Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De vereniging Jeugdartsen Nederland (AJN) heeft in haar pledge aangegeven zich uitdrukkelijk in te willen zetten voor demedicaliseren en normaliseren, o.a. door het optimaliseren van de kansen op de arbeidsmarkt voor jeugdigen. Bij ziekteverzuim kan de jeugdarts hierin bij uitstek een rol spelen: door minder verzuim kunnen de schoolprestaties toenemen; de kansen op de arbeidsmarkt worden aanzienlijk verhoogd door het behalen van een startkwalificatie. Bovendien draagt de preventie van ziekteverzuim ook bij aan het verhogen van de kans op gezondheid en het verlagen van de kans op criminaliteit

op latere leeftijd.

 

Spijbelen (ongeoorloofd schoolverzuim) en omvangrijk ziekteverzuim (geoorloofd schoolverzuim) zijn ernstige en frequent voorkomende problemen; ze zijn gerelateerd aan voortijdige schoolverlating, het verlaten van school zonder startkwalificatie. Vooral op het mbo is vaak sprake van schoolverzuim en voortijdige schoolverlating. Ook de achterliggende problematiek is op het mbo vaak complex:

uit verschillende onderzoeken bij mbo'ers komen psychische, psychiatrische problemen, gedragsproblemen, de thuissituatie, zwangerschap/ouderschap, contact met de politie, schulden en etniciteit als belangrijkste risicofactoren voor verzuim naar voren.

 

Het consequente en eenduidige spijbelbeleid ter voorkoming van ongeoorloofd schoolverzuim, heeft mogelijk een toename van het geoorloofde ziekteverzuim veroorzaakt. Vanwege de hoge frequentie van ziekteverzuim en de vaak complexe

achterliggende problematiek op het mbo, kan de preventieve jeugdgezondheidszorg (JGZ) een belangrijke rol vervullen bij het aanpakken van ziekteverzuim en dus bij de preventie van voortijdige schoolverlating op het mbo.

 

De AJN hecht daarom veel belang aan de rol van de jeugdarts bij een interventie die gericht is op terugdringen van

ziekteverzuim op het mbo. De AJN besteedt in haar pledge tevens speciale aandacht aan jeugdigen met psychiatrische

problematiek (zoals ADHD, ASS, depressie, middelengebruik), die ook een plek op de arbeidsmarkt verdienen. Het is van

belang te onderzoeken of deze en andere factoren de succeskans van een dergelijke interventie beïnvloeden, zodat inzichtelijk kan worden gemaakt of en hoe de interventie voor bepaalde subgroepen van mbo'ers aangepast moet worden.

 

Op het voorgezet onderwijs is de M@ZL methodiek ontwikkeld ,gebaseerd op de handreiking “Snel terug naar school is veel beter!”. De interventie M@ZL, die - als onderdeel van deze handreiking - wordt uitgevoerd door de jeugdarts, is op het VMBO effectief gebleken. Omdat mbo'ers vaak afkomstig zijn van het VMBO en vermoedelijk dezelfde determinanten hebben van ziekteverzuim als VMBO-leerlingen, zijn inmiddels ook ziekteverzuimmethodieken ontwikkeld voor mbo'ers op basis van dezelfde handreiking. Hiervan is de methodiek 'M@ZL op het mbo' erkend als goed onderbouwd.

 

Ons doel is de evaluatie van de interventie 'M@ZL op het mbo.

 

Methode

In een gecontroleerd design werd onderzocht wat de effecten zijn van de M@ZL methodiek op het MBO en van de verwijzing

naar en het consult bij de jeugdarts op de omvang van het ziekteverzuim van de leerlingen met zorgwekkend ziekteverzuim, op de leerprestaties en op psychometrische uitkomsten.

 

Vanaf januari tot december 2016 (T0) zijn studenten met zorgwekkend ziekteverzuim op de interventie- en controlescholen gevraagd om deelname aan de studie. Vragenlijsten zijn afgenomen vlak na het vaststellen van het zorgwekkend ziekteverzuim (T0), en na 6 maanden (T1). Vragen werden o.a. gesteld over gedragsdeterminanten, psychologische en/of psychiatrische factoren, ongeoorloofd verzuim en ziekteverzuim. In de interventiegroep werd gevraagd naar ervaringen met en effecten van het consult bij de jeugdarts.

 

Bij de statistische analyses zijn regressie analyses en onafhankelijke t-testen uitgevoerd. De ervaringen van de student met de verschillende elementen van de interventie M@ZL op het MBO, uitgevoerd door de jeugdarts, zijn in kaart gebracht met beschrijvende analyses.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

DEELNAME LEERLINGEN: voor de selectie van de participanten is gekeken of ze tussen december 2015 en december 2016

voldeden aan de criteria van zorgwekkend ziekteverzuim. Voor de interventiegroep zijn van 414 leerlingen baseline

vragenlijsten ontvangen. Hiervan voldeden 209 leerlingen aan de criteria van zorgwekkend ziekteverzuim. In de controlegroep is van 359 leerlingen een baseline vragenlijst ontvangen. Hiervan voldeden 195 leerlingen aan de inclusiecriteria van zorgwekkend ziekteverzuim.

 

De meeste leerlingen zijn van Nederlandse afkomst (93,5 %). De leerlingen zijn gemiddeld 18,73 jaar (SD 2,24). Wanneer

onderscheid wordt gemaakt tussen de interventie-en controlegroep op de demografische variabelen, zijn verschillen waarneembaar: in de interventiegroep zitten meer jongens, de controlegroep doet vaker opleidingsniveau vier.

 

PROCES EVALUATIE: De M@ZL methodiek is op het MBO geëvalueerd onder leerlingen en jeugdartsen. Jeugdartsen vulden in totaal 35 evaluatieformulieren in, waarvan er 18 afkomstig waren van consulten met leerlingen die ook de baseline vragenlijst hadden ingevuld en die voldeden aan de criteria van zorgwekkend ziekteverzuim.

De toepassing van de M@ZL methodiek wordt als (heel) zinvol ervaren door jeugdartsen. Ook de toepassing van het

biopsychosociale model en de zelfredzaamheidsmatrix worden als zinvol ervaren door de jeugdartsen.

De MBO-leerlingen gaven een relatief hoge beoordeling na het consult met de jeugdarts in het kader van M@ZL.

 

EFFECT EVALUATIE: Voor de effectevaluatie is gekeken naar de verschillen tussen de interventie- en controle groep.

Onafhankelijke t-testen op de verschilscores van de continue variabelen lieten zien dat er een significant verschil is over de tijd tussen de controle- en interventiegroep op het aantal zelfgerapporteerde ziekmeldingen, deze verandering is ten gunste van de

interventietroep. Er worden ook significante positieve verschillen gevonden wanneer logistische regressies werden gedaan op discrete variabelen gecorrigeerd voor dezelfde waarde op de baseline. Voor de interventiegroep t.o.v. de controlegroep op twee items binnen de zelfredzaamheidsmatrix werden positieve veranderingen gevonden voor de interventiegroep: ‘voor jezelf

zorgen - denk aan eten, wassen, aankleden, boodschappen doen’ en ‘vrienden – denk aan steun van familie en vrienden’.

 

CONCLUSIE: De resultaten van deze studie bieden veel inzicht in de kenmerken van MBO leerlingen die frequent of lang verzuimen. Bij de evaluatie van de effecten bleek dat er in de interventiegroep een aantal positieve effecten werden vastgesteld ten opzichte van de controlegroep. Zo was er een significante verandering binnen de interventiegroep ten opzichte van de verandering binnen de controlegroep voor het aantal zelfgerapporteerde ziekmeldingen en voor de items ‘voor jezelf zorgen -

denk aan eten, wassen, aankleden, boodschappen doen’ en ‘vrienden – denk aan steun van familie en vrienden’. Voor de overige uitkomstmaten werden geen significante verschillen gevonden.

Opgemerkt moet worden dat er in de controlegroep óók verzuimbeleid werd toegepast; maar het verschil was dat er op de controlescholen geen gebruik werd gemaakt van de jeugdarts.

In deze studie werden in de interventiegroep relatief weinig bezoeken in verband met verzuim aan de jeugdarts geregistreerd. Dit kan verschillende redenen hebben, namelijk dat M@ZL nog niet volledig geïmplementeerd is op alle mbo’s, dat de school zelf andere hulp aanbiedt of dat er buiten school andere hulp aan wordt geboden. Daarnaast voldeden leerlingen die naar de jeugdarts werden doorverwezen niet altijd aan de criteria van zorgwekkend ziekteverzuim die in het onderzoek gesteld zijn. De

vaste criteria van doorverwijzing zijn op het MBO losgelaten (in vergelijking met het voorgezet onderwijs). Ook is het mogelijk dat een aantal leerlingen niet naar het consult kwam. Soms waren er studierichtingen waar relatief veel leerlingen warden gezien door de jeugdarts, zonder dat de betreffende studierichtingen meededen aan dit onderzoek.

De jeugdartsen vulden op een grote meerderheid van de evaluatieformulieren in dat ze de toepassing van de M@ZL methodiek als zeer zinvol ervaarden.

De leerlingen die de jeugdarts bezochten in verband met hun verzuim gaven gemiddeld een 8,3 aan het gesprek met de

jeugdarts.

Opgemerkt moet worden dat ten tijde van de studie de M@ZL methodiek op het MBO relatief nieuw was en dat er werd

gewerkt aan de volledige implementatie.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Spijbelen (ongeoorloofd schoolverzuim) en omvangrijk ziekteverzuim (geoorloofd schoolverzuim) zijn ernstige en frequent voorkomende problemen; ze zijn positief gerelateerd aan voortijdige schoolverlating (vsv), het verlaten van school zonder startkwalificatie. Vooral op het mbo is vaak sprake van schoolverzuim en vsv. Ook de achterliggende problematiek is op het mbo vaak complex: uit verschillende onderzoeken bij mbo'ers komen psychische, psychiatrische problemen, gedragsproblemen, de thuissituatie, zwangerschap/ouderschap, contact met de politie, schulden en etniciteit als belangrijkste risicofactoren voor verzuim naar voren.

 

Het consequente en eenduidige spijbelbeleid ter voorkoming van ongeoorloofd schoolverzuim, heeft mogelijk een toename van het geoorloofde ziekteverzuim veroorzaakt. Vanwege de hoge frequentie van ziekteverzuim en de vaak complexe

achterliggende problematiek op het mbo, kan de preventieve jeugdgezondheidszorg (JGZ) een belangrijke rol vervullen bij het aanpakken van ziekteverzuim en dus bij de preventie van vsv op het mbo.

 

De AJN hecht daarom veel belang aan de rol van de jeugdarts bij een interventie die gericht is op terugdringen van

ziekteverzuim op het mbo. De AJN besteedt in haar pledge tevens speciale aandacht aan jeugdigen met psychiatrische

problematiek (zoals ADHD, ASS, depressie, middelengebruik), die ook een plek op de arbeidsmarkt verdienen. Het is van

belang te onderzoeken of deze en andere factoren de succeskans van een dergelijke interventie beïnvloeden, zodat inzichtelijk kan worden gemaakt of en hoe de interventie voor bepaalde subgroepen van mbo'ers aangepast moet worden.

 

Op het voorgezet onderwijs is de methodiek, M@ZL, ontwikkeld die gebaseerd is op de handreiking “Snel terug naar school is veel beter!”. De interventie M@ZL, die - als onderdeel van deze methodiek - wordt uitgevoerd door de jeugdarts, is op het VMBO effectief gebleken. Omdat mbo'ers vaak afkomstig zijn van het VMBO en vermoedelijk dezelfde determinanten hebben van ziekteverzuim als VMBO-leerlingen, zijn inmiddels ook ziekteverzuimmethodieken ontwikkeld voor mbo'ers op basis van dezelfde handreiking. Hiervan is de methodiek 'M@ZL op het mbo' erkend als goed onderbouwd.

 

Ons doel is de evaluatie van interventie 'M@ZL op het mbo', zoals deze wordt uitgevoerd door de jeugdarts. Een tweede doel is na te gaan of biopsychosociale problematiek en andere factoren de succeskans van de interventie beïnvloeden.

 

In een gecontroleerd design wordt onderzocht wat de effecten zijn van verwijzing naar en het consult bij de jeugdarts op de omvang van het ziekteverzuim van de leerlingen met zorgwekkend ziekteverzuim, op de leerprestaties en op psychometrische uitkomsten. Tevens wordt de zelfredzaamheidsmatrix op meerwaarde geevalueerd door jeugdartsen en mbo'ers.

 

Op basis van een powerberekening en een loss-to-follow-up van 50%, worden 240 leerlingen met zorgwekkend ziekteverzuim

afkomstig van 6 mbo-lokaties, waar M@ZL is geïmplementeerd, geincludeerd (interventiegroep) en 240 leerlingen met

zorgwekkend ziekteverzuim op de 6 andere mbo-scholen (controlegroep).

 

Relevante stakeholders worden betrokken bij het project door het oprichten van een adviesraad. Vanaf mei tot oktober 2016 (T0) worden studenten met zorgwekkend ziekteverzuim op de interventie- als controlescholen

gevraagd om deelname aan de studie; vervolgens worden ze benaderd om vragenlijsten in te vullen. Vragenlijsten worden

afgenomen vlak na het vaststellen van het zorgwekkend ziekteverzuim (T0), en na 3 maanden (T1) en 6 maanden (T2). Vragen worden o.a. gesteld over gedragsdeterminanten, psychologische en/of psychiatrische factoren, ongeoorloofd verzuim en ziekteverzuim. In de interventiegroep wordt gevraagd naar ervaringen met en effecten van het consult bij de jeugdarts.

 

Bij de statistische analyses worden regressie analyses toegepast. Effectmodifactie wordt bestudeerd van o.a. geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, de thuissituatie, etniciteit, psychosociale of psychiatrische problematiek (bijv. depressie, middelenmisbruik,ADHD). De ervaringen van de student met de verschillende elementen van de interventie 'M@ZL door het mbo', uitgevoerd door de jeugdarts, en het hierop volgende zorgpad, worden in kaart gebracht door het uitvoeren van beschrijvende analyses.

De resultaten en aanbevelingen voor implementatie worden gepresenteerd in (inter-)nationale artikelen en op symposia.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project is van start gegaan op 31-12 2014.

 

In september 2015 is er een bewijs van geen bezwaar ontvangen van de Medisch Ethische Toetsings Commissie van het Erasmus MC. Het onderzoek valt niet onder de WMO en kan zonder oordeel van de CMO worden uitgevoerd. Aansluitend op het protocol dat bij de METC is ingediend is er een design paper geschreven; nog niet gepubliceerd.

 

Er is begonnen met het werven van scholen voor deelname aan het project. Via de GGD Amsterdam, GGD regio Utrecht, GGD Brabant en Volksgezondheid Utrecht zijn scholen gevraagd om deel te nemen aan de studie. Scholen die (mogelijk) wilden deelnemen zijn door onderzoekers van het Erasmus MC bezocht om per school een specifiek plan van aanpak voor de dataverzameling te maken.

 

Twaalf grote MBO locaties nemen deel aan de studie. Bij de eerste schoollocatie was er dankzij actieve betrokkenheid van verzuimcoördinator en studenten een volledige deelname bij de eerste 24 deelnemende studenten aan de studie. De andere scholen zijn bezig met de werving van coördinatoren.

 

De jeugdartsen van scholen uit de interventiegroep hebben in januari 2016 een M@ZL-training aangeboden gekregen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De vereniging Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN) heeft in haar pledge aangegeven zich uitdrukkelijk in te willen zetten voor demedicaliseren en normaliseren, o.a. door het optimaliseren van de kansen op de arbeidsmarkt voor jeugdigen. Bij ziekteverzuim kan de jeugdarts hierin bij uitstek een rol spelen: kansen op de arbeidsmarkt worden immers aanzienlijk verhoogd door het behalen van een startkwalificatie. Bovendien draagt dit ook bij aan het verhogen van de kans op gezondheid en het verlagen van de kans op criminaliteit op latere leeftijd.

 

Spijbelen (ongeoorloofd schoolverzuim) en omvangrijk ziekteverzuim (geoorloofd schoolverzuim) zijn ernstige en frequent voorkomende problemen; ze zijn positief gerelateerd aan voortijdige schoolverlating (vsv), het verlaten van school zonder startkwalificatie. Vooral op het mbo is vaak sprake van schoolverzuim en vsv. Ook de achterliggende problematiek is op het mbo vaak complex:

uit verschillende onderzoeken bij mbo'ers komen psychische, psychiatrische problemen, gedragsproblemen, de thuissituatie, zwangerschap/ouderschap, contact met de politie, schulden en etniciteit als belangrijkste risicofactoren voor verzuim naar voren.

 

Het consequente en eenduidige spijbelbeleid ter voorkoming van ongeoorloofd schoolverzuim, heeft mogelijk een toename van het geoorloofde ziekteverzuim veroorzaakt. Vanwege de hoge frequentie van ziekteverzuim en de vaak complexe achterliggende problematiek op het mbo, kan de preventieve jeugdgezondheidszorg (JGZ) een belangrijke rol vervullen bij het aanpakken van ziekteverzuim en dus bij de preventie van vsv op het mbo.

 

De AJN hecht daarom veel belang aan de rol van de jeugdarts bij een interventie die gericht is op terugdringen van ziekteverzuim op het mbo. De AJN besteedt in haar pledge tevens speciale aandacht aan jeugdigen met psychiatrische problematiek (zoals ADHD, ASS, depressie, middelengebruik), die ook een plek op de arbeidsmarkt verdienen. Het is van belang te onderzoeken of deze en andere factoren de succeskans van een dergelijke interventie beïnvloeden, zodat inzichtelijk kan worden gemaakt of en hoe de interventie voor bepaalde subgroepen van mbo'ers aangepast moet worden.

 

Op het voorgezet onderwijs is de methodiek, M@ZL, ontwikkeld die gebaseerd is op de handreiking “Snel terug naar school is veel beter!”. De interventie M@ZL, die - als onderdeel van deze methodiek - wordt uitgevoerd door de jeugdarts, is op het VMBO effectief gebleken. Omdat mbo'ers vaak afkomstig zijn van het VMBO en vermoedelijk dezelfde determinanten hebben van ziekteverzuim als VMBO-leerlingen, zijn inmiddels ook ziekteverzuimmethodieken ontwikkeld voor mbo'ers op basis van dezelfde handreiking. Hiervan is de methodiek 'M@ZL op het mbo' erkend als goed onderbouwd.

 

Ons doel is de evaluatie van interventie 'M@ZL op het mbo', zoals deze wordt uitgevoerd door de jeugdarts. Een tweede doel is na te gaan of biopsychosociale problematiek en andere factoren de succeskans van de interventie beïnvloeden.

 

In een gecontroleerd design wordt onderzocht wat de effecten zijn van verwijzing naar en het consult bij de jeugdarts op de omvang van het ziekteverzuim van de leerlingen met zorgwekkend ziekteverzuim, op de leerprestaties en op psychometrische uitkomsten. Tevens wordt de zelfredzaamheidsmatrix op meerwaarde geevalueerd door jeugdartsen en mbo'ers.

 

Op basis van een powerberekening en een loss-to-follow-up van 50%, worden 240 leerlingen met zorgwekkend ziekteverzuim afkomstig van 6 mbo-lokaties, waar M@ZL is geïmplementeerd, geincludeerd (interventiegroep) en 240 leerlingen met zorgwekkend ziekteverzuim op de 6 andere mbo-scholen (controlegroep).

 

Relevante stakeholders worden betrokken bij het project door het oprichten van een adviesraad.

Vanaf mei tot oktober 2016 (T0) worden studenten met zorgwekkend ziekteverzuim op de interventie- als controlescholen gevraagd om deelname aan de studie; vervolgens worden ze benaderd om vragenlijsten in te vullen. Vragenlijsten worden afgenomen vlak na het vaststellen van het zorgwekkend ziekteverzuim (T0), en na 3 maanden (T1) en 6 maanden (T2). Vragen worden o.a. gesteld over gedragsdeterminanten, psychologische en/of psychiatrische factoren, ongeoorloofd verzuim en ziekteverzuim. In de interventiegroep wordt gevraagd naar ervaringen met en effecten van het consult bij de jeugdarts.

 

Bij de statistische analyses worden regressie analyses toegepast. Effectmodifactie wordt bestudeerd van o.a. geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, de thuissituatie, etniciteit, psychosociale of psychiatrische problematiek (bijv. depressie, middelenmisbruik, ADHD). De ervaringen van de student met de verschillende elementen van de interventie 'M@ZL door het mbo', uitgevoerd door de jeugdarts, en het hierop volgende zorgpad, worden in kaart gebracht door het uitvoeren van beschrijvende analyses.

De resultaten en aanbevelingen voor implementatie worden gepresenteerd in (inter-)nationale artikelen en op symposia.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website