Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Psychologische factoren zoals somberheid of depressie en angstklachten vormen een risico voor het ontwikkelen én verergeren van hartziekten met zuurstofgebrek (ischemie). Deze psychologische factoren komen vaker voor bij vrouwen, én bij patienten met hartziekten. Wij hebben onderzocht of vrouwen met psychologische klachten een hoger risico hebben op het krijgen en verergeren van ischemische hartziekten dan mannen.

 

Resultaten uit 290 wetenschappelijke artikelen met 3,5 miljoen mannen en 2,5 miljoen vrouwen zijn meegenomen in dit meta-analyse onderzoek. Zowel voor mannen als vrouwen werd een verhoogd risico op ischemische hartziekten gevonden wanneer psychologische factoren aanwezig waren. Voor mannen was dit risico 24%, voor vrouwen 22%. Voor het verergeren van ischemische hartziekten was het risico voor mannen hoger; 37% en voor vrouwen 21%.

 

In de praktijk dient gelet te worden op verschillen tussen vrouwen en mannen. Meer onderzoek naar hartziekten die vaker bij vrouwen voorkomen zou een betere schatting van het risico geven.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wij hebben onderzocht of vrouwen met psychologische klachten een hoger risico hebben op het krijgen en verergeren van hartziekten waarbij er sprake is van zuurstofgebrek van de hartspier (ischemische hartziekten) dan mannen.

 

In totaal hebben de onderzoekers meer dan 12.000 wetenschappelijke artikelen beoordeeld. De meeste studies hebben wel rekening gehouden met sekse of gender, maar de resultaten niet apart beschreven voor mannen en vrouwen. We hebben 190 auteurs van wetenschappelijke artikelen aangeschreven met de vraag of ze hun resultaten nogmaals willen doen apart voor vrouwen en mannen. Daardoor hebben we nog van 66 studies (35%) aanvullende resultaten ontvangen. Slechts 6% van de studies heeft alleen gekeken naar vrouwen, en 11% van de studies heeft alleen gekeken naar het risico bij mannen. In de meta-analyse zijn op een gestructureerde manier resultaten van 290 artikelen samengevat. De studies beschrijven het risico van psychologische factoren op het ontwikkelen (130 studies) en verergeren (159 studies) van hartziekten bij vrouwen en mannen.

 

De hoofdbevindingen van de meta-analyse bevestigen dat psychologische factoren een risicofactor zijn voor het ontstaan van ischemische hartziekten bij zowel mannen als vrouwen. Dat houdt in dat wanneer mensen nog geen hartziekten hebben maar wel psychologische klachten ze een grotere kans hebben op het ontwikkelen van hartziekten na verloop van tijd. Voor mannen met psychologische klachten was er een 24% verhoogd risico, en vrouwen met deze klachten een 22% hoger risico op het krijgen van nieuwe hartziekten. Er zijn geen significante verschillen in het risico voor psychologische klachten op het ontstaan van hartziekten tussen vrouwen en mannen. Bij mannen waren psychologische klachten als woede, angst, depressie, stress en hostiliteit (agressie) significant in verband gebracht met ontstaan van ischemische hartziekten. Bij vrouwen waren significante effecten gevonden voor angst, depressie en stress in relatie tot ischemische hartziekten.

 

Bij patiënten die al ischemische hartziekten hebben is het ervaren van psychologische klachten een risico voor het verergeren van de hartziekten, zoals het krijgen van een nieuw hartinfarct, of nieuwe dotterbehandeling, of zelfs sterfte (door hartziekten). Het risico was aanwezig bij zowel vrouwen als mannen, maar significant hoger voor mannen (37%) dan voor vrouwen (21%). Dat wil zeggen dat psychologische klachten bij mannen met ischemische hartziekten een groter risico zijn op negatieve uitkomsten dan bij vrouwen. Bij mannen vormden de psychologische factoren angst en depressie een risico voor negatieve uitkomsten, bij vrouwen was dat depressie, woede/hostiliteit, en stress.

 

De meeste studies hebben gekeken naar depressie of angst, dit gaan we verder bekijken in een aanvullend artikel.

Een kanttekening hierbij is dat de meeste onderzoeken gebaseerd zijn op patiënten met duidelijke vernauwingen van de kransslagader, waarbij het merendeel (75%) man is. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in onderzoek bij ischemische hartziekten.

 

De meeste studies zijn gedaan in Europa en Noord-Amerika. Onderzoeken van Aziatische, Oceanische en Afrikaanse continent zijn ondervertegenwoordigd. Ook zijn de meest onderzochte groepen veelal mensen van Europese (witte) afkomst. De meeste studies rapporteren geen afkomst van de patiënten, en als het gerapporteerd wordt dan is de meerderheid (>50%) van Europese afkomst. Dit houdt in dat de resultaten nog niet goed generaliseerbaar zijn voor mensen van niet-Europese afkomst.

 

Deze resultaten worden in meer detail openbaar gemaakt in wetenschappelijke publicaties en congressen. We verwachten met deze kennis bij te dragen aan meer bekendheid over de relatie tussen stress en psychologische klachten bij hartziekten, en de rol van sekse en gender verschillen hierbij.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hebben vrouwen met psychosociale klachten een hoger risico op het krijgen én het verergeren van ischemische hartziekten dan mannen?

 

Dat is de hoofdvraag van deze meta-analyse. We weten dat vrouwen gemiddeld meer psychosociale klachten zoals depressie en angst ervaren. We weten ook dat deze psychosociale factoren een rol spelen bij het ontwikkelen en verergeren van hartziekten met zuurstofgebrek (ischemie).

 

Met deze meta-analyse proberen we een antwoord te krijgen op deze vraag door de gegevens samen te voegen van representatieve onderzoeksresultaten van studies die al gedaan zijn.

 

We zijn in het proces bezig om informatie te halen uit de gevonden studies, en we vragen auteurs van de studies om een aanvullende analyse van de resultaten voor vrouwen en mannen apart.

 

Na dit proces gaan we de studies beoordelen op kwaliteit. Tot slot gebruiken we de verzamelde gegevens om voor vrouwen en mannen een risicoschatting te geven voor een psychosociale factor op het ontwikkelen of het verergeren van ischemische hartziekten.

 

Deze resultaten gaan we presenteren op wetenschappelijke congressen, en we willen er een publieksvriendelijke samenvatting van maken.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn veel studies die gekeken hebben naar de rol van psychosociale factoren bij het ontwikkelen van hartziekten in gezonde groepen, of het verergeren van hartziekten bij patiënten met ischemische hartziekten.

 

We zijn in maart 2017 gestart, door eerst geschikte zoektermen te beschrijven voor psychosociale klachten (zoals depressie, angst, eenzaamheid, stress, persoonlijkheid) en voor ischemische hartziekten. Met deze zoektermen zijn drie databases voor wetenschappelijke artikelen doorzocht. In totaal hebben we 11711 artikelen bekeken op titel en samenvatting. Na een eerste selectie zijn 642 artikelen in meer detail beoordeeld of ze te maken hebben met de onderzoeksvraag.

 

Op dit moment zijn we bezig gegevens te halen uit bijna 300 artikelen. Dit is een intensieve klus, iedere studie is op een net iets andere manier gedaan, en daar willen we gelijksoortige gegevens uit halen. Leeftijd en man/vrouw aantallen zijn relatief gemakkelijk. Welke psychosociale factor wordt gebruikt kan verschillen per studie, zo kan depressie met verschillende vragenlijsten bepaald worden, maar ook door een klinisch interview af te nemen. Sommige studies gebruiken een score op een vragenlijst, andere een van te voren vastgesteld afkappunt, en weer andere delen de hele groep in tweeën, of drieën, of vieren. Ook de uitkomstmaten zijn per studie vaak net iets anders. Krijgt iemand na verloop van tijd een hartinfarct? Of een combinatie van een hartinfarct of een hersenbloeding? Welke patiënten zijn overleden? Is de doodsoorzaak vanwege een hartziekten (cardiale mortaliteit) of is dit onduidelijk (all-cause mortaliteit)? Aan de hand van deze gegevens maken we verschillende groepen van de psychosociale factoren en uitkomstmaten.

 

Van de studies waar we de gegevens uit halen zijn sommige gedaan bij alleen vrouwen (6%), of alleen mannen (11%). Er zijn ook studies (14%) die de resultaten beschrijven voor zowel vrouwen als mannen apart. In de meeste studies echter (70%) zijn de resultaten niet uitgesplitst voor sexe. Van deze studies benaderen we de wetenschappers met het verzoek om de resultaten opnieuw te analyseren voor vrouwen en mannen apart, en ons deze gegevens toe te sturen. Niet iedereen kan voldoen aan dit verzoek, sommige wetenschappers hebben geen beschikking meer over de data, of zijn ergens anders werkzaam, of hebben geen tijd. Ongeveer de helft geeft geen reactie of reden op, die proberen we opnieuw te benaderen. Gelukkig ontvangen we ook positieve reacties en zijn mensen bereid ons te helpen en de aanvullende gegevens toe te sturen. Deze stap in het proces hopen we in februari te kunnen afronden.

 

In de volgende stap van het proces gaan we de studies beoordelen op kwaliteit, er zitten enorme verschillen in de studies, en door deze beoordeling kunnen we straks onderscheid maken tussen studies. Het kan zijn dat de uitkomsten van onderzoek verschillend zijn tussen studies van mindere en hogere kwaliteit.

 

Uiteindelijk kunnen we dan de gegevens die we verzameld hebben gaan analyseren en de onderzoeksvraag beantwoorden. De resultaten worden gepresenteerd op wetenschappelijke congressen en op een publieks-vriendelijke manier.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

We aim to determine gender-sensitive risks of psychosocial factors for the incidence of IHD outcomes in the general population, as well as for adverse outcomes in patients with IHD, by means of a systematic review and meta-analysis.

One in four women in the Netherlands dies of cardiovascular disease (1). The term ‘ischemic heart disease’ (IHD) is more appropriate in women, as it implicates the importance of myocardial ischemia, regardless of the cause being in the main coronary arteries (2). IHD remains under-investigated in women, while it is the primary cause of death in women globally (1, 3, 4). Gender is a broad term, referring to socially constructed characteristics of men and women in addition to biological sex differences (2). Gender differences can reflect the impact of psychosocial stressors in women and men(4). Psychosocial factors, including mood (depression, anxiety, low positive affect), psychological (work and family) stress, loneliness or low social support, hostility, (Type D) personality or optimism, and post-traumatic stress disorder (PTSD) are being acknowledged as risk markers for IHD incidence, progression, and major adverse cardiac events (MACE) including mortality (5). In women the prevalence of depression and anxiety is almost double compared to men. Current reviews on gender differences of psychosocial factors for IHD outcomes are limited.

We aim to identify knowledge-gaps of gender-sensitive psychosocial risks for IHD outcomes, by examining subgroups of either the classic ‘male’ pattern of obstructive CAD versus the more ‘female’ pattern of NOCAD.

Women are more likely to present with symptoms in the absence of obstructive coronary artery disease, which is labelled as ‘NOCAD’(2). Functional CAD in the macro- and microvasculature is an important causative factor of ischemia in female patients. Despite, many questions remain unanswered in the perceived gender-differences on a broad range of manifestations of IHD. Men are more likely than women to become hospitalized for an acute coronary syndrome (ACS) with obstructive coronary artery disease (CAD), and subsequently more often undergo invasive coronary interventions. These ‘male-dominated’ cardiac conditions remain the main focus of scientific research in IHD, despite the increasing manifestation of IHD in women.

We aim to gain new insights in gender and diversity-related risk factors, including age, menopause, comorbidity, socioeconomic status [SES], ethnicity, and lifestyle factors on the gender-sensitive psychosocial risks for outcomes.

Diversity involves a multitude of aspects of an individual representing more than one specific group. Diversity has additional value when examining gender-related psychosocial factors in IHD (6). IHD develops later in women, rising after menopause, but the manifestation of IHD in younger women is increasing(4). Diversity factors including age, menopause, comorbidity (hypertension, diabetes), SES, ethnicity and lifestyle factors (smoking, drinking, obesity, physical activity) may have a more unfavorable effect on women, or contribute to the risk of psychological factors(4).

Our multidisciplinary project team has extensive expertise in psychology, cardiology, IHD in women, as well as statistics, which will ensure taking required steps in the systematic review and meta-analysis. Title-abstract screening of Medline and PsychInfo database searches, reference list and forward citation search, and subsequent full paper search for inclusion and exclusion criteria will be done. Meta-analysis will be performed using Comprehensive Meta-Analysis (CMA) software. Findings will be interpreted taking into account bias and sensitivity analysis. Conclusions will be drawn and reflected upon. Finally new hypotheses will be drawn to generate future studies.

Coronary heart disease remains understudied, underdiagnosed, and undertreated in women (4). By gaining insight in gender differences in the impact of psychosocial factors for IHD, tools can be developed to reduce IHD-associated mortality, especially in women below 65 years of age with unstable IHD.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website