Interview met projectleider

3 vragen aan Arnoud Arntz

januari 2021

Arnoud Arntz is projectleider van het project Group Schema Therapy for Cluster-C Personality Disorders. Wat gaat het project onderzoeken en waarom? Op welke wijze gaat het onderzoek uitgevoerd worden? En welke resultaten hoopt hij te behalen? Op deze 3 vragen geeft hij ons antwoord.

Kunt u uitleggen waar u onderzoek naar doet en waarom u dat doet?

Het onderzoek gaat over de behandeling van cluster-c persoonlijkheidsstoornissen met schematherapie, een steeds meer gebruikte vorm van psychotherapie. Schematherapie wordt steeds meer in groepsverband gegeven, omdat dan meer cliënten behandeld kunnen worden per therapeut, en omdat de toepassing in groepen de effecten zou versterken. Echter, het is nog niet onderzocht of groepsschematherapie werkelijk (kosten)effectief is als behandeling voor cluster-c persoonlijkheidsstoornissen, en of het wel zo geschikt is voor iedereen. Het is denkbaar dat sommige cliënten beter af zijn met individuele schematherapie of met een andere gebruikelijke behandeling. Bovendien is er erg weinig onderzoek gedaan naar de behandeling van cluster-c persoonlijkheidsproblematiek, ondanks dat het om een grote groep cliënten gaat die ernstige problematiek hebben.

Op welke manier gaat u dat onderzoek uitvoeren?

In samenwerking met 10 klinische sites wordt een randomized clinical trial (RCT) uitgevoerd waar minimaal 378 cliënten aan zullen deelnemen. Groeps-schematherapie, waarvan het protocol uitgebreid is gepilot, wordt vergeleken met individuele schematherapie en met de gebruikelijke behandeling (anders dan schematherapie) die op de site voor deze cliënten wordt gegeven. De behandeling duurt een jaar, en een jaar na beëindiging van de behandeling wordt de laatste meting gedaan. Naast het in kaart brengen van de effectiviteit en de kosteneffectiviteit, wordt bestudeerd of sommige kenmerken van cliënten zeggen dat ze beter niet met groepsschematherapie maar met individuele schematherapie of met een gebruikelijke behandeling kunnen worden behandeld. Denk bijvoorbeeld aan kenmerken als een hoge mate van introversie of aan autistische kenmerken. Dit is van belang om de indicatiestelling te verbeteren (wat werkt beter voor wie?). Deelnemers zullen ook worden bevraagd in diepte-interviews over wat naar hun beleving het meest heeft bijgedragen aan herstel en wat ze eventueel missen in de behandeling.

Welke resultaten hoopt u te behalen?

We hopen dat we duidelijkheid kunnen schaffen over welke van de drie onderzochte opties grosso modo de beste behandeling is voor cluster-c persoonlijkheidsproblematiek. Bovendien hopen we meer duidelijkheid te krijgen over voor wie nu groepsschematherapie een goede behandeling is, en voor wie nu juist een andere behandeling is geïndiceerd. Tenslotte willen we van de gezichtspunten van deelnemende cliënten leren om zodoende de behandelingen verder te verbeteren. Dit alles draagt bij van de verbetering van de zorg voor deze grote doch relatief verwaarloosde groep cliënten.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website