Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit onderzoek wordt kennis verzameld over de uitvoering en effectiviteit van zeven zorgprogramma’s voor slachtoffers van loverboys/mensenhandelaren. Over de effectiviteit van de zorgprogramma’s is nog onvoldoende bekend. Het is belangrijk hier meer over te weten om zo het hulpaanbod verder te ontwikkelen en professionals te ondersteunen bij keuzes en aanpak in de behandeling.

 

Aanpak

Het onderzoek is gestart met een literatuursearch en een analyse van de handboeken waarin de behandelactiviteiten van de zorgprogramma’s zijn beschreven.

Van oktober 2019 tot augustus 2021 worden n=1 studies uitgevoerd bij 35 meiden bij de zorgprogramma's. Voor elk meisje worden zowel de veranderingen in gedrag en de uitkomsten van de behandeling als de behandelactiviteiten die zijn ingezet in kaart gebracht. De n=1 opzet biedt de mogelijkheid gegevens te verzamelen over effecten maar ook over de werkzame elementen van de zorgprogramma’s.

 

Met een participatief actieonderzoek is in drie instellingen onderzocht wat volgens de meiden bijdraagt aan goede zorg en waar volgens hen naar gekeken moet worden om het effect van de hulp te meten.

 

Samenwerking

Binnen dit project werkt het NJI samen met de volgende organisaties: De Rading, Fier, Horizon, Pluryn,

Levvel, Sterk Huis, Amsterdam UMC, UvA en NHL Stenden Hogeschool

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De resultaten van het participatief actieonderzoek zijn gepubliceerd. Aussems,K., Muntinga, M., Addink, A. Dedding, C. (2020). “Call us by our name”: Quality of care and wellbeing from the perspective of girls in residential care facilities who are commercially and sexually exploited by “loverboys”. Children and Youth Services Review 116. Elsevier.

doi.org/10.1016/j.childyouth.2020.105213

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wanneer een meisje slachtoffer wordt van een loverboy/mensenhandelaar zijn de gevolgen voor haar en haar omgeving omvangrijk. Wanneer het slachtoffer gesignaleerd wordt en uit de situatie wordt gehaald, is het belangrijk dat zo snel mogelijk passende hulp wordt. Gezien de complexiteit en de ernst van de problematiek, de veiligheid van de meisjes en de kans op revictimisatie is een gespecialiseerd behandelaanbod essentieel.

Er zijn op dit moment dertien organisaties in Nederland die een specialistisch behandelaanbod voor slachtoffers van loverboys aanbieden. Over de effectiviteit van deze zorgprogramma’s is nog onvoldoende bekend. In de afgelopen jaren hebben meerdere programma’s gewerkt aan het expliciteren en onderbouwen van hun zorgprogramma’s; een essentiële stap om de effectiviteit van programma’s te kunnen onderzoeken en te verbeteren. Drie van de zorgprogramma’s zijn opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies, vier zorgprogramma’s zijn in voorbereiding voor opname en een zorgprogramma is niet erkend.

 

In de praktijk blijkt het lastig om vast te stellen welke meisjes slachtoffer zijn. Een verder uitgewerkte definitie van de commissie Azough waarbij kenmerken van feitelijke en vermoedelijke slachtoffers wordt geëxpliciteerd is nodig om de effectiviteit van de zorgprogramma’s te onderzoeken.

 

Met het onderzoek wordt kennis verzameld over de uitvoering en effectiviteit van de zorgprogramma’s. Deze kennis is noodzakelijk voor het creëren en versterken van een sluitende ketenaanpak. Zicht krijgen op de kenmerken van de doelgroep is essentieel om de meisjes te bereiken met passende hulp. Kennis over en de inzet van effectieve zorgprogramma’s draagt bij aan de (door)ontwikkeling van zorgprogramma’s en biedt professionals ondersteuning bij keuzes en aanpak in de behandeling. In het onderzoek krijgt de samenwerking met de meisjes een belangrijke plek. Dit draagt eraan bij dat hulp beter aan kan sluiten bij de behoeften van de meisjes.

 

In het onderzoek worden twee deelonderzoeken onderscheiden.

In deelonderzoek 1 gaat het om de vraag ‘Wat is bekend over de effectiviteit van de zorgprogramma’s voor slachtoffers van loverboys die de jeugdhulpinstellingen bieden?’ Dit deelonderzoek bestaat uit een internationale literatuursearch en een analyse van de werkzame elementen in de handboeken van de deelnemende zorgprogramma’s en het kwaliteitskader van de commissie Azough.

 

In deelonderzoek 2 wordt de effectiviteit van de zorgprogramma’s en (potentieel) werkzame elementen onderzocht. In deel 2A worden n=1-studies binnen de zorgprogramma’s van zeven jeugdhulpaanbieders uitgevoerd. Er worden 25 tot 30 cases onderzocht. Voor elk meisje worden zowel de veranderingen en uitkomsten als de behandelactiviteiten die binnen het zorgprogramma zijn ingezet in kaart gebracht. Het betreft een N=1design waarin tweewekelijkse metingen worden gecombineerd met een pretest-posttest meting en follow-up na een half jaar. Naast metingen bij het meisje zelf zullen ook metingen plaatsvinden bij ouders (of andere voor het meisje belangrijke personen) en bij professionals. De behandelactiviteiten binnen de verschillende behandelfasen worden geregistreerd aan de hand van een verrichtingenlijst. Per zorgprogramma wordt een analyse gemaakt van de (herhaalde) n=1 studies die zijn uitgevoerd. Onderdeel 2B bestaat uit een kwalitatieve review en meta-analyse waarin alle n=1-studies van de verschillende zorgprogramma’s worden samengevoegd. Hiermee kan kennis over de werkzame elementen in de behandeling en over verschillende subdoelgroepen binnen de doelgroep worden vergroot. In deel 2C staat het perspectief van de meisjes centraal en zal een participatief actieonderzoek al dan niet met een responsieve evaluatie worden uitgevoerd. Voor dit traject worden twee zorgprogramma’s geselecteerd. Dit onderdeel loopt parallel aan en is afgestemd op het n=1-onderzoek zodat de resultaten kunnen worden meegenomen in de n=1-studie.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website