Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van het project Een Betere Basis was om samen met jongeren en professionals in de residentiële jeugdzorg een op individuele jongeren gerichte interventie 1) te ontwikkelen en 2) te evalueren waarmee professionals ondersteund worden in hun alliantie met jongeren. Het project heeft geleid tot de interventie 'Up2U'; een behandelmodule voor motiverende mentorgesprekken in de residentiële jeugdzorg.

 

Voor het ontwikkelen van de interventie zijn er interviews gehouden met zowel jongeren als professionals van jeugdzorg instellingen Jeugdhulp Friesland en Het Poortje over hun behoeften omtrent de mentorgesprekken die zij met elkaar voeren. Deze interviews laten zien dat jongeren en professionals twijfelen over het gebruik van een hulpmiddel tijdens een mentorgesprek, er verbetering is aan te brengen in het opstellen van behandeldoelen van de jongere en gesprekken zich meer op de individuele jongere kunnen richten.

 

Om de gespreksvaardigheden te verbeteren en de ontwikkelde interventie toe te kunnen passen hebben professionals een Motiverende Gespreksvoering (MGV) en een Up2U training gevolgd. De professionals hebben zowel voor als na de training een opname gemaakt van een mentorgesprek met een jongere. Deze opnames laten zien dat de professionals na de training meer gebruik maken van MGV consistente vaardigeden en minder van MGV inconsistente vaardigheden dan voor de training.

 

Over het algemeen zijn de professionals tevreden met Up2U. Up2U wordt gemiddeld beoordeeld met een 7.3. De behandelmodule wordt duidelijk gevonden en als een hulpmiddel voor tijdens mentorgesprekken gezien. Wel wordt Up2U uitgebreid gevonden en wordt er (nog) te weinig met de behandelmodule in de praktijk gedaan.

 

Met behulp van Up2U is het voor professionals in de residentiële jeugdzorg mogelijk om een mentorgesprek te voeren welke meer op de individuele jongere gericht is en gebaseerd is op MGV. Er is echter meer training in MGV en de Up2U behandelmodule nodig voor de professionals om de interventie echt eigen te maken en goed toe te kunnen passen in de instellingen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project Een Betere Basis: De ontwikkeling en evaluatie van een interventie voor goede allianties tussen jongeren en professionals in de residentiële jeugdzorg, heeft geleid tot de interventie Up2U; een behandelmodule voor motiverende mentorgesprekken in de residentiële jeugdzorg.

 

Om de interventie te ontwikkelen zijn in de eerste plaats de behoeften omtrent mentorgesprekken van zowel de jongeren als professionals in kaart gebracht middels interviews. Bij de elf geïnterviewde jongeren komt naar voren dat zij mentorgesprekken het liefst één keer per week of per twee weken houden. Hulpmiddelen (zoals pen en papier of een to-do lijstje) kunnen het beste met mate en in overleg met de jongeren worden gebruikt. Daarnaast is het volgens jongeren belangrijk dat er de tijd voor de gesprekken wordt genomen, goede uitleg gegeven wordt en de jongeren tips/hulp van de mentor krijgen. Uit de interviews met de twaalf professionals komt naar voren dat de meerderheid het liefst één keer per week á twee weken een mentorgesprek heeft. Drie kwart van de medewerkers heeft twijfels over het gebruik van een handleiding, protocol of hulpmiddel tijdens het gesprek. Wel worden een format of checklist en schaalvragen als voorbeelden genoemd die mogelijk gebruikt kunnen worden bij gesprekken. Qua vormgeving van de mentorgesprekken komt naar voren dat, volgens de jongeren, de gesprekken privé moeten worden gevoerd en dat er overleg moet zijn over de tijdstippen. Inhoudelijk dient het gesprek volgens jongeren onder andere meer persoonsafhankelijk worden gemaakt, beter naar ze worden geluisterd en moeten jongeren hun eigen behandeldoelen mogen maken. Om het verschil tussen de wijze van het voeren van mentorgesprekken tussen de professionals te verkleinen zouden de professionals een hulpmiddel in de vorm van een handleiding voor het voeren van mentorgesprekken wenselijk vinden. Ook komt er in de interviews met de professionals naar voren dat er meer individuele aandacht voor de jongere tijdens de gesprekken dient te zijn, is het wenselijk dat de gesprekken zich meer richten op de toekomst en moeten er tijdens de gesprekken betere doelen voor de jongere worden opgesteld.

 

Om de communicatie vaardigheden van de professionals te verbeteren en de ontwikkelde interventie toe te kunnen passen hebben zij een Motiverende Gespreksvoering (MGV) en een Up2U training gevolgd. De MGV training bestond uit een driedaagse training in MGV en de Up2U training uit een opfris workshop waarbij de behandelmodule Up2U is geïntroduceerd. Om het verschil in vaardigheden bij professionals voor en na de MGV en Up2U training in kaart te kunnen brengen hebben de professionals zowel voor als na de training een opname gemaakt van een mentorgesprek met een jongere. Uit de analyse van deze opnames blijkt dat de professionals voor de training het meest gesloten vragen stellen tijdens de gesprekken (37.5% van de in totaal 1187 gedragingen). Zij gebruiken 25 keer (2.1%) MGV consistente vaardigheden en 76 keer (6.4%) MGV inconsistente vaardigheden. Het minst gebruiken zij het geven van informatie aan de jongere (1.7%). Na de training gebruiken de medewerkers wederom gesloten vragen het meest tijdens de gesprekken (30.2% van de in totaal 1043 gedragingen). Het minst worden de MGV inconsistente vaardigheden gebruikt (3.1%). De pedagogisch medewerkers gebruiken MGV consistente vaardigheden 10.4% vaker dan voor de training. Alle professionals passen na het volgen van de MGV en Up2U training significant meer MGV consistente vaardigheden toe dan voor de training. Bij negen van de dertien professionals (69%) is ook een afname te zien in het gebruik van MGV inconsistente vaardigheden, echter is dit verschil niet statistisch significant.

 

Na het volgen van de training zijn er met de professionals interviews gehouden wat betreft de tevredenheid met de interventie. Hieruit komt naar voren dat professionals over het algemeen tevreden zijn met de handleiding Up2U; zij beoordelen Up2U gemiddeld met een 7.3. De professionals zien de handleiding als een hulpmiddel voor het voeren van mentorgesprekken, geven aan de handleiding duidelijk te vinden en de voorbeeldvragen in de handleiding worden goed gevonden. Ook geeft een meerderheid van de professionals aan dat de handleiding aansluit bij wat zij nodig hebben tijdens een mentorgesprek. Als verbeterpunten van de handleiding worden onder andere genoemd dat de handleiding beknopter en “levendiger” mag worden gemaakt. Qua implementatie van Up2U zijn nog niet alle medewerkers tevreden; nog niet iedereen gebruikt de handleiding tijdens de mentorgesprekken en/of de instelling doet er nog te weinig mee. Om te zorgen voor een goede implementatie moet de methode volgens de professionals meer onder de aandacht gebracht worden, bijvoorbeeld door een extra bijeenkomst over MGV en aandacht voor de Up2U methode tijdens teamoverleg.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ontwikkeling behandelmodule

Tijdens het eerste jaar van dit project (dec 2014 / dec 2015) hebben we een behandelmodule ontwikkeld voor motiverende mentor/coachgesprekken in de residentiële jeugdzorg. Mentor- of coachgesprekken zijn 1-op-1 gesprekken tussen jongeren en pedagogisch medewerkers of docenten tijdens het verblijf in residentiële of 24-uurs jeugdzorginstelling. We hebben bij de ontwikkeling van de module samengewerkt met jongeren en medewerkers bij Jeugdhulp Friesland, Woodbrookers en Het Poortje.

 

Werkwijze: Interviews en werkgroepen

Op basis van literatuur over onder andere werkzame factoren tijdens hulpverlening, Motiverende Gespreksvoering (MGV) en factoren voor een goede implementatie van interventies hebben we een eerste opzet van de behandelmodule ontwikkeld. De behandelmodule hebben we daarna verder ontwikkeld met behulp van:

1) interviews met elf jongeren, tien pedagogisch medewerkers en twee docenten;

2) werkgroep bijeenkomsten met medewerkers en jongeren.

 

Het doel van de interviews met jongeren en medewerkers was om een beeld te krijgen van hun ervaringen, behoeften en verbeterpunten ten aanzien van de mentor- of coachgesprekken die zij nu toe hebben. Met die informatie kunnen we de behandelmodule zo goed mogelijk laten aansluiten bij de huidige praktijk.

 

De werkgroep bijeenkomsten hebben plaatsgevonden in drie rondes:

1) een eerste ronde met vier groepen à vijf tot twaalf medewerkers;

2) een tweede ronde met vier groepen à drie tot negen jongeren, en;

3) een derde ronde met vier vrijwel dezelfde groepen à vier tot tien medewerkers.

 

Daarnaast hebben we met medewerkers van drie leefgroepen één korte werkgroep bijeenkomst gehad. Het eerste doel van de werkgroep bijeenkomsten met medewerkers was om hen te informeren over het onderzoeksproject en motiverende gespreksvoering (MGV). Een tweede doel was om informatie van medewerkers te ontvangen over hun werkwijze tijdens mentor/coachgesprekken tot nu toe en om feedback te krijgen op de tot dan toe opgezette behandelmodule.

 

Op basis van de resultaten van de interviews en de feedback tijdens de werkgroep bijeenkomsten hebben we de opzet en inhoud van de behandelmodule gedurende de ontwikkelingsfase van het project continu bijgesteld.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ervaringen mentor/coachgesprekken

Zowel de jongeren als medewerkers zijn over het algemeen tevreden over de mentor/coachgesprekken zoals ze die op dit moment hebben. Het merendeel van de jongeren (63.6%) is echter ook van mening dat ze niet (zeker weten dat ze) veranderd zijn door de gesprekken en een deel betwijfelt of ze hun doelen bereiken door de gesprekken.

 

Over de coachgesprekken zoals die nu plaatsvinden, komt onder andere naar voren dat:

- de meerderheid van de medewerkers (75%) de coachgesprekken niet aan de hand van een bepaald protocol of methodiek voert, maar op basis van het eigen gevoel;

- het gebruik van hulpmiddelen (bijvoorbeeld een to-do lijstje) tijdens een coachgesprek volgens de medewerkers (81.8%) vaker voorkomt dan volgens de jongeren (36.4%);

- doel van de gesprekken volgens jongeren vooral ‘verbetering’ bij de jongere is, zoals in gedrag en ‘je beter voelen’;

- doelen van de gesprekken volgens medewerkers vooral betrekking hebben op een goede relatie of band met de jongere, coaching, het vaststellen van doelen en het krijgen van inzicht in de jongere;

- de onderwerpen van de gesprekken volgens zowel jongeren als medewerkers divers zijn, maar relatief vaak gaan over hoe het met de jongere gaat;

 

De medewerkers benoemen verschillende manieren om de jongeren tot verandering te brengen. Een deel legt daarbij de nadruk op het aansluiten bij en het zelf laten nadenken van de jongere (evocatie) en een ander deel op het geven van uitleg, tips, het geven van een realistisch beeld en het bewust worden van de jongere over zijn/haar situatie (educatie). Een meerderheid (71.4%) van de medewerkers geeft aan al enigszins motiverende gespreksvoering toe te passen tijdens de gesprekken.

 

Behoeften van jongeren en medewerkers

Uit de antwoorden van jongeren komende onder andere de volgende behoeften t.a.v. de gesprekken naar voren:

- Hulpmiddelen kunnen het beste met mate en in overleg met de jongeren worden gebruikt. Volgens jongeren is het vooral nuttig bij het maken van een persoonlijk overzicht van en voor de jongere.

- Jongeren hebben de voorkeur voor een coach die rustig en begripvol is, naar de jongere luistert en terughoudend is in het geven van advies;

- Voor het bereiken van de doelen van de jongere is de manier waarop hun coach met hen omgaat tijdens gesprekken belangrijk. Daarnaast moet er de tijd voor genomen worden, goede uitleg gegeven worden en moeten de jongeren tips/hulp van de coach krijgen.

 

Bij de medewerkers valt op dat 75% twijfels heeft bij het gebruik van een handleiding, protocol of hulpmiddel tijdens het gesprek. Net als de jongeren benoemen medewerkers dat het afhankelijk is van de betreffende jongere of het nuttig is of niet.

 

Tips en verbeterpunten voor mentor/coachgesprekken

Ondanks de tevredenheid die jongeren en medewerkers hebben over de gesprekken nu, zijn er nog wel dingen die ze de gesprekken zouden willen veranderen. Een punt dat ze beiden duidelijk naar voren brengen is het meer afstemmen van de gesprekken op de behoeften van de individuele jongere.

 

Implicaties voor de behandelmodule

De resultaten van de interviews (en werkgroepen) impliceren dat de handleiding van de behandelmodule flexibel toegepast dient te kunnen worden door medewerkers. Tijdens de komende implementatiefase zal daarom in kaart gebracht worden wat redenen van medewerkers zijn om bepaalde onderdelen van de module wel of niet toe te passen in de praktijk.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Jongeren van 12 tot 23 jaar met externaliserend probleemgedrag komen vaak in residentiële instellingen terecht. Deze instellingen zijn de afgelopen jaren steeds meer een 'laatste redmiddel' geworden voor die jongeren bij wie de problemen niet verminderd of verholpen konden worden met andere vormen van hulp. Het is voor deze instellingen dan ook moeilijk om blijvende positieve resultaten bij deze jongeren te bereiken. Het gebrek aan goede lange termijn resultaten kan verklaard worden door kenmerken van de jongeren, professionals en interacties tussen hen.

 

Cliëntfactoren kunnen in deze context belemmerend zijn voor goede resultaten aangezien jongeren door hun ervaringen in de hulpverlening negatief zijn over contacten met en een gebrek aan vertrouwen hebben in hulpverleners. Zowel eerdere hulpervaring als weinig vertrouwen in hulpverleners hangen samen hangen met slechtere resultaten. Tevens zijn jongeren in de residentiële jeugdzorg vaak weinig gemotiveerd voor behandeling.

 

Professionals vormen ook een belemmering, aangezien zij niet goed lijken aan te sluiten bij de jongeren. Zij proberen met de huidige aanpak gedragsproblemen vaak te verminderen door gewenst gedrag te vergroten en zich te richten op de extrinsieke motivatie voor gedrag bij jongeren. Een risico daarvan is dat jongeren sociaal wenselijk gedrag gaan vertonen, waardoor positieve veranderingen niet in stand blijven na vertrek. Voor een daadwerkelijke verandering lijkt het noodzakelijk om aan te sluiten bij de intrinsieke motivatie tot verandering bij jongeren. Ondanks het belang ervan zijn er tot nu toe geen interventies ontwikkeld voor professionals in de residentiële zorg om die vorm van motivatie te stimuleren.

 

Een andere belemmering is dat residentiële professionals vaak intuïtief beheersmatig omgaan met externaliserend probleemgedrag. Zo’n aanpak hangt samen met een slechte alliantie opbouw met jongeren en slechte resultaten. Het is dan ook dikwijls problematisch voor residentiële professionals om een goede therapeutische alliantie met de jongeren op te bouwen vanwege de aanwezige problematiek. Een goede alliantie is echter van groot belang voor positieve resultaten. Desondanks hebben allianties tussen jongeren en professionals in de residentiële zorg nog maar weinig aandacht gekregen. Ook bestaan er weinig interventies die primair gericht zijn op residentiële professionals, ondanks het grote belang van het handelen van professionals voor goede resultaten.

 

Doelstelling

In dit project wordt een interventie ontwikkeld en geëvalueerd die beter aansluit bij de genoemde cliëntfactoren, explicieter gericht is op een goede alliantie opbouw en op het handelen van professionals dan de huidige aanpak. Onderdeel van de interventie zal de toepassing van motiverende gespreksvoering (MI) zijn, aangezien MI effectief is bevonden bij cliënten met vergelijkbare problematiek en bijzonder geschikt lijkt voor toepassing door residentiële zorgprofessionals, maar desondanks nog maar weinig aandacht heeft gekregen in deze context.

 

Het doel van dit project is om samen met jongeren en professionals in de residentiële jeugdzorg een op individuele jongeren gerichte interventie 1) te ontwikkelen en 2) te evalueren waarmee professionals ondersteund worden in hun alliantie met jongeren. De interventie is gericht op de cliënt-, professional- en alliantiefactoren die het gebrek aan goede lange termijn resultaten van residentiële jeugdzorg kunnen verklaren. De interventie richt zich op groepsleiders en docenten, aangezien zij dagelijks contact hebben met de jongeren.

 

Plan van aanpak

Bij de ontwikkeling van de interventie wordt de volgende aanpak gehanteerd:

1. interviews met tenminste tien jongeren en tien professionals om in kaart te brengen wat hun behoeften zijn ten aanzien van de vorm en inhoud van individuele contactmomenten;

2. een overzicht van reeds beschikbare MI protocollen en/of handleidingen voor professionals en literatuur over werkzame elementen van trainingen en succesvolle implementatie van interventies in de praktijk;

3. werkgroep bijeenkomsten met 24 jongeren en 30 professionals om de interventie te gezamenlijk ontwikkelen.

 

Bij de evaluatie wordt een longitudinaal onderzoek uitgevoerd met drie meetmomenten bij 30 jongere-professional dyades om de werkzaamheid van de interventie na te gaan. Het bestaat uit de volgende aanpak:

1. interviews met jongeren en vragenlijsten voor professionals voor het meten van verandering in 1) de extrinsieke en intrinsieke motivatie voor gedragsverandering bij de jongere en 2) de kwaliteit van de alliantie volgens zowel de jongere als de professional;

2. interviews met jongeren en professionals voor het in kaart brengen van de tevredenheid over de interventie;

3. observaties van individuele contactmomenten tussen jongeren en professionals om verandering in 1) de extrinsieke en intrinsieke motivatie voor gedragsverandering bij de jongere en 2) toegepaste communicatievaardigheden bij professionals te meten.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website