worden data beschikbaar gemaakt voor onderzoek op een gelijkwaardige, maar gecontroleerde manier. Deze benadering komt voor de COVID-19 epidemie wellicht nog net op tijd om ook direct al nuttig te zijn. Daarnaast zal het zeker de mate waarin landen op toekomstige epidemieën van deze omvang zijn voorbereid, enorm verhogen.

Rol van ZonMw

Wij financieren gezondheidsonderzoek en stimuleert zorginnovatie. Op de gebieden van infectieziekten en data hebben we ruime ervaring, nationaal en internationaal.

Meer informatie:

Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen rondom het coronavirus.

]]>
news-5375 Mon, 24 Feb 2020 16:42:00 +0100 Rol ZonMw en coronavirusuitbraak https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rol-zonmw-en-coronavirusuitbraak/ De internationale onderzoekswereld is druk bezig met COVID-19, de infectieziekte die wordt veroorzaakt door SARS-CoV-2, het nieuwe coronavirus. We zijn betrokken bij diverse internationale overleggen over de ziekte, het virus en de oproep tot het delen van data uit onderzoek en publicaties erover (Open Access). Diverse grote internationale onderzoeksfinanciers hebben al subsidieoproepen opengesteld. Wij volgen de ontwikkelingen om te kijken of zo'n oproep ook uit vanuit ZonMw nodig en mogelijk is.

Internationale samenwerking

We nemen deel aan GloPID-R, een internationaal samenwerkingsverband van onderzoeksfinanciers voor infectieziektenuitbraken. Op 11 en 12 februari organiseerden de WHO en GloPID-R een bijeenkomst over het coördineren van de internationale onderzoeksinspanningen in de strijd tegen deze ziekte.

Data delen

Onze kennis en ervaring met ‘best practices’ voor het delen van data verspreiden we graag. Zo hebben we advies gegeven aan de WHO en aan GloPID-R over data delen in onderzoek naar het coronavirus en COVID-19. In het bijzonder ging het over concrete mogelijkheden om data FAIR te maken, zoals afspraken over computerleesbare (‘machine actionable’) metadata. FAIR staat voor ‘findable, accessible, interoperable, and reusable’ en heeft dus als doel om data vindbaar, toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar te maken. GloPID-R heeft ervaring met het maken van afspraken over data delen bij uitbraken van infectieziekten. Zulke afspraken leiden tot versnelling van de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe kennis en daarmee het bestrijden van de ziekte. Omdat de ziekte zo snel mogelijk bestreden moet worden, is het delen van data bij de uitbraak van deze ziekte cruciaal. Onderzoekers zijn daardoor in staat om wereldwijd in hoog tempo het virus en de bronnen van besmetting te analyseren.

Internationale onderzoeksfinanciering

Er zijn diverse internationale initiatieven om onderzoek te financieren. Sommige oproepen zijn inmiddels al gesloten. Enkele zijn nog opengesteld, waaronder:

  • Op 23 maart sluit de subsidieoproep van CHAFEA/2019/HEALTH/27 over onderzoek naar vaccins en vaccinvoorraden
  • Het tweede programma Innovative Medicines Initiative (IMI2, onder andere gefinancierd uit het programma Horizon 2020 van de Europese Commissie) opent rond 3 maart een extra subsidieoproep voor de ontwikkeling van therapieën en diagnostiek voor het bestrijden van het coronavirus
  • De Amerikaanse Bill & Melinda Gates Foundation zet tot 60 miljoen dollar in voor de ontwikkeling en toetsing van vaccins, behandelingen en diagnoses (deadline onbekend)
  • De Engelse onderzoeksfinancier Wellcome Trust stelt 10 miljoen Engelse pond beschikbaar om onderzoek te versnellen en wereldwijde inspanningen te ondersteunen (“There are no deadlines. Expressions of interest should be submitted as soon as possible. We may close this call to new applicants at any time.”)

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-5251 Fri, 31 Jan 2020 13:43:00 +0100 NWO en ZonMw: open access in strijd tegen coronavirus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-en-zonmw-open-access-in-strijd-tegen-coronavirus/ NWO en ZonMw steunen de oproep van een aantal internationale onderzoeksfinanciers en wetenschappelijke uitgevers om onderzoek op het gebied van het coronavirus zo snel mogelijk open access te maken. Bedreiging volksgezondheid

De uitbraak van het nieuwe coronavirus in China (2019-nCoV) vormt een grote bedreiging voor de volksgezondheid. Onderzoekers werken wereldwijd in hoog tempo aan de analyse van het virus en de bronnen van besmetting. Cruciale genetische data wordt al op grote schaal gedeeld via open opslagplaatsen.

Delen van onderzoeksdata

In reactie roept een aantal internationale onderzoeksfinanciers op in een statement om publicaties en onderzoeksdata die relevant zijn voor het bestrijden van de ziekte zo snel mogelijk open access beschikbaar te maken. Eerder gebeurde dat in reactie op de Zika-uitbraak in Zuid-Amerika en de Ebola-crisis in Afrika.

Oproep aan tijdschriften en onderzoekers

NWO en ZonMw onderschrijven de oproep en doen een beroep op:

  • Tijdschriften om alle publicaties in welke vorm dan ook (artikelen, pre-prints) inclusief de onderliggende data zo snel mogelijk open access beschikbaar te maken
  • Onderzoekers om zich in te spannen hun resultaten in welke vorm dan ook zo snel mogelijk te delen en ter beschikking te stellen aan de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO)

Subsidieoproep

De Europese Commissie lanceert op korte termijn de subsidieoproep 'SC1-PHE-CORONAVIRUS-2020: Advancing knowledge for the clinical and public health response to the 2019-nCoV epidemic' met een budget van 10 miljoen euro. De deadline is 12 februari 2020. Alle relevante informatie is te vinden op de website van de Europese Commissie.

Meer informatie

  • in het Engelstalige statement over data sharing bij onderzoek naar het coronavirus (herbevestiging van statement uit 2016 over Zika en Ebola)
  • over het coronavirus op de website van het RIVM
  • over infectieziektebestrijding
  • over open access
  • in ons eerdere Engelstalige nieuwsbericht over participatie van ZonMw in GloPID-R, een internationaal samenwerkingsverband van onderzoeksfinanciers voor infectieziektenuitbraken
]]>
news-5187 Tue, 21 Jan 2020 08:40:38 +0100 Vaccinatie en herziene richtlijn zijn kostenbesparend bij hondsdolheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/vaccinatie-en-herziene-richtlijn-zijn-kostenbesparend-bij-hondsdolheid/ Uit onderzoek blijkt dat het hanteren van de herziene richtlijn voor vaccinatie tegen hondsdolheid en intradermale vaccinatie (een vaccinatie in de huid) kostenbesparend zijn. Risico op hondsdolheid (rabiës)

Onderzoek toont aan dat iets meer dan 1% van de reizigers mogelijk blootgesteld wordt aan deze ziekte. Het hoogste risico liepen jongeren (tot 35 jaar), mannen, reizigers naar West- en Zuidoost Azië en bezoekers van een apenpark. Van de reizigers gaf 59% aan dicht bij een dier geweest te zijn ondanks het reisadvies om uit de buurt van dieren te blijven. RIVM, GGD region Utrecht, GGD Amsterdam, GGD Hart voor Brabant, GGD West Brabant, LCR en LUMC voerden dit onderzoek uit.

Kostenbesparing

De kostenevaluatie in het onderzoek toonde aan dat de recent herziene richtlijn voor deze vaccinatie een kostenbesparing oplevert en dat intradermale vaccinatie (vaccinatie in de huid) een goedkopere manier is. Het behandelen van het kleine aantal mensen dat mogelijk blootgesteld wordt aan hondsdolheid, is uiteindelijk goedkoper dan meer personen uit risicogroepen voorafgaand aan de reis vaccineren.

Dodelijke ziekte

Hondsdolheid is een dodelijke ziekte. ZonMw stimuleert onderzoek naar zoönosen. Het onderzoek ‘Predictors of rabies exposure in travelers’ is recent afgerond en werd gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infectieziekten die dieren kunnen overgedragen aan mensen, buiten de voedselketen om.

Meer informatie

]]>
news-4403 Thu, 05 Sep 2019 13:47:00 +0200 Subsidieronde ‘Infectieziekten: kennisontwikkeling, interventies en evaluatie van preventie en bestrijding’ geopend https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-infectieziekten-kennisontwikkeling-interventies-en-evaluatie-van-preventie-en-bestr/ De eerste subsidieoproep van het nieuwe programma Infectieziektebestrijding 3 (2019-2023) is geopend. Het doel van het programma is het bevorderen van een wetenschappelijk onderbouwde aanpak van de infectieziektebestrijding en versterken van de kennisinfrastructuur in de gezondheidszorg, om bij te dragen aan het verminderen van het aantal zieke mensen door infectieziekten. Het doel van deze subsidieoproep
  • Het ontwikkelen van wetenschappelijke en gebruiksgerichte kennis over verspreiding en bestrijding van infectieziekten;
  • Het evalueren/bewijzen van effectiviteit en doelmatigheid van bestaande bestrijdingsinterventies;
  • Het ontwikkelen van nieuwe en verbeterde strategieën en bestrijdingsinterventies, met oog voor onder andere maatschappelijke/sociale aspecten

In deze oproep kan tot 15 oktober 14.00 uur financiering worden aangevraagd voor onderzoek binnen de pijlers 1 en 4 van de programmatekst:
(1) Zorgdomeinen, doelgroepen en veranderende demografie;
(4) Ziekten te voorkomen met vaccinatie.

Aandachtsgebieden

Het onderzoek moet vallen binnen minstens één van de aandachtsgebieden (II) tot en met (V), zoals beschreven in de programmatekst:

(II) Diagnostiek, monitoring en surveillance,
(III) Interventies: preventie en behandeling,
(IV) Communicatie, gedrag en maatschappelijke relevantie. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat ook sociale wetenschappen een plaats hebben in de projecten
(V) Opkomende onderzoeksmethodieken.

Webinar

Op 29 augustus 2019 was er een (gratis) webinar plaats over de nieuwe subsidieoproep. Een webinar is een online bijeenkomst. Via de webinar krijgt u als potentiële aanvrager informatie over de subsidieoproep en leest u over de vragen die op 29 augustus aan het programmateam zijn gesteld. Let op: de webinar begint op minuut 5.00. Er waren startproblemen met het geluid!

Meer informatie

]]>
news-4520 Mon, 02 Sep 2019 10:31:00 +0200 Mensen zelf voornaamste bron van ESBL-antibioticaresistentie https://www.uu.nl/nieuws/mensen-zelf-voornaamste-bron-van-esbl-antibioticaresistentie Onderzoekers van het RIVM, Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, de Gezondheidsdienst voor Dieren en Wageningen Bioveterinary Research hebben ontdekt dat de mens zelf de belangrijkste bron van ESBL-antibioticaresistentie is. De ESBL-problematiek heeft een OneHealth-karakter want ESBL-antibioticaresistentie komt voor bij mensen, dieren in de veehouderij en gezelschapsdieren, voedsel van dierlijke oorsprong en het milieu. news-4316 Mon, 15 Jul 2019 11:30:00 +0200 Akkoord voor nieuw programma Infectieziektebestrijding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/akkoord-voor-nieuw-programma-infectieziektebestrijding/ Het ministerie van VWS heeft het ZonMw-programmavoorstel ‘Infectieziektebestrijding 3 (2019-2023)’ goedgekeurd. Het programma is een vervolg op het programma Infectieziektebestrijding dat van start ging in 2014. Doel van het programma

Het programma heeft als doel het bevorderen van een wetenschappelijk onderbouwde aanpak van de infectieziektebestrijding en versterken van de kennisinfrastructuur, om hiermee substantieel bij te dragen aan het verminderen van het aantal (ernstig) zieke mensen door infectieziekten. Het programma onderscheid daarbij vijf pijlers:

  1. Zorgdomeinen, doelgroepen en veranderende demografie, met focus op migratie & reizen en ouderen;
  2. Opkomende (nieuwe en toenemende) infecties, uitbraakonderzoek, preparedness en response;
  3. One Health en non-alimentaire zoönosen (gerelateerd aan gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren en in het wild levende dieren);
  4. Ziekten te voorkomen met vaccinatie;
  5. Multimorbiditeit; combinatie van infectieziekte met andere (infectie of niet-infectie)ziekte.

Daarnaast heeft het programma 5 aandachtsgebieden:

   l. Epidemiologie, transmissie en fundamenteel onderzoek
  ll. Diagnostiek, monitoring en surveillance;
 lll. Interventies: preventie en behandeling;
 lV. Communicatie, gedrag en maatschappelijke relevantie;
  V. Opkomende onderzoeksmethodieken;

Voor uitgebreide informatie over de inhoud en doelstellingen van het programma verwijzen wij u naar de programmatekst.

Budget en subsidieoproep

Het programma Infectieziektebestrijding heeft een looptijd van 4 jaar en een budget van 13,3 miljoen euro. De eerste subsidieoproep van dit programma wordt begin augustus 2019 verwacht. Houd de subsidiekalender in de gaten voor deze oproep.

Meer informatie

]]>
news-4354 Thu, 04 Jul 2019 15:45:00 +0200 Kraamvrouwenkoorts en griep: opvallende infectieziekten in 2018 https://www.rivm.nl/nieuws/kraamvrouwenkoorts-en-griep-vallen-op-als-infectieziekten-in-2018 Het RIVM ziet als belangrijkste infectieziekten in 2018 kraamvrouwenkoorts bij jonge moeders en de griep. Dit griepseizoen kende een halvering van het aantal griepgevallen ten opzichte van de hevige epidemie van 2017-2018 (900.000 griepgevallen). Speciaal onderwerp in de ‘Staat van Infectieziekten in Nederland 2018’ is dit jaar het overbrengen van ziekten door muggen. news-4170 Thu, 13 Jun 2019 11:18:58 +0200 Zorgen om tropische 'reuzenteek' die kan overwinteren in Duitsland https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/4744386/tropische-reuzenteek-duitsland-hyalomma-teek-gevaarlijk-krim In Duitsland, vlakbij de Nederlandse grens, zijn de afgelopen dagen zeker zes hyalomma-teken gevonden. Die zijn drie keer zo groot als normale teken en kunnen mensen volgen en ruiken van tientallen meters afstand. De dieren kunnen gevaarlijke ziektes overbrengen. news-4169 Thu, 13 Jun 2019 11:16:01 +0200 Kennisagenda Klimaatverandering en Gezondheid: Nederland geconfronteerd met groot aantal gezondheidsrisico’s https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-klimaatverandering-en-gezondheid-nederland-geconfronteerd-met-groot-aantal-gezondheids/ Niet eerder was er zo’n compleet overzicht van hoe klimaatverandering onze gezondheid beïnvloedt. De kennisagenda toont de invloed op hittestress, allergieën, infectieziekten, voedselgebonden ziekten, luchtkwaliteit en UV-straling. Ook maatregelen gericht op het voorkomen van of aanpassen aan klimaatverandering beïnvloeden onze gezondheid. De kennisagenda identificeert allerlei oplossingen. Nederlanders worden steeds meer geconfronteerd met mogelijke gezondheidsrisico’s gerelateerd aan klimaatverandering: hittegolven die leiden tot extra sterfte, hooikoortsklachten met kerst, tijgermuggen die zich steeds dichterbij Nederland vestigen en in Zuid-Europa regelmatig tropische ziekten overbrengen, toenemende overlast door eikenprocessierupsen, slechte waterkwaliteit door overstromende riolen na zware regenbuien, afsluiten van zwemwater door blauwalg, een sterk toenemend aantal gevallen van huidkanker door blootstelling aan UV-straling en nieuwe gezondheidsrisico’s door toename van warmteminnende tekensoorten. Naast klimaatverandering spelen andere factoren ook een rol en de mate waarin gezondheidseffecten zich voordoen is niet voor iedereen hetzelfde.

Vergroening van steden: Kansen en risico’s voor gezondheid

De verwachte verdere verandering van het klimaat zal bovengenoemde en andere gezondheidsrisico’s nog veel verder vergroten. De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Zo kunnen er door meer groen ook meer teken, en dus tekenoverdraagbare ziekten voorkomen. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Prioriteiten

Het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research hebben in opdracht van ZonMw een kennisagenda opgesteld. Redenen hiervoor waren het ontbreken van inzicht in de actuele kennis en kennishiaten over de effecten van klimaat op de gezondheid; en inzicht geven in welke kennis de maatschappij nodig heeft om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering en maatregelen te beperken.

Ruim 100 experts hebben input geleverd. De kennisagenda pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. De volgende activiteiten moeten prioriteit krijgen in een mogelijk toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en klimaatrisico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van klimaat- en gezondheidsmaatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Direct in actie

Het gaat nog wel even duren voordat op alle geïdentificeerde onderzoeksvragen antwoorden gevonden zijn. De bijeengebrachte kennis in de kennisagenda zelf biedt echter direct al aan uiteenlopende betrokkenen gedetailleerd inzicht in de uitdagingen waar we voor staan en biedt allerlei oplossingsrichtingen waar we samen direct mee aan de slag kunnen. Tijdens het congres van de Nationale Adaptatie Strategie op 13 juni 2019 wordt daar een begin mee gemaakt, onder andere door netwerken te versterken en kennis te delen. Verdere kennisontwikkeling binnen een nationaal onderzoeksprogramma is echter noodzakelijk om dit proces nu en in de toekomst verder optimaal te ondersteunen.

Onderzoeksprogramma

De kennisagenda levert tevens een belangrijk fundament voor een mogelijk ZonMw meerjarig onderzoeksprogramma op het gebied van klimaatverandering en gezondheid. Door een coherent onderzoeksprogramma kunnen risico’s en maatregelen vergeleken en geprioriteerd worden. De resultaten van het onderzoeksprogramma kunnen leiden tot concrete klimaatmaatregelen die (tevens) leiden tot gezondheidsbevordering. Een brede, transdisciplinaire, systemische aanpak is nodig.

Meer informatie

 

 

 

 

]]>
news-4093 Mon, 27 May 2019 16:00:00 +0200 Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-onderzoeksprogramma-klimaat-en-gezondheid/ Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. Het veranderende klimaat in Nederland heeft al allerlei zichtbare gezondheidsgevolgen. Maatregelen om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan, bieden kansen voor het bevorderen van de gezondheid, maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. In opdracht van ZonMw hebben het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research een kennisagenda opgesteld. Hierin staat welk onderzoek uitgevoerd moet worden om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering te beperken. Een samenhangende kennisagenda met brede focus is van belang om inzicht te krijgen in de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in Nederland, op korte en lange termijn. De kennisagenda klimaat en gezondheid pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. Het toekomstige klimaatonderzoek moet ook helpen bij het prioriteren van maatregelen.

Prioriteiten kennisagenda

In de kennisagenda wordt voorgesteld om de volgende activiteiten te prioriteren in een toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en risico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van maatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Klimaat en gezondheid

Klimaat en gezondheid zijn bekeken in samenhang met duurzaamheid, milieu en voeding. De gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, temperatuurveranderingen, droogte en waterbeschikbaarheid, hebben grote impact op de volksgezondheid, maatschappij en economie, zoals beschreven in de ‘Lancet Countdown on health and climate change’. Ook in Nederland treden een aantal verwachte ontwikkelingen nu al op, zoals een toename van allergieën en hittestress. Actie is nodig om de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren en de gevolgen voor de gezondheid en gezondheidssector te beperken.

Maatregelen

De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Meer informatie

 

 

]]>
news-4048 Mon, 20 May 2019 09:11:00 +0200 12 nieuwe projecten gehonoreerd op het gebied van Infectieziektebestrijding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/12-nieuwe-projecten-gehonoreerd-op-het-gebied-van-infectieziektebestrijding/ In een aanvullingsronde van het programma Infectieziektebestrijding zijn 12 projecten van maximaal 18 maanden gehonoreerd. Deze projecten starten allemaal in 2019 en zijn naar verwachting begin 2021 afgerond. Alle projecten zijn een vervolg op eerder gehonoreerde grotere projecten die in een vergevorderd stadium zijn. Een overzicht van de gehonoreerde projecten

The Netherlands Chlamydia Cohort Study: The way forward in terms of chlamydia control

Drs. B.M. Hoenderboom (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Chlamydia blijft de meest gerapporteerde bacteriële soa in Nederland. Een infectie kan ernstige gevolgen hebben voor vrouwen, zoals bekkenontsteking, ectopische zwangerschap en onvruchtbaarheid. In 2015 is het Nederlandse Chlamydia Cohort Study (NECCST) gestart. In het project wordt een nieuwe gegevensverzamelingsronde uitgevoerd om verdere gegevens over aan Chlamydia gerelateerde complicaties te verzamelen. De verlenging stelt de onderzoekers in staat lange termijn complicaties van een chlamydia infectie te onderzoeken.

Detectie van vaginale en rectale Chlamydia trachomatis-infectie na behandeling: wat is de rol van orale chlamydia en van het chlamydia genotype?

Dr. N.H.T.M. Dukers-Muijrers (v), Maastricht University, Care and Public Health Research Institute (Caphri)
Dit project is een vervolg op het oorspronkelijke project FemCure. In het net gehonoreerde project worden aanvullende laboratoriumanalyses en statistische verwerking van reeds verzamelde data uit de eerdere FemCure-studie gedaan. De FemCure-studie onderzocht de rol van anale infecties in de overdracht van Chlamydia tussen personen of tussen lichaamsgebieden van een persoon.

Relatie non-Hodgkin lymfoom en (chronische) Q-koorts

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
De mogelijke relatie tussen Q-koorts en het non-Hodgkinlymfoom wordt grondig onderzocht. Dit gebeurt door gebruik te maken van beschikbare gegevens over een langere periode (t/m 2017) en een betere koppeling tussen Q-koortsblootstelling en aanwezigheid van non-Hodgkinlymfoom. De resultaten van dit onderzoek zullen meer duidelijkheid geven aan Q-koortspatiënten over de langetermijngevolgen van de ziekte.

‘Optimaliseren van de behandeling van chronische Q koorts: nieuwe diagnostische technieken’

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Een chronische-Q-koortsdiagnose stellen is ingewikkeld en duurt lang. Ook het effect van een behandeling is moeilijk te beoordelen. Dit project evalueert de waarde van de antistoffen voor het monitoren van de behandeling en onderzoek een nieuwe diagnostische methode, fluorescentie in-situ hybridisatie (FISH). De resultaten uit dit onderzoek kunnen richting geven aan verbetering van diagnostiek en behandeling van chronische Q-koortspatiënten.

Zoonotic relevance of Chlamydia gallinacea and C. avium in community acquired pneumonia in the Netherlands.

Dr. H.I.J. Roest (m), Wageningen Universiteit
Dit project doet onderzoek naar het mogelijke zoönotische potentieel (overdraagbaarheid van dier naar mens) van een nieuwe Chlamydia-soort in pluimvee. In samenwerking met laboratoria voor medische microbiologie die momenteel betrokken zijn bij toezicht op luchtweginfecties als longontstekingen (pneumonie) worden DNA-monsters verzameld en getest.

Zoönose als netwerk - Bevorderen van het intersectorale netwerk via de "One Health Hub"

Dr. N. Beerlage-de Jong (v), Universiteit Twente
Bij een uitbraak van een zoönose (zoals vogelgriep en Q-koorts) moeten zorg- en hulpverleners uit de veterinaire, publieke en humane zorg snel en intensief met elkaar samenwerken. Doordat de verschillende sectoren elkaars taal niet spreken en elkaars werkveld niet goed kennen, is samenwerking niet gemakkelijk. Dit project onderzoekt hoe technologie de intersectorale samenwerking kan ondersteunen. Met deze technologie, ontwikkeld in nauwe samenwerking met de zorg- en hulpverleners, leren zij gaandeweg elkaars taal en werkgebied kennen. Zo kunnen ze elkaar beter vinden en ontstaat meer wederzijds begrip voor een gezamenlijke aanpak bij uitbraken.

The role of the mycobiome in Clostridioides difficile colonization and infection.

Dr. R.D. Zwittink (v), Leids Universitair Medisch Centrum
Clostridioides difficile is een bacterie die een ernstige darminfectie kan veroorzaken, vooral bij patiënten die zijn opgenomen in een zorginstelling en met antibiotica behandeld worden. Darmmicrobiotica spelen een belangrijke rol bij een darminfectie. Er is weinig bekend over de invloed van schimmels (mycobiota) bij een darminfectie. Dit onderzoek brengt de mycobiota van ziekenhuispatiënten in kaart om de interacties tussen schimmels, bacteriën en Clostridioides difficile en het ontstaan van deze darminfectie te begrijpen.

Modeling tick-borne encephalitis disease risk for The Netherlands

Dr. ir. C.J.M. Koenraadt (m), Wageningen University & Research
Het doel van het project is om een risicomodel te ontwikkelen voor de verspreiding van het tekenencephalitis virus. Sinds 2016 zijn de eerste gevallen van dit door teken overgedragen virus in Nederland gesignaleerd. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens afkomstig van teken en wilde muizen (met name bosmuizen en rosse woelmuizen). Met name de rol van immuniteit in wilde muizen staat centraal, omdat vermoed wordt dat dit een belangrijke rol speelt in de overdracht van het virus tussen muis en teek.

Non-daily use of HIV Pre-exposure prophylaxis: a tale of two cities

Prof. dr. M. Prins (v), GGD Amsterdam
PrEP is een pil met hiv-remmers die een hiv-infectie kan voorkomen. De pil kan dagelijks (continue bescherming) of alleen tijdens bepaalde periodes (periodiek) worden ingenomen. In het AMPrEP (Amsterdam PrEP)-project en het Belgische Be-PrEP-ared-project is de toepasbaarheid van dagelijkse en periodieke PrEP onderzocht. In dit gezamenlijke project worden extra inzichten verkregen door de gegevens van beide studies samen te voegen. De onderzoekers willen beter begrijpen waarom men kiest voor dagelijks of periodieke PrEP. Ook wordt bestudeerd welke kenmerken geassocieerd zijn met het oplopen van een hiv- of hepatitis C-infectie.

Gini in a bottle: Impact of PrEP on sexual behavior and sexually transmitted infections in the MSM population

Prof. dr. M.E.E. Kretzschmar (v), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Er zijn grote verschillen in seksueel risicogedrag onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). De meeste MSM nemen weinig risico terwijl een kleinere groep mannen veel seksueel risicogedrag vertoont. In de laatste groep komen ook meer hiv-infecties en andere soa’s voor. Om het aantal nieuwe hiv-infecties in Nederland terug te dringen, wordt pre-exposure prophylaxe (PrEP) beschikbaar gesteld voor MSM met veel seksueel risicogedrag. Dit project brengt in kaart hoe het aantal nieuwe hiv-infecties en andere soa’s varieert over groepen (MSM) die verschillen in hun mate van seksueel risicogedrag.

Innate immune defense during pneumonia in the elderly: implications of cell-specific changes in the metabolome and lipidome

Prof. dr. T. van der Poll (m), Amsterdam Universitair Medisch Centrum
Longontsteking is wereldwijd de op drie na meest voorkomende doodsoorzaak en 's werelds leidende besmettelijke moordenaar, verantwoordelijk voor een naar schatting 3 miljoen doden per jaar. Ouderen zijn kwetsbaar voor pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis. Veel leeftijd-geassocieerde ziekten zijn gelinkt aan verzwakking van het immuun systeem, genaamd Immunosenescence. Immunoscenescence heeft een grote inpact op de aangeboren immuunrespons tegen bacteriele pathogenen. In dit project wordt de impact van longontsteking op het aangeboren immuunsysteem onderzocht.

Travel-Imported Arbovirus infections; measuring silent introductions (TIARA-silent)

Dr. S.J.M. Hahné (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Door muggen overgebrachte infecties, in het bijzonder arbovirussen, vormen een snel groeiende wereldwijde dreiging. Het arbovirus wordt door buitenlandse reizigers mee naar huis genomen. Deze studie beoordeelt reis-geïmporteerde arbovirus-infecties en vult ze aan met het meten van asymptomatische arbovirus-infecties. Om de algehele nauwkeurigheid van de kwantitatieve schattingen te verbeteren, wordt de studiegroepgrootte uitgebreid.

Infectieziektebestrijding

Het programma Infectieziektebestrijding draagt bij aan de ontwikkeling van kennis om het aantal (ernstig) zieke mensen door infectieziekten te verminderen. Infectieziekten worden veroorzaakt door virussen, bacteriën of schimmels en vormen een risico voor de volksgezondheid. Voorheen gezonde mensen kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met een ernstige ziektelast na het oplopen van een infectie.

Meer informatie

 

]]>
news-3953 Fri, 19 Apr 2019 17:00:14 +0200 ZonMw joins GLoPID-R for infectious diseases https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zonmw-joins-glopid-r-for-infectious-diseases/ GloPID-R is pleased to welcome the Netherlands Organisation for Health Research and Development (ZonMw), into the network. GloPID-R is a unique international network of major research funding organizations. The network of 27 countries facilitates a rapid and effective research response to infectious disease outbreaks. ZonMw and international research

ZonMw funds health research in the Netherlands and promotes the practical application of the knowledge this research produces. While mainly focused on research projects within the country, it also has an international focus through its participation in various European initiatives, including Joint Programming Initiatives (JPIs), ERA-NETs, and European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI). ZonMw also participates in Heads of International Research Organisations (HIROs) to discuss large, international health care themes.

Antibiotic resistance

ZonMw runs separate programmes for antimicrobial resistance (AMR) and other aspects of infectious diseases. For these programs the aim is to cover the entire spectrum of research from science to policy and through a One Health approach. ZonMw currently runs a national research program on antibacterial resistance (ABR) and is partner in the Strategic Research Agenda of the JPI on Antimicrobial Resistance (JPIAMR), also a partner of GloPID-R. In the national programme, ZonMw finances many projects studying ABR such as alternative ways to reduce antibiotic use in animals and human-animal ABR transmission.

Infectious diseases

ZonMw also runs a national programma on infectious disease control, including non-alimentary zoonoses. Emerging infectious disease research is part of this programme. The programme funds currently around 40 large research projects, including projects on HIV, tuberculosis, hepatitis C, STIs, pneumonia, vaccine preventable diseases, infection control, arbovirusses, Lyme disease, campylobacter, rabies, Zika, tick-borne diseases, psittacosis and clostridium difficile. By joining GLoPID-R ZonMw intends to expand its international collaboration on emerging infectious diseases.

Data sharing

Despite being a new member, ZonMw jumped into the network and has already participated in the GloPID-R Data Sharing working group. GloPID-R appreciates their participation and looks forward to learning more from their expertise.

More information

 

]]>
news-3623 Tue, 19 Feb 2019 14:44:00 +0100 Risicoanalyse voor zoönosen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/risicoanalyse-voor-zooenosen/ Met een instrument kunnen GGD’en snel de risico’s analyseren van infectieziekten die van dier naar mens overdraagbaar zijn (zoönosen). Door het overzichtelijk samenvatten van diergegevens is het mogelijk om in combinatie met ziektegegevens in mens en/of dier een risicoschatting te maken bij een zoönose zoals Q-koorts en vogelgriep. Risicoschatting

Voor een goede bestrijding van zoönosen is het belangrijk dat uitbraken van deze ziekten zowel in dieren als in mensen snel worden herkend en dat bronnen snel worden opgespoord. In het project ‘Rapid risk assessment of zoonotic pathogens by integrated analysis of transmission patterns in livestock and humans’ hebben RIVM, Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), NIVEL en Gezondheidsdienst voor Dieren een instrument ontwikkeld. In dit project kan informatie over ziektesignalen in mensen en dieren (kippen, varkens, geiten, koeien) in real-time worden bijeengebracht. Samen met informatie over de locaties van bedrijven en aantallen dieren op deze locaties is het mogelijk om risicoschattingen te maken. Een voorbeeld is de snelle risicoanalyse na recente introducties van vogelgriep op pluimveebedrijven.

Risico voor volksgezondheid

De analyses bieden inzicht in de factoren die ertoe leiden of de aanwezigheid van een ziektekiem in een dierpopulatie wel of juist geen risico voor de volksgezondheid oplevert. Meestal geldt dat het risico van een zoonose in een gebied hoog is als de dierdichtheid hoog is. Omdat er dan veel dieren zijn die de ziektekiem bij zich zouden kunnen dragen en er tegelijkertijd veel mensen in het gebied wonen (die geïnfecteerd kunnen worden).

Onderzoeksresultaten

Het project heeft geleid tot onder andere de volgende twee resultaten. Ten eerste levert het RIVM relevante dierdata aan de GGD. Naast reguliere levering worden op verzoek tussendoor snelle analyses gedaan. In een aantal situaties zijn na een introductie van een mogelijke zoönose binnen enkele uren gedetailleerde risicokaarten gemaakt op basis van dierdata en gegevens over de omwonende bevolking. Bijzonder aan dit project is dat het model toepasbaar is op allerlei uitbraken. Zo kan het model ook gebruikt worden om de bron van een legionella uitbraak op te sporen. Ten tweede zijn analyses gemaakt van de clustering in ruimte en tijd van longontstekingen in Nederland aan de hand van ziekenhuisopnames. Het onderzoek laat zien dat ziekenhuisopnames met longontsteking sterk zijn geclusterd in ruimte en tijd. De analyses tonen dat incidentie is verhoogd in de winter, en dat in alle seizoenen de hoogste incidentie wordt waargenomen in gebieden met hoge graad van urbanisatie en hoge dierdichtheid. Mogelijk worden deze verhogingen veroorzaakt door verhoogde concentraties van fijnstof in deze gebieden.

Dreiging van zoönosen

Infectieziekten die van dier naar mens worden overgedragen (zoönosen) vormen een bedreiging voor de volksgezondheid. Voorbeelden waarop het ontwikkelde model van toepassing kan, zijn de vogelgriepepidemieën en de Q-koortsepidemie in Nederland. Om dergelijke uitbraken effectief te kunnen bestrijden, is het belangrijk dat infecties snel worden herkend en dat de bron tijdig wordt opgespoord.

Meer informatie

]]>
news-3508 Thu, 24 Jan 2019 10:44:27 +0100 Virologieprijs voor onderzoek naar door insecten overdragen virussen https://www.knaw.nl/nl/actueel/nieuws/beijerinck-virologie-prijs-voor-onderzoek-naar-zika-en-denguevirus Wetenschapper Eva Harris krijgt de Beijerinck Virologie Prijs van de KNAW voor haar uitmuntende internationale onderzoek naar Arbovirussen. Deze virussen worden door insecten op mensen worden overgedragen en veroorzaken infectieziekten. Voorbeelden van deze virussen zijn het dengue-, zika-, chikungunya-virus. Ook ontvangen 2 postdoc-onderzoekers Beijerinck Premies voor hun onderzoek naar luchtwegvirusinfecties en griepvirus. news-2972 Wed, 12 Sep 2018 20:00:00 +0200 Onderscheidingen voor wetenschappelijke excellentie en maatschappelijke impact https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderscheidingen-voor-wetenschappelijke-excellentie-en-maatschappelijke-impact/ 6 toponderzoekers ontvingen vandaag een NWO-Spinozapremie en de -Stevinpremie uit handen van minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Celbioloog Anna Akhmanova nam vandaag een Spinozapremie in ontvangst en viroloog Marion Koopmans kreeg een Stevinpremie. Beide wetenschappers doen onderzoek met subsidie van ZonMw. Uitreiking 

De Spinoza- en de Stevinpremies zijn de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap. Tijdens de uitreiking vertelden de laureaten wat hun onderzoek inhoudt en waar ze de onderzoekspremie van 2,5 miljoen euro voor willen inzetten. 

 

Stevinpremie voor Marion Koopmans

Prof. dr. Marion Koopmans is hoogleraar virologie aan het Erasmus MC in Rotterdam. Haar onderzoek richt zich op de overdracht van virussen van dieren op mensen (zoönosen) en op grootschalige verspreiding tussen mensen (uitbraken en pandemieën). Het creëren van wereldwijde netwerken om infectieziekten systematisch en grootschalig te bestrijden, vormt een rode draad in het werk van Koopmans. Marion Koopmans verwacht grote impact met haar onderzoek: ‘Ik wil ervoor zorgen dat we in de toekomst samen beter voorbereid zijn op nieuwe infecties. Dan kunnen we proactief – en niet reactief - handelen, omdat we eerder uitbraken op het spoor zijn.’ 

Spinozapremie voor Anna Akhmanova

Kennis van hoe gezonde cellen functioneren, helpt ons te begrijpen wat er op celniveau misgaat bij ziekten zoals de ziekte van Alzheimer, ALS en kanker. Prof. dr. Anna Akhmanova, hoogleraar cellulaire dynamica aan de Universiteit Utrecht, is wereldwijd een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van de celbiologie van het cytoskelet. Akhmanova heeft een aantal baanbrekende ontdekkingen gedaan die laten zien waar het cytoskelet precies voor is en welke mechanismen aan de functies van dit cytoskelet ten grondslag liggen.

Wat is het verschil tussen de Stevin- en Spinozapremie?

Dit jaar ontvangen 2 onderzoekers voor het eerst de Stevinpremie. Bij de Spinoza- en de Stevinpremie staat de kwaliteit van de onderzoeker voorop. Bij de Spinozapremie ligt de nadruk op het wetenschappelijke werk en fundamentele vraagstukken. De Stevinpremie honoreert vooral de maatschappelijke impact van onderzoek. 

 

Meer informatie

]]>
news-2960 Fri, 07 Sep 2018 10:35:44 +0200 Tijgermug vaker op vakantie in Nederland https://www.umcutrecht.nl/nl/Over-Ons/Nieuws/2018/Tijgermug-vaker-op-vakantie-in-Nederland Voor het door ons gefinancierde TIARA-project zoeken UMC Utrecht en het RIVM reizigers voor deelname aan onderzoek naar exotische virusinfecties. De kans dat dit soort infecties zoals dengue gaan voorkomen in Nederland wordt groter. Muggen uit exotische landen, zoals de tijgermug, zien we namelijk steeds vaker in Nederland. Deze muggen kunnen zich steeds beter handhaven binnen Europa. news-2798 Fri, 27 Jul 2018 09:02:49 +0200 Kunt u nog wel lekker zwemmen deze zomer? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kunt-u-nog-wel-lekker-zwemmen-deze-zomer/ Als het warmer wordt en de zomer vordert, is het steeds aantrekkelijker om een lekkere duik te nemen in natuurwater. Maar is dit wel zo’n goed idee? Wat zwemt er met u mee? Darmbacterie kopje onder

Darminfecties bij mensen worden o.a. veroorzaakt door de bacterie Campylobacter. De bacterie verspreidt zich meestal van landbouwhuisdieren naar mensen. De bacterie komt ook voor bij wilde vogels en in oppervlaktewater. De bijdrage van deze bronnen aan humane infectie is grotendeels onbekend.
 
Het RIVM onderzoekt met verschillende partners de oorsprong en verspreiding van Campylobacter in het milieu. Het onderzoek leidt tot acties die ondernomen kunnen worden om het verspreiden van de bacterie via het milieu te voorkomen.

Een slok afvalwater

U kunt bijvoorbeeld blauwalg tegenkomen in het zwemwater. De blauwalg is een cyanobacterie, die in de zomer zeer giftige stoffen produceert. Het komt vaak voor dat op de plekken waar blauwalg is een zwemverbod van kracht is. Wanneer er te veel stikstof en fosfor in het oppervlaktewater aanwezig zijn kan dit zorgen voor een overmatige groei van algen en cyanobacteriën. Dit is herkenbaar aan de groene drab die dan op het water drijft. Wanneer de algen en cyanobacteriën vervolgens afsterven ontstaan er zuurstoftekort in het water.

Recent was in het nieuws dat waterschappen mensen afraden te zwemmen in oppervlaktewater vanwege de explosieve groei van blauwalgen.

In ons oppervlaktewater wordt gereinigd huishoudelijk afvalwater geloosd. Huishoudelijk afvalwater is er in verschillende varianten; ‘Zwart water’ is het water dat we wegspoelen na een uitgebreid toiletbezoek. Dit water is het meest vervuilde water. ‘Grijs water’ is afvalwater dat afkomstig is van bad, douche, keuken en (afwas) machine. Grijs water is minder vervuild maar wordt wel meer geproduceerd. Dit afvalwater wordt gereinigd en vervolgens weer in oppervlaktewater geloosd.

Resistente bacteriën

Mensen spoelen regelmatig hun overgebleven medicijnen door het toilet. Deze medicijnresten kunnen grotendeels uit het rioolwater worden gefilterd, maar een deel komt toch in het oppervlaktewater terecht. Dit is slecht voor ons milieu en voor het waterleven. Zo kunnen antidepressiva zorgen voor een gedragsverandering bij kleine waterkreeftjes en vissen.
 
Mensen en dieren scheiden resistente bacteriën uit met de ontlasting en die bereiken via het riool de afvalwaterzuivering. Afvalwaterzuiveringen kunnen het aantal resistente bacteriën, resistentiegenen en resten van antibiotica deels verminderen, maar niet volledig.

Mensen die zwemmen in oppervlaktewater waarin gezuiverd afvalwater wordt geloosd, kunnen deze resistente bacteriën mogelijk binnenkrijgen. De gevolgen hiervan voor de gezondheid moeten nog onderzocht worden.
 
Het RIVM onderzoekt in hoeverre het mogelijk is om resistente darmbacteriën binnen te krijgen door te zwemmen in  oppervlaktewater. Zij zoeken deelnemers voor een zwemmersstudie.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over gezondheidsonderzoek en zorginnovaties. Het genoemde onderzoek van de Campylobacter wordt gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infecties die van dieren overgedragen worden aan de mens, buiten de voedselketen om.

Meer informatie

Wilt u weten waar u veilig kunt zwemmen deze zomer? Op Zwemwater.nl vindt u meer informatie over de waterkwaliteit van het zwemwater in Nederland. Heeft u een specifieke vraag? Dan kunt u bellen met de zwemwatertelefoon in uw provincie.

Hieronder vindt u een lijst met links naar achtergrondinformatie over de onderzoeken uit dit artikel:

]]>
news-2752 Thu, 12 Jul 2018 13:34:38 +0200 Neemt u een teek mee terug van uw zomervakantie? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/neemt-u-een-teek-mee-terug-van-uw-zomervakantie/ De kans is niet heel groot maar teken kunnen ziekten veroorzaken met vervelende gevolgen. Zorg er dus voor dat u geen lyme of andere ziekten die teken overdragen, als souvenir mee terug neemt. Lymeziekte

De meest voorkomende tekenoverdraagbare ziekte in Nederland is de ziekte van Lyme. Jaarlijks lopen mensen meer dan een miljoen tekenbeten op. Hierdoor krijgen 27.000 mensen lymeziekte. Daarvan houden 1000 tot 2500 mensen langdurig klachten, ook na behandeling; zonder dat bekend is hoe dat komt. Patiëntenorganisaties, onderzoekers, beleidsmakers, bedrijven en zorgprofessionals hebben met elkaar in 2016 een actieplan opgesteld over lymeziekte. Een aantal onderzoeksonderwerpen is opgenomen in projecten. Met deze projecten van het RIVM, het Amsterdam UMC en het Radboudumc worden diagnostische testen gevalideerd. Ook willen de onderzoekers inzicht krijgen hoe de Borrelia-bacterie in de patiënt afweerreacties overleeft. En hopen de onderzoekers meer kennis te krijgen over het verloop van lyme bij volwassenen en kinderen.

Tekenhersen(vlies)ontsteking

Een minder vaak voorkomende maar ook ernstige ziekte die via teken wordt overgedragen, is tekenhersen(vlies)ontsteking. Ook wel encefalitis,TBE of FSME genoemd. Wageningen University & Research is samen met Artemis One Health een project gestart om het risico op het vóórkomen en het verspreiden van deze ziekten in Nederland beter in kaart te brengen.

Andere tekenoverdraagbare aandoeningen

Naast de verwekker van lymeziekte en tekenhersen(vlies)ontsteking dragen teken in Nederland  andere (mogelijke) ziekteverwekkers. Onderzoekers van het Amsterdam UMC/UvA brengen andere tekenoverdraagbare aandoeningen in kaart. Ook verbeteren zij diagnostische tests om deze verwekkers aan te tonen.

Tekenkoorts

Naast de verwekker van lymeziekte zijn teken in Nederland regelmatig besmet met verschillende andere bacteriën, parasieten en virussen. Onderzoekers van het Amsterdam UMC zijn in samenwerking met het RIVM bezig andere tekenoverdraagbare aandoeningen in kaart te brengen. Ook verbeteren zij diagnostische tests om deze verwekkers aan te tonen.

Preventie van tekenoverdraagbare aandoeningen

Recent was in het nieuws dat deze zomer veel teken worden verwacht. Ga dus goed voorbereid op vakantie:

  • kijk op www.tekenradar.nl voor recente meldingen van tekenbeten en lyme in Nederland
  • neem een tekenkaart of -tang mee om een teek te verwijderen
  • gebruik DEET

Meedoen aan onderzoek

Een tekenbeet of lyme kunt u melden via tekenradar.nl. Onderzoekers zijn ook op zoek naar mensen met koorts (> 38 °C) na een tekenbeet. Hebt u koorts, ontwikkeld tot maximaal 4 weken na een tekenbeet, dan kunt u dit ook melden via tekenradar.nl.

Grensverleggend onderzoek

ZonMw stimuleert kennisontwikkeling over preventie, diagnostiek en behandeling van deze tekenoverdraagbare ziekten. De genoemde onderzoeken worden gefinancierd vanuit het programma Non-alimentaire zoönosen. Non-alimentaire zoönosen zijn infectieziekten die van dieren overgedragen worden aan de mens, buiten de voedselketen om. Dit is ook mogelijk via dragers (vectoren) of via de omgeving. Vectoroverdraagbare ziekten zijn ziekten die door tussenkomst van bijvoorbeeld een mug of een teek (de vector) van het ene dier naar een ander, of naar een mens, worden overgedragen.

Meer informatie

]]>
news-2753 Mon, 09 Jul 2018 14:21:00 +0200 Meer longontstekingen bij geiten- en pluimveebedrijven https://beroepsziekten.nl/content/meer-longontstekingen-bij-geiten-en-pluimveebedrijven Recent onderzoek toont aan dat mensen die in de buurt van een geiten- of een pluimveeboerderij wonen, vaker last hebben van een longontsteking. Hoe langer men buiten verblijft en hoe dichter bij de veehouderij, hoe groter het risico. Systematische informatie over werknemers ontbreekt.  

]]>
news-2633 Fri, 22 Jun 2018 17:39:29 +0200 500.000 tekenbeten in juni en juli verwacht https://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2018/500_000_tekenbeten_in_juni_en_juli_verwacht Onderzoekers van het RIVM en Wageningen University & Research verwachten dat we in juni en juli ruim 500.000 tekenbeten oplopen, de helft van het jaarlijkse aantal tekenbeten. Via tekenradar.nl kun je zien waar in de afgelopen periode veel mensen zijn gebeten door een teek. En waar mensen de ziekte van Lyme hebben opgelopen. Je kunt jezelf op deze website ook aanmelden voor deelname aan onderzoek als je een tekenbeet of lyme hebt opgelopen.  

]]>
news-2614 Tue, 19 Jun 2018 09:19:35 +0200 Samenwerking vergroot kans op vervolgonderzoek Q-koorts https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/samenwerking-vergroot-kans-op-vervolgonderzoek-q-koorts/ Met 16 onderzoeken naar Q-koorts probeerde Q-support de geheimen van deze onbekende ziekte te ontrafelen. Veel werd duidelijk, maar nog steeds is de Q, die voor query (vraagteken) staat, actueel. Want veel van de langetermijngevolgen zijn nog onbekend. En van een afdoende behandeling voor het Q-koortsvermoeidheidsyndroom is nog steeds geen sprake. ‘Dat maakt vervolgonderzoek echt noodzakelijk’, zegt Annemieke de Groot, directeur van Q-support 2.0. Daarom biedt de samenwerking met ZonMw perspectief. Dat is goed nieuws, zo vlak voor de Dag van de Q-koortspatiënt op 20 juni. De nieuwe opdracht die Q-support in mei van dit jaar van het ministerie van VWS kreeg, voorziet niet langer in het initiëren van wetenschappelijk onderzoek. Annemieke de Groot: ‘Q-support 2.0, zoals we sinds mei heten, gaat met name zorgen voor een goede overdracht van patiënten naar de circa 155 gemeenten van herkomst, de gemeenten ondersteunen bij die taak en ervoor zorgen dat de ontwikkelde producten en resultaten van Q-support worden geborgd bij reguliere instanties.’

Prangende vragen

De onderzoeksresultaten vormen een belangrijk onderdeel van de ontwikkelde producten. ‘Hoe zorg je er nu voor dat die resultaten beschikbaar blijven voor onderzoekers?’, vraagt De Groot zich hardop af. ‘Aan wie kun je het stokje overdragen? Dat is  belangrijk omdat een aantal van die onderzoeken om een vervolg vraagt. Bovendien zijn er hiaten in de kennis over Q-koorts. Zo laat het onderzoek van Ellen van Jaarsveld c.s. zien dat QVS-patiënten zelfs 9 jaar na de besmetting nog ziek zijn en veel problemen hebben: een lagere kwaliteit van leven en steeds minder betaald werk. De behandeling en vooral de genezing van QVS blijft dus een prangende open vraag.’

Kans op vervolgonderzoek

De samenwerking met ZonMw, dat gezondheidsonderzoek en zorginnovatie financiert,  is een belangrijke stap. ‘Al onze onderzoeken worden met een samenvatting van de resultaten ontsloten op de website van ZonMw, samen met de onderzoeken die ZonMw al eerder naar Q-koorts liet doen. Daarmee blijven ze dus tot in lengte van jaren beschikbaar voor patiënten, onderzoekers en professionals die met patiënten werken. Bovendien komen de onderzoeken in de database van ZonMw, waarin alle informatie rondom onderzoeken wordt geregistreerd. ZonMw kan daarin zien wat er al is onderzocht en welke hiaten er nog zijn. Bij een nieuw onderzoeksprogramma naar infectieziekten, dat waarschijnlijk in 2019 van start gaat, is dat natuurlijk zeer behulpzaam. Hopelijk gaat dat leiden tot nieuwe onderzoeksvoorstellen over Q-koorts. Die kans is door de samenwerking met ZonMw aanzienlijk toegenomen. Het is erg fijn dat ZonMw zich hier sterk voor maakt. Zij zijn met ons van mening dat zo’n grote epidemie ook kansen biedt om meer van deze ziekte te begrijpen.’

(bron: www.q-koorts.nl)

]]>