Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen (Ephor) heeft als doelstelling het verzamelen en beschikbaar stellen van informatie over geneesmiddelen bij ouderen aan artsen, apothekers en andere zorgprofessionals. Daartoe is Ephor opgericht en zijn onderzoeken verricht naar het verbeteren van het verkrijgen van de informatie van geneesmiddelen tijdens het registratieproces en naar het voorschrijven en toepassen van geneesmiddelen bij ouderen door aanwezige informatie te verzamelen en in rapporten en publicaties beschikbaar te stellen. Daarnaast zijn er methoden ontwikkeld om te weten wat patiënten daadwerkelijk aan geneesmiddelen gebruiken en (digitale) methoden hoe om te gaan met het gebruik van een groot aantal geneesmiddelen (polyfarmacie). Ook zijn (digitale) methoden gemaakt om onderwijs aan artsen en apothekers in opleiding op het gebied van geneesmiddelen bij ouderen te verbeteren. De belangrijkste conclusie van het project is dat er meer kennis op het gebied van geneesmiddelen bij ouderen beschikbaar is dan over het algemeen wordt gedacht. Deze kennis is echter moeilijk te vinden en niet goed toegankelijk voor voorschrijvers en afleveraars. Ephor heeft een methode ontwikkeld om de informatie toegankelijk te krijgen. Via een goede zoekfunctie is het mogelijk deze informatie in door artsen en apothekers veel gebruikte bronnen beschikbaar te stellen. De informatie is ook op de website van Ephor (www.ephor.nl) in de vorm van onder meer de geneesmiddelen rapporten te vinden. Een tweede conclusie is dat de door Ephor ontwikkelde systematische methoden, die ondersteuning geven aan artsen en apothekers bij het voorschrijven van geneesmiddelen aan oude patiënten, van grote waarde zijn bij het goed toepassen van de geneesmiddelen. De methoden kunnen problemen in een aanzienlijk percentage (circa 25%) van de patiënten voorkomen en zijn daarmee ook kostenbesparend. Voor een goede overdracht van geneesmiddeleninformatie moeten de elektronische systemen echter veel beter worden ingericht dan nu het geval is om nog meer winst te boeken. Een derde conclusie is dat het onderwijs ten aanzien van geneesmiddelen sterk kan worden verbeterd. Studenten kunnen goed worden voorbereid op het voorschrijven van de juiste geneesmiddelen, vooral als er veel tegelijk worden gebruikt, met behulp van de door Ephor ontwikkelde e-learning ondersteuning. Daarbij is de samenwerking tussen artsen en apothekers, dus ook tussen studenten geneeskunde en farmacie, van belang aangezien zij aanvullende kennis hebben. De activiteiten van Ephor zullen worden voortgezet bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en bij het Zorginstituut Nederland. Het wetenschappelijk onderzoek vanuit Ephor wordt aan diverse universiteiten voortgezet en met name aan die van Amsterdam (VU, Groningen en Utrecht.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn diverse studies verricht die in internationale en nationale publicaties en proefschriften zijn verschenen: a. met behulp van een gestructureerde methode zijn huisartsen beduidend beter in staat om juiste geneesmiddelen aan oude patiënten voor te schrijven en minder ongeschikte medicatie. Een digitaal instrument is gemaakt om dit op een meer efficiënte en kwalitiatief hoogwaardige manier te kunnen doen. b. door gebruik van de Gestructureerde Medicatie Anamnese in twee verschillende ziekenhuizen bleek bij respectievelijk 92% en 78% onjuiste informatie over het daadwerkelijk geneesmiddelengebruik opgespoord te kunnen worden. Hierdoor kunnen bij circa 20% van de patiënten geneesmiddelen gerelateerde problemen tijdens de opname worden voorkomen. c. een uitvoerige schriftelijke medicatie overdracht, na opname in een ziekenhuis, liet geen verbetering zien in de documentatie ervan bij huisartsen en apothekers door verwerkingsfouten. Elektronische communicatie is nodig om dit te verbeteren. d. drie methoden om de nierfunctie bij kwetsbare ouderen te schatten gaven gemiddeld een goede schatting, echter de spreiding was groot. Voor een individuele patiënt kan dit leiden tot een verkeerd advies om de medicatie aan te passen. De benodigde dosisaanpassing van geneesmiddelen wordt slechts bij 54% van de patiënten volgens de adviezen gedaan. Zelfs als de nierfunctie erg slecht was, werd dosis aanpassing in meer dan de helft van de gevallen niet volgens de adviezen verricht. e. Het aantal artikelen op het gebied van geneesmiddelen onderwijs is in de laatste 10 jaar duidelijk in aantal toegenomen, maar de artikelen over onderwijs over geneesmiddelen bij ouderen toonde deze toename niet. f. een studie naar het effect van een digitale voorschrijfmethode onder geneeskundestudenten toonde een toename van 34% meer juiste beslissingen en een daling van 30% van onjuiste beslissingen. g. geneeskunde studenten hebben meer praktische kennis en farmaciestudenten meer basale kennis. Dit pleit voor samenwerking bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een medicatiereview. h. er is onderzocht of ouderen in geneesmiddelenonderzoek worden betrokken. Bij aandoeningen die vooral bij ouderen voorkomen, zoals botontkalking, was 43% van de patiënten ouder dan 65 jaar en 22% ouder dan 75 jaar. Bij geneesmiddelen studies naar aandoeningen die ook bij ouderen voorkomen, zoals suikerziekte, was 9% van de bestudeerde populatie ouder dan 65 jaar en maar 1% ouder dan 75 jaar. i. In de bijsluitertekst is 56% van de volgens een richtlijn benodigde informatie terug te vinden en 79% in uitgebreide openbare rapporten. In handboeken die door artsen veel worden gebruikt, zoals in Nederland het Farmacotherapeutisch Kompas, is slechts 19% van de informatie terug te vinden. De conclusie is dat er wel degelijk informatie beschikbaar is over ouderen, maar dat die beperkt in de bijsluitertekst en nog beperkter in de vaak geraadpleegde bronnen is terug te vinden. De professionals, die in de praktijk werken, vinden overigens dat een aantal belangrijke gegevens in de internationale richtlijn ontbreken die voor het voorschrijven aan ouderen van belang zijn. j. Het verschil tussen de bevindingen in gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCTs) en de dagelijkse praktijk werd onderzocht aan de hand van maag/darm bijwerkingen ten gevolge van NSAIDs. Deze studie werd uitgevoerd in de zeer grote Britse huisartsen database (CPRD). Er werden 714.224 patiënten bestudeerd. De frequentie van de bijwerkingen was zowel voor de klassieke NSAIDs als voor de Coxibs hoger in de RCTs (2.5—13.5 keer hoger, bij 75 plussers 19 keer hoger) dan in de dagelijkse praktijk. De gevonden verschillen berusten enerzijds op verschil in methodiek naar het vinden van de bijwerkingen, bv in de RCTs met behulp van een maagonderzoek, en anderzijds het op een andere manier gebruiken van de middelen in de dagelijkse praktijk ten opzichte van de trials. Bij patienten met een hoog risico voor maag/darm bijwerkingen werden vaker de Coxibs gebruikt. e. Bij 59 patiënten werd een studie uitgevoerd naar de problemen die patiënten ondervinden bij het dagelijks gebruik van geneesmiddelen en de oplossingen die ze daarvoor zelf hadden gevonden. Bij 95% van hen werden in totaal 211 problemen gevonden, variërend van problemen met het openen van de verpakking, het lezen van de bijsluiter, problemen met het uitdrukken van de medicijnen uit een strip tot inname problemen. Potentieel kan dat bij 5% van de problemen tot schade lijden. Patiënten waren inventief in het oplossen van de problemen. De gegevens van de verschillende studies zijn beschikbaar op de website: www.ephor.nl

 

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen (Ephor) heeft als doelstelling informatie te verzamelen en beschikbaar te stellen over het zo goed mogelijk toepassen van geneesmiddelen bij ouderen.

Van 10 geneesmiddelengroepen zijn rapporten opgesteld van veel gebruikte geneesmiddelen bij kwetsbare ouderen. Deze staan op www.ephor.nl. Het is de bedoeling dat de rapporten in de door artsen en apothekers vaak geraadpleegde literatuur komt.

Daarnaast heeft Ephor methoden ontwikkeld om op efficiënte en betrouwbare wijze de medicatie van oude patiënten te optimaliseren. De methoden vormen de basis van de multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie. Ook een digitale ondersteuningsmethode is gemaakt om het doelmatig te kunnen doen.

Ephor heeft een methode ontwikkelt om studenten goed te leren omgaan met polyfarmacie. Door gebruik van de methode was er een 33 % toename van correcte geneesmiddel veranderingen en een reductie van 30 % van potentieel schadelijke voorschrijfbeslissingen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

1. Verbeteren informatie over optimale geneesmiddelentoepassing bij ouderen.

 

Er zijn inmiddels van 10 geneesmiddelengroepen Evidence Based rapporten opgesteld van veel gebruikte geneesmiddelen bij kwetsbare ouderen. De rapporten zijn beschikbaar op www.ephor.nl Internationaal zijn de rapporten van de antipsychotica en opioiden gepubliceerd, in Drugs and Aging.

 

2. Het ontwikkelen en toetsen van een (digitale) methoden om polyfarmacie te optimaliseren

De Polyfarmacie Optimalisatie Methode (POM) is ontwikkeld en gevalideerd bij huisartsen. De methode is aangepast tot de Structured Tool to Reduce Inappropriate Prescribing (STRIP) en in de multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie bij ouderen opgenomen.

De Gestructureerde Medicatie Anamnese (GMA), de eerste stap van de STRIP, heeft Ephor ontwikkeld en gevalideerd. Met de methode wordt het daadwerkelijk gebruik van de geneesmiddelen door patiënten duidelijk. De methode wordt momenteel op alle afdelingen in het UMC Utrecht geïmplementeerd. De methode wordt internationaal gebruikt in de SENATOR studie.

De digitale STRIPassistant is ontwikkeld om een medicatiereview efficiënt uit te voeren.

 

3. Verbetering onderwijs aan studenten en professionals op het gebied van farmacologie en farmacotherapie bij ouderen.

 

Polyfarmaciemodules zijn in 2011 gemaakt voor onderwijs aan AIOS klinische geriatrie en AIOS interne geneeskunde.

De Polyfarmaciemodule, gebaseerd op de POM, is in het e-learning systeem Pscribe ingebouwd. Er is hierna onderzoek verricht die toont dat studenten met behulp van de POM beter leren voorschrijven.

 

4. Onderzoek: ontwikkeling van methoden ter verbetering geneesmiddelenonderzoek bij ouderen met multimorbiditeit.

Een studie laat zien dat de door de European Medicine Agency (EMA), Amerika en Japan in 1993 opgestelde ICH E7 criteria, om voldoende gegevens over ouderen tijdens de autorisatie van geneesmiddelen beschikbaar te hebben, voor ongeveer 75% worden gevolgd. De studie is gepubliceerd in Drugs and Aging. In 2012 zijn de resultaten gepresenteerd aan de European Medicines Agency (EMA) in Londen.

 

5. Website van Ephor en publicaties

Er is toenemende belangstelling voor de website van Ephor. Via het informatieformulier op de website worden gemiddeld 2 vragen per week gesteld, die binnen een week worden beantwoord. Ephor is ook op twitter te volgen. Er is een Linked-in groep gestart.

In 2012 zijn meer dan 20 internationale en nationale publicaties verschenen over het werk vanuit Ephor.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De aanvraag betreft het oprichten van het Expertisecentrum PHarmacotherapie bij OudeRen (EPHOR) en het uitvoeren van de projecten voortkomend uit de doelstellingen van EPHOR.

De doelstellingen van EPHOR zijn:

 

Betreffende de patiëntenzorg:

 

1.Informatie verzamelen en verspreiden met betrekking tot farmacotherapie bij ouderen. Deze informatie en documentatie wordt ontwikkeld voor artsen, apothekers, andere betrokken disciplines (o.a. praktijkondersteuners, verpleegkundigen, verzorgenden)en patiënten en mantelzorgers met als doel om een optimale geneesmiddelen-toepassing bij ouderen te bereiken.

Verwerking van deze informatie in bestaande bronnen, zoals het Farmacotherapeutisch Kompas, G-standaard/ Informatorium Medicamentorum WinAp/NHG standaarden en multidisciplinaire richtlijnen.

Het ontwikkelen van een richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen, naar een beter medicatiebeleid‘ met meest betrokken veldpartijen om een periodieke en kwalitatief hoogwaardige medicatieanalyse uit te kunnen voeren.

 

Betreffende onderwijs en opleiding:

 

2.Verbetering van het onderwijs aan studenten en zorgverleners op het gebied van farmacologie en farmacotherapie bij ouderen door adviezen en relevante casuistiek te verstrekken aan docenten aan de medische en farmaceutische universitaire opleidingen en belanghebbende MBO/HBO-opleidingen en door het ontwikkelen van nascholingscursussen inzake farmacotherapie bij ouderen voor genoemde doelgroepen. Verstrekken van nieuwe onderwijsinstrumenten zoals 6-Step en P-scribe aan studenten en docenten. Het stimuleren binnen de opleiding klinische farmacologie van het aandachtsgebied Klinische Gerontofarmacologie en het opleiden van meer specialisten ouderengeneeskunde en klinisch geriaters tot klinisch farmacoloog.

 

 

Betreffende onderzoek:

 

3.Ontwikkeling van methoden ter verbetering van de kwaliteit en verhoging van de kwantiteit van geneesmiddelenonderzoek bij oude patiënten met multimorbiditeit. Opzetten en uitvoeren van een pilot onderzoek met als werktitel 'Post-marketing intensive monitoring of medicines in the elderly population'.

 

Om de doelstellingen te bereiken zijn projecten afgebakend die in deze aanvraag worden beschreven. De informatie zal via een interactieve website beschikbaar worden gesteld. Een eerste versie van deze website is door voorfinanciering uit eigen middelen reeds gerealiseerd en te raadplegen op: www.ephor.nl

Ephor zal bij de afdeling Geriatrie van het UMC Utrecht worden ondergebracht. Het beleid van Ephor wordt bepaald door een kerngroep van vijf experts, waarvan twee de directie vormen. De veldpartijen die te maken hebben met farmacotherapie bij ouderen worden bij Ephor betrokken, hetzij in de vorm van een Nationaal netwerk van deskundigen, in de vorm van de Werkgroep Klinische Gerontofarmacologie, hetzij als organisatie in de vorm van lid van de adviesraad.(zie bijlage)

De communicatiestrategie wordt ondersteund door communicatie deskundigen. Tot slot worden in deze aanvraag de middelen genoemd die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website