Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er is een landelijke farmacotherapie eindtoets ontwikkeld die op dit moment in alle medische faculteiten in Nederland afgenomen wordt. Op dit moment gebeurt dat in 5 van de 8 faculteiten summatief. In 2 faculteiten wordt summatieve afname voorbereid. In één faculteit wordt de toets formatief afgenomen en discussieert men over summatieve invoering. Er is een lijst eindtermen opgesteld waarop de toets is gebaseerd en er is onderwijsmateriaal ontwikkeld wat gebruikt akn worden om zich op de toets voor te bereiden wat landelijk aangeboden wordt. Er zijn twee studies verricht naar de effectiviteit van deze toets. Daaruit bleek dat de eindtoets leidt tot betere kennis op het gebied van medicatieveiligheid onder basisartsen gedurende het eerste jaar na afstuderen. Bovendien lijkt de eindtoets ervoor te zorgen dat basisartsen een kwalitatief beter medicamenteus beleid kunnen opstellen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er is een landelijke farmacotherapie eindtoets en bijbehorend studiemateriaal ontwikkeld. Er is een studie gedaan waarin de het hele proces hoe tot een eindtoets te komen en hoe de vragen te evalueren beschreven is. Jansen DRM, Keijsers CJPW, Kornelissen MO, Olde Rikkert MGM, Kramers C. Towards a "prescribing license" for medical students: development and quality evaluation of an assessment for safe prescribing. Eur J Clin Pharmacol. 2019;75:1261-1268. Het studiemateriaal en ook de lijst met eindtermen waarop de toets gebaseerd is, is terug te vinden op nvkfb.nl/onderwijs/farmacotherapie-eindtoets/kennisbronnen/

Uit de studies naar de effectiviteit van de eindtoets bleek dat basisartsen die de eindtoets tijdens de geneeskundeopleiding hebben gehad zowel een half jaar als een jaar later significant betere kennis hebben dan de basisartsen die de eindtoets niet hebben gehad (respectievelijk 81.8% vs. 76.1% en 77.0% vs. 70.6%, alle p< 0.001). Echter, het kennisniveau was met een gemiddelde score van 78.5% onvoldoende (met een algemeen geaccepteerde cesuur van 85%). Bovendien werd er over een jaar tijd geen significante groei in kennis gezien. Op het gebied van vaardigheden (maken van een behandelplan) lijken basisartsen die de eindtoets hebben gehad minder vaak een foutief medicamenteus beleid op te stellen dan basisartsen die de eindtoets niet hebben gehad (55% vs. 75%).

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het is bekend dat er veel voorschrijffouten worden gemaakt die leiden tot te voorkomen schade bij patiënten, zowel in als buiten het ziekenhuis. Medicatieveiligheid is daarom de laatste jaren een belangrijk thema geworden en is onder andere vastgelegd in verschillende onderdelen van het landelijks VMS veiligheidsprogramma (met name pijn en kwetsbare ouderen). Zeer recent bleek uit onderzoek dat het Erasmus MC heeft uitgevoerd voor het ministerie van VWS dat aantal ziekenhuisopnames door verkeerd geneesmiddelgebruik is gestegen van 39.000 in 2008 naar 49.000 in 2013. De onderzoekers pleiten onder andere voor meer medisch-farmaceutische beslisregels en een betere uitwisseling van labwaarden.

 

Reeds tientallen jaren wordt gepoogd om goed geneesmiddelgebruik te stimuleren en de patientveiligheid te verbeteren. Veelal gebeurt dit dmv verklarende studies, effect/interventiestudies of dwingende maatregelen. Door de verklarende studies is bekend geworden dat (zeer) veel factoren het geneesmiddelgebruik negatief beïnvloeden. Het effect van de interventiestudies en dwingende maatregelen is over het algemeen teleurstellend, met name het lange termijn effect.

Dit is enerzijds te verklaren door het feit dat elke interventie of maatregel meestal slechts een klein deel van die factoren betreft. Anderzijds zijn er sterke aanwijzingen dat artsen onvoldoende geleerd hebben hoe geneesmiddelen doelmatig te kiezen, voor te schrijven, het effect te controleren, hoe therapietrouw bij patiënten te verkrijgen, en hoe de factoren die hun voorschrijfgedrag negatief beïnvloeden te herkennen en hoe daar mee om te gaan. Dat blijkt met name uit het feit dat tijdens de zeer vormende basisartsopleiding en vervolgopleidingen tot specialist onvoldoende structureel onderwijs wordt gegeven in de farmacotherapie, in het bijzonder wat betreft de kennis en de vaardigheden (het kiezen, voorschrijven en controleren van medicamenteuze therapie). Tevens is bekend dat coassistenten het voorschrijfgedrag van hun opleiders kopiëren en nauwelijks de kans krijgen bij echte patiënten een therapieplan te maken, dit te beargumenteren, deze uit te voeren, en het effect ervan te controleren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Assistenten In Opleiding tot Specialist (AIOS) zich zeer onzeker voelen wat betreft de beheersing van hun farmacotherapeutische competenties, en dat zij relatief veel fouten maken bij het voorschrijven van medicatie. Het resultaat is dat artsen onvoldoende opgeleid zijn om op verantwoorde en doelmatige wijze geneesmiddelen voor te schrijven, het gedrag van hun opleiders kopiëren, en dat eenmaal ingeslepen voorschrijfgedrag nauwelijks meer te corrigeren is met interventies en dwingende maatregelen.

Recent is in een grote door ZonMw gesubsidieerde studie aangetoond dat educatie van voorschrijvers op snijdende afdelingen in het ziekenhuis medicatie gerelateerde klinisch relevante events vermindert. Het educatieprogramma dat hier werd toegepast richtte zich vooral op de veel voorkomende geneesmiddelen die geassocieerd zijn met medicatie gerelateerde problemen (zoals antistolling, cardiovasculaire middelen en pijnstillers)

Gebaseerd op hetzelfde gedachtegoed heeft de landelijke (interfacultaire) werkgroep farmacotherapieonderwijs van de NVKF&B het initiatief genomen door een Eindtoets Medicatieveiligheid te ontwikkelen voor basisartsen. De focus bij deze Eindtoets ligt op de kennis en toepassing van die geneesmiddelen waarbij de patiëntveiligheid vaak in het geding is). De doelen van het project zijn:

1. Landelijke eindtermen farmacotherapie te ontwikkelen waar een basisarts aan moet voldoen,

2. Een landelijke eindtoets te ontwikkelen op basis van die eindtermen, en

3. Deze eindtoets structureel af te nemen bij (bijna) basisartsen van alle Nederlandse faculteiten geneeskunde, en

4. De resultaten van de eindtoets te evalueren

Een direct gevolg van het project is dat de studenten aan de eindtermen voldoen en de eindtoets medicatieveiligheid met succes afronden. Het langere termijn doel is dat medische faculteiten op basis van de resultaten van dit project plus de resultaten van de landelijke onderwijsvisitatie (medio oktober/november 2012) hun verantwoordelijkheid nemen en het onderwijs in de farmacotherapie structureel aanpassen. Daarbij kan de ontwikkelde toets geïmplementeerd worden in de klinische vervolgopleidingen.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website