Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is gekozen voor het kleinschalig doorontwikkelen van het lokale netwerk in Rijsenhout. Het netwerk is opgebouwd uit verschillende partijen, die lokaal betrokken zijn bij de ouderen in Rijsenhout. Een aantal betrokken hulpverleners hebben tijdens de eerste fase wel zorg geleverd, maar nog niet meegedacht. Zij zullen in de tweede fase toegevoegd gaan worden.

 

Het netwerk van Rijsenhout is voornamelijk gebaseerd op goede relaties tussen zorgverleners. Men heeft de behoefte om de structuur van het netwerk te bestendigen en dit ook te borgen. Nu zijn velerlei taken nog versnipperd belegd en werkt ieder vanuit zijn eigen expertise. Hiermee zijn eerste stappen in professionalisering van het netwerk gezet, maar dit moet verder worden uitgebouwd.

Op dit moment zijn er nog geen ouderen of mantelzorgers betrokken bij het netwerk, uiteraard staat de oudere centraal bij de netwerksamenwerking. Het aansluiten van ouderen is wel noodzakelijk. De eerste stappen die het netwerk wil zetten is het onderzoeken van bestaande netwerken en indien hier een oudere betrokken is, kan deze mogelijk een rol gaan spelen in het huidige netwerk. Indien dit niet van toepassing is, wordt onderzocht op welke manier en van welke organisatie een oudere gaat aansluiten.

 

Het netwerk gaat in dit project werken aan de volgende twee inhoudelijke onderwerpen:

1. Samenwerken met één gezamenlijk zorgplan

2. Delen van kennis en kunde

 

Het 1e onderwerp is een vervolg op de in fase 1 gestarte implementatie van het digitaal communicatiesysteem (KIS). Door het KIS werken partijen met elkaar samen op patiëntniveau (één plan per kwetsbare oudere) wordt informatie gedeeld en efficiënter gewerkt. Het met elkaar werken in een gezamenlijk zorgplan draagt bij aan het bereiken van het doel om te komen tot een toekomstbestendige wijkgerichte integrale ouderenzorg, de ambitie om ouderen en hun mantelzorg te betrekken bij het netwerk en persoonsgerichte zorg te bieden. De implementatie van KIS is inmiddels gestart. Het doel is nu om het KIS voor iedereen toegankelijk te maken en afspraken in te richten over de communicatie, werkafspraken, opvolging, verantwoordelijkheden, het delen van (welke) informatie (wie, wat en wanneer). Het netwerk wilt met elkaar tot onderbouwde afspraken komen over de wijze waarop zij met elkaar adequaat willen samenwerken en communiceren over én met cliënten met behulp van KIS.

 

Het 2e onderwerp komt voort uit dat er binnen het netwerk nog velerlei taken versnipperd belegd zijn en ieder werkt vanuit zijn eigen expertise. Het netwerk wil met elkaar meer kennis en kunde delen, structuur van het netwerk bestendigen en dit ook borgen. Hiervoor wil het netwerk een bijeenkomst inrichten voor alle betrokken disciplines en hulpverleners bij ouderen, zodat zij meer gebruik maken van elkaars expertise en gezamenlijk borg staan voor deskundigheidsbevordering binnen de wijk. In de bijeenkomsten worden met verschillende onderwerpen besproken op basis van casuïstiek en een casus overstijgend deel. Dit wordt ondersteund door digitale uitwisseling (aansluiting onderwerp 1) en de inzet van het actieonderzoek en het lerend netwerk.

 

De inhoudelijke onderwerpen worden met behulp van een gezamenlijk actieonderzoek uitgevoerd. Het praktijkleren staat hierbij centraal: gaandeweg worden kennis en ervaringen ontwikkeld over het zorg- en ondersteuningsaanbod, de samenwerking en het ontwikkelproces van het netwerk. Het proces wordt ondersteund door een actieonderzoeker Ruben van Zelm.

 

Het actieonderzoek bestaat uit twee onderdelen:

1. Het reflecteren op de voortgang van de realisatie van de leerdoelen in het lokale netwerk op basis van de Plan-Do-Study-Act cyclus dat drie keer in het jaar wordt gevolgd.

2. Het leren van andere netwerken door middel van een regio-overstijgend lerend netwerk.

 

1. Cyclisch PSDA- proces

Het actieonderzoek bestaat uit herhaling van drie cycli en bestaat uit een aantal dezelfde elementen en specifieke cyclus elementen. In iedere cyclus zijn indicatoren leidend voor de monitoring, die uitgesplitst zijn naar de twee inhoudelijke onderwerpen. De actieonderzoeker voert de vaststelling van de voortgang op de indicatoren uit na 3, 6 en 9 maanden. Na presentatie van de bevindingen worden door de betrokkenen leerpunten geformuleerd, die daarna worden uitgevoerd. Deze worden vervolgens gemonitord door de actieonderzoeker.

 

2. Lokaal en regionaal leren

Het lokaal netwerk wordt gedurende het project onderdeel van een regio-overstijgend lerend netwerk van meerdere lokale netwerken binnen het programma Lzo van ZonMw. Met het regionaal leren wordt actief ingezet op uitwisseling en indien gewenst kunnen ervaringen tussen de regio’s worden uitgewisseld door middel van facilitering vanuit het lerend netwerk. In totaal zijn voor het lerend netwerk gedurende de looptijd van het project van 1 jaar drie spiegelsessies gepland.

 

Tijdens het project worden de gemaakte afspraken in het netwerk genoteerd en daarna vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website