Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Anti-TNF is een effectief medicijn voor de behandeling van patiënten met een inflammatoire darmziekte (de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa). Om de kwaliteit van leven te verbeteren, maar ook om uitbreiding van de ziekte te voorkomen, is het belangrijk om patiënten op tijd en adequaat te behandelen. Met dit onderzoek hebben we vastgesteld welke knelpunten er bestaan bij het voorschrijven van anti-TNF, wat prognostische factoren zijn voor het ontwikkelen van complicaties ten gevolge van de IBD en we doen op basis van dit onderzoek een voorstel wanneer anti-TNF te starten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste kwartaal van 2014 werden de MDL artsen van de 8 ziekenhuizen van het Delta samenwerkingsverband benaderd om de vragenlijsten in te vullen. Het responspercentage van deze rondgang was 50%. Uit de vragenlijsten blijkt dat in de meeste gevallen wordt gestart met anti-TNF vanwege persisterende ziekteactiviteit onder immuunmodulator behandeling. De tweede meest voorkomende reden voor het starten van anti-TNF is onvoldoende respons op corticosteroïden. Zowel het falen van immuun modulatoren, als het falen van corticosteroïden, zijn volgens de richtlijnen geldige redenen voor het starten van anti-TNF therapie.Het bleek dat artsen soms moeite hebben met de timing van het starten anti-TNF. Dit knelpunt bestaat omdat het in de richtlijnen ontbreekt aan duidelijke en objectieve markers / parameters waarmee bepaald kan worden wanneer men precies moet starten met anti-TNF. Overigens geldt dit met name in de poliklinische setting, in de klinische setting zijn de richtlijnen duidelijker. Daarnaast zijn richtlijnen niet eenduidig over hoe lang men kan proberen de medicamenteuze therapieën voorafgaand aan anti-TNF te optimaliseren, voordat men start met anti-TNF therapie. In an systematische review bleken er geen goede parameters te zijn die bijdragen aan een juiste timing van anti-TNF initiatie. In een, door ons gevolgd, cohort van patiënten met een inflammatoire darmziekte bleken met name de combinatie van klinische ziekte activiteit en verhoogde ontstekingswaarden (als teken van het falen van voorgaande therapie), de belangrijkste parameters zijn om anti-TNF op te starten. In dit cohort hebben wij gezocht naar parameters voor progressie van de ziekte en het bleek dat een combinatie van de ernst van de ziekte gezien bij endoscopie maar ook de ernst in het histologie onderzoek de meest belangrijke parameters waren. Door middel van het samenvoegen van onze gegevens in combinatie met de in ontwikkeling zijnde nieuwste IBD richtlijn, is een beslismodel ontworpen voor het starten met anti-TNF therapie voor patiënten met een inflammatoire darmziekte.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding

Anti-TNF is een effectief medicijn voor de behandeling van patienten met een inflammatoire darmziekte (de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa). Om de kwaliteit van leven te verbeteren, maar ook om uitbreiding van de ziekte te voorkomen, is het belangrijk om patiënten op tijd adequaat te behandelen. In de huidige richtlijnen voor de behandeling van inflammatoire darmziekten wordt wel aangegeven welke stappen in de medicamenteuze behandeling bestaan, maar het is onduidelijk wanneer een bepaalde stap dient te worden overwogen.

 

Doel

Met dit onderzoek willen we vaststellen welke knelpunten er bestaan bij het voorschrijven van anti-TNF en doen we onderzoek naar de optimale timing om anti-TNF te starten.

 

Resultaten

Uiteindelijk zal dit leiden tot een besluitmodel die zal aangeven of en wanneer bij een bepaald patiëntprofiel het inzetten van anti-TNF therapie aan te bevelen is.

 

De huidige stand van zaken

-de inventarisatie van de huidige richtlijnen compleet.

-de inventarisatie onder Nederlandse maag-darm-lever artsen vindt op dit moment plaats.

-meerdere parameters voor het maken van de richtlijn en het beslismodel worden op dit moment onderzocht.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelen in dit project zijn:

1) het inventariseren wat de huidige richtlijnen adviseren omtrent anti-TNF behandeling bij inflammatoire darmziekten

2) het inventariseren wanneer en waarom Nederlandse maag-darm-lever artsen anti-TNF therapie voorschrijven (het zogenaamd voorschrijfgedrag)

3) het ontwikkelen van een in een richtlijn en beslismodel omtrent de behandeling met anti-TNF middelen

4) het onder de aandacht brengen en houden van de richtlijn en het beslismodel onder maag-darm-lever artsen, middels onder andere nascholingen, conferenties en een app voor de mobiele telefoon

5) het re-inventariseren van het voorschrijfgedrag, na introductie van de richtlijn en het beslismodel.

 

Het eerste doel is bereikt, de adviezen van de huidige richtlijnen omtrent anti-TNF therapie zijn kritisch beoordeeld. Uit deze beoordeling is gebleken dat er binnen de richtlijnen grotendeels overeenstemming is over wanneer en bij welke patiënten er anti-TNF therapie moet worden gestart. Binnen de richtlijnen wordt beperkt advies gegeven over hoe de behandeling moet worden gemonitord. Er wordt geen advies gegeven over de duur van de behandeling.

Het tweede doel wordt op dit moment gerealiseerd. Middels digitale vragenlijsten wordt bij maag-darm-lever artsen in meerdere ziekenhuizen geïnventariseerd wanneer en waarom zij anti-TNF therapie voorschrijven.

Het derde doel wordt momenteel gerealiseerd. Middels een retrospectieve analyse wordt vastgesteld welke parameters gebruikt kunnen worden om te beslissen of het zinnig is om anti-TNF therapie te starten. De eerste resultaten van deze analyse worden in februari 2014 gepresenteerd tijdens de conferentie van de European Crohn’s and Colitis Organisation (ECCO). De verwachting is dat de volledige analyse voltooid is medio 2014. Aansluitend kunnen dan de richtlijn en het beslismodel worden ontworpen.

Het vierde en vijfde doel van het project kunnen pas worden gestart als het derde doel is gerealiseerd.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ulcerative colitis (UC) and Crohn’s disease (CD) are chronic relapsing and remitting disorders of the gastrointestinal (GI) tract. During relapses or flares of disease, pharmacological or surgical intervention is often needed to re-establish remission.

 

Optimizing outcomes in UC and CD requires rapid control of inflammation. Conventional therapy is not always fully effective in moderate-to-severe UC or CD, and therapy is often continued for a long periods of time without structured reassessment to ensure that therapeutic goals are achieved. Consequently, many patients are under-treated and have continous diesease activity. A strategy that includes restricting overall exposure to corticosteroids and encouraging earlier use of immunosuppressive agents and anti-TNF therapies like infliximab or adalimumab in steroid-dependent and steroid-refractory patients might avoid complications and improve Quality of Life (QoL).

 

In CD and UC, the goal of biological therapy and more importantly the appropriate timing of therapy, is to aim for remission and normalization of QoL. Importantly, the perception of improved or normalized QoL may be patient specific and patients should be managed and monitored based on the patient and physician conclusion that their therapeutic goals have been met whether that includes symptomatic response, remission or mucosal healing.

 

In 2005, 0.2% of the total health-care budget of The Netherlands was spent on patients with inflammatory bowel diseases (IBD), serving only 0,005 % of the total population of The Netherlands and this buget is still rising. This figure is similar in other developed countries. It is important to know whether strategies to reduce the burden of IBD are effective and cost-effective because its incidence is rising the last decades.

 

Furthermore the discovery of anti-tumor necrosis factor (anti-TNF) for the treatment of IBD led to a new area in the treatment of IBD but also increased costs.

 

A number of clinical guidelines on IBD have been developed to enhance timely diagnosis and adequate treatment. Although indications and goals of treatment exist, optimal treatment outcomes are not often well defined and the duration of treatment is not addressed. Subsequently, patients with IBD are treated according to the personal guidelines of the treating physician and therefore variation in the treatment of IBD between practices is high.

 

Therefore many patients with UC or CD may not receive effective therapy and their disease remains moderately active, leading to uncontrolled inflammation and potentially the development of complications because of either the underlying disease or steroid dependency.

 

Setting specific time limits for evaluation of the success of therapy may lead to improved patient outcomes and reduced side effects.

 

We propose to:

1. identify and prioritise key areas of clinical uncertainty regarding initiation of anti-TNF IBD patients.

2.undertake a systematic review of relevant literature and randomized controlled trials.

3. investigate retrospectively the appropriateness of starting anti-TNF and the paramaters used for the initation of anti-TNF in patients that were diagnosed in 2006 with a follow-up of 4 years in 8 general hospitals in the South-West of the Netherlands.

5. construct a decision analytical model for initiation anti-TNF.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website