Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vleermuizen zijn wereldwijd een bron van opkomende infectieziekten. In Nederland komen er 17 soorten vleermuizen voor. Net als andere zoogdieren, overal ter wereld, dragen vleermuizen virussen bij zich. We weten niet goed welke virussen vleermuizen in Nederland bij zich dragen, en of deze eventueel schadelijk zijn voor mens of huisdier. Dit gebrek aan kennis veroorzaakt soms onnodige ongerustheid. De doelstelling van dit project is om onze kennis te vergroten over vleermuizen als een mogelijke bron van op mens overdraagbare (zoönotische) virusinfecties. Daartoe gaan we gevonden dode vleermuizen en uitwerpselen van levende vleermuizen in Nederland testen om te bepalen welke virussen ze herbergen. We gaan bloedmonsters van mensen met een verhoogd risico op contact met vleermuizen testen om te bepalen of ze met vleermuisvirussen besmet kunnen worden. We gaan mensen met een verhoogd risico op contact met vleermuizen ondervragen over hun kennis en risicobeleving van vleermuizen. De informatie die we hiermee verkrijgen zal bijdragen aan verbetering van het voorkómen en het beheer van de overdracht van virusinfecties van vleermuis op mens en zal bijdragen aan de bescherming van Nederlandse vleermuispopulaties.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vleermuizen zijn wereldwijd een bron van opkomende infectieziekten. In Nederland komen er 17 soorten vleermuizen voor. We weten niet goed welke virussen vleermuizen in Nederland bij zich dragen, en of deze eventueel schadelijk zijn voor mens of huisdier. Om dit te onderzoeken hebben vleermuis onderzoekers feces monsters verzameld op meer dan 450 locaties van 13 verschillende vleermuissoorten in Nederland in 2017 en 2018. Dit is het resultaat van een gezamenlijke inzet van vrijwilligers. Daarnaast zijn meer dan 200 vleermuiskarkassen van 8 verschillende soorten verzameld voor onderzoek. Mensen die in de risicogroepen vallen hebben meegewerkt aan het onderzoek door een vragenlijst over hun gedrag richting vleermuizen en de aard en hoeveelheid contact dat zij met vleermuizen hebben. Tevens hebben zij bloed gedoneerd om te testen op aanwezigheid van antilichamen tegen vleermuisvirussen. Als laatste zijn er 300 sera monsters van katten verzameld om te onderzoeken of zij een tussengastheer kunnen zijn voor het overdragen van vleermuisvirussen op de mens. Tot nu toe zijn er verschillende virussen geïdentificeerd in de feces monsters van de vleermuizen en de relevante hiervan voor de gezondheid van vleermuis en mens wordt momenteel onderzocht. We hebben ons onderzoek en de voorlopige resultaten op meetings en symposia gepresenteerd en verspreid via regelmatige nieuwsupdates op de website van en de mailing lijst van de Nederlandse Zoogdiervereniging (https://www.zoogdiervereniging.nl/zoonosen).

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The emergence of infectious diseases such as Ebola fever, West Nile fever, and Middle East respiratory syndrome (MERS) is an important public health problem. While the risk of such emergence events in developed countries like the Netherlands is small, both public concern and potential consequences are large. The majority of newly emerging diseases come from wildlife, either directly or via intermediate hosts.

 

Bats are a high-risk wildlife category for zoonoses because of their species richness, gregariousness, and tendency to live in close proximity to humans. In the Netherlands, we lack knowledge about viral diversity in bats, the zoonotic potential of these viruses, and Dutch peoples’ knowledge, risk perception, and practices regarding bats. Without this knowledge, it is not possible to estimate the level of the zoonotic threat from bats and, if necessary, to develop appropriate prevention and management tools.

 

Bats harbour many viruses, a high proportion of which are (potentially) zoonotic. Bat-to-human virus transmission can take place not only directly, but also indirectly via fomites or contaminated food or via intermediate hosts. Human behaviour studies on risk perception and knowledge of bats and their pathogens have proven useful to develop appropriate measures, but also have shown that human behaviour towards bats differs culturally, and is therefore difficult to extrapolate to other countries.

 

There are 17 bat species in the Netherlands, several of which live in close proximity to humans. European bat lyssavirus type 1 (EBLV-1), EBLV-2, and MERS-like coronaviruses are (potentially) zoonotic viruses known to occur in bats here. People with occupations or hobbies that put them at high risk of bat contact include bat researchers, bat keepers, bat group volunteers, animal ambulance staff, bird and bat rehabilitators, and construction workers. Among domestic animals, cats have been shown to have the highest contact with bats, and may therefore act as intermediate hosts of bat-borne viruses. Knowledge of human behaviour towards bats in the Netherlands is limited to a study in East Netherlands targeting only bat workers and animal ambulance workers and limited to rabies in bats.

 

Although several new and potentially zoonotic viruses have recently been detected in bats elsewhere in Europe, it is not known whether they occur in the Netherlands. Also, the knowledge, risk perception and practices of most risk groups and the general public across the Netherlands towards bats and their pathogens is not known.

 

Therefore, the objective of this project is to increase our knowledge about bats as a potential source of zoonotic viruses in the Netherlands, to support evidence-based development and evaluation of prevention and management tools against virus transmission from bats to humans. We have three research questions to reach this objective:

1. What is the range of viruses present in prioritized bat species, and how does this vary in time, place, and breeding cycle?

2. What is the evidence for zoonotic transmission of key viruses from bats to humans and cats?

3. What is the level of contact between bats and people and what is their risk perception and knowledge of bats?

 

To answer these three questions, we have formed a multidisciplinary project team covering public health and human behaviour, veterinary medicine, bat ecology and conservation. To answer the first question, we will sample live and dead bats across the Netherlands, examine samples for the presence of viruses and associated pathological changes, and determine ecological and epidemiological variables affecting virus prevalence. To answer the second question, we will collect sera from people and cats at increased risk of contact with bats, and test these sera for antibodies to bat-borne viruses by use of a newly developed multiplex serological assay against priority bat-borne viruses. To answer the third question, we will question people living or working near to bats in a bat network in Utrecht, people in high risk groups, and people from the general population. We will develop a questionnaire in order to obtain information including sociodemographic variables, frequency and type of contact with bats, knowledge and risk perception of bats and their pathogens, and knowledge about preventive measures.

 

The expected results from this project are improved information on the overall virus diversity in bats in the Netherlands, on the potential of these viruses to be transmitted to people, and on the risk perception, knowledge and practices of risk groups and the general public towards bats and their pathogens. This information will provide guidance on the need and possible design of a knowledge-based national virus surveillance programme in bats, improve risk assessment of contact with bats, and strengthen guidelines for prevention and intervention of zoonotic virus transmission from bats in the Netherlands.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website