Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In deze eerste fase van het project ‘Triage, passende zorg en vervoer’ is onderzoek gedaan naar meldingen die bij de 112-meldkamer binnenkomen over personen met verward gedrag.

 

In totaal betrof 55% van de geregistreerde meldingen personen die bekend zijn in de GGZ, 67% van de gevallen betrof niet-acute situaties. Deze informatie gaf aanleiding om te onderzoeken welk percentage van personen met verward gedrag niet vervoerd hoeft te worden, maar kan worden toegeleid naar zorg.

 

De belangrijkste conclusie is dat GGZ-expertise op de meldkamer van toegevoegde waarde is. Ambulanceverpleegkundigen zijn overwegend op somatische zorg gericht, politiemensen beschikken ook niet altijd over de juiste vaardigheden om mensen te begeleiden die in acute psychische nood verkeren. Een telefonische GGZ-hulpdienst naast de ambulancemeldkamer en politiemeldkamer kan hierin voorzien.

 

Zodra het triëren en toeleiden naar het juiste zorgaanbod verbeterd is, kan vervolgens een keuze worden gemaakt voor een passende vervoersvorm wanneer vervoer toch noodzakelijk is.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Per 1 januari 2018 is de politie gestopt met het vervoeren van personen met verward gedrag in alle gevallen waarbij er geen sprake is van een juridische basis (strafbaar feit). Daarnaast is landelijk en in de regio sprake van een stijging in het aantal meldingen van personen met verward gedrag. Bovendien is het niet altijd even wenselijk om personen met verward gedrag met de ambulance of door de politie te laten vervoeren. Het is voor deze groep personen van belang om snel, deskundig, veilig en met de juiste middelen te worden opgevangen en (waar nodig) vervoerd naar een (psychiatrisch) ziekenhuis. Om deze redenen is in december 2016 het projectvoorstel opgesteld voor de pilot ‘triage en passend vervoer/zorg voor mensen met verward gedrag’. In plaats van direct vervangend vervoer te regelen, is in de politieregio Rotterdam gekozen om op basis van goed zicht op de cijfers te bepalen hoe vervoer voor deze groep mensen het beste geregeld kan worden. Fase 1 van dit project betreft het verkrijgen van die cijfers.

 

Bij het vinden van de juiste werkwijze en de informatie die daarvoor inzichtelijk dient te zijn, was een aantal aandachtspunten opgesteld, te weten:

• De verdeling van verantwoordelijkheden tussen de politie, de ambulancezorg en de GGZ waren niet altijd helder.

• Op de meldkamer politie vond weinig triage plaats.

• De lage (passende) beddencapaciteit in de GGZ en beschikbaarheid van vervoer leverde problemen op.

 

Met inachtneming van deze aandachtspunten werd de pilot gestart met een tweetal taken: 1) registratie en 2) triage van meldingen die bij de meldkamer politie binnenkomen door personeel met deskundigheid op het gebied van psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg (sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, SPV’ers).

 

Resultaten:

Er zijn in totaal 155 meldingen geregistreerd. Dit zijn deels meldingen waarbij in vivo is meegeluisterd, terwijl eventuele tussentijdse meldingen werden gemist. Deels zijn het meldingen waarvan uit de notities bleek dat er sprake was van verward gedrag. Er was een groot verschil in meldingen per dienst: de ene keer was er geen melding, een andere keer waren het er 25.

 

Met de registratie is meer zicht gekregen op de diverse en diffuse groep personen met verward gedrag waarover meldingen binnenkomen op de politiemeldkamer. Voor dit inzicht is gebruik gemaakt van de urgentiegraden van de GGZ-triagewijzer en een schaal van gevaar die dezelfde categorieën hanteert als de wet BOPZ. Hiermee is vervolgens achterhaald welk percentage van de meldingen voor GGZ-expertise relevant is.

 

De volgende cijfers geven daarover inzicht:

Van de geregistreerde meldingen op de politie-meldkamer bleek meer dan de helft van de gevallen (55%) te gaan over een persoon met een psychiatrisch verleden in een instelling.

In totaal werd 67% van de meldingen als niet-acuut beoordeeld (maximale tijd van melding tot interventie langer dan 1 uur) en zou bijna twee derde deel (65%) kunnen worden opgepakt door de huisarts(enpost), de acute psychiatrie, of een andere zorgvoorziening.

 

Naast registratie hebben de SPV’ers waar wenselijk ook een vervolg gegeven aan meldingen door bijvoorbeeld contact te leggen met de GGZ-instelling bij wie de persoon met verward gedrag in zorg was. Zij hebben hun bijdrage kunnen leveren in het triëren en toeleiden naar passende zorg.

 

Deze resultaten waren de basis voor het plan om in de tweede fase van het project te gaan werken met een telefonische hulplijn voor de meldkamer 112, bemenst door personen met GGZ expertise.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Alle gemeenten in Nederland zijn gevraagd om met hun ketenpartners te komen tot een sluitende aanpak van zorg en ondersteuning van personen die verward gedrag vertonen. De negen bouwstenen zoals geformuleerd door het Landelijk aanjaagteam mensen met verward gedrag strekken daarbij als voorbeeld. Ten aanzien van bouwsteen 7 'passend vervoer' heeft de Nationale politie te kennen gegeven te willen stoppen met vervoer van mensen met verward gedrag die geen delict hebben gepleegd. Patiënten horen passend vervoerd te worden, als het kan niet met een politiewagen.

 

Het is belangrijk dat verwarde personen snel, deskundig, veilig en met de juiste middelen worden vervoerd naar een psychiatrisch ziekenhuis. Dit is beter voor de patiënt en ontlast de politie. Voor ‘psychiatrisch ambulancevervoer’ is deskundig ambulancepersoneel, een voor het doel geschikt vervoersmiddel en gewaarborgde veiligheid nodig.

 

Dit uitgangspunt wordt onderschreven door de gemeenten Rotterdam en Dordrecht, de ambulancediensten van de regio's Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid, de GGZ aanbieders Antes, Bavo-Europoort, GGZ Delfland en Yulius, het Traumacentrum ZWN/EMC en Zilveren Kruis.

 

Genoemde partijen willen op basis van goed zicht op inhoud en cijfers bepalen hoe triage, passend vervoer en zorg in de regio’s het beste kan worden geregeld. In de tweede helft van 2016 start daarom in beide regio's de pilot Triage en passend vervoer/zorg. De pilot moet op basis van de juiste gegevens leiden tot aanpassingen in vervoer en zorg voor mensen met verward gedrag, en bijdragen aan de noodzakelijke verbetering van de huidige situatie.

In de eerste fase wordt gestart met ‘Meldkamer 112/GGZ’. Deze fase voorziet in registratie en analyse van de triage en signalen naar aanleiding van 112-meldingen die bij de meldkamer politie binnenkomen door personeel met deskundigheid op het gebied van psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg. De uitkomst van deze fase vormt de basis voor de businesscase ‘Passend vervoer in de regio Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid’. In de tweede fase worden wijzigingen/aanvullingen in het vervoer van en zorg voor mensen met verward gedrag doorgevoerd.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website