Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de regio Midden Westelijk Utrecht (werkgebied van GGZ instelling Altrecht) loopt sinds 1 mei 2017 een project waarin aangepaste vorm van vervoer geboden wordt ten behoeve van mensen met verward gedrag. De pilot is onderdeel van de aanpak “personen met verward gedrag” regio Utrecht. De pilot passend vervoer is gestart als alternatief voor en aanvulling op vervoer door de politie en ambulance. De politie blijft rijden als er sprake is van (een vermoeden van) een strafbaar feit en bij ernstige overlast. De ambulance rijdt als er direct somatisch toezicht of behandeling nodig is. In de overige situaties wordt de GGZ Vervoersdienst ingeschakeld als er een vorm van professioneel begeleid vervoer noodzakelijk is. Deze vormen van vervoer worden ingezet zowel voor als na beoordeling. Vanuit projectmiddelen worden de ritten van de GGZ Vervoersdienst door ZonMW bekostigd.. De gemeente Utrecht en Zilveren Kruis hebben zich als co financiers aan het project verbonden. Over de pilot zijn afspraken gemaakt tussen de RAVU, de GGZ vervoersdienst, de Politie, Zilveren Kruis, gemeente Utrecht, de brigadier Vervoer en Altrecht. Regiogemeenten zijn aangehaakt via het regionaal schakelteam, het bestuurlijk overleg WMO en de veiligheidsregio. Ook vindt periodiek afstemming plaats met het Regionaal Overleg Acute Zorg. De inbreng van cliënten verloopt via de projectgroep Passend vervoer.

In de pilot wordt, naast de gebruikelijke vervoersmogelijkheden van politie en ambulance, een vervoersalternatief geboden door de GGZ vervoersdienst. De GGD Vervoersdienst rijdt met neutrale taxibusjes die worden bemenst door medewerkers met ruime werkervaring in de GGZ. Hun werkwijze en bejegening is erop gericht gevoelens van onveiligheid bij de patiënt te voorkomen door het vervoer ‘zo normaal mogelijk’ en de-escalerend te laten verlopen. Dat betekent: geen dwang (geboeid) of drang, niet liggend, zonder medicamenteus ingrijpen en met communicatie die zo goed mogelijk aansluit bij de mogelijkheden en behoeften die cliënt op dat moment heeft. De medewerkers hebben een achtergrond als hulpverlener in de psychosociale- en/of geestelijke gezondheidszorg.

In de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 juli 2018 zijn er 630 personen met de GGZ Vervoersdienst vervoerd waarvan bij 31% voor beoordeling en ruim 69% er na. Voor patiënten met ernstige psychiatrische problematiek is vervoer met de GGZ Vervoersdienst vooral een alternatief voor de inzet van vervoer per ambulance gebleken. Het vervoer voor beoordeling als alternatief voor vervoer door de politie is nog beperkt en verdient verdere groei.

 

Patiënten, politie en de medewerkers van de crisisdienst zijn zeer tevreden met de verschillende (passende) vervoer mogelijkheden voor patiënten en de beperktere inzet van dwangtoepassingen voor het vervoer. De geanonimiseerde data met betrekking tot het vervoer door de GGZ Vervoersdienst zijn ter beschikking gesteld aan de onderzoeksbureaus Significant en KPMG. Daarnaast heeft Zorgbelang Inclusief patiënten geïnterviewd.

 

Aan deze pilot is geen nul meting vooraf gegaan. Ook ontbreken exacte gegevens over de inzet van voertuigen van politie en ambulance gedurende de pilot.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 juli 2018 zijn 630 personen met de GGZ Vervoersdienst vervoerd. 31 % werd vervoerd voorafgaand aan beoordeling en 69% na beoordeling door de Crisisdienst.

Van de ritten voorafgaand aan beoordeling (N=195) vormde 60% een alternatief voor het vervoer door de politie. De overige 40% betrof vervoer van patiënten naar de beoordelingslocatie van de GGZ, veelal vanaf een huisartsenpost, spoed eisende hulp of beschermde woonvorm. Deze patiënten werd voorheen per definitie op locatie/huisbezoek gezien door de crisisdienst.

Aan ruim een kwart van de ritten (164 van de 630) ging een somatische screening van SEH, huisartsenpost of FFMU arts aan vooraf. Daarbij wordt de aandacht die de crisisdienst besteed aan de eventuele aanwezigheid van somatische problematiek bij een beoordeling niet gezien als somatische screening.

Van de ritten na beoordeling (N=433) vormde 89% (N=386) een alternatief voor het vervoer per ambulance.

Alle ritten die een alternatief vormden voor vervoer per ambulance hadden als bestemming een opnamelocatie van de GGZ, Kliniek voor Intensieve Behandeling, Verpleeghuis of Verslavingszorg. Bij 52% van de ritten betrof vervoer van patiënten met een BOPZ maatregel (137 patiënten met IBS, 90 patiënten met RM)

Na beoordeling door de crisisdienst is de inzet van ambulance vervoer zeer beperkt. Door een andere wijze van registratie bij de ambulancedienst ontbreken daarover harde gegevens. Als de psychiater van mening is dat de patiënt om vervoerd te kunnen worden sedatie nodig heeft volgt per definitie inzet per ambulance. Gelet op de goede ervaringen met vervoer door GGZ Vervoersdienst wordt er voorafgaand aan het vervoer vrijwel geen sedatie meer gegeven. De politie meldt dat de GGZ Vervoersdienst vrijwel nooit een verzoek om bijstand doet.

 

Het vervoer terug naar huis van patiënten die op de beoordelingslocatie gezien zijn en waarbij een ambulant traject gevolgd wordt gaat in beginsel met familie of openbaar vervoer. Als dat niet mogelijk is (bijv. omdat openbaar vervoer niet meer rijdt) en er tegelijkertijd ook geen noodzaak is voor professioneel begeleid vervoer zetten wij voor eigen rekening een taxi in. Gemiddeld gebeurt dit 5-10 keer per maand.

De oudste patiënt die vervoerd werd was 94 jaar, de jongste 14. Bij 7 van de 630 ritten was de patiënt jonger dan 18 jaar. 73 patiënten waren ouder dan 65 jaar (11,6%).

Familie en naasten kunnen desgewenst meerijden met de GGZ Vervoersdienst. Dat gebeurt in de dagelijkse praktijk maar er worden geen getallen over bijgehouden

 

33 keer werd een rit naar een bestemming buiten de regio gemaakt. Dat betrof patiënten uit andere regio’s die bijvoorbeeld gezien werden in het (bovenregionale) Arrestanten Complex van Politie in Houten en vervoer naar een kliniek in eigen regio nodig hadden. Ook betrof het vervoer van kinderen/jeugdigen met BOPZ maatregel naar een jeugdpsychiatrische kliniek in Amsterdam of Den Haag. 24 keer werd dit vervoer buiten kantooruren (en ook ’s nachts) uitgevoerd.

 

Bij 229 ritten (36) wordt nadrukkelijk melding gemaakt van suïcidaliteit, bij 111 ritten (18%) was de patiënt onder invloed van middelen (met dien verstande dat er vooraf de inschatting gemaakt was dat er geen somatisch toezicht noodzakelijk was).

Een aanzienlijk deel van het vervoer betreft patiënten met een psychose of manie. Deze gegevens uit het dossier zijn geen onderdeel van de door ZonMW gevraagde data en daarom niet meegenomen in de registratie. Wij hebben het hierbij wel over de ritten die potentieel risicovol zijn.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanaf 1 mei loopt in de regio Utrecht de pilot passend vervoer. In deze pilot wordt naast de gebruikelijke vervoersmogelijkheden van politie (bij strafbaar feit)en ambulance (somatische toezicht en behandeling) er een vervoersalternatief geboden door de GGZ Vervoersdienst. De GGZ VD rijdt met een onopvallend taxibusje die bemenst wordt door medewerkers met ruime GGZ ervaring in dé- escalatie en normalisatie. Het is geen medisch vervoer!

 

In de periode maart t/m oktober zijn er 236 personen door de GGZ vervoerd. 1/3 deel van dit vervoer vond plaats voor beoordeling door de crisisdienst, 2/3 deel erna. 53% van dit vervoer (n=126)vormt een alternatief voor vervoer door een ambulance (op basis van SIRM rapportage)22 % van het vervoer (N=51) voor vervoer door de politie. 30 % van het vervoer betreft vervoer van patiënten met een BOPZ titel, RM of IBS.

 

De norm aanrijtijd (<1/2 u) wordt goed gehaald waardoor (behandel) wachttijd wordt bekort. Zowel de Politie als GGZ hulpverleners zijn uitermate tevreden: er is goede en tijdige communicatie, de aanrijtijd is goed, het vervoer is niet aan regiogrenzen gebonden.

Er heeft nog geen tussentijdse evaluatie bij cliënten plaatsgevonden over hun ervaringen. Deze is gepland bij de eindevaluatie en cliënt vertegenwoordigers zullen daarbij een belangrijke rol toebedeeld krijgen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van mei t/m oktober zijn 236 personen door de GGZ VD vervoerd.

- 1/3e deel van dit vervoer vond plaats vóór beoordeling, 2/3e ná beoordeling

- 22% van dit vervoer (n=51) is een alternatief voor vervoer door de politie. Dan gaat het vooral om vervoer vóór beoordeling.

- 53% van dit vervoer (n=126) is een alternatief voor ambulance -vervoer. Daarbij gaat het om vervoer ná beoordeling

- 1/4e deel (overig; n=47)) een alternatief voor taxi-vervoer. Dit is zowel vervoer voor als ná beoordeling. De aanleiding is zowel medisch als sociaal, soms is begeleiding geïndiceerd vanwege de verwarring bij cliënt (bv dementie). Een deel van het vervoer hangt samen met de organisatie van de zorg: Vanwege het bestaan van een 24/7 beoordelingsruimte wordt het werk van daaruit georganiseerd. Dit heeft ook tot gevolg dat veel clienten daar vanuit efficiency oogpunt daar naar toe komen voor beoordeling. (resultaat bekorting wachttijd, snellere start behandeling).

- 30 % van het vervoer ( n=70) door de GGZ VD betrof patiënten met een BOPZ titel (IBS en RM)

 

In de subsidieaanvraag wordt benoemd dat er jaarlijks mogelijk 500 vervoersbewegingen door de politie overgenomen kunnen worden (vervoer vóór beoordeling). Voor het vervoer ná beoordeling (300-400 keer per jaar) zou de GGZ VD 200 maal een alternatief zijn voor de ambulance.

De huidige cijfers afgezet tegen de verwachtingen:

- de GGZ VD is iets vaker een alternatief voor de ambulance dan vooraf verwacht

- het politievervoer wordt minder ontlast dan vooraf verwacht

 

De helft van alle beoordelingen die door de politie zijn aangevraagd, vindt plaats op het politiebureau .

Bij strafbare feiten moet beoordelingen ook op het bureau plaatsvinden. Volgens de gegevens van de crisisdienst zou echter de helft van ‘politiebureau-beoordelingen’ ook hebben kunnen plaatsvinden op de beoordelingslocatie van de crisisdienst zelf. Het vervoer zou dan ook niet door de politie geschied zijn, maar door de GGZ VD.

De redenen dat er toch naar het politiebureau vervoerd werd, zijn divers . Het betekent echter ook dat de politie na aankomst nog toezicht moet houden, totdat de crisisdienst aangekomen is op het politiebureau. Bij vervoer door de GGZ VD naar de crisisdienst vervalt die toezichtstaak voor de politie. Dus wat tijdwinst lijkt, blijkt te eindigen in tijdverlies. Hier is voor de politie nog winst te behalen.

 

Een complete getalsmatige inventarisatie is echter niet mogelijk.

De politie heeft geen cijfers over hoeveel vervoersbewegingen er nu van hen zijn overgenomen en hoe vaak zij nog wel mensen vervoeren. Dat is niet uit de politiesystemen te halen.

De RAVU kan niet terugvallen op cijfers uit de meldkamer ambulance, omdat vervoer door de GGZ VD niet direct wordt gemeld aan de meldkamer.

Tot slot zijn cijfers bij de crisisdienst alleen te verkrijgen via handmatig dossieronderzoek en dan blijkt dat niet altijd precies is te achterhalen hoe het vervoersproces is verlopen.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voorafgaand aan beoordeling door de crisisdienst willen wij triageren teneinde vervoersalternatieven te kunnen inzetten voor vervoer door de politie.

Ook aansluitend op de beoordeling als er een acute opname indicatie gesteld is willen wij door middel van triage vervoersalternatieven inzetten voor het gebruik van de ambulance.

 

Centraal staat ontwikkelen en in gebruik nemen van triage instrument en de inzet van meerdere vormen van vervoer passend bij de indicatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website