Interview met projectleider

5 vragen aan Anika Bexkens

Juli 2021

Anika Bexkens is projectleider van het project Samen angsten aangaan. Wat gaat het project onderzoeken en waarom? Welke resultaten hoopt zij te behalen? En waarin is dit onderzoek vernieuwend of grensverleggend? In een kort interview leggen we deze vragen aan Anika voor.

Kunt u uitleggen waar u onderzoek naar doet en waarom u dat doet?

Het doel van mijn project is het verbeteren van angstbehandeling bij jongeren met een licht verstandelijke beperking. Angstproblemen en gedragsproblemen komen veelvuldig voor bij deze groep. Voor gedragsproblemen is relatief veel aandacht, maar voor angstproblemen niet. Dat is wel nodig, want er zijn geen effectieve behandelingen voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Uit de onderzoeken naar de effectiviteit van reguliere behandeling bij angst bij mensen met een licht verstandelijke beperking blijkt dat deze behandelingen veel minder effectief zijn dan bij mensen zonder licht verstandelijke beperking. In mijn project staat het ontwikkelen en testen van een innovatieve nieuwe behandeling centraal. Uit mijn eerdere onderzoek blijkt dat jongeren met een licht verstandelijke beperking extreem gevoelig zijn voor de invloed van leeftijdsgenoten, nog meer dan andere jongeren. Het onderzoek hiernaar richt zich vaak op probleemgedrag, maar er zijn ook aanwijzingen dat leeftijdsgenoten elkaar juist positief kunnen beïnvloeden. Aangezien jongeren met een licht verstandelijke beperking zeer gevoelig zijn voor de invloed van hun leeftijdsgenoten, zou dit een heel belangrijk aangrijpingspunt kunnen zijn voor behandelingen. In mijn project ontwikkel ik een angstbehandeling waarbij gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid. Jongeren met een licht verstandelijke beperking die zelf zijn behandeld voor angstproblemen werken samen met de therapeut om een cliënt te helpen zijn of haar angst aan te gaan.

Kunt u uitleggen op welke manier u dat onderzoek gaat uitvoeren?

Ik heb het idee voor de interventie gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De volgende stap is nu om dat idee om te zetten naar een interventiemodel dat goed werkt in de praktijk. Ik word daarbij geholpen door een ervaringsdeskundige co-onderzoeker, Lindsey Leijs, die bij de belangenvereniging (LFB) voor mensen met een licht verstandelijke beperking werkt. Zij zal samen met mij focusgroepen leiden om, in de eerste fase van het project, samen met cliënten, naasten en therapeuten de behandeling door te ontwikkelen. Zij worden gevraagd mee te denken hoe de interventie praktisch vormgegeven kan worden. Een belangrijk punt daarin is bijvoorbeeld op welke manier de therapeut en peer-mentor het best kunnen samen werken. In de tweede fase van het project ga ik de verschillende onderdelen van de interventie goed testen zodat we kunnen onderzoeken of het zo werkt zoals we hebben bedacht en om te testen of de interventie goed verdragen wordt door deze kwetsbare groep. In de derde fase voer ik een grotere haalbaarheidsstudie uit, waarbij ik vooral wil weten of de interventie goed implementeerbaar is in verschillende soorten instellingen, of cliënten en therapeuten tevreden zijn over de behandeling en natuurlijk ook of de cliënten met deze behandeling goed van hun angsten af komen.

Kunt u iets zeggen over de resultaten die u hoopt te behalen?

Na het project wil ik een potentieel effectieve angstbehandeling speciaal voor jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben ontwikkeld. Ik hoop dat ik dan heb kunnen aantonen dat de cliënten tevreden zijn over de behandeling, deze goed bij hen aansluit en dat zij er ook van opknappen. Ik hoop de meerwaarde aan te tonen van het betrekken van ervaringsdeskundigen in de behandeling van jongeren. Na dit project is de volgende stap om de nieuwe behandeling in een groot onderzoek verder te testen op effectiviteit. In een groter effectonderzoek kan bijvoorbeeld worden onderzocht of de behandeling beter werkt dan reguliere angstbehandeling.

Welke kansen biedt (of wat betekent) dit fellowship voor u persoonlijk?

Voor mij persoonlijk biedt deze fellowship de kans om mijn wetenschappelijke en klinische werk verder te integreren. Ik heb altijd in onderzoek en praktijk gewerkt. Tijdens mijn promotieonderzoek volgde ik bijvoorbeeld ook de GZ-opleiding. Nu ben ik als Klinisch Psycholoog en Universitair Docent in de gelukkige positie om te kunnen profiteren van beide werelden. Het is erg moeilijk om deze verschillende werelden blijvend met elkaar te combineren, omdat er gewoon niet genoeg dagen in de week zijn. Het is het absoluut waard om dit wel te blijven doen, omdat mijn onderzoek én klinisch werk er beide beter van worden. Deze fellowship stelt mij in staat om ruimte te maken om goed klinisch onderzoek te doen naast mijn klinisch werk.

Waarin is dit onderzoek vernieuwend of grensverleggend?

Ik gebruik in dit project de allerlaatste kennis uit experimenteel psychologisch onderzoek naar beïnvloedbaarheid door leeftijdsgenoten om een goede ingang te vinden om angstbehandeling te verbeteren voor een groep voor wie geen effectieve behandeling voorhanden is. Innovatieve elementen zijn het betrekken van ervaringsdeskundige leeftijdsgenoten op een evidence-based manier. Bovendien wordt in alle stappen in het project de brug geslagen tussen onderzoek en praktijk waardoor het beste van twee werelden samen komt. Ik ben ervan overtuigd dat dit dé manier is om tot klinisch toepasbare onderzoeksresultaten en wetenschappelijk goed onderbouwde interventiemodellen te komen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website