ZonMw tijdlijn Geneesmiddelen https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Geneesmiddelen nl-nl Wed, 21 Aug 2019 13:39:26 +0200 Wed, 21 Aug 2019 13:39:26 +0200 TYPO3 news-4398 Wed, 31 Jul 2019 10:44:48 +0200 Interventienet.nl: geëvalueerde therapietrouw interventies op 1 plek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/interventienetnl-geevalueerde-therapietrouw-interventies-op-1-plek/ Het Nivel, Radboudumc en de Sint Maartenskliniek hebben de website Interventienet.nl ontwikkeld. Deze website is dé vindplaats voor interventies in het kader van het verbeteren van therapietrouw van (chronische) medicatie. Het is een website in opbouw en dit biedt de gelegenheid het overzicht aan te vullen met geëvalueerde therapietrouw interventies. Op deze manier ondersteunt de website een ieder die aan de slag wil met therapietrouw interventies, kijk op: https://interventienet.nl/. Lancering interventienet.nl

Interventienet.nl is recentelijk gelanceerd. Het is nu mogelijk het overzicht aan te vullen door geëvalueerde therapietrouw interventies in te dienen. Dit kan met behulp van een door experts opgesteld formulier dat op de website te vinden is. Het ingevulde formulier wordt bekeken door het team en na goedkeuring online gezet. Voor elke interventie wordt gevraagd het volgende te beschrijven: de inhoud van de interventie, de implementeerbaarheid in de dagelijkse praktijk en het onderzoek waarmee de effectiviteit is geëvalueerd.

Waarom geëvalueerde therapietrouw interventies indienen

We willen iedereen uitnodigen om geëvalueerde therapietrouw interventies in te dienen op https://interventienet.nl/. Waarom? Elke ingediende interventie krijgt een plek op dit landelijk platform en kan mede praktijk- en onderzoekscollega’s inspireren om therapietrouw aan te pakken. Elke interventie op deze website is vindbaar en te gebruiken door de proeftuinen die met therapietrouwverbetering aan de slag gaan onder begeleiding van het Make-It consortium. Daarnaast worden kwalitatief hoogstaande en implementeerbare interventies op de website door het consortium beoordeeld op erkenning voor landelijke implementatie.

Het Interventienet-team

Dr. Marcia Vervloet, senior onderzoeker Nivel
Dr. Charlotte Bekker, postdoc Radboudumc
Dr. Bart van den Bemt, apotheker en senior onderzoeker Sint Maartenskliniek
Prof. dr. Liset van Dijk, programmaleider Nivel, bijzonder hoogleraar Pharmacy Health Services Research aan de Rijksuniversiteit Groningen
 

Meer informatie

Over het Make-It consortium: Make-It: Medication Adherence Knowledge, Expertise and Implementation Taskforce

]]>
news-4374 Thu, 25 Jul 2019 11:43:35 +0200 Patiëntenparticipatie bij geneesmiddelenonderzoek: Lees de nieuwsflits van de EUPATI-opleiding van juli 2019 http://nieuwsbrief.pgosupport.nl/x/?S7Y1NPufa2tqbPA.x9bCwux.ka2JgREAA60 In de nieuwsbrief van juli 2019 onder andere: ontwikkelingen binnen de EUPATI NL-opleiding, een verslag van de jaarlijkse EUPATI MeetUp en een kennismaking met 3 EUPATI-NL studenten. news-4364 Tue, 23 Jul 2019 14:13:54 +0200 Toezegging financiering GGG-programma voor periode 2020-2023 ontvangen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/toezegging-financiering-ggg-programma-voor-periode-2020-2023-ontvangen/ Het ministerie van VWS heeft de financiering van het ZonMw Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) voor de periode 2020-2023 bevestigd, op basis van een positieve externe evaluatie. Het GGG-programma is een structureel programma en loopt sinds 2012. Voor deze periode is een budget van 86,9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Het GGG-programma richt zich structureel op het effectiever, veiliger en doelmatiger inzetten van beschikbare geneesmiddelen en geeft een stimulus aan optimalisering van het gebruik van geneesmiddelen en de zorg die daarmee gepaard gaat. Resultaten van het programma tot nu toe zijn eerder gepubliceerd in een Magazine.
De subsidieoproepen voor de Open Ronde 9 en Rediscovery Ronde 4 zijn begin juli gepubliceerd. Eind 2019 worden de rondes voor Grote Trials en therapietrouw living labs (STIP Ronde 4) geopend.

Meer informatie

 

]]>
news-4352 Thu, 18 Jul 2019 11:11:27 +0200 Opiaten-epidemie deel van de Nationale Wetenschapsagenda https://www.uu.nl/nieuws/opiaten-epidemie-deel-van-de-nationale-wetenschapsagenda?utm_medium=email Een nieuw consortium van wetenschappers, zorginstellingen en farmaceutische bedrijven gaat het gebruik van verslavende pijnstillers in Nederland onderzoeken. Het project is opgenomen in de Nationale Wetenschapsagenda en ontvangt subsidie van NWO. Onderzoeksleider Marcel Bouvy van de Universiteit Utrecht: “Het gebruik van opiaten is de afgelopen jaren uit de hand gelopen.” news-4342 Tue, 16 Jul 2019 16:58:47 +0200 Digitale tweeling helpt hart- en vaatziekten voorkomen https://www.medicalfacts.nl/2019/07/09/hartstichting-digitale-tweeling-helpt-hart-en-vaatziekten-voorkomen/ Vier Big Data-onderzoeken bieden nieuwe kansen om hart- en vaatziekten sneller te herkennen en behandelen. Zoals met MyDigiTwin wil het consortium onder leiding van prof.dr. P. van der Harst (Rijksuniversiteit Groningen) kunstmatige intelligentie algoritmes inzetten om persoonlijke digitale tweelingen op te sporen. MyDigiTwin kan het effect van veranderingen op de gezondheid van individuen voorspellen. Door zich te vergelijken met hun digitale tweeling, kunnen mensen hun persoonlijke risico op hart- en vaatziekten beter begrijpen en daar naar handelen. news-4327 Tue, 16 Jul 2019 08:13:46 +0200 Terugblik programmabijeenkomst Personalised Medicine https://publicaties.zonmw.nl/persmed-bijeenkomst-20-juni-2019/ Op 20 juni 2019 organiseerde ZonMw de derde bijeenkomst voor projectleiders en andere betrokkenen bij het ZonMw-programma Personalised Medicine. Tijdens de bijeenkomst kregen de deelnemers een update over de activiteiten uit het programma en er was ruimte voor discussie en het delen van best practices. Daarnaast bood de bijeenkomst mogelijkheid om te netwerken. news-4326 Mon, 15 Jul 2019 17:36:49 +0200 GGG-project: NHR en DUTCH-AF combineren registratie en onderzoek https://www.fmtgezondheidszorg.nl/nhr-en-dutch-af-combineren-registratie-en-onderzoek/ Voor het eerst in Nederland worden een kwaliteitsregistratie en een onderzoeksproject gecombineerd uitgevoerd in de hartzorg. De primeur voor deze innovatieve samenwerking vindt plaats voor patiënten met de veel voorkomende hartritmestoornis atriumfibrilleren. In het project atriumfibrilleren (boezemfibrilleren) werken de Nederlandse Hart Registratie (NHR), de Hartstichting, NVVC Connect en het onderzoeksproject DUTCH-AF nauw samen. news-4317 Thu, 11 Jul 2019 16:39:10 +0200 GGG-project: Make-It Consortium begeleidt proeftuinen ter bevordering van therapietrouw in de praktijk https://nivel.nl/nl/nieuws/make-it-consortium-begeleidt-proeftuinen-ter-bevordering-van-therapietrouw-de-praktijk-0 Veel patiënten gebruiken hun medicijnen nog niet optimaal. Ondanks het groeiende aantal interventies en innovaties om de therapietrouw te bevorderen, lukt het maar mondjesmaat om deze ook grootschalig toe te passen in de dagelijkse praktijk. Hoe kunnen we het geneesmiddelengebruik in de praktijk verbeteren? Het Make-It Consortium buigt zich vanaf 1 juli over deze vraag en wordt gecoördineerd door het Nivel. news-4309 Tue, 09 Jul 2019 16:23:06 +0200 Grote Trial vanuit programma Goed Gebruik Geneesmiddelen van start: Stoppen van medicatie bij jarenlang stabiele MS https://www.vumc.nl/nieuws/nieuwsdetail/stoppen-van-medicatie-bij-jarenlang-stabiele-ms.htm De afgelopen jaren zijn er voor de behandeling van MS meerdere nieuwe medicijnen op de markt gekomen die zeer effectief zijn, maar ook ernstige bijwerkingen kunnen hebben. Als jarenlang geen ziekteactiviteit te zien is, rijst de vraag bij artsen en patiënten of de behandeling gestopt kan worden. Nieuw onderzoek van neurologen Eva Strijbis en Joep Killestein moet hier een antwoord op geven. news-4305 Tue, 09 Jul 2019 14:08:14 +0200 Nieuwe subsidieoproepen open bij ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproepen-open-bij-zonmw-programma-goed-gebruik-geneesmiddelen/ Binnen het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) zijn de subsidierondes Open Ronde 9 en Rediscovery Ronde 4 opengesteld. Bij Open Ronde 9 is er ook dit jaar weer financiering voor projecten waarin complexe interventies centraal staan. Bij Rediscovery Ronde 4 is er wederom de mogelijkheid tot het indienen van projecten die zich in een vroegere fase bevinden en waaraan nog geen humane pilotdata ten grondslag liggen. Het GGG-programma richt zich op het verbeteren van farmacotherapeutische zorg. Het doel van het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) is het effectiever, veiliger en doelmatiger inzetten van bestaande geneesmiddelen. Projecten binnen dit programma kunnen zowel betrekking hebben op het effectiever inzetten van een geneesmiddel als op het verbeteren van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg.

Open Ronde 9

Voor subsidieaanvragen binnen Open Ronde 9 geldt dat een relevante vraag of probleem uit de praktijk met betrekking tot het goed gebruik van geneesmiddelen het uitgangspunt voor de aanvraag moet zijn; hierbij gelden geen beperkingen ten aanzien van specifieke thema’s of ziektegebieden. Open ronde 9 (deadline 17 september 2019, 14.00 uur) bestaat uit twee gedeelten, Onderdeel A en Onderdeel B.

Onderdeel A

Onderdeel A is bestemd voor reguliere open ronde projecten. Voor dit onderdeel is 5 miljoen euro beschikbaar. Deze projecten hebben tot doel een bijdrage te leveren aan het verbeteren van farmacotherapeutische zorg. Dit kan op het niveau van het geneesmiddel, waarbij het bijvoorbeeld kan gaan om het gebruik van een geneesmiddel voor de indicatie waarvoor het geregistreerd is of voor groepen die buiten het kader van de registratie vallen. Of het project heeft tot doel een bijdrage te leveren op het niveau van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg.

Onderdeel B

Onderdeel B betreft projecten die voldoen aan de criteria van onderdeel A, maar waarin complexe interventies centraal staan. Voor dit onderdeel is 2 miljoen euro beschikbaar.
Onder een complexe interventie verstaan we een interventie die uit meerdere op elkaar ingrijpende componenten bestaat, waarbij het niet noodzakelijkerwijs op voorhand duidelijk is welke van de componenten specifiek voor het gewenste effect zorgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de combinatie van een schriftelijke keuzehulp en een gespreksmethode die uit meerdere stappen bestaat, die samen als doel hebben om tot een gezamenlijke beslissing te komen over gebruik van een specifiek geneesmiddel. Of aan ontslagbegeleiding in het ziekenhuis, gecombineerd met de informatieoverdracht naar de zorgverleners in de eerste lijn, en begeleiding bij het medicatiegebruik na ontslag. Bij de interventie zijn diverse disciplines / zorgverleners betrokken, die bij voorkeur werkzaam zijn in verschillende settingen van het zorglandschap. Dit type onderzoek vindt voornamelijk plaats in diverse settingen, zoals eerste lijn, ziekenhuis en verpleeghuis en deels over settingen heen (ketenzorg).

Binnen projecten in onderdeel B is nadrukkelijk ruimte voor zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Daarnaast is er ruimte voor deelprojecten die gericht zijn op de optimalisatie van (de toepassing van) de interventie. Thema’s die zich lenen voor dergelijke complexe interventies zijn bijvoorbeeld polyfarmacie, therapietrouw, stoppen / afbouwen van medicatie of medicatieoverdracht.

Het totale beschikbare subsidiebudget voor Open Ronde 9 bedraagt 7 miljoen euro. De deadline voor indienen van projectideeën binnen Open Ronde 9 is 17 september 2019, 14.00 uur.

Rediscovery Ronde 4

Onder drug rediscovery verstaan we onderzoek naar de toepassing van een bestaand geneesmiddel bij een nieuwe indicatie. In de Rediscovery Ronde kunnen specifiek projecten worden ingediend die zich richten op klinisch onderzoek naar de effectiviteit en/of dosisoptimalisatie van een veelbelovende toepassing van een bestaand geneesmiddel (niet onder patent) bij een indicatie waarvoor het middel (nog) niet is geregistreerd.
Om beter tegemoet te komen aan de vragen die er op dit moment liggen op het gebied van drug rediscovery zijn de kaders van de ronde uitgebreid. In deze ronde kunnen daarom 2 type projectideeën worden ingediend, door ZonMw gedefinieerd als: vroegefase-projecten en vervolgfase-projecten. Idealiter vormen bestaande humane pilotdata en een aannemelijk verondersteld werkingsmechanisme voor de nieuwe indicatie de basis van de voorgestelde studie (vervolgfase-project). In deze ronde kunnen ook projectideeën worden ingediend gebaseerd op een aannemelijk signaal uit de zorg, laboratorium- of diermodellen of een andersoortige analyse.

Vroegefase-project

Dit type projectidee betreft een proof-of-concept, oftewel een vroege klinische evaluatie of hypothese-bevestigende humane pilot. Het projectidee is gebaseerd op een aannemelijk signaal uit de zorg op laboratorium- en/of diermodellen, op literatuur en/of op een andersoortige analyse die de stap naar een klinische studie rechtvaardigt. In deze fase zijn echter nog geen valide humane pilotdata beschikbaar die een trial in een grotere populatie rechtvaardigen.

In het geval van een vroegefase-project beschrijft het projectidee in grote lijnen een vervolgstudie naar de effectiviteit en/of dosisoptimalisatie van het middel. Deze vervolgstudie sluit direct aan op de vroege, meer exploratieve, fase.  

Vervolgfase-project

De projectideeën vallend onder de zogenoemde ‘vervolgfase-projecten’ konden in eerdere Rediscovery rondes en nu ook in deze Rediscovery Ronde 4 worden ingediend. Dit soort projecten beslaan confirmatory/pivotal trials die voortbouwen op humane pilotdata en die in een grotere populatie, op basis van hardere eindpunten, een meer definitief antwoord trachten te geven op de vraag of en hoe het middel in de klinische praktijk kan worden ingezet.

Binnen deze ronde is cofinanciering door bedrijven gewenst waar mogelijk en zinvol.

Het totale beschikbare subsidiebudget voor Rediscovery Ronde 4 bedraagt 1 miljoen euro. De deadline voor indienen van projectideeën binnen de Rediscovery Ronde 4 is 17 september 2019, 14.00 uur.

Contact met het team voor specifieke vragen

Heeft u een specifieke vraag over uw aanvraag, dan kunt u contact (telefonisch/mail) opnemen met de teamleden van de Open Ronde en de Rediscovery Ronde. Er kan een telefonische afspraak worden gemaakt voor een uitgebreid gesprek. Daarnaast is er tot de deadline van de subsidieoproep een telefonisch spreekuur waarin de teamleden u direct te woord staan.
Tel. (070) 349 54 64
E-mail: geneesmiddelen@zonmw.nl

Meer weten?

Zie voor meer informatie de oproepteksten voor beide rondes en de speciaal hiervoor ingerichte informatiepagina:

]]>
news-4292 Mon, 08 Jul 2019 11:00:00 +0200 Véronique Timmerhuis nieuwe directeur ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/veronique-timmerhuis-nieuwe-directeur-zonmw/ Dr. V.C.M. (Véronique) Timmerhuis wordt per 1 januari 2020 de nieuwe directeur van ZonMw. ZonMw is zeer verheugd met haar nieuwe directeur vanwege haar bestuurlijke ervaring, haar brede inhoudelijke beleidskennis met raakvlakken naar zorg en gezondheid, haar kennis van wetenschaps- en innovatiebeleid en haar ervaring om in complexe netwerken te opereren. Véronique Timmerhuis: 'ZonMw is een prachtige en interessante organisatie die opereert op het snijvlak van onderzoek, beleid en praktijk in alle dynamiek van een snel veranderend veld van zorg en gezondheid. Ik kijk er enorm naar uit om met alle partners en medewerkers de goede positie van ZonMw verder uit te bouwen, te verankeren en waar nodig bij te stellen. Het is een eer om als directeur ZonMw aan de slag te gaan, ik zal dit met enthousiasme gaan doen.' 

Verbindend leiderschap

Jeroen Geurts bestuursvoorzitter ZonMw: 'Het bestuur van ZonMw is onder de indruk van het verbindend leiderschap van Véronique Timmerhuis en haar track record op het gebied van kennis- en innovatiebeleid. Zij zal voor ZonMw een prettige en kundige gids in de verdere ontwikkeling van ZonMw zijn.'

Véronique Timmerhuis is opvolger van Henk Smid en start per 1 november met haar inwerkprogramma bij ZonMw. Henk Smid vervult na 1 januari 2020 een parttime adviseursrol bij ZonMw.

Over Veronique Timmerhuis

Véronique Timmerhuis is vanaf 2007 algemeen secretaris/directeur van de Sociaal-Economische Raad (SER). Daarvoor heeft zij gewerkt als secretaris/directeur bij de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid en als senior-onderzoeker bij het Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies van de Universiteit van Tilburg. Véronique Timmerhuis promoveerde in 1997 aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift ‘Wetenschapsorganisaties in verandering. Keuzen in organisatieontwikkeling en personeelsbeleid’. Véronique Timmerhuis heeft maatschappijgeschiedenis en sociologie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

]]>
news-4285 Thu, 04 Jul 2019 10:25:08 +0200 De begrijpelijke bijsluiter https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/de-begrijpelijke-bijsluiter/ news-4273 Mon, 01 Jul 2019 16:21:51 +0200 Geneesmiddelen tijdens zwangerschap: raadpleeg de Kennisbank https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/geneesmiddelen-tijdens-zwangerschap-raadpleeg-de-kennisbank/ In de vernieuwde digitale Kennisbank www.zwangerenmedicijn.nl vindt u de meest actuele informatie over geneesmiddelengebruik tijdens de zwangerschap en borstvoedingsperiode. Deze Kennisbank is een initiatief van Bijwerkingencentrum Lareb. Het door ZonMw gefinancierde project pREGnant gaat mede nieuwe kennis leveren voor de Kennisbank. Met het landelijk register pREGnant wordt informatie verzameld over het gebruik van geneesmiddelen, zwangerschapscomplicaties en de gezondheid van het (ongeboren) kind. Hierbij worden alle ervaringen van zwangere vrouwen omgezet naar toepasbare kennis die ook beschikbaar komt in de Kennisbank. Via deelname aan pREGnant dragen zwangere vrouwen bij aan meer informatie over geneesmiddelen tijdens de zwangerschap, vertelt Agnes Kant, directeur van Lareb. Zo komt er meer informatie beschikbaar over de veiligheid van geneesmiddelgebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding.  

Zoekfunctie

In de Kennisbank is de informatie eenvoudig te vinden. Het zoeken naar informatie kan zowel op de werkzame stof als op de merknaam van het geneesmiddel. Daarbij is het is mogelijk om aan te geven waar de informatie betrekking op moet hebben. Dat kan zijn over de veiligheid tijdens de zwangerschap, tijdens de borstvoeding of allebei. 

Naast een samenvatting van wat er bekend is over de veiligheid van het geneesmiddel, wordt er ook een risicotabel getoond. Deze tabel laat zien wat de risico’s zijn ten opzichte van vergelijkbare geneesmiddelen. Men kan doorklikken naar meer achtergrondinformatie en naar gerelateerde pagina’s.

Meer informatie

 

]]>
news-4255 Thu, 27 Jun 2019 16:03:10 +0200 Contribute to international overview AMR databases https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/contribute-to-international-overview-amr-databases/ At least once, you must have had one of the following thoughts…  

  • Does this data already exist?
  • I wish I could compare this resource to other resources!
  • What are possible collaborations? Which groups/consortia are collecting similar information to my group?
  • Could our data be linked to others to investigate entire new research questions?
  • So many databases. How do I know what kind of data are actually in this database or biobank? I wish there were good metadata available that describe that.

We are working on the solution!

ZonMw (the Netherlands Organisation for Health Research and Development) invites you, on behalf of JPIAMR and the recently started consortium VALUE-Dx, to take part in a survey on resources (collections of biological material and databases) that are relevant for antimicrobial resistance (AMR) research. In parallel, we set out to collect information about services that are provided by research infrastructures and some biobanks.

Survey

Please follow this link to the survey: https://nl.surveymonkey.com/r/VS87GV8 and complete the survey before September 1st, 2019. You are more than welcome to further distribute this message amongst your network.

Why should you participate?

By participating in this survey, you are contributing to closing the current gap of information, and establishing a strong basis for AMR research. As the survey is initiated by a large network of active AMR researchers, participation may also open up opportunities for future collaboration, publications, and research funding. Also, you will get first-hand information from the report that will be constructed from this survey.

Aim and ambition of the survey    

The aim is to get an overview of existing resources and services that are relevant for AMR research. Our ambition is to improve their findability and reusability, and thereby their sustainability. The AMR research community will benefit from this initiative, as it will expand options for innovative research. The overview will become available for the entire AMR research community.

More information

 

 

 

]]>
news-4243 Tue, 25 Jun 2019 11:56:13 +0200 KNMP Onderzoeksagenda 2025 gereed https://www.knmp.nl/actueel/nieuws/nieuws-2019/knmp-onderzoeksagenda-2025-is-gereed De KNMP Onderzoeksagenda 2025 is gereed. Deze biedt een overzicht van de belangrijkste onderzoeksvragen voor de farmaceutische patiëntenzorg in de komende vijf jaar. De wetenschappelijke adviesraad (WAR) heeft vanuit de agenda tien nieuwe onderzoeksvragen opgesteld voor het KNMP-onderzoeksprogramma. De antwoorden op de geprioriteerde onderzoeksvragen moeten direct een concrete bijdrage opleveren voor de patiënt en de openbare farmacie. news-4234 Tue, 25 Jun 2019 00:10:00 +0200 Subsidieoproep over antibioticaresistentie en hergebruik data opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-over-antibioticaresistentie-en-hergebruik-data-opengesteld/ Heeft u nog data in uw la liggen en zou u daar nog meer onderzoek naar antibioticaresistentie mee willen doen? Dien dan voor 10 september 2019 een projectidee in om antibioticaresistentie aan te pakken en uw data te hergebruiken. Antibioticaresistentie

Resistente bacteriën komen voor in mensen, dieren en de omgeving. Vanuit de disciplines betrokken bij humane gezondheid, veterinaire gezondheid en het milieu is kennis nodig om een effectieve aanpak van antibioticaresistentie te realiseren. Deze benadering staat bekend onder de noemer ‘One Health’. Het programma Antibiotica Resistentie stimuleert samenwerking tussen onderzoekers in deze verschillende disciplines.

FAIR-data

Het delen en hergebruiken van bestaande data binnen wetenschap en samenleving versnelt kennisontwikkeling en innovatie. Dit is een uitdaging voor onderzoekers, zorgprofessionals, technici en juristen. ZonMw heeft hierin een faciliterende rol. Op het gebied van antibioticaresistentie gaan we de uitdaging aan om bestaande data te laten hergebruiken en zo te verbeteren dat deze gemakkelijker is te delen en te implementeren.

Informatiebijeenkomst

Op 17 juli 2019 organiseerden we een informatiebijeenkomst voor potentiële indieners van projectvoorstellen. Meer informatie over de bijeenkomst en de vragen die tijdens de bijeenkomst zijn gesteld vind u hier. De subsidieoproep is opengesteld op 24 juni om 00.00 uur.

Survey

Voorafgaand aan deze subsidieoproep hebben we een survey uitgezet. Onderzoekers en zorgprofessionals hebben in de survey suggesties gedaan over de looptijd en de benodigde capaciteit voor potentiële onderzoeksprojecten. De vele reacties hebben ons geholpen bij het vormgeven van de subsidieoproep en het organiseren van de laatste subsidieronde van het programma Antibiotica Resistentie.

Meer informatie

 

]]>
news-4228 Mon, 24 Jun 2019 11:35:23 +0200 Overlevingskans bij huidkanker sterk verbeterd https://www.avl.nl/topmenu/over-avl/nieuws/overlevingskans-bij-huidkanker-sterk-verbeterd/ Patiënten met ernstige huidkanker hebben hun overlevingskansen de afgelopen jaren sterk zien verbeteren, dankzij de introductie van nieuwe medicijnen. De oncologen hebben een scherp beeld doordat Nederland beschikt over een gedetailleerd registratiesysteem voor patiënten met uitgezaaid melanoom. De registratie is uniek in de wereld en houdt de resultaten bij van alle ruim 6000 melanoompatiënten die tot nu toe in Nederland met diverse vormen van immuuntherapie zijn behandeld. news-4217 Fri, 21 Jun 2019 16:30:00 +0200 Rapportage Zorgevaluatie en Gepast Gebruik overhandigd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rapportage-zorgevaluatie-en-gepast-gebruik-overhandigd/ Op 21 juni 2019 is de rapportage Zorgevaluatie en Gepast Gebruik overhandigd aan minister Bruins voor Medische Zorg. Zorgevaluatie is de laatste jaren een begrip geworden voor het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg. In het Hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg 2019-2022 (HLA-MSZ) is afgesproken om gepast gebruik van medisch specialistische zorg verder te bevorderen, door het proces van zorgevaluatie naar een hoger plan te tillen. Uitgangspunt is dat over 5 jaar zorgevaluatie onderdeel is van de reguliere zorgprocessen en zorgverlening en leidt tot gepast gebruik. De rapportage brengt verslag uit van de kwartiermakersfase van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik. In het programma hebben alle partijen in de zorg (zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiënten en overheid) de verbinding gezocht om te komen tot een afgestemde kwaliteitscyclus van het agenderen, evalueren en implementeren van gepaste zorg. Om het continue werken volgens de kwaliteitscyclus te realiseren, willen partijen met dit programma een proactieve leer- en verandercultuur tot stand te brengen.

Concrete acties

De rapportage omschrijft de ambitie voor de komende 5 jaar en de eerste acties die partijen gezamenlijk met elkaar zullen gaan uitvoeren. Enkele voorbeelden hierbij zijn:

  • Zorgen dat er vanaf 2020 elk jaar een groeiend aantal zorgevaluatiestudies van start gaat, met steeds kortere voorbereidingstijd.
  • De implementatie van uitkomsten uit reeds afgerond evaluatieonderzoek aanjagen en monitoren (zoals die uit het Doelmatigheidsonderzoeksprogramma van ZonMw en het Zinnige Zorg programma van Zorginstituut Nederland).
  • Het ontwikkelen en onder de aandacht brengen van tools en spiegelinformatie voor alle partijen om tot betere implementatie te komen.

Samen

Er is al veel expertise op het gebied van zorgevaluatie en gepast gebruik bij de HLA-partijen. Die expertise is nu gebundeld en ingebracht in het plan van aanpak. De kracht van het programma is dat het een gezamenlijk initiatief is van alle ondertekenaars van het hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg. Dit zijn de Patiëntenfederatie, FMS, V&VN, NVZ, NFU, ZKN, ZN en VWS. Het programma wordt gefaciliteerd en gemonitord door Zorginstituut Nederland en heeft ZonMw als strategisch partner.

Minister Bruno Bruins is positief over de constructieve samenwerking die de partijen rond dit ingewikkelde vraagstuk met elkaar zijn aangegaan. “Binnen vier maanden is er een zeer ambitieus stappenplan opgesteld. Complimenten daarvoor. In honkbaltermen: het eerste honk is nu bereikt, maar we zijn nog niet over de thuisplaat. Er wordt al veel gesproken over wat zinnige zorg is en wat niet; of de patiënt er daadwerkelijk baat bij heeft. Dergelijke afwegingen moet je maken op basis van feiten. En precies dat gaan alle betrokken partijen de komende jaren doen. Evaluatie van geleverde zorg en implementatie van onderzoeksresultaten staan daarbij centraal. Het uiteindelijke doel is dat de zorg die we met z’n allen leveren aantoonbaar zinnig is. Dat is niet alleen in het belang van patiënten, maar ook van de premiebetaler en dus van ons allemaal”, aldus Bruins.

Meer informatie

Rapportage Zorgevaluatie en Gepast Gebruik

Bijlage 3 - Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022

Bijlage 4 - Plan van Aanpak ZE&GG

Bijlage 5 - Inventarisatie initiatieven zorgevaluatie en gepast gebruik SiRM

Bijlage 6 - Analyse Governance structuur KPMG

]]>
news-4355 Fri, 21 Jun 2019 16:09:00 +0200 Ministeriële conferentie: mondiale strijd tegen antibioticaresistentie versnelling hoger https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/19/ministeriele-conferentie-mondiale-strijd-tegen-antibioticaresistentie-versnelling-hoger Nederland stimuleert landen om de komende jaren intensiever samen te werken in het bestrijden van antibioticaresistentie. Op 19 en 20 juni was Nederland gastheer van een internationale ministeriële conferentie over antibioticaresistentie met ruim 200 vertegenwoordigers uit circa 40 landen en vertegenwoordigers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Werelddierenwelzijnsorganisatie (OIE), Wereldvoedselorganisatie (FAO), EU, OESO en de Wereldbank. Afgesproken is om de bestrijding van antibioticaresistentie wereldwijd meer prioriteit te geven. news-4208 Wed, 19 Jun 2019 16:55:00 +0200 Programmaboekje Personalised Medicine https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/programmaboekje-personalised-medicine/ Het ZonMw-programma Personalised Medicine, onderdeel van van het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen, heeft een programmaboekje uitgebracht. Hierin staan 30 projecten die bijdragen aan de implementatie van Personalised Medicine in de Nederlandse zorg. Personalised Medicine betreft een medisch model waarbij gebruik gemaakt wordt van individuele fenotypische en genotypische kenmerken om een afgestemde therapeutische strategie voor de juiste persoon op het juiste moment te kiezen en/of risico op ziekte vast te stellen. Bij de juiste therapie op maat hebben patiënten een grotere kans op verbetering of herstel met minder bijwerkingen. Patiënten ondergaan dan ook minder ‘zinloze’ behandelingen en ervaren (mede daardoor) veel minder vaak bijwerkingen. Op macroniveau kan Personalised Medicine leiden tot een betere kosten-efficiëntie in de zorg. Personalised Medicine wordt dan ook als voorbeeld van innovatie genoemd in het Regeerakkoord 2017-2021, ‘Vertrouwen in de toekomst’.

De verwachte resultaten uit de verschillende projecten van het programma worden in dit boekje gedeeld, zoals de implementatie van genome sequencing technieken binnen de oncologie en zeldzame ziekten, een servicedesk voor ethische en juridische vraagstukken, het ontwikkelen van educatie en voorlichting over genome sequencing, een werkwijzer voor het verzamelen van genoom data, een curriculum voor datastewards, informed consent modellen en het bieden van handvatten voor het implementeren van voorspellende testen. In de hoop dat u geïnspireerd raakt en dat er gezamenlijk voor kan worden gezorgd dat de innovaties op het gebied van Personalised Medicine sneller bij de patiënt terechtkomen.

Het programma Personalised Medicine stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis en innovaties en faciliteert samenwerking tussen een groot aantal partijen. Binnen het programma  Personalised Medicine wordt samengewerkt met Zilveren Kruis, KWF Kankerbestrijding, ReumaNederland en het Canadian Insitute for Health Research (CIHR).

Programmaboekje Personalised Medicine (jun 2019)

]]>
news-4203 Tue, 18 Jun 2019 16:44:00 +0200 How to internationally tackle the threat of antimicrobial resistance? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/how-to-internationally-tackle-the-threat-of-antimicrobial-resistance/ On the 19th and 20th of June the 2019 International Ministerial AMR Conference will take place in the Netherlands. Many nations from all over the world will be represented, as a great deal of international initiatives in the field of antimicrobial resistance (AMR). JPIAMR, of which ZonMw is member, will also be present. During the conference, working closely together with the World Health Organization (WHO), Food and Agriculture Organization (FAO) and World Organisation for Animal Health (OIE), the participants will look for cooperative opportunities to tackle the threat of antimicrobial resistance. Collaboration

Following up on the 2014 conference, the 2019 edition will reflect on the progress of the global implementation of the Global Implementation Plan, the work of the Tripartite (WHO, FAO, OIE) to support its implementation, and the requirements needed to accelerate multi-sectoral collaboration in the upcoming years.

As ZonMw endorses, Bruno Bruins (Netherlands Minister of Health, Welfare, and Sport) recently confirmed that we as the Netherlands should keep playing an active role in the international collaboration to tackle to the global AMR problem.

International cooperation

The aim of this conference is to strengthen and accelerate international cooperation in the global fight against antimicrobial resistance. The focus of this conference will be international and multi-sectoral cooperation within the framework of the One Health approach. While the 2014 AMR Conference mainly revolved around raising awareness for the threat of AMR and developing initiatives on how to address this threat, the 2019 Conference strives to intensify international cooperation and the exchange of best practices in implementing national action plans.

One Health

Covering the entire spectrum of AMR research, from science to policy and through a One Health approach, is what ZonMw strives for. A joint an multi-sectoral approach, and aligning national and international efforts, is crucial in tackling the global health threat due to AMR. Working towards effective implementation of newly acquired knowledge, expertise, and services and devices is needed to obtain true impact. That is also what will be aimed for during this 2019 Ministerial Conference, by reflecting on the progress of the global implementation of the Global Action Plan on AMR. We at ZonMw fully endorse these aims.

Research in LMIC settings

One of the subjects of the conference is exploring the varying realities for high-, middle- and low-income countries while tackling AMR challenges in the human health sector. An example of a ZonMw-funded study in this setting is ‘a rapid diagnostic test for non-malaria fevers’. Because  fever  is  a  non-specific  symptom,  children  with  fever  are  often prescribed antibiotics without a proper diagnosis in sub-Saharan Africa. In the past, these were mainly anti-malarial drugs. Although rapid diagnostic tests for malaria are now available, the study showed that commonly used malaria tests do not work well. In addition, many children who did not suffer from malaria but did have fever, were treated with antibiotics. Even if it was not exactly  determined  why  the  child  was  sick.  An unnecessary high amount of antibiotics and anti-malarial drugs are prescribed for this reason. It has also been established that many commonly used antibiotics are no longer effective due to resistance. This project therefore, amongst others, started with the development of a diagnostic test that can identify a number of feverish illnesses.

A good example of a study exploring the different realities of high-, middle- and low- income countries tackling AMR with a focus on food safety and animal health, is the ZonMw-funded project about Vietnam backyard farming. This study  taking  place  in  a  Vietnam  backyard  farming setting  investigated  the  route  of  transmission  of  AMR  bacteria  and/or resistance  determinants,  comparing  resistance  genes  in bacteria  from humans  and  poultry.  The  researchers  found  that  AMR  transmission between humans and chickens was a bidirectional and complex process. The process is amongst others dependent on selective pressure through use of specific antibiotics and the type of exposure, and certain bacterial populations  are  likely  restricted  to  specific  hosts.  These  conclusions emphasise  that  antimicrobials  should  be  used  with  caution  both  in  the human community and agriculture setting.

ZonMw also is participating in the JPIAMR call 2019, in which funding is reserved for LMIC’s in Asia and Africa. The focus of this call is addressing the development of diagnostic and surveillance tools  technologies and methods to detect AMR.

More information

 

]]>
news-4192 Tue, 18 Jun 2019 08:30:00 +0200 Investeren in kennis draagt bij aan verdere verbetering ziekenhuiszorg ouderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/investeren-in-kennis-draagt-bij-aan-verdere-verbetering-ziekenhuiszorg-ouderen/ Vandaag presenteren ZonMw en KBO-PCOB het signalement 'Meer aandacht voor ouderen in het ziekenhuis'. Meer kennis over de effecten van ziekten en behandelingen van ouderen in het ziekenhuis is nodig om beter rekening te kunnen houden met hun individuele situatie.  

Bij ouderen zien we een grote diversiteit in vitaliteit en vaker meerdere gezondheidsproblemen. Hierdoor is de uitkomst van een ziekenhuisbehandeling bij hen lastiger te voorspellen dan bij een 30-jarige man die slechts voor één aandoening wordt behandeld. Meer kennis draagt eraan bij dat de gezondheidssituatie van ouderen kan verbeteren en ze langer thuis kunnen zijn.

Investeren in kennis

Nieuwe behandelingen zijn doorgaans ontwikkeld door heel specifiek naar één orgaan of ziekte te kijken bij veelal jongere patiënten. Maar het is niet altijd goed bekend wat het voor de uitkomsten betekent als een oudere patiënt meerdere aandoeningen of bijvoorbeeld geheugenklachten heeft. En ook niet welke invloed deze zaken hebben op uitkomsten die voor ouderen belangrijk zijn, zoals langer thuis kunnen blijven wonen. Investeren in een programmatische, ziekte-overstijgende aanpak van kennisontwikkeling over de zorg voor ouderen, is nodig om de uitkomsten voor ouderen die het ziekenhuis bezoeken verder te verbeteren. In de huidige subsidieprogramma’s is daarvoor onvoldoende ruimte.

Verschillen tussen ouderen

Goede gezondheidszorg houdt rekening met verschillen tussen mensen. Bij ouderen zien we heel vitale mensen maar er kan ook sprake zijn van toegenomen kwetsbaarheid. Deze verschillen kunnen van grote invloed zijn op de uitkomsten van ziekte en behandeling en zijn zeer bepalend voor het kiezen van de juiste behandeling en voor het inzetten van extra zorg om de uitkomsten verder te verbeteren. Een passende behandeling moet zoveel mogelijk aansluiten op de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van een patiënt. Simon Mooijaart, internist-ouderengeneeskunde in het LUMC en voorzitter van de schrijfgroep van het signalement: ‘Het ziekenhuis is een knooppunt waar veel ouderen komen in een belangrijke periode van hun leven. Juist daar moeten we de zorg goed op iemands specifieke situatie afstemmen, zodat alle ouderen in het ziekenhuis en daarbuiten optimaal profiteren van onze goede gezondheidszorg.’

Samen beslissen

De vraag is hoe we de zorg zo kunnen inrichten dat we de specifieke situatie en voorkeuren van de oudere patiënt systematisch meenemen in de gezamenlijke keuze voor de best passende behandeling. ‘Samen beslissen’ wat de beste ingreep is, op basis van onderzoek, zodat de totale zorg voor ouderen bijdraagt aan het herstel of behoud van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven. Manon VanderKaa, directeur seniorenorganisaties KBO-PCOB: ‘Nog meer investeren in kennis is de garantie dat langer thuis meer is dan een ambitie van beleidsmakers. Dit signalement geeft aan wat nodig is voor ouderen en is opgesteld met senioren. Dat garandeert een onderzoeksagenda met impact.’

Meer informatie

]]>
news-4196 Mon, 17 Jun 2019 17:30:46 +0200 Sequencing bij kinderen met genetische aandoeningen: van laatste redmiddel naar spoedtest https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/sequencing-bij-kinderen-met-genetische-aandoeningen-van-laatste-redmiddel-naar-spoedtest/ Nederlandse klinisch genetici werken samen om een genetische spoedtest te ontwikkelen voor kinderen met een vermoeden op een genetische aandoening. Met een eerdere diagnose kunnen zij eerder een behandeling krijgen en zich op een passende manier blijven ontwikkelen. Een belangrijke stap, stellen Wendy van Zelst en Lisenka Vissers van het Radboudumc. ‘Het is zonde sequencing te blijven zien als laatste redmiddel.’ dr. Lisenka Vissers (l) en dr. Wendy van Zelst

Het in kaart brengen van het genoom, de genetische informatie in ons DNA, gaat steeds sneller. Met sequencing kunnen we soms binnen enkele dagen het complete genoom van een persoon testen op genetische aandoeningen. Dankzij die snelheid kunnen we whole exome sequencing (WES) en whole genome sequencing (WGS) gebruiken als diagnostische test. In het project WGS-first werken Nederlandse klinisch genetici samen om WES en WGS in te zetten als one-size-fits-all-test voor de diagnose van zeldzame genetische aandoeningen bij kinderen.

Passende behandeling

Van alle duizenden zeldzame aandoeningen heeft 80 procent een genetische oorzaak en driekwart presenteert zich op kinderleeftijd. Dr. Wendy van Zelst, klinisch geneticus bij het Radboudumc: ‘Veel van die aandoeningen leiden tot een heterogeen ziektebeeld, daarom herkent een arts ze niet direct. Om deze patiënten een passende behandeling te kunnen geven is het belangrijk zo snel mogelijk de juiste diagnose te stellen. Genetische diagnostiek kan daarbij een rol spelen.’

Sneller en eerder

Het project richt zich op twee onderzoeksgroepen: kinderen met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand, en kinderen die worden opgenomen op de neonatale intensive care (NICU). Dr. Lisenka Vissers, projectleider en associate professor moleculaire genetica bij het Radboudumc: ‘Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zien we uiteenlopende klinische beelden, dus is het zinvol de aandoening te karakteriseren en te diagnosticeren met WGS. Bij pasgeborenen op de NICU wil je de diagnose zo snel mogelijk, zodat je acuut je behandelplan kunt aanpassen. Dat kan met een spoedtest op basis van WES.’

'Bij iedere gediagnosticeerde patiënt willen we aantonen dat onze aanpak eerder een diagnose stelt, maar ook diagnoses opleveren die anders pas later, of zelfs helemaal niet zouden zijn gesteld.’

Prognostische waarde

Ondanks het ontbreken van een spoedtest voor beide onderzoeksgroepen, profiteren patiënten op verschillende gebieden van een eerdere diagnose. Vaak is die nodig voor ondersteuning, zoals bijzonder onderwijs en hulpmiddelen. Dat geeft meer zekerheid en rust in het gezin, en vergroot de kans voor het kind zich op een passende manier te ontwikkelen. Bovendien kan een diagnose bij een ontwikkelingsachterstand meer zicht geven op de prognose. Dat is van belang voor de ouders. Van Zelst: ‘Een prognose draagt bij aan de keus of een kind thuis kan blijven wonen, en of ouders professionele begeleiding willen. En als je weet of de aandoening erfelijk is, kun je beter besluiten nemen over gezinsplanning.’

Wel of niet opereren?

Ook de zorgverlener profiteert van sequencing bij het stellen van een diagnose. Van Zelst: ‘Je weet welke specialismen nodig zijn om de patiënt optimaal te behandelen. Dat is belangrijk op de NICU: je moet jezelf afvragen of je wel moet opereren als een kind met een ernstige genetische aandoening een slechte prognose heeft. Voorkomen is ook een vorm van behandelen.’ Anderzijds geeft een test zonder uitsluitsel ook informatie. ‘Als we geen genetische defecten kunnen aantonen, sluiten we toch aandoeningen uit. Dat kan ons doen besluiten een operatie juist wél te doen.’

Van óf-óf naar én-én

Het accent van WGS-first verschoof gaandeweg van werkzaamheid naar doelmatigheid. Vissers: ‘De innovaties in de genetica gaan zo verschrikkelijk snel. In eerste instantie wilden we patiënten willekeurig diagnosticeren via óf het standaardtraject óf via sequencing. Maar toen bleek dat we met WES 30 procent van de aandoeningen op de NICU konden diagnosticeren en met alle andere tests slechts 10 procent, werd het én-én. We zijn op een positieve manier ingehaald door de tijd.’ Patiënten in het project krijgen nu beide trajecten voorgeschoteld: de diagnostische standaardtests, én sequencing. Vissers: ‘Die aanpak maakt de patiënten hun eigen controlegroep. Zo tonen we aan dat het zonde is sequencing als laatste redmiddel te zien. Bij iedere gediagnosticeerde patiënt willen we aantonen dat onze aanpak eerder een diagnose stelt, maar ook diagnoses opleveren die anders pas later, of zelfs helemaal niet zouden zijn gesteld.’

Implementeren

De eerste resultaten van het WGS-first-project laten niet lang op zich wachten. Vooral in de NICU’s kost het weinig tijd de spoedtest te implementeren, omdat het verschil tussen de kans op diagnose met de standaardtests en WES zo groot is. Mede daardoor werken al vijf van de acht Nederlandse NICU’s mee aan het project. Dat is lastiger bij de andere patiëntengroep. Vissers: ‘Bij patiënten met ontwikkelingsstoornissen is de test nog niet zo ver ontwikkeld en is er nog geen spoedtest beschikbaar. Het arsenaal aan huidige tests is waarschijnlijk net zo goed als WGS, dus de te behalen winst is minder groot. Ik denk dat we hier meer moeten kijken naar de kosteneffectiviteit en doelmatigheid, omdat WGS alle andere standaardtests vervangt. Je bent dus met één test klaar.’

Koudwatervrees

Die kijk op doelmatigheid is een van de vernieuwende kenmerken van WGS-first. Vissers: ‘We vereenvoudigen het diagnostische traject: het eerder en kostenefficiënt stellen van een diagnose. Veel artsen zien WGS nog niet als een volwaardige diagnostische test. Ze doen eerst test A t/m E, en als dat niets oplevert doen ze WGS. Wij zeggen: doe eerst WGS, want de kans dat dat een diagnose oplevert is groter dan alle andere tests samen.’ Van Zelst herkent die blik van artsen op WGS. ‘Voor de meeste neonatologen is het gebruikelijk een genetische test in een later stadium te doen. Met WGS kunnen ze de uitslag direct meewegen met de behandeling. Die omslag heeft tijd nodig.’

Naadloos

Vissers denkt dat de landelijke samenwerking in Nederland de ontwikkeling van WGS kan helpen. Alle acht klinisch genetische centra zijn bij het project betrokken, en PhD-studenten op het project worden landelijk begeleid. Vissers: ‘Het verenigen van clinici, laboratoriumspecialisten en onderzoekers in één project: die aanpak is typisch Nederlands. Technische innovatie gaat hier naadloos over in patiëntenzorg. We moeten het gewoon gaan doen met zijn allen: ogen dicht en springen. In de wetenschap dat we alleen nog moeten aantonen hoe goed het werkt.’

Tekst: Koen Scheerders
 

Meer informatie

Het project WGS-first wordt gefinancierd door het Onderzoeksprogramma Personalised Medicine. In dit programma zoeken initiatiefnemers KWF Kankerbestrijding, Zilveren Kruis en ZonMw samen uit hoe de razendsnelle ontwikkelingen op het terrein van next generation genome sequencing sneller bij de patiënt terecht kunnen komen. Speerpunten zijn kanker en zeldzame ziekten. WGS-first wordt medegefinancierd door het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek.

]]>
news-4191 Mon, 17 Jun 2019 15:06:01 +0200 Liset van Dijk: ‘Therapietrouw is dat je trouw bent aan de afspraak die je met je zorgverlener maakt.’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/liset-van-dijk-therapietrouw-is-dat-je-trouw-bent-aan-de-afspraak-die-je-met-je-zorgverlener-maakt/ ‘Mens en maatschappij in geneesmiddelengebruik’, onder deze titel houdt NIVEL-onderzoeker prof. dr. Liset van Dijk op 25 juni 2019 haar inaugurele rede aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar leeropdracht is het farmaceutisch zorgonderzoek, waarin het sociaalwetenschappelijk perspectief centraal staat. Hoe kunnen we de zorg zo verbeteren dat deze het goed gebruik van geneesmiddelen bevordert? prof. dr. Liset van Dijk

Hoe komt een socioloog in onderzoek naar geneesmiddelengebruik terecht?

Liset van Dijk: ‘Ik studeerde in Wageningen en deed bij het NIVEL een stage over het voorschrijven van geneesmiddelen. Via diverse omwegen kwam ik daar uiteindelijk weer terecht, in een onderzoeksfunctie op hetzelfde thema. Veel mensen denken bij geneesmiddelen als eerste aan de effectiviteit of bijwerkingen. Maar in de vraagstukken binnen de farmacie zit veel sociologie, bijvoorbeeld welke plek geneesmiddelen hebben in de samenleving en hoe dat het concrete gebruik door patiënten kan beïnvloeden.’

Wat behelst de leeropdracht ‘farmaceutisch zorgonderzoek’?

’Farmaceutisch zorgonderzoek bestudeert de rol van geneesmiddelen vanuit sociaalwetenschappelijk perspectief. Het doel is het verbeteren van de zorg, zodat die het goed gebruik van geneesmiddelen bevordert. Het gaat daarbij dus niet zozeer om de therapeutische werking van een middel. Maar: wat doet het systeem in de farmaceutische zorg met mensen, hoe wordt dat systeem beïnvloed door beleid en hoe beïnvloeden mensen elkaar in hun omgang met geneesmiddelen?’

Wat is het belang van gedeelde besluitvorming voor therapietrouw?

‘Vroeger dachten we bij therapietrouw aan het gebruik volgens voorschrift. Maar voor mij is het dat je trouw bent aan de afspraak die je met je zorgverlener maakt. Iemand is wat mij betreft ook therapietrouw als ie afspreekt om zijn plaspil op donderdag te laten staan, omdat hij dan ongestoord naar zijn bridgeclub wil kunnen. Naar de vraag of gedeelde besluitvorming aantoonbaar helpt bij therapietrouw kan overigens nog wel wat meer onderzoek worden gedaan.’

Welke communicatievaardigheden hebben farmaceutische zorgverleners nodig?

‘Apothekers willen een meer zorgverlenende rol hebben, en daar hoort communicatie bij. Niet alleen de werking en het gebruik uitleggen en goed checken of de patiënt het heeft begrepen. Maar vooral ook achterhalen of mensen in hun dagelijks leven bepaalde problemen ervaren met het middel. Vinden ze het misschien lastig in te passen In hun dagelijkse routine? Ervaren ze een bijwerking of zijn ze daar bang voor? Als apothekersassistenten bij het tweede uitgiftegesprek gericht doorvragen, blijkt maar liefst een kwart van de mensen een dergelijk probleem te ervaren. Daar is dus winst te behalen, want in zo’n vroeg stadium kun je samen nog heel goed zoeken naar oplossingen.’

Welke onderzoeksmethoden passen goed bij farmaceutisch zorgonderzoek?

‘We kunnen veel leren van klinische trials, bijvoorbeeld welke effecten therapietrouwinterventies hebben op gezondheidsuitkomsten. Maar als je wilt onderzoeken hoe een interventie uitpakt in de dagelijkse realiteit – met alle verschillen tussen zorgverleners, patiënten en settings – kun je meer met actieonderzoek. Als een bepaalde training misschien gaandeweg toch beter kan worden aangepast, is dat in actieonderzoek gewoon mogelijk. De vraag wat er in de praktijk gebeurt als je aan zo’n training sleutelt, is juist cruciaal om aanknopingspunten te vinden voor implementatie. We doen nu bijvoorbeeld onderzoek naar de Kijksluiter. Wat we daarbij gaan leren over implementatie, is ook weer bruikbaar voor andere interventies.’

Wat gebeurt er in de proeftuinen rond therapietrouw?

‘Deze proeftuinen worden opgezet door het kennisconsortium Make-It, dat ik per 1 juli 2019 coördineer. Het initiatief is gefinancierd door ZonMw. De proeftuinen vormen een zogeheten living lab, een levensechte praktijksetting waarin partijen samen interventies uitkiezen en testen. Ik hoop dat het veel gaat opleveren. Niet alleen omdat we praktijkgericht onderzoek kunnen doen, maar ik zie ook kansen om zo de zorg rond geneesmiddelengebruik te verbeteren. Het zou mooi zijn als we over een paar jaar van een paar interventies weten dat ze goed te implementeren zijn. En dat de proeftuinen zo enthousiast zijn geworden dat ze dit ook willen uitdragen. Maar de grootste uitdaging is het realiseren van randvoorwaarden om successen te bestendigen. Als we in de proeftuinen vanaf het begin iedereen aan boord krijgen, dus bijvoorbeeld ook de zorgverzekeraars, kunnen we daar de komende tijd gericht aan gaan werken. In de concrete praktijk.’

Tekst: Marc van Bijsterveldt

Meer informatie

]]>
news-4190 Mon, 17 Jun 2019 14:00:00 +0200 Genetics First: zicht op kosteneffectiviteit van totaaltest voor afweerstoornissen bij kinderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/genetics-first-zicht-op-kosteneffectiviteit-van-totaaltest-voor-afweerstoornissen-bij-kinderen/ Afweerstoornissen bij kinderen zijn moeilijk te herkennen, terwijl het belangrijk is zo vroeg mogelijk een diagnose te stellen. Een genetische test voor alle afweerstoornissen kan uitsluitsel bieden. Dr. Joris van Montfrans en dr. Geert Frederix van het UMC Utrecht onderzoeken de kosteneffectiviteit van deze genetics first-aanpak. ‘We weten hoe baanbrekend genetica kan zijn.’ dr. Geert Frederix (l) en dr. Joris van Montfrans

In Nederland lijden ongeveer 1000 kinderen aan een afweerstoornis. Ze leiden vaak tot chronische of terugkerende infecties met virussen, bacteriën of schimmels. Die infecties zijn invaliderend en kunnen leiden tot permanente orgaanschade. Dr. Joris van Montfrans, kinderimmunoloog in het UMC Utrecht: ‘Veel van die stoornissen lijken op elkaar. Dat maakt het erg moeilijk voor artsen een diagnose te stellen. Vroeger moesten we al die ziektes één voor één testen. Dat kostte voor elke ziekte ongeveer een maand, dus duurde het soms jaren voor we wisten met welke erfelijke ziekte we te maken hadden, en dus welke behandeling we moesten geven.’

Uitzoekwerk

Vanaf 2010 is het mogelijk een patiënt met één genetische test te screenen voor alle 380 verschillende genen, die kunnen leiden tot erfelijke afweerstoornissen. Dat is te danken aan next-generation sequencing (NGS): het in kaart brengen van grote hoeveelheden genetische informatie van een enkel persoon in korte tijd. Van Montfrans: ‘In eerste instantie was NGS erg duur, maar toen bleek dat de genetische test voor afweerstoornissen de aangedane genen tot 99 procent nauwkeurig in beeld kon brengen, gingen we ons afvragen of we de test niet aan het begin van het diagnostische traject konden doen: genetics first. Zo zouden we die maanden of jaren uitzoekwerk kunnen overslaan.’

‘We meten of genetics first leidt tot een diagnose, hoe lang het traject duurde, hoe duur het was en hoeveel gezondheidswinst het voor de patiënt heeft opgeleverd.'

Genetics first

Om de winst van deze benadering in kaart te brengen stelde Van Montfrans een projectvoorstel op, met als doel het onderzoeken van de effectiviteit van een genetics first-benadering in termen van diagnosetijd, gezondheidswinst en kostenbesparing. ‘In eerste instantie zou het project alleen lopen in Utrecht, maar ZonMw vond die aanpak te klein. Daarom hebben we het opgeschaald naar alle Nederlandse centra die diagnostiek doen op het gebied van kinderimmunologie.’ Binnen die centra worden anderhalf jaar lang 150 patiënten gevolgd met een afweerstoornis. ‘We meten of genetics first leidt tot een diagnose, hoe lang het traject duurde, hoe duur het was en hoeveel gezondheidswinst het voor de patiënt heeft opgeleverd. Dat vergelijken we met een historische onderzoeksgroep: dezelfde soort patiënten die het standaard-diagnosetraject kregen in de drie jaar voor het project.’

Causaal aantonen

Om de effectiviteit van genetics first inzichtelijk te maken zocht Van Montfrans samenwerking met dr. Geert Frederix, hoofd van de afdeling Health Technology Assessment van het UMC Utrecht. Frederix: ‘Wij halen informatie op over de zorgconsumptie van een patiënt. Die informatie staat per item in de ziekenhuissystemen. Daaraan koppelen we kosten, waardoor we de impact van de technologie zo gedetailleerd mogelijk in kaart kunnen brengen.’ Hiervoor staat promovenda Kim Elsink in dienst van het project. Zij haalt informatie uit de ziekenhuissystemen en berekent de kosten. Frederix: ‘Om te onderzoeken wat de daadwerkelijke toegevoegde waarde van genetics first is, vergelijkt zij de twee onderzoeksgroepen.’ Frederix en Elsink proberen daarbij de kwaliteit van leven mee te wegen. ‘Normaal doen we dat met vragenlijsten, maar omdat het gaat om ernstig zieke kinderen, is het moeilijk dat te koppelen aan kosten. Ik hoop dat we een besparing ook echt causaal kunnen aantonen.’ Toch is Van Montfrans positief over de voorlopige resultaten. ‘We zien bij sommige patiëntengroepen een hoge trefkans op diagnose. Daarbij werkt genetics first dus goed. Op basis daarvan kunnen we subgroepen gaan maken binnen de totale groep van patiënten met een afweerstoornis. We vermoeden dat bij sommige groepen de test geen toegevoegde waarde heeft, omdat de trefkans net zo laag is als die van de standaardtest. Dat leidt tot het effectiever inzetten van NGS. Want die test is nog steeds erg duur.’

Alle neuzen dezelfde kant op

Frederix en Van Montfrans werken samen met klinisch genetici en kinderimmunologen in heel Nederland. Van Montfrans: ‘Het was een uitdaging alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Er waren twee grote groepen, artsen en onderzoekers, die we met elkaar moesten laten praten. We hebben veel telefoongesprekken en vergaderingen gehad om de moeilijke casussen met elkaar te delen. Maar het is gelukt die samenwerking draaiend te houden.’ Mede-onderzoekers houden elkaar, verwijzers en aanvragers op de hoogte van vorderingen via een website. Van Montfrans denkt dat die samenwerking aan de wieg staat van de succesvolle genetics first-benadering in Nederland. ‘Er is in Nederland geen restrictie op aanvragen. We weten hoe baanbrekend genetica kan zijn, en dat het in andere vakgebieden economische en gezondheidswinst kan opleveren.’

Gezondheidswinst

Die winst is niet alleen merkbaar voor de patiënt, maar ook voor de behandelend arts. Van Montfrans: ‘Natuurlijk is er de verkorting van die jarenlange zoektocht naar een genetische diagnose. Dat maakt de uitkomsten van de behandeling veel beter dan vroeger.’ Ook weten de patiënten elkaar beter te vinden als ze weten wat hun erfelijke diagnose is. ‘Een diagnose geeft ze de kans zich te groeperen, bijvoorbeeld via Facebook. Daardoor hoor ik soms nieuwe informatie over een ziekte via de ouders van een patiënt voordat ik er zelf over heb gelezen. Patiënten delen sneller informatie dan de medische registers dat kunnen. Los van geld, percentages en economie gaat het dan om pure gezondheidswinst voor de patiënt. Want die voelt zich veel minder eenzaam.’

Tekst: Koen Scheerders


Meer informatie

]]>
news-4167 Thu, 13 Jun 2019 10:52:32 +0200 NOS: Als ze er baat bij hebben krijgen patiënten 'herontdekte' medicijnen vergoed https://nos.nl/artikel/2288817-als-ze-er-baat-bij-hebben-krijgen-patienten-herontdekte-medicijnen-vergoed.html Soms helpen kankermedicijnen tegen meer soorten kanker dan waarvoor ze ontwikkeld en geregistreerd zijn. Ze worden echter alleen vergoed voor de behandeling van de vorm van kanker waarvoor ze goedgekeurd zijn. Patiënten met andere kankertypes hebben hiertoe geen toegang. Artsen, farmaceuten, zorgverzekeraars en het Zorginstituut hebben daar nu een oplossing voor bedacht die ze in een studie met patiënten gaan uitproberen. news-4151 Wed, 05 Jun 2019 08:54:51 +0200 Start alliantie medicatieveiligheid https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/04/start-alliantie-medicatieveiligheid In Nederland overlijden jaarlijks ongeveer 1.000 mensen door foutief medicijngebruik. Dat aantal moet drastisch omlaag. Hetzelfde geldt voor de bijna 50.000 ziekenhuisopnames die het gevolg zijn van verkeerd gebruik van medicijnen. In opdracht van minister Bruno Bruins (Medische Zorg) werkt een groep van ruim 50 experts en patiënten de komende maanden aan een gezamenlijke aanpak. Deze alliantie medicatieveiligheid gaat vandaag van start en komt dit najaar met concrete acties en doelstellingen om het aantal incidenten terug te dringen. news-4093 Mon, 27 May 2019 16:00:00 +0200 Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-onderzoeksprogramma-klimaat-en-gezondheid/ Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. Het veranderende klimaat in Nederland heeft al allerlei zichtbare gezondheidsgevolgen. Maatregelen om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan, bieden kansen voor het bevorderen van de gezondheid, maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. In opdracht van ZonMw hebben het RIVM, de Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research een kennisagenda opgesteld. Hierin staat welk onderzoek uitgevoerd moet worden om de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering te beperken. Een samenhangende kennisagenda met brede focus is van belang om inzicht te krijgen in de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in Nederland, op korte en lange termijn. De kennisagenda klimaat en gezondheid pleit voor een integrale benadering van klimaatonderzoek, door samenwerking van verschillende beleidssectoren en de praktijk. Het toekomstige klimaatonderzoek moet ook helpen bij het prioriteren van maatregelen.

Prioriteiten kennisagenda

In de kennisagenda wordt voorgesteld om de volgende activiteiten te prioriteren in een toekomstig onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid:

  • Analyseer de huidige en toekomstige gezondheidsrisico’s van klimaatverandering in samenhang met elkaar
  • Ontwikkel maatregelen om huidige en toekomstige gezondheidseffecten van klimaatverandering aan te pakken. Bepaal de meest effectieve mix van maatregelen om gezondheid te bevorderen en risico’s te minimaliseren en de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden
  • Ontwikkel een systeem om gezondheidseffecten van klimaatverandering tijdig te herkennen en effecten van maatregelen te evalueren
  • Neem gezondheid standaard mee bij de evaluatie van klimaatmaatregelen (bijvoorbeeld in het kader van de Nationale Adaptatie Strategie en Klimaatwet), om ongewenste neveneffecten op de gezondheid te voorkomen en positieve neveneffecten te versterken

Klimaat en gezondheid

Klimaat en gezondheid zijn bekeken in samenhang met duurzaamheid, milieu en voeding. De gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, temperatuurveranderingen, droogte en waterbeschikbaarheid, hebben grote impact op de volksgezondheid, maatschappij en economie, zoals beschreven in de ‘Lancet Countdown on health and climate change’. Ook in Nederland treden een aantal verwachte ontwikkelingen nu al op, zoals een toename van allergieën en hittestress. Actie is nodig om de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren en de gevolgen voor de gezondheid en gezondheidssector te beperken.

Maatregelen

De gevolgen voor de gezondheid van klimaatverandering in Nederland en van klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen zijn echter vaak niet goed te kwantificeren of krijgen weinig aandacht. Actuele kennis is nodig over klimaatrisico’s om nu en in de toekomst de juiste beslissingen te kunnen nemen over in te zetten maatregelen. De klimaatmitigatiemaatregelen die uitgewerkt worden in het Klimaatakkoord richten zich vooral op reductie van CO2-uitstoot en niet op de mogelijke nevengevolgen voor de volksgezondheid. Klimaatadaptatiemaatregelen (zoals meer groen en water in de stad, klimaatbestendige bouw) bieden grote kansen voor het bevorderen van de gezondheid maar brengen mogelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Nederland kan zich hier op voorbereiden door samen met beleid en praktijk kennis te ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de leefomgeving verbeteren en de volksgezondheid bevorderen.

Meer informatie

 

 

]]>
news-4102 Fri, 24 May 2019 12:07:51 +0200 Patiëntenpanel laat onderzoek beter aansluiten bij behoeften https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/patientenpanel-laat-onderzoek-beter-aansluiten-bij-behoeften/ Sinds enkele jaren beoordeelt een pool van patiënten, begeleid door Patiëntenfederatie Nederland, subsidieaanvragen bij ZonMw-programma’s. Dat gebeurt ook bij de subsidieaanvragen van het ZonMw programma Palliantie. Meer dan zorg. Wat is de meerwaarde van deze vorm van patiëntenparticipatie? In 2014 hadden de ZonMw-programma’s DoelmatigheidsOnderzoek en Goed Gebruik Geneesmiddelen de primeur: een panel van speciaal getrainde ervaringsdeskundigen werd betrokken bij de beoordeling van subsidieaanvragen. Het idee was dat de indieners hun onderzoek zo beter konden laten aansluiten bij wensen en behoeften van patiënten. Dat zou de praktische toepasbaarheid en maatschappelijke opbrengst van projecten moeten vergroten. Sinds enige tijd beoordeelt het panel ook de aanvragen die binnenkomen bij Palliantie. Zo komen de wensen en behoeften van mensen in de laatste levensfase en hun naasten centraal te staan, is de gedachte.

Relevante uitkomstmaten

Elmar Pels is adviseur patiëntbelang bij Patiëntenfederatie Nederland. Hij coördineert het panel met ongeveer 80 mensen die bij toerbeurt de aanvragen van zo’n tien ZonMw-programma’s beoordelen. Pels: ‘Patiëntenparticipatie heeft een belangrijke plek bij ZonMw. Projectaanvragers moeten steeds goed aangeven op welke manier ze patiënten in hun onderzoek willen betrekken. Leden uit het panel – voor elke subsidieronde een groepje van zo’n drie mensen; patiënten én mantelzorgers – lezen de aanvragen. Ze beoordelen die op relevantie, haalbaarheid en de inbreng van patiënten gedurende het onderzoek en kijken naar het nut van de resultaten voor patiënten en naasten. Kunnen patiënten bijvoorbeeld meedenken over de onderzoeksvraag? Welke uitkomstmaten hanteren de onderzoekers in hun studie? Gaat het ze bijvoorbeeld vooral om medische uitkomsten, of ook om zaken als de kwaliteit van leven of de tevredenheid van de patiënt? Dergelijke uitkomsten zijn voor patiënten vaak minstens zo relevant.’ Bij projecten rond palliatieve zorg is het perspectief van mantelzorgers en naasten onmisbaar, vindt Pels. ‘In de terugkoppeling op projectaanvragen zeggen panelleden vaak: stel deze vragen ook aan de familie.’

Meer baat voor de patiënt

De inbreng van patiënten kan onderzoekers behoeden voor het probleem dat zij onvoldoende deelnemers aan hun onderzoek weten te vinden. Pels: ‘Zeker als patiënten veel last hebben van hun aandoening, zitten ze waarschijnlijk niet te wachten op het invullen van twintig vragenlijsten en een reeks extra bezoeken aan het ziekenhuis.’ Op papier ziet een onderzoeksopzet er dan misschien goed doortimmerd uit, licht Pels toe, maar als de potentiële deelnemers uit de doelgroep om dit soort redenen afhaken, behaal je wetenschappelijk onvoldoende resultaat. Pels heeft als onderzoeker zelf ervaren hoe belangrijk het is om patiënten intensief te betrekken bij de opzet en uitvoering van het onderzoek. ‘Als wetenschapper moet je oppassen je niet te veel blind te staren op je eigen wetenschappelijke vragen. Door patiënten serieus te laten meewerken, kom je er achter dat de betrokkenen zelf soms helemaal niet op bepaalde uitkomsten zitten te wachten. Het gaat erom je onderzoek zo in te richten dat de patiënt uiteindelijk ook echt baat heeft van de nieuwe kennis.’

Nog een stap verder

Pels merkt dat wetenschappers het participeren van patiënten in hun projecten steeds serieuzer nemen. ‘Vroeger zeiden onderzoekers soms: ik doe aan patiëntenparticipatie, want ze zitten als onderzoeksgroep in mijn studie. Deze interpretatie van ‘participatie’ kom je nu niet meer tegen. We krijgen nu serieuze antwoorden op de vragen die vanuit het panel aan de projectaanvragers worden gesteld. En steeds vaker zeggen onderzoekers: dit is belangrijk, dus we maken speciaal budget vrij voor patiëntenparticipatie in ons project. Bijvoorbeeld om patiënten te laten meedenken over de best passende onderzoeksmethode en de voor hen relevante uitkomstmaten. Of door ze te laten meeschrijven aan de informatiebrief voor potentiële deelnemers, zodat die beter aansluit bij de vragen waar patiënten mee zitten.’ Wat Pels betreft zou de participatie van patiënten nog een stap verder kunnen gaan. ‘Op dit moment zitten patiënten nog niet in alle programmacommissies van ZonMw. Dat zou wat mij betreft eigenlijk de standaard moeten worden. Zodat het patiëntenperspectief ook al in de onderzoeksprogrammering een plek kan krijgen.’

Drie gouden lessen voor patiëntenparticipatie in onderzoek 

  1. Betrek patiënten al vanaf het begin bij je projectopzet. Als je een aanvraag hebt geschreven en ze dan pas laat meelezen, loop je al achter de feiten aan. Toets ook je eerste ideeën en de vraagstelling, zodat je al aan het begin de plannen eventueel kunt bijstellen en aanscherpen. Zie ook deze handige toolkit uit het project ‘patientenparticipatie bij de projecten van palliantie’
  2. Lees ‘Een 10 voor patiëntenparticipatie’, een ZonMw-publicatie met tips, bloopers en de tien meest gebruikte smoezen om patiënten niet te laten participeren. 
  3. Laat je trainen over hoe je patiëntenparticipatie als onderzoeker kunt vormgeven. Ook patiëntenorganisaties kunnen zich laten scholen. Bijvoorbeeld door PGOsupport

Dit artikel stond in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie juni 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

 

 

]]>
news-4120 Thu, 23 May 2019 16:23:00 +0200 Sjaak Wijma: ‘Nú discussie voeren over kosteneffectiviteit’ http://farma-magazine.nl/sjaak-wijma-nu-discussie-voeren-over-kosteneffectiviteit/ De discussie over de kosteneffectiviteit van de farmacie moet nu worden gevoerd, stelt Sjaak Wijma, voorzitter van Zorginstituut Nederland. “Ik vind het onverteerbaar dat we behandelingen zonder nut wel betalen en tegelijkertijd willen stoppen met financiering van een therapie die bewezen effectief is, maar die het stempel duur heeft.”