Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

AANLEIDING

JGZ-instellingen stappen over naar een flexibelere uitvoering van het basispakket JGZ. Er wordt geflexibiliseerd met taakherschikking, flexibelere contactmomenten met o.a. e-consulten of groepsconsulten. Zo wordt hoog gekwalificeerde menskracht vrij gemaakt en kunnen meer kinderen vroegtijdig in de eigen omgeving geholpen worden met preventieve, lichte hulp en minder kinderen doorstromen naar zware hulp.

 

DOEL

Doel van dit onderzoek is onderbouwing te geven aan flexibilisering van de JGZ, inclusief kosten. Hiervoor worden JGZ-organisaties vergeleken in 1) de mate waarin zij flexibel werken, 2) de problematiek van kinderen en 3) door JGZ geboden zorg.

Hypothese was dat bij flexibelere JGZ er meer kinderen in extra zorg zijn dan bij minder flexibele JGZ. Extra zorg betreft bovendien vaker psychosociale, opvoed- en/of leefstijlproblemen. Door flexibeler werkende JGZ hebben extern verwezen kinderen ernstiger problemen en worden vaker verwezen naar zwaardere zorg.

 

METHODE

Om deze vragen te beantwoorden zijn verschillende onderzoeksactiviteiten verricht:

1. Bij een random steekproef (N=16.532) van kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar uit het DD JGZ bij drie JGZ (GGD HvB, stad Utrecht en GGD WB is vergeleken: a) de wijze waarop zij flexibel werken en b) de problematiek van kinderen in zorg en c) door JGZ geboden zorg;

2. Kostenanalyse op basis van de data uit het DD JGZ, veldraadpleging bij de drie praktijkorganisaties omtrent a) de gemiddelde duur die per discipline besteed wordt aan activiteiten ; en b) een uniform standaard uurtarief;

3. Tevredenheidsonderzoek, middels a) een vragenlijst uitgezet bij cliënten (N=1.479) van de drie praktijkorganisaties en b) online focusgroepen met enerzijds cliënten (N=23) en anderzijds professionals (N=10) van de drie praktijkorganisaties.

 

CONCLUSIES

Flexibilisering wat betreft organisatie en vorm van de contacten in het basispakket JGZ zorgt ervoor dat:

• Relatief meer kinderen gebruik maken van extra zorgactiviteiten;

• De extra zorgactiviteiten bestaan uit meer telefonisch of digitaal contact i.p.v. face-to-face;

• Vaker een jeugdarts wordt ingezet in de extra zorgactiviteiten (vooral bij 0-4 jarigen), en relatief minder jeugdverpleegkundigen.

 

Flexibilisering wat betreft taakherschikking zorgt ervoor:

• Dat er minder kinderen gebruik maken van extra zorgactiviteiten;

• Dat er vaker face-to-face contact wordt ingezet in de extra zorgactiviteiten i.p.v. andere activiteiten (telefonisch/digitaal).

 

Ten aanzien van de kosten, geldt dat:

• Flexibilisering van contact en taakdelegatie gepaard gaat met hogere kosten voor artsen;

• Taakdelegatie gepaard gaat met meer relatieve kosten voor assistenten.

 

Tevredenheid met JGZ is in het algemeen hoog. Ouders bij organisaties die meer zijn geflexibiliseerd, zijn meer tevreden zijn over de JGZ. Mate van tevredenheid wordt mede bepaald door de wijze waarop het contact is ontstaan, het type contact en met wie het contact is geweest.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Op basis van de resultaten van het onderzoek naar lange termijn effecten van extra zorg bij flexibilisering in de JGZ, kunnen we volgende conclusies trekken ten aanzien van de vergelijking van JGZ-organisaties in a) de wijze waarop zij flexibel werken en b) de problematiek van kinderen in zorg en c) door JGZ geboden zorg.

 

Flexibilisering wat betreft organisatie en vorm van de contacten in het basispakket JGZ (zoals bij GGD HvB) zorgt ervoor dat:

• Relatief meer kinderen gebruik maken van extra zorgactiviteiten;

• De extra zorgactiviteiten bestaan uit meer telefonisch of digitaal contact i.p.v. face-to-face;

• Vaker een jeugdarts wordt ingezet in de extra zorgactiviteiten (vooral bij 0-4 jarigen), en relatief minder jeugdverpleegkundigen.

 

Flexibilisering wat betreft taakherschikking (zoals bij Utrecht) zorgt ervoor:

• Dat er minder kinderen gebruik maken van extra zorgactiviteiten;

• Dat er vaker face-to-face contact wordt ingezet in de extra zorgactiviteiten i.p.v. andere activiteiten (telefonisch/digitaal).

 

Ten aanzien van de kostenanalyse gelden de volgende conclusies. Ten eerste, hoe meer een organisatie flexibilisering op contact en taakdelegatie doorvoert, des te hoger de kosten voor artsen. Ten tweede, als binnen een organisatie vooral taakdelegatie wordt doorgevoerd, dan worden er meer relatieve kosten gemaakt voor assistenten.

 

Ten aanzien van het tevredenheidsonderzoek gelden de volgende conclusies. Ouders bij organisaties die meer zijn geflexibiliseerd zijn ook meer tevreden zijn over de JGZ. Naast de wijze van flexibilisering zijn ook andere determinanten significant gerelateerd met de tevredenheid van ouders. Dit zijn de wijze waarop het contact is ontstaan, het type contact en met wie het contact. Uit de focusgroepen blijkt bovendien dat de tevredenheid van ouders met JGZ in het algemeen hoog is, maar er is ook sprake van variatie in tevredenheid per JGZ-locatie. Dit wijst erop dat het belangrijk blijft om aandacht te behouden voor tevredenheid per individu. Voor ouders is het contact met JGZ over de jaren gelijk is gebleven. Professionals zijn tevreden over flexibilisering en ervaren steun vanuit de organisatie voor flexibilisering. Echter kaders, systemen (incl., administratie) en cultuur vormen soms drempels, waardoor professionals vaak zelf de wijze van operationalisatie moeten uitzoeken. Zij ervaren een positieve werking van flexibilisering op de dialoog met ouders, het kunnen aansluiten bij hun behoeften, de bereikbaarheid en werkdruk.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit document bevat de voortgangsrapportage van het project ‘Lange termijn effecten van extra zorg bij flexibilisering in de JGZ’, met de bevindingen van fase 1.

 

ZonMw heeft deze eerst fase 1 gehonoreerd en zal fase 2 honoreren op voorwaarde dat fase 1 aantoont dat:

1) De wijze van flexibilisering van voldoende onderscheidend vermogen is tussen betrokken JGZ-organisaties (te weten GGD Hart van Brabant, JGZ West-Brabant en Utrecht);

2) De kwaliteit van de gegevens uit het digitaal dossier gegarandeerd is.

 

Om ZonMw in de gelegenheid te stellen een besluit te nemen over de honorering van fase 2, geeft deze voortgangsrapportage:

1) Een gedetailleerde beschrijving van de wijze van flexibilisering van de deelnemende JGZ-organisaties;

2) Een rapportage over het onderscheidend vermogen tussen de deelnemende JGZ-organisaties op het vlak van flexibilisering;

3) Een gedetailleerd plan voor gegevensverzameling en analyse en rapportage over de proefextractie van gegevens uit het digitaal dossier.

 

Deze voortgangsrapportage bevat de volgende inhoud. Ten eerste worden de doelstelling en onderzoeksvragen van het project beschreven en de vragen die wij trachtten te beantwoorden voor fase 1. Bovendien wordt verslag gedaan van een benchmark van de wijze waarop JGZ-organisaties in Nederland flexibilisering toepassen. Ten tweede wordt de methode van onderzoek beschreven om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Dan volgen de resultaten van het onderzoek. Voor de methode en resultaten worden onderdeel 1 en 2 (beschrijving van de wijze van flexibilisering en het onderscheidend vermogen tussen de deelnemende JGZ-organisaties) samen genomen. Het plan voor gegevensverzameling en analyse en rapportage over de proefextractie worden apart beschreven. De rapportage eindigt met een conclusie waarin een aanbeveling gedaan ten behoeve van de beslissing van ZonMw over honorering van fase 2.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderscheidend vermogen ligt met name op het vlak van de aard van het contact (face-to-face en alternatieven) en de inzet van taakherschikking. In deze factoren werd de grootste variatie tussen organisaties waargenomen. In de frequentie van contacten bleek voor de JGZ-organisaties weinig speelruimte te zitten. Het gebruik van risicotaxatie-instrumenten leek weinig te verschillen, die gebruiken zij allen om de behoefte van het kind in kaart te brengen. Echter er is wel een verschil in de wijze waarop de behoefte van het kind de basis vorm om invulling te gegeven aan (een deel) van de vorm van het contact en taakherschikking.

 

Alle partners zijn zeer geflexibiliseerd in de wijze en type van voorlichting dat zij bieden. Dit gebeurt met name digitaal, bijvoorbeeld via ouderportaal, e-nieuwsbrief of digitale folders. Daarin zijn zij niet onderscheidend. In de samenwerking met partners in het sociale domein zijn er binnen de organisaties zeer grote verschillen per regio (bijv. wijk of gemeente). Dit maakt het lastig om de partners of deze factor te onderscheiden.

 

Om het onderscheidend vermogen tussen de deelnemende JGZ-organisaties op het vlak van flexibilisering in kaart te brengen, zijn de drie onderscheidende en samenhangende factoren in een matrix ondergebracht met drie assen:

• X-as: Organisatie van contacten: frequentie en vorm leeftijdsgroep ;

• Y-as: Organisatie van taakherschikking;

• Z-as: Gezamenlijke zorgbehoefte inschatting als basis voor contacten en taakherschikking.

 

Aan de hand van deze drie assen zijn de drie partners op de volgende wijze onderscheidend. Bij JGZ WB is de organisatie van zowel taakherschikking en contactmomenten en -vorm volledig vastgelegd. Het herschikken van taken en het aantal momenten kan met inachtneming van een minimum worden aangepast aan de behoefte van het kind. Bij Utrecht is de organisatie van contactmomenten en -vorm eveneens sterk vastgelegd en kan met inachtneming van een minimum worden aangepast aan de behoefte van het kind. Echter, taakherschikking kent een vrij in te vullen deel, naar gelang de behoefte van het kind. Bij GGD HvB kent, naast een vrij in te vullen deel voor taakherschikking, een minimum aantal vastgelegde momenten. Afhankelijk van de behoefte van het kind kunnen contacten worden toegevoegd en in de vorm worden gevarieerd. Dit wordt bovendien per (zelfsturend) team zelf ingevuld.

 

Over het algemeen is de kwaliteit van de data goed. Het aandeel basis zorg en extra zorg kan voor twee van de drie organisaties goed gemaakt worden. Voor één organisatie (Utrecht) is het aandeel extra zorg onrealistisch laag, mogelijk omdat zij recent van digitaal dossier zijn gewisseld. De discipline die de zorg uitvoert is voor de drie organisaties veelal bekend, en ook de achtergrondvariabelen die de context weergeven waarin de zorg wordt geleverd, worden goed en volledig geregistreerd. Om in fase 2 de vergelijkingen tussen de organisaties goed te kunnen maken is het wel zaak dat de organisaties met name de indicaties voor extra zorg en de interventie die wordt ingezet goed en volledig registreren. Alleen dan kan het aandeel van de extra zorg dat wordt besteed aan leefstijl/opvoedproblematiek en psychosociale problematiek goed bepaald worden, alsmede de zwaarte van de problematiek waarvoor extra zorg wordt verleend. Ook zou het nuttig zijn om de SDQ uitslagen frequenter te registreren zodat hierop beter een vergelijking gemaakt kan worden.

 

De verwachting is dat gezien het vastgestelde onderscheidend vermogen en de kwaliteit van de data in fase 2 bepaald kan worden wat de invloed is van de wijze waarop zij flexibel werken op de problematiek van kinderen in zorg en door de JGZ geboden zorg.

 

Een belangrijke kanttekening bij deze conclusies is dat bij de deelnemende organisaties flexibilisering nog sterk in ontwikkeling is. Bij de beoordeling van flexibilisering is het daarom nodig rekening te houden met oorspronkelijk plan voor flexibilisering, zoals beschreven in de documenten die zijn geanalyseerd, de huidige situatie (de uitrol van flexibilisering aan de hand van pilots) en het voortschrijdend inzicht. Zij werken toe naar de definitieve situatie, die naar verwachting in 2018-2019 wordt bereikt.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veel JGZ-instellingen stappen over naar een flexibelere uitvoering van het basispakket JGZ; met taakherschikking, flexibelere contactmomenten en toepassing van bijv. e-consulten of groepsconsulten. Op deze wijze wordt hoog gekwalificeerde menskracht vrij gemaakt, zodat meer kinderen vroegtijdig in de eigen omgeving geholpen kunnen worden met preventieve, lichte hulp en minder kinderen doorstromen naar zware hulp. Doel van dit onderzoek is onderbouwing te geven aan de flexibilisering van de JGZ. Hiervoor wordt zorg geleverd door een JGZ-organisatie die in hoge mate flexibel werkt vergeleken met een organisatie die minder flexibel werkt. Hypothese is dat bij flexibelere JGZ er meer kinderen in extra zorg zijn dan bij minder flexibele JGZ. Extra zorg betreft bovendien vaker psychosociale-, opvoed- en/of leefstijlproblemen en door flexibeler werkende JGZ extern verwezen kinderen hebben ernstiger problemen en worden vaker verwezen naar zwaardere zorg (bijv. jeugd-GGZ of kinderarts).

 

Aanpak

Fase I

I. Procesbeschrijving

O.b.v. documentenanalyse en interviews worden werkwijzen van deelnemende JGZ-organisaties en de context waarin zij werken in kaart gebracht. Dit om inzicht te krijgen in de toepassing van het LPK en de mate van flexibilisering in de praktijk. Op basis van de procesbeschrijvingen wordt een indeling gemaakt in twee typen JGZ, nl. met een minder of meer flexibele manier van werken, die in het onderzoek met elkaar zullen worden vergeleken. Contextuele informatie is belangrijk voor interpretatie van gevonden verschillen.

 

In deze fase wordt ook een plan voor gegevensverzameling opgesteld en een proef met gegevensverzameling uit het DD-JGZ gedaan om volledigheid en bruikbaarheid van de registraties vast te stellen en knelpunten op te lossen. Op basis van een tussenrapportage met de procesbeschrijving en de proef met gegevensverzameling beoordeelt de commissie van ZonMW of het uitvoeren van fase II zinvol is (go/no-go beslissing).

 

Fase II

I. Selectie van kinderen

Selectie van kinderen uit het digitaal dossier vindt plaats op basis van de SCP-achterstandsscore van de school of op basis van de achterstandsscore van de postcode van het woonadres, indien beschikbaar, zodat matching mogelijk is van kinderen die worden gezien door de te vergelijken JGZ-organisaties. Bij de JGZ-organisaties worden alle 2-12 jarigen in een school of postcodegebied die in één kalenderjaar worden opgeroepen voor een screening geïncludeerd.

 

II Gegevensverzameling

Van alle kinderen wordt prospectief o.b.v. het DD-JGZ nagegaan hoe vaak (aantal) en wanneer contact met de JGZ heeft plaatsgehad en of tijdens de contacten sprake was van (vermoeden van) psychosociale-, opvoed- en/of leefstijlproblemen.

Voor het deel van de contacten waarbij sprake is van extra zorg in verband met psychosociale of leefstijlproblemen wordt tevens nagegaan: a.) gekozen zorglijn of de meest betrokken discipline voor meer traditioneel werkende organisaties; b.) vorm van het contact (face-to-face, telefonisch, e-consult, groepsconsult en/of observatie); c.) type probleem (psychosociaal probleem, opvoedprobleem en/of overgewicht) en zwaarte hiervan o.b.v. de hoogte van de score op b.v. BITSEA of SDQ en BMI-score of volgens de JGZ-professional; d.) frequentie van contacten in de extra zorg; e.) gekozen zorgpad (toegankelijke preventie (o.a. CJG, voorlichting), vrij toegankelijke jeugdhulp (training overgewicht, wijkteam, MEE), niet-vrij toegankelijke basis jeugdhulp (basis GGZ, KOPP), niet-vrij toegankelijk gespecialiseerde jeugdhulp (gespecialiseerde GGZ, jeugdhulp), AMHK (jeugdhulpbescherming en -reclassering); f. ) achtergrondkenmerken (leeftijd kind bij contact, geslacht, SES).

Bij een steekproef van kinderen en jongeren die gedurende looptijd van het project nieuw in extra zorg komen in verband met (een vermoeden van) psychosociale-, opvoed- en/of leefstijlproblemen wordt bovendien de cliënttevredenheid als maat voor de kwaliteit van zorg bepaald. JGZ-professionals worden bevraagd over wat zij vinden van flexibilisering.

Bij start gegevensverzameling (retrospectief) en maandelijks tijdens de fase van gegevensverzameling wordt een monitorrapport gemaakt van de gevraagde gegevens uit het DD-JGZ over volledigheid en bruikbaarheid van de registraties; hierdoor ontstaat feedback op korte termijn en worden professionals ondersteund in het registreren. Wanneer er knelpunten zijn in de registratie kunnen deze snel opgelost worden, zodat alle benodigde gegevens goed worden geregistreerd.

 

III (Kosten)analyse

Verschillen tussen de twee zorgtypen worden vastgesteld en kosten in kaart gebracht.

 

IV. Discussie en rapportage

Resultaten worden vastgelegd in de vorm van artikelen en een factsheet ter ondersteuning van besluitvorming door JGZ-organisaties en gemeenten. Uitkomsten en kosten voor flexibel en minder flexibel werkende JGZ-organisaties worden systematisch en overzichtelijk gepresenteerd en vergeleken, zodat voor en nadelen van flexibel werken duidelijk worden gemaakt.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website