Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de CATS studie (Clonidine Augmentation Treatment Study) is bestudeerd of een 6-weekse toevoeging van een lage dosering clonidine aan de bestaande medicatie van patiënten met schizofrenie de symptomen van de aandoening kan verminderen. Clonidine is een middel dat al tientallen jaren wordt voorgeschreven als bloeddrukverlagend middel, en wordt goed verdragen. Daarnaast werkt clonidine ook als zogenaamde neurotransmitter (boodschapperstof) in de hersenen, en wordt het toegepast bij verschillende psychiatrische aandoeningen, maar nog niet bij schizofrenie. Eerder onderzoek in onze groep heeft uitgewezen dat een eenmalige dosering van het middel sommige basale klachten bij patiënten doet verminderen, vandaar dat we in de CATS studie de effecten van een langere, 6-weekse, periode hebben onderzocht. De resultaten wijzen uit dat clonidine inderdaad een gunstig effect heeft: de patiënten die met clonidine behandeld werden vertoonden minder negatieve symptomen dan de patiënten die niet met clonidine behandeld werden. Daarnaast verbeterde de verwerking van prikkels van buitenaf in de behandelde patiënten, al was dit niet in alle gevallen merkbaar. Over het algemeen zijn onze verwachtingen in deze studie waargemaakt echter, meer onderzoek is nodig om clonidine grootscheeps in de behandeling van schizofrenie in te gaan zetten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De resultaten uit onze studie geven aan dat een 6-weekse toevoeging van 50 microgram clonidine aan de antipsychotische behandeling van patiënten met schizofrenie hun verstoorde zogenaamde “prepulse inhibitie van de schrikreactie” significant verbeterde, en wel tot een dusdanig niveau dat het niet meer afweek van dat van gezonde proefpersonen. Deze verbetering zagen wij niet in de niet met clonidine behandelde patiënten. De schrikreactie maat wordt algemeen verondersteld iemands vermogen te meten om irrelevante prikkels uit hun omgeving te negeren. Patiënten met schizofrenie rapporteren bijvoorbeeld vaak dat ze overprikkeld raken door allerlei nutteloze prikkels uit hun omgeving waar gezonde mensen doorgaans niet op reageren, omdat het brein van gezonde mensen deze nutteloze prikkels wegfilteren voordat ze het bewustzijn kunnen bereiken. Clonidine verbetert deze belangrijke, onbewuste filterfunctie dus aanzienlijk. Een ander aspect dat verbeterde in de patiënten die we wel behandelden, ten opzichte van de patiënten die we niet behandelden met clonidine, is dat er ook bewuste aandachtsmaten significant verbeterden (en wel de zogenaamde P200 amplitude). Belangrijker echter is dat we niet alleen vonden dat clonidine deze basale informatieverwerkingsmaten verbeterde, maar ook een significante verbetering bewerkstelligde in de (negatieve) symptomen van de behandelde patiënten, allen dus ten opzichte van de niet met clonidine behandelde patiënten. De negatieve symptomen, zoals bijvoorbeeld depressieve gevoelens of het vermijden van sociaal contact, staan er om bekend zeer moeilijk te behandelen te zijn in patiënten met schizofrenie. Er zijn bij ons geen medische behandelingen bekend die de negatieve symptomen significant verbeteren, dus onze bevinding dat clonidine dit wel bewerkstelligd is zeer bemoedigend. Een kanttekening echter is dat er ook nog maten waren waar onze behandeling met clonidine geen verbetering liet zien - maar daarentegen gelukkig ook geen verslechtering. Samenvattend laat onze studie dus een eerste voorzichtig positief resultaat zien van een aanvulling met een lage dosering clonidine op de antipsychotische behandeling van patiënten met schizofrenie. Er zal echter nog aanvullend onderzoek nodig zijn voordat clonidine op grote schaal bij de behandeling van schizofrenie ingezet kan worden.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Tussen de 20-30% van patiënten met schizofrenie hebben weinig, of zelfs geen, baat van de hedendaags toegepaste medicatie. Recente studies laten een vermindering van sommige symptomen zien, na een aanvulling met een 1‑malige, lage dosis clonidine op de bestaande medicatie van patiënten met schizofrenie. Vermoedelijk wordt dit gunstige effect bereikt door het stimuleren van bij schizofrenie betrokken hersengebieden. Dit project bestudeert of ook de symptomen van de bovengenoemde groep patiënten verminderd kunnen worden als deze clonidine behandeling langer (6 weken) wordt toegepast. Inmiddels loopt dit project ongeveer 1.5 jaar, en zijn er 12 controle deelnemers en 4 patiënten geïncludeerd. Daarnaast zijn wij op dit moment in contact met 2 geïnteresseerde patiënten. Wij hadden verwacht iets verder te zijn in onze rekrutering, maar er zijn wat vertragende factoren. Ten eerste is er een arts in opleiding op dit project aangesteld, die altijd halftijds hun opleiding tot specialist (psychiater) volgen en halftijds aan hun PhD project werken. Ten tweede, en meer onverwachts, duurde het meer dan een jaar om de studie medicatie geleverd te krijgen, waardoor we pas patiënten konden werven vanaf mei 2015. Tot slot zijn er twee andere grote patiënten studies in ons centrum gestart, voor welke grotendeels dezelfde soort patiënten gerekruteerd dienen te worden. Natuurlijk hebben we al de nodige acties ondernomen om onze patienten inclusie te verhogen, en we verwachten hiervan spoedig resultaat. Er zijn gezien het prille stadium van dit project, verder nog geen noemenswaardige experimentele resultaten te melden, behalve dat de data bij een kleine inspectie er betrouwbaar uit zagen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ons project betreft een zogenaamde “randomized clinical trial” (RCT), waarbij de behandeling, en daarmee ook de data, geblindeerd worden voor zowel de patiënt als de betrokken onderzoekers. Gezien het feit dat de inclusie van proefpersonen nog niet is afgelopen, zijn er daarom nu nog geen experimentele resultaten voorhanden. We hebben natuurlijk wel een eerste inspectie uitgevoerd, en daaruit bleek dat de data die tot nog toe verzameld zijn zonder problemen en volgens de gebruikelijke, gestandaardiseerde, methoden te verwerken waren. Met andere woorden, de tot nog toe verzamelde data zien er betrouwbaar uit.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Between 20-30% of schizophrenia patients have little benefit, if any at all, from the currently available antipsychotics, including clozapine. Treatment of these patients remains a persistent public health issue, as they are often highly symptomatic, have a severely reduced quality of life and need extensive periods of hospital care. They also require a disproportionately high amount of the total health costs for schizophrenia. There is a desperate and urgent need for alternative treatments for this vulnerable group. A potential effective strategy for these patients could be the augmentation of antipsychotic medication with clonidine. Clonidine is a central noradrenergic alpha2-receptor agonist that is normally used as an antihypertensive agent. However, recent evidence from our research group, as well as early literature, point towards a potential beneficial effect of clonidine in schizophrenia, presumably by restoring prefrontal cortical functions. If these functions would indeed be restored, then augmentation of the patients’ current medical treatment with clonidine is not only expected to ameliorate their positive symptoms, but also their notoriously difficult to treat negative symptoms and cognitive deficits. Patients, to whom society would otherwise be committed to treat or hospitalize for long periods of time, may now become integrated in society again.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website