Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) speelt een belangrijke rol om zorgen van ouders te bespreken en te ondersteunen. Sinds 2013 wordt gewerkt met de GIZ-methodiek waarin zij samen met ouders in kaart brengt hoe het gaat met kind en gezin. In huidig onderzoek vergeleken we JGZ organisaties die met en zonder de GIZ werkten: we keken naar in hoeverre ouders van kinderen van 0-12 jaar en professional na het consult het eens waren over de zorgbehoeften/vervolgadviezen en naar de tevredenheid van ouders met het gesprek. Ouders met zorgbehoeften vulden na 4 maanden nogmaals een vragenlijst in om na te gaan in hoeverre ze zij eventuele adviezen opgevolgd hadden en de zorgen verminderd waren. Uit de eerste resultaten blijkt dat in de GIZ-regio er tussen ouder en professional meer overeenstemming is over de zorgbehoeften rondom de ontwikkeling van een kind en over de adviezen die gegeven zijn dan in de regio zonder GIZ. Ook zijn ouders meer tevreden over de communicatie.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor het onderzoek vulden ouders en JGZ-professional na het gesprek een vragenlijst in over de zorgbehoeften die ze hadden, welke besproken zijn en welke vervolgadviezen gegeven zijn. Tevens gaven ouders aan hoe ze het gesprek ervaren hadden en als een advies gehad hadden hoe gemotiveerd ze waren om dit op te volgen. In totaal hebben van 800 kinderen zowel informatie van ouders als de JGZ-professional een vragenlijst ingevuld. De eerste resultaten laten zien dat bij kinderen uit de GIZ regio zorgen van de ouders over opvoeden en de omgeving waarin een kind opgroeit vaker besproken waren dan in de regio zonder GIZ. Er was ook vaker overeenstemming tussen ouder en JGZ over de ontwikkelingsbehoeften van het kind. Ook was er twee keer (55%) zoveel overeenstemming over het advies dat gegeven is dan wanneer de GIZ niet werd gebruikt (25%). De ouders die een advies of verwijzing hadden gekregen waren in de GIZ-regio niet meer gemotiveerd dan de ouders in de niet-GIZ regio om het advies op te volgen. In de GIZ-regio gaven ouders aan dat er tijdens het gesprek vaker over zowel de ontwikkeling van het kind, de opvoeding als de omgeving gesproken was. Tevredenheid over ‘wat’ besproken is, is significant hoger in de GIZ regio. De tevredenheid over algemene en kind specifieke communicatie tussen de interventie en vergelijkingsgroep was gelijk.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenvatting

Hoe effectief is de methodiek Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften (GIZ) in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) bij ouders met kinderen tussen 0 en 12 jaar? Om dat uit te zoeken werken drie JGZ organisaties (JGZ Zuid-Holland West, GGD Hollands Midden en GGD Hart voor Brabant) en het Leids Universitair Medisch Centrum samen in het onderzoek Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften. Effecten op motivatie, gedrag en zorgbehoeften.

 

Achtergrond

Alle ouders ontvangen een uitnodiging van de jeugdgezondheidszorg voor preventieve gezondheidsonderzoeken. Zij bespreken met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige hoe het gaat met hun kind en gezin en welke ondersteuning eventueel nodig is. De GIZ-methodiek is ontwikkeld in de academische werkplaats Noordelijk Zuid-Holland om dit taxatieproces te verbeteren. De GIZ helpt professionals om samen met ouders de eigen krachten, de ontwikkel- en zorgbehoeften van een kind en gezin snel en adequaat in kaart te brengen. Hierdoor kan zorg op maat geboden worden en inzicht en zelfsturingsmogelijkheden van ouders worden vergroot. De werkwijze kenmerkt zich door een actieve rol van de ouder, het gebruik van visuele schema’s en aandacht voor de ‘eigen kracht’ van het gezin.

 

Werkwijze

We vergelijken twee JGZ organisaties die mét de GIZ-methodiek werken (interventieregio’s JGZ ZHW en GDD Hollands Midden) met een regio die zonder de GIZ-methodiek werkt (controle regio GGD Hart voor Brabant).

In het onderzoek nemen zowel ouders deel die contact hebben met de jeugdgezondheidszorg voor standaard contactmomenten (kinderen van 6 maanden, 2 jaar en 5/6 jaar) als ouders die extra zorg ontvangen (kinderen van 0-12 jaar). Ouders en professionals vullen na het gesprek een vragenlijst in. We onderzoeken wat besproken is, de tevredenheid over het gesprek en het effect van het gesprek op inzicht en kennis van de ouder. We krijgen zo meer inzicht in de aard en de ernst van de door ouders ervaren zorgbehoeften en de mate waarin zij dit bespreekbaar wensen te maken en ook doen. Bij extra zorgcontacten ontvangen ouders opnieuw een vragenlijst na vier maanden. We kijken vervolgens naar de gemaakte afspraken voor vervolgstappen, de motivatie van de ouder om hiermee aan de slag te gaan en hun zorgbehoeften na vier maanden. Ook kijken we naar de tevredenheid over de JGZ dienstverlening en of ouders vinden dat hun kind geholpen is. We onderzoeken tot slot de ervaringen om samen met de professional tot een besluit te komen. Zijn er verschillen in de mate waarin ouders een actieve bijdrage leveren aan de gezamenlijke analyse en beslissing voor de gewenste aanpak tussen de JGZ professionals die met en zonder de GIZ werken?

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten

Dit 2,5 jaar durende onderzoek startte 1 april 2016. In het eerste jaar zijn de volgende activiteiten uitgevoerd. De onderzoeksopzet is getoetst en goedgekeurd door de commissie medische ethiek van het Leids Universitair Medisch Centrum. Onderzoeksvragenlijsten voor ouders en professionals zijn ontwikkeld en getest bij ouders en professionals. Drie teams van jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, assistenten en medewerkers klantencontactcentrum, in totaal 44 professionals, zijn na instructie in november 2016 gestart met de werving van ouders en dataverzameling voor het onderzoek. Voor de inclusie van totaal 2000 ouders, in de drie organisaties, is een jaar uitgetrokken. Resultaten uit het onderzoek zullen juli 2018 beschikbaar komen.

 

Voor wie zijn resultaten straks interessant?

JGZ organisaties die met de GIZ werken of overwegen dit te doen. Maar ook professionals in het sociale domein, eerste en tweedelijnszorg voor de jeugd, kunnen profiteren van de verkregen inzichten. Zij werken in grote delen van Zuid-Holland eveneens met de GIZ-methodiek.

Door overdracht van het beheer naar het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg is er ook belangstelling in de rest van het land. Met het onderzoek willen we kennis verzamelen over de effectiviteit van het werken met de GIZ en bijdragen aan een verdere wetenschappelijke onderbouwing.

In een ander ZonMw onderzoek wordt de ontwikkeling van een ‘digitale GIZ’ mogelijk gemaakt (projectnummer 729410005).

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De methodiek Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoeften (GIZ) is een theoretisch onderbouwde taxatiemethodiek, waarmee professionals samen met jongeren, ouders en andere professionals de sterke kanten, ontwikkel- en zorgbehoeften van een kind/gezin adequaat en efficiënt in kaart brengen. De GIZ-methodiek beoogt de participatie van ouders/jongeren bij het inschatten van de zorgbehoeften en het formuleren van doelen en vervolgacties binnen de zorg voor de jeugd te verbeteren.

Uit een pilot naar de haalbaarheid van de GIZ binnen de JGZ blijkt dat de GIZ methodiek toepasbaar is en ouders/jongeren de gebruikte schema’s begrijpelijk en zinvol vinden (Bontje 2013). Sinds de pilot is er veel enthousiasme om de GIZ in te voeren. Een goede onderbouwing van de GIZ-methodiek binnen het basistakenpakket JGZ is noodzakelijk om te bepalen of deze verdere verspreiding terecht is.

In het huidig onderzoek wordt de effectiviteit van de GIZ onderzocht door Jeugdgezondheidszorg (JGZ) organisaties die met en zonder de GIZ werken te vergelijken op de mate waarin ouders en professional overeenstemmen wat betreft de inschatting van zorgbehoefte, de ervaringen van ouders met de gezamenlijke besluitvorming, de motivatie om aan de slag te gaan met vervolgacties, het opvolgen van deze acties en de verandering in de zorgbehoeften na drie maanden. Verwacht wordt dat in de GIZ-groep advies en vervolgacties beter geaccepteerd worden en dat deze daardoor eerder opgevolgd worden.

Methode: 1000 kinderen die voor een regulier contact komen en 1000 kinderen die voor een OOI komen worden in het onderzoek geïncludeerd. De helft van de kinderen komt uit JGZ organisaties waar de GIZ ingevoerd is en de andere helft uit JGZ organisaties zonder GIZ. Voor het onderzoek vullen ouders na het consult een vragenlijst in over hun zorgbehoeften, hun ervaringen met gezamenlijke besluitvorming, de overeenstemming tussen hen en de JGZ-medewerker, en hun motivatie om vervolgacties op te volgen. De ouders van de kinderen met een OOI krijgen een nameting na 3 maanden, waarbij opnieuw gevraagd wordt naar hun motivatie, of ze met de vervolgacties gestart zijn en wat hun zorgbehoeften dan zijn. De JGZ-medewerkers vullen na het consult in wat volgens hen de zorgbehoeften zijn en in hoeverre er volgens hen overeenstemming is met de ouders. Naast deze uitkomstmaten wordt een aantal achtergrondgegevens over het kind, de ouders en het gezin verzameld. Door gebruik te maken van ‘propensity score technologie’ wordt in de analyses rekening gehouden met verschillen tussen GIZ en niet-GIZ groep in kind-, ouder- en gezinskenmerken. De propensity score is score waarmee balans tussen de interventie- en controlegroep wordt bereikt en biedt een goed alternatief voor als een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek moeilijk uitvoerbaar is. Alle gemeten achtergrondkenmerken worden tot een samengesteld kenmerk gereduceerd op basis van wel of niet een contactmoment met de GIZ-methodiek.

Ook wordt in het onderzoek een schatting van de organisatie- en implementatiekosten gemaakt en die worden afgezet tegen de effecten van het onderzoek.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website