Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van het project was het terugdringen van antibioticumgebruik bij luchtweginfecties, in het bijzonder rhinosinusitis en acute hoest. Het project is uitgevoerd met Cohesie, een coöperatie van 100 huisartsen in Noord-Limburg en de Samenwerkende Apotheken Noord Limburg (SANL). De interventie is uitgevoerd op het niveau van FTO-groepen (overleg tussen huisartsengroepen en apothekers over farmacotherapie). Acht FTO-groepen (77 huisartsen) deden mee aan het project. Deze groepen maakten allemaal deel uit van de Coöperatie. Vier groepen werden op basis van toeval ingedeeld in de interventiegroep en vier groepen werden ingedeeld in de controlegroep. De interventie bestond uit een training gesprekstechniek, elektronisch voorschrijfsysteem met mogelijkheid voor eigen formularium, implementatie uitgesteld recept in voorschrijfsysteem, en feedbackcijfers op FTO-niveau. Het idee achter een uitgesteld recept is dat een antibioticumkuur in de apotheek kan worden afgehaald in geval de klachten aanhouden of verergeren zonder nogmaals naar de huisartspraktijk te komen. De training gesprekstechniek werd uitgevoerd met een acteur die als patiënt optrad. De afspraken die elke FTO-groep maakte over niet medicamenteuze adviezen, uitgesteld recept en antibiotica werden vastgelegd in het EVS. Multilevel analyses (MLA) zijn uitgevoerd om het effect van de interventie te analyseren. Hiervoor is een multilevel linear regressie model met drie niveaus gebruikt: 1) antibioticumrecept; 2) huisarts en 3) FTO. Daarnaast is aan een steekproef van patiënten gevraagd een korte vragenlijst in te vullen over hun ervaringen met de zorg rond antibiotica. De interventie bleek te leiden tot een daling in het aantal antibioticumrecepten voor volwassenen maar niet voor kinderen. In zowel de interventie- als de controlegroep was het aantal recepten voor antibiotica in de nameting lager, maar in de interventiegroep was de daling bij volwassen bijna 30% groter dan in de controlegroep. Het aandeel uitgestelde recepten is klein in verhouding tot het totaal aantal antibiotica recepten (1.6% van alle recepten). Het merendeel van de uitgestelde recepten is voor kinderen. Zij worden in een minderheid van de gevallen opgehaald. Het gaat om een eenvoudige interventie die al tot resultaten leidt. Afspraken werken het beste als ze op kleine schaal (FTO-groep) worden gemaakt en nageleefd. Maar voor de interventie geldt dat verschillende onderdelen arbeidsintensief en duur zijn als ze op het niveau van een FTO-groep worden georganiseerd. Het organiseren van de interventie blijkt heel goed mogelijk door een zorggroep, zoals een coöperatie van huisartsen, omdat die over stafkracht (capaciteit) beschikt en anderzijds zorgt voor het vertrouwen bij de deelnemers.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit de vergelijking tussen interventie- en controlegroep bleek dat in beide groepen het aantal recepten voor antibiotica daalde tussen de voor- en nameting. In de interventiegroep van 11.749 recepten naar 9700 recepten en in de controle groep van 16.402 naar 14.314 recepten. Gemiddeld schreven de huisartsen in de FTO-groepen in de interventiegroep in de voormeting 313 recepten voor antibiotica voor, in de nameting was dat 243 recepten. De daling tussen de voor- en nameting binnen de interventiegroep was significant. Gemiddeld schreven de huisartsen in FTO-groepen in de controlegroep in de voormeting 437 recepten voor, in de nameting was dat 382 recepten. De daling tussen de voor- en nameting binnen de controlegroep was significant. De daling in het aantal antibioticarecepten is groter in de interventiegroep dan in de controlegroep; de verschillen zijn net niet significant, wat te wijten is aan een power probleem (er is een multilevel analyse uitgevoerd met kleine aantallen). Het verschil tussen de interventiegroep en de controlegroep is vrijwel volledig toe te schrijven aan het feit dat de interventiegroep in de nameting minder vaak antibiotica voorschrijft aan volwassen patiënten; voor kinderen worden geen verschillen gevonden. De daling bij volwassenen is in de interventiegroep bijna 30% groter dan in de controlegroep. In alle FTO-groepen uit de interventiegroep zijn huisartsen die een uitgesteld recept hebben uitgeschreven, gemiddeld per FTO-groep 39,8 uitgestelde recepten [range 20-67). Hiervan was 62% voor kinderen waarvan het merendeel onder de 12 jaar. Op het totaal aantal afgeleverde antibiotica recepten is het aantal uitgestelde recepten erg klein (1.6% van het aantal afgeleverde recepten). In de enquête onder patiënten met een recept is gevraagd hoeveel mensen met een uitgesteld recept een antibioticum zijn gaan halen in de apotheek. Van de 10 respondenten met een uitgesteld recept bleken er 4 het recept te hebben opgehaald. De zes mensen die het niet op gingen halen, gaven aan dit niet te hebben gedaan omdat de klachten overgingen of minder werden en 1 respondent wilde liever geen antibioticum slikken. Er zijn geen nadelige effecten gerapporteerd van de uitgestelde recepten. Meer dan de helft van alle respondenten met een gewoon recept verwachtte vooraf, zowel in de controle als in de interventiegroep, een recept te krijgen (61.5% interventiegroep, 57.1% controlegroep). In beide groepen gaf 69% van de mensen aan dat het recept een gezamenlijke beslissing van de huisarts en de patiënt was. Beide groepen voelden zich even goed geïnformeerd over de diagnose, het recept en hoe het te gebruiken. Wat betreft de kosten is op basis van de mix aan antibiotica die door de deelnemende huisartsen werden voorgeschreven berekend dat per recept dat minder werd voorgeschreven ongeveer €14 bespaard kan worden (bron voor prijzen www.gipdatabank.nl). Gemiddeld schreven huisartsen in interventiegroep 70 recepten minder voor, huisartsen in de controlegroep schreven per huisarts 55 recepten minder voor. Huisartsen in de interventiegroep besparen daarmee (vergeleken met de controlegroep) €210 per huisarts. De kosten voor een training van het FTO bedragen: 3x1 uur voorbereiding door FTO-adviseur en 3x1,5 uur training (bijeenkomst inzake EVS, bijeenkomst inzake training, evaluatiebijeenkomst), wat neerkomt op een tijdsinvestering van 7.5 uur exclusief reistijd. Uitgaande van een uurloon van 150 euro zijn de kosten voor de trainingen €1125. Daarbij komen nog de kosten voor de acteur (€130). De materialen zijn ontwikkeld en worden gratis aangeboden. Dit betekent dat de kosten per FTO-groep neerkomen op €1255. Gemiddeld bestonden de FTO-groepen in ons onderzoek uit 9-10 huisartsen. Uitgaande van een groep van 10 huisartsen zijn de bespaarde kosten per FTO-groep €2100. Dit betekent dat met de interventie per FTO-groep ongeveer €845 bespaard wordt op jaarbasis als de groep uit 10 huisartsen bestaat. De interventie levert meer op dan deze kost als de FTO-groep bestaat uit 7 of meer huisartsen.

 

 

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Problem/relevance: Antibiotic resistance is a growing problem worldwide with considerable costs. It is mainly driven by inappropriate use. Established and newly emerging infectious diseases are increasingly threatening the health of the population. Moreover, for some complaints antibiotic prescribing does not improve outcomes for patients. Therefore, it is necessary to look for measures that improve prescribing in antibiotics and that stimulate both health professionals and patients to consider their role in antibiotic use. One method to do so is the so-called wait-and-see prescription (WASP) or delayed prescription. In other countries, such postponed prescription has shown to be an effective means of reducing antibiotic usage for acute respiratory infections, allowing adequate control of symptoms while providing high levels of patient satisfaction

Aim: To reduce the use of antibiotics in upper respiratory tract infections (URTI) in primary care by using the wait and see prescription - WASP.

Intervention: GPs discuss with their patients to fill their prescription only in case their complaints persist (WASP).

Strategy: A controlled intervention study with pre- and post test with an intervention and a control group. Ten Pharmaceutical Therapy Audit Meeting groups (PTAMs) including 100 general practitioners and 28 public pharmacies will be randomly assigned to either the intervention or the control group.

Patients: All patients who consult their GP with URTI are in principal eligible to receive a wait-and-see prescription. Since, preferably, GPs should not prescribe antibiotics to patients with URTI, in practice only those patients for whom GP and/or patient decides or wants an antibiotic will receive a WASP.

Methods: GPs and pharmacists in the intervention-PTAMs will be trained in their PTAM on the principles of WASP and on how to implement this in clinical practice. Special attention will be paid to communication strategies with patients. PTAMs make agreements on how and when to propose a WASP to patients. These agreements are electronically stored and GPs are electronically reminded to these WASP-agreements when they want to prescribe an antibiotic for URTI. The primary outcome measure in this study is whether or not a patient fills an antibiotic prescription. Secondary outcome measures include the occurrence of complications and patients’ judgement on quality of care. Data will be collected from GPs’ and pharmacists’ electronic medical records and from patient, GP and pharmacist questionnaires.

Expected results: A decrease in irrational use of antibiotics in patients with URTI and an improved communication between professionals and patients on antibiotic use.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website