Projectomschrijving

Spierklachten bij cholesterolverlagers door verstoring in energiemetabolisme

De cholesterolverlagende medicatie statines leidt in ongeveer 10-26% van de gebruikers tot spierklachten. Dit heeft een grote invloed op de kwaliteit van leven omdat het de fysieke activiteit bemoeilijkt. Dit veni project heeft onderzocht of een verstoorde werking van de mitochondria in de spier, ook wel de energiecentrales genoemd, bijdraagt aan de spierklachten. Tevens is onderzocht of er een relatie bestaat tussen de werking van de mitochondria en het functioneren van de spieren en de algehele fitheid. Hiervoor zijn drie groepen met elkaar vergeleken namelijk een groep statinegebruikers met spierklachten, een groep statinegebruikers zonder spierklachten en een controle groep die geen statines gebruikt. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat het gebruik van statines de werking van de mitochondria in de spieren verlaagt, en dat dit gepaard gaat met een toename in vermoeidheid van de spieren wanneer deze meerdere malen samentrekken. Hiernaast was er geen verschil in fitheid tussen de groepen maar trad er wel een verandering op in het substraatgebruik tijdens de fitheidstest. Deze resultaten suggereren dat de werking van de mitochondria inherent aan statinegebruik verandert en dat dit dus geen specifiek kenmerk is voor de spierklachten die optreden bij statinegebruik.

Mitochondria in de spier

De exacte oorzaak die aan de grondslag ligt van deze problematiek is niet bekend, maar onderzoek suggereert dat een verstoorde werking van de mitochondria in de spier, ook wel de energiecentrales genoemd, bijdraagt aan de spierklachten. Daarom heeft dit veni project onderzocht of een verstoorde werking van de mitochondria in de spier bijdraagt aan de
spierklachten. Tevens is onderzocht of er een relatie bestaat tussen de werking van de mitochondria, het functioneren van de spieren en de algehele fitheid.
Op de afdeling Fysiologie van het Radboudumc Nijmegen zijn symptomatische statinegebruikers, asymptomatische statinegebruikers en controles die geen statines gebruiken gerekruteerd voor deelname aan het onderzoek. Deelnemers aan het onderzoek ondergingen een fitheidsmeting, een spierfunctie meting waarbij de spieren uit het bovenbeen aanspanden door
middel van elektrostimulatie en er werd een stukje spier uit datzelfde bovenbeen afgenomen om de werking van de mitochondria te kunnen beoordelen. De belangrijkste uitkomstmaten van het onderzoek waren spierfunctie, algehele fitheid, substraatgebruik tijdens de fitheidsmeting en de werking van de mitochondria. De algehele fitheid was vergelijkbaar tussen de drie groepen, al hadden beide groepen statinegebruikers een verandering in substraatgebruik tijdens de fitheidsmeting ten opzichte van de contrrolegroep en werd er eerder melkzuur geproduceerd door het lichaam in de statinegebruikers. De spierfunctiemeting toonde aan dat wanneer de spier meerdere malen moet samentrekken, de krachtopbouw sterker afnam in beide groepen statingebruikers in vergelijking met de controlegroep en de ontspanning van de spieren na een contractie trager verliep. De activiteit van complex II, III en IV van de mitochondria was lager in symptomatische statingebruikers in vergelijking met controles, en het aantal mitochondria was verlaagd in beide groepen statinegebruikers ten opzichte van de controlegroep.

Resultaten

De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat het gebruik van statines de werking van de mitochondria in de spieren verlaagt, en dat dit gepaard gaat met een toename in vermoeidheid van de spieren wanneer deze meerdere malen samentrekken. Hiernaast was er geen verschil in fitheid tussen de groepen maar trad er wel een verandering op in het substraatgebruik tijdens
de fitheidstest. Deze resultaten suggereren dat de werking van de mitochondria inherent aan statinegebruik verandert en dat dit dus geen specifiek kenmerk is voor de spierklachten die optreden bij statinegebruik.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website