Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding

Een depressie of depressieve symptomen komen relatief vaak voor tijdens de zwangerschap. In dit project kreeg 5 tot 10% van de zwangere vrouwen hier mee te maken. Een deel van deze vrouwen werd behandeld met antidepressiva. Maar het was onduidelijk of het gebruik van deze medicijnen schadelijk zou kunnen zijn voor het (ongeboren) kind of de depressie zelf.

 

Doel

In dit project werden de effecten van (onbehandelde) depressie, depressieve symptomen en het gebruik van antidepressiva op veelvoorkomende zwangerschapsuitkomsten onderzocht.

 

Opzet

We onderzochten het risico op vroeggeboorte, laag geboortegewicht en een lage Apgar score. Dit deden we in de PRIDE (PRegnancy and Infant DEvelopment) Study, een langlopend grootschalig onderzoek waarin vrouwen tijdens en na de zwangerschap vragenlijsten invullen via internet en speeksel doneren. Ook voegden we de gegevens van een groot aantal reeds gepubliceerde buitenlandse onderzoeken samen in een zogenaamde Individuele Patiënten Data (IPD) meta-analyse.

 

Resultaten

De vragenlijsten gaven ons goede informatie over welke vrouwen meer kans lopen op het hebben of krijgen van (symptomen van) een depressie in de zwangerschap. Dit zijn onder andere vrouwen met een eerdere depressie of met ernstige misselijkheid en vrouwen die een stressvolle gebeurtenis meemaakten. Ook gaven de vrouwen ons veel goede gegevens over de geboorte van het kind en de relevante zwangerschapsuitkomsten, maar helaas niet over het gebruik van antidepressiva. In de speekselmonsters werd de hoeveelheid cortisol gemeten, maar dit bleek geen goede maat voor depressie. Wel vonden we dat de 25% vrouwen met de hoogste cortisolconcentraties vaker een kind kregen met een minder goede start (5-minuten Apgar score lager dan 7). Verdere onderzoeken worden uitgevoerd in 2019-2020, wanneer het aantal deelneemsters aan de PRIDE Study gestegen is tot boven de 10.000 Nederlandse vrouwen. De belangrijkste conclusie uit de IPD meta-analyse van buitenlandse onderzoeken is dat vrouwen met (symptomen van) een depressie tijdens de zwangerschap meer kans lopen op een te vroeg geboren kind of een kind met een lage Apgar score. Het wel of niet slikken van antidepressiva heeft daarop nauwelijks invloed. Er zijn geen duidelijke effecten gevonden op het geboortegewicht, maar over andere zwangerschapsuitkomsten kunnen we vooralsnog geen uitspraken doen.

 

Conclusie

Met de verkregen kennis kunnen artsen en zwangere vrouwen een op wetenschappelijke feiten gebaseerd oordeel vellen over de negatieve effecten van (symptomen van) een depressie voor het ongeboren kind versus de mogelijk positieve effecten van medicinale behandeling voor de moeder.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is onderzoek gedaan naar de effecten van (onbehandelde) depressie, depressieve symptomen en het gebruik van antidepressiva op veelvoorkomende zwangerschapsuitkomsten zoals vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Dit is gedaan in de PRIDE (PRegnancy and Infant DEvelopment) Study, een langlopend grootschalig onderzoek waarin vrouwen tijdens en na de zwangerschap vragenlijsten invullen via internet en speeksel doneren. De landelijke inclusie van zwangere vrouwen in de PRIDE Study kwam slechts langzaam op gang, maar eind augustus 2018 was het aantal deelnemend vrouwen ruim 8.100. De 10.000ste zwangere vrouw in de PRIDE Study wordt in 2019 verwacht, zodat in 2019-2020 alle onderzoeksvragen in dit project definitief beantwoord kunnen worden voor Nederlandse vrouwen.In de afgelopen periode is vooral veel onderzoek gedaan naar de waarde van het stresshormoon cortisol in speeksel als maat voor depressie en naar de kwaliteit van de gegevens die we verzamelen via de internetvragenlijsten. Daarnaast hebben we gekeken bij welke vrouwen vooral depressieve symptomen voorkomen tijdens de zwangerschap. Ook hebben we de gegevens van een groot aantal reeds gepubliceerde buitenlandse onderzoeken samengevoegd in een zogenaamde Individuele Patiënten Data (IPD) meta-analyse.

 

Over de opzet van de PRIDE Study en de resultaten van de validatiestudies ten aanzien van de dataverzameling in dit project zijn artikelen verschenen in diverse wetenschappelijke tijdschriften. Om de waarde van speekselmonsters voor het meten van de cortisolconcentratie tijdens de zwangerschap te bepalen, vergeleken we 3 versus 1 speekselmonster per vrouw. Hieruit konden we concluderen dat het verzamelen van 1 speekselmonster bij het opstaan voldoende is voor een goede schatting van de hoeveelheid cortisol bij zwangere vrouwen. Helaas bleek de cortisolconcentratie geen goede maat te zijn voor depressieve symptomen, die in dit onderzoek gemeten werden met de Edinburgh Depression Scale (EDS), de Patient-Health Questionnaire 2 (PHQ-2) en de Pregnancy-Related Anxiety Questionnaire (PRAQ-R). Wel vonden we dat de 25% vrouwen met de hoogste cortisolconcentraties vaker een kind kregen met een minder goede start (5-minuten Apgar score lager dan 7).

 

De antwoorden van de deelnemende vrouwen in de internetvragenlijsten zijn ook vergeleken met gegevens van verloskundigen, gynaecologen en huisartsen en met dagboekjes waarin een deel van de vrouwen voor 6 weken hun medicijngebruik bijhield. Hieruit bleek dat vrouwen heel goede gegevens verstrekken over de zwangerschapsduur en het geboortegewicht van hun kind en redelijk goede gegevens over chronische ziekten. Helaas bleken ze niet altijd juist te antwoorden op de vraag of ze een depressie hadden (gehad) of antidepressiva gebruikten. De hierboven genoemde vragenlijsten voor het meten van depressieve symptomen waren wel goed bruikbaar, met de PHQ-2 als een goed eerste screeningsinstrument voor het uitsluiten van depressie tijdens de zwangerschap. Het aantal vrouwen met depressieve symptomen in de onderzoekspopulatie nam toe in de loop van de zwangerschap van ruim 5% in het eerste trimester naar 10% rond week 35 van de zwangerschap. Vooral zwangere vrouwen met bijvoorbeeld een eerdere depressie of ernstige misselijkheid en vrouwen die een stressvolle gebeurtenis meemaakten, hadden meer kans op het hebben of krijgen van (symptomen van) een depressie in de zwangerschap.

 

De belangrijkste conclusie uit de IPD meta-analyse van buitenlandse onderzoeken met in totaal meer dan 400.000 vrouwen is, dat vrouwen met (symptomen van) een depressie tijdens de zwangerschap meer kans lopen op een te vroeg geboren kind of een kind met een lage Apgar score. Het wel of niet slikken van antidepressiva heeft daarop niet of nauwelijks invloed, met uitzondering van een aantal specifieke middelen tegen depressie. Er zijn geen duidelijke effecten gevonden op het geboortegewicht, ook niet gecorrigeerd voor de duur van de zwangerschap, maar over andere zwangerschapsuitkomsten kunnen we vooralsnog geen uitspraken doen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Depressie komt relatief vaak voor tijdens de zwangerschap, maar het is onduidelijk of antidepressiva schadelijk kunnen zijn voor het (ongeboren) kind. Daarom worden in dit project de effecten van (onbehandelde) depressie, depressieve symptomen en het gebruik van antidepressiva op veelvoorkomende zwangerschapsuitkomsten zoals vroeggeboorte en een laag geboortegewicht onderzocht. Dit doen we in de PRIDE (PRegnancy and Infant DEvelopment) Study, een grootschalig cohortonderzoek waarin vrouwen tijdens en na de zwangerschap vragenlijsten invullen via internet en een deel van hen ook bloed en speeksel doneert. De landelijke inclusie van zwangere vrouwen in de PRIDE Study is slechts langzaam op gang gekomen, maar vertoont nu een continue stijging. Eind 2016 verwachten we voldoende deelnemende vrouwen te hebben om duidelijke antwoorden te kunnen geven op (een groot deel van) de onderzoeksvragen. Intussen wordt hard gewerkt aan een meta-analyse over depressie en zwangerschap en is de waarde van cortisol in speeksel als maat voor stress en/of depressie onderzocht. Met de resultaten van dit onderzoek kunnen artsen en zwangere vrouwen een op wetenschappelijke feiten gebaseerd oordeel vellen of de positieve effecten van medicinale behandeling van depressie opwegen tegen de mogelijk negatieve gevolgen voor het kind.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Over de opzet van de PRIDE Study en de eerste resultaten ten aanzien van de dataverzameling zijn artikelen verschenen in Paediatric and Perinatal Epidemiology, Journal of Medical Internet Research, Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen en Tijdschrift voor Verloskundigen. Om de waarde van speekselmonsters voor het meten van het stresshormoon cortisol tijdens de zwangerschap te bepalen, vergeleken we 3 versus 1 speekselmonster per vrouw. Hieruit konden we concluderen dat het verzamelen van 1 speekselmonster per vrouw volstaat voor een goede schatting van de corsisolconcentratie. Helaas blijkt deze concentratie niet samen te hangen met de in het onderzoek gemeten scores voor depressieve klachten in de Edinburgh Depression Scale en de Pregnancy-Related Anxiety Questionnaire. De door de deelnemende vrouwen gegeven antwoorden in de web-based vragenlijsten zijn ook vergeleken met gegevens van verloskundigen, gynaecologen en huisartsen. Hieruit bleek dat vrouwen niet altijd juist antwoorden op de vraag of ze een depressie of angststoornis hebben (gehad), maar wel heel goede gegevens verstrekken over de zwangerschapsduur en het geboortegewicht van hun kind. In een meta-analyse van resultaten die al in de literatuur beschreven zijn, vonden we dat de kans op een vroeggeboorte of het krijgen van een kind met een laag geboortegewicht of een aangeboren hartafwijking 1,2 tot 2,1 keer zo hoog is als gebruikelijk voor vrouwen die depressieve klachten hebben en/of antidepressiva slikken tijdens de zwangerschap. Verdere uitwerking van deze meta-analyse kan echter nog tot andere resultaten leiden.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Depression is a relatively common condition during pregnancy with prevalence estimates ranging from 7 to 12%. As this condition has been associated with adverse effects on maternal and fetal health, treatment of depression is generally recommended. Rates of antidepressant use are increasing over time with an estimated 5-13% of pregnant women currently being treated with antidepressants. ZonMw lists the lack of knowledge on the risks of antidepressant use during pregnancy as an important knowledge gap. Use of antidepressants has been associated with an increased risk of preterm birth, but results are inconclusive for other perinatal outcomes. In addition, methodological issues hamper the interpretation of the results from previous studies. Therefore, the objective of the proposed project is to provide new empirical information about the independent effects of maternal depression, depressive symptoms, and use of antidepressants during pregnancy on the risks of preterm birth, low birth weight, small for gestational age, and poor Apgar scores to facilitate evidence-based treatment.

 

The proposed study will be imbedded in the PRIDE (PRegnancy and Infant DEvelopment) Study, a large prospective cohort study that aims to include more than 150,000 women in early pregnancy. This study design overcomes the methodological shortcomings of often used retrospective designs and enables the use of biomonitoring for exposure assessment and validation. During pregnancy, at gestational weeks 8-10, 17 and 34, as well as 2 months after delivery and biannually during childhood, the participating women provide data on medical and pregnancy history, general health, lifestyle, use of medication including antidepressants, pregnancy outcomes, and child health through web-based questionnaires. To assess depressive symptoms, each prenatal questionnaire contains the two-item NICE questionnaire and either the Hospital Anxiety and Depression Scale or the Edinburgh Depression Scale. Self-reports of relevant items are verified by pharmacy and medical records and linkage with the Netherlands Perinatal Registry. Blood and saliva samples are obtained to measure antidepressant and cortisol levels, respectively, for validation purposes. In addition, these measurements will be used as alternative and more objective parameters for self-reported antidepressant use and depressive symptoms in cohort and nested case-control study designs.

 

Within the grant period, we expect to include complete questionnaire and outcome data of at least 60,000 women that will be followed from early pregnancy through the first postnatal questionnaire. Among these women, an estimated 4,800 (8%) will have received a clinical diagnosis of depression and 1,800 (3%) will be using antidepressants during pregnancy. The Dutch prevalence rates of the outcomes of interest range between 1.3% for a poor Apgar score and 7.7% for preterm birth. These numbers will give us more than adequate power to detect associations between the selected perinatal outcomes and depression with or without use of antidepressants, including subgroups of specific antidepressants or severity of depression, in case-control analyses using multivariable logistic regression with adjustment for a range of covariables.

 

The results will be evaluated and interpreted in light of our research aims and will contribute to a better understanding of the potential risks of depression, depressive symptoms, and antidepressant use during pregnancy. This knowledge could help health care providers and pregnant women in making evidence-based decisions on whether or not the beneficial effects of treatment outweigh the possible risks for the unborn child. The new scientific information acquired will be disseminated through publications in peer-reviewed journals, as well as to the prospective parents, prenatal care providers, general practitioners, and psychiatrists.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website