Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Introductie: Reumatoïde Artritis (RA) wordt tegenwoordig actief behandeld tot remissie is bereikt en hiertoe worden vlot ziektemodificerende middelen (csDMARDs) ingezet (meestal o.a. methotrexaat ) en bij onvoldoende effect op 2 csDMARDs wordt er een middel veelal uit de groep van de TNF-blokkers (TNFi) ingezet. Als de RA eenmaal in remissie is wordt er veelal langdurig doorgegaan. Om uit te zoeken bij hoeveel patiënten met RA het nodig is door te gaan met de duurdere biologicals van de groep TNF-blokkers hebben Nederlandse reumatologen onderzocht wat er gebeurt als RA-patiënten met deze geneesmiddelen stoppen. Het onderzoek is POEET genoemd, en dat staat voor “Potential Optimalisation of Effectivity & Expediency of TNFi”. De RA-patiënten hebben toestemming gegeven voor loting van hetzij doorgaan met TNFi (1/3) of stoppen met de TNFi (2/3). Deze studie werd gedaan onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR) en uitgevoerd door het DREAM-platform met financiering van ZonMW. In maart 2016 het hoofdartikel gepubliceerd in het gerenommerde tijdschrift Arthritis&Rheumatology.

Resultaten: 531 RA-patiënten met een remissie van hun RA zijn gestopt met hun TNFi en 286 zijn doorgegaan. Na 12 maanden hadden in de stopgroep 272 van de 531 (51%) patiënten een opvlamming doorgemaakt, en in de continueergroep 52 van de 286 (18%), en vanzelfsprekend verschilt dit van elkaar: p<0,001. De “ hazard ratio” ofwel relatief risico voor een opvlamming van de RA is 3,50 (95% betrouwbaarheidsinterval 2,60-4,72). De gemiddelde ziekteactiviteitsscore DAS28 is in de stopgroep iets maar significant hoger dan in de continueergroep. Van de 272 patiënten met een opvlamming kozen 195 voor het hervatten van behandeling met de TNF-blokker en van hen had 85% binnen 6 maanden weer een lage ziekteactiviteit: DAS28< 3,2. Gemiddeld kon na 12 weken weer een remissie worden vastgesteld. Er waren meer ziekenhuisopnames in de stopgroep dan in de continueergroep: 6,4% versus 2,4%.

Concluderend: Het is verantwoord en veilig om TNFi bij patiënten met Reumatoïde Artritis en langdurig lage ziekteactiviteit te stoppen. Het stoppen gaat gepaard met iets hogere ziekteactiviteit in de stopgroep, >3x meer opvlammingen van de RA-ziekteactiveit en meer ziekenhuisopnames. Het stoppen is toch verantwoord omdat bij de helft de remissie voortduurt, en omdat bij een opvlamming van de ziekte bij hervatten veelal weer snel verbetering wordt verkregen door hervatten van dezelfde TNFi.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

531 RA-patiënten met een remissie van hun RA zijn gestopt met hun TNFi en 286 zijn doorgegaan. Na 12 maanden hadden in de stopgroep 272 van de 531 (51%) patiënten een opvlamming doorgemaakt, en in de continueergroep 52 van de 286 (18%), en vanzelfsprekend verschilt dit van elkaar: p<0,001. De “ hazard ratio” ofwel relatief risico voor een opvlamming van de RA is 3,50 (95% betrouwbaarheidsinterval 2,60-4,72). De gemiddelde ziekteactiviteitsscore DAS28 is in de stopgroep iets maar significant hoger dan in de continueergroep. Van de 272 patiënten met een opvlamming kozen 195 voor het hervatten van behandeling met de TNF-blokker en van hen had 85% binnen 6 maanden weer een lage ziekteactiviteit: DAS28< 3,2. Gemiddeld kon na 12 weken weer remissie worden vastgesteld. Er waren meer ziekenhuisopnames in de stopgroep dan in de continueergroep: 6,4% versus 2,4%.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond

Voor de behandeling van Reumatoïde Artritis (RA) zijn TNF blokkerende middelen zeer effectief. TNF blokkerende middelen zijn echter relatief zeer duur (1000 euro per maand). Gezien de chronische aard van RA worden patiënten nagenoeg altijd langdurig behandeld met TNF blokkerende therapie. Deze langdurige ( ‘levenslange’) behandeling brengt een tweetal problemen met zich mee:

1) lange termijn veiligheid en 2) hoge kosten voor het Nederlandse zorgbudget.

 

Doel

De primaire doelstelling van deze studie is te bepalen of het mogelijk is bij patiënten met RA de TNF blokkerende therapie te stoppen wanneer er gedurende langere tijd sprake is van lage ziekteactiviteit.

 

Studie design

Het studiedesign betreft een open label gerandomiseerde gecontroleerde studie opzet waarbij patiënten worden gerandomiseerd naar “ alleen stoppen met TNF blokkerende therapie” of doorgaan met alle anti-reumatische medicatie inclusief de TNF blokkerende therapie.

 

Studie populatie:

Patiënten met RA die met TNF blokkerende therapie worden behandeld worden, worden na een ondertekend informed consent, gerandomiseerd naar 1) het stoppen van de TNF blokkerende therapie waarbij de resterende anti-reumatische medicatie wordt gecontinueerd of 2) Het continueren van alle anti-reumatische medicijnen inclusief TNF-blokker.

 

Primaire uitkomstmaat

De primaire uitkomstmaat is het percentage patiënten dat een exacerbatie krijgt van de RA gedurende het eerste jaar. Een exacerbatie is gedefinieerd als een Disease Activity Score of 28 joint (DAS28) waarde boven 3.2 met toename van 0.6DAS28 punten ten opzicht van de vorige keer (i.e. delta DAS28>0.6).

 

Patiëntbelasting

Met uitzondering van de randomisatie zal er niet worden geïntervenieerd in de huidige zorg van patiënten met RA. Patiënten met RA, zullen net zoals de CBO richtlijn adviseert, eenmaal per 3 maanden worden gezien door de reumatoloog en de verpleegkundige. Metingen die onderdeel uitmaken van standaard zorg worden elke 3 maanden verricht. Patiënten worden voor maximaal 2 jaar (einde studieperiode) gevolgd. Bij elke visite zal bloed geprikt worden voor het bepalen van ontstekingsparameters wat tevens een onderdeel is van standaard zorg van RA-patiënten in Nederland.

 

Patiëntrisico

Het stoppen van TNF blokkerende therapie neemt het risico met zich mee dat de ziekteactiviteit kan toenemen. In de studieopzet is echter gegarandeerd dat bij stijging van ziekteactiviteit (DAS28>3.2) PLUS Delta DAS28>0,6) dezelfde TNF-blokker hervat kan worden. Wanneer dit in de controle groep gebeurd kan geswitcht worden naar een andere behandeling met een biological zoals dat nu ook al gebruikelijk is. De patiënten worden frequent gemonitord met metingen van de ziekteactiviteit middels de DAS28 zodat in geval van een exacerbatie de behandeling snel aangepast kan worden. Het risico van onnodig continueren van TNF blokkerende therapie is een verhoogde kans op maligniteiten en infecties.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website