Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veruit de meest voorkomende visuele stoornis na niet-aangeboren hersenletsel is homonieme

gezichtsvelduitval (hemianopsie). Mensen met hemianopsie hebben vaak moeite hun omgeving goed te overzien en dit lijdt tot gevoelens van onzekerheid, problemen met de oriëntatie en een afname van de zelfstandige mobiliteit.

Zo botsen mensen met homonieme gezichtsvelduitval regelmatig

tegen objecten of tegen ander mensen en kunnen of durven ze hierdoor niet meer zelfstandig te wandelen of te fietsen. Dit heeft zeer ingrijpende gevolgen voor de participatie.

De IH-CST is een compensatoire scanningstraining die erop gericht is om mensen met hemianopsie grote oog- en

hoofdbewegingen te laten maken in het blinde halfveld.

 

De resultaten van het onderzoek InZicht Hemianopsie laten zien dat mensen met homonieme homonieme die de Compensatoire Scanningstraining (IH-CST) gevolgd hebben baat hebben bij deze training. Getrainde personen krijgen sneller een overzicht van hun omgeving en ervaren minder visueel gerelateerde klachten in onder andere de dagelijkse mobiliteit in vergelijking met mensen die de training niet hebben gekregen. Mensen die de training hebben gevolgd rapporteren 6-9 maanden na afloop van de training nog steeds een verbetering in de dagelijkse mobiliteit, minder andere visueelgerelateerde klachten en een kleinere invloed van de visuele beperking op het dagelijks leven dan voorafgaand aan de training.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De uitgevoerde analyses geven aanwijzingen voor een positief effect van de IH-CST op een aantal scan- en mobiliteitsparameters. Daarnaast oordelen patiënten positief over de training en de trainingseffecten.

 

Aard van het kijkgedrag:

Analyse van de oogbewegingen voorafgaand en na afloop van de training laat zien dat na afloop van de training op een aantal taken de spreiding van de fixaties op de horizontale as toeneemt en er verder in der richting van het blinde veld wordt gekeken.

 

Effectiviteit van het scangedrag:

Patiënten met homonieme hemianopsie reageren na de IH-CST sneller op stimuli aan de blinde zijde wanneer zij de aandacht moeten verdelen tussen een centrale taak en stimuli in de blinde en de intacte periferie. Dit gaat niet koste van de reactiesnelheid op stimuli in het intacte halfveld, de kwaliteit van de reacties en de aandacht voor het centrale gebied.

 

Langzame mobiliteit (lopen)

Er zijn aanwijzingen dat de training zorgt voor minder contact met obstakels tijdens het lopen, wat niet ten koste lijkt te gaan van de loopsnelheid en de aandacht voor andere cognitieve taken (bv. een gesprek voeren).

 

Gemotoriseerd verkeer

Op het gebied van snelle mobiliteit (autorijden) is gevonden dat de IH-CST in combinatie met een bij Koninklijke Visio gevolgd AutOMobiliteitstraject en een aantal rijlessen bij een gecertificeerde rijschool een verbetering oplevert in zowel het kijkgedrag, als het operationele handelen en de tactische keuzes tijdens het autorijden. Een deel van de patiënten met hemianopsie is hierdoor weer rijgeschikt bevonden door het CBR.

 

Vragenlijsten:

Uit de vragenlijsten blijkt dat deelnemers zelf een verbetering in de dagelijkse mobiliteit, minder andere visueelgerelateerde klachten en een kleinere invloed van de visuele beperking op het dagelijks leven ervaren na het volgen van de training. Deze verbetering is niet te zien in de wachtlijstconditie en kan dus niet veroorzaakt worden door een hertesteffect of spontane verbetering. Deze positieve effecten van de training zijn 6-9 maanden na afloop van de training nog steeds aanwezig.

 

Het is onwaarschijnlijk dat bovenstaande positieve effecten van de IH-CST verklaard worden door een verbetering in de grootte van het visuele veld, de gezichtsscherpte en de contrastgevoeligheid. Er zijn namelijk geen aanwijzingen gevonden voor effecten van de training op deze visuele functies. Dit maakt het aannemelijk dat de positieve effecten het gevolg zijn van de aangeleerde compensatiestrategie.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

InZicht Hemianopsie Samenvatting Het project InZicht Hemianopsie betreft een wetenschappelijk onderzoeksproject van Koninklijke Visio met subsidie van ZonMW InZicht in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) en het Universitair Medisch Centrum Gronningen (UMCG, afdelingen Neuropsychologie). De looptijd is van september 2009 tot en met augustus 2013. Het doel van het project is het meten van het effect van compenserende saccadische kijktraining (SCT) op de mobiliteit bij mensen met homonieme gezichtsvelduitval (hemianopsie/kwadrantanopsie) ten gevolge van een neurologische aandoening. Projectleider is dr. Joost Heutink (neuropsycholoog Koninklijke Visio Noord en Universitair Docent RuG) en medeaanvrager is dr. Bart Melis-Dankers (klinisch fysicus Koninklijke Visio Noord). Gera de Haan MSc. is als promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) aangesteld als projectonderzoeker voor het project InZicht Hemianopsie. Hemi-anopsie Niet-aangeboren hersenletsel kan uiteenlopende gevolgen hebben, waaronder gezichtsvelduitval. Een veel voorkomende vorm van gezichtsvelduitval na post-chiasmatisch letsel is homonieme hemianopsie. Hierbij is sprake van blindheid (anopsie) voor de linker- of rechterhelft van het gezichtsveld (hemi), welke in beide ogen gelijk is (homoniem). Mobiliteit Een veel gehoorde klacht bij homonieme hemianopsie betreft de mobiliteit. Homonieme hemianopsie leidt er in veel gevallen toe dat de omgeving minder goed of minder snel overzien wordt. Dit kan ertoe leiden dat cliënten tegen dingen aanbotsen of schrikken van mensen en auto's die zij niet hadden zien aankomen. Hierdoor kunnen of durven zij minder goed zelfstandig te lopen of fietsen, waardoor zij minder mobiel zijn dan voorheen. Dit kan zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de deelname aan allerlei activiteiten en daardoor ook voor de participatie in de maatschappij. Kijkstrategie Met een goede kijkstrategie kan gecompenseerd worden voor de gezichtsvelduitval. Deze kijkstrategie is gebaseerd op het maken van grote oog- en hoofdbewegingen naar de blinde kant van het gezichtsveld. Hierdoor wordt een groter deel van de omgeving sneller gezien. Dit zorgt voor een vermindering van het botsen en schrikken en daardoor voor meer zelfstandigheid in de mobiliteit. Onderzoek Zowel vanuit de praktijkervaring als vanuit enkele wetenschappelijke onderzoeken zijn sterke aanwijzingen gekomen dat een kijkstrategietraining een positief effect heeft op het overzicht van de omgeving en op de mobiliteit. Toch bestonden er tot op heden weinig mogelijkheden om de kijkstrategie bij mensen met homonieme hemianopsie te trainen. De komende jaren wordt het effect van een geprotocolleerde kijktraining op grote schaal in Nederland onderzocht. Dit wetenschappelijk onderzoek heeft de naam InZicht Hemianopsie en wordt uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen. Uitvoering Ten behoeve van dit onderzoek wordt de kijkstrategietraining gegeven op locaties van Koninklijke Visio verspreid over het hele land, zodat de cliënten voor de training zo weinig mogelijk hoeven te reizen. Ondanks dat de training volgens een bij Koninklijke Visio Haren ontwikkeld protocol gegeven wordt, is er voldoende ruimte voor de individuele eigenschappen en hulpvragen van elke cliënt. In deze training krijgt de cliënt gedurende 15 sessies stapsgewijs inzicht in de aard van de visuele beperking en wordt hem/haar geleerd om steeds grotere oogbewegingen te maken naar de blinde kant van het gezichtsveld. Na enkele sessies worden deze oogbewegingen gecombineerd met hoofdbewegingen. Ten slotte wordt deze kijkstrategie toegepast in mobiliteitstaken met oplopende moeilijkheidsgraad. Het doel is dat na afloop van de training de omgeving beter overzien wordt en dat de mobiliteitsbeperking is afgenomen. Om het effect van de training wetenschappelijk te kunnen vaststellen, zullen bij alle deelnemende cliënten vóór en ná de trainingsfase wetenschappelijke onderzoeksmetingen worden gedaan. Bij de helft van de deelnem

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Instroom:

 

De instroom van nieuwe onderzoeksdeelnemers vanuit de regionale centra is per 1 juli 2012 gestopt. In 2011 was er sprake van tegenvallende instroom voor het onderzoek, maar door gezamenlijke inspanning van de onderzoekers en de betrokken medewerkers van diverse regionale centra is het aantal onderzoeksdeelnemers ruim boven de 50 uitgekomen. Het uiteindelijke aantal deelnemers is eind oktober bekend. Dan zullen de laatste metingen in het UMCG zijn afgerond.

 

 

Resultaten:

 

Zodra de laatste effectmetingen zijn voltooid (oktober 2012) zal het effect van de toegepaste training op de visuele functies, activiteiten en participatie worden uitgewerkt.

Sommige voorlopige resultaten van de studie zijn gepresenteerd op internationale symposia. Een opvallend resultaat is dat de meerderheid van de onderzochte patiënten met hemianopsie aangeeft hinder te ervaren van nonspecifieke visuele klachten. Ondanks screening en selectie die lagere-orde visusstoornissen, perceptiestoornissen of ruimtelijke problemen uitsluit, blijkt 58% van de cliënten frequent last te hebben van lichthinder, terwijl 54% een vergrote lichtbehoefte rapporteert. De klachten zijn ook moeilijk vanuit de gezichtsveldbeperking te verklaren.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The largest group of visual disorders after acquired brain injury are homonymous visual field defects (HVFDs). Homonymous hemianopia refers to a loss of perception over half the field of vision, affecting both eyes, due to a deficient cortical representation of parts of the visual field or deficient transmission of information from the chiasm towards the visual cortex. Thirty percent of all patients with stroke have HVFDs [1], and 70% of these patients show a spatially disorganized visual search strategy [2]. Such patients have particular difficulties with reading and visual exploration, which have far-reaching, disabling repercussions on their domestic and vocational lives. These percentages indicate the impact of the HVFDs, and how important structured rehabilitation efforts for this group of patients can be.

 

Some authors have found evidence that patients may successfully adapt to their HVFDs by compensatory oculomotor strategies - that is, by learning to make large eye movements into the blind hemifield, thereby enlarging the field of search and improving visually guided activities of daily living [2-6]. However, in these studies, patients have acted as their own controls (within-subject repeated measure design) and the results of patients who received scanning compensatory therapy (SCT) have not been compared with those of an untreated control group. It is therefore necessary to study the effect of SCT in a randomised controlled trial to evaluate the specific effect of this treatment [7,8].

 

The goal of the proposed study is to carry out a RCT to study the effect of SCT among 60 patients with HVFDs due to postchiasmatic lesions of the visual system after brain injury. Patients will be randomly allocated to a treatment group or a waiting-list control group. To ensure balance between the two groups in size and patient characteristics (sex, age, left or right hemisphere lesion and period of time after onset of the lesion) treatment will be allocated by minimisation [9]. Treatment (18 hours of training during a 10-week period) consists of increasing the amplitude of saccadic aye movements on a wide visual display; training of systematic, spatially organised visual search on a wide visual display; and transfer to visual activities of daily living.

 

Outcome measures will consist of physiological, cognitive, behavioural and subjective measures such as eye tracking, visual search tasks, mobility tasks, and questionnaires. Patients in the waiting-list control group will receive SCT at a later stage.

 

It is worth mentioning that this project can be combined with the project of dr. Bart Melis-Dankers (project number: 60-00635-98-060: Scanning compensatory therapy for people with homonymous hemianopia for driving), in which the effect of SCT on driving patients is assessed. Although the projects can be realised separately, joining both projects would result in significant synergy profits.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website