Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Antibioticumgebruik bevordert de ontwikkeling van antibioticaresistentie in bacteriën. Er bestaan nog enkele structurele verschillen in antibioticumgebruik tussen Nederlandse veehouderijen. In de afgelopen jaren is de antibioticumgebruik-reductie in veehouderijen ook afgevlakt, met name bij vleeskuikens, gespeende biggen en vleeskalveren. Het bepalen van de impact en haalbaarheid van antibioticumgebruik-reducerende interventies is de hoofddoelstelling van het CIAOCIAO-project. Het project zal in het bijzonder concrete informatie en adviezen opleveren t.a.v. de benodigde bioveiligheid, vaccinatiegraad en maatregelen op boerderij management en inrichting om te komen tot een verminderd antibioticumgebruik bij kippen, kalveren en varkens in Nederland. Om de juiste voorwaarden te scheppen voor het stimuleren van verdere vermindering van het antibioticumgebruik in de Nederlandse veehouderij, is een beoordeling nodig van de potentiële impact op antibioticumgebruik en daarmee samenhangende (negatieve of positieve) financiële effecten van de beschikbare interventies die gericht zijn op het gezond houden van productiedieren.

Een belangrijk resultaat wat dit onderzoek zal opleveren is een beheertool voor veehouders, dierartsen en beleidsmakers met de naam AMU-LET (Anti-Microbial Use-Lowering Estimation Tool) om doelen te stellen en plannen te maken over de implementatie van interventies met het hoogste antibioticumgebruik-reducerende potentieel op veehouderijniveau, en dus antibioticaresistentie te verlagen op een meer rationele manier. Om zo'n tool te ontwikkelen, moeten drie stappen worden gevolgd: dataverzameling, verklarende data-analyse en voorspellende modelbouw. In de eerste twee jaar van het CIAOCIAO-project hebben de onderzoekers zich vooral gericht op de eerste twee stappen. De bestaande gegevens zijn geïdentificeerd en verzameld en de geplande enquête over varkensbedrijven is begonnen volgens plan. Data over vleeskuikenbedrijven zijn al verzameld in een eerder EU-project (EFFORT) en zijn ter beschikking gesteld van de CIAOCIAO-projectonderzoekers. Dit biedt ook de mogelijkheid om de (inter)nationale dimensie van de AMU-LET tool te verbreden. De voorbereidende werkzaamheden voor de kalfsenquête zijn afgerond en de start van de dataverzameling is gepland voor na de zomer van 2020. Het analytisch kader is ontwikkeld dankzij de beschikbaarheid van datasets uit eerdere (longitudinale) studies. De komende twee jaar verwachten de onderzoekers de dataverzameling en de verklarende data-analyses (2020-2021) af te ronden om de risicofactoren voor antibioticumgebruik te identificeren die vervolgens in het voorspellende model (2021-2022) zullen worden opgenomen, wat de basis zal vormen voor ontwikkeling van AMU-LET (2022).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De afgelopen 2 jaar zijn gewijd aan dataverzameling en voorbereidend modelleringswerk (verklarende data-analyses). Een promovendus (P. Mallioris) is voltijds aangesteld onder begeleiding van prof. J. Wagenaar, prof. A. Stegeman en dr. L. Mughini-Gras. Aanvankelijk werkte een ervaren postdoc (dr. H. Graveland) mee aan de opzet van de enquête en momenteel werkt ook een senior PhD (R. Luiken) van een ander AMR-gerelateerd project parttime aan CIAOCIAO.

Bestaande data zijn geïdentificeerd. Bovendien is een cross-sectioneel onderzoek naar varkensveehouderijen gestart: de betreffende dierartsenpraktijken leveren data op voor 200 varkensbedrijven, waaronder de bedrijfsstructuur, houderijpraktijken, bioveiligheid, vaccinatie, voeding, gezondheid en antibioticumgebruik. Tot dusver hebben de onderzoekers data ontvangen van 51 bedrijven en de rest wordt verwacht tegen de zomer. Betrokkenheid bij de praktijken is verzekerd door hun rol bij het definiëren van de te verzamelen informatie, door het verduidelijken van de doelstellingen, relevantie en aanpak van het project en door financiële compensatie voor de tijdinvestering. Deze cross-sectioneel data zijn essentieel om risicofactoren voor antibioticumgebruik te bepalen, zodat ze kunnen worden benut bij de parametrering van het voorspellende model voor het effect van antibioticumgebruik-reducerende interventies.

De enquête bij varkens is dus begonnen en doorgaat (hoewel COVID-19 de dataverzameling lijkt te verstoren). De start van de kalfsenquête werd beïnvloed door de stikstofcrisis en later door COVID-19, omdat beide het momentum in gevaar hebben gebracht en voorkwamen de sector om zich aan de studie te verbinden. Desalniettemin zijn de noodzakelijke afspraken met de integratiesystemen van de Nederlandse kalversector tot stand gekomen en deze zijn over het algemeen positief. De kalvergegevens worden dus verzameld, met de nadruk op rosé-kalveren, aangezien deze subsector in eerdere studies ondervertegenwoordigd was en hoge antibioticumgebruik-niveaus laat zien. De onderzoekers verwachten vanaf de zomer van 2020 gegevens te verzamelen voor 150-200 kalverbedrijven.

Voor vleeskuikens was een nieuwe enquête niet nodig omdat ze bestaande data konden gebruiken die verzameld waren in het EFFORT-project (www.effort-against-amr.eu). Deze gegevens zijn geschikt voor het doel van CIAOCIAO en bieden de mogelijkheid om een meerlandenanalyse uit te voeren, wat betekent dat AMU-LET ook meer dan één nationale (Nederlandse) dimensie zal omvatten. De EFFORT-gegevens hebben betrekking op 180 vleeskuikenbedrijven uit 9 landen (België, Italië, Denemarken, Frankrijk, Spanje, Nederland, Bulgarije, Duitsland en Polen). De data-analyse is begonnen en zal in 2020 met een publicatie worden gepresenteerd.

Voor voorbereidend modelleringswerk hebben de onderzoekers twee datasets uit eerdere studies verkregen: Bactopath bij varkens en interventie-kalveren bij kalveren. Een beschrijving van Bactopath is beschikbaar in Dohmen et al. [1] en Dorado-Garcia et al. [2]. In het kort, in de periode 2011-2013 werd op 18 Nederlandse varkensbedrijven een 18 maanden durend onderzoek uitgevoerd naar de prevalentie en risicofactoren voor MRSA: elk bedrijf werd 4 keer onderzocht. De interventie-kalveren-studie wordt beschreven in Dorado-Garcia et al. [3] en vond plaats in 2010-2012 om de MRSA-prevalentie bij kalveren en mensen te verminderen. Het bestond uit 51 bedrijven die gedurende een periode van 12 weken werden opgevolgd, beginnend aan het begin van 2 opeenvolgende productiecycli en toegewezen aan 3 verschillende studiearmen. De analyse van deze datasets heeft de CIAOCIAO-onderzoekers geholpen om: 1) een raamwerk te ontwikkelen voor CIAOCIAO-modelleringswerk, inclusief de analytische aanpak en scripts; 2) voorlopige analyses uit te voeren om preliminaire resultaten te verkrijgen die lijken op de resultaten die in CIAOCIAO zouden verkregen moeten worden (d.w.z. een "wat te verwachten" scenario om de volgende stappen te kunnen zetten); 3) de parameterpool te verrijken, aangezien beide studies longitudinaal zijn, terwijl de CIAOCIAO-onderzoeken cross-sectioneel zijn; 4) wat er ontbrak in de vorige studies te identificeren om het (beter) in CIAOCIAO te doen. De analyse van deze datasets is bijna afgerond en er wordt een publicatie voorbereid.

In 2020-2021 verwachten de onderzoekers de dataverzameling en verklarende gegevensanalyses te voltooien om de risicofactoren te identificeren die moeten worden opgenomen in het voorspellende model (2021-2022) dat de basis zal vormen voor AMU-LET (2022).

 

[1] Dohmen et al. Clin Microbiol Infect. 2015;21:917±23

[2] Dorado-García et al. Emerg Infect Dis. 2015;21: 950±59

[3] Dorado-García et al. PLoS ONE 2015;10(8):e0135826

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Since the 1950s, antimicrobials have been increasingly used in modern intensive livestock production systems. Besides preventive and therapeutic use, antimicrobials were used as growth promoters in the European Union (EU) until their ban in 2006. This was preceded by decades of growing evidence and concerns on the public health impact of widespread veterinary antimicrobial use (AMU) and associated increasing antimicrobial resistance (AMR). As AMU in livestock favors AMR development in bacterial populations as it does in humans, the public health risks of veterinary AMU are threefold: 1) resistant bacteria can pass onto humans via direct contact with animals; 2) these bacteria can pass on via food of either animal origin or crosscontaminated during production; 3) these bacteria can spread into the environment via farm runoff or unprocessed manure used as fertilizer. Moreover, large volumes of antimicrobial residues in manure cause further environmental exposure and potential selective pressure. In 2007, the Netherlands was the largest veterinary antimicrobial consumer per biomass unit of animal production among 10 EU countries. Together with the discovery of large reservoirs of methicillin-resistant S. aureus (MRSA) and Extended-Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producing bacteria in Dutch livestock, this led to considerable sociopolitical pressure, with the government imposing 20%, 50% and 70% AMU reductions in livestock in 2011, 2013 and 2015, respectively. After an initial rapid AMU reduction (56% in 2013), mostly attributable to replacing group treatments, adopting herd health and treatment plans, guidelines, benchmarking systems and transparency in prescriptions, a 58% AMU reduction was reported in 2015, indicating that a 70% or higher AMU reduction would require more fundamental changes in the livestock production systems in addition to the prescribing procedures. Indeed some structural differences in AMU still exist between Dutch livestock farms and overall AMU remains high in a subset of them, mainly because of the highly intensive nature of the Dutch farming industry. Moreover, in recent years AMU reduction has levelled off despite further reduction is sought after, particularly in broilers, weaned piglets and veal calves, whose groups now account for most AMU in Dutch livestock. An important counter argument is the increased economic burden placed on the farmers and eventually on the consumers through further restriction to veterinary AMU when this is needed for therapeutic purposes. A rise in livestock production costs would be unbearable in the highly competitive international agricultural market wherein the Dutch livestock industry relies heavily on exports. Providing the right conditions for incentivizing further AMU reduction in Dutch livestock requires an assessment of the potential impact on AMU and associated (negative or positive) financial effects of the available interventions aiming at keeping livestock healthy, on the principle that every infection prevented is an opportunity for no treatment. Policy makers and livestock producers would then be able to consider supporting the implementation of a specific intervention instead of another based their cost-effectiveness. These interventions include: 1) infection control (i.e. enhanced farm biosecurity and hygiene standards), 2) animal husbandry practices (i.e. enhanced farm management, e.g. low-stock density farming, all-in/all-out production systems, rearing of slow-growing breeds, etc.), 3) vaccination (for bacterial diseases, but also viral diseases often complicated by secondary bacterial infections). Indeed, there is still no quantitative evidence for the impact of these interventions on AMU, and even less evidence for their sustainability. Consequently, comprehensive recommendations to farmers about which interventions are most cost-effective and would best suit their specific situations in relation to the public health needs remain rather vague (e.g. as general statements like ‘increased vaccination’ or ‘improved biosecurity’) or are based on individual veterinarians’ personal experience/opinion. As a collaboration of two leading institutions in animal and public health in the Netherlands (Veterinary Medicine Faculty of Utrecht University and the RIVM) and using both existing and newly collected data, we will quantify in a scenario-based modelling framework the impact of different biosecurity/hygiene standards, vaccination schemes and husbandry practices on AMU reduction (overall and for specific antimicrobials) in broilers, weaned piglets and veal calves, including their cost-effectiveness. Determining the impact and feasibility of these interventions will then provide livestock producers and policy makers with a management tool named AMU-LET (AMU-Lowering Estimation Tool) to set targets and draw plans for implementing those interventions with the highest AMU-reducing potential, thus decreasing AMR in a rational and sustainable way.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website