ZonMw tijdlijn Jeugd https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Jeugd nl-nl Wed, 12 Aug 2020 20:24:21 +0200 Wed, 12 Aug 2020 20:24:21 +0200 TYPO3 news-6008 Wed, 12 Aug 2020 11:49:00 +0200 Voorlopige resultaten 'Aan de slag met preventie in uw gemeente' https://publicaties.zonmw.nl/projectencatalogus-gezonde-wijk/aan-de-slag-met-preventie/ Hoe stimuleer je het gebruik van erkende interventies en hoe bevorder je een brede lerende aanpak in preventief gemeentebeleid? Zes lokale consortia ontwikkelen al doende de beste aanpak en delen kennis en inzichten. In onze nieuwste publicatie delen de projectleiders graag de opbrengsten van hun werk tot nu toe! news-6007 Wed, 05 Aug 2020 11:19:29 +0200 Voorlopige resultaten 'Wonen en leven in gezonde wijk' https://publicaties.zonmw.nl/projectencatalogus-gezonde-wijk/gezonde-wijk/ Lokaal kun je aan vele knoppen draaien om gezondheid van burgers te bevorderen. In 11 projecten wordt onderzoek gedaan naar positieve gezondheid, burgerparticipatie, een brede integrale aanpak en gezondheidsthema’s als voeding en bewegen. In onze nieuwste publicatie delen de projectleiders graag de opbrengsten van hun werk tot nu toe! news-5980 Wed, 29 Jul 2020 09:57:16 +0200 Nieuwe subsidieoproep over het tijdig signaleren en ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproep-over-het-tijdig-signaleren-en-ondersteunen-van-kinderen-en-gezinnen-in-kwetsba/ Vanaf vandaag kunnen onderzoeksvoorstellen ingediend worden die kennis opleveren over wat werkt bij het tijdig signaleren en zo goed mogelijk ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden, waarvoor kansrijk opgroeien en opvoeden niet vanzelfsprekend is. Verschillende omstandigheden of factoren kunnen het ouderschap en het opgroeien en ontwikkelen van kinderen negatief beïnvloeden. Maar de aanwezigheid van deze kwetsbare omstandigheden staan niet altijd het kansrijk opvoeden en opgroeien in de weg. Beschermende factoren kunnen tegenwicht geven aan die negatieve invloed van risicofactoren. Voorbeelden van beschermende factoren zijn: zelfvertrouwen, sensitief ouderschap, veerkracht en een ondersteunend netwerk.

Beschermende factoren

Met het onderzoek binnen deze subsidieronde willen we meer te weten komen over hoe kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden tijdig gesignaleerd en bereikt kunnen worden. Daarnaast willen we weten hoe de beschermende factoren geactiveerd en versterkt kunnen worden zodat de kinderen en gezinnen zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden.

Indienen van onderzoeksvoorstellen

Deadline voor het indienen van een projectidee is 27 oktober 2020 14.00 uur. Lees de subsidieoproep voor meer details over het indienen van een aanvraag binnen deze ronde en de randvoorwaarden waar een aanvraag aan moeten voldoen.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met dit kennisontwikkelingsprogramma willen we meer weten over wat werkt in de hulp en ondersteuning voor jongeren en gezinnen.

Meer informatie

]]>
news-5970 Thu, 23 Jul 2020 11:37:10 +0200 Voortgangsrapportage juli 2020 Actieprogramma Kansrijke Start https://www.kansrijkestartnl.nl/documenten/rapporten/2020/07/08/voortgangsrapportage-juli-2020-actieprogramma-kansrijke-start Het actieprogramma Kansrijke Start loopt ruim anderhalf jaar. In deze derde voortgangsrapportage worden de uitkomsten van de kwalitatieve monitor van het RIVM beschreven. Daarnaast biedt de rapportage een overzicht van de stand van zaken omtrent de vorming van lokale coalities, de landelijke ondersteuningsmaatregelen en de verschillende actielijnen uit het actieprogramma. news-5969 Thu, 23 Jul 2020 08:50:45 +0200 Landelijk telefoonnummer voor begeleiding bij zingeving en levensvragen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/landelijk-telefoonnummer-voor-begeleiding-bij-zingeving-en-levensvragen/ Iedereen die met ziekte, verlies of kwetsbaarheid te maken krijgt kan vragen hebben als: Wat betekent dit voor mij? Hoe kan ik verder? Waar ontleen ik kracht aan? Vanaf nu kan iedereen die over deze levensvragen wil praten bellen naar 085 004 3063 om gesprekken met een geestelijk verzorger thuis aan te vragen. Luisterend oor

Geestelijk verzorgers bieden professionele begeleiding, hulverlening en advies bij zingeving en levensvragen. Een geestelijk verzorger helpt mensen erachter te komen wat voor hen van waarde is en hoe zij verder kunnen. Zij bieden een luisterend oor, een troostend woord, en voeren verdiepende gesprekken. Geestelijke verzorging is er voor iedereen, ongeacht levensbeschouwing of geloof. Vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid zijn verzekerd. 
 
Voor onderstaande groepen wordt een aantal gesprekken vergoed:

  • thuiswonenden van 50 jaar en ouder
  • mensen met een ongeneeslijke aandoening en hun naasten
  • kinderen en jongeren t/m 18 jaar die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten.

Vraag een gesprek aan

Het landelijk nummer is: 085 004 3063 (lokaal tarief). Na het intoetsen van een postcode wordt u doorverbonden met een regionaal contactpunt. Ook nu, in tijden van corona, zijn gesprekken thuis mogelijk. Er wordt gewerkt volgens de richtlijnen van het RIVM.
 
Meer informatie over levensvragen: www.geestelijkeverzorging.nl/levensvragen

]]>
news-5952 Fri, 17 Jul 2020 13:09:32 +0200 6 nieuwe projecten onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/6-nieuwe-projecten-onderzoeksprogramma-geweld-hoort-nergens-thuis-van-start/ In september gaan 6 nieuwe onderzoeksprojecten van het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start. De onderzoeken richten zich op goede aanpakken voor (vroeg)signalering en samenwerken en regisseren rondom complexe casuïstiek op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit onderzoekslijn 1: Onderzoek naar goede aanpakken voor (vroeg)signalering starten 3 projecten:

Daarnaast starten 3 onderzoeken die zich richten op onderzoekslijn 2: Onderzoek naar de variabelen die voorwaardelijk zijn om te kunnen samenwerken en regisseren rondom complexe huiselijk geweld en kindermishandeling casuïstiek:

Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis maakt deel uit van het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis van de Rijksoverheid. De opgave van dit programma is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Het onderzoeksprogramma levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen.

Andere onderzoeksprojecten uit het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Op dit moment staat een nieuwe subsidieronde open voor nieuwe projecten op het gebied van professionele norm en kennisverwerving. De deadline voor het indienen van een subsidieaanvraag is 2 september 14.00 uur. De besluiten worden genomen in november en de projecten zullen nog voor het eind van het jaar van start gaan. Verder zijn in 2019 al 5 onderzoeksprojecten van start gegaan.

Meer weten?

]]>
news-5951 Fri, 17 Jul 2020 10:47:00 +0200 Gehonoreerd innovatief onderzoek in COVID-19 Programma https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gehonoreerd-innovatief-onderzoek-in-covid-19-programma/ Binnen het COVID-19 Programma zijn inmiddels 40 projecten gehonoreerd. Daarnaast zullen 12 projecten na aanvullende administratieve stappen financiering ontvangen. Vanuit dit programma start onderzoek dat zich richt op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Het gaat om een substantiële financiële injectie in het Nederlandse onderzoeksveld. Hiermee zet het ministerie van VWS samen met ZonMw en NWO in op snelle invoering van innovatieve maatregelen die voortkomen uit deze projecten. Onderzoek over volle breedte van de gezondheidszorg

Een effectieve aanpak van de coronapandemie brengt vele kennisbehoeftes en onderzoeksvragen met zich mee. Het COVID-19 Programma heeft drie aandachtsgebieden:

  • Voorspellende diagnostiek en behandeling
  • Zorg en preventie
  • Maatschappelijke dynamiek

Voorspellende diagnostiek en behandeling

Binnen aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ zijn 17 projecten gehonoreerd van de 22 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Een aantal projecten richt zich op nieuwe of bestaande therapieën en hun werkingsmechanismen. Andere projecten houden zich bezig met het verkrijgen van inzichten in onder andere het microbioom, immuniteit, voorspellende parameters en behandeling op maat.
Een voorbeeld van zo’n project is: Een fase-2-klinisch-onderzoek noodzakelijk voor de klinische ontwikkeling van medicijn lanadelumab voor COVID-19 van dr. R. Brüggemann en dr. F van de Veerdonk van het Radboudumc. In dit project wordt onderzocht of het intraveneus toedienen van lanadelumab de behoefte aan externe toediening van zuurstof – noodzakelijk door longoedeem – kan verminderen en voorkomen tijdens de COVID-19-infectie.

Proefdiervrije innovaties

Naast de genoemde 22 projecten gaan vijf projecten binnen aandachtsgebied 1 onderzoek doen naar de ontwikkeling van nieuwe of bredere toepassing van bestaande proefdiervrije innovaties. Het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren en de Stichting Proefdiervrij stelden hiervoor ruim € 2 miljoen beschikbaar. Het uiteindelijke doel is relevanter gezondheids(zorg)onderzoek voor de mens.

Zorg en preventie

Binnen aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ zijn 20 projecten gehonoreerd van de 25 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Deze projecten richten zich op de organisatie van de zorg en kwetsbare burgers. Daarnaast is specifiek aandacht voor zorgverleners. De focus ligt op:

  • De impact van gedrag en gedragsveranderingen op de verspreiding van het virus
  • De gevolgen van de maatregelen voor het individu of voor specifieke kwetsbare groepen
  • Verspreiding van de epidemie en maatregelen om dit te voorkomen

Zo is er bijvoorbeeld het project 'TRACE II: Patiëntuitkomsten na uitgestelde electieve operaties tijdens de COVID-19 pandemie' van dr. D. de Korte-de Boer en prof. dr. Wolfgang Buhre (afdeling Anesthesiologie en Pijngeneeskunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+). In dit project worden de effecten van het uitstellen van niet-acute operaties tijdens de COVID-19 pandemie door een consortium van 10 instellingen, waaronder vier academische en vier perifere ziekenhuizen, onderzocht.

Palliatieve zorg

Binnen aandachtsgebied 2 komen vijf projecten in aanmerking voor honorering door het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Hiervan zijn er nu drie gehonoreerd. De projecten richten zich op ondersteuning en rouwverwerking van naasten bij het overlijden van hun dierbaren. Daarnaast is er aandacht voor de impact van sociale isolatie door COVID-19 op intra- en extramurale zorg voor mensen met dementie in de palliatieve fase.

Looptijd en budget

De ministeries van VWS en OCW en NWO financieren het COVID-19 Programma. Voor dit actie- en onderzoeksprogramma is in totaal € 40 miljoen beschikbaar voor subsidies aan praktijk- en onderzoeksprojecten. Eind augustus is de besluitvorming over de subsidieaanvragen van aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’. Alle projecten starten in september 2020.

Uitzonderlijke situatie

De coronacrisis heeft aanzienlijke impact, ook op de volksgezondheid en de gezondheidszorg. Er is grote behoefte aan nieuwe kennis en praktische oplossingen om de negatieve gevolgen van de pandemie te beperken. Onderzoek is nodig om te leren van de negatieve en positieve ervaringen, zowel nu als op de langere termijn. In opdracht van VWS hebben we daarom samen met NWO in maart een actie- en onderzoeksprogramma voorbereid dat geresulteerd heeft in onder andere het COVID-19 Programma. Het tempo waarin dit is verlopen, is een enorme uitdaging voor de subsidieaanvragers, voor NWO en voor ons zelf.

Meer informatie

 

]]>
news-5946 Thu, 16 Jul 2020 14:38:43 +0200 Onderzoek naar rookvrije schoolterreinen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-naar-rookvrije-schoolterreinen/ Per 1 augustus zijn alle schoolterreinen rookvrij. Een mooie mijlpaal! Daar is volop onderzoek aan vooraf gegaan. Om kennis te ontwikkelen én om deze kennis te verspreiden en implementeren op scholen. Een kijkje terug in de tijd. Met subsidie van ZonMw hebben deze 2 projecten bijgedragen aan het rookvrij maken van de schoolterreinen:

Kennis ontwikkelen

Van 2013 t/m 2018 liep het project Het voortgezet onderwijs rookvrij. De focus lag op het ontwikkelen van effectieve strategieën en methoden om scholen te ondersteunen bij hun besluitvormingsproces ten aanzien van het realiseren van een rookvrij schoolterrein.

Kennis verspreiden en implementatie

Van 2017 t/m 2018 liep het project Op school steek je niks op! Dit project zorgde voor de verspreiding van de kennis uit het project ‘Het voortgezet onderwijs rookvrij’. (Tranzo), zodat scholen een rookvrij schoolterrein goed gingen invoeren.

Gedurende het project zijn er Nederlandstalige publicaties verschenen, is een symposium georganiseerd rondom het thema en zijn er presentaties verzorgd bij betrokken partijen als GGD’en.

Er is een factsheet verschenen en de aanbevelingen uit het project zijn gepubliceerd op de website Rookvrij schoolterrein van het Trimbos-instituut.

De resultaten van het onderzoek zijn door het Trimbos-instituut verspreid via het project ‘Rookvrije Schoolterreinen’.

Meer informatie

]]>
news-5937 Tue, 14 Jul 2020 08:10:29 +0200 Inzet ervaringsdeskundigen bij onderzoek naar suïcide-problematiek in leefgroepen als positief ervaren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/inzet-ervaringsdeskundigen-bij-onderzoek-naar-suicide-problematiek-in-leefgroepen-als-positief-ervar/ Het onderzoeksproject “Als suïcide en suïcidale uitingen je dag kleuren: wat doet dat dan met jou en mij?” verwerft inzicht en kennis over de beleving van jongeren die verblijven in leefgroepen in de JeugdzorgPlus waar suïcide-problematiek speelt. Het onderzoeksteam bestaat uit de projectleider en 6 ervaringsdeskundige jongeren. De belangrijkste tips van jongeren: praat met en luister naar jongeren. Toon gevoel als hulpverlener. Neem tijd om een band op te bouwen. Laat iemand die suïcidaal is niet alleen, zeker niet geïsoleerd. Voor het onderzoek zijn er inmiddels meer dan 30 interviews afgenomen bij jongeren en hulpverleners in de jeugdzorg plus en de keten. Ook de analyses van de interviews, het voorbereiden van bijeenkomsten en presentaties op symposia, worden samen met ervaringsdeskundigen uitgevoerd.

Fijn om ervaringen te delen

De jongeren die het onderzoeksteam tot nu gesproken heeft (9 in totaal) gaven na afloop van het interview aan dat ze het fijn vonden om over hun ervaringen met suïcide en zelfbeschadiging op de groep te praten. Het luchtte op. Een aantal jongeren gaf expliciet aan dat ze nog niet eerder zo lang over het onderwerp suïcide en zelfbeschadiging met iemand gepraat hadden.

In de interviews geven jongeren aan dat er regelmatig niet naar hen geluisterd wordt. Ook vinden jongeren dat ze niet alleen gelaten moeten worden als ze suïcidaal zijn “Want dat maakt je niet beter. Je moet zo'n jongere sturen en samen met de jongere afleiding zoeken en niet alleen laten. Vooral niet alleen laten.” (Melanie, 15 jaar)

Tijdens een expertmeeting begin maart, waar meer dan 30 professionals en bestuurders aanwezig waren, werd letterlijk geïllustreerd door het onderzoeksteam dat een “warme ontvangst (en overdracht)” een belangrijk aspect van de zorg is. De bijdrage van de ervaringsdeskundigen aan de interviews leverde mooie verhalen en inzichten voor de aanwezigen op.

Rapportage december 2020

Momenteel worden er met jongeren voorbereidingen getroffen voor het maken van een korte film, waarin jongeren aan hulpverleners vertellen wat voor hen helpend is geweest. De eindrapportage van het onderzoek “Als suïcide en suïcidale uitingen je dag kleuren: wat doet dat dan met jou en mij?” volgt in december 2020.

Impact van het coronavirus op de JeugdzorgPlus

Door het coronavirus zijn de interviews tijdelijk on hold gezet, omdat het onderwerp zich minder leent voor online interviews. Om het effect van de  coronamaatregelen in beeld te brengen, zijn in april en mei twee vragenlijsten uitgezet onder hulpverleners die eerder waren geïnterviewd. Dit levert een factsheet op die een beeld schetst van de impact van de corona maatregelen in de JeugdzorgPlus.

Meer weten?

]]>
news-5926 Thu, 09 Jul 2020 14:52:12 +0200 Tussenresultaten systeemgerichte aanpak van trauma bij huiselijk geweld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tussenresultaten-systeemgerichte-aanpak-van-trauma-bij-huiselijk-geweld/ In december 2019 zijn voor het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis 2 onderzoeken gestart binnen de onderzoekslijn ‘Herstel van veiligheid en systeemgerichte aanpak van trauma’. Deze onderzoeken zijn erop gericht om voor het specifieke thema van trauma te kijken wat effectieve interventies zijn. Onlangs hebben de onderzoeken de eerste fase van hun onderzoek afgerond. Daarin voerden zij een literatuuronderzoek uit en hielden zij een expertbijeenkomst. De onderzoeken presenteerden onlangs hun eerste tussenresultaten. Naar verwachting zullen ze in de zomer van 2023 de definitieve resultaten opleveren. ‘Samen stap voor stap vooruit’

Onderzoek naar de behandeling van getraumatiseerde gezinnen met jonge kinderen na huiselijk geweld staat nog in de kinderschoenen. Er is in de praktijk nog een zeer grote behoefte aan meer kennis over effectieve interventies en mechanismen voor deze doelgroep. Van géén van de geselecteerde interventies voor de beslisboom is de effectiviteit al onderzocht in de specifieke toepassing voor deze doelgroep in Nederland. Het doel van de interventiestudie die volgt zal dan ook eerst zijn om de effectiviteit van NIKA en EMDR voor de ouder te onderzoeken in een gerandomiseerde studie die zal plaatsvinden op een aantal vrouwenopvang locaties in Nederland. Vanwege praktische overwegingen zal EMDR voor het kind niet worden meegenomen in dit gerandomiseerde onderzoek. Parallel aan deze gerandomiseerde studie zal de beslisboom eerst verder worden ontwikkeld en opnieuw worden voorgelegd aan een groep experts en ervaringsdeskundigen. Vervolgens wordt de effectiviteit van de beslisboom op exploratieve wijze getoetst middels een single case experimental design.

Rewind and fastforward

Huiselijk geweld treft een aanzienlijk deel van de gezinnen in Nederland. Er bestaat een noodzaak voor behandelingen die, naast een effect op herstel van de gezinsleden, een blijvend effect hebben op de emotionele en fysieke veiligheid binnen de gezinnen. Er is nog weinig bekend over hoe ouderbegeleiding en systeemtherapie binnen behandelingen aangrijpen op emotionele en fysieke veiligheid en de rol van opvoedgedrag en ouder-kindrelatie hierin. Ouderbegeleiding en systeemtherapie zijn op basis van de bestaande kennis vanuit zowel de wetenschap als de praktijkervaringen van cliënten en professionals echter nog steeds veelbelovend. Met de effectiviteitsstudie van FITT hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan de bestaande kennis over systeemgericht behandelen bij huiselijk geweld en bij het verbeteren van het behandelaanbod voor gezinnen die zijn blootgesteld aan huiselijk geweld

Meer weten?

]]>
news-5911 Tue, 07 Jul 2020 12:06:21 +0200 87 subsidieaanvragen voor maatschappelijke diensttijd-projecten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/87-subsidieaanvragen-voor-maatschappelijke-diensttijd-projecten/ Onlangs zijn 87 subsidieaanvragen bij ZonMw ingediend binnen subsidieronde 4b ‘MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk’. . Hiermee wordt bijgedragen aan verdere uitbreiding van het MDT-netwerk. Zo kunnen op steeds meer plekken in het land MDT’s worden aangeboden aan jongeren bij een verscheidenheid aan maatschappelijke organisaties. De komende tijd worden alle subsidieaanvragen beoordeeld door het jongerenpanel MDT, experts uit het veld en de programmacommissie.

Jongerenpanel

Het jongerenpanel MDT is al een dag bijeen geweest om de jongerensamenvattingen en wervingsflyers te beoordelen. Het panel beoordeelt aan de hand van diverse vragen zoals: Is er voldoende nagedacht over de betrokkenheid van jongeren bij het bedenken, uitwerken en verbeteren van dit MDT-programma? Is er sprake van ontmoeting tussen jongeren met diverse achtergrond en tussen jongeren en andere doelgroepen? Denk je dat de beoogde jongeren daadwerkelijk mee gaan doen? Wat vind je van de inhoud van de MDT (leren de jongeren iets dat ze zouden willen leren, brengt het ze verder)?

De jongeren zijn streng maar rechtvaardig en komen met eerlijke feedback. Bijvoorbeeld dat de wervingsflyer mooi is opgemaakt, maar niet voldoende informatie bevat om te weten of het project voor hen geschikt is. Het panel komt binnenkort nog een dag bijeen om te beoordelen.

Aanvraag (nog) beter maken

Naast de beoordeling van de jongeren is elke subsidieaanvraag uitgezet bij minimaal 3 onafhankelijke referenten. Denk aan mensen die werkzaam zijn bij gemeenten, in het onderwijs, bij maatschappelijke organisaties en bijvoorbeeld jongerenwerkers.

De beoordelingen van het jongerenpanel en de referenten worden na de zomer toegestuurd aan de  indieners. Zij krijgen de mogelijkheid om hier op te reageren via het zogenaamde wederhoor. Insteek is dat ze op basis hiervan hun aanvraag kunnen aanscherpen.

Nog dit jaar van start

De hele set (subsidieaanvraag, beoordelingen en wederhoor) wordt vervolgens aan de leden van de programmacommissie van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd gestuurd. Zij komen in vergadering bijeen, samen met een afvaardiging van het jongerenpanel, om tot een score op relevantie voor de subsidieoproep en een score op kwaliteit van de aanvraag te komen. Medio november 2020 wordt duidelijk welke MDT-projecten van start kunnen.

Geïnspireerd om aan te sluiten?

De ronde 4b is weliswaar gesloten, maar er zijn zeker mogelijkheden om aan te sluiten bij het MDT-netwerk. Dat kan bijvoorbeeld door lopende MDT-projecten te benaderen als u mogelijkheden ziet voor samenwerking. Als u behoefte hebt om te sparren over potentiële samenwerkingspartners, nodigen wij u uit contact op te nemen met de collega’s van het kernteam MDT. U kunt dan contact opnemen met Jolien van der Meché j.vd.meche@minvws.nl of Joanne Wieringa j.wieringa@nov.nl. Doe dit vooral deze zomerperiode, want projecten uit de ronde 4a kunnen voor uitbreiding van hun projectpartners een beroep doen op aanvullende subsidie. De deadline voor het inleveren van een plan van aanpak daarvoor is 7 september aanstaande. Een dergelijke aanvullende ronde komt er ook voor de ronde 4b.

Meer weten?

 

]]>
news-5895 Fri, 03 Jul 2020 12:51:41 +0200 Eerste resultaten van creatieve ideeën aanpak coronavirus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/eerste-resultaten-van-creatieve-ideeen-aanpak-coronavirus/ Door het creatieve idee van Do It Together zijn de eerste verticale tuintjes af; het resultaat van dagbesteding thuis. Het project FlexVisit maakte mogelijk dat veel ouderen in verpleeghuizen dankzij veilige bezoekcabines toch bezoek konden ontvangen. Verder leerden verpleegkundigen door virtual reality werken met COVID-patiënten. Een kleine greep uit de resultaten van 74 projecten die zijn gestart binnen de regeling Creatieve oplossingen aanpak coronavirus (COVID-19). Impact realiseren met creatieve oplossingen

'Door heel Nederland zijn initiatieven gestart om de negatieve gevolgen van het coronavirus voor kwetsbare groepen of praktische problemen in de zorg te beperken', legt ZonMw-programmamanager Lisanne Hogema uit. 'Als maatschappij kunnen we de vruchten plukken van deze creatieve oplossingen. De impact van ieder project is verschillend, maar alle projecten zijn ieder op hun eigen manier van belang.' Veel projecten zijn bijvoorbeeld uitgevoerd om contact met ouderen in verpleeghuizen en de buitenwereld mogelijk te maken. Ook zijn projecten gestart die het gebruik van e-health een extra boost hebben gegeven, zoals het digitaal werkbaar maken van EMDR-therapie.

Resultaten voor brede doelgroep

De kortlopende projecten zijn in de afrondende fase en de eerste resultaten worden zichtbaar. Hogema: 'We zijn erg enthousiast over de berichten die we krijgen van projectleiders en de bijdrage die zij leveren aan het tegengaan van de gevolgen van de coronacrisis. Projecten zorgen bijvoorbeeld dat de problemen voor zorgverleners of kwetsbare groepen worden aangepakt.' Ook is zij erg te spreken over de verscheidenheid aan doelgroepen die met deze projecten worden geholpen: 'Van zorgverleners en revaliderende COVID-19-patiënten tot kwetsbare jongeren en zwangere vrouwen. De verscheidenheid aan mensen die met de creatieve oplossingen wordt geholpen is groot.'

Oplossing voor later

Van de vele projecten zijn er een aantal waarvan het probleem inmiddels minder urgent is, zoals projecten die een oplossing onderzochten voor het tekort aan beademingsapparatuur. 'De kennis die deze projecten hebben opgeleverd is ook voor een volgende golf coronavirus of andere epidemie van belang', benadrukt Hogema. 'Daarnaast is de kennis die is opgedaan waardevol voor mogelijk vervolgonderzoek of als basis om de zorg te vernieuwen.'

Delen van resultaten

De komende maanden worden de resultaten van deze projecten op de ZonMw-website geplaatst. Daarnaast wordt de opgedane kennis toegankelijk gemaakt en gedeeld met de betreffende doelgroepen, zodat deze kennis door iedereen gebruikt kan worden. Hogema geeft aan: 'Kennisinstellingen, cliëntorganisaties en ziekenhuizen spelen hierin een belangrijke rol. Ook merken we dat projectleiders zelf gemotiveerd zijn om hun behaalde resultaten te delen en de impact van hun project zo groot mogelijk te laten zijn.'

Meer informatie

]]>
news-5880 Thu, 02 Jul 2020 11:59:18 +0200 Nieuwe vragenlijst voor meten problematische gehechtheid kinderen 2-5 jaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-vragenlijst-voor-meten-problematische-gehechtheid-kinderen-2-5-jaar/ In een pas afgerond project is de nieuwe vragenlijst, de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het is gelukt om een meetinstrument te maken, waarbij opvoeders bevraagd worden over de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het instrument maakt goed onderscheid tussen veilige gehechtheid, ambivalente gehechtheid, vermijdende gehechtheid en gedesorganiseerde gehechtheid.

Screeningsinstrument ARI-CP 2-5 jaar

Vanuit de praktijk van de jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugdgezondheidszorg bleek een grote behoefte aan een toegankelijk screeningsinstrument, waarbij door middel van een vragenlijst voor de opvoeders ingeschat kan worden of er een risico is op problematische gehechtheid bij kinderen van 2-5 jaar.

De instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn om problematische gehechtheid te meten zijn vaak tijdrovend en arbeidsintensief. Bovendien moet voor dergelijke instrumenten meestal een training gevolgd worden om deze af te kunnen nemen. Om die reden is in samenwerking tussen praktijkinstelling Basic Trust, het Expertisecentrum Hechting en Basisvertrouwen en de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het instrument wordt gratis ter beschikking gesteld aan instellingen, onderzoekers en beleidsmakers.

Opzet van het onderzoek

De ontwikkeling van het instrument is in 3 fases tot stand gekomen.

  • In de eerste fase zijn 32 opvoeders en 31 professionals gevraagd naar voorbeelden van veilig en onveilig gehechtheidsgedrag. Op basis van deze inventarisatie is een eerste versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de tweede fase is een pilotonderzoek uitgevoerd met de eerste versie van het instrument bij 112 opvoeders. Er zijn psychometrische analyses uitgevoerd om een eerste indruk te krijgen van wat goede en wat minder items zijn. Op basis van deze analyse is een tweede versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de derde fase is de tweede versie van de vragenlijst afgenomen bij 442 gezinnen. Dit waren gezinnen met en zonder bekende gehechtheidsproblematiek. Ook zijn er bij 83 gezinnen thuis observaties gedaan, om de vragenlijstgegevens te kunnen vergelijken met observaties van gehechtheid.

Voor wie?

Het instrument is allereerst voor opvoeders van gezinnen met jonge kinderen van belang, zodat zij zelf inzicht kunnen krijgen op wat er aan de hand is in de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het is een belangrijk hulpmiddel voor het in kaart brengen van de gehechtheidsrelatie tussen opvoeders en jonge kinderen. Het maakt zichtbaar wanneer er sprake is van een veilige of onveilige relatie.
Voor hulpverleners kan dit een nuttig hulpmiddel zijn bij hun diagnostische proces. Het levert relatief makkelijk relevante informatie op.
Voor onderzoekers kan dit een nuttig instrument zijn om via zelfrapportage data te verzamelen over
de gehechtheidsrelatie tussen opvoeder en kind.

Meer informatie

]]>
news-5878 Thu, 02 Jul 2020 10:26:35 +0200 Versterken en verbeteren wijkgericht werken met kinderen en gezinnen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/versterken-en-verbeteren-wijkgericht-werken-met-kinderen-en-gezinnen/ Onlangs zijn er 12 projecten gehonoreerd die gaan onderzoeken hoe de kwaliteit van wijkgericht werken met kinderen en gezinnen kan worden verbeterd. Dit doen zij op de thema’s professionals en hun organisatie, en bestuurlijke en sturingsvraagstukken voor gemeenten. Daarnaast is een project gehonoreerd dat de verschillende trajecten verbindt. De projecten dragen bij aan kennisontwikkeling over wat werkt rond wijkgericht werken en om zo beter in staat te zijn om integraal beleid te ontwikkelen en maatwerk te bieden, afgestemd op de lokale situatie en uitgaande van de mogelijkheden (eigen kracht) en de behoeften van individuele kinderen en hun ouders.

Binnen deze subsidieronde zijn projecten op 2 thema’s gehonoreerd:

Professionals en hun organisatie
Dit thema is gericht op professionals en hun organisatie en het vinden van passende oplossingen voor de situatie en vraag van het gezin. Hierbij ligt de focus op integraal werken. Het gaat om onderzoek naar hoe tijdig passende hulp en/of ondersteuning vanuit een brede blik dichtbij de leefwereld van kind en gezin in de wijk verbeterd kan worden.

Gehonoreerde projecten:

Bestuurlijke- en sturingsvraagstukken voor gemeenten
Dit thema richt zich op wat werkt in de gemeentelijke sturing en verantwoording rond wijkgericht werken. Dit gaat om vragen als hoe kan de gemeente het beste sturen op effectiviteit en doelmatigheid van wijkgericht werken en wat hiervoor nodig is.

Daarnaast is een project gehonoreerd dat de verschillende trajecten verbindt
De focus van dit project ligt op het bundelen, toepasbaar maken en toepassen van kennis over wat werkt. Dit project betrekt ook de andere gehonoreerde onderzoeken binnen deze subsidieronde. Zij verbinden de lopende en te starten trajecten en stimuleren tussentijdse uitwisseling van kennis en ervaringen.

De projecten starten tussen september 2020 en januari 2021 en hebben een looptijd van 2 jaar.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met meer kennis kan de hulp en ondersteuning aan jongeren en gezinnen verbeterd worden. Daarvoor is het kennisontwikkelingsprogramma Wat werkt voor de jeugd opgezet. Deze projecten zijn tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-5893 Thu, 02 Jul 2020 09:50:00 +0200 Tweet iResearch over impact van coronamaatregelen op kinderen en jongeren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-iresearch-over-impact-van-coronamaatregelen-op-kinderen-en-jongeren/ news-5859 Mon, 29 Jun 2020 19:17:17 +0200 Jongeren positief over hun leven, maar niet dankzij JeugdzorgPlus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jongeren-positief-over-hun-leven-maar-niet-dankzij-jeugdzorgplus/ Het gaat nu goed met de meeste jongeren die tussen 2008 en 2013 verbleven in een instelling voor JeugdzorgPlus, maar dat is niet te danken aan de hulp die zij kregen. Zij voelen zich vaak niet gehoord, soms weggestopt en sommigen hadden geen idee waarom ze in een instelling van JeugdzorgPlus zijn geplaatst. Dat blijkt uit een onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut samen met de Hogeschool Utrecht deed naar hoe jongeren na hun opname terug kijken op JeugdzorgPlus. Ze deelden hun levensverhalen. JeugdzorgPlus is bedoeld voor jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening en die zonder behandeling een risico voor zichzelf en hun omgeving zijn. JeugdzorgPlus zou een uiterste vorm van hulp moeten zijn, die alleen ingezet wordt als het echt niet anders kan. Dat is in de praktijk nog niet het geval, zo blijkt uit de verhalen. Jongeren voelen zich vaak weggestopt in een instelling en ervaren JeugdzorgPlus dan ook lang niet allemaal als behandeling. Sommige geven aan geen idee te hebben waarom ze in de instelling zijn geplaatst. Ze vinden dat er te weinig naar hen wordt geluisterd, te weinig samen wordt besloten wat passende hulp is, te weinig gewerkt wordt aan de oorzaken van hun problemen en ze niet goed worden voorbereid op de tijd na JeugdzorgPlus.

Met name het eerste jaar na JeugdzorgPlus hebben de jongeren het lastig. De nazorg blijkt te beperkt en het merendeel ervaart moeilijkheden bij het weer oppakken van hun leven. Ze lopen aan tegen onopgeloste schulden, een thuissituatie die onveranderd is gebleven waardoor ze snel weer terugvallen in oude gedragspatronen. Het kost ze moeite om school weer op te pakken of werk te vinden.
Dat het veel jongeren jaren later toch gelukt is om het leven weer op te pakken, is volgens de meesten niet te danken aan JeugdzorgPlus. Ze hebben dat op eigen kracht voor elkaar gekregen.

Als ze desgevraagd toch een paar positieve dingen van JeugdzorgPlus op moeten noemen, komen ze met de dagstructuur die ze in de instelling hebben aangeleerd. Soms was er een mentor die oprecht interesse in hen had of kregen ze een andere vorm van sociale steun, waardoor ze sterker en positiever in het leven konden staan. Vooral de persoonlijke gesprekken werden door de jongeren als nuttig ervaren, helaas is het aanbod in de meeste instellingen nog gericht op groepen. Jongeren gaven ook aan het fijn te vinden als hun ‘gewone leven’ tijdens de opname enigszins door kon gaan. Door bijvoorbeeld naar hun eigen school te mogen blijven gaan, te kunnen blijven sporten buiten de instelling of een ‘gewoon’ bijbaantje te hebben. Dat maakte voor jongeren het verschil en daardoor konden ze hun leven na JeugdzorgPlus makkelijker weer oppakken.

JeugdzorgPlus kan door de feedback van jongeren die opgenomen zijn, sterk worden verbeterd. Er moet meer aandacht komen voor praktische ondersteuning en tijdig worden begonnen met de voorbereiding op het leven na JeugdzorgPlus. Ook is er meer aandacht nodig voor de emotionele verwerking van de opname en de weerslag die dat kan hebben op het zelfstandige leven daarna.

Het project is vanuit het programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gefinancierd.

Meer weten?

]]>
news-5858 Mon, 29 Jun 2020 19:06:57 +0200 Wetenschap helpt maatschappij met herstarten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wetenschap-helpt-maatschappij-met-herstarten/ Tijdens de persconferentie van 24 juni jl. werden nieuwe versoepelingen van de coronamaatregelen aangekondigd. Bedrijven en organisaties krijgen de mogelijkheid om hun werkzaamheden weer op te pakken of uit te breiden, wel met 1,5 meter afstand. De vraag daarbij is hoe ze dat het beste kunnen aanpakken, ook met oog op een mogelijke volgende uitbraak van het coronavirus of een andere epidemie. Daar is onderbouwde kennis voor nodig. Via de subsidieregeling ‘Wetenschap voor de Praktijk’, zijn ruim 50 samenwerkingen gestart tussen wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties of bedrijven om dat uit te zoeken. Kwetsbare groepen en hulpverleners helpen

Door de coronapandemie is gebleken dat kwetsbare mensen vaker buiten beeld bij zorgverleners bleven. Voorbeelden zijn ouderen, kinderen in een onveilige thuissituatie en mensen met een ggz-zorgvraag. Hierdoor kregen zij niet de juiste hulp en konden hun klachten verergeren. Een flink aantal onderzoeken richten zich daarom op passende hulp voor die groepen en op de zorgverleners, zowel tijdens als na coronatijd. Dr. Paul Kocken (Erasmus Universiteit Rotterdam) doet bijvoorbeeld onderzoek naar de druk op huisartsen in achterstandswijken, waar de bezoekfrequentie normaal hoger is. Door de coronamaatregelen is dat echter minder geworden. Kocken onderzoekt wat de invloed van de inzet van bijvoorbeeld beeldbellen is op het huisartsbezoek: ‘COVID-19 brengt een versnelling in het gebruik van ict in de huisartsenpraktijk. Het biedt de kans voor ‘teamscience’ met onderzoek door huisartsen en wetenschappers naar de gevolgen van zorg op afstand voor kwetsbare groepen.’

Wetenschappelijk onderbouwde kennis voor openbaar leven

De realiteit is dat de coronamaatregelen en daarmee de situatie in de samenleving voortdurend veranderen. De projecten die zijn gestart, volgen het ritme van die verandering. Een voorbeeld is de situatie in het openbaar vervoer. Professor Karst Geurs van de Universiteit Twente startte een project naar de optimalisatie daarvan: ‘De afname van het aantal reizigers en opgelegde beperkingen in de capaciteit van bussen en treinen hebben een grote invloed op de organisatie van het openbaar vervoer. Vanaf 1 juli kan weer worden gereisd voor niet-noodzakelijke reizen, maar er zijn nog wel capaciteitsbeperkingen. Reizigers moeten drukte mijden en niet alle staanplaatsen kunnen worden benut’, legt hij uit. ‘In dit project wordt een nieuw model ontwikkeld voor het openbaar vervoer in de regio Twente. Op basis van de uitkomsten kan het openbaar vervoer zo effectief mogelijk ingericht worden.’
Het coronavirus heeft effect op het hele openbare leven. De variëteit van de projecten is daarmee ook groot. Van de inzet van beeldschermzorg bij ouderen in de wijk tot de invloed van grote (hardloop)evenementen op de besmettingsgraad van COVID-19.

Dr. ir. Beitske Boonstra (Erasmus Universiteit Rotterdam) doet onderzoek naar het ontstaan van maatschappelijke coalities in coronatijd, die kunnen uitgroeien tot duurzame samenwerkingsverbanden. ‘Tijdens de coronacrisis ontstonden tal van particuliere initiatieven uit solidariteit met medestadsbewoners. Dit soort – vaak spontane – initiatieven hebben een grote meerwaarde voor de stad.’


Verschillende groepen onder de loep

De pandemie en de daartoe genomen maatregelen treffen de hele samenleving. Nu en voor langere tijd. Naast het zorgsysteem en de patiënt-behandelaar-relatie is ook de mentale gesteldheid van zorgmedewerkers onderwerp van onderzoek. Ook naar beroepsgroepen buiten de gezondheidszorg is onderzoek gestart. Zo richt onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut zich op een doelgroep waar je misschien minder snel aan zal denken; op sekswerkers in de regio Hart van Brabant in tijden van corona. Daarnaast wordt vanuit de Hogeschool Utrecht samengewerkt met de gemeente Utrecht om inzicht te krijgen in economische, psychologische en sociale behoeften van zzp’ers. dr. Josje Dikkers: ‘Uiteindelijk willen we met dit onderzoek bijdragen aan een diepgaander, kwalitatief beeld van kleinere ondernemers en zzp’ers die in Utrecht een TOZO-regeling hebben aangevraagd om deze groep vanuit de gemeente en stad beter te kunnen ondersteunen, hun veerkracht te vergroten en zo bij te dragen aan een duurzaam toekomstperspectief.’

Programma COVID-19

Door de aanzienlijke impact van de coronacrisis is er een grote behoefte aan medische en maatschappelijke oplossingen en antwoorden. Daarom startte ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma heeft als doel bij te dragen aan het bestrijden van de gevolgen van het coronavirus (COVID-19) op korte en langere termijn en de maatregelen daartegen. Het programma levert nieuwe kennis op over preventie, behandeling en herstel van deze infectieziekte en ook over bredere maatschappelijke vraagstukken.

Meer informatie

]]>
news-5857 Mon, 29 Jun 2020 16:41:18 +0200 Cultuursensitief vakmanschap: ken je eigen (voor)oordelen https://www.kis.nl/artikel/cultuur-sensitief-vakmanschap-ken-je-eigen-vooroordelen ‘Cultuursensitief’ of ‘diversiteitgevoelig’ werken: de Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd van Noord-Brabant, Twente en Amsterdam namen dit thema de afgelopen jaren uitgebreid onder de loep. Ze wisselden de opgebouwde kennis en ervaring onderling uit. KIS sprak met Jeanine Strobbe, docent Pedagogiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg en met Takrid Ilyo, regisseur team Jeugd en Gezin van de Gemeente Hengelo. news-5850 Thu, 25 Jun 2020 14:57:33 +0200 Wet afbreking zwangerschap functioneert in de praktijk naar behoren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wet-afbreking-zwangerschap-functioneert-in-de-praktijk-naar-behoren/ De tweede evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) wijst uit dat de wet in de praktijk goed wordt nageleefd en de doelstellingen worden gerealiseerd. De Wafz heeft als doelen om het ongeboren menselijk leven te beschermen en om hulp te bieden aan vrouwen die onbedoeld zwanger zijn. Er bestaat volgens de onderzoekers dan ook geen reden om het wettelijk systeem als zodanig ter discussie te stellen. Wel constateren de onderzoekers een aantal knelpunten. Op de geconstateerde knelpunten hebben zij elf aanbevelingen geformuleerd, gericht aan de wetgever, de minister van VWS en de abortushulpverlening om de wet en de uitvoering daarvan op onderdelen te verbeteren.

Positie van de overtijdbehandeling

De wetgever heeft niet omschreven wanneer sprake is van een zwangerschap en dus ook niet van zwangerschapsafbreking. Dat levert onduidelijkheid op, bijvoorbeeld over de positie van de overtijdbehandeling. Onderzoeker en projectleider Corrette Ploem (Amsterdam UMC) zegt hierover: ‘In de eerste evaluatie uit 2005 hebben de onderzoekers de wetgever al aangeraden om de positie van de overtijdbehandeling in de wetgeving te verhelderen, maar dit is helaas niet gebeurd. Het is hoog tijd dat hierover nu wel duidelijkheid komt.’

Levensvatbaarheidsgrens

In de abortuspraktijk wordt als uiterste termijn voor een zwangerschapsafbreking de grens van 24 weken gehanteerd. Bij de totstandkoming van de wet is 24 weken genoemd als tijdstip waarop de vrucht zelfstandig levensvatbaar zou zijn. Medisch-technologische ontwikkelingen sinds die tijd hebben ervoor gezorgd dat de behandelgrens bij vroeggeboorte inmiddels naar beneden is bijgesteld. Dit levert discussie op over de behandelgrens bij zwangerschapsafbreking. De onderzoekers constateren in de evaluatie dat het om twee uiteenlopende kwesties gaat waarachter verschillende overwegingen schuilgaan. Ze bevelen daarom aan om de koppeling tussen de levensvatbaarheidsgrens bij een zwangerschapsafbreking en de behandelgrens bij vroeggeboorte los te laten en de 24-wekentermijn in de Wafz zelf op te nemen.

Verwijzing

Bij de verwijzing van vrouwen voor een abortusbehandeling komen knelpunten naar voren. Een verwijzing door bijvoorbeeld een huisarts is niet nodig: vrouwen kunnen ook rechtstreeks naar een kliniek of ziekenhuis gaan voor een behandeling. De voorlichting hierover door sommige huisartsen en op zorgwebsites is niet altijd correct. Daarnaast is gebleken dat verwijzende huisartsen hun taak verschillend opvatten. Onderzoeker Heinrich Winter (Pro Facto): ‘Sommige huisartsen gaan zeer uitgebreid in op de abortushulpvraag van de vrouw en verwijzen haar pas op het moment dat zij geen enkele twijfel meer heeft. Andere huisartsen verwijzen een vrouw die om een verwijzing verzoekt juist snel door en laten de verdere ondersteuning aan de abortusarts over.’ Aanbevolen wordt dat de verwijzers en abortuszorgverleners hun rollen via samenwerkingsafspraken verder verduidelijken en om de groep formele verwijzers uit te breiden met verloskundigen die in de praktijk vaak al als verwijzer fungeren.

Beraadtermijn

In de Wafz staat dat tussen het eerste gesprek met een arts over abortus en de abortusbehandeling minimaal vijf dagen moeten zijn verstreken, tenzij het gaat om een overtijdbehandeling. De strikte toepassing van deze termijn stuit in de praktijk op bezwaren. Vrouwen kunnen de termijn als belastend ervaren en behandelmogelijkheden kunnen worden ingeperkt. De onderzoekers bevelen – net als in 2005 – aan om de verplichte vijf dagen beraadtermijn te heroverwegen. Ploem: ‘Wij stellen net als in de eerste evaluatie van de wet voor de beraadtermijn flexibel te maken. Dat neemt de bestaande knelpunten weg en zorgt ervoor dat een vrouw voldoende tijd krijgt om de gevolgen van haar uiteindelijke beslissing voor het ongeboren kind en voor haarzelf te overwegen.’

Besluitvormingsproces

Uit de evaluatie blijkt dat de besluitvormingsprocedure bij abortus in grote lijnen goed verloopt. Abortushulpverleners gaan altijd bij de vrouw na of zij haar besluit vrijwillig en weloverwogen heeft genomen. Zij sluiten bij de hulpverlening zo goed mogelijk aan bij de behoeften van de vrouw en haar eventuele problemen bij het nemen van een besluit. Dat geldt ook voor het bespreken van alternatieven. Winter: ‘De meeste hulpverleners vragen aan de vrouw of zij alternatieven heeft overwogen en bespreken relevante alternatieven als daar aanleiding voor bestaat. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen, is de voorlichting hierover adequaat.’

Over het onderzoek  

Onderzoekers van het Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam en Pro Facto hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe de Wet afbreking zwangerschap (1984) functioneert. De evaluatie bestond uit een juridisch en een empirisch deelonderzoek. Het juridisch deelonderzoek richtte zich op het beschrijven en analyseren van de wettelijke regels ten aanzien van zwangerschapsafbreking. Het empirisch deelonderzoek strekte ertoe het functioneren van de Wafz vanuit het perspectief van alle bij (de besluitvorming over) abortus betrokken actoren – waaronder vrouwen die abortushulp zoeken, abortusartsen, gynaecologen en verpleegkundigen en artsen die vrouwen voor abortus verwijzen (zoals huisartsen) – in kaart te brengen.

Meer weten?

]]>
news-5845 Thu, 25 Jun 2020 10:52:43 +0200 Instrumenten huiselijk geweld, kindermishandeling en risicojongeren nog onvoldoende gebruikt https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/instrumenten-huiselijk-geweld-kindermishandeling-en-risicojongeren-nog-onvoldoende-gebruikt/ Professionals in onder meer onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en kinderopvang spelen een belangrijke rol in het signaleren van 2 grote maatschappelijke problemen; huiselijk geweld en kindermishandeling, en het signaleren van risicojongeren. Daarom is er wetgeving die de signalering en aanpak ervan moet verbeteren: de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2013) en de Wet verwijsindex risicojongeren (2010). In 2019 zijn beide wetten geëvalueerd, zowel apart als in samenhang. Hieruit blijkt dat beide instrumenten onvoldoende worden gebruikt door professionals. Professionals die de instrumenten wel gebruiken, ervaren meerwaarde. De verplichte meldcode biedt professionals een concreet stappenplan bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De verwijsindex wordt in sommige regio’s als een waardevol instrument gezien om tot samenwerking te komen. In de praktijk worden echter een dusdanig aantal knelpunten geconstateerd dat de onderzoekers de minister oproepen om het bestaan van de verwijsindex te heroverwegen.

Meldcode

Bij de verplichte meldcode biedt het bijbehorende stappenplan professionals voldoende handvatten als eenmaal vermoedens van geweld bestaan. Het herkennen van signalen en dan met name de minder zichtbare en moeilijker herkenbare signalen blijkt voor professionals lastig. Bijvoorbeeld verwaarlozing is lastig te herkennen. Ook signalen van andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zoals eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en financiële uitbuiting worden gemist. Dit geldt zowel voor professionals in de zorg als daarbuiten.

Het gesprek tussen een betrokkene en professional heeft tot doel om met de betrokkenen over de situatie te praten en na te gaan hoe hulp en ondersteuning aan de betrokkenen kan worden geboden. Wat we zien is dat bij professionals verkeerde veronderstellingen bestaan over het gesprek met betrokkene, waardoor dit gesprek door hen als een drempel wordt ervaren om de meldcode te gebruiken. Zo ligt er ten onrechte veel nadruk op het melden bij Veilig Thuis; professionals denken de meldcode en de mogelijke melding al te moeten benoemen in het eerste gesprek met betrokkene(n). Meer doelgroepgerichte voorlichting aan professionals en het duurzamer borgen van het gebruik binnen organisaties die werken met de meldcode is nodig.

Verwijsindex

Bij de verwijsindex bestaat een wisselend beeld. Het gebruik van de verwijsindex is de afgelopen jaren geleidelijk aan toegenomen tot 250.341 meldingen in 2018. Deze cijfers worden sterk beïnvloed door het gebruik in enkele regio’s. Van de 65 gemeentelijke convenantgebieden zijn namelijk tien regio’s verantwoordelijk voor ruim de helft van de meldingen. Niet-gebruikers geven onder meer aan weinig meerwaarde te zien van de melding. Reden hiervan is dat de betrokken hulpverleners al bij hen bekend zijn en zij het lastig te vinden ouders en betrokkenen te informeren over de melding. Het niet-gebruik vormt, ondanks langdurige en herhaalde aandacht voor de implementatie van de verwijsindex, een belangrijke belemmering voor het goed werken van het instrument.

Doordat het instrument geen landelijke dekking heeft, ontbreekt de rechtvaardiging om persoonsgegevens van jeugdigen centraal op te slaan in een landelijke database. Nicolette Woestenburg, projectleider van de evaluaties: ‘De wet is 10 jaar geleden in werking getreden. Het doel dat met het instrument werd beoogd, het realiseren van vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen professionals zodat tijdig hulp kan worden geboden, is nog steeds belangrijk, maar met dit instrument lijkt dit niet te worden bereikt.’ In het onderzoek komt ook naar voren dat de samenwerkingsverbanden die onder de Jeugdwet sinds 2015 zijn ontstaan mogelijk evenveel of meer effect hebben dan de verwijsindex.

Over het onderzoek

Onderzoekers van Pro Facto en het Amsterdam UMC (locatie VUmc) hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe beide wetten in de praktijk werken. De aanbevelingen van beide evaluaties zijn gericht aan de wetgever, het ministerie van VWS, beroepsgroepen, instellingen en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis.

De evaluatierapporten zijn aangeboden aan de minister en aan de Tweede Kamer. Dinsdagavond 23 juni 2020 zijn de rapporten in het Algemeen Overleg Jeugd aan de agenda toegevoegd.

Meer weten?

]]>
news-5834 Tue, 23 Jun 2020 09:41:28 +0200 Jeugdhulp bij kindermishandeling en seksueel geweld: doen we de juiste dingen? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jeugdhulp-bij-kindermishandeling-en-seksueel-geweld-doen-we-de-juiste-dingen/ Een rapport over deze vraag is onlangs naar de Tweede kamer gestuurd. Het rapport onderzoekt de mogelijkheden om te monitoren welke jeugdhulp wordt aangeboden aan kinderen die te maken hebben gehad met een vorm van (seksueel) geweld of mishandeling. Om zo beter inzicht te krijgen in de geboden hulp en de effectiviteit daarvan. Aanleiding voor dit onderzoek was een aanbeveling van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in de Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016. Uit dit rapport bleek dat 85% van de meisjes in gesloten jeugdhulp, de zwaarste vorm van jeugdhulp, hulp ontvingen naar aanleiding van seksueel geweld.

Geen landelijk beeld hulpaanbod

Momenteel is er geen landelijk beeld van de redenen waarom kinderen hulp ontvangen, omdat dit nu niet geregistreerd hoeft te worden. Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur: ‘Als we niet weten welke hulp mishandelde en misbruikte kinderen krijgen, weten we ook niet of we ze wel de juiste hulp bieden.’ Deze bevindingen vormden daarom aanleiding voor de Nationaal Rapporteur om de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan te bevelen te registreren waarom kinderen jeugdhulp ontvangen.

Monitoring is maatwerk

Het ministerie van VWS heeft vervolgens via ZonMw een onderzoek uit laten voeren naar de mogelijkheden om beter zicht te krijgen op de jeugdhulp die kinderen ontvangen na het meemaken van kindermishandeling en seksueel geweld. Uit het onderzoek, uitgevoerd door Partners in Jeugdbeleid, komt naar voren dat vanwege de complexiteit van de problematiek, hulpverlening bij kindermishandeling altijd maatwerk moet zijn. Ook monitoring van deze hulp moet recht doen aan de complexiteit ervan.

Het is volgens de onderzoekers niet zinvol om één indicator aan te wijzen, omdat er meerdere relevante factoren zijn die bepalen wat op welk moment de juiste hulp vormt voor slachtoffers van kindermishandeling. De onderzoekers bevelen daarom aan om het effect van de jeugdhulp globaal monitoren te combineren met diepteonderzoek. En daarbij aan te sluiten bij lopende initiatieven. Daarnaast bevelen de onderzoekers aan om de ontwikkeling van kennis en kunde over seksueel geweld en misbruik te bevorderen.

Lopende initiatieven

Er zijn veel lopende initiatieven op het gebied van kindermishandeling en seksueel geweld die voor een deel een antwoord geven op de vraagstelling van het onderzoek. Hierbij worden verschillende voorbeelden genoemd, zoals de Impactmonitor die door het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis wordt ontwikkeld. Maar ook onderzoek zoals door het Verweij-Jonker Instituut wordt gedaan naar gezinnen die te maken hebben met kindermishandeling en de onderzoeken die in kader van het onderzoeksprogramma Veilig opgroeien worden gedaan.

Aanbevelingen

De belangrijkste aanbevelingen die in het rapport worden gedaan zijn:
Zorg voor maatwerk, combineer globaal monitoren met diepteonderzoek, sluit aan bij lopende initiatieven, bevorder kennis en kunde. Dit alles ook apart voor seksueel geweld en misbruik.

Meer weten?

]]>
news-5809 Tue, 16 Jun 2020 12:33:00 +0200 Pilot van JGZ-richtlijn naar module van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/pilot-van-jgz-richtlijn-naar-module-van-start/ Deze maand start een pilot waarin 2 JGZ-richtlijnen omgezet worden naar modules. De richtlijnen worden omgezet aan de hand van een conceptwerkwijze, waarmee uiteindelijk alle richtlijnen in modules omgezet worden. De pilot moet helpen deze werkwijze verder aan te scherpen. Pilot

Afgelopen periode is er door methodoloog Miranda Langendam van het Amsterdam UMC gewerkt aan een werkwijze voor het omzetten van richtlijnen naar modules. Deze werkwijze wordt nu eerst getest door het werkveld. Deze maand start er een pilot naar het omzetten van een gehele richtlijn naar modules. De pilot geeft inzicht in de haalbaarheid, benodigde inspanning en de knelpunten van de werkwijze. De ervaringen vanuit de pilot worden verwerkt tot een definitieve werkwijze. De nieuwe werkwijze legt de basis voor het ZonMw-programma Richtlijnen JGZ 2019-2024, waarbinnen bestaande JGZ-richtlijnen omgezet worden naar modulair opgebouwde richtlijnen.

Nieuwe opzet

De komende periode gaan richtlijnontwikkelaars aan de slag om aan de hand van de conceptwerkwijze 2 bestaande richtlijnen in kleinere blokken (modules) te herschikken. Hierbij wordt bekeken of alle informatie vanuit de oorspronkelijke richtlijnen in de nieuwe opzet past. De ontwikkelaars worden bijgestaan door een ervaringsdeskundige op het gebied van modulaire richtlijnen en JGZ-professionals.  Ook zal een redacteur  zorgen dat de leesbaarheid van de teksten voor JGZ-professionals geoptimaliseerd wordt voor een prettiger gebruik van de richtlijnen.

Modulaire richtlijnen: up-to-date en gebruiksvriendelijk

Om kinderen de beste zorg te kunnen bieden is het van belang dat richtlijnen gebaseerd zijn op de actuele stand van zaken van wetenschappelijke- en praktijkkennis. Het up-to-date houden van bestaande richtlijnen is daarbij cruciaal. Een modulaire vormgeving in een vast format maakt  flexibeler onderhoud van de richtlijnen mogelijk. En vereenvoudigt het vinden van relevante informatie door de JGZ-professional. Bovendien kan met behulp van modules meer samenhang tussen richtlijnen gecreëerd worden, door te verwijzen naar aanverwante onderwerpen.  

Opbouw van een module

Bij een modulaire opbouw wordt een richtlijn opgedeeld in kleinere blokken, zogenaamde modules, die elk een uitgangsvraag beantwoorden. Een module bestaat uit een uitgangsvraag met bijbehorende aanbeveling(en), onderbouwing en verantwoordingsinformatie. Ook zijn eventuele andere aanverwante producten, documenten en/of hyperlinks in de module te vinden. Daarnaast maakt een modulaire opbouw het mogelijk om een onderwerp dat bij meerdere richtlijnen terugkomt, zoals verwijzen, als vaste module onder meerdere richtlijnen te plaatsen.

Wilt u op de hoogte blijven over de pilot, de werkwijze of het nieuwe JGZ-Richtlijnen programma? Houdt dan de Linkedinpagina Jeugd in de gaten.

Meer weten?

]]>
news-5769 Fri, 05 Jun 2020 09:56:24 +0200 App voor jongeren met depressieve klachten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/app-voor-jongeren-met-depressieve-klachten/ Veel depressieve jongeren krijgen niet de zorg die zij nodig hebben. Zij weten vaak niet dat ze depressief zijn of schamen zich voor hun klachten. Het Trimbos-instituut en GGZ Oost Brabant ontwikkelde samen met jongeren en hulpverleners de app Boost My Mood voor jongeren met depressieve klachten. Doorontwikkeling BoostMe

Voor volwassenen met depressieve klachten bestond al de app BoostMe, wat het vertrekpunt is geweest voor de ontwikkeling van de Boost My Mood app. De app bestaat uit 4 thema’s waarmee jongeren zelf aan de slag kunnen. De thema’s komen overeen met de belangrijkste klachten die depressieve jongeren ervaren, namelijk stemming, slaap, piekeren en stress. Per thema bevat de app tips, zelftesten, oefeningen en ervaringsverhalen. Alle oefeningen zijn afgeleid van effectieve werkvormen uit andere interventies of therapieën voor slaapproblemen.

Jongeren rapporteerden minder depressieve gevoelens

Na het uitwerken van een implementatiestrategie voor verschillende fasen in de zorgketen, is de app door jongeren in verschillende zorgtrajecten uitgeprobeerd. Het betrof hier jongeren met beginnende depressieve klachten en jongeren die op de wachtlijst staan voor een behandeling. Zij rapporteerden na afloop minder depressieve gevoelens dan vóór de periode dat zij met de app aan de slag gingen. De app zou ook uitgeprobeerd worden door jongeren die een behandeling voor depressie hadden afgerond, maar bij deze groep bleek minder belangstelling voor de app te bestaan. Voor jongeren met beginnende depressieve klachten bleek de Boost My Mood app het meest geschikt. De komende periode wordt een pilotstudie gecontinueerd waarin de bruikbaarheid en werkzaamheid van de app als vroege interventie verder wordt onderzocht.

Meer informatie

]]>
news-5770 Fri, 05 Jun 2020 09:53:03 +0200 Aanvullende subsidieronde voor projecten maatschappelijke diensttijd opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aanvullende-subsidieronde-voor-projecten-maatschappelijke-diensttijd-opengesteld/ Vandaag is een nieuwe subsidieoproep gepubliceerd die projecten uit subsidieronde 4a - MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk in de gelegenheid stelt om extra budget aan te vragen voor uitbreiding van hun partnerschap met nieuwe partners. Hiermee kunnen zij MDT laten groeien naar een landelijk dekkend netwerk. Het extra budget stelt de projecten in de gelegenheid om meer jongeren (uit verschillende groepen) te bereiken, binnen andere regio’s aanbod te genereren, het lerend vermogen rondom de MDT te versterken en/of aanbod in andere sectoren/interessegebieden aan te kunnen bieden.

Over de subsidieoproep

Een subsidieaanvraag kan alleen ingediend worden door de hoofdaanvrager van het project uit subsidieronde 4a. De deadline hiervoor is maandag 7 september 2020 15.00 uur. Het besluit wordt (onder voorbehoud) bekendgemaakt op 24 november 2020. De voorwaarden kunt u terugvinden in de subsidieoproep.

Wilt u aansluiten bij een project?

Denkt u dat u met uw organisatie bij kan dragen aan het uitbreiden van het MDT-netwerk?  Neem dan contact op met de projectleider van een van de projectleiders uit subsidieronde 4a. Een overzicht van deze projecten is te vinden op deze pagina (de projecten met ** achter de naam).

Mogelijk worden er ter voorbereiding op de uitbreiding van partnerschappen extra netwerkbijeenkomsten georganiseerd. Dit initiatief komt vanuit het kernteam MDT om organisaties actief met elkaar in contact te brengen. Houd www.doemeemetmdt.nl, de nieuwsbrief en/of de LinkedIn in de gaten voor de data.

Over de maatschappelijke diensttijd

De maatschappelijke diensttijd (MDT) is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. MDT biedt ook de mogelijkheid om mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen. Meer weten? Kijk op www.doemeemetmdt.nl.

Meer weten?

]]>
news-5763 Wed, 03 Jun 2020 15:53:06 +0200 Ervaringen van 5 Jaar MIND Young Academy https://mindyoung.nl/thema/ervaringen-van-5-jaar-mind-young-academy In de publicatie ‘Jongeren en psychische gezondheid: ervaringen van 5 jaar MIND Young Academy’ worden signalen gedeeld van leerlingen, docenten en zorgcoördinatoren, effectieve oplossingen en een blik op de toekomst. news-5727 Tue, 26 May 2020 11:36:43 +0200 Nieuw digitaal instrument voor jeugdhulpaanbieders voor vluchtelingenkinderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-digitaal-instrument-voor-jeugdhulpaanbieders-voor-vluchtelingenkinderen/ Nidos, Jeugdzorg Nederland en Pharos hebben onderzoek gedaan naar de succesfactoren voor een effectief jeugdhulpaanbod voor vluchtelingenkinderen. Uit het onderzoek blijkt dat de succesfactoren kunnen worden opgedeeld in 3 categorieën: cultuursensitief werken, competenties en de houding van medewerkers, en organisatorische randvoorwaarden. De succesfactoren zijn samengevat in een nieuw digitaal instrument voor jeugdhulpaanbieders en organisaties die werken met vluchtelingen. Het instrument biedt daarnaast praktische tips en een screeningsinstrument. Het project werd opgezet nadat bleek dat jeugdhulpaanbod dat goed aansluit op de (zorgvraag van) vluchtelingen in de praktijk niet of nauwelijks voor handen is. Binnen het onderzoek van dit project wordt deze aanleiding bevestigd, al geven meerdere verwijzers en begeleiders in grootstedelijke gebieden aan dat jeugdhulpaanbod daar relatief vaak te vinden en naar hun idee voldoende toegankelijk is. Ook is te zien dat diverse aanbieders op verschillende manieren proberen hun aanbod beter aan te laten sluiten op deze jeugdigen. Zij zijn er in de dagelijkse praktijk zichtbaar bewust mee bezig en doen hun uiterste best om binnen de huidige mogelijkheden zorg zo goed mogelijk aan te bieden.

Volgens de jeugdhulpaanbieders die ook asielopvang bieden, zorgt een aantal aspecten ervoor dat hun hulpaanbod potentieel meer effectief is dan het aanbod van de reguliere jeugdzorg. Het onderzoek in deze groep heeft geresulteerd in een overzicht van 3 categorieën voor succesfactoren voor jeugdhulp aan vluchtelingenkinderen, met bijbehorende succesfactoren:

  • Aansluiten/(cultuur)sensitief werken: interesse tonen, een open houding en ‘echt’ contact maken, een respectvolle betrouwbare relatie tussen de jeugdige en hulpverlener, het betrekken van familie en (formeel en informeel) netwerk, outreachend werken en het inzetten van een intercultureel mediator, tolk of sleutelpersoon.
  • Competenties en de houding van de medewerkers
  • Organisatorische randvoorwaarden: eenvoudige intake en snelle start behandeling, diversiteit binnen teams, aannamebeleid, scholing- en trainingsaanbod, financiering tolk, intercultureel mediator en sleutelpersoon en het faciliteren van outreachend werken.

Het volledige onderzoeksrapport en het digitale instrument zijn te vinden in het e-zine.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-5724 Mon, 25 May 2020 09:43:55 +0200 Helpen wanneer je nodig bent: #ookditisMDT https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/helpen-wanneer-je-nodig-bent-ookditismdt/ MDT gaat over iets doen voor een ander. Juist in een lastige periode als deze, willen jongeren helpen. Om in deze behoefte tegemoet te komen, is er een laagdrempelige subsidieronde ingericht voor bestaande MDT-organisaties. Helpen wanneer je nodig bent: #ookditisMDT. Organisaties die een lopend of afgerond MDT-project hebben, konden hun projectvoorstel indienen. Hiervoor was per project maximaal € 50.000 beschikbaar. In totaal zijn er 19 projecten gehonoreerd, waarbij jongeren zich inzetten voor een ander én werken aan hun talentontwikkeling in aangepaste vorm. Bij het project MDT op Zuid 2.0. geven jongeren nu bijvoorbeeld digitale huiswerkbegeleiding en persoonlijke coaching aan kwetsbare scholieren en statushouders uit de buurt, die niet gewend zijn om thuis met school bezig te zijn. Deze jongeren dreigen door de situatie achterop te raken. De coaches bieden hen nu een luisterend oor en dagen scholieren uit om zich te ontwikkelen.

In de Zaanstreek gaan 100 jongeren onder de noemer 075 Heroes zich inzetten tegen eenzaamheid. Voor ouderen organiseren ze onder meer balkonworkouts en voor kinderen allerlei activiteiten tijdens de Ramadan. Young Impact helpt in heel Nederland jongeren met een beperking met online thuisopdrachten en challenges. Bij een project in de Utrechtse wijk Overvecht gaan 250 MDT-jongeren ouderen, mensen met een taalachterstand en basisschoolleerlingen helpen.

Op www.doemeemetmdt.nl/ook-dit-is-mdt is een overzicht te vinden van alle hulpinitiatieven.

Over MDT (maatschappelijke diensttijd)

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang. Namelijk iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten. Doordat jongeren iets doen voor een ander en/of voor de samenleving, komen ze zelf ook een stap verder. Met talentontwikkeling ontwikkelen jongeren vaardigheden en vergroten zij hun zelfvertrouwen en hun netwerk. MDT heeft ook tot doel mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen.

Meer weten?

]]>
news-5722 Fri, 22 May 2020 09:46:12 +0200 Jeugd aan zet: jongeren in kleinere gemeenten zetten zich in voor een ander https://www.doemeemetmdt.nl/nieuws/jeugd-aan-zet-jongeren-in-kleinere-gemeenten-zetten-zich-in-voor-een-ander Het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg (LNB) en MDT slaan de handen ineen. Tijdens de coronacrisis willen ze jongeren activeren om iets te betekenen voor een ander. Het programma 'Jeugd aan zet' is een kans voor gemeenten om participatie en ontmoeting te stimuleren en voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar om hun talenten te ontwikkelen. news-5680 Tue, 12 May 2020 06:00:00 +0200 De corona-regels doen de laagdrempelige aanpak van consultatiebureaus teniet https://publicaties.zonmw.nl/dag-van-de-verpleging-2020/#c59369 Op deze bijzondere Dag van de Verpleging bedanken we vanuit ZonMw alle verpleegkundigen! Lees meer over hun enorme inzet en betrokkenheid. Onder andere in het interview met verpleegkundig specialist jeugd Ingrid Brokx: ‘De werkwijze van het consultatiebureau is als gevolg van de coronacrisis drastisch veranderd'. news-5661 Wed, 06 May 2020 14:42:44 +0200 Subsidieoproep “Maatschappelijke dynamiek” binnen COVID-19 Programma open https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-maatschappelijke-dynamiek-binnen-covid-19-programma-open/ De subsidieoproep voor aandachtsgebied “Maatschappelijke dynamiek” binnen het COVID-19 Programma is opengesteld. Consortia, onderzoeksgroepen en afzonderlijke onderzoekers uit meerdere disciplines kunnen ideeën indienen voor onderzoek gericht op de maatschappelijke effecten van de coronapandemie en van de (voorgenomen) maatregelen daartegen. Gezien de urgentie van handelen is de deadline voor het indienen van ideeën op 25 mei 2020, 19.00 uur. Het COVID-19 Programma

Het actie- en onderzoeksprogramma COVID-19 is gericht op onderzoek gericht op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Er zijn drie aandachtsgebieden:

  1. Voorspellende diagnostiek en behandeling
  2. Zorg en preventie
  3. Maatschappelijke dynamiek

Deze subsidieoproep betreft alleen aandachtsgebied 3 “Maatschappelijke dynamiek” en heeft een totaal te verdelen subsidiebudget van € 6,5 miljoen. De subsidieoproep voor aandachtsgebied 1 en 2 is op 1 mei 2020 gepubliceerd met als deadline 14 mei 2020, 14.00 uur. Lees hier meer informatie daarover.  

Aandachtsgebied Maatschappelijk dynamiek

Het aandachtsgebied Maatschappelijke dynamiek betreft brede, maatschappelijk vraagstukken, waarbij meerdere wetenschappelijke disciplines betrokken zijn. Het gaat bijvoorbeeld om antwoord op vragen als: Wat zijn de maatschappelijke consequenties van de coronacrisis? Welke sociale en economische problemen zijn erdoor blootgelegd of ontstaan? Maar ook: Welke positieve effecten heeft de crisis? Welke herstartscenario’s zijn er na een kortere of langere periode van economische en brede sociale ontwrichting? Wat kunnen we van de crisis leren voor de toekomst?

Uitnodiging tot onderzoek

Consortia, onderzoeksgroepen en individuele onderzoekers zijn met deze subsidieoproep uitgenodigd om ideeën in te dienen voor onderzoeksprojecten waarmee kennis genereerd wordt over de Nederlandse en wereldwijde impact van de coronacrisis en de maatregelen daartegen. Onderzoek richt zich niet alleen op uitdagingen tijdens deze pandemie, maar ook op de situatie na de coronacrisis. Daarnaast sluit het onderzoek aan bij prioritaire thema’s zoals hieronder beschreven.

Prioritaire thema’s

Een multidisciplinair expertpanel onder voorzitterschap van Jet Bussemaker heeft de volgende prioritaire thema’s voorgedragen, waarbij op bijbehorende onderwerpen ingediend kan worden:

  1. Onderzoek naar de effectiviteit en impact van maatregelen/strategieën in respons op de coronacrisis
    Onderwerpen: Betrouwbaarheid en legitimiteit van overheid en wetenschap in tijden van crisis, de voorwaarden voor technologieën, gekoppeld aan het ‘openstellen’ van de samenleving, effect van de 1,5 meter maatregel, verschillen tussen Europese landen.    
  2. Onderzoek naar de veerkracht van de samenleving
    Onderwerpen: Kwetsbare groepen, maatschappelijke ongelijkheid ten gevolge van genomen maatregelen, thuisonderwijs, psychologische effecten en emotioneel welbevinden, burgerinitiatieven.  
  3. Onderzoek naar de economische veerkracht
    Onderwerpen: De economische effecten van de lock down voor verschillende sectoren, heropenen sectoren van de economie, thuiswerken.

Deze thema’s hebben de hoogste urgentie om onderzocht te worden. Projectideeën moeten aansluiten bij een of meerdere van deze thema’s. In de tekst van de subsidieoproep zijn de thema’s en onderwerpen nader toegelicht.

Planning subsidieronde

Voor deze subsidieronde geldt het volgende tijdpad:

Deadline indienen projectidee
Ontvangst advies van de commissie
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
Ontvangst van het commentaar van beoordelaars
Deadline indienen wederhoor
Besluit
Uiterlijke startdatum

25 mei 2020, 19.00 uur
Rond 18 juni 2020
29 juni, 14.00 uur
6 juli 2020
8 juli 2020, 12.00 uur
Rond 23 juli 2020
3 augustus 2020

Op korte termijn wordt de subsidieoproep ook in het Engels op de ZonMw-website gepubliceerd.

Meer informatie

 

]]>