ZonMw tijdlijn Geestelijke gezondheid https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Geestelijke gezondheid nl-nl Thu, 02 Jul 2020 05:20:55 +0200 Thu, 02 Jul 2020 05:20:55 +0200 TYPO3 news-5859 Mon, 29 Jun 2020 19:17:17 +0200 Jongeren positief over hun leven, maar niet dankzij JeugdzorgPlus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jongeren-positief-over-hun-leven-maar-niet-dankzij-jeugdzorgplus/ Het gaat nu goed met de meeste jongeren die tussen 2008 en 2013 verbleven in een instelling voor JeugdzorgPlus, maar dat is niet te danken aan de hulp die zij kregen. Zij voelen zich vaak niet gehoord, soms weggestopt en sommigen hadden geen idee waarom ze in een instelling van JeugdzorgPlus zijn geplaatst. Dat blijkt uit een onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut samen met de Hogeschool Utrecht deed naar hoe jongeren na hun opname terug kijken op JeugdzorgPlus. Ze deelden hun levensverhalen. JeugdzorgPlus is bedoeld voor jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening en die zonder behandeling een risico voor zichzelf en hun omgeving zijn. JeugdzorgPlus zou een uiterste vorm van hulp moeten zijn, die alleen ingezet wordt als het echt niet anders kan. Dat is in de praktijk nog niet het geval, zo blijkt uit de verhalen. Jongeren voelen zich vaak weggestopt in een instelling en ervaren JeugdzorgPlus dan ook lang niet allemaal als behandeling. Sommige geven aan geen idee te hebben waarom ze in de instelling zijn geplaatst. Ze vinden dat er te weinig naar hen wordt geluisterd, te weinig samen wordt besloten wat passende hulp is, te weinig gewerkt wordt aan de oorzaken van hun problemen en ze niet goed worden voorbereid op de tijd na JeugdzorgPlus.

Met name het eerste jaar na JeugdzorgPlus hebben de jongeren het lastig. De nazorg blijkt te beperkt en het merendeel ervaart moeilijkheden bij het weer oppakken van hun leven. Ze lopen aan tegen onopgeloste schulden, een thuissituatie die onveranderd is gebleven waardoor ze snel weer terugvallen in oude gedragspatronen. Het kost ze moeite om school weer op te pakken of werk te vinden.
Dat het veel jongeren jaren later toch gelukt is om het leven weer op te pakken, is volgens de meesten niet te danken aan JeugdzorgPlus. Ze hebben dat op eigen kracht voor elkaar gekregen.

Als ze desgevraagd toch een paar positieve dingen van JeugdzorgPlus op moeten noemen, komen ze met de dagstructuur die ze in de instelling hebben aangeleerd. Soms was er een mentor die oprecht interesse in hen had of kregen ze een andere vorm van sociale steun, waardoor ze sterker en positiever in het leven konden staan. Vooral de persoonlijke gesprekken werden door de jongeren als nuttig ervaren, helaas is het aanbod in de meeste instellingen nog gericht op groepen. Jongeren gaven ook aan het fijn te vinden als hun ‘gewone leven’ tijdens de opname enigszins door kon gaan. Door bijvoorbeeld naar hun eigen school te mogen blijven gaan, te kunnen blijven sporten buiten de instelling of een ‘gewoon’ bijbaantje te hebben. Dat maakte voor jongeren het verschil en daardoor konden ze hun leven na JeugdzorgPlus makkelijker weer oppakken.

JeugdzorgPlus kan door de feedback van jongeren die opgenomen zijn, sterk worden verbeterd. Er moet meer aandacht komen voor praktische ondersteuning en tijdig worden begonnen met de voorbereiding op het leven na JeugdzorgPlus. Ook is er meer aandacht nodig voor de emotionele verwerking van de opname en de weerslag die dat kan hebben op het zelfstandige leven daarna.

Het project is vanuit het programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gefinancierd.

Meer weten?

]]>
news-5858 Mon, 29 Jun 2020 19:06:57 +0200 Wetenschap helpt maatschappij met herstarten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wetenschap-helpt-maatschappij-met-herstarten/ Tijdens de persconferentie van 24 juni jl. werden nieuwe versoepelingen van de coronamaatregelen aangekondigd. Bedrijven en organisaties krijgen de mogelijkheid om hun werkzaamheden weer op te pakken of uit te breiden, wel met 1,5 meter afstand. De vraag daarbij is hoe ze dat het beste kunnen aanpakken, ook met oog op een mogelijke volgende uitbraak van het coronavirus of een andere epidemie. Daar is onderbouwde kennis voor nodig. Via de subsidieregeling ‘Wetenschap voor de Praktijk’, zijn ruim 50 samenwerkingen gestart tussen wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties of bedrijven om dat uit te zoeken. Kwetsbare groepen en hulpverleners helpen

Door de coronapandemie is gebleken dat kwetsbare mensen vaker buiten beeld bij zorgverleners bleven. Voorbeelden zijn ouderen, kinderen in een onveilige thuissituatie en mensen met een ggz-zorgvraag. Hierdoor kregen zij niet de juiste hulp en konden hun klachten verergeren. Een flink aantal onderzoeken richten zich daarom op passende hulp voor die groepen en op de zorgverleners, zowel tijdens als na coronatijd. Dr. Paul Kocken (Erasmus Universiteit Rotterdam) doet bijvoorbeeld onderzoek naar de druk op huisartsen in achterstandswijken, waar de bezoekfrequentie normaal hoger is. Door de coronamaatregelen is dat echter minder geworden. Kocken onderzoekt wat de invloed van de inzet van bijvoorbeeld beeldbellen is op het huisartsbezoek: ‘COVID-19 brengt een versnelling in het gebruik van ict in de huisartsenpraktijk. Het biedt de kans voor ‘teamscience’ met onderzoek door huisartsen en wetenschappers naar de gevolgen van zorg op afstand voor kwetsbare groepen.’

Wetenschappelijk onderbouwde kennis voor openbaar leven

De realiteit is dat de coronamaatregelen en daarmee de situatie in de samenleving voortdurend veranderen. De projecten die zijn gestart, volgen het ritme van die verandering. Een voorbeeld is de situatie in het openbaar vervoer. Professor Karst Geurs van de Universiteit Twente startte een project naar de optimalisatie daarvan: ‘De afname van het aantal reizigers en opgelegde beperkingen in de capaciteit van bussen en treinen hebben een grote invloed op de organisatie van het openbaar vervoer. Vanaf 1 juli kan weer worden gereisd voor niet-noodzakelijke reizen, maar er zijn nog wel capaciteitsbeperkingen. Reizigers moeten drukte mijden en niet alle staanplaatsen kunnen worden benut’, legt hij uit. ‘In dit project wordt een nieuw model ontwikkeld voor het openbaar vervoer in de regio Twente. Op basis van de uitkomsten kan het openbaar vervoer zo effectief mogelijk ingericht worden.’
Het coronavirus heeft effect op het hele openbare leven. De variëteit van de projecten is daarmee ook groot. Van de inzet van beeldschermzorg bij ouderen in de wijk tot de invloed van grote (hardloop)evenementen op de besmettingsgraad van COVID-19.

Dr. ir. Beitske Boonstra (Erasmus Universiteit Rotterdam) doet onderzoek naar het ontstaan van maatschappelijke coalities in coronatijd, die kunnen uitgroeien tot duurzame samenwerkingsverbanden. ‘Tijdens de coronacrisis ontstonden tal van particuliere initiatieven uit solidariteit met medestadsbewoners. Dit soort – vaak spontane – initiatieven hebben een grote meerwaarde voor de stad.’


Verschillende groepen onder de loep

De pandemie en de daartoe genomen maatregelen treffen de hele samenleving. Nu en voor langere tijd. Naast het zorgsysteem en de patiënt-behandelaar-relatie is ook de mentale gesteldheid van zorgmedewerkers onderwerp van onderzoek. Ook naar beroepsgroepen buiten de gezondheidszorg is onderzoek gestart. Zo richt onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut zich op een doelgroep waar je misschien minder snel aan zal denken; op sekswerkers in de regio Hart van Brabant in tijden van corona. Daarnaast wordt vanuit de Hogeschool Utrecht samengewerkt met de gemeente Utrecht om inzicht te krijgen in economische, psychologische en sociale behoeften van zzp’ers. dr. Josje Dikkers: ‘Uiteindelijk willen we met dit onderzoek bijdragen aan een diepgaander, kwalitatief beeld van kleinere ondernemers en zzp’ers die in Utrecht een TOZO-regeling hebben aangevraagd om deze groep vanuit de gemeente en stad beter te kunnen ondersteunen, hun veerkracht te vergroten en zo bij te dragen aan een duurzaam toekomstperspectief.’

Programma COVID-19

Door de aanzienlijke impact van de coronacrisis is er een grote behoefte aan medische en maatschappelijke oplossingen en antwoorden. Daarom startte ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma heeft als doel bij te dragen aan het bestrijden van de gevolgen van het coronavirus (COVID-19) op korte en langere termijn en de maatregelen daartegen. Het programma levert nieuwe kennis op over preventie, behandeling en herstel van deze infectieziekte en ook over bredere maatschappelijke vraagstukken.

Meer informatie

]]>
news-5851 Mon, 29 Jun 2020 06:01:00 +0200 Subsidieoproep onderzoeksprojecten essentiële zorg https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/kwaliteit-van-zorg/verpleging-en-verzorging/ Het verlenen van essentiële zorg behoort tot de kerntaken van verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden, maar is nog het minst onderzocht! Essentiële zorg draagt bij aan het welbevinden van de cliënt/patiënt. Zowel op fysiek, psychisch als sociaal gebied. Heb jij een goed projectidee om, in een breed samenwerkingsverband, het verpleegkundig en/of verzorgend handelen wetenschappelijk te onderbouwen? Vraag dan nu subsidie aan. news-5850 Thu, 25 Jun 2020 14:57:33 +0200 Wet afbreking zwangerschap functioneert in de praktijk naar behoren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wet-afbreking-zwangerschap-functioneert-in-de-praktijk-naar-behoren/ De tweede evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) wijst uit dat de wet in de praktijk goed wordt nageleefd en de doelstellingen worden gerealiseerd. De Wafz heeft als doelen om het ongeboren menselijk leven te beschermen en om hulp te bieden aan vrouwen die onbedoeld zwanger zijn. Er bestaat volgens de onderzoekers dan ook geen reden om het wettelijk systeem als zodanig ter discussie te stellen. Wel constateren de onderzoekers een aantal knelpunten. Op de geconstateerde knelpunten hebben zij elf aanbevelingen geformuleerd, gericht aan de wetgever, de minister van VWS en de abortushulpverlening om de wet en de uitvoering daarvan op onderdelen te verbeteren.

Positie van de overtijdbehandeling

De wetgever heeft niet omschreven wanneer sprake is van een zwangerschap en dus ook niet van zwangerschapsafbreking. Dat levert onduidelijkheid op, bijvoorbeeld over de positie van de overtijdbehandeling. Onderzoeker en projectleider Corrette Ploem (Amsterdam UMC) zegt hierover: ‘In de eerste evaluatie uit 2005 hebben de onderzoekers de wetgever al aangeraden om de positie van de overtijdbehandeling in de wetgeving te verhelderen, maar dit is helaas niet gebeurd. Het is hoog tijd dat hierover nu wel duidelijkheid komt.’

Levensvatbaarheidsgrens

In de abortuspraktijk wordt als uiterste termijn voor een zwangerschapsafbreking de grens van 24 weken gehanteerd. Bij de totstandkoming van de wet is 24 weken genoemd als tijdstip waarop de vrucht zelfstandig levensvatbaar zou zijn. Medisch-technologische ontwikkelingen sinds die tijd hebben ervoor gezorgd dat de behandelgrens bij vroeggeboorte inmiddels naar beneden is bijgesteld. Dit levert discussie op over de behandelgrens bij zwangerschapsafbreking. De onderzoekers constateren in de evaluatie dat het om twee uiteenlopende kwesties gaat waarachter verschillende overwegingen schuilgaan. Ze bevelen daarom aan om de koppeling tussen de levensvatbaarheidsgrens bij een zwangerschapsafbreking en de behandelgrens bij vroeggeboorte los te laten en de 24-wekentermijn in de Wafz zelf op te nemen.

Verwijzing

Bij de verwijzing van vrouwen voor een abortusbehandeling komen knelpunten naar voren. Een verwijzing door bijvoorbeeld een huisarts is niet nodig: vrouwen kunnen ook rechtstreeks naar een kliniek of ziekenhuis gaan voor een behandeling. De voorlichting hierover door sommige huisartsen en op zorgwebsites is niet altijd correct. Daarnaast is gebleken dat verwijzende huisartsen hun taak verschillend opvatten. Onderzoeker Heinrich Winter (Pro Facto): ‘Sommige huisartsen gaan zeer uitgebreid in op de abortushulpvraag van de vrouw en verwijzen haar pas op het moment dat zij geen enkele twijfel meer heeft. Andere huisartsen verwijzen een vrouw die om een verwijzing verzoekt juist snel door en laten de verdere ondersteuning aan de abortusarts over.’ Aanbevolen wordt dat de verwijzers en abortuszorgverleners hun rollen via samenwerkingsafspraken verder verduidelijken en om de groep formele verwijzers uit te breiden met verloskundigen die in de praktijk vaak al als verwijzer fungeren.

Beraadtermijn

In de Wafz staat dat tussen het eerste gesprek met een arts over abortus en de abortusbehandeling minimaal vijf dagen moeten zijn verstreken, tenzij het gaat om een overtijdbehandeling. De strikte toepassing van deze termijn stuit in de praktijk op bezwaren. Vrouwen kunnen de termijn als belastend ervaren en behandelmogelijkheden kunnen worden ingeperkt. De onderzoekers bevelen – net als in 2005 – aan om de verplichte vijf dagen beraadtermijn te heroverwegen. Ploem: ‘Wij stellen net als in de eerste evaluatie van de wet voor de beraadtermijn flexibel te maken. Dat neemt de bestaande knelpunten weg en zorgt ervoor dat een vrouw voldoende tijd krijgt om de gevolgen van haar uiteindelijke beslissing voor het ongeboren kind en voor haarzelf te overwegen.’

Besluitvormingsproces

Uit de evaluatie blijkt dat de besluitvormingsprocedure bij abortus in grote lijnen goed verloopt. Abortushulpverleners gaan altijd bij de vrouw na of zij haar besluit vrijwillig en weloverwogen heeft genomen. Zij sluiten bij de hulpverlening zo goed mogelijk aan bij de behoeften van de vrouw en haar eventuele problemen bij het nemen van een besluit. Dat geldt ook voor het bespreken van alternatieven. Winter: ‘De meeste hulpverleners vragen aan de vrouw of zij alternatieven heeft overwogen en bespreken relevante alternatieven als daar aanleiding voor bestaat. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen, is de voorlichting hierover adequaat.’

Over het onderzoek  

Onderzoekers van het Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam en Pro Facto hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe de Wet afbreking zwangerschap (1984) functioneert. De evaluatie bestond uit een juridisch en een empirisch deelonderzoek. Het juridisch deelonderzoek richtte zich op het beschrijven en analyseren van de wettelijke regels ten aanzien van zwangerschapsafbreking. Het empirisch deelonderzoek strekte ertoe het functioneren van de Wafz vanuit het perspectief van alle bij (de besluitvorming over) abortus betrokken actoren – waaronder vrouwen die abortushulp zoeken, abortusartsen, gynaecologen en verpleegkundigen en artsen die vrouwen voor abortus verwijzen (zoals huisartsen) – in kaart te brengen.

Meer weten?

]]>
news-5847 Thu, 25 Jun 2020 12:26:20 +0200 Trimbos-instituut publiceert resultaten onderzoek psychische gezondheid in verpleeghuizen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/trimbos-instituut-publiceert-resultaten-onderzoek-psychische-gezondheid-in-verpleeghuizen/ In april is het Trimbos-instituut samen met een consortium van onderzoekers onder leiding van de Universiteit van Amsterdam een onderzoek gestart naar de sociale impact van het coronavirus (COVID-19) op kwetsbare groepen. Dit onderzoek is onderdeel van het ZonMw-project Social Impact of Physical Distancing on Vulnerable Populations during COVID-19. Het rapport schetst de negatieve gevolgen van het bezoekverbod op de gezondheid en het welzijn van de bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen. Onderzoek Trimbos-instituut

Aan het onderzoek heeft een representatieve groep van 193 bewoners, 1609 familieleden en 811 zorgmedewerkers deelgenomen. Trimbos beschrijft de bevindingen op het gebied van sociaal contact, eenzaamheid, gezondheid en kwaliteit van leven, problemen met stemming en gedrag, houding ten opzichte van het bezoekverbod, informatievoorziening vanuit de organisatie en tenslotte zorgen over COVID-19. Zij concluderen onder meer dat de kwaliteit van leven fors lager is beoordeeld dan voor de pandemie en dat er hoog werd gescoord op sociale en emotionele eenzaamheid. Trimbos doet naar aanleiding van het onderzoek een aantal aanbevelingen.

Projecten over sociale isolatie en eenzaamheid

De afgelopen tijd zijn bij ZonMw een aantal projecten gestart gericht op sociale isolatie en/of eenzaamheid binnen verpleeg- en verzorgingshuizen, of projecten met duidelijke raakvlakken daarmee. Binnen de regeling ‘Creatieve oplossingen aanpak coronavirus (COVID-19)’ spelen de volgende projecten in op dit onderwerp:

Daarnaast zijn enkele projecten gehonoreerd op dit thema via de subsidieronde Wetenschap voor de praktijk van het COVID-19 Programma. Deze gaan uiterlijk 5 juli 2020 van start.

Subsidie voor praktijkgericht onderzoek

Bij het ZonMw-programma Langdurige zorg en ondersteuning staat momenteel de subsidieoproep Praktijkgericht onderzoek naar de relatie tussen de cliënt, naasten en/of mantelzorgers en professionals in de langdurige zorg en ondersteuning open. Deze subsidieoproep heeft als doel om middels praktijkgericht onderzoek kennis te genereren over een praktijkkwestie in de langdurige zorg en ondersteuning gericht op de relatie tussen cliënten, naasten en/of mantelzorgers en (toekomstige) zorg- en ondersteuningsprofessionals. De deadline voor het indienen van uitgewerkte subsidieaanvragen is 2 juli 2020.

Meer informatie

]]>
news-5845 Thu, 25 Jun 2020 10:52:43 +0200 Instrumenten huiselijk geweld, kindermishandeling en risicojongeren nog onvoldoende gebruikt https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/instrumenten-huiselijk-geweld-kindermishandeling-en-risicojongeren-nog-onvoldoende-gebruikt/ Professionals in onder meer onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en kinderopvang spelen een belangrijke rol in het signaleren van 2 grote maatschappelijke problemen; huiselijk geweld en kindermishandeling, en het signaleren van risicojongeren. Daarom is er wetgeving die de signalering en aanpak ervan moet verbeteren: de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2013) en de Wet verwijsindex risicojongeren (2010). In 2019 zijn beide wetten geëvalueerd, zowel apart als in samenhang. Hieruit blijkt dat beide instrumenten onvoldoende worden gebruikt door professionals. Professionals die de instrumenten wel gebruiken, ervaren meerwaarde. De verplichte meldcode biedt professionals een concreet stappenplan bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De verwijsindex wordt in sommige regio’s als een waardevol instrument gezien om tot samenwerking te komen. In de praktijk worden echter een dusdanig aantal knelpunten geconstateerd dat de onderzoekers de minister oproepen om het bestaan van de verwijsindex te heroverwegen.

Meldcode

Bij de verplichte meldcode biedt het bijbehorende stappenplan professionals voldoende handvatten als eenmaal vermoedens van geweld bestaan. Het herkennen van signalen en dan met name de minder zichtbare en moeilijker herkenbare signalen blijkt voor professionals lastig. Bijvoorbeeld verwaarlozing is lastig te herkennen. Ook signalen van andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zoals eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en financiële uitbuiting worden gemist. Dit geldt zowel voor professionals in de zorg als daarbuiten.

Het gesprek tussen een betrokkene en professional heeft tot doel om met de betrokkenen over de situatie te praten en na te gaan hoe hulp en ondersteuning aan de betrokkenen kan worden geboden. Wat we zien is dat bij professionals verkeerde veronderstellingen bestaan over het gesprek met betrokkene, waardoor dit gesprek door hen als een drempel wordt ervaren om de meldcode te gebruiken. Zo ligt er ten onrechte veel nadruk op het melden bij Veilig Thuis; professionals denken de meldcode en de mogelijke melding al te moeten benoemen in het eerste gesprek met betrokkene(n). Meer doelgroepgerichte voorlichting aan professionals en het duurzamer borgen van het gebruik binnen organisaties die werken met de meldcode is nodig.

Verwijsindex

Bij de verwijsindex bestaat een wisselend beeld. Het gebruik van de verwijsindex is de afgelopen jaren geleidelijk aan toegenomen tot 250.341 meldingen in 2018. Deze cijfers worden sterk beïnvloed door het gebruik in enkele regio’s. Van de 65 gemeentelijke convenantgebieden zijn namelijk tien regio’s verantwoordelijk voor ruim de helft van de meldingen. Niet-gebruikers geven onder meer aan weinig meerwaarde te zien van de melding. Reden hiervan is dat de betrokken hulpverleners al bij hen bekend zijn en zij het lastig te vinden ouders en betrokkenen te informeren over de melding. Het niet-gebruik vormt, ondanks langdurige en herhaalde aandacht voor de implementatie van de verwijsindex, een belangrijke belemmering voor het goed werken van het instrument.

Doordat het instrument geen landelijke dekking heeft, ontbreekt de rechtvaardiging om persoonsgegevens van jeugdigen centraal op te slaan in een landelijke database. Nicolette Woestenburg, projectleider van de evaluaties: ‘De wet is 10 jaar geleden in werking getreden. Het doel dat met het instrument werd beoogd, het realiseren van vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen professionals zodat tijdig hulp kan worden geboden, is nog steeds belangrijk, maar met dit instrument lijkt dit niet te worden bereikt.’ In het onderzoek komt ook naar voren dat de samenwerkingsverbanden die onder de Jeugdwet sinds 2015 zijn ontstaan mogelijk evenveel of meer effect hebben dan de verwijsindex.

Over het onderzoek

Onderzoekers van Pro Facto en het Amsterdam UMC (locatie VUmc) hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe beide wetten in de praktijk werken. De aanbevelingen van beide evaluaties zijn gericht aan de wetgever, het ministerie van VWS, beroepsgroepen, instellingen en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis.

De evaluatierapporten zijn aangeboden aan de minister en aan de Tweede Kamer. Dinsdagavond 23 juni 2020 zijn de rapporten in het Algemeen Overleg Jeugd aan de agenda toegevoegd.

Meer weten?

]]>
news-5837 Wed, 24 Jun 2020 13:00:00 +0200 Eerste editie Kennisagenda Juiste Zorg op de Juiste Plek aangeboden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/eerste-editie-kennisagenda-juiste-zorg-op-de-juiste-plek-aangeboden/ Het Kennisplatform Juiste Zorg op de Juiste Plek overhandigde vandaag de eerste kennisagenda ‘Zorg op de Juiste Plek’ aan Ernst van Koesveld, Directeur-Generaal Langdurige Zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Van Koesveld ontving deze, via een online meeting, digitaal uit handen van prof. dr. Dirk Ruwaard, voorzitter van het Kennisplatform Juiste Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP). De kennisagenda bevat concrete aanbevelingen om kennis rondom JZOJP te ontwikkelen, te delen en toe te passen in de praktijk. Verplaatsen van zorg

De leden van het Kennisplatform hebben op basis van hun expertise en naar aanleiding van een quickscan (uitgevoerd door Pluut&Partners) een visie op kennisontwikkeling en -benutting opgesteld en de relevante JZOJP-kennisvraagstukken vastgesteld. De focus van deze eerste agenda ligt op het verplaatsen van zorg, toegespitst op de organisatie van zorg in de brede betekenis van het woord. Vandaar de titel: ‘Zorg op de Juiste Plek’. Het resultaat is samengevat in negen aanbevelingen.

“Het is eigenlijk al een community op zichzelf geworden, dat is al heel waardevol. We weten nog lang niet alles en moeten ook leren, en verwijzen dan ook naar de kennisagenda. Dit is een heel mooi begin.”, aldus van Koesveld.

Aanbevelingen voor ministerie en praktijk

Met de kennisagenda, die jaarlijks zal verschijnen, adviseert het Kennisplatform de minister van Medische Zorg & Sport als input voor de programmering van het ministerie van VWS. Maar ook andere partijen binnen de beweging Juiste Zorg op de Juiste Plek hebben baat bij de analyse en aanbevelingen in de agenda. Het helpt hen om te bepalen waar het ontwikkelen en toepassen van kennis zich op moet richten het komende jaar.

Dynamisch en open

Het Kennisplatform zal deze dynamische kennisagenda jaarlijks actualiseren. De JZOJP-beweging vraagt immers om een voortdurende evaluatie, niet alleen voor de (door)ontwikkeling van kennis, maar ook voor de toepassing daarvan in de praktijk. Het Kennisplatform wil dan ook graag op de hoogte gebracht worden van relevante ontwikkelingen en bouwstenen voor de jaarlijkse actualisatie van deze kennisagenda. Dat kan per mail (kennisplatformjzojp@zonmw.nl).

Taskforce JZOJP en ZonMw

De kennisagenda ‘Zorg op de Juiste Plek’ is opgesteld in opdracht van VWS en sluit aan op het rapport van de Taskforce Juiste Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP) en de hoofdlijnenakkoorden. De Taskforce JZOJP stelt voor juiste zorg op de juiste plek het functioneren van de mens centraal en maakt een onderscheid tussen de zogenaamde drie V’s: het Voorkomen van (dure) zorg, het Vervangen van zorg en het Verplaatsen van zorg. ZonMw voert het secretariaat van het Kennisplatform en voert de subsidieregeling JZOJP uit. 

Meer informatie

]]>
news-5842 Wed, 24 Jun 2020 12:56:54 +0200 Onderzoek naar werk en welzijn van professionals voor psychische hulp in coronatijd https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/onderzoek-naar-werk-en-welzijn-van-professionals-voor-psychische-hulp-in-coronatijd Het Trimbos-instituut doet in opdracht van ZonMw een kortdurend onderzoek naar de gevolgen van de coronacrisis op professionals met cliëntcontacten voor psychische hulp, zorg en ondersteuning. Of ze nou werkzaam zijn voor telefonische hulpdiensten, in het sociaal domein, de eerste lijn, de ggz, de jeugdhulp, of waar dan ook. news-5834 Tue, 23 Jun 2020 09:41:28 +0200 Jeugdhulp bij kindermishandeling en seksueel geweld: doen we de juiste dingen? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jeugdhulp-bij-kindermishandeling-en-seksueel-geweld-doen-we-de-juiste-dingen/ Een rapport over deze vraag is onlangs naar de Tweede kamer gestuurd. Het rapport onderzoekt de mogelijkheden om te monitoren welke jeugdhulp wordt aangeboden aan kinderen die te maken hebben gehad met een vorm van (seksueel) geweld of mishandeling. Om zo beter inzicht te krijgen in de geboden hulp en de effectiviteit daarvan. Aanleiding voor dit onderzoek was een aanbeveling van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in de Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016. Uit dit rapport bleek dat 85% van de meisjes in gesloten jeugdhulp, de zwaarste vorm van jeugdhulp, hulp ontvingen naar aanleiding van seksueel geweld.

Geen landelijk beeld hulpaanbod

Momenteel is er geen landelijk beeld van de redenen waarom kinderen hulp ontvangen, omdat dit nu niet geregistreerd hoeft te worden. Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur: ‘Als we niet weten welke hulp mishandelde en misbruikte kinderen krijgen, weten we ook niet of we ze wel de juiste hulp bieden.’ Deze bevindingen vormden daarom aanleiding voor de Nationaal Rapporteur om de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan te bevelen te registreren waarom kinderen jeugdhulp ontvangen.

Monitoring is maatwerk

Het ministerie van VWS heeft vervolgens via ZonMw een onderzoek uit laten voeren naar de mogelijkheden om beter zicht te krijgen op de jeugdhulp die kinderen ontvangen na het meemaken van kindermishandeling en seksueel geweld. Uit het onderzoek, uitgevoerd door Partners in Jeugdbeleid, komt naar voren dat vanwege de complexiteit van de problematiek, hulpverlening bij kindermishandeling altijd maatwerk moet zijn. Ook monitoring van deze hulp moet recht doen aan de complexiteit ervan.

Het is volgens de onderzoekers niet zinvol om één indicator aan te wijzen, omdat er meerdere relevante factoren zijn die bepalen wat op welk moment de juiste hulp vormt voor slachtoffers van kindermishandeling. De onderzoekers bevelen daarom aan om het effect van de jeugdhulp globaal monitoren te combineren met diepteonderzoek. En daarbij aan te sluiten bij lopende initiatieven. Daarnaast bevelen de onderzoekers aan om de ontwikkeling van kennis en kunde over seksueel geweld en misbruik te bevorderen.

Lopende initiatieven

Er zijn veel lopende initiatieven op het gebied van kindermishandeling en seksueel geweld die voor een deel een antwoord geven op de vraagstelling van het onderzoek. Hierbij worden verschillende voorbeelden genoemd, zoals de Impactmonitor die door het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis wordt ontwikkeld. Maar ook onderzoek zoals door het Verweij-Jonker Instituut wordt gedaan naar gezinnen die te maken hebben met kindermishandeling en de onderzoeken die in kader van het onderzoeksprogramma Veilig opgroeien worden gedaan.

Aanbevelingen

De belangrijkste aanbevelingen die in het rapport worden gedaan zijn:
Zorg voor maatwerk, combineer globaal monitoren met diepteonderzoek, sluit aan bij lopende initiatieven, bevorder kennis en kunde. Dit alles ook apart voor seksueel geweld en misbruik.

Meer weten?

]]>
news-5814 Wed, 17 Jun 2020 21:34:37 +0200 Slagingskans therapie vergroten door cultuursensitieve benadering https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/slagingskans-therapie-vergroten-door-cultuursensitieve-benadering/ Veel statushouders die recent naar Nederland zijn gekomen ondervinden psychische problemen. Uit een grootschalig onderzoek onder Syriërs in Nederland blijkt bijvoorbeeld dat 41% van de Syriërs als psychisch ongezond aangemerkt kan worden. Maar wat doe je als behandelaar als je Syrische patiënt niet meer komt opdagen? Of als het woord ‘depressie’ niet in het Eritrees blijkt te bestaan?  

Door een cultuursensitieve benadering van ggz-behandelaars kunnen statushouders zich meer begrepen voelen. Hierdoor kan er sneller een vertrouwensrelatie ontstaan waardoor therapie een grotere kans van slagen heeft; minder no show, minder uitval en betere behandelresultaten.

Ontwikkeling training ‘cultuursensitief behandelen’

Tijdens het ZonMw-project ‘Blended learning: trainingen cultuursensitief behandelen voor ggz professionals’ ontwikkelden experts van het ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum en ervaringsdeskundigen uit Syrië en Eritrea de training ‘cultuursensitief behandelen’ voor ggz-professionals. De training bestaat uit een e-learning en tweedaagse training om de patiënt zich begrepen te laten voelen en je als behandelaar bewust te zijn van je eigen waarden en vooroordelen. 

E-learning en training

In de e-learning komen theoretische kennis over trauma’s bij vluchtelingen en achtergrondinformatie over Syrische en Eritrese vluchtelingen van de deelnemers aan bod, met extra aandacht voor het taboe op psychische problemen in deze culturen.
De tweedaagse training is gericht op attitude- en vaardigheidsontwikkeling om cultuursensitief te behandelen. Deelnemers oefenen zowel tijdens de training als in hun praktijk onder meer met het afnemen van het ‘Cultural Formulation Interview’ (CFI). Dit wordt gebruikt om tijdens een intake in de ggz informatie te krijgen over de manier waarop cultuur doorwerkt op essentiële aspecten van het klinische beeld dat een betrokkene presenteert en op de hulpverlening aan hem of haar.

Opbouw rond 3 thema’s

De training is opgebouwd rondom de volgende 3 thema’s:

  • Klachtenpresentatie, de situatie van 'Condition Migrante', en de veelal somatische presentatie van angst-, stemmings- en traumaklachten;
  • Ziekteverklaringsmodel, hulpmiddelen om tot gerichte diagnostiek en betere commitment te komen, door middel van het Cultural Formulation Interview, een cultuurgevoelig anamneseprotocol, en de aanbevelingen vanuit de Generieke Module Diversiteit;
  • Aanpassing werkwijze: cultuursensitieve behandelingen en aanpassingen om knelpunten bij CGt, EMDR, IPT en andere behandelvormen te voorkomen.

De training ‘cultuursensitief behandelen’ wordt binnenkort door de ARQ Academy aangeboden aan ggz-professionals en ggz-instellingen.

Meer informatie

]]>
news-5801 Mon, 15 Jun 2020 09:49:15 +0200 Zesde versie richtlijnene GGZ en corona https://www.ggzstandaarden.nl/richtlijnen/ggz-en-corona-richtlijn/inleiding De geestelijke gezondheidszorg heeft de zesde versie van de specifieke richtlijn GGZ en corona gepubliceerd op GGZ Standaarden. news-5769 Fri, 05 Jun 2020 09:56:24 +0200 App voor jongeren met depressieve klachten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/app-voor-jongeren-met-depressieve-klachten/ Veel depressieve jongeren krijgen niet de zorg die zij nodig hebben. Zij weten vaak niet dat ze depressief zijn of schamen zich voor hun klachten. Het Trimbos-instituut en GGZ Oost Brabant ontwikkelde samen met jongeren en hulpverleners de app Boost My Mood voor jongeren met depressieve klachten. Doorontwikkeling BoostMe

Voor volwassenen met depressieve klachten bestond al de app BoostMe, wat het vertrekpunt is geweest voor de ontwikkeling van de Boost My Mood app. De app bestaat uit 4 thema’s waarmee jongeren zelf aan de slag kunnen. De thema’s komen overeen met de belangrijkste klachten die depressieve jongeren ervaren, namelijk stemming, slaap, piekeren en stress. Per thema bevat de app tips, zelftesten, oefeningen en ervaringsverhalen. Alle oefeningen zijn afgeleid van effectieve werkvormen uit andere interventies of therapieën voor slaapproblemen.

Jongeren rapporteerden minder depressieve gevoelens

Na het uitwerken van een implementatiestrategie voor verschillende fasen in de zorgketen, is de app door jongeren in verschillende zorgtrajecten uitgeprobeerd. Het betrof hier jongeren met beginnende depressieve klachten en jongeren die op de wachtlijst staan voor een behandeling. Zij rapporteerden na afloop minder depressieve gevoelens dan vóór de periode dat zij met de app aan de slag gingen. De app zou ook uitgeprobeerd worden door jongeren die een behandeling voor depressie hadden afgerond, maar bij deze groep bleek minder belangstelling voor de app te bestaan. Voor jongeren met beginnende depressieve klachten bleek de Boost My Mood app het meest geschikt. De komende periode wordt een pilotstudie gecontinueerd waarin de bruikbaarheid en werkzaamheid van de app als vroege interventie verder wordt onderzocht.

Meer informatie

]]>
news-5770 Fri, 05 Jun 2020 09:53:03 +0200 Aanvullende subsidieronde voor projecten maatschappelijke diensttijd opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aanvullende-subsidieronde-voor-projecten-maatschappelijke-diensttijd-opengesteld/ Vandaag is een nieuwe subsidieoproep gepubliceerd die projecten uit subsidieronde 4a - MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk in de gelegenheid stelt om extra budget aan te vragen voor uitbreiding van hun partnerschap met nieuwe partners. Hiermee kunnen zij MDT laten groeien naar een landelijk dekkend netwerk. Het extra budget stelt de projecten in de gelegenheid om meer jongeren (uit verschillende groepen) te bereiken, binnen andere regio’s aanbod te genereren, het lerend vermogen rondom de MDT te versterken en/of aanbod in andere sectoren/interessegebieden aan te kunnen bieden.

Over de subsidieoproep

Een subsidieaanvraag kan alleen ingediend worden door de hoofdaanvrager van het project uit subsidieronde 4a. De deadline hiervoor is maandag 7 september 2020 15.00 uur. Het besluit wordt (onder voorbehoud) bekendgemaakt op 24 november 2020. De voorwaarden kunt u terugvinden in de subsidieoproep.

Wilt u aansluiten bij een project?

Denkt u dat u met uw organisatie bij kan dragen aan het uitbreiden van het MDT-netwerk?  Neem dan contact op met de projectleider van een van de projectleiders uit subsidieronde 4a. Een overzicht van deze projecten is te vinden op deze pagina (de projecten met ** achter de naam).

Mogelijk worden er ter voorbereiding op de uitbreiding van partnerschappen extra netwerkbijeenkomsten georganiseerd. Dit initiatief komt vanuit het kernteam MDT om organisaties actief met elkaar in contact te brengen. Houd www.doemeemetmdt.nl, de nieuwsbrief en/of de LinkedIn in de gaten voor de data.

Over de maatschappelijke diensttijd

De maatschappelijke diensttijd (MDT) is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. MDT biedt ook de mogelijkheid om mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen. Meer weten? Kijk op www.doemeemetmdt.nl.

Meer weten?

]]>
news-5767 Thu, 04 Jun 2020 11:31:39 +0200 Een psychiatrische instelling onderzocht patiënten opnieuw, en de helft van de diagnoses bleek niet te kloppen https://www.trouw.nl/zorg/een-psychiatrische-instelling-onderzocht-patienten-opnieuw-en-de-helft-van-de-diagnoses-bleek-niet-te-kloppen~bd7aa7e4/ De helft van de patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen heeft een verkeerde diagnose, blijkt uit een wetenschappelijke studie bij zorginstelling GGNet. news-5763 Wed, 03 Jun 2020 15:53:06 +0200 Ervaringen van 5 Jaar MIND Young Academy https://mindyoung.nl/thema/ervaringen-van-5-jaar-mind-young-academy In de publicatie ‘Jongeren en psychische gezondheid: ervaringen van 5 jaar MIND Young Academy’ worden signalen gedeeld van leerlingen, docenten en zorgcoördinatoren, effectieve oplossingen en een blik op de toekomst. news-5747 Tue, 02 Jun 2020 09:02:00 +0200 De impact van COVID-19 op kwetsbare mensen is groot https://www.parool.nl/amsterdam/uva-onderzoekers-zorg-krijgen-tijdens-lockdown-lastig-voor-nieuwe-gevallen~b21eca46/ Kwetsbaren zoals daklozen, eenzame ouderen en slachtoffers van huiselijk geweld, hebben meer hulp nodig om de sociale impact van de coronamaatregelen te boven te komen. Dat blijkt uit de tussentijdse resultaten van onderzoek 'Coronatijden in Nederland' dat gefinancierd wordt door ZonMw. ‘Vooral nieuwe zorg is problematisch.’ Het onderzoek wordt uitgevoerd door Universiteit van Amsterdam, Trimbos-instituut, Hogeschool van Amsterdam, Pharos, Vrije Universiteit Amsterdam en Ben Sajetcentrum. news-5728 Tue, 26 May 2020 15:14:08 +0200 Vul de enquête van WOMEN Inc. in over gender en de ggz https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSemgT_oaRucNOV1JQA6jORsUuv-LlrIxgUyhhXFdW7djb-A5Q/viewform 'In de geestelijke gezondheidszorg is nog maar kort aandacht is voor sekse- en genderverschillen. Daardoor kregen zowel vrouwen als mannen jarenlang niet altijd de hulp die zij nodig hadden. [...] Om te weten te komen welke thema’s en aandoeningen meer onderzoek verdienen - op het gebied van preventie, oorzaak, diagnose en behandeling - willen we u vragen deze enquête in te vullen.' news-5724 Mon, 25 May 2020 09:43:55 +0200 Helpen wanneer je nodig bent: #ookditisMDT https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/helpen-wanneer-je-nodig-bent-ookditismdt/ MDT gaat over iets doen voor een ander. Juist in een lastige periode als deze, willen jongeren helpen. Om in deze behoefte tegemoet te komen, is er een laagdrempelige subsidieronde ingericht voor bestaande MDT-organisaties. Helpen wanneer je nodig bent: #ookditisMDT. Organisaties die een lopend of afgerond MDT-project hebben, konden hun projectvoorstel indienen. Hiervoor was per project maximaal € 50.000 beschikbaar. In totaal zijn er 19 projecten gehonoreerd, waarbij jongeren zich inzetten voor een ander én werken aan hun talentontwikkeling in aangepaste vorm. Bij het project MDT op Zuid 2.0. geven jongeren nu bijvoorbeeld digitale huiswerkbegeleiding en persoonlijke coaching aan kwetsbare scholieren en statushouders uit de buurt, die niet gewend zijn om thuis met school bezig te zijn. Deze jongeren dreigen door de situatie achterop te raken. De coaches bieden hen nu een luisterend oor en dagen scholieren uit om zich te ontwikkelen.

In de Zaanstreek gaan 100 jongeren onder de noemer 075 Heroes zich inzetten tegen eenzaamheid. Voor ouderen organiseren ze onder meer balkonworkouts en voor kinderen allerlei activiteiten tijdens de Ramadan. Young Impact helpt in heel Nederland jongeren met een beperking met online thuisopdrachten en challenges. Bij een project in de Utrechtse wijk Overvecht gaan 250 MDT-jongeren ouderen, mensen met een taalachterstand en basisschoolleerlingen helpen.

Op www.doemeemetmdt.nl/ook-dit-is-mdt is een overzicht te vinden van alle hulpinitiatieven.

Over MDT (maatschappelijke diensttijd)

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang. Namelijk iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten. Doordat jongeren iets doen voor een ander en/of voor de samenleving, komen ze zelf ook een stap verder. Met talentontwikkeling ontwikkelen jongeren vaardigheden en vergroten zij hun zelfvertrouwen en hun netwerk. MDT heeft ook tot doel mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen.

Meer weten?

]]>
news-5703 Fri, 15 May 2020 12:10:01 +0200 Onderwijsproducten over verward gedrag: een evaluatie van de ontwikkeling en opbrengsten https://www.platform31.nl/nieuws/onderwijsproducten-over-verward-gedrag-een-evaluatie-van-de-ontwikkeling-en-opbrengsten Hoe ga je om met mensen die verward gedrag vertonen? Hoe werk je goed samen met collega’s van andere organisaties? Praktijk- en onderwijsinstellingen ontwikkelden samen onderwijsproducten voor mbo, hbo en nascholing. Platform31 en onderzoeksinstituut IVO brachten voor ZonMw de opbrengsten van de verschillende onderwijsproducten in kaart. news-5697 Wed, 13 May 2020 14:54:34 +0200 Effecten van coronamaatregelen gemeten in ggz-panels https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/driekwart-leden-panel-psychisch-gezien-heeft-geen-face-to-face-contact-met-hulpverlener Een actuele vraag is: Hoe gaat het tijdens coronamaatregelen met mensen met psychische aandoeningen? Door ZonMw gefinancierd onderzoek brengt dit in beeld en laat zorgpunten zien. Het is belangrijk inzicht te krijgen over de situatie van deze groep. Lees meer hierover. news-5695 Tue, 12 May 2020 14:06:00 +0200 Vroegtijdige onderkenning van psychische problemen bij studenten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/vroegtijdige-onderkenning-van-psychische-problemen-bij-studenten/ Psychische problemen bij studenten hangen vaak samen met voortijdige studie-uitval, slechtere studieresultaten en een grotere kans op werkloosheid. Het onlangs afgeronde onderzoek naar Caring Universities was erop gericht om psychische problemen bij studenten op universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs vroegtijdig te onderkennen. Een ander doel was het zo snel mogelijk beschikbaar stellen van preventieve en vroege interventies. Caring Universities implementeerde hiertoe een screeningssysteem voor het opsporen van psychische stoornissen bij studenten en onderzocht de effecten van een online interventie. Caring Universities

Het onderzoek Caring Universities ontving subsidie vanuit het ZonMw-Onderzoeksprogramma ggz om de herkenning en behandeling van depressie bij adolescenten te verbeteren. Het onderzoek is uitgevoerd door de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) en was voorloper van een groter, doorlopend Caring Universities-traject waarin ook de universiteiten van Leiden, Utrecht en Maastricht deelnemen.

Het ZonMw-project richtte zich op:

  • Het implementeren van een bestaand, goed onderbouwd screeningssysteem bij Nederlandse studenten om die studenten te identificeren die een verhoogd risico hebben om psychische problemen te ontwikkelen.
  • Het implementeren van een preventieve internet-interventie op de VU en de UvA voor studenten die hoog scoren op depressie- en angstklachten.
  • Het ontwikkelen van een strategie voor de implementatie van het Caring Universities-project op andere instellingen voor hoger onderwijs (universiteiten, hbo, mbo). Dit is deels onderdeel van het ZonMw-project.

Implementatie screeningssysteem

Een belangrijk onderdeel van het project was het implementeren van een screeningssysteem voor veelvoorkomende psychische problemen bij studenten van de VU en UvA. Het screeningssysteem is een nieuw internationaal systeem dat gecoördineerd wordt door Harvard Medical School. Daarin zijn inmiddels gegevens van vele duizenden studenten over de hele wereld verzameld. Daarmee wordt onderzocht welke risicogroepen baat kunnen hebben bij preventieve interventies. Met deze tool zijn studenten van de VU en UvA uitgenodigd om deel te nemen aan het Harvard-onderzoek naar hun geestelijke gezondheid.

Ontwikkelen online interventies

In samenwerking met de 3 andere Nederlandse universiteiten (Universiteit Maastricht, Universiteit Leiden, en Universiteit Utrecht), worden momenteel preventieve online interventies voor stressmanagement, depressie en andere veelvoorkomende problemen bij studenten ontwikkeld. Samen met eindgebruikers worden gedurende de komende drie jaar een reeks interventies gecreëerd. Het gaat daarbij om interventies gericht op onder meer het verminderen van uitstelgedrag en mogelijk ook faalangst, perfectionisme en slaapproblemen.

Een aantal studenten met milde of matige symptomen van depressie of angst heeft deelgenomen aan een bestaande online interventie. Deze zelfhulpinterventie heeft echter niet geleid tot verminderde symptomen van depressie en angst in studenten. Meer onderzoek is nodig om de mogelijke voordelen van online behandeling voor studenten met symptomen van depressie of angst goed in kaart te brengen.

Toekomst

Momenteel wordt een plan voor implementatie op de lange termijn en evaluatie van screening en preventieve interventies binnen de Nederlandse universiteiten ontwikkeld. Dit initiatief bouwt voort op de huidige resultaten en is een samenwerking met de Universiteit van Maastricht, de Universiteit van Leiden en de Universiteit van Utrecht. Afhankelijk van de uitkomsten van dit initiatief worden aanbevelingen geformuleerd voor de implementatie van deze infrastructuur bij andere Nederlandse universiteiten en hogescholen.

Meer informatie

]]>
news-5682 Tue, 12 May 2020 06:00:00 +0200 Ook als de coronatijd voorbij is, blijf ik wandelen met cliënten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/ook-als-de-coronatijd-voorbij-is-blijf-ik-wandelen-met-clienten/ Op deze bijzondere Dag van de Verpleging bedanken we vanuit ZonMw alle verpleegkundigen! Lees meer over hun enorme inzet en betrokkenheid. Onder andere in het interview met sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Nandl Lokhorst: 'Ik had niet verwacht dat nonverbale communicatie zo belangrijk zou zijn – kennelijk kunnen we de subtiele signalen alleen opvangen als we cliënten face-to-face zien.’ news-5684 Tue, 12 May 2020 06:00:00 +0200 ‘Voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn, is in deze crisis nog veel te weinig oog.' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/voor-mensen-die-psychisch-kwetsbaar-zijn-is-in-deze-crisis-nog-veel-te-weinig-oog/ Ook sociaal verpleegkundige Marjon van Aalten hebben wij geïnterviewd in het kader van de Dag van de Verpleging: 'Toen de crisis uitbrak, realiseerden we ons al snel dat we iets moesten doen voor mensen die dak- of thuisloos zijn. Binnen 10 dagen hebben we een noodlocatie uit de grond gestampt voor dak- en thuislozen die besmet zijn.' news-5676 Mon, 11 May 2020 06:09:00 +0200 Morele ondersteuning op de intensive care vraagt maatwerk https://publicaties.zonmw.nl/leren-en-verbeteren/morele-ondersteuning-op-de-intensive-care-vraagt-maatwerk/ Hoe help je zorgverleners om te gaan met morele stress en het maken van de juiste keuzes? Voor het bespreken van ethische dilemma’s kan het moreel beraad een richtinggevend instrument zijn. Wie meedoet, hangt af van wie betrokken is: denk aan artsen, verpleegkundigen, paramedici, geestelijke verzorging, maatschappelijk werk en psychologen. news-5661 Wed, 06 May 2020 14:42:44 +0200 Subsidieoproep “Maatschappelijke dynamiek” binnen COVID-19 Programma open https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-maatschappelijke-dynamiek-binnen-covid-19-programma-open/ De subsidieoproep voor aandachtsgebied “Maatschappelijke dynamiek” binnen het COVID-19 Programma is opengesteld. Consortia, onderzoeksgroepen en afzonderlijke onderzoekers uit meerdere disciplines kunnen ideeën indienen voor onderzoek gericht op de maatschappelijke effecten van de coronapandemie en van de (voorgenomen) maatregelen daartegen. Gezien de urgentie van handelen is de deadline voor het indienen van ideeën op 25 mei 2020, 19.00 uur. Het COVID-19 Programma

Het actie- en onderzoeksprogramma COVID-19 is gericht op onderzoek gericht op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Er zijn drie aandachtsgebieden:

  1. Voorspellende diagnostiek en behandeling
  2. Zorg en preventie
  3. Maatschappelijke dynamiek

Deze subsidieoproep betreft alleen aandachtsgebied 3 “Maatschappelijke dynamiek” en heeft een totaal te verdelen subsidiebudget van € 6,5 miljoen. De subsidieoproep voor aandachtsgebied 1 en 2 is op 1 mei 2020 gepubliceerd met als deadline 14 mei 2020, 14.00 uur. Lees hier meer informatie daarover.  

Aandachtsgebied Maatschappelijk dynamiek

Het aandachtsgebied Maatschappelijke dynamiek betreft brede, maatschappelijk vraagstukken, waarbij meerdere wetenschappelijke disciplines betrokken zijn. Het gaat bijvoorbeeld om antwoord op vragen als: Wat zijn de maatschappelijke consequenties van de coronacrisis? Welke sociale en economische problemen zijn erdoor blootgelegd of ontstaan? Maar ook: Welke positieve effecten heeft de crisis? Welke herstartscenario’s zijn er na een kortere of langere periode van economische en brede sociale ontwrichting? Wat kunnen we van de crisis leren voor de toekomst?

Uitnodiging tot onderzoek

Consortia, onderzoeksgroepen en individuele onderzoekers zijn met deze subsidieoproep uitgenodigd om ideeën in te dienen voor onderzoeksprojecten waarmee kennis genereerd wordt over de Nederlandse en wereldwijde impact van de coronacrisis en de maatregelen daartegen. Onderzoek richt zich niet alleen op uitdagingen tijdens deze pandemie, maar ook op de situatie na de coronacrisis. Daarnaast sluit het onderzoek aan bij prioritaire thema’s zoals hieronder beschreven.

Prioritaire thema’s

Een multidisciplinair expertpanel onder voorzitterschap van Jet Bussemaker heeft de volgende prioritaire thema’s voorgedragen, waarbij op bijbehorende onderwerpen ingediend kan worden:

  1. Onderzoek naar de effectiviteit en impact van maatregelen/strategieën in respons op de coronacrisis
    Onderwerpen: Betrouwbaarheid en legitimiteit van overheid en wetenschap in tijden van crisis, de voorwaarden voor technologieën, gekoppeld aan het ‘openstellen’ van de samenleving, effect van de 1,5 meter maatregel, verschillen tussen Europese landen.    
  2. Onderzoek naar de veerkracht van de samenleving
    Onderwerpen: Kwetsbare groepen, maatschappelijke ongelijkheid ten gevolge van genomen maatregelen, thuisonderwijs, psychologische effecten en emotioneel welbevinden, burgerinitiatieven.  
  3. Onderzoek naar de economische veerkracht
    Onderwerpen: De economische effecten van de lock down voor verschillende sectoren, heropenen sectoren van de economie, thuiswerken.

Deze thema’s hebben de hoogste urgentie om onderzocht te worden. Projectideeën moeten aansluiten bij een of meerdere van deze thema’s. In de tekst van de subsidieoproep zijn de thema’s en onderwerpen nader toegelicht.

Planning subsidieronde

Voor deze subsidieronde geldt het volgende tijdpad:

Deadline indienen projectidee
Ontvangst advies van de commissie
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
Ontvangst van het commentaar van beoordelaars
Deadline indienen wederhoor
Besluit
Uiterlijke startdatum

25 mei 2020, 19.00 uur
Rond 18 juni 2020
29 juni, 14.00 uur
6 juli 2020
8 juli 2020, 12.00 uur
Rond 23 juli 2020
3 augustus 2020

Op korte termijn wordt de subsidieoproep ook in het Engels op de ZonMw-website gepubliceerd.

Meer informatie

 

]]>
news-5655 Wed, 06 May 2020 06:07:15 +0200 Vaardig leren omgaan met patiënten met ‘vage klachten’ https://publicaties.zonmw.nl/huisartsgeneeskunde/vaardig-leren-omgaan-met-patienten-met-solk/ Het contact tussen huisartsen en patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) loopt vaak vast op de communicatie. Ineffectieve zorg is het gevolg. Onderzoeker en huisarts Juul Houwen onderzocht waar het misgaat en ontwikkelde het onderwijstrainingsprogramma SOLK. In een interview vertelt hij de 5 belangrijkste tips. news-5647 Fri, 01 May 2020 15:27:50 +0200 Subsidieoproep COVID-19 Programma (‘second wave’) open voor projectideeën https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-covid-19-programma-second-wave-open-voor-projectideeen/ De subsidieoproep voor twee aandachtsgebieden binnen het COVID-19 Programma is opengesteld. Onderzoeksgroepen kunnen voorstellen indienen voor onderzoek gericht op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Gezien de urgentie van handelen is de deadline op 14 mei 2020 gesteld. Drie aandachtsgebieden

Het programma heeft drie aandachtsgebieden:

  1. Voorspellende diagnostiek en behandeling
  2. Zorg en preventie
  3. Maatschappelijke dynamiek

De subsidieoproep gaat over de eerste twee aandachtsgebieden.

Aandachtsgebied 1: Voorspellende diagnostiek en behandeling

Onderzoek binnen dit aandachtsgebied gaat over de (door)ontwikkeling van (voorspellende) diagnostiek, voor behandeling op maat en voor het voorkomen van COVID-19-gerelateerde klachten in de vroege, acute en herstelfase. Het gaat om urgent benodigd onderzoek naar nieuwe of bestaande therapieën en hun werkingsmechanismen, en om het verkrijgen van inzichten in onder andere het microbioom, immuniteit, voorspellende parameters en behandeling op maat.

Het aandachtsgebied kent vier thema’s:

  1. Behandeling
  2. Diagnostiek van besmetting
  3. Risicoanalyse en prognostiek
  4. Virus, immuniteit, immuunrespons en pathogenese

Aandachtsgebied 2: Zorg en preventie

De nadruk binnen dit aandachtsgebied ligt op het ophalen van inzichten en geleerde lessen die bijdragen aan een verbeterde, onderbouwde aanpak van de huidige pandemie en aan borging van deze verbeterde werkwijzen en processen in het zorgsysteem voor de toekomst. Diverse typen onderzoek zijn mogelijk: evaluatietrajecten, actieonderzoek, effectstudies, stimuleringstrajecten doelmatigheidsonderzoek bij uitstel van behandeling/zorgmijding, organisatie van zorgvraagstukken, ontwikkeling epidemiologische modellen en inventarisaties.
Samenwerking tussen onderzoeksgroepen, disciplines en relevante stakeholders is daarbij het uitgangspunt om op een efficiënte manier deze inzichten te verkrijgen en te komen tot een adequate voorbereiding op een toekomstige pandemie.  

Het aandachtsgebied kent drie thema’s:

  1. Organisatie van zorg en preventie
  2. Zorg en preventie voor kwetsbare burgers
  3. Transmissie en epidemiologie

Aandachtsgebied 3 en beleids- en praktijkimpuls:

De subsidieoproep voor aandachtsgebied 3 Maatschappelijke dynamiek en het instrument beleids- en praktijkimpuls worden op 6 mei 2020 gepubliceerd. Houd hiervoor de ZonMw-subsidiekalender (openstaande subsidieoproepen) in de gaten.  

Planning

Voor de subsidieronde aandachtsgebieden 1 en 2 geldt het volgende tijdpad:

Deadline indienen projectidee
Ontvangst advies beoordelingscommissie
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
Ontvangst commentaar beoordelaars
Deadline indienen wederhoor
Besluit
Uiterlijke startdatum

14 mei 2020, 14.00 uur 
rond 5 juni 2020
15 juni 2020, 14.00 uur
22 juni 2020
24 juni 2020, 12.00 uur
rond 9 juli 2020
30 juli 2020

Op korte termijn wordt de subsidieoproep in het Engels op de ZonMw-website gepubliceerd.

Meer informatie

]]>
news-5645 Fri, 01 May 2020 11:58:23 +0200 Subsidieoproep ‘Inbedding, borging en verbinding’ sluit binnenkort https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-inbedding-borging-en-verbinding-sluit-binnenkort/ De deadline voor het indienen van subsidieaanvragen voor de subsidieoproep ‘Inbedding, borging en verbinding’ nadert snel. Tot dinsdag 12 mei 2020 14.00 uur kunt u een subsidieaanvraag indienen. Achtergrond

In het laatste jaar van het actieprogramma werken we toe naar inbedding, borging en verbinding van een goedwerkende aanpak voor mensen met verward gedrag. Het doel van deze subsidieoproep is daarom het inbedden en borgen van een goedwerkende aanpak voor mensen met verward gedrag, op praktisch en bestuurlijk niveau. Daarnaast is het doel om regio’s aansluiting te laten zoeken bij de landelijke programma’s die raken aan het thema verward gedrag.

Doel subsidieoproep

De subsidieoproep inbedding, borging en verbinding is een subsidieoproep op uitnodiging voor de 23 regio’s, zoals ingericht door het Schakelteam Personen met Verward Gedrag. Per regio is eenmalig budget van maximaal 150.000 euro vrijgemaakt. Het doel van deze subsidieoproep is (verder) inbedden en borgen van een goedwerkende aanpak voor mensen met verward gedrag én om aansluiting te zoeken bij de landelijke programma’s die raken aan het thema verward gedrag.

In een eerdere subsidieronde zijn 2 projecten gestart:
•    Bestuurlijke aansturing Zorg en Veiligheid in Gelderland-Midden (uitgevoerd door VGGM).
•    Drentse aanpak personen met verward gedrag – actieplan 2020 voor inbedding, borging en verbinding in Drenthe (uitgevoerd door GGZ Denthe).

Nieuwe subsidieronde

Het is begrijpelijk dat vanwege de omstandigheden rondom het coronavirus bepaalde administratieve zaken moesten worden uitgesteld. Daarom zijn alle subsidieoproepen met een deadline tussen 17 maart tot en met 30 april met 2 maanden verlengd. Mocht de nieuwe deadline van deze subsidieronde toch te vroeg komen, dan heeft u na de zomer nog een mogelijkheid. Dan wordt er een nieuwe subsidieoproep opengesteld met als deadline dinsdag 15 september 2020 om 14.00 uur.

Meer informatie

]]>
news-5636 Thu, 30 Apr 2020 11:26:01 +0200 ScheidingsATLAS informeert en ondersteunt ouders na scheiding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/scheidingsatlas-informeert-en-ondersteunt-ouders-na-scheiding/ In een onlangs afgerond project is de training ScheidingsATLAS ontwikkeld. Deze training is gericht op het verwerken van en beter omgaan met een scheidingssituatie, om emotioneel in staat te zijn hernieuwd ouderschap vorm te geven. In de evaluatie gaven ouders de training gemiddeld een 7,5. Ze voelen zich geïnformeerd en gesteund. Ouders zeiden handvatten te hebben gekregen voor ondersteuning van hun kinderen. De training ScheidingsATLAS gaf daarnaast nieuwe ideeën en een impuls om hiermee aan de slag te gaan. Ondersteuning gescheiden ouders

Jaarlijks worden in Nederland 49,5 duizend huwelijk-, partnerschap- en samenwoonrelaties met betrokken minderjarige kinderen beëindigd. Ouders zijn dan geen partners meer, maar blijven doorgaans wel samen verantwoordelijk voor de kinderen. Dit roept vragen en onzekerheid op. Bijvoorbeeld over de impact van de scheiding op de kinderen, opvoeding na de scheiding en communicatie hierover met de andere ouder. De korte training ScheidingsATLAS kan hierbij helpen en is erop gericht gescheiden ouders te ondersteunen, informatie en tips te geven over steun aan hun kinderen en over communicatie met de andere ouder.

Online training en groepsprogramma

Er zijn 2 onderbouwde interventievarianten ontwikkeld en geëvalueerd: een groepsprogramma en een online eHealth module. De onderzoekers volgden 65 deelnemers die ScheidingsATLAS online deden en 141 deelnemende ouders van 25 ScheidingsATLAS groepen.

De groepstraining bestaat uit 2 bijeenkomsten van elk 3 uur. De bijeenkomsten zijn interactief met het uitwisselen van tips of ervaringen, animaties, (video’s van) rollenspellen en begeleide oefeningen. De online variant kan iedere ouder op een eigen moment en op eigen tempo bekijken. Ouders krijgen in de training tips en informatie en bekijken korte filmpjes van experts en andere gescheiden ouders. Ook spelen acteurs enkele herkenbare scènes. Onderdelen van de training worden afgesloten met quizachtige vragen, met feedback op antwoorden.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5613 Fri, 24 Apr 2020 12:36:25 +0200 Studiebeurzen Gender in Research geannuleerd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/studiebeurzen-gender-in-research-geannuleerd/ Door de onvoorspelbare situatie te wijten aan het coronavirus (COVID-19) zijn de studiebeurzen voor de Gender in Research Fellowships ingetrokken.  Het kennisprogramma Gender en Gezondheid zou net als in 2019 20 studiebeurzen beschikbaar stellen voor internationale postdoc onderzoekers om de Gender and Health-cursus te kunnen bijwonen in Rotterdam. Helaas kan door de maatregelen rondom het coronavirus de cursus niet in de oorspronkelijke vorm plaatsvinden dit jaar. De studiebeurzen zullen daarom niet worden toegekend.  

Het Erasmus Summer Programma en ZonMw kijken samen naar de mogelijkheden om de Gender and Health-cursus in een andere vorm door te laten gaan. Houd onze website en socialemediakanalen in de gaten om op de hoogte te blijven.

Meer informatie

]]>