Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Angststoornissen komen, net als depressieve stoornissen, veel voor; en ze treffen gemiddeld tweemaal zo veel vrouwen als mannen. In de literatuur worden hiervoor zowel (biologische) seksegebonden oorzaken genoemd, als meer sociaal-culturele oorzaken (zogenaamde “gender”-gebonden factoren). Het project had ten eerste tot doel om met name deze laatstgenoemde oorzaken in hun onderlinge samenhang te bestuderen, zodat er een begrijpelijk overzicht ontstaat. We wilden hierbij ook aandacht besteden aan “kwetsbaarheid in affiliatie”, een zo sterke gerichtheid op het vervullen van andermans behoeften dat eigen behoeften genegeerd worden. Momenteel is CGT de “gouden standaard” voor de behandeling van angststoornissen. Onbekend is echter in hoeverre de effectiviteit verschilt per sekse. Dit na te gaan in de bestaande literatuur van CGT-effectstudies was het tweede doel van het project. De verkregen inzichten zullen worden toegepast ter verbetering van de behandeling van angststoornissen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

NB Dit betreft voorlopige resultaten in afwachting van onze definitieve resultaten!!!

 

De uitkomsten van de systematische review indiceren:

1. De geïncludeerde studies vertonen een grote heterogeniteit;

2. De studies tonen een zeer breed spectrum aan potentiële risicofactoren voor angststoornissen. Vooral psychologische factoren zijn prominent (in het bijzonder temperaments-/persoonlijkheidskenmerken, cognitieve processen, emotieregulatiestrategieën en gehechtheid), opvoeding en stressvolle levensgebeurtenissen (waaronder seksueel misbruik);

3. Slechts een derde van de geïncludeerde studies betrof (ook) sekseverschillen in de relatie tussen risicofactoren en angst(stoornissen, dit ondanks de robuuste bevindingen qua sekseverschillen in de prevalentie. In de meeste gevallen waren dit meta-analyses, waarbij sekse meestal geen significante moderator bleek te zijn. De uitkomsten van deze analyses moeten echter met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, vanwege diverse methodologische beperkingen van de gebruikte analyses (zoals het gebruik van percentage man/vrouw als variabele, gebrek aan power voor de moderatie-analyses).

4. Desondanks waren er aanwijzingen dat voor specifieke risicofactoren de relatie met angst(stoornissen) sterker is voor een van beide seksen. Voorbeelden: de relatie tussen 'anxiety sensitivity' en angst bleek sterker bij vrouwen dan bij mannen; vrouwen kampen na een miskraam met meer angstklachten dan mannen; de relatie tussen 'rejection sensitivity' en angstklachten was juist sterker voor mannen dan voor vrouwen.

5. Voor veel andere factoren werden geen significante interactie-effecten gevonden, of alleen in bepaalde specifieke gevallen. Echter, doordat studies die interactie-effecten met sekse/gender hebben onderzocht in de minderheid zijn en/of onvoldoende power hadden, is nog voor veel risicofactoren onduidelijk of zij een verschillende impact hebben op angstklachten bij mannen en vrouwen.

6. Onze systematische review legt in het bijzonder de gebreken in het huidige onderzoeksveld met betrekking tot sekseverschillen in de etiologie van angststoornissen bloot. Het is duidelijk dat er sprake is van fragmentatie en een coherent, theoretische model ontbreekt. Vervolgonderzoek doet er dan ook goed aan om bij het bestuderen van risicofactoren voor angst rekening te houden met sekseverschillen (en andere diversiteitsaspecten). Daarnaast is het wenselijk dat studies meer inzicht geven in de relatieve bijdrage van diverse risicofactoren - in plaats van zich te beperken tot de invloed van losstaande factoren.

 

 

Meta-analyse:

 

Een zeer belangrijk (maar ook pittig) resultaat is dat geen van de relevante RCTs een “gender-conscious” aanpak gevolgd hebben. In het beste geval werden de percentages/aantallen van mannen en vrouwen aangegeven, maar verder niets. De uitvoering van de meta was dus grotendeels afhankelijk van de input van de oorspronkelijke auteurs.

 

Tot nu toe zijn er volledige sekse-specifieke data beschikbaar voor 11 RCTs en we hebben er 10 geanalyseerd op basis van random effects meta-analyse.

 

- Volgens de voorlopige analyses is CGT effectief zowel voor vrouwen als voor mannen, met meestal grote effect sizes (Hedges's g).

 

- Op basis van alle studies en ongeacht type angststoornis,

1. Er is een grote heterogeniteit tussen studies;

zijn de therapeutische effecten wat sterker voor vrouwen in vergelijking met mannen.

 

- Als we naar de resultaten kijken per type-stoornis (meeste studies gaan over sociale fobie n=5 en paniek n=3), dan zien we het volgende:

A) Paniekstoornis: de effect sizes zijn ook groter voor vrouwen

B) Sociale fobie; de effect sizes zijn vergelijkbaar in de twee groepen, maar bij studies die precies dezelfde schaal (LSAS) hebben gebruikt zijn de effect sizes minder sterk voor vrouwen dan voor mannen.

 

Hier zouden we het feit willen uitdrukken dat deze resultaten “work in progress” zijn, aangezien we voor eind januari 2019 sekse-specifieke data zullen ontvangen van nog 5-6 studies. Dat maakt een groot verschil en het is mogelijk dat de huidige conclusies versterkt worden of mogelijk zelfs aangepast moeten worden. Als er meer data binnenkomen (n=±5 studies, kunnen we op korte termijn veel meer zeggen over stoornis-specifieke verschillen, of factoren die een modererende rol spelen. Die gegevens zullen geïncludeerd en gerapporteerd worden in het onderzoeksartikel van de meta-analyse, die een van de hoofdproducten van het project is. Het indienen van het artikel wordt niet later dan februari 2019 verwacht.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Angststoornissen komen zeer vaak voor (bij 1 op de 5 mensen gedurende het leven); en maar liefst tweemaal zo vaak bij vrouwen dan bij mannen. De wetenschappelijke literatuur bevat veel ideeën en bevindingen die van belang zijn voor het verklaren van deze sekseverschillen. Omdat deze mogelijke verklaringen van de sekseverschillen in angst niet eerder systematisch in beeld zijn gebracht, is onze onderzoeksgroep daar nu druk mee bezig. Op dit moment maken we een selectie uit alle mogelijke artikelen die aanzetten tot dergelijke verklaringen kunnen leveren; de volgende, binnenkort te zetten stap is deze artikelen grondig te lezen, op waarde te schatten en te systematiseren ("systematic review"). Daarna kunnen we deze bevindingen gaan interpreteren en onze conclusies trekken, die we in artikelvorm en als congresbijdrage zullen rapporteren.

 

Een ander belangrijk aspect binnen dit domein van angst en man-/vrouwverschillen betreft behandeling. De meest dominante behandelvorm bij angststoornissen is cognitieve gedragstherapie (CGT), en ook hiervoor geldt dat in feite op dit moment niet duidelijk is of de effectiviteit van CGT bij angststoornissen anders is voor mannen of voor vrouwen. Er zijn zeer veel onderzoeken gerapporteerd over de effectiviteit van CGT bij angststoornissen. Als tweede deelstudie in ons project ("meta-analyse") hebben we, als stap 1, deze artikelen verzameld. We kunnen daarbij helaas nu al constateren dat ze in een aanzienlijk deel van de gevallen geen of onvoldoende informatie over de aantallen deelnemende mannen versus vrouwen bevatten, en over eventuele verschillen of juist overeenkomsten in effecten van de CGT-behandeling bij de beide seksen.. Dergelijke aspecten zullen in toekomstig effect onderzoek echt verbeterd moeten worden! Ook hier hebben we een flink wat selectie activiteiten verricht. Daardoor zijn we nu op het punt de volgende stap te gaan zetten, namelijk (1) ontbrekende informatie op te vragen bij de desbetreffende onderzoekers, en (2) op grond van de verzamelde, wel beschikbare informatie rond man-/vrouwverschillen, gaan uitrekenen in hoeverre er wel/niet verschil bestaat in effectiviteit van CGT bij de behandeling van angststoornissen van mannen en vrouwen. Ook deze conclusies en informatie zullen we aan het eind van het project wereldkundig maken zoals in artikelen en congresbijdragen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Producten en publicaties die nu al voortvloeiden uit dit project, zijn

• Posterpresentatie van het project met de titel “Sekseverschillen bij angststoornissen”. Landelijk congres “Gender & Gezondheid” (georganiseerd door WOMEN Inc), oktober 2017, Amersfoort.

• Baliatsas C, Bekker M.H.J, Hallers-Haalboom E.T, Bertens L.L.A.J, & van Assen M.A.L.M. Sex differences in effectiveness of cognitive-behavioral therapy (CBT) for adult anxiety disorders: a meta-analysis. PROSPERO 2018 CRD42018083823. Available from: www.crd.york.ac.uk/PROSPERO/display_record.php.

 

De overige te verwachten resultaten zullen pas kunnen worden verspreid na analyse van en rapportage over onze gegevens.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Anxiety disorders are, together with mood disorders, the most prevalent and costly mental disorders in The Netherlands [1, 2]. Approximately twice as many women than men develop an anxiety disorder, a difference that most likely occurs due to a sex-related (i.e., mainly biological) factors, with gender-related (i.e., mainly social and psychological including cognitive) factors [15]. Moreover, in many cases, anxiety disorders precede depressive disorders, that also occur twice as often in women than in men, also due to sex- as well as gender-related factors. Particularly the gender-related factors seem suitable for being addressed in psychological treatments. Fortunately, many gender relevant aspects of anxiety disorders have been discussed in the literature, by other authors [15], but also by ourselves [7, 35, 36] in several scientific papers and recently also in fact sheets for educating and training mental health care professionals. However, an updated comprehensive overview is lacking. Also, current knowledge is rather fragmented and lacks a coherent, synthesizing perspective. Moreover, the most recent review, from 2009 [15], did not offer concrete suggestions for gender sensitive treatment options in men and women. More in general, little or none attempts have been undertaken to integrate gender sensitive knowledge into existing anxiety disorder treatments, such as cognitive behavioral therapy (CBT), the ‘golden standard’ treatment, and/or in prevention and early detection for decreasing chronicity and/or relapse. This is remarkable, especially because current treatment effects are far from optimal [5]. In addition, no meta-analyses have yet been carried out to investigate whether men and women have comparable treatment outcomes. As is known from other fields, incorporating gender sensitive knowledge into treatment and therewith making treatment more gender sensitive likely increases effectivity. In sum, concerning the, especially for women, highly prevalent and invalidating psychopathology category of anxiety disorders, there is a world to win. To get this world within reach, necessary steps are optimizing the current gender relevant knowledge by updating and synthesizing the now fragmented knowledge into a coherent framework - while identifying the knowledge gaps; and evaluating to what degree available gender related knowledge seems suitable for integration into prevention and treatment.

In order to work towards this goal, we aim to carry out 1) a meta-analysis, investigating sex differences in CBT outcomes for anxiety disorders, and 2) a systematic review on gender-related factors explaining the sex differences in prevalence and other relevant aspects of anxiety disorders, as targets for (early) intervention. Within our review we will pay special attention to what we consider a particularly promising factor: “vulnerability in affiliation”, which we, tentatively, circumscribe as a so strong orientation toward fulfilling others’ needs that own needs are ignored. Many studies have shown that, on average, women tend to be more involved with and seek more closeness to others, possibly contributing to more internalizing disorders among women. A high need for affiliation may be associated with problematic anger regulation (i.e., silencing the self, [24, 25]), autonomy problems [26], lower self-esteem [12], anxious attachment, and emotion focused coping [28]. These tendencies - which seems more characteristic for women than for men, but particularly for female clinical populations - may have adverse effects on mental health. Aside from gender aspects we will, particularly in our review, also take other diversity factors into consideration, such as ethnic diversity and social-economic background.

The resulting papers will highly contribute to the current state-of-the-art scientific literature on sex differences in anxiety disorders, as our overview on gender related factors will provide not only an update of the current literature but also a coherent framework – that is currently lacking. In the review we will also delineate gaps in the current scientific literature, and offer concrete starting points for future studies, such as on gender sensitive treatment for anxiety disorders. Through our obtained gender expertise, we believe vulnerability in affiliation to be a key component of what establishes sex differences in psychopathology, particularly in anxiety disorders. Moreover, as – astonishingly - sex differences in anxiety disorder treatment have not been meta-analyzed yet, and as little efforts have been undertaken to translate the wealth of gender relevant literature on anxiety disorders to concrete treatment strategies, our work will contribute to more gender sensitive, and, more in general, more diversity-sensitive prevention and treatment of anxiety disorders and therewith most probably to increased effectiveness.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website