Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische stoornis die kan ontstaan na het meemaken van een trauma (een schokkende gebeurtenis). PTSS kenmerkt zich door symptomen van herbelevingen, vermijding van dingen die aan het trauma doen denken, negatieve gedachten en gevoelens, en prikkelbaarheid. De meerderheid van de volwassenen met PTSS is ouder van één of meer kinderen (Nicholson et al., 2002). Kinderen die opgroeien met een ouder met PTSS, lopen een verhoogd risico om zelf ook PTSS en andere psychische problemen te krijgen (Lambert et al., 2014). Dit fenomeen wordt ‘intergenerationele overdracht van trauma’ genoemd (Yehuda & Lehrner, 2018). Gezinnen waarin een ouder PTSS heeft zijn dus een belangrijke doelgroep voor preventieve interventie om psychische problemen bij kinderen te voorkomen. Ouders met PTSS worstelen gemiddeld meer met het ouderschap dan gezonde ouders; ze hebben bijvoorbeeld een slechtere relatie met hun kinderen en vertonen vaker dysfunctioneel opvoedgedrag (Christie et al., 2019). Daarnaast kan PTSS leiden tot de afbraak van het sociale steunnetwerk (Clapp & Gayle Beck, 2009).

 

Preventieve interventies waarbij de opvoedvaardigheden van ouders met psychische problemen worden vergroot, zijn effectief in het voorkomen van psychische problemen bij kinderen (Thännhauser et al., 2017). Ook versterking van het sociale steunnetwerk van het gezin draagt hieraan bij (Reedtz et al., 2019). Er bestaat echter nog geen interventie specifiek voor ouders met PTSS die de opvoedvaardigheden en/of sociale steun vergroot. Dit onderzoek heeft daarom als doelstelling: een breed inzetbare, laagdrempelige preventieve interventie doorontwikkelen en onderzoeken, gericht op vermindering van risico op psychische klachten bij kinderen door verbetering van opvoedvaardigheden en sociale steun van ouders met PTSS. De preventieve interventie wordt gebaseerd op ‘KopOpOuders zelfhulp’, een bewezen effectieve e-health interventie voor ouders met psychische problemen (Janssen & Van der Zanden, 2015). De bestaande interventie wordt aangevuld met PTSS-specifieke inhoud en uitgebreid tot een blended care-interventie door toevoeging van face-to-facesessies met getrainde preventiemedewerkers. De nieuwe interventie beslaat 5 online modules en 3 face-to-facesessies. In de aanpassingen van de interventie vormen de wensen en behoeftes van de doelgroep de rode draad. Een stuurgroep van ervaringsdeskundigen (ouders met PTSS en hun kinderen) speelt daarom een belangrijke rol in de aanpassingen. Daarnaast wordt de visie van deze stuurgroep doorlopend meegenomen in de uitvoering en disseminatie van het onderzoek.

 

Na ontwikkeling van de vernieuwde interventie, wordt de effectiviteit ervan getoetst in een randomized controlled trial (RCT), N = 142 (controlegroep n = 71, interventiegroep n = 71). De steekproef bestaat uit cliënten van Arkin die PTSS hebben en een of meer kinderen hebben tussen 6 en 18 jaar. De controlegroep vervolgt reguliere PTSS-behandeling; de interventiegroep volgt naast reguliere PTSS-behandeling de interventie gedurende 9 weken. De effectiviteit van de interventie wordt gemeten op macro- en microniveau. De primaire (opvoedgedrag, ervaren opvoedcompetentie en sociale steun van de ouder) en secundaire uitkomstmaten (psychosociaal welbevinden en PTSS-symptomen van het kind) worden gemeten op macroniveau middels vragenlijsten voor en na de interventie. Een follow-upmeting 12 weken na afloop meet de middellangetermijneffecten op macroniveau. De metingen op microniveau worden gedaan middels experience sampling (herhaaldelijke, systematische rapportage van gedrag in het dagelijks leven via een app). Een aselecte subgroep van n = 70 (controlegroep n = 35, interventiegroep n = 35) vult gedurende een week voor en een week na de interventieperiode drie keer per dag een korte vragenlijst in over de context waarin zij zich bevinden, PTSS-symptomen en opvoedgedrag (permissief/overreactief). Met de experience sampling-data over opvoedgedrag op de voor- en nameting wordt de effectiviteit van de interventie op microniveau getoetst. Daarnaast wordt datagedreven analyse toegepast op de experience-sampling-data van de voormeting om te onderzoeken of subgroepen in patronen van PTSS-symptomen en opvoedgedrag kunnen worden geïdentificeerd. Deze patronen geven inzicht in de manier waarop PTSS-symptomen en opvoedgedrag variëren in het dagelijks leven en kunnen gebruikt worden om ouders in de toekomst meer gepersonaliseerde ondersteuning te bieden.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website