Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Chlamydia trachomatis (chlamydia) is de meest voorkomende bacteriële seksueel overdraagbare aandoening. FemCure onderzoekt de rol van anale chlamydia in een longitudinale multicenter cohort studie waarin vrouwen met chlamydia drie maanden zijn gevolgd. Vrouwen zijn geworven op SOA poliklinieken van drie GGDen (Rotterdam, Amsterdam, Zuid Limburg). Met deze samenwerking tussen wetenschap, beleid en praktijk hopen we concrete aanknopingspunten te krijgen voor de SOA zorg. De vraag is bv. of er meer op anale chlamydia moet worden getest. Bij vrouwen zonder vaginale chlamydia, verdwijnt anale (‘single’) chlamydia vaak al zonder behandeling. Maar we zien ook dat, bij vrouwen met vaginale chlamydia, anale chlamydia juist vaak voorkomt. Doxycycline behandeling heeft een hoge effectiviteit, maar na azitromycine zien we soms nog (levende) chlamydia op de anale locatie. FemCure kijkt momenteel naar de rol van anale infecties in de overdracht van chlamydia (zoals bijvoorbeeld zelf-besmetting).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Met inzet van de juiste combinatie van onderzoeks-en praktijk-strategieën (zoals in FemCure) is het haalbaar om voldoende vrouwen te rekruteren en te behouden in een intensieve cohort studie.

Desondanks zijn vrouwen uit sommige demografische groepen lastiger te rekruteren of te behouden dan andere groepen. Hier blijft aandacht voor nodig, ook bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten.

Uit: Dukers-Muijrers NHTM, Wolffs PF, Eppings L, Götz HM, Bruisten SM, Schim, Loeff MF van der, Janssen K, Lucchesi M, Heijman T, van Benthem BH, Bergen van JE, Morre SA, Herbergs J, Kok G, Steenbakkers M, Hogewoning AA, Vries de HJ, Hoebe CJPA. Design of the FemCure study: prospective multicentre study on the transmission of genital and extra-genital chlamydia trachomatis infections in women receiving routine care. BMC Infect Dis. 2016 Aug 8;16:381.

En

Uit: Dukers–Muijrers HTM, Heijman T, Götz HM, Zaandam P, Wijers J, Leenen J, van Liere G, Heil J, Brinkhues S, Wielemaker A, Schim van der Loeff MF, Wolffs PFG, Bruisten SM, Steenbakkers M, Hogewoning AA, de Vries HJ, Hoebe CJPA. Participation, retention, and associated factors of women in a prospective multicenter study on chlamydia trachomatis infections (FemCure). Plos One [in press]

 

De behandeleffectiviteit van doxycycline is groter dan van azitromycine in anale chlamydia. Gezien het frequent voorkomen van anale chlamydia (en vaak gemist) leidt dit ertoe dat een groot aantal gevallen van chlamydia momenteel in de praktijk onvoldoende wordt behandeld.

Vrouwen die met azitromycine zijn behandeld en na behandeling nog een rectale chlamydia hebben, hebben vaak een ‘levende chlamydia’. De kans op behandelfalen is het grootst bij vrouwen die voorafgaand aan behandeling een levende chlamydia hadden.

Uit: Dukers-Muijrers NHTM, Wolffs PFG, Vries de H, Götz HM, Heijman T, Bruisten S, Eppings L, Hogewoning A, Steenbakkers M, Lucchessi M, Schim van der Loeff MJ, Hoebe CJPA. Treatment effectiveness of azithromycin and doxycycline in uncomplicated rectal and vaginal chlamydia trachomatis infections in women: a multicentre observational study (FemCure). Clin Infect Dis. 2019 Jan 28. doi: 10.1093/cid/ciz050.

en

Uit: Dukers-Muijrers NHTM, Wolffs PFG, de Vries HJC, Götz HM, Janssen K, Hoebe CJPA. Viable bacterial load is key to azithromycin treatment failure in rectally chlamydia trachomatis infected women (FemCure). J Infect Dis 2019 May 20. pii: jiz267

 

Klaring van chlamydia infectie tussen diagnose en behandeling komt niet vaak voor bij vrouwen die zowel een vaginale als een anale infectie hebben. Vaak zijn deze vrouwen niet anaal getest, maar toch anaal positief (dus worden gemist in de praktijk). Vrouwen die een ‘single’ infectie hebben klaren deze infectie vaak spontaan (zonder behandeling).

Uit: Dukers-Muijrers NHTM, Janssen KJH, Hoebe CJPA, Götz HM, Schim van der Loeff MF, de Vries HJC, Bruisten SM, Wolffs PFG. Spontaneous clearance of chlamydia trachomatis accounting for bacterial viability in vaginally or rectally infected women (FemCure). Sex Transm Infect. 2020 Feb 17. pii: sextrans-2019-054267. doi: 10.1136/sextrans-2019-054267. [Epub ahead of print]

 

Er zijn geen risicofactoren (om bv met testen triage te kunnen doen) voor het hebben van een levende chlamydia. Een kleine associatie is gevonden met vaginale symptomen, maar deze factor is niet specifiek genoeg. Het hebben van een anale chlamydia is wel gerelateerd aan de hoogte van de leende chlamydia load.

We zullen de resultaten van de transmissie studie moeten afwachten voor definitieve conclusies, maar zover lijkt het erop dat anale chlamydia een belangrijke rol speelt in de epidemiologie van chlamydia bij vrouwen, met belangrijke gevolgen voor de test-praktijk en ede huidige behandelpraktijk, en de noodzaak tot innovatie in diagnostiek (bijvoorbeeld door te testen op levende chlamydia ipv chlamydia DNA zoals nu gebeurt).

We werken momenteel aan een artikel over factoren gerelateerd aan het hebben van een infectie met levende chlamydia. Resultaten laten zien dat het belangrijk lijkt om vast te stellen of een chlamydia levend is of niet (bij diagnose), maar dat we geen persoonlijke determinanten kunnen vaststellen die voorspellen of een vrouw een diagnose heeft met levende of met dode chlamydia. Dit artikel wordt binnenkort ingediend bij het tijdschrift Sexually Transmitted Infections.

en

Tevens werken we aan een artikel over transmissie na behandeling.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Chlamydia trachomatis is de meest voorkomende bacteriële seksueel overdraagbare aandoening en het aantal infecties blijft, vooral onder jongeren, onveranderd hoog. We weten nu dat Chlamydia bij vrouwen bijna net zo vaak voorkomt op de anale lichaams-lokatie als op de genitale lichaams-lokatie. We weten echter niet welke rol anale infecties spelen in de overdracht van Chlamydia, zoals tussen personen of tussen lichaams-lokaties van een vrouw. Hoewel Chlamydia soms nog voor kan komen na behandeling we niet of dit ‘dode’ bacterie resten zijn en of dit nog kan worden overgedragen. Ook weten we niet of dit verschilt tussen de twee meest gebruikte antibiotica-behandelingen. Met de FemCure studie willen we hier inzicht in krijgen. FemCure is een longitudinale multicenter cohort studie waarin vrouwen met behandelde Chlamydia drie maanden zijn gevolgd. De vrouwen zijn geworven en gevolgd op SOA poliklinieken van drie GGDen (Rotterdam, Amsterdam en Zuid Limburg). Met deze samenwerking tussen wetenschap, beleid en praktijk (MUMC, GGDen, RIVM, SOAAIDS) hopen we binnenkort meer te weten over de overdracht van Chlamydia en concrete aanknopingspunten te hebben voor een verbeterde zorg met aanvullende test en behandel richtlijnen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In maart 2016 zijn we begonnen met de werving van deelneemsters, vrouwen die behandeld zijn voor een Chlamydia-infectie. Dit is uitstekend verlopen en in totaal hebben 560 vrouwen meegedaan. Een vijfde van deze vrouwen bleek na de inclusie toch af te zien van deelname (vanwege de tijd en moeite die het hen naar verwachting zou kosten en doordat zij toch niet op de afgesproken dagen naar de GGD konden komen voor de follow-up bezoeken). Van de vrouwen die wel verder deelnamen heeft bijna iedereen (95%) alle gevraagde materialen ingeleverd en alle vragenlijsten ingevuld tot aan het einde van de follow-up. In december 2017 rondde de laatste deelneemster de studie af. Bijdragen aan de gezondheid van zichzelf en anderen bleek de belangrijkste reden voor deelname. Ook gaven deelnemers aan het goede contact te waarderen met het FemCure-onderzoekteam: de verpleegkundigen en onderzoekers die de deelnemers in het traject intensief hebben begeleid. Momenteel worden de verzamelde gegevens geanalyseerd en eerste resultaten worden verwacht in de loop van 2018.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Rationale:

Current national and international strategies for the control of Chlamydia trachomatis (CT) critically fail to obtain a reduction in transmission. In women, anorectal infections are about as common as genital CT. Yet anorectal CT remain untested as sexually transmitted infection (STI) clinics, general practitioners, hospital and population testing initiatives largely focus on genital CT. Part of untested anorectal CT is incidentally treated with the treatments applied for genital CT, as in women anorectal CT is often concurrent with genital CT. Yet, it is unknown whether transmission of anorectal CT can still occur after currently recommended treatment. Anorectal and genital CT were observed quite often after regular treatment (up to 40% detection by nucleic acid amplification tests-NAAT). Proposed reasons for such detection include a new (re-)infection from a partner or self-infection from another anatomic, e.g. anorectal, site. Anorectal infections are a potential reservoir for ongoing transmission of genital and anorectal CT in the population, between partners and between anatomic sites of an individual. Yet, neither the transmission potential nor the transmission impact of anorectal infections has been reported. The scientific evidence for the optimal control strategy for anorectal CT and thereby CT in its totality, is lacking.

 

Objective:

To understand the transmission of anorectal CT infections in women, i.e. from their male sexual partner(s) and from and to the genital region of the same woman, in women who receive routine care, in order to inform guidelines to optimize CT control.

 

Study population:

Participants are recruited from 3 large Dutch STI clinics, in South Limburg, Amsterdam and Rotterdam. Eligible participants are likely to reflect the STI clinic population, in terms of age, ethnicity and level of education. Participants include genital and/or anorectal CT positive women (n=400).

 

Study design:

We will set up a multicentre prospective cohort study in women with biological and behavioural measurements after routine treatment of CT. Scientifically highly innovative laboratory techniques (addressing bacterial load, viability, replication cycle and genotype) will be applied to gain a deeper understanding of CT detection and transmission. During 3 months, the women will be studied using a self-administered anorectal and vaginal swab that is self-collected pre-treatment (T0), and at the end of weeks 1, 2, 4, 6, 8, 10, and 12. Samples are tested using NAAT for presence of CT-DNA (detection) and concentration (load), CT type (multilocus sequence typing-MLST). To validate sexual exposure from a man, chromosomal Y DNA (as a marker for semen exposure) in genital and anorectal samples is applied. At week 4, 8 and 12 clinic visits are scheduled for accurate processing of the specimens for innovative microbiological CT testing, including viability testing, electron microscopy, and applied separation techniques to determine the developmental cycle of CT (replicating reticulate body or non-replicating infectious elementary body) in which CT is predominately present. At each sampling time, online self-administered questionnaires on behaviour (e.g. anorectal exposure) and symptoms will be completed.

 

Outcomes:

The outcome is detection of anorectal and genital CT at any of the time -points.

Primary outcome is incident detection by NAAT, and secondary outcomes include detection of viable CT, CT-DNA concentration, proportion of observed reticulate/elementary bodies, and CT genotype concordance over time.

 

Statistical analyses:

In statistical analyses, using logistic regression models, we will assess the impact of two key factors (i.e. sexual exposure and alternate anatomic site of infection) on detection of anorectal and genital CT. In sub-analyses we evaluate the role of treatment type.

 

Expected results:

This project will provide scientific insight in the role of anorectal CT in maintaining the CT burden, and it will provide practical recommendations (STI guidelines) to reduce avoidable transmission. Involvement of 3 of the largest Dutch STI clinics, the national government institution (RIVM), and local policy makers, will ensure broad national uptake of recommendations. Results will be made available for implementation in national guidelines. Implications will be to improve care strategies for (re-)testing and partner management that currently largely neglect anorectal CT, benefitting the individual (better fitting care) and public health (reducing burden) and eventually cost-effectiveness of care.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website