Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De behandelmogelijkheden voor patiënten met gemetastaseerd niercelkanker (mRCC) zijn de afgelopen jaren toegenomen met het beschikbaar komen van nieuwe, doelgerichte middelen: sunitinib (2006), sorafenib (2006), temsirolimus (2007), bevacizumab (2008), everolimus (2009) en pazopanib (2010). De doelstelling van deze studie was enerzijds het verzamelen van gedetailleerde gegevens over patiënten met mRCC en hun behandeling in de dagelijkse, klinische praktijk. Daarbij werden klinische uitkomsten bestudeerd, maar ook kwaliteit van leven en kosten. Daarnaast beoogde de studie prognostische groepen te identificeren gebaseerd op zowel klassieke als niet-klassieke parameters om patiënten in de toekomst gerichter te kunnen behandelen.

 

In het retrospectieve deel van de studie werden 645 patiënten geïncludeerd die tussen 2008 en 2010 werden gediagnosticeerd met primair mRCC, d.i. metastasen bij diagnose. 52% (336/645) van deze patiënten werd behandeld met een doelgerichte therapie. Het merendeel werd behandeld met sunitinib (84%, 282/336). Patiënten in het retrospectieve deel van PERCEPTION hadden veelal een slechtere prognose dan de patiënten in de klinische studies. Dit resulteerde in een lagere mediane totale overleving in vergelijking met de mediane totale overleving zoals aangetoond in klinische studies.

 

Op basis van gegevens uit het retrospectieve deel van de studie is een ziektemodel ontwikkeld waarmee de kosteneffectiviteit van diverse eerste- en tweedelijnsbehandelingen voor mRCC berekend is. Dit model liet zien dat zowel levensjaren als voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren gewonnen kunnen worden indien alle patiënten behandeld zouden worden met sunitinib gevolgd door een tweedelijnsbehandeling met sorafenib of everolimus. Gemiddelde totale kosten per patiënt zouden hierdoor wel toenemen.

 

Voor het prospectieve deel van de studie kwamen alle patiënten met niercelkanker in aanmerking, niet alleen patiënten met gemetastaseerde ziekte (diagnose tussen 2011 en medio 2013). In dit gedeelte van de studie werden gegevens verzameld over kwaliteit van leven. Bovendien werd bloed verzameld van patiënten die deelnamen aan dit gedeelte van de studie. Een aantal DNA markers bleek sterk geassocieerd met respons op sunitinib-behandeling. Het is echter nog te vroeg om definitief te kunnen concluderen dat de gevonden markers nieuwe markers zijn om prognose en therapie-respons te voorspellen. Daarvoor zullen eerst replicaties moeten worden verkregen in onafhankelijke patiëntengroepen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Jaarlijks komen er in Nederland 563 tot 689 patiënten met gemetastaseerd niercelkanker (mRCC) in aanmerking voor een eerstelijnsbehandeling met een doelgerichte therapie; dit betreft 422 tot 517 patiënten met een gunstig/gemiddeld risicoprofiel, en maximaal 141 tot 172 patiënten met een ongunstig risicoprofiel.

 

Deze observationele studie waarin de dagelijkse praktijk onderzocht werd, laat zien dat 52% (336/645) van de patiënten die tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010 werden gediagnosticeerd met primair mRCC, d.i. metastasen bij diagnose, behandeld werd met een doelgerichte therapie. Het merendeel van deze patiënten (84%, 282/336) werd behandeld met sunitinib. Van deze patiënten onderging 34% (96/282) een nefrectomie voorafgaand aan de behandeling. 101 patiënten ontvingen ook een tweedelijnsbehandeling; hiervan werd 40% (40/101) behandeld met everolimus, 28% (28/101) met sorafenib en 14% (14/101) met sunitinib.

 

De mediane leeftijd van deze patiënten was 67 jaar (range 23-93), 73% (469/645) was 60 jaar of ouder en het merendeel was man (65%). De populatie bestond grotendeels uit patiënten met een ongunstig risicoprofiel (56%). De overige patiënten hadden een gemiddeld risicoprofiel.

 

De mediane totale overleving van patiënten in het retrospectieve deel van PERCEPTION die in de dagelijkse, klinische praktijk behandeld werden met doelgerichte therapieën kan niet vergeleken worden met de mediane totale overleving van doelgerichte therapieën zoals vastgesteld in klinische studies. Patiënten in het retrospectieve deel van PERCEPTION hadden veelal een slechtere prognose dan de patiënten in de klinische studies. Dit resulteerde in een lagere mediane totale overleving in vergelijking met de mediane totale overleving zoals aangetoond in klinische studies.

 

Om de kosteneffectiviteit van de nieuwe, doelgerichte middelen te bepalen is een ziektemodel ontwikkeld. Dit model toont aan dat als bijvoorbeeld alle patiënten behandeld zouden worden met sunitinib gevolgd door een tweedelijnsbehandeling met sorafenib of everolimus, de gemiddelde totale overleving zou toenemen evenals de voor kwaliteit van leven gecorrigeerde overleving. Ook de gemiddelde totale kosten zouden toenemen in vergelijking met het behandelpatroon dat werd waargenomen in de dagelijkse praktijk.

 

Tot slot werden in deze studie enkele kiembaan DNA markers gevonden die een sterke associatie met respons op sunitinib lieten zien. Om te kunnen zeggen dat deze markers daadwerkelijk nieuwe markers zijn om prognose en therapie-respons te voorspellen zullen eerst replicaties moeten worden verkregen in onafhankelijke patiëntengroepen.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Summary

In this project we want to collect and analyze population-based data regarding patient and tumor characteristics and clinical management of patients with (metastatic) renal cell carcinoma (mRCC).

Focus will be to collect detailed quantitative data on the everyday management of mRCC in the Netherlands, the clinical outcome of this management, as well as the resulting quality of life and financial costs. Patients with mRCC are increasingly treated with new and expensive so-called targeted drugs that inhibit factors thought to drive malignant behavior of RCC. Unfortunately, the response to these treatments is highly variable, severe side-effects are seen in a considerable number of patients, and these novel drugs are expensive. Currently, treatment selection for (m)RCC patients is mainly based on routine assessment of classical prognostic parameters. Determination of the patients’ and tumors’ molecular makeup and activity of kinase cell signaling pathways before initiation of targeted treatment is likely to improve prognostic stratification of patients. Therefore, we also aim to improve the currently available prognostic classification systems in mRCC patients based on classical ánd non-classical parameters in order to achieve a more individualized treatment. A more individualized approach will reduce over- and under-treatment with these drugs thereby avoiding toxicity and reducing costs.

 

Samenvatting

In dit project zullen populatiegegevens met betrekking tot patiënten en tumorkarakteristieken en klinisch management van patiënten met (gemetastaseerd) niercelkanker worden verzameld en geanalyseerd in de dagelijkse praktijk van mRCC in Nederland, evenals de klinische uitkomsten, de daarmee gepaard gaande kwaliteit van leven en kosten. Niercelkankerpatiënten worden in toenemende mate behandeld met nieuwe, kostbare geneesmiddelen. Helaas is de respons op deze behandelingen zeer variabel en gaan de behandelingen gepaard met ernstige bijwerkingen in een aanzienlijk deel van de patiënten terwijl de kosten hoog zijn. Selectie van behandeling is op dit moment gebaseerd op routinebeoordeling van een aantal standaard prognostische parameters. Het bepalen van patiënt- en tumorspecifieke moleculaire parameters vóór start van de behandeling leidt wellicht tot betere prognostische classificatie. Daarom willen we ook prognostisch relevante groepen identificeren op basis van zowel klassieke als niet-klassieke parameters met als doel deze patiënten gerichter te behandelen en (dure) behandelingen te vermijden bij patiënten die er geen baat bij hebben.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website