ZonMw tijdlijn Geneesmiddelen https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Geneesmiddelen nl-nl Tue, 25 Jun 2019 18:00:46 +0200 Tue, 25 Jun 2019 18:00:46 +0200 TYPO3 news-4243 Tue, 25 Jun 2019 11:56:13 +0200 KNMP Onderzoeksagenda 2025 gereed https://www.knmp.nl/actueel/nieuws/nieuws-2019/knmp-onderzoeksagenda-2025-is-gereed De KNMP Onderzoeksagenda 2025 is gereed. Deze biedt een overzicht van de belangrijkste onderzoeksvragen voor de farmaceutische patiëntenzorg in de komende vijf jaar. De wetenschappelijke adviesraad (WAR) heeft vanuit de agenda tien nieuwe onderzoeksvragen opgesteld voor het KNMP-onderzoeksprogramma. De antwoorden op de geprioriteerde onderzoeksvragen moeten direct een concrete bijdrage opleveren voor de patiënt en de openbare farmacie. news-4234 Tue, 25 Jun 2019 00:10:00 +0200 Subsidieoproep over antibioticaresistentie en hergebruik data opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-over-antibioticaresistentie-en-hergebruik-data-opengesteld/ Heeft u nog data in uw la liggen en zou u daar nog meer onderzoek naar antibioticaresistentie mee willen doen? Dien dan voor 10 september 2019 een projectidee in om antibioticaresistentie aan te pakken en uw data te hergebruiken. Antibioticaresistentie

Resistente bacteriën komen voor in mensen, dieren en de omgeving. Vanuit de disciplines betrokken bij humane gezondheid, veterinaire gezondheid en het milieu is kennis nodig om een effectieve aanpak van antibioticaresistentie te realiseren. Deze benadering staat bekend onder de noemer ‘One Health’. Het programma Antibiotica Resistentie stimuleert samenwerking tussen onderzoekers in deze verschillende disciplines.

FAIR-data

Het delen en hergebruiken van bestaande data binnen wetenschap en samenleving versnelt kennisontwikkeling en innovatie. Dit is een uitdaging voor onderzoekers, zorgprofessionals, technici en juristen. ZonMw heeft hierin een faciliterende rol. Op het gebied van antibioticaresistentie gaan we de uitdaging aan om bestaande data te laten hergebruiken en zo te verbeteren dat deze gemakkelijker is te delen en te implementeren.

Informatiebijeenkomst

Op 17 juli 2019 organiseren we een informatiebijeenkomst voor potentiële indieners van projectvoorstellen. In de subsidieoproep staat hoe u zich kunt aanmelden. De subsidieoproep is opengesteld op 24 juni om 00.00 uur.

Survey

Voorafgaand aan deze subsidieoproep hebben we een survey uitgezet. Onderzoekers en zorgprofessionals hebben in de survey suggesties gedaan over de looptijd en de benodigde capaciteit voor potentiële onderzoeksprojecten. De vele reacties hebben ons geholpen bij het vormgeven van de subsidieoproep en het organiseren van de laatste subsidieronde van het programma Antibiotica Resistentie.

Meer informatie

 

]]>
news-4228 Mon, 24 Jun 2019 11:35:23 +0200 Overlevingskans bij huidkanker sterk verbeterd https://www.avl.nl/topmenu/over-avl/nieuws/overlevingskans-bij-huidkanker-sterk-verbeterd/ Patiënten met ernstige huidkanker hebben hun overlevingskansen de afgelopen jaren sterk zien verbeteren, dankzij de introductie van nieuwe medicijnen. De oncologen hebben een scherp beeld doordat Nederland beschikt over een gedetailleerd registratiesysteem voor patiënten met uitgezaaid melanoom. De registratie is uniek in de wereld en houdt de resultaten bij van alle ruim 6000 melanoompatiënten die tot nu toe in Nederland met diverse vormen van immuuntherapie zijn behandeld. news-4217 Fri, 21 Jun 2019 16:30:00 +0200 Rapportage Zorgevaluatie en Gepast Gebruik overhandigd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rapportage-zorgevaluatie-en-gepast-gebruik-overhandigd/ Op 21 juni 2019 is de rapportage Zorgevaluatie en Gepast Gebruik overhandigd aan minister Bruins voor Medische Zorg. Zorgevaluatie is de laatste jaren een begrip geworden voor het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg. In het Hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg 2019-2022 (HLA-MSZ) is afgesproken om gepast gebruik van medisch specialistische zorg verder te bevorderen, door het proces van zorgevaluatie naar een hoger plan te tillen. Uitgangspunt is dat over 5 jaar zorgevaluatie onderdeel is van de reguliere zorgprocessen en zorgverlening en leidt tot gepast gebruik. De rapportage brengt verslag uit van de kwartiermakersfase van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik. In het programma hebben alle partijen in de zorg (zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiënten en overheid) de verbinding gezocht om te komen tot een afgestemde kwaliteitscyclus van het agenderen, evalueren en implementeren van gepaste zorg. Om het continue werken volgens de kwaliteitscyclus te realiseren, willen partijen met dit programma een proactieve leer- en verandercultuur tot stand te brengen.

Concrete acties

De rapportage omschrijft de ambitie voor de komende 5 jaar en de eerste acties die partijen gezamenlijk met elkaar zullen gaan uitvoeren. Enkele voorbeelden hierbij zijn:

  • Zorgen dat er vanaf 2020 elk jaar een groeiend aantal zorgevaluatiestudies van start gaat, met steeds kortere voorbereidingstijd.
  • De implementatie van uitkomsten uit reeds afgerond evaluatieonderzoek aanjagen en monitoren (zoals die uit het Doelmatigheidsonderzoeksprogramma van ZonMw en het Zinnige Zorg programma van Zorginstituut Nederland).
  • Het ontwikkelen en onder de aandacht brengen van tools en spiegelinformatie voor alle partijen om tot betere implementatie te komen.

Samen

Er is al veel expertise op het gebied van zorgevaluatie en gepast gebruik bij de HLA-partijen. Die expertise is nu gebundeld en ingebracht in het plan van aanpak. De kracht van het programma is dat het een gezamenlijk initiatief is van alle ondertekenaars van het hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg. Dit zijn de Patiëntenfederatie, FMS, V&VN, NVZ, NFU, ZKN, ZN en VWS. Het programma wordt gefaciliteerd en gemonitord door Zorginstituut Nederland en heeft ZonMw als strategisch partner.

Minister Bruno Bruins is positief over de constructieve samenwerking die de partijen rond dit ingewikkelde vraagstuk met elkaar zijn aangegaan. “Binnen vier maanden is er een zeer ambitieus stappenplan opgesteld. Complimenten daarvoor. In honkbaltermen: het eerste honk is nu bereikt, maar we zijn nog niet over de thuisplaat. Er wordt al veel gesproken over wat zinnige zorg is en wat niet; of de patiënt er daadwerkelijk baat bij heeft. Dergelijke afwegingen moet je maken op basis van feiten. En precies dat gaan alle betrokken partijen de komende jaren doen. Evaluatie van geleverde zorg en implementatie van onderzoeksresultaten staan daarbij centraal. Het uiteindelijke doel is dat de zorg die we met z’n allen leveren aantoonbaar zinnig is. Dat is niet alleen in het belang van patiënten, maar ook van de premiebetaler en dus van ons allemaal”, aldus Bruins.

Meer informatie

Rapportage Zorgevaluatie en Gepast Gebruik

Bijlage 3 - Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022

Bijlage 4 - Plan van Aanpak ZE&GG

Bijlage 5 - Inventarisatie initiatieven zorgevaluatie en gepast gebruik SiRM

Bijlage 6 - Analyse Governance structuur KPMG

]]>
news-4208 Wed, 19 Jun 2019 16:55:00 +0200 Programmaboekje Personalised Medicine https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/programmaboekje-personalised-medicine/ Het ZonMw-programma Personalised Medicine, onderdeel van van het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen, heeft een programmaboekje uitgebracht. Hierin staan 30 projecten die bijdragen aan de implementatie van Personalised Medicine in de Nederlandse zorg. Personalised Medicine betreft een medisch model waarbij gebruik gemaakt wordt van individuele fenotypische en genotypische kenmerken om een afgestemde therapeutische strategie voor de juiste persoon op het juiste moment te kiezen en/of risico op ziekte vast te stellen. Bij de juiste therapie op maat hebben patiënten een grotere kans op verbetering of herstel met minder bijwerkingen. Patiënten ondergaan dan ook minder ‘zinloze’ behandelingen en ervaren (mede daardoor) veel minder vaak bijwerkingen. Op macroniveau kan Personalised Medicine leiden tot een betere kosten-efficiëntie in de zorg. Personalised Medicine wordt dan ook als voorbeeld van innovatie genoemd in het Regeerakkoord 2017-2021, ‘Vertrouwen in de toekomst’.

De verwachte resultaten uit de verschillende projecten van het programma worden in dit boekje gedeeld, zoals de implementatie van genome sequencing technieken binnen de oncologie en zeldzame ziekten, een servicedesk voor ethische en juridische vraagstukken, het ontwikkelen van educatie en voorlichting over genome sequencing, een werkwijzer voor het verzamelen van genoom data, een curriculum voor datastewards, informed consent modellen en het bieden van handvatten voor het implementeren van voorspellende testen. In de hoop dat u geïnspireerd raakt en dat er gezamenlijk voor kan worden gezorgd dat de innovaties op het gebied van Personalised Medicine sneller bij de patiënt terechtkomen.

Het programma Personalised Medicine stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis en innovaties en faciliteert samenwerking tussen een groot aantal partijen. Binnen het programma  Personalised Medicine wordt samengewerkt met Zilveren Kruis, KWF Kankerbestrijding, ReumaNederland en het Canadian Insitute for Health Research (CIHR).

Meer informatie over de projecten en het programma kunt u vinden op www.zonmw.nl. U kunt direct naar specifieke projectinformatie door het projectnummer in het zoekveld in te vullen.

Programmaboekje Personalised Medicine (jun 2019)

]]>
news-4203 Tue, 18 Jun 2019 16:44:00 +0200 How to internationally tackle the threat of antimicrobial resistance? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/how-to-internationally-tackle-the-threat-of-antimicrobial-resistance/ On the 19th and 20th of June the 2019 International Ministerial AMR Conference will take place in the Netherlands. Many nations from all over the world will be represented, as a great deal of international initiatives in the field of antimicrobial resistance (AMR). JPIAMR, of which ZonMw is member, will also be present. During the conference, working closely together with the World Health Organization (WHO), Food and Agriculture Organization (FAO) and World Organisation for Animal Health (OIE), the participants will look for cooperative opportunities to tackle the threat of antimicrobial resistance. Collaboration

Following up on the 2014 conference, the 2019 edition will reflect on the progress of the global implementation of the Global Implementation Plan, the work of the Tripartite (WHO, FAO, OIE) to support its implementation, and the requirements needed to accelerate multi-sectoral collaboration in the upcoming years.

As ZonMw endorses, Bruno Bruins (Netherlands Minister of Health, Welfare, and Sport) recently confirmed that we as the Netherlands should keep playing an active role in the international collaboration to tackle to the global AMR problem.

International cooperation

The aim of this conference is to strengthen and accelerate international cooperation in the global fight against antimicrobial resistance. The focus of this conference will be international and multi-sectoral cooperation within the framework of the One Health approach. While the 2014 AMR Conference mainly revolved around raising awareness for the threat of AMR and developing initiatives on how to address this threat, the 2019 Conference strives to intensify international cooperation and the exchange of best practices in implementing national action plans.

One Health

Covering the entire spectrum of AMR research, from science to policy and through a One Health approach, is what ZonMw strives for. A joint an multi-sectoral approach, and aligning national and international efforts, is crucial in tackling the global health threat due to AMR. Working towards effective implementation of newly acquired knowledge, expertise, and services and devices is needed to obtain true impact. That is also what will be aimed for during this 2019 Ministerial Conference, by reflecting on the progress of the global implementation of the Global Action Plan on AMR. We at ZonMw fully endorse these aims.

Research in LMIC settings

One of the subjects of the conference is exploring the varying realities for high-, middle- and low-income countries while tackling AMR challenges in the human health sector. An example of a ZonMw-funded study in this setting is ‘a rapid diagnostic test for non-malaria fevers’. Because  fever  is  a  non-specific  symptom,  children  with  fever  are  often prescribed antibiotics without a proper diagnosis in sub-Saharan Africa. In the past, these were mainly anti-malarial drugs. Although rapid diagnostic tests for malaria are now available, the study showed that commonly used malaria tests do not work well. In addition, many children who did not suffer from malaria but did have fever, were treated with antibiotics. Even if it was not exactly  determined  why  the  child  was  sick.  An unnecessary high amount of antibiotics and anti-malarial drugs are prescribed for this reason. It has also been established that many commonly used antibiotics are no longer effective due to resistance. This project therefore, amongst others, started with the development of a diagnostic test that can identify a number of feverish illnesses.

A good example of a study exploring the different realities of high-, middle- and low- income countries tackling AMR with a focus on food safety and animal health, is the ZonMw-funded project about Vietnam backyard farming. This study  taking  place  in  a  Vietnam  backyard  farming setting  investigated  the  route  of  transmission  of  AMR  bacteria  and/or resistance  determinants,  comparing  resistance  genes  in bacteria  from humans  and  poultry.  The  researchers  found  that  AMR  transmission between humans and chickens was a bidirectional and complex process. The process is amongst others dependent on selective pressure through use of specific antibiotics and the type of exposure, and certain bacterial populations  are  likely  restricted  to  specific  hosts.  These  conclusions emphasise  that  antimicrobials  should  be  used  with  caution  both  in  the human community and agriculture setting.

ZonMw also is participating in the JPIAMR call 2019, in which funding is reserved for LMIC’s in Asia and Africa. The focus of this call is addressing the development of diagnostic and surveillance tools  technologies and methods to detect AMR.

More information

 

]]>
news-4196 Mon, 17 Jun 2019 17:30:46 +0200 Sequencing bij kinderen met genetische aandoeningen: van laatste redmiddel naar spoedtest https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/sequencing-bij-kinderen-met-genetische-aandoeningen-van-laatste-redmiddel-naar-spoedtest/ Nederlandse klinisch genetici werken samen om een genetische spoedtest te ontwikkelen voor kinderen met een vermoeden op een genetische aandoening. Met een eerdere diagnose kunnen zij eerder een behandeling krijgen en zich op een passende manier blijven ontwikkelen. Een belangrijke stap, stellen Wendy van Zelst en Lisenka Vissers van het Radboudumc. ‘Het is zonde sequencing te blijven zien als laatste redmiddel.’ dr. Lisenka Vissers (l) en dr. Wendy van Zelst

Het in kaart brengen van het genoom, de genetische informatie in ons DNA, gaat steeds sneller. Met sequencing kunnen we soms binnen enkele dagen het complete genoom van een persoon testen op genetische aandoeningen. Dankzij die snelheid kunnen we whole exome sequencing (WES) en whole genome sequencing (WGS) gebruiken als diagnostische test. In het project WGS-first werken Nederlandse klinisch genetici samen om WES en WGS in te zetten als one-size-fits-all-test voor de diagnose van zeldzame genetische aandoeningen bij kinderen.

Passende behandeling

Van alle duizenden zeldzame aandoeningen heeft 80 procent een genetische oorzaak en driekwart presenteert zich op kinderleeftijd. Dr. Wendy van Zelst, klinisch geneticus bij het Radboudumc: ‘Veel van die aandoeningen leiden tot een heterogeen ziektebeeld, daarom herkent een arts ze niet direct. Om deze patiënten een passende behandeling te kunnen geven is het belangrijk zo snel mogelijk de juiste diagnose te stellen. Genetische diagnostiek kan daarbij een rol spelen.’

Sneller en eerder

Het project richt zich op twee onderzoeksgroepen: kinderen met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand, en kinderen die worden opgenomen op de neonatale intensive care (NICU). Dr. Lisenka Vissers, projectleider en associate professor moleculaire genetica bij het Radboudumc: ‘Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zien we uiteenlopende klinische beelden, dus is het zinvol de aandoening te karakteriseren en te diagnosticeren met WGS. Bij pasgeborenen op de NICU wil je de diagnose zo snel mogelijk, zodat je acuut je behandelplan kunt aanpassen. Dat kan met een spoedtest op basis van WES.’

'Bij iedere gediagnosticeerde patiënt willen we aantonen dat onze aanpak eerder een diagnose stelt, maar ook diagnoses opleveren die anders pas later, of zelfs helemaal niet zouden zijn gesteld.’

Prognostische waarde

Ondanks het ontbreken van een spoedtest voor beide onderzoeksgroepen, profiteren patiënten op verschillende gebieden van een eerdere diagnose. Vaak is die nodig voor ondersteuning, zoals bijzonder onderwijs en hulpmiddelen. Dat geeft meer zekerheid en rust in het gezin, en vergroot de kans voor het kind zich op een passende manier te ontwikkelen. Bovendien kan een diagnose bij een ontwikkelingsachterstand meer zicht geven op de prognose. Dat is van belang voor de ouders. Van Zelst: ‘Een prognose draagt bij aan de keus of een kind thuis kan blijven wonen, en of ouders professionele begeleiding willen. En als je weet of de aandoening erfelijk is, kun je beter besluiten nemen over gezinsplanning.’

Wel of niet opereren?

Ook de zorgverlener profiteert van sequencing bij het stellen van een diagnose. Van Zelst: ‘Je weet welke specialismen nodig zijn om de patiënt optimaal te behandelen. Dat is belangrijk op de NICU: je moet jezelf afvragen of je wel moet opereren als een kind met een ernstige genetische aandoening een slechte prognose heeft. Voorkomen is ook een vorm van behandelen.’ Anderzijds geeft een test zonder uitsluitsel ook informatie. ‘Als we geen genetische defecten kunnen aantonen, sluiten we toch aandoeningen uit. Dat kan ons doen besluiten een operatie juist wél te doen.’

Van óf-óf naar én-én

Het accent van WGS-first verschoof gaandeweg van werkzaamheid naar doelmatigheid. Vissers: ‘De innovaties in de genetica gaan zo verschrikkelijk snel. In eerste instantie wilden we patiënten willekeurig diagnosticeren via óf het standaardtraject óf via sequencing. Maar toen bleek dat we met WES 30 procent van de aandoeningen op de NICU konden diagnosticeren en met alle andere tests slechts 10 procent, werd het én-én. We zijn op een positieve manier ingehaald door de tijd.’ Patiënten in het project krijgen nu beide trajecten voorgeschoteld: de diagnostische standaardtests, én sequencing. Vissers: ‘Die aanpak maakt de patiënten hun eigen controlegroep. Zo tonen we aan dat het zonde is sequencing als laatste redmiddel te zien. Bij iedere gediagnosticeerde patiënt willen we aantonen dat onze aanpak eerder een diagnose stelt, maar ook diagnoses opleveren die anders pas later, of zelfs helemaal niet zouden zijn gesteld.’

Implementeren

De eerste resultaten van het WGS-first-project laten niet lang op zich wachten. Vooral in de NICU’s kost het weinig tijd de spoedtest te implementeren, omdat het verschil tussen de kans op diagnose met de standaardtests en WES zo groot is. Mede daardoor werken al vijf van de acht Nederlandse NICU’s mee aan het project. Dat is lastiger bij de andere patiëntengroep. Vissers: ‘Bij patiënten met ontwikkelingsstoornissen is de test nog niet zo ver ontwikkeld en is er nog geen spoedtest beschikbaar. Het arsenaal aan huidige tests is waarschijnlijk net zo goed als WGS, dus de te behalen winst is minder groot. Ik denk dat we hier meer moeten kijken naar de kosteneffectiviteit en doelmatigheid, omdat WGS alle andere standaardtests vervangt. Je bent dus met één test klaar.’

Koudwatervrees

Die kijk op doelmatigheid is een van de vernieuwende kenmerken van WGS-first. Vissers: ‘We vereenvoudigen het diagnostische traject: het eerder en kostenefficiënt stellen van een diagnose. Veel artsen zien WGS nog niet als een volwaardige diagnostische test. Ze doen eerst test A t/m E, en als dat niets oplevert doen ze WGS. Wij zeggen: doe eerst WGS, want de kans dat dat een diagnose oplevert is groter dan alle andere tests samen.’ Van Zelst herkent die blik van artsen op WGS. ‘Voor de meeste neonatologen is het gebruikelijk een genetische test in een later stadium te doen. Met WGS kunnen ze de uitslag direct meewegen met de behandeling. Die omslag heeft tijd nodig.’

Naadloos

Vissers denkt dat de landelijke samenwerking in Nederland de ontwikkeling van WGS kan helpen. Alle acht klinisch genetische centra zijn bij het project betrokken, en PhD-studenten op het project worden landelijk begeleid. Vissers: ‘Het verenigen van clinici, laboratoriumspecialisten en onderzoekers in één project: die aanpak is typisch Nederlands. Technische innovatie gaat hier naadloos over in patiëntenzorg. We moeten het gewoon gaan doen met zijn allen: ogen dicht en springen. In de wetenschap dat we alleen nog moeten aantonen hoe goed het werkt.’

Tekst: Koen Scheerders
 

Meer informatie

Het project WGS-first wordt gefinancierd door het Onderzoeksprogramma Personalised Medicine. In dit programma zoeken initiatiefnemers KWF Kankerbestrijding, Zilveren Kruis en ZonMw samen uit hoe de razendsnelle ontwikkelingen op het terrein van next generation genome sequencing sneller bij de patiënt terecht kunnen komen. Speerpunten zijn kanker en zeldzame ziekten. WGS-first wordt medegefinancierd door het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek.

]]>
news-4191 Mon, 17 Jun 2019 15:06:01 +0200 Liset van Dijk: ‘Therapietrouw is dat je trouw bent aan de afspraak die je met je zorgverlener maakt.’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/liset-van-dijk-therapietrouw-is-dat-je-trouw-bent-aan-de-afspraak-die-je-met-je-zorgverlener-maakt/ ‘Mens en maatschappij in geneesmiddelengebruik’, onder deze titel houdt NIVEL-onderzoeker prof. dr. Liset van Dijk op 25 juni 2019 haar inaugurele rede aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar leeropdracht is het farmaceutisch zorgonderzoek, waarin het sociaalwetenschappelijk perspectief centraal staat. Hoe kunnen we de zorg zo verbeteren dat deze het goed gebruik van geneesmiddelen bevordert? prof. dr. Liset van Dijk

Hoe komt een socioloog in onderzoek naar geneesmiddelengebruik terecht?

Liset van Dijk: ‘Ik studeerde in Wageningen en deed bij het NIVEL een stage over het voorschrijven van geneesmiddelen. Via diverse omwegen kwam ik daar uiteindelijk weer terecht, in een onderzoeksfunctie op hetzelfde thema. Veel mensen denken bij geneesmiddelen als eerste aan de effectiviteit of bijwerkingen. Maar in de vraagstukken binnen de farmacie zit veel sociologie, bijvoorbeeld welke plek geneesmiddelen hebben in de samenleving en hoe dat het concrete gebruik door patiënten kan beïnvloeden.’

Wat behelst de leeropdracht ‘farmaceutisch zorgonderzoek’?

’Farmaceutisch zorgonderzoek bestudeert de rol van geneesmiddelen vanuit sociaalwetenschappelijk perspectief. Het doel is het verbeteren van de zorg, zodat die het goed gebruik van geneesmiddelen bevordert. Het gaat daarbij dus niet zozeer om de therapeutische werking van een middel. Maar: wat doet het systeem in de farmaceutische zorg met mensen, hoe wordt dat systeem beïnvloed door beleid en hoe beïnvloeden mensen elkaar in hun omgang met geneesmiddelen?’

Wat is het belang van gedeelde besluitvorming voor therapietrouw?

‘Vroeger dachten we bij therapietrouw aan het gebruik volgens voorschrift. Maar voor mij is het dat je trouw bent aan de afspraak die je met je zorgverlener maakt. Iemand is wat mij betreft ook therapietrouw als ie afspreekt om zijn plaspil op donderdag te laten staan, omdat hij dan ongestoord naar zijn bridgeclub wil kunnen. Naar de vraag of gedeelde besluitvorming aantoonbaar helpt bij therapietrouw kan overigens nog wel wat meer onderzoek worden gedaan.’

Welke communicatievaardigheden hebben farmaceutische zorgverleners nodig?

‘Apothekers willen een meer zorgverlenende rol hebben, en daar hoort communicatie bij. Niet alleen de werking en het gebruik uitleggen en goed checken of de patiënt het heeft begrepen. Maar vooral ook achterhalen of mensen in hun dagelijks leven bepaalde problemen ervaren met het middel. Vinden ze het misschien lastig in te passen In hun dagelijkse routine? Ervaren ze een bijwerking of zijn ze daar bang voor? Als apothekersassistenten bij het tweede uitgiftegesprek gericht doorvragen, blijkt maar liefst een kwart van de mensen een dergelijk probleem te ervaren. Daar is dus winst te behalen, want in zo’n vroeg stadium kun je samen nog heel goed zoeken naar oplossingen.’

Welke onderzoeksmethoden passen goed bij farmaceutisch zorgonderzoek?

‘We kunnen veel leren van klinische trials, bijvoorbeeld welke effecten therapietrouwinterventies hebben op gezondheidsuitkomsten. Maar als je wilt onderzoeken hoe een interventie uitpakt in de dagelijkse realiteit – met alle verschillen tussen zorgverleners, patiënten en settings – kun je meer met actieonderzoek. Als een bepaalde training misschien gaandeweg toch beter kan worden aangepast, is dat in actieonderzoek gewoon mogelijk. De vraag wat er in de praktijk gebeurt als je aan zo’n training sleutelt, is juist cruciaal om aanknopingspunten te vinden voor implementatie. We doen nu bijvoorbeeld onderzoek naar de Kijksluiter. Wat we daarbij gaan leren over implementatie, is ook weer bruikbaar voor andere interventies.’

Wat gebeurt er in de proeftuinen rond therapietrouw?

‘Deze proeftuinen worden opgezet door het kennisconsortium Make-It, dat ik per 1 juli 2019 coördineer. Het initiatief is gefinancierd door ZonMw. De proeftuinen vormen een zogeheten living lab, een levensechte praktijksetting waarin partijen samen interventies uitkiezen en testen. Ik hoop dat het veel gaat opleveren. Niet alleen omdat we praktijkgericht onderzoek kunnen doen, maar ik zie ook kansen om zo de zorg rond geneesmiddelengebruik te verbeteren. Het zou mooi zijn als we over een paar jaar van een paar interventies weten dat ze goed te implementeren zijn. En dat de proeftuinen zo enthousiast zijn geworden dat ze dit ook willen uitdragen. Maar de grootste uitdaging is het realiseren van randvoorwaarden om successen te bestendigen. Als we in de proeftuinen vanaf het begin iedereen aan boord krijgen, dus bijvoorbeeld ook de zorgverzekeraars, kunnen we daar de komende tijd gericht aan gaan werken. In de concrete praktijk.’

Tekst: Marc van Bijsterveldt

Meer informatie

]]>
news-4190 Mon, 17 Jun 2019 14:00:00 +0200 Genetics First: zicht op kosteneffectiviteit van totaaltest voor afweerstoornissen bij kinderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/genetics-first-zicht-op-kosteneffectiviteit-van-totaaltest-voor-afweerstoornissen-bij-kinderen/ Afweerstoornissen bij kinderen zijn moeilijk te herkennen, terwijl het belangrijk is zo vroeg mogelijk een diagnose te stellen. Een genetische test voor alle afweerstoornissen kan uitsluitsel bieden. Dr. Joris van Montfrans en dr. Geert Frederix van het UMC Utrecht onderzoeken de kosteneffectiviteit van deze genetics first-aanpak. ‘We weten hoe baanbrekend genetica kan zijn.’ dr. Geert Frederix (l) en dr. Joris van Montfrans

In Nederland lijden ongeveer 1000 kinderen aan een afweerstoornis. Ze leiden vaak tot chronische of terugkerende infecties met virussen, bacteriën of schimmels. Die infecties zijn invaliderend en kunnen leiden tot permanente orgaanschade. Dr. Joris van Montfrans, kinderimmunoloog in het UMC Utrecht: ‘Veel van die stoornissen lijken op elkaar. Dat maakt het erg moeilijk voor artsen een diagnose te stellen. Vroeger moesten we al die ziektes één voor één testen. Dat kostte voor elke ziekte ongeveer een maand, dus duurde het soms jaren voor we wisten met welke erfelijke ziekte we te maken hadden, en dus welke behandeling we moesten geven.’

Uitzoekwerk

Vanaf 2010 is het mogelijk een patiënt met één genetische test te screenen voor alle 380 verschillende genen, die kunnen leiden tot erfelijke afweerstoornissen. Dat is te danken aan next-generation sequencing (NGS): het in kaart brengen van grote hoeveelheden genetische informatie van een enkel persoon in korte tijd. Van Montfrans: ‘In eerste instantie was NGS erg duur, maar toen bleek dat de genetische test voor afweerstoornissen de aangedane genen tot 99 procent nauwkeurig in beeld kon brengen, gingen we ons afvragen of we de test niet aan het begin van het diagnostische traject konden doen: genetics first. Zo zouden we die maanden of jaren uitzoekwerk kunnen overslaan.’

‘We meten of genetics first leidt tot een diagnose, hoe lang het traject duurde, hoe duur het was en hoeveel gezondheidswinst het voor de patiënt heeft opgeleverd.'

Genetics first

Om de winst van deze benadering in kaart te brengen stelde Van Montfrans een projectvoorstel op, met als doel het onderzoeken van de effectiviteit van een genetics first-benadering in termen van diagnosetijd, gezondheidswinst en kostenbesparing. ‘In eerste instantie zou het project alleen lopen in Utrecht, maar ZonMw vond die aanpak te klein. Daarom hebben we het opgeschaald naar alle Nederlandse centra die diagnostiek doen op het gebied van kinderimmunologie.’ Binnen die centra worden anderhalf jaar lang 150 patiënten gevolgd met een afweerstoornis. ‘We meten of genetics first leidt tot een diagnose, hoe lang het traject duurde, hoe duur het was en hoeveel gezondheidswinst het voor de patiënt heeft opgeleverd. Dat vergelijken we met een historische onderzoeksgroep: dezelfde soort patiënten die het standaard-diagnosetraject kregen in de drie jaar voor het project.’

Causaal aantonen

Om de effectiviteit van genetics first inzichtelijk te maken zocht Van Montfrans samenwerking met dr. Geert Frederix, hoofd van de afdeling Health Technology Assessment van het UMC Utrecht. Frederix: ‘Wij halen informatie op over de zorgconsumptie van een patiënt. Die informatie staat per item in de ziekenhuissystemen. Daaraan koppelen we kosten, waardoor we de impact van de technologie zo gedetailleerd mogelijk in kaart kunnen brengen.’ Hiervoor staat promovenda Kim Elsink in dienst van het project. Zij haalt informatie uit de ziekenhuissystemen en berekent de kosten. Frederix: ‘Om te onderzoeken wat de daadwerkelijke toegevoegde waarde van genetics first is, vergelijkt zij de twee onderzoeksgroepen.’ Frederix en Elsink proberen daarbij de kwaliteit van leven mee te wegen. ‘Normaal doen we dat met vragenlijsten, maar omdat het gaat om ernstig zieke kinderen, is het moeilijk dat te koppelen aan kosten. Ik hoop dat we een besparing ook echt causaal kunnen aantonen.’ Toch is Van Montfrans positief over de voorlopige resultaten. ‘We zien bij sommige patiëntengroepen een hoge trefkans op diagnose. Daarbij werkt genetics first dus goed. Op basis daarvan kunnen we subgroepen gaan maken binnen de totale groep van patiënten met een afweerstoornis. We vermoeden dat bij sommige groepen de test geen toegevoegde waarde heeft, omdat de trefkans net zo laag is als die van de standaardtest. Dat leidt tot het effectiever inzetten van NGS. Want die test is nog steeds erg duur.’

Alle neuzen dezelfde kant op

Frederix en Van Montfrans werken samen met klinisch genetici en kinderimmunologen in heel Nederland. Van Montfrans: ‘Het was een uitdaging alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Er waren twee grote groepen, artsen en onderzoekers, die we met elkaar moesten laten praten. We hebben veel telefoongesprekken en vergaderingen gehad om de moeilijke casussen met elkaar te delen. Maar het is gelukt die samenwerking draaiend te houden.’ Mede-onderzoekers houden elkaar, verwijzers en aanvragers op de hoogte van vorderingen via een website. Van Montfrans denkt dat die samenwerking aan de wieg staat van de succesvolle genetics first-benadering in Nederland. ‘Er is in Nederland geen restrictie op aanvragen. We weten hoe baanbrekend genetica kan zijn, en dat het in andere vakgebieden economische en gezondheidswinst kan opleveren.’

Gezondheidswinst

Die winst is niet alleen merkbaar voor de patiënt, maar ook voor de behandelend arts. Van Montfrans: ‘Natuurlijk is er de verkorting van die jarenlange zoektocht naar een genetische diagnose. Dat maakt de uitkomsten van de behandeling veel beter dan vroeger.’ Ook weten de patiënten elkaar beter te vinden als ze weten wat hun erfelijke diagnose is. ‘Een diagnose geeft ze de kans zich te groeperen, bijvoorbeeld via Facebook. Daardoor hoor ik soms nieuwe informatie over een ziekte via de ouders van een patiënt voordat ik er zelf over heb gelezen. Patiënten delen sneller informatie dan de medische registers dat kunnen. Los van geld, percentages en economie gaat het dan om pure gezondheidswinst voor de patiënt. Want die voelt zich veel minder eenzaam.’

Tekst: Koen Scheerders


Meer informatie

]]>
news-4167 Thu, 13 Jun 2019 10:52:32 +0200 NOS: Als ze er baat bij hebben krijgen patiënten 'herontdekte' medicijnen vergoed https://nos.nl/artikel/2288817-als-ze-er-baat-bij-hebben-krijgen-patienten-herontdekte-medicijnen-vergoed.html Soms helpen kankermedicijnen tegen meer soorten kanker dan waarvoor ze ontwikkeld en geregistreerd zijn. Ze worden echter alleen vergoed voor de behandeling van de vorm van kanker waarvoor ze goedgekeurd zijn. Patiënten met andere kankertypes hebben hiertoe geen toegang. Artsen, farmaceuten, zorgverzekeraars en het Zorginstituut hebben daar nu een oplossing voor bedacht die ze in een studie met patiënten gaan uitproberen. news-4151 Wed, 05 Jun 2019 08:54:51 +0200 Start alliantie medicatieveiligheid https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/04/start-alliantie-medicatieveiligheid In Nederland overlijden jaarlijks ongeveer 1.000 mensen door foutief medicijngebruik. Dat aantal moet drastisch omlaag. Hetzelfde geldt voor de bijna 50.000 ziekenhuisopnames die het gevolg zijn van verkeerd gebruik van medicijnen. In opdracht van minister Bruno Bruins (Medische Zorg) werkt een groep van ruim 50 experts en patiënten de komende maanden aan een gezamenlijke aanpak. Deze alliantie medicatieveiligheid gaat vandaag van start en komt dit najaar met concrete acties en doelstellingen om het aantal incidenten terug te dringen. news-4093 Mon, 27 May 2019 16:00:00 +0200 Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-onderzoeksprogramma-klimaat-en-gezondheid/ Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. Het veranderende klimaat in Nederland heeft al allerlei zichtbare gezondheidsgevolgen. Maatregelen om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan, bieden kansen voor het bevorderen van de gezondheid, maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. In opdracht van ZonMw hebben het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research een kennisagenda opgesteld. Hierin staat welk onderzoek uitgevoerd moet worden om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering te beperken. Een samenhangende kennisagenda met brede focus is van belang om inzicht te krijgen in de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in Nederland, op korte en lange termijn. De kennisagenda klimaat en gezondheid pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. Het toekomstige klimaatonderzoek moet ook helpen bij het prioriteren van maatregelen.

Prioriteiten kennisagenda

In de kennisagenda wordt voorgesteld om de volgende activiteiten te prioriteren in een toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en risico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van maatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Klimaat en gezondheid

Klimaat en gezondheid zijn bekeken in samenhang met duurzaamheid, milieu en voeding. De gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, temperatuurveranderingen, droogte en waterbeschikbaarheid, hebben grote impact op de volksgezondheid, maatschappij en economie, zoals beschreven in de ‘Lancet Countdown on health and climate change’. Ook in Nederland treden een aantal verwachte ontwikkelingen nu al op, zoals een toename van allergieën en hittestress. Actie is nodig om de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren en de gevolgen voor de gezondheid en gezondheidssector te beperken.

Maatregelen

De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Meer informatie

 

 

]]>
news-4102 Fri, 24 May 2019 12:07:51 +0200 Patiëntenpanel laat onderzoek beter aansluiten bij behoeften https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/patientenpanel-laat-onderzoek-beter-aansluiten-bij-behoeften/ Sinds enkele jaren beoordeelt een pool van patiënten, begeleid door Patiëntenfederatie Nederland, subsidieaanvragen bij ZonMw-programma’s. Dat gebeurt ook bij de subsidieaanvragen van het ZonMw programma Palliantie. Meer dan zorg. Wat is de meerwaarde van deze vorm van patiëntenparticipatie? In 2014 hadden de ZonMw-programma’s DoelmatigheidsOnderzoek en Goed Gebruik Geneesmiddelen de primeur: een panel van speciaal getrainde ervaringsdeskundigen werd betrokken bij de beoordeling van subsidieaanvragen. Het idee was dat de indieners hun onderzoek zo beter konden laten aansluiten bij wensen en behoeften van patiënten. Dat zou de praktische toepasbaarheid en maatschappelijke opbrengst van projecten moeten vergroten. Sinds enige tijd beoordeelt het panel ook de aanvragen die binnenkomen bij Palliantie. Zo komen de wensen en behoeften van mensen in de laatste levensfase en hun naasten centraal te staan, is de gedachte.

Relevante uitkomstmaten

Elmar Pels is adviseur patiëntbelang bij Patiëntenfederatie Nederland. Hij coördineert het panel met ongeveer 80 mensen die bij toerbeurt de aanvragen van zo’n tien ZonMw-programma’s beoordelen. Pels: ‘Patiëntenparticipatie heeft een belangrijke plek bij ZonMw. Projectaanvragers moeten steeds goed aangeven op welke manier ze patiënten in hun onderzoek willen betrekken. Leden uit het panel – voor elke subsidieronde een groepje van zo’n drie mensen; patiënten én mantelzorgers – lezen de aanvragen. Ze beoordelen die op relevantie, haalbaarheid en de inbreng van patiënten gedurende het onderzoek en kijken naar het nut van de resultaten voor patiënten en naasten. Kunnen patiënten bijvoorbeeld meedenken over de onderzoeksvraag? Welke uitkomstmaten hanteren de onderzoekers in hun studie? Gaat het ze bijvoorbeeld vooral om medische uitkomsten, of ook om zaken als de kwaliteit van leven of de tevredenheid van de patiënt? Dergelijke uitkomsten zijn voor patiënten vaak minstens zo relevant.’ Bij projecten rond palliatieve zorg is het perspectief van mantelzorgers en naasten onmisbaar, vindt Pels. ‘In de terugkoppeling op projectaanvragen zeggen panelleden vaak: stel deze vragen ook aan de familie.’

Meer baat voor de patiënt

De inbreng van patiënten kan onderzoekers behoeden voor het probleem dat zij onvoldoende deelnemers aan hun onderzoek weten te vinden. Pels: ‘Zeker als patiënten veel last hebben van hun aandoening, zitten ze waarschijnlijk niet te wachten op het invullen van twintig vragenlijsten en een reeks extra bezoeken aan het ziekenhuis.’ Op papier ziet een onderzoeksopzet er dan misschien goed doortimmerd uit, licht Pels toe, maar als de potentiële deelnemers uit de doelgroep om dit soort redenen afhaken, behaal je wetenschappelijk onvoldoende resultaat. Pels heeft als onderzoeker zelf ervaren hoe belangrijk het is om patiënten intensief te betrekken bij de opzet en uitvoering van het onderzoek. ‘Als wetenschapper moet je oppassen je niet te veel blind te staren op je eigen wetenschappelijke vragen. Door patiënten serieus te laten meewerken, kom je er achter dat de betrokkenen zelf soms helemaal niet op bepaalde uitkomsten zitten te wachten. Het gaat erom je onderzoek zo in te richten dat de patiënt uiteindelijk ook echt baat heeft van de nieuwe kennis.’

Nog een stap verder

Pels merkt dat wetenschappers het participeren van patiënten in hun projecten steeds serieuzer nemen. ‘Vroeger zeiden onderzoekers soms: ik doe aan patiëntenparticipatie, want ze zitten als onderzoeksgroep in mijn studie. Deze interpretatie van ‘participatie’ kom je nu niet meer tegen. We krijgen nu serieuze antwoorden op de vragen die vanuit het panel aan de projectaanvragers worden gesteld. En steeds vaker zeggen onderzoekers: dit is belangrijk, dus we maken speciaal budget vrij voor patiëntenparticipatie in ons project. Bijvoorbeeld om patiënten te laten meedenken over de best passende onderzoeksmethode en de voor hen relevante uitkomstmaten. Of door ze te laten meeschrijven aan de informatiebrief voor potentiële deelnemers, zodat die beter aansluit bij de vragen waar patiënten mee zitten.’ Wat Pels betreft zou de participatie van patiënten nog een stap verder kunnen gaan. ‘Op dit moment zitten patiënten nog niet in alle programmacommissies van ZonMw. Dat zou wat mij betreft eigenlijk de standaard moeten worden. Zodat het patiëntenperspectief ook al in de onderzoeksprogrammering een plek kan krijgen.’

Drie gouden lessen voor patiëntenparticipatie in onderzoek 

  1. Betrek patiënten al vanaf het begin bij je projectopzet. Als je een aanvraag hebt geschreven en ze dan pas laat meelezen, loop je al achter de feiten aan. Toets ook je eerste ideeën en de vraagstelling, zodat je al aan het begin de plannen eventueel kunt bijstellen en aanscherpen. Zie ook deze handige toolkit uit het project ‘patientenparticipatie bij de projecten van palliantie’
  2. Lees ‘Een 10 voor patiëntenparticipatie’, een ZonMw-publicatie met tips, bloopers en de tien meest gebruikte smoezen om patiënten niet te laten participeren. 
  3. Laat je trainen over hoe je patiëntenparticipatie als onderzoeker kunt vormgeven. Ook patiëntenorganisaties kunnen zich laten scholen. Bijvoorbeeld door PGOsupport

Dit artikel stond in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie juni 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

 

 

]]>
news-4120 Thu, 23 May 2019 16:23:00 +0200 Sjaak Wijma: ‘Nú discussie voeren over kosteneffectiviteit’ http://farma-magazine.nl/sjaak-wijma-nu-discussie-voeren-over-kosteneffectiviteit/ De discussie over de kosteneffectiviteit van de farmacie moet nu worden gevoerd, stelt Sjaak Wijma, voorzitter van Zorginstituut Nederland. “Ik vind het onverteerbaar dat we behandelingen zonder nut wel betalen en tegelijkertijd willen stoppen met financiering van een therapie die bewezen effectief is, maar die het stempel duur heeft.” news-4090 Thu, 23 May 2019 15:16:55 +0200 Initiatieven overzicht NWA-ORC 2019 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/initiatieven-overzicht-nwa-orc-2019/ news-4089 Thu, 23 May 2019 13:53:54 +0200 Gezondheidszorgonderzoek in Europa https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gezondheidszorgonderzoek-in-europa/ Onderzoeksfinanciers in Europa zijn samen gekomen tot een Strategische onderzoeksagenda. Om de groeiende uitdagingen aan te kaarten op het gebied van gezondheidszorgsystemen, met name de onderzoeksgebieden die de komende jaren steeds belangrijker worden. Je kunt de conceptversie inzien en tot 28 juni feedback geven. Denk je mee? -    Bekijk de Strategische onderzoeksagenda (conceptversie)
-    Geef je feedback via deze vragenlijst

De Strategische onderzoeksagenda en de vragenlijst zijn afkomstig van het project TO-REACH. In alle EU-lidstaten wordt dezelfde vragenlijst gedeeld onder alle belanghebbenden, waaronder onderzoekers, andere betrokkenen in de gezondheidszorg, patiënten en geïnteresseerde burgers. Om die reden is de vragenlijst dan ook in het Engels. Je mag ook in het Nederlands antwoorden, als je dat fijner vindt.

Gezondheidszorgonderzoek in Europa

Veel van de vraagstukken binnen de gezondheidszorg zijn niet uniek voor Nederland. Maar de context per land is verschillend. Daarom werkt het niet om simpelweg verbeteringen te kopiëren. Het zou mooi zijn als we in Europees verband beter kunnen begrijpen en voorspellen hoe succesvolle innovaties elders kunnen worden toegepast.

TO-REACH project

Binnen het TO-REACH project werkt ZonMw samen met onderzoeksfinanciers in andere landen. We bekijken welke vraagstukken spelen en waar we gezamenlijk kunnen optrekken.

De centrale vraag van TO-REACH is: Hoe kunnen we efficiënter gebruik maken van succesvolle zorginnovaties uit andere landen? Het initiatief richt zich op de overdraagbaarheid (‘transferability’) van verbeteringen in de organisatie van zorg.

Dit is een Horizon 2020-gecoördineerde coördinatie- en ondersteuningsactie (CSA). ZonMw en Nivel doen hier aan mee, samen met overheids- en financieringsorganen uit 19 andere EU-lidstaten en niet EU-landen.

Meer informatie

Heb je vragen of wil je meer weten over TO-REACH? Neem dan contact op met ZonMw via KwaliteitvanZorg@zonmw.nl

-   aanmelden voor nieuwsbrief TO-REACH
-   Flyer TO-REACH
-   Filmpje TO-Reach

 

 

]]>
news-4079 Wed, 22 May 2019 11:33:30 +0200 Bijsluiter wordt simpeler: belangrijkste informatie in een oogopslag https://nos.nl/artikel/2285640-bijsluiter-wordt-simpeler-belangrijkste-informatie-in-een-oogopslag.html Een bijsluiter waarop de belangrijkste informatie over medicijnen in een oogopslag te zien is. Met die missie begint het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) met een proef. Het idee is de lange lappen tekst, veelal in kleine lettertjes, te vertalen in duidelijke icoontjes en overzichtelijke tekstblokken met de belangrijkste informatie. news-4078 Wed, 22 May 2019 11:30:50 +0200 Ministerische vraag: opioïden https://www.youtube.com/watch?v=TJpA4vmQy3w Het aantal gebruikers van opioïden, zeer zware en verslavende pijnstillers, is de afgelopen tien jaar fors gestegen. Ze zijn effectief en onmisbaar in het bestrijden van pijn, maar aan het gebruik van deze zware pijnstillers kleven wel risico’s, waaronder verslaving. Wat weten we eigenlijk over opioïden? news-4077 Wed, 22 May 2019 11:28:17 +0200 Apothekers genieten volop vertrouwen https://www.knmp.nl/actueel/nieuws/nieuws-2019/apothekers-genieten-volop-vertrouwen In opdracht van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) onderzocht Nivel het vertrouwen van burgers in geneesmiddelen. Gemiddeld genomen geven burgers hun vertrouwen in geneesmiddelen een ruime voldoende. Nivel keek onder meer naar de factoren die van invloed zijn op het vertrouwen in geneesmiddelen. De werking van geneesmiddelen en goede informatievoorziening door de arts of apotheker hebben de grootste invloed op het vertrouwen. news-4057 Mon, 20 May 2019 16:39:14 +0200 Innovatieve geneesmiddelen sneller bij de patiënt https://www.cbg-meb.nl/actueel/nieuws/2019/05/09/cbg-en-zorginstituut-starten-pilot-innovatieve-geneesmiddelen-sneller-bij-de-patient Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en Zorginstituut Nederland slaan de handen ineen om de tijd vanaf registratie tot en met vergoeding van een geneesmiddel te verkorten. In samenwerking met onder andere de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en HollandBIO wordt nu gezocht naar geneesmiddelen die bij het Europees Medicijnagentschap (EMA) worden ingediend en voor een beoordeling door het Zorginstituut in aanmerking komen. news-4048 Mon, 20 May 2019 09:11:00 +0200 12 nieuwe projecten gehonoreerd op het gebied van Infectieziektebestrijding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/12-nieuwe-projecten-gehonoreerd-op-het-gebied-van-infectieziektebestrijding/ In een aanvullingsronde van het programma Infectieziektebestrijding zijn 12 projecten van maximaal 18 maanden gehonoreerd. Deze projecten starten allemaal in 2019 en zijn naar verwachting begin 2021 afgerond. Alle projecten zijn een vervolg op eerder gehonoreerde grotere projecten die in een vergevorderd stadium zijn. Een overzicht van de gehonoreerde projecten

The Netherlands Chlamydia Cohort Study: The way forward in terms of chlamydia control

Drs. B.M. Hoenderboom (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Chlamydia blijft de meest gerapporteerde bacteriële soa in Nederland. Een infectie kan ernstige gevolgen hebben voor vrouwen, zoals bekkenontsteking, ectopische zwangerschap en onvruchtbaarheid. In 2015 is het Nederlandse Chlamydia Cohort Study (NECCST) gestart. In het project wordt een nieuwe gegevensverzamelingsronde uitgevoerd om verdere gegevens over aan Chlamydia gerelateerde complicaties te verzamelen. De verlenging stelt de onderzoekers in staat lange termijn complicaties van een chlamydia infectie te onderzoeken.

Detectie van vaginale en rectale Chlamydia trachomatis-infectie na behandeling: wat is de rol van orale chlamydia en van het chlamydia genotype?

Dr. N.H.T.M. Dukers-Muijrers (v), Maastricht University, Care and Public Health Research Institute (Caphri)
Dit project is een vervolg op het oorspronkelijke project FemCure. In het net gehonoreerde project worden aanvullende laboratoriumanalyses en statistische verwerking van reeds verzamelde data uit de eerdere FemCure-studie gedaan. De FemCure-studie onderzocht de rol van anale infecties in de overdracht van Chlamydia tussen personen of tussen lichaamsgebieden van een persoon.

Relatie non-Hodgkin lymfoom en (chronische) Q-koorts

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
De mogelijke relatie tussen Q-koorts en het non-Hodgkinlymfoom wordt grondig onderzocht. Dit gebeurt door gebruik te maken van beschikbare gegevens over een langere periode (t/m 2017) en een betere koppeling tussen Q-koortsblootstelling en aanwezigheid van non-Hodgkinlymfoom. De resultaten van dit onderzoek zullen meer duidelijkheid geven aan Q-koortspatiënten over de langetermijngevolgen van de ziekte.

‘Optimaliseren van de behandeling van chronische Q koorts: nieuwe diagnostische technieken’

Dr. J.J. Oosterheert (m), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Een chronische-Q-koortsdiagnose stellen is ingewikkeld en duurt lang. Ook het effect van een behandeling is moeilijk te beoordelen. Dit project evalueert de waarde van de antistoffen voor het monitoren van de behandeling en onderzoek een nieuwe diagnostische methode, fluorescentie in-situ hybridisatie (FISH). De resultaten uit dit onderzoek kunnen richting geven aan verbetering van diagnostiek en behandeling van chronische Q-koortspatiënten.

Zoonotic relevance of Chlamydia gallinacea and C. avium in community acquired pneumonia in the Netherlands.

Dr. H.I.J. Roest (m), Wageningen Universiteit
Dit project doet onderzoek naar het mogelijke zoönotische potentieel (overdraagbaarheid van dier naar mens) van een nieuwe Chlamydia-soort in pluimvee. In samenwerking met laboratoria voor medische microbiologie die momenteel betrokken zijn bij toezicht op luchtweginfecties als longontstekingen (pneumonie) worden DNA-monsters verzameld en getest.

Zoönose als netwerk - Bevorderen van het intersectorale netwerk via de "One Health Hub"

Dr. N. Beerlage-de Jong (v), Universiteit Twente
Bij een uitbraak van een zoönose (zoals vogelgriep en Q-koorts) moeten zorg- en hulpverleners uit de veterinaire, publieke en humane zorg snel en intensief met elkaar samenwerken. Doordat de verschillende sectoren elkaars taal niet spreken en elkaars werkveld niet goed kennen, is samenwerking niet gemakkelijk. Dit project onderzoekt hoe technologie de intersectorale samenwerking kan ondersteunen. Met deze technologie, ontwikkeld in nauwe samenwerking met de zorg- en hulpverleners, leren zij gaandeweg elkaars taal en werkgebied kennen. Zo kunnen ze elkaar beter vinden en ontstaat meer wederzijds begrip voor een gezamenlijke aanpak bij uitbraken.

The role of the mycobiome in Clostridioides difficile colonization and infection.

Dr. R.D. Zwittink (v), Leids Universitair Medisch Centrum
Clostridioides difficile is een bacterie die een ernstige darminfectie kan veroorzaken, vooral bij patiënten die zijn opgenomen in een zorginstelling en met antibiotica behandeld worden. Darmmicrobiotica spelen een belangrijke rol bij een darminfectie. Er is weinig bekend over de invloed van schimmels (mycobiota) bij een darminfectie. Dit onderzoek brengt de mycobiota van ziekenhuispatiënten in kaart om de interacties tussen schimmels, bacteriën en Clostridioides difficile en het ontstaan van deze darminfectie te begrijpen.

Modeling tick-borne encephalitis disease risk for The Netherlands

Dr. ir. C.J.M. Koenraadt (m), Wageningen University & Research
Het doel van het project is om een risicomodel te ontwikkelen voor de verspreiding van het tekenencephalitis virus. Sinds 2016 zijn de eerste gevallen van dit door teken overgedragen virus in Nederland gesignaleerd. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens afkomstig van teken en wilde muizen (met name bosmuizen en rosse woelmuizen). Met name de rol van immuniteit in wilde muizen staat centraal, omdat vermoed wordt dat dit een belangrijke rol speelt in de overdracht van het virus tussen muis en teek.

Non-daily use of HIV Pre-exposure prophylaxis: a tale of two cities

Prof. dr. M. Prins (v), GGD Amsterdam
PrEP is een pil met hiv-remmers die een hiv-infectie kan voorkomen. De pil kan dagelijks (continue bescherming) of alleen tijdens bepaalde periodes (periodiek) worden ingenomen. In het AMPrEP (Amsterdam PrEP)-project en het Belgische Be-PrEP-ared-project is de toepasbaarheid van dagelijkse en periodieke PrEP onderzocht. In dit gezamenlijke project worden extra inzichten verkregen door de gegevens van beide studies samen te voegen. De onderzoekers willen beter begrijpen waarom men kiest voor dagelijks of periodieke PrEP. Ook wordt bestudeerd welke kenmerken geassocieerd zijn met het oplopen van een hiv- of hepatitis C-infectie.

Gini in a bottle: Impact of PrEP on sexual behavior and sexually transmitted infections in the MSM population

Prof. dr. M.E.E. Kretzschmar (v), Universitair Medisch Centrum Utrecht
Er zijn grote verschillen in seksueel risicogedrag onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). De meeste MSM nemen weinig risico terwijl een kleinere groep mannen veel seksueel risicogedrag vertoont. In de laatste groep komen ook meer hiv-infecties en andere soa’s voor. Om het aantal nieuwe hiv-infecties in Nederland terug te dringen, wordt pre-exposure prophylaxe (PrEP) beschikbaar gesteld voor MSM met veel seksueel risicogedrag. Dit project brengt in kaart hoe het aantal nieuwe hiv-infecties en andere soa’s varieert over groepen (MSM) die verschillen in hun mate van seksueel risicogedrag.

Innate immune defense during pneumonia in the elderly: implications of cell-specific changes in the metabolome and lipidome

Prof. dr. T. van der Poll (m), Amsterdam Universitair Medisch Centrum
Longontsteking is wereldwijd de op drie na meest voorkomende doodsoorzaak en 's werelds leidende besmettelijke moordenaar, verantwoordelijk voor een naar schatting 3 miljoen doden per jaar. Ouderen zijn kwetsbaar voor pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis. Veel leeftijd-geassocieerde ziekten zijn gelinkt aan verzwakking van het immuun systeem, genaamd Immunosenescence. Immunoscenescence heeft een grote inpact op de aangeboren immuunrespons tegen bacteriele pathogenen. In dit project wordt de impact van longontsteking op het aangeboren immuunsysteem onderzocht.

Travel-Imported Arbovirus infections; measuring silent introductions (TIARA-silent)

Dr. S.J.M. Hahné (v), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Door muggen overgebrachte infecties, in het bijzonder arbovirussen, vormen een snel groeiende wereldwijde dreiging. Het arbovirus wordt door buitenlandse reizigers mee naar huis genomen. Deze studie beoordeelt reis-geïmporteerde arbovirus-infecties en vult ze aan met het meten van asymptomatische arbovirus-infecties. Om de algehele nauwkeurigheid van de kwantitatieve schattingen te verbeteren, wordt de studiegroepgrootte uitgebreid.

Infectieziektebestrijding

Het programma Infectieziektebestrijding draagt bij aan de ontwikkeling van kennis om het aantal (ernstig) zieke mensen door infectieziekten te verminderen. Infectieziekten worden veroorzaakt door virussen, bacteriën of schimmels en vormen een risico voor de volksgezondheid. Voorheen gezonde mensen kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met een ernstige ziektelast na het oplopen van een infectie.

Meer informatie

 

]]>
news-4028 Mon, 13 May 2019 10:36:51 +0200 Meer patiëntervaringen met geneesmiddelen opgehaald door digitale pop-up https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/meer-patientervaringen-met-geneesmiddelen-opgehaald-door-digitale-pop-up/ Als een geneesmiddel op de markt komt, is nog weinig bekend over bijwerkingen en ervaringen in het dagelijks gebruik. Om deze cruciale informatie sneller beschikbaar te krijgen, is het ‘Lareb Intensive Monitoring’ (LIM) ontwikkeld. Een speciaal ontwikkelde pop-up in het apotheeksysteem zorgt ervoor dat meer patiënten hun ervaringen daaraan toevoegen. Wat is de meerwaarde van het verzamelen van patiëntervaringen met geneesmiddelen?

Anne-Marie van Gorp: ‘Patiëntervaringen vormen een belangrijke aanvulling op de informatie over bijwerkingen uit de klinische trials van de producent van een middel. De real life-populatie die bijdraagt aan LIM is veel gemêleerder. En je krijgt zicht op effecten die in de trials niet naar boven zijn gekomen, omdat we mensen een half jaar of een jaar volgen met opeenvolgende enquêtes. Met hun informatie over het dagelijks gebruik kunnen we vragen uit de zorgpraktijk beantwoorden, bijvoorbeeld of een gesignaleerde bijwerking vanzelf weer overgaat.’

Wat was de aanleiding voor de ontwikkeling van LIM?

‘Er komen ook veel spontane meldingen bij ons binnen. LIM is in 2008 ontwikkeld om als aanvulling daarop systematischer ervaringen van patiënten uit te vragen. Zo krijg je weer andere informatie over bijwerkingen naar boven, die relevant is voor beslissingen van patiënt en zorgverlener rond het gebruik van een geneesmiddel.’

Waarom hebben jullie een digitale tool ontwikkeld binnen LIM?

‘We hadden het gevoel veel meer patiëntervaringen te kunnen ophalen. Bij de eerste uitgifte van een medicijn is het de bedoeling dat de patiënt een flyer meekrijgt over LIM, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd. De patiënt krijgt al zoveel informatie te verwerken over het middel zelf. Apothekers gaven aan dat een digitale uitnodiging beter zou passen bij de dagelijkse praktijk. We hebben daarom een automatische pop-up in het apotheeksysteem ontwikkeld. De pop-up, NAlert, verschijnt op het scherm van de assistent zodra er een eerste uitgifte plaatsvindt van een geneesmiddel dat met LIM gevolgd wordt. De apotheekmedewerker kan de patiënt vervolgens direct een e-mail sturen met een uitnodiging om mee te doen.’

'In de pilot met NAlert steeg de deelname aanzienlijk: 58 inclusies bij ongeveer 1.000 DOAC-uitgiften. Pilotapothekers vonden de werkwijze prettig en goed aansluiten op de huidige manier van werken in de apotheek'

Wat zijn de meest opvallende resultaten van het project?

‘We hebben de methode een half jaar getest in 30 apotheken. Het ging om het LIM-onderzoek naar gebruikservaringen met DOAC’s. Het aantal nieuwe LIM-deelnemers is vergeleken met de aantallen van dezelfde apotheken in het verleden en met 30 andere apotheken die tijdens de pilotperiode met de flyer bleven werken. De resultaten waren erg positief. Voorheen lag de inclusie van DOAC-gebruikers onder de 1 procent, in 2015 waren er 485 LIM-deelnemers bij 52.803 eerste uitgiften. In de pilot met NAlert steeg de deelname aanzienlijk: 58 inclusies bij ongeveer 1.000 DOAC-uitgiften. De controle-apotheken realiseerden met de flyer-methode in de pilotperiode slechts 9 inclusies bij zo’n 1.200 uitgiften. Pilotapothekers vonden de werkwijze prettig en goed aansluiten op de huidige manier van werken in de apotheek.’

Met wie hebben jullie samengewerkt?

‘Als Lareb werken we veel samen met Service Apotheek, een franchiseformule waarbij ongeveer 450 zelfstandige apotheken zijn aangesloten. Zij doen ook altijd graag mee met dit soort projecten. We hadden ze nodig als partij die dichtbij de praktijk staat, ook om daarmee de implementatie van de grond te kunnen krijgen. De andere partner was NControl, het bedrijf dat de software doet voor Service Apotheek.’  

Hoe wordt de pop-up geïmplementeerd naar andere apotheken? Wordt dit een landelijk systeem?

‘Aan LIM doen al zo’n 1.400 apotheken mee. Binnen Service Apotheek was bij de afronding van de pilot medicatieveiligheid een thema. Zij hebben toen veel aandacht besteed aan de resultaten. Inmiddels heeft meer dan de helft van hun apotheken de pop-up in hun systeem geactiveerd. Met NControl zijn we in gesprek om de pop-up ook voor andere LIM-onderzoeken geschikt te maken. En verder publiceren we veel over LIM en de meerwaarde van de pop-up, zoals onlangs weer in het Pharmaceutisch Weekblad.’

Hoe houd je bij de apothekers de boog gespannen voor deze inclusiemethode?

‘Eenmaal geactiveerd komt de pop-up steeds automatisch in beeld. Bovendien brengt Service Apotheek de innovatie telkens weer onder de aandacht. Bijvoorbeeld met artikelen in hun nieuwsbrief, om te laten zien wat er is bereikt met onderzoek via LIM. En het is onderdeel geworden van hun interne audit. Daarin wordt de apothekers nu ook de vraag gesteld: heb je de NAlert voor de LIM al aangezet?’

Apotheker Anne-Marie van Gorp is wetenschappelijk beoordelaar bij Bijwerkingencentrum Lareb. Zij was betrokken bij het ZonMw-project ‘Optimaal benutten van patiëntervaringen met behulp van Lareb Intensive Monitoring’ (ZonMw-nummer 848022003). In LIM wordt informatie verzameld over het beloop, risicofactoren, behandeling en de belasting van bijwerkingen. In het ZonMw-project is de ICT-toepassing ‘NControl’ ontwikkeld en uitgetest. NControl vergroot de respons op de online enquêtes die patiënten invullen voor LIM.

Tekst: Marc van Bijsterveldt

Achtergrondinfo:

]]>
news-4004 Mon, 06 May 2019 11:56:23 +0200 Tweet https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-1/ news-3988 Mon, 29 Apr 2019 13:47:28 +0200 Laatste kans: nu aanmelden voor studiebeurzen Gender&Health https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/laatste-kans-nu-aanmelden-voor-studiebeurzen-genderhealth/ De deadline nadert snel voor de Gender in Research Fellowship. Sekse- genderverschillen zijn in vrijwel alle onderzoeksvelden relevant. Nationale en internationale PhD’s en post-docs krijgen met deze beurs de kans deel te nemen aan de interessante nieuwe Erasmus Summer Programme cursus rondom gender, gezondheid en onderzoek. Binnen dit programma verzorgt ZonMw de workshop ‘Gender in Research’, waar we in zullen gaan op het integreren van sekse en gender binnen de verschillende fases van onderzoek.

Relevantie

Dat is belangrijk omdat mannen en vrouwen verschillen in biologisch, psychosociaal en cultureel opzicht. Tot nu toe werd hier in onderzoek niet altijd goed rekening mee gehouden, waardoor een kennisachterstand op m/v-verschillen in gezondheid en zorg ontstaan is. Daarom stimuleert ZonMw dat de volgende generatie onderzoekers de skills en kennis krijgen om sekse en gender goed te integreren in hun onderzoek

De summer course wordt gegeven in de week van 19 tot en met 23 augustus 2019. ZonMw stelt 20 beurzen beschikbaar.

Meer informatie

Bekijk hier de informatiefolder over het programma

 

]]>
news-3973 Thu, 25 Apr 2019 14:48:01 +0200 Kritische en praktijkgerichte informatie over geneesmiddelen https://www.henw.org/artikelen/kritische-en-praktijkgerichte-informatie-over-geneesmiddelen?toegangscode=DBVsQmsmSuch Sinds zijn studietijd is dr. Hein Janssens kritisch over geneesmiddelen en de rol van de farmaceutische industrie. Naast apotheekhoudend huisarts is hij sinds maart vorig jaar hoofdredacteur van Ge-Bu, voorheen Geneesmiddelenbulletin genaamd. Geïllustreerd met enkele voorbeelden die relevant zijn voor de praktijk, toont Janssens waarom Ge-Bu, ook in de huidige digitale vorm, nog steeds relevant is voor (huis)artsen. “Ge-Bu propageert rationeel voorschrijven van geneesmiddelen, met de focus op de dagelijkse praktijk.” news-3970 Thu, 25 Apr 2019 11:58:02 +0200 Praat mee over de wetenschapper in 2030 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/praat-mee-over-de-wetenschapper-in-2030/ Het erkennen en waarderen van de wetenschapper in de toekomst dat is waarover we in gesprek gaan met (jonge) wetenschappers, universiteiten, financiers en maatschappelijke partners. Tijd voor nieuwe set competenties

Is de wetenschap toe aan vernieuwing? De maatschappij kijkt kritisch naar de waarde en het functioneren van de wetenschap. De erkenning en waardering van wetenschappers leunt zwaar op citaties en impactfactoren en wetenschappers ervaren grote tijds- en prestatiedruk op het gebied van onderzoek en onderwijs. Maar wat zegt het huidige systeem over hun bijdrage aan de wetenschap of aan de samenleving? Is het tijd voor een nieuwe set competenties voor de wetenschappers van morgen?

Praat mee

ZonMw en NWO organiseren op donderdag 23 mei 2019 in de Fokker Terminal in Den Haag de conferentie 'Evolutie of revolutie? Praat mee over de wetenschapper van 2030'. Wij nodigen u van harte uit, meld u aan en deel uw visie.

Praat ook mee online: #wetenschapper2030

 

]]>
news-3937 Thu, 18 Apr 2019 10:30:54 +0200 Ouderen met depressie vaker therapieontrouw https://www.skipr.nl/actueel/id38098-ouderen-met-depressie-vaker-therapieontrouw.html Een groot deel van de ouderen met een depressie stopt voortijdig met het gebruik van antidepressiva. Ook hebben zij de voorkeur voor een niet-medicamenteuze behandeling. Hun depressie moet dan ook niet met deze medicatie behandeld worden, aldus Floor Holvast in haar proefschrift. news-3936 Thu, 18 Apr 2019 10:27:10 +0200 Waarom bestaan er 150 soorten puffers? https://www.nrc.nl/nieuws/2019/04/08/laarsje-of-raketje-een-kwestie-van-miljoenen-a3956198 Voor astma- en COPD-patiënten zijn er zeker 150 puffers in omloop. Lang niet altijd spelen medische redenen een rol bij de keuze. news-3881 Fri, 05 Apr 2019 15:53:10 +0200 Mannen en vrouwen verwerken geneesmiddelen anders in het lichaam https://zorgkrant.nl/wetenschap-en-onderwijs/10045-bij-vrouwen Over vrouwen wordt zo’n 50% meer bijwerkingen gemeld dan over mannen. Vrouwen gebruiken meer geneesmiddelen dan mannen, maar ook wanneer daar rekening mee wordt gehouden, blijken er verschillen te bestaan. Lareb heeft hier samen met onder meer de Universiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen nader onderzoek naar gedaan. news-3838 Thu, 28 Mar 2019 08:40:29 +0100 Meld uw onderzoek nu aan voor Bessensap 2019 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/meld-uw-onderzoek-nu-aan-voor-bessensap-2019/ Op vrijdag 21 juni is het zover, Bessensap 2019! Zo’n 350 journalisten, persvoorlichters en onderzoekers ontmoeten elkaar in de Rode Hoed in Amsterdam om te netwerken en kennis over wetenschapscommunicatie uit te wisselen. De dag heeft als thema de popularisering van wetenschap. Uw onderzoeksverhaal op Bessensap?

Heeft u een maatschappelijk relevant onderzoek en een nieuwswaardig onderzoek(sresultaat)? Dan is dit dé kans om dit onderzoek onder de aandacht te brengen bij de wetenschapsjournalistiek.

19 april deadline inzenden

U kunt tot uiterlijk 19 april uw onderzoek/-sresultaat inzenden. Uit de inzendingen selecteren we een gevarieerd aanbod van de meest mediagenieke/nieuwswaardige onderzoeken voor het geven van een presentatie. Daarbij kijken we ook naar presentatieskills. Onderzoeken die niet geselecteerd worden, zullen wel op een andere manier onder de aandacht gebracht worden. Uw inzending is dus nooit voor niets.

Meer informatie

Bron: NWO

]]>