Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vincristine is een veel gebruikte vorm van chemotherapie tijdens de behandeling van kinderen met kanker. Een veelvoorkomende bijwerking van vincristine is perifere neuropathie. Dit kan leiden tot spierzwakte, pijn, en sensorische uitval. Tot op heden is er nog niet veel kennis beschikbaar over wat de meest optimale dosering en toedieningsmethode is van vincristine voor kinderen met kanker.

De VINCA studie had tot doel te onderzoeken of de toediening van vincristine bij kinderen met kanker door middel van één-uurs-infusen leidt tot minder perifere neuropathie dan toediening door middel van zogeheten push-injecties. Uit de resultaten blijkt dat er in het algemeen tussen deze twee manieren van toedienen geen grote verschillen zijn ten aanzien van het wel of niet ontwikkelen van neuropathie en de ernst van neuropathie. Als een kind echter naast vincristine in dezelfde periode ook nog specifieke medicijnen (azolen) krijgt tegen schimmelinfecties, dan is de kans groot dat hij of zij minder neuropathie krijgt als de vincristine wordt toegediend via één-uurs-infusen dan via push-injecties. Verder heeft het onderzoek veel nieuwe kennis opgeleverd over hoe vincristine in het lichaam wordt opgenomen, verwerkt en weer wordt uitgescheiden.

De studieresultaten zijn belangrijk voor het optimaliseren van zogeheten gepersonaliseerde zorg: het bepalen van de juiste vincristine dosering en toedieningsmethode voor elk individueel kind met kanker dat behandeld wordt met vincristine.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In totaal hebben 90 kinderen (40 meisjes, 50 jongens) met kanker deelgenomen aan de studie. De helft van de deelnemers kreeg hun vincristine via 1-uurs infusen toegediend en de andere helft via push injecties. Gemiddeld waren de deelnemende kinderen 9,2 jaar oud. Het grootste deel van de kinderen werd behandeld voor acute lymfatische leukemie (64%), maar ook kinderen met een Hodgkin lymfoom (20%), Wilm’s tumor (9%), medulloblastoom (2%), rhabdomyosarcoom (2%) en laaggradig glioom (2%) namen deel.

De eerste resultaten van het onderzoek laten zien dat de kinderen in de push groep iets hoger scoren op een instrument dat de neuropathie meet: de zogeheten CTCAE score. Dit betekent dat kinderen in de push groep iets meer neuropathie hadden (gemiddelde CTCAE score van 2.11 in de push groep en 1.84 in de 1-uurs groep). Het verschil tussen de twee groepen was echter niet statistisch significant. Ook is de neuropathie nog met een ander meetinstrument, de zogeheten ped-mTNs, gemeten. Uit deze resultaten blijkt dat ook hier de twee groepen niet veel van elkaar verschillen. Echter, als vergelijkbare analyses worden gedaan binnen de groep kinderen die in de periode dat ze vincristine krijgen, ook behandeld worden met andere medicijnen tegen schimmelinfecties (zogeheten azolen), dan blijken de kinderen die hun vincristine via push injecties krijgen hoger te scoren op het CTCAE instrument (dus meer neuropathie) dan kinderen die dit via 1-uursinfusen kregen. Dit verschil is statistisch significant.

Verder is ook onderzocht of de twee studiegroepen van elkaar verschillen in de gerapporteerde kwaliteit van leven, de medische kosten en de therapeutische effectiviteit van beide toedieningsvormen. Op geen van deze uitkomstmaten werden statistisch significante verschillen gevonden. Tot slot is tijdens het onderzoek ook gekeken hoe snel de vincristine in het lichaam wordt verwerkt (farmacokinetische analyses). Hieruit blijkt dat de snelheid waarmee de vincristine door het lichaam uit het bloed wordt verwijderd hoger is bij de kinderen die hun vincristine via een push injectie hadden gekregen.

Momenteel wordt nog verder onderzoek gedaan naar bovenbeschreven uitkomsten.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De VINCA-studie, die als doel heeft te onderzoeken hoe neuropathie door vincristine bij kinderen met kanker verminderd kan worden, is in volle gang. Kinderen uit VU medische centrum Amsterdam, het Academisch Medisch Centrum uit Amsterdam en het ErasmusMC in Rotterdam kunnen deelnemen aan de studie. En vanaf oktober 2016 zullen er ook kinderen uit het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie in Utrecht geïncludeerd worden. Daarnaast vindt de studie vanaf september 2016 plaats in 7 Belgische ziekenhuizen.

Alle deelnemers aan de studie krijgen hun vincristine giften, een chemotherapie nodig is voor de behandeling van hun kanker, toegediend via ofwel een infuus dat gedurende 1 uur inloopt ofwel via een injectie in enkele minuten. Beide methodes worden met elkaar vergeleken voor wat betreft de hoeveelheid neuropathie. Bovendien worden er farmacokinetische metingen verricht en onderzoeken we of het genetisch profiel van de deelnemers van invloed is op de ontstane neuropathie.

Het doel is om 88 patiënten te includeren. Momenteel zitten er 14 patiënten in de studie. In de komende periode zal, door de uitbreiding van de studie in nog meer ziekenhuizen, het aantal deelnemers aan de studie sterk toenemen. De planning is om de resultaten van het onderzoek halverwege 2019 klaar te hebben.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste deel van de studieperiode hebben verschillende voorbereidende activiteiten plaatsgevonden, zoals het verkrijgen van METC goedkeuring, het ontwikkelen van een geautomatiseerd randomisatieprogramma, het maken van een instructievideo voor de studiemetingen en het opstellen van samenwerkingsovereenkomsten met de deelnemende ziekenhuizen.

Inmiddels zijn er 14 patiënten geïncludeerd in de studie. Een aantal van deze patiënten hebben reeds alle studiemetingen succesvol ondergaan, de overige patiënten zitten nog in de studie. In Nederland is de studie open in VUmc, AMC en ErasmusMC. Het PMC in Utrecht volgt vanaf oktober 2016.

Bovendien hebben 7 ziekenhuizen in België aangegeven ook te willen participeren in de VINCA-studie. Aangezien met deze Belgische uitbreiding extra kosten gemoeid zijn, is er een subsidieaanvraag ingediend bij het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in België.

Verder er in de afgelopen periode een systematische literatuur review over vincristine-geïnduceerde neuropathie geschreven en ingediend bij een peer-reviewed vaktijdschrift. Tevens is er een "add-on" onderzoeksproject opgestart welke gerelateerd is aan de VINCA-studie. Deze studie heeft tot doel de meetinstrumenten die in de VINCA-studie gebruikt worden, te valideren voor de Nederlandse populatie van 2-18 jaar. Daarnaast heeft de VINCA-studie geleid tot een uitbreiding van de samenwerking op onderzoeksgebied met het Moi Teaching and Referral Hospital in Eldoret, Kenia, ten aanzien van vincristine-gerelateerde neuropathie.

Tot slot is er een online studiedatabase ontwikkeld. Dit is gedaan met behulp van speciale software. In deze database worden alle studiedata digitaal ingevoerd.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vincristine (VCR) is a commonly used chemotherapeutic drug in the treatment of pediatric acute lymphoblastic leukemia (ALL). The main dose-limiting side effect of VCR is peripheral neuropathy (PNP). PNP is often seen in the form of weakness of lower limbs, areflexia, neuropathic pain, and/or sensory loss. Also constipation, a neuropathy of the autonomic nervous system, is a common phenomenon. The quality of life of children who suffer from VCR-induced PNP is severely affected.

There is a lack of information regarding the optimal therapeutic dosing and method of administration of VCR for children with cancer. High peak plasma concentrations seem to be correlated with PNP. However, the exact mechanism underlying VCR-induced PNP is not clear.

This study aims to investigate whether the administration of VCR in children with ALL by one-hour infusions leads to less PNP compared to bolus injections. In addition, quality of life, medical costs, and therapeutic effectiveness associated with both administration methods will be evaluated. Moreover, it will be investigated whether other factors, such as pharmacokinetics and genetic susceptibility to drug-induced side-effects, also influence the degree of PNP.

The study is set up as a prospective, multi-center, randomized trial with a total duration of 42 months. In the Netherlands all children diagnosed with ALL are treated according to the same treatment protocol. Patients will receive all VCR administrations of this protocol either by bolus injections or by one-hour infusions. Study measurements will be performed at 7 points in time.

In case this study produces new insights that require a modification of the treatment protocol, a new amended version of the protocol can be released by the Dutch Childhood Oncology Group (DCOG), thereby warranting a smooth implementation of the study results in clinical practice.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website