Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding

Kinderartsen zien op de polikliniek vaker kinderen met psychosociale problemen. Zij missen de juiste kennis om deze kinderen goed te kunnen helpen. Bij de jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp is deze kennis wel.

 

Werkwijze

Het Amphia ziekenhuis Breda zet, op de polikliniek Kindergeneeskunde, jeugdverpleegkundigen in als verbinder tussen kindergeneeskunde en psychosociale hulpverlening.

 

Onderzoek

Leidt de werkwijze sneller tot passende hulp en grotere tevredenheid van ouders met de geboden hulp?

 

Resultaten

Inzet van de jeugdverpleegkundige leidt bij ouders tot grotere tevredenheid met de geboden hulp en ze voelen zich sneller geholpen dan ouders die op reguliere wijze zijn geholpen. De werkwijze geeft nog geen duidelijk inzicht in effecten op opvoedbelasting en ernst van de problematiek . Daarvoor is meer onderzoek nodig. Professionals vinden de werkwijze efficiënt en effectief

Samenwerking

GGD West-Brabant, Amphia Breda, Centrum voor Jeugd en Gezin, de AWPG Brabant, Tilburg University.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ouders van kinderen die hulp hebben ontvangen van de jeugdverpleegkundige, die werkt als verbinder tussen de kindergeneeskunde en de psychosociale zorg (interventie groep), zijn tevredener over de hulp die ze hebben gekregen dan ouders van kinderen die gebruikelijke zorg hebben ontvangen (controle groep).

 

Dit blijkt zowel uit het rapportcijfer dat direct na de interventie (interventie groep: 7,3; controle groep: 6,5) als drie maanden later (interventiegroep: 7,4; controle groep: 6,1) wordt gegeven. Het blijkt ook uit de gesprekken die met een aantal ouders zijn gevoerd. Ouders van kinderen uit de interventiegroep voelden zich snel geholpen, vonden het intakegesprek fijn en vonden dat ze passende adviezen en begeleiding hadden gekregen. Ouders van kinderen uit de controlegroep vonden het lang duren voordat de vervolghulp geregeld was, en waren wisselend tevreden over de adviezen en begeleiding.

 

In de interventiegroep was 67% van de (ouders van) deelnemers binnen drie dagen na het eerste contact met de kinderarts gebeld door de JVPK. Bij de overige 33% waren ouders niet direct te bereiken of er zat een weekend tussen het contact met de kinderarts en het eerste telefonische contact met de (ouders) van deelnemers.

In dit onderzoek worden er geen statistisch significante verschillen gezien tussen interventie- en controle groep betreffende de ernst van de problematiek en de door de ouders ervaren opvoedbelasting.

 

Kinderartsen en jeugdverpleegkundigen ervaren de interventie als effectief en efficiënt doordat:

-er door deze interventie een extra vindplaats ontstaat

-hierdoor zowel het kind als het gezinssysteem in beeld komen

-er met de ouders/kinderen samen beslist wordt over de te volgen strategie

-er na afloop van de interventie een follow-up van 6 weken is

-de jeugdverpleegkundige zowel op micro-, lokaal als regionaal niveau werkt en signaleert

-de medische achtergrond van de JVPK

-de JVPK zowel voor cliënten als ander partijen een laagdrempelige partij is die snel op hulpvragen reageert

-de JVPK contact legt met de client (i.p.v. andersom)

-doordat er op deze wijze een meer sluitende ketenaanpak ontstaat

-het ontzorging en tijdwinst voor kinderartsen oplevert.

 

Van belang voor een goed verloop en goede implementatie van de interventie is dat er goede werk- en procesafspraken worden gemaakt. Daarnaast is het van belang dat er zowel op individueel als op teamniveau er regelmatig overleggen tussen kinderartsen en jeugdverpleegkundigen worden gepland. Op deze wijze kan men leren van elkaars werkwijze en kan men samen sneller en makkelijker inspelen op de snel veranderende maatschappelijke dynamiek.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Probleemstelling: Kinderartsen in Nederland worden bij de diagnose en behandeling van kinderen geconfronteerd met tal van klachten waarbij psychosociale factoren een rol spelen. Hierdoor is bij de Kindergeneeskunde de behoefte ontstaan aan een intensieve samenwerking met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ).

Het Amphia ziekenhuis Breda experimenteert met een werkwijze waarbij jeugdverpleegkundigen samenwerken met kinderartsen en zo een verbindende schakel zijn tussen de Kindergeneeskunde en het sociaal domein.

Doel: Dit onderzoek is gericht op het optimaliseren van de aansluiting tussen kindergeneeskunde en hulpverlening in het sociaal domein voor kinderen en jeugdigen. Primair doel van het onderzoek is inzicht krijgen in de doorlooptijd naar passende zorg en tevredenheid van ouders/kinderen met het traject dat is afgelegd. Secundair doel is inzicht krijgen in veranderingen in de ernst van de problematiek als gevolg van de nieuwe werkwijze, de kosten van de nieuwe werkwijze en in een mogelijk structurele bekostiging van de werkwijze. In dit onderzoek wordt de meerwaarde van de nieuwe werkwijze onderzocht.

Studie populatie: Kinderen, met psychosociale klachten, in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en hun ouders.

Interventie: De interventie is een nieuwe werkwijze op de polikliniek kindergeneeskunde. De werkwijze start met een consult bij de kinderarts. Als er sprake is van psychosociale problematiek wordt het kind door de kinderarts verwezen naar de jeugdverpleegkundige. Als het kind ook lichamelijke klachten heeft wordt dit behandeld door de kinderarts (het verloop en resultaat van deze behandeling valt buiten het onderzoek). De jeugdverpleegkundige maakt binnen twee weken een afspraak met het gezin. Tijdens de afspraak wordt de hulpvraag verhelderd en samen met de ouders/het kind bekeken wat nodig is. Hiervoor kunnen meerdere afspraken met de jeugdverpleegkundige nodig zijn. Waar nodig legt de jeugdverpleegkundige verbinding met andere professionals uit het werkveld zoals bijvoorbeeld het consultatiebureau, sociaal wijkteam of specialistische jeugdhulp. Wanneer duidelijk is dat het gezin zelf weer verder kan of wanneer een andere professional de hulpvraag samen met hen oppakt, sluit de jeugdverpleegkundige het contact af. Zij geeft een schriftelijke terugkoppeling aan het gezin, de kinderarts en (bij toestemming van de ouders) de huisarts en mogelijk andere betrokken partijen. Drie maanden na afsluiting van het contact door de jeugdverpleegkundige heeft de kinderarts een controleconsult met het kind.

De controlegroep krijgt ‘care as usual’ aangeboden. De (ouders van de) kinderen worden voor de klachten verwezen naar bijvoorbeeld het Centrum voor Jeugd en Gezin, de Jeugdgezondheidszorg of de huisarts. Als het kind ook lichamelijke klachten heeft wordt dit door de kinderarts zelf behandeld (het verloop en resultaat van deze behandeling valt buiten het onderzoek). Zes maanden na de eerste afspraak met de kinderarts is er een tweede afspraak met de kinderarts.

Primaire vraagstellingen

Zijn ouders/kinderen tevreden met de nieuwe werkwijze?

Wat is het effect van de nieuwe werkwijze, in termen van doorlooptijd?

Secundaire vraagstellingen

Hoe ervaren de betrokken professionals het proces (effectiviteit en efficiëntie) van de nieuwe werkwijze?

Hoe en waar kan de interventie verbeterd worden?

Is er vanuit het perspectief van de professional en van de ouders/kinderen een verandering in de ernst van de problematiek waar te nemen?

Is er vanuit het perspectief van de ouders een verandering in de opvoedbelasting waar te nemen?

Wat zijn de (geschatte) kosten van de nieuwe werkwijze en hoe kan de werkwijze structureel worden bekostigd?

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn op dit moment nog geen resultaten van het onderzoek.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Kinderartsen in Nederland worden bij de diagnostiek en behandeling geconfronteerd met tal van klachten waarbij (ook of vooral) psychische en maatschappelijke factoren een rol spelen. Het type klachten waarbij daarvan sprake is, is divers. De incidentie voor de totale groep van klachten varieert van 6,3% (CBS) tot 10% (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde).

 

Vanwege dit type klachten bestaat er bij de Kindergeneeskunde behoefte aan een intensieve samenwerking met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Deze behoefte is nog sterker geworden sinds de decentralisatie van de jeugdhulp. Als gevolg van de decentralisatie is het voor kinderartsen niet altijd duidelijk waar zij terecht kunnen voor passende hulp aan ouders en kinderen. Samenwerking tussen de JGZ en de Kindergeneeskunde is nog beperkt, niet optimaal geïmplementeerd en verloopt vaak moeizaam. In de literatuur wordt daarom gepleit voor een integraal ingericht samenwerkingsmodel tussen Kindergeneeskunde en JGZ.

 

In het Amphia ziekenhuis (een STZ-ziekenhuis*) is een stap gezet naar een meer integraal samenwerkingsmodel van de zorg voor kinderen met (ook) psychosociale klachten. Sinds augustus 2015 zijn op de polikliniek Kindergeneeskunde van het Amphia, twee dagdelen per week, twee jeugdverpleegkundigen werkzaam. Doordat de jeugdverpleegkundigen op deze wijze de directe contacten met de kinderartsen onderhouden, vormen zij een directe schakel tussen de Kindergeneeskunde en het sociale domein.

 

De directe verankering van jeugdverpleegkundigen op de polikliniek Kindergeneeskunde is nieuw in Nederland. Een eerste evaluatie laat veelbelovende resultaten zien. Ouders voelen zich gehoord en snel geholpen. De kinderartsen zien een verbetering in de gezinssituatie. Een volgende stap in de onderbouwing is het gedegen onderzoeken van de effectiviteit en de efficiëntie van de werkwijze.

 

De werkwijze in het Amphia Ziekenhuis start met het consult bij de kinderarts. Wanneer uit de anamnese blijkt dat er (ook) sprake is van psychosociale problematiek, wordt verwezen naar de jeugdverpleegkundige. Binnen twee weken legt deze contact met het gezin voor een afspraak thuis of op de polikliniek. Samen met ouders wordt bekeken wat er nodig is. Waar nodig legt de jeugdverpleegkundige verbinding met professionals uit het werkveld zoals het consultatiebureau, het sociaal wijkteam of specialistische jeugdhulp. Wanneer duidelijk is dat het gezin zelf verder kan of wanneer een andere professional de hulpvraag samen met hen oppakt, sluit de jeugdverpleegkundige het contact af.

 

Het doel van het onderzoek is nagaan wat de effectiviteit en meerwaarde van de nieuwe integrale werkwijze is ten opzichte van ‘care as usual’. De onderzoeksvragen luiden:

• Zijn er verschillen in ouder/kind tevredenheid, opvoedbelasting, doorlooptijd naar passende zorg, omvang en ernst van de problematiek tussen de kinderen/ouders in de nieuwe werkwijze vergeleken met kinderen/ouders in de ‘care as usual’?

• Hoe ervaren de betrokken professionals het proces (effectiviteit en efficiëntie) van de nieuwe werkwijze in vergelijking met ‘care as usual’? Waar kan de interventie verbeterd worden?

• Wat zijn de (geschatte) kosten van de nieuwe werkwijze t.o.v. ‘care as usual’ en hoe kan de werkwijze structureel worden bekostigd?

 

Het onderzoek heeft een Randomized Controlled Trial design. De experimentele conditie, zijnde de nieuwe werkwijze, zal worden vergeleken met ‘care as usual’, de controle conditie. Kinderen krijgen random een label (interventie/controle) voorafgaand aan het bezoek aan de kinderarts. Als blijkt dat er sprake is van psychosociale problematiek, zal de kinderarts afhankelijk van het toegekende label de nieuwe werkwijze (door naar jeugdverpleegkundige op de kinderpoli) of care as usual toepassen. Care as usual houdt in dat de kinderarts verwijst naar het CJG, jeugdhulp of terug naar de huisarts. Acute problematiek geldt als exclusiecriterium. De verwachting is dat ongeveer 225 kinderen in een jaar kunnen worden geïncludeerd door de kinderartsen. In totaal dienen 150 geïncludeerd te worden om ten minste 46 kinderen in zowel interventie- als controlegroep te krijgen. Dit aantal is nodig om een significant verschil in ouder/kind tevredenheid tussen beide groepen aan te tonen.

 

De nieuwe werkwijze past binnen het Basispakket JGZ en draagt bij aan transformatie-doelen uit de Jeugdwet en Jeugdagenda 2015-2018. Ze is gericht op betere signalering en bereik, een integrale preventieve aanpak en betere aansluiting van zorg en ondersteuning bij de problematiek. Ze draagt bij aan hogere kwaliteit en doeltreffendheid van de zorg. Er is nog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar effectieve en efficiënte samenwerking tussen medische zorg en het sociale domein. Dit onderzoek biedt essentiële inzichten in manieren om de samenwerking tussen de JGZ en het sociale domein duurzaam te intensiveren.

 

*STZ = Samenwerking Topklinische opleidingsZiekenhuizen

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website