Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wereldwijd worden steeds meer bacteriën resistent tegen antibiotica. Ook in Nederland wordt het probleem groter, hoewel veel minder in vergelijking met andere landen. Nederlanders reizen echter steeds meer naar verre bestemmingen waar relatief veel resistente bacteriën voorkomen. In de COMBAT-studie werd onderzocht in hoeverre resistente darmbacteriën (Extended-Spectrum Beta-lactamase-producerende Enterobacteriaceae) worden opgelopen tijdens deze verre reizen, hoe lang men deze bacteriën bij zich blijft houden en of deze ‘import-bacteriën’ zich ook verspreiden onder niet-reizende huisgenoten. Van november 2012 tot en met november 2013 zijn er 2001 reizigers en 215 huisgenoten geïncludeerd. Van deze reizigers en hun niet-reizende huisgenoten is er vlak voor de reis en meteen na terugkeer een ontlastingmonster verzameld dat werd onderzocht op de aanwezigheid van resistente bacteriën. Op basis van vervolgmonsters werd onderzocht hoe lang deelnemers deze resistente bacteriën bij zich droegen. Naast ontlastingsmonsters werden ook telkens vragenlijsten verzameld om te kunnen onderzoeken wat de invloed is van onder andere reisbestemming, reisduur en reisgedrag op de kans om resistente bacteriën op te lopen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De COMBAT-studie is een grootschalig onderzoek onder reizigers. Tussen november 2012 en november 2013 zijn er 2001 reizigers geïncludeerd via de travel clinics van het Havenziekenhuis (n = 1110), Tropenpoli AMC (496) en Maastricht UMC/GGD Zuid-Limburg (n = 395). Daarnaast zijn er ook 215 huisgenoten geïncludeerd.

Van de onderzochte reizigers bleek 34% multiresistente darmbacteriën te hebben opgepikt tijdens hun reis. Per reisbestemming bleken er echter grote verschillen te bestaan in het risico om multiresistente bacteriën op te pikken: 75% van de reizigers naar Zuid-Azië, 40-50% van de reizigers naar Centraal- en Oost-Azië, het Midden-Oosten of Noord-Afrika, en slechts 6% van de reizigers naar Zuid-Afrika keerden terug met multiresistente bacteriën. Het grootste risico liepen India-gangers. Daarnaast bleken antibiotica tijdens de reis, reizigersdiarree en het hebben van een chronische darm-aandoening het risico op het oppikken van multiresistente bacteriën eveneens te verhogen.

De gemiddelde duur van het dragerschap was 30 dagen na terugkeer van de reis. Het onderzoek wijst bovendien uit, dat er een kans van 12 procent is dat de multiresistente bacterie na thuiskomst ook wordt overgedragen op niet-meegereisde huisgenoten.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wereldwijd worden steeds meer bacteriën resistent tegen antibiotica. Ook in Nederland wordt het probleem groter, hoewel veel minder in vergelijking met andere landen. Nederlanders reizen echter steeds meer naar verre bestemmingen waar relatief veel resistente bacteriën voorkomen.

In de COMBAT-studie wordt onderzocht in hoeverre resistente darmbacteriën (Extended-Spectrum Beta-lactamase-producerende Enterobacteriaceae) worden opgelopen tijdens deze verre reizen, hoe lang men deze bacteriën bij zich blijft houden en of deze ‘import-bacteriën’ zich ook verspreiden onder niet-reizende huisgenoten.

Van november 2012 tot en met november 2013 zijn er 2001 reizigers en 215 huisgenoten geïncludeerd. Van deze reizigers en hun niet-reizende huisgenoten is er vlak voor de reis en meteen na terugkeer een ontlastingmonster verzameld dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van resistente bacteriën. Momenteel worden er nog vervolgmonsters verzameld om te onderzoeken hoe lang deelnemers deze resistente bacteriën bij zich blijven houden.

Naast ontlastingsmonsters zijn er ook telkens vragenlijsten verzameld om te kunnen onderzoeken wat de invloed is van onder andere reisbestemming, reisduur en reisgedrag op de kans om resistente bacteriën op te lopen.

Op basis van de uiteindelijke onderzoeksresultaten kan een goede inschatting worden gemaakt van de invloed van ons reisgedrag op de verspreiding van antibioticaresistentie in Nederland en de eventuele noodzaak tot maatregelen om dit in te perken.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Recent onderzoek heeft laten zien dat internationaal reizen een belangrijke risicofactor is voor het oplopen van resistente darmbacteriën, vooral de zogenaamde Extended Spectrum Beta-lactamase-producerende Enterobacteriaceae (ESBL-E). Informatie over de risicofactoren voor het oplopen van deze resistente darmbacteriën tijdens de reis en de eventuele overdracht van deze bacteriën naar andere personen is nog grotendeels onbekend.

De COMBAT-studie is een grootschalig onderzoek onder reizigers. Tussen november 2012 en november 2013 zijn er 2001 reizigers geïncludeerd via de travel clinics van het Havenziekenhuis (n = 1110), Tropenpoli AMC (496) en Maastricht UMC/GGD Zuid-Limburg (n = 395). Daarnaast zijn er ook 215 huisgenoten geïncludeerd. De gemiddelde leeftijd van reizigers en huisgenoten is 50,5 jaar (range 18,1-81,7) en 46,9 jaar (range 18,4-82,0), 54,0% van de reizigers en 62,8% van de huisgenoten zijn vrouw. Het merendeel van de reizigers reisde naar Azië (50,8%), gevolgd door Afrika (31,6%) en Amerika (16,3%).

Voor aanvang van de reis vonden we bij 6,2% van de reizigers multiresistente darmbacteriën (ESBL-E) in de ontlasting, direct na de reis was dit percentage gestegen naar 35,9%. Reizigers naar Zuidelijk Azië (73,6%) liepen het vaakst een multiresistente darmbacterie op tijdens hun reis, gevolgd door reizigers naar Oost-Azië (53,8%) en West-Azië (45,7%). Van de reizigers die resistente bacteriën opliepen tijdens de reis had een maand na terugkomst ongeveer de helft (46,4%) nog steeds resistente bacteriën in de ontlasting.

Meer resultaten over het soort resistente bacteriën en de risicofactoren voor het oplopen van resistente bacteriën tijdens de reis zullen in de tweede periode van dit project beschikbaar komen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Antimicrobial resistance (AMR) among Enterobacteriaceae constitutes an increasingly important human health hazard worldwide. Also in the Netherlands, where restrictive antibiotic use- and infection control policies have likely contributed to relatively low AMR prevalences to date, AMR rates have been on the rise in recent years.

Antibiotic (mis)use in humans and food animals are under scrutiny as driving forces behind this increase, but little is known about the potential contribution of import of resistant bacteria by healthy travellers returning from regions where these are highly prevalent.

A limited number of previous studies have suggested high acquisition rates of AMR E. coli during international travel, but information on travel-associated risk factors, duration of colonization and local transmission of imported AMR are largely, if not entirely, lacking.

Our project, therefore, aims to prospectively study the influence of foreign travel and associated risk factors on the acquisition of AMR in the endogenous microbiota of healthy individuals and the subsequent persistence of AMR carriage and transmission to others.

More specifically, we aim to: i. determine the acquisition rate of ESBL- and carbapenemase-producing Enterobacteriaceae during foreign travel by comparing pre- and post-travel faecal samples; ii. ascertain the duration of persistent carriage of these microorganisms (or their transferable resistance genes) by studying faecal specimens at regular intervals up to 1 year after return; iii. mathematically model the decolonization and transmission rates of these imported Enterobacteriaceae (or their transferable resistance genes) within households by studying consecutive specimens from household members (who did not travel); iv. specify the (travel-associated) risk factors for acquisition, persistence of carriage and transmission of ESBL- and carbapenemase-producing Enterobacteriaceae; v. examine whether carriers of resistant Enterobacteriaceae have a higher risk of bacterial infections in the year after travel (compared to non-carriers), and; vi. explore the full width of AMR genes and transferable genetic elements acquired during international travel by comparing pre- and post-travel faecal samples using shotgun metagenomics and microarray.

To achieve our aims we will conduct a multicenter longitudinal cohort study of 2,000 travellers who will be followed from one week prior to travel departure until 12 months after return. Travellers will be recruited at three outpatient travel clinics throughout The Netherlands.

Participants will be asked to self-collect a faecal sample before travel (t = 0) as well as within 1-2 weeks of return (t = 1). To determine persistence of AMR, samples will also be collected at 1, 3, 6 and 12 months after return (t = 2, t = 3, t = 4 and t = 5 respectively). In order to study the spread of AMR Enterobacteriaceae upon travel, household members of travellers will be asked to collect a faecal sample at or around the same dates as the traveller.

Questionnaires will be completed at all timepoints and will collect data on demographics, travel-associated risk-factors and intercurrent medication use, hospital admissions and infections. Faecal samples will be cultured on selective media to screen for ESBL- and carbapenemase-producing Enterobacteriaceae. Suspected colonies will be identified and susceptibilities confirmed by standard methods. Genotypic characterization of the ESBL- and carbapenemase genes will be performed using microarray and gene sequencing. Clonal bacterial spread within households will be determined by molecular typing. Together these data will be used to examine the influence of travel and travel-associated risk-factors on the acquisition, persistence and spread of ESBL- and carbapenemase-producing Enterobacteriaceae.The dynamics of colonization (decolonization and transmission rates) in households will be analyzeed by means of mathematical modeling.

Using a nested case-control approach, the human microbiome as an AMR reservoir will be examined by means of functional metagenomics.

Taken together, results from this study will provide much needed detailed insights into the risks and dynamics of introduction and spread of AMR by healthy travelers and the potential need and measures to monitor or manage these risks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website