Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen de Academische Werkplaats Jeugd in Twente (AWJT) werken GGD Twente, Universiteit Twente, Saxion, UMCG en de 14 Twentse gemeenten samen aan betere zorg voor kwetsbare kinderen.

Het hoofddoel van de werkplaats is een structurele samenwerking en kennisinfrastructuur te ontwikkelen waarin praktijk en beleid enerzijds en onderwijs en wetenschap anderzijds dichter bij elkaar worden gebracht. De AWJT wil kansen bieden voor het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van effectieve interventies en goede ketensamenwerking om de zorg voor jeugd effectiever te maken.

Al sinds 2010 richt de AWJT zich op kwetsbare kinderen. De komende jaren blijven de partners samenwerken toegespitst op de gezondheid en welzijn van kinderen die in armoede leven.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De AWJT heeft 16 verschillende klein-en-fijn projecten opgeleverd: vragen gesteld door professionals of beleidsmakers zijn in een looptijd van ongeveer 6 maanden tot een jaar beantwoord.

Daarnaast heeft er een promotietraject naar een betere preventie van kindermishandeling gelopen. Dit project richt zich op de verbetering van secundaire preventie van kindermishandeling, oftewel het vaker, eerder en beter signaleren van (risico’s op) kindermishandeling.

Ook is er een promotietraject geweest waarbij de implementatie van een methode voor het vroegsignaleren van depressie bij jonge moeders is onderzocht.

Verder zijn er jaarlijks symposia georganiseerd, zijn er modules ontwikkeld rondom onderzoek en de praktijkprofessional en zijn studenten veelvuldig betrokken bij de praktijkorgisaties in de AWJT. (gastcolleges door praktijkprofessionals en bachelors en masters die opdrachten hebben gekregen).

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De Academische Werkplaats Jeugd in Twente is nu ongeveer anderhalf jaar op weg. In deze periode is veel gebeurd. De promotieprojecten ‘Naar een betere preventie van kindermishandeling’ en ‘Screening op postpartum depressie’ zijn van start gegaan. In het eerstgenoemde promotieproject is onder andere inzicht verkregen in de wijze waarop jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen in Twente met de JGZ-richtlijn over kindermishandeling omgaan. In het project rondom postpartum depressie is onder andere onderzocht hoe de screening op postpartum depressie in Twente plaatsvindt. Voor beide promotieprojecten is een plan van aanpak met wetenschappelijke onderbouwing opgesteld.

Daarnaast zijn ook verschillende Klein-en-Fijn projecten afgerond. Ook zijn er veel signalen van verpleegkundigen en artsen uit de Jeugdgezondheidszorg of beleidsmedewerkers van overige eerstelijnspartners in Twente binnengekomen om te onderzoeken. Het blijkt dat de Klein-en-Fijn projecten een goed middel zijn om praktijk en beleid enerzijds en onderwijs en wetenschap anderzijds te verbinden.

Alle tussentijdse resultaten worden gepubliceerd op de website www.awjtwente.nl. Op 2 februari 2012 is er een symposium gehouden waarin de laatste ontwikkelingen rondom de werkplaats centraal stonden. Een dergelijk symposium zal jaarlijks terugkeren. Daarnaast hebben de promovendi en de coördinator op verschillende landelijke congressen en symposia posterpresentaties en workshops gegeven.

Naast de hierboven genoemde inhoudelijke voortgang van de werkplaats is de stuurgroep voor de werkplaats ingesteld. Vanuit deze stuurgroep zijn ook nieuwe inhoudelijk impulsen gegeven aan de werkplaats. Zo is er een subsidieaanvraag gedaan in het kader van het ZonMw-programma ‘Zwangerschap en Geboorte’ en wordt ook bekeken op welke manier de transformatie Jeugdzorg met onderzoek begeleid kan worden.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Promotietraject ‘Naar een betere preventie van kindermishandeling:

De promovenda, Annemieke Konijnendijk, heeft het netwerk rondom preventie van kindermishandeling in kaart gebracht en betrokken bij haar onderzoek. Daarnaast heeft zij een plan van aanpak opgesteld waarin ook het wetenschappelijke kader is weergegeven. Zij heeft focusgroepen gehouden met JGZ-medewerkers over hoe zij handelen bij vermoedens van kindermishandeling, daarbij zijn de aandachtsfunctionarissen kindermishandeling ook onderzocht. Verder is er bij ouders navraag gedaan wat zij waarderen in de competenties van professionals als het gaat om opvoedingsondersteuning. Annemieke heeft daarnaast tijdens verschillende congressen en symposia posterpresentaties en workshops gegeven.

 

Promotieproject ‘Screening op postpartum depressie’:

De promovenda, Angarath van der Zee –van den Berg, is begonnen met een nulmeting naar het gebruik van het screeningsinstrument EPDS (het instrument voor het signaleren van een postpartum depressie). Ook zij heeft het netwerk verkend en betrokken bij haar onderzoek. Tevens heeft zij voor haar onderzoek een controleregio kunnen vinden, zodat goed onderzocht kan worden of het gebruik van het screeningsinstrument ook effectief is. Onlangs heeft zij haar plan van aanpak afgerond. Tijdens verschillende congressen en symposia heeft zij toegelicht wat het doel van haar onderzoek is en heeft zij ketenpartners kunnen betrekken.

 

Klein-en-Fijn projecten:

Er zijn tot nu 7 projecten geweest die af zijn gerond of die binnenkort opgeleverd worden. In totaliteit kunnen er 16 projecten uitgevoerd worden:

• Competentieprofielen CJG-medewerkers: ontwikkelen van een competentieprofiel voor CJG-medewerkers is afgerond en wordt aan gemeenten teruggekoppeld.

• Tevredenheid dienstverlening CJG-Loket: Het onderzoek levert een onderzoeksopzet op ten aanzien van het meten van de tevredenheid over de dienstverlening van het CJG. Is afgerond en wordt aan gemeenten teruggekoppeld.

• Sociaal medische indicatie (SMI) Almelo: Onderzoek naar de wijze waarom SMI moet plaatsvinden zodat deze regeling zo effectief mogelijk ingezet wordt in Almelo. Daarbij wordt gekeken naar het benoemen van doelgroepen, criteria, en beschrijving van rol verwijzers en indicatiestellers. De verwachting is dat dit onderzoek 1 september 2012 wordt afgerond en teruggekoppeld aan de gemeente Almelo.

• Niet verschenen kinderen JGZ: Inzicht in de vraag waarom ouders en kind soms niet komen opdagen bij de JGZ ondanks (verschillende) uitnodigingen. Daarnaast aanbevelingen doen voor de wijze waarop ouders benaderd kunnen worden (ontwikkelingen rondom Standpunt Bereik worden hierin meegenomen). Dit onderzoek loopt nu en zal naar verwachting in november afgerond zijn. Grian Veurink is als arts 0-4 begeleider voor dit onderzoek vanuit de praktijk.

• Afstemming van zorg voor chronisch zieke kinderen tussen de 1e en 2e lijn. Doel is om te onderzoeken op welke wijze de zorg als geheel voor kinderen met een chronische aandoening kan worden geoptimaliseerd. Dit onderzoek richt zich op astma en wordt naar verwachting in september 2012 afgerond. De uitkomsten worden gedeeld met de kinderartsen, huisartsen en JGZ.

• Begeleide Omgangsregeling (BOR) Humanitas: wat zijn factoren waarom maatschappelijk werkers om wel of niet naar BOR verwijzen? (BOR is een begeleide omgangsregeling voor kinderen van 0-12 jaar waarvan de ouders in (v)echtscheidingsproblematiek terecht zijn gekomen). Dit onderzoek is onlangs afgerond en de resultaten zijn besproken met maatschappelijk werk en Humanitas.

• Adolescenten: Inzicht in de wijze waarop kwetsbare jongeren zijn te bereiken en hoe de preventieve zorg vanuit de JGZ voor deze doelgroep moet worden vormgegeven.

 

Ontwikkeling van onderwijsmodules:

Er is een college voor stafmedewerkers van de GGD geweest over het houden van focusgroepen. In de komende periode wordt een onderwijsmodule ontwikkeld voor artsen en verpleegkundigen over het doen van onderzoek. Daarnaast wordt een plan van aanpak gemaakt hoe studenten gezondheidswetenschappen en bestuurskunde onderricht kunnen worden over de praktijk en beleid van de Jeugd(gezondheids)zorg.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De academische werkplaats Jeugd in Twente ‘versterking van zorg voor kwetsbare kinderen’ heeft de volgende doelstellingen:

Op basis van wetenschappelijke onderbouwing verbeteren van de keten tussen Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en samenwerkende organisaties binnen de Twentse Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s).

•Op basis van wetenschappelijke onderbouwing inzetten van effectieve interventies, zodat kinderen in risicosituaties beter bereikt worden.

Binnen de academische werkplaats is aandacht voor samenwerking tussen de JGZ, eerstelijnpartners en samenwerkingspartners van de Twentse CJG’s. Praktijk en beleid enerzijds en wetenschap en onderwijs anderzijds worden in de academische werkplaats dichter bij elkaar gebracht. Dit wordt bewerkstelligd door een kennisinfrastructuur in Twente op te zetten die de volgende resultaten moet opleveren:

•Een kwaliteitsslag in de onderbouwing en uitvoering van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) door promotietrajecten op de thema's postpartum depressie en kindermishandeling in te zetten. Via het promotietraject ‘postpartum depressie (PPD)’ wordt de implementatie van een methode voor vroegsignalering van depressie en toeleiding naar opvoedingsondersteuning onderzocht. Hierbij zal specifiek aandacht worden geschonken aan kinderen met een lage sociaal economische status (SES) en niet-westerse etniciteit. In het promotietraject ‘kindermishandeling” wordt de plaats van het CJG in de keten onderzocht, met specifieke aandacht voor samenwerking binnen het formele en informele netwerk. Versterking van de uitvoering van de richtlijnen richt zich op vaardigheden van de professionals, ontwikkelen van instrumenten en het bereik van ouders van diverse SES en afkomst. Binnen beide promotietrajecten wordt onderzoek gebruikt voor het opstellen van beleid en vice versa. Scholing van onderzoekers die deels ook in de praktijk werkzaam zijn beïnvloedt onderzoek en werkveld. Daarnaast vinden er proces- en effectevaluaties plaats van methodieken uit de praktijk.

•Wetenschappelijk onderbouwde keuzes rondom urgente problematiek die door gemeenten en het werkveld wordt ervaren door zogeheten 'Klein-en-Fijn' projecten. Hierbij wordt binnen drie maanden een gefundeerd antwoord gegeven op urgente problematiek.

•Empirische onderbouwing van benodigde kerncompetenties voor professionals die werkzaam zijn binnen de CJG’s: Samen met gemeenten, JGZ-professionals en verschillende kennisinstituten wordt onderzocht welke kerncompetenties passen bij de JGZ-professionals. In samenwerking met het pedagogisch servicecentrum (PSC) wordt onderzocht of de beschreven kerncompetenties beantwoorden aan de eisen van de praktijk.

•Een kwaliteitsslag in de aandacht voor wetenschappelijk onderzoek bij studenten die bij de JGZ GGD Regio Twente de opleiding tot jeugdarts doen, coschappen lopen, afstuderen of bij overige professionals die binnen het CJG werken. Dit gebeurt onder ander door een keuzeblok onderzoek en methodologie te ontwikkelen en aan te bieden.

•Kennisverspreiding en –uitwisseling van bovengenoemde resultaten binnen Twente en naar andere regio’s van het land. Onder andere door jaarlijks een symposium te organiseren voor beleidsmedewerkers en bestuurders van gemeenten, praktijkprofessionals in de (Twentse) CJG’s en eerstelijnsprofessionals, studenten, co-assistenten en aios en verschillende kennisinstituten elders.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website