Projectomschrijving

In Nederland worden per jaar ruim 13.000 kinderen te vroeg geboren, onder de grens van 37 weken. Vrouwen die ooit te vroeg zijn bevallen hebben een grote kans op herhaling van spontane vroeggeboorte in een volgende zwangerschap. Uit onderzoek van de placenta (moederkoek) is bekend dat er veel overeenkomsten zijn tussen vrouwen die een vroeggeboorte hebben doorgemaakt en vrouwen die een preeclampsie (zwangerschapsvergiftiging) hebben doorgemaakt.

Het toedienen van aspirine aan vrouwen die in een eerdere zwangerschap een vroege preeclampsie hebben doorgemaakt, is zinvol in het verminderen van het heroptreden van de ziekte in de huidige zwangerschap. Gezien de overeenkomsten bij deze twee groepen ontstond de hypothese dat het toedienen van aspirine ook zinvol zou kunnen zijn bij vrouwen die ooit een spontane vroeggeboorte doormaakten.

In de huidige APRIL studie zal het effect van aspirine worden onderzocht op herhaalde spontane vroeggeboorte bij 406 vrouwen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website