ZonMw tijdlijn Proefdiervrije innovaties voor de wetenschap https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Proefdiervrije innovaties voor de wetenschap nl-nl Wed, 28 Jul 2021 18:49:16 +0200 Wed, 28 Jul 2021 18:49:16 +0200 TYPO3 news-7522 Mon, 19 Jul 2021 09:20:15 +0200 NWO lanceert nieuwe NWA-call over acceptatie van proefdiervrije modellen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nwo-lanceert-nieuwe-nwa-call-over-acceptatie-van-proefdiervrije-modellen/ Hoe stimuleren we acceptatie en implementatie van bestaande proefdiervrije modellen? Deze vraag staat centraal in de nieuwe call die de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) heeft gepubliceerd, waarmee bijna 2,9 miljoen euro beschikbaar komt voor onderzoek door brede consortia van onderzoekers en maatschappelijke partners. ZonMw voert deze call for proposals in samenwerking met NWO uit. Blootstelling chemische stoffen

De mens wordt dagelijks aan tal van chemische stoffen blootgesteld, die voorkomen in bijvoorbeeld geneesmiddelen, cosmetica en het milieu. Om de mens te beschermen tegen de mogelijke gevaren van deze stoffen, is een goede beoordeling van de veiligheid van een stof noodzakelijk.

Transitie naar proefdiervrije modellen

Tot op heden worden hierbij veelal proefdieren gebruikt. Dit proefdiergebruik ondervindt steeds meer kritiek, zowel vanuit een maatschappelijk als wetenschappelijk oogpunt. Denk hierbij aan dierenwelzijn en de vertaalbaarheid van dier op mens. Meerdere partijen zetten zich in om de transitie naar proefdiervrije modellen voor de veiligheidsbeoordeling van stoffen te versnellen. Ook zijn er al talloze bestaande proefdiervrije modellen.

Desondanks blijft het brede gebruik van proefdiervrije modellen achter. Er zijn namelijk veel actoren betrokken rondom dit thema, zoals de maatschappij, de wetenschap, wet- en regelgeving en het bedrijfsleven. Elk van hen brengt eigen motieven, overtuigingen en belangen met zich mee. Daarom vraagt het accepteren en het implementeren van proefdiervrije modellen om extra inzet, flexibiliteit en vertrouwen. Door al deze partijen uit te nodigen om deel te nemen in consortia, stimuleren we dat bestaande proefdiervrije modellen worden ingezet voor een betrouwbare voorspelling van effecten op de gezondheid van de mens.

Meer informatie over de NWA-call 'acceptatie van proefdiervrije modellen'

]]>
news-7328 Mon, 31 May 2021 16:03:21 +0200 Oproep voor Podium: ‘De waarde van AI voor de bio-ethiek’ https://nvbioethiek.wordpress.com/2021/05/26/oproep-voor-podium-de-waarde-van-ai-voor-de-bio-ethiek/ Kunstmatige intelligentie (AI) speelt een toenemende rol in ons dagelijks leven. Zoekmachines, chatbots en digitale assistenten worden bijvoorbeeld alle aangestuurd door AI-technieken. Zelfs de ethiek zou volgens sommigen kunnen profiteren van deze technologie door de ontwikkeling van kunstmatige morele adviseurs. De NVBe brengt binnenkort een preadvies uit: “Siri, wat adviseer jij? Over het gebruik van kunstmatige intelligentie voor morele oordeelsvorming”. Katleen Gabriels zal haar preadvies presenteren tijdens het NVBe jaarsymposium op 11 juni. news-7276 Wed, 19 May 2021 15:44:00 +0200 Proefdiervrije innovaties versnellen en kansen verzilveren https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/proefdiervrije-innovaties-versnellen-en-kansen-verzilveren/ Vandaag ontving minister Carola Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van Jeroen Geurts, voorzitter van ZonMw, een verkenning voor een Nederlands onderzoeksprogramma voor proefdiervrije innovaties. Jeroen Geurts benadrukte de conclusie uit de verkenning dat meer coördinatie en investeringen in onderzoek zullen helpen de transitie naar proefdiervrije innovatie te versnellen. De verkenning is een initiatief van ZonMw en het NCad. ZonMw en het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) voerden de verkenning uit. Zij zijn beiden partners in het programma Transitie naar Proefdiervrije Innovatie (TPI). Dit TPI-programma wordt geregisseerd en gefaciliteerd door het ministerie van LNV.

Minister Schouten: ‘De afgelopen 2,5 jaar is door TPI de transitie naar proefdiervrije innovatie een flinke stap verder gebracht. Onderzoekers, financiers, beoordelaars, NGO’s, ondernemers én beleidsmakers met hetzelfde doel, weten elkaar al steeds beter te vinden. Tegelijkertijd begrijp ik dat de ambitie hoog is en dat we sneller vooruit willen. Het is daarom goed dat ZonMw en NCad nadenken over hoe we TPI verder kunnen vormgeven in de toekomst. Ook de komende jaren blijft ieders inzet nodig om uiteindelijk zoveel als verantwoord is, proefdiervrij te kunnen zijn, en deze verkenning helpt daarbij.’

Meer coördinatie en investeringen in de keten van proefdiervrije innovatie

De aanleiding voor de verkenning was de constatering van ZonMw en het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) dat met het huidige tempo de transitie naar proefdiervrij onderzoek langzaam gaat. Ondanks dat er op veel plekken in Nederland gewerkt wordt aan organen-op-een chip en andere proefdiervrije modellen, is daadwerkelijk toepassing daarvan nog niet altijd mogelijk. Wil Nederland de ingezette transitie naar proefdiervrij onderzoek versnellen, dan zijn er extra coördinatie tussen en investeringen van alle betrokken partijen in de keten nodig: overheden, onderzoeksinstellingen en bedrijven.

Een cruciale rol voor de nieuwe generatie

ZonMw en NCad adviseren om extra in te zetten op innovatie, toepassing en onderwijs.
‘Om de transitie naar dierproefvrije wetenschap succesvol te maken, is een forse investering in de wetenschap nodig’ stelt Henk Smid (voorzitter NCad) als mede-initiatiefnemer. Dan versnelt de ontwikkeling van nieuwe proefdiervrije modellen. De implementatie van bestaande proefdiervrije methoden vraagt ook om extra aandacht. Een van de belangrijke fasen daarin is inzicht krijgen in hoe innovaties zonder proefdieren geïmplementeerd kunnen worden: hoe zijn ze te valideren of kwalificeren als werkzaam of veilig? Daarmee kunnen de kansen die er liggen sneller verzilverd worden. De nieuwe generaties onderzoekers spelen een cruciale rol in de versnelling van de transitie. Onderwijs in het gedachtengoed en de methoden van proefdiervrij onderzoek helpt hen om verantwoorde keuzes te maken voor hun onderzoeksopzet. Zij kunnen zo de kwaliteit en relevantie van hun onderzoek verhogen, én vertaling van hun resultaten naar de mens verbeteren.

Een toekomst met zo min mogelijk proefdieronderzoek?

De komende maanden zal ZonMw gebruiken om de adviezen uit de verkenning verder uit te werken tot een strategische agenda en een strategie voor financiering waarbij ZonMw streeft naar breed gedragen onderzoeks- en innovatieconsortia. Ook zullen ZonMw en NCad inzetten op een sterkere positionering en profilering van proefdiervrij onderzoek, om kennis sneller te delen en initiatieven beter met elkaar te verbinden.
Jeroen Geurts en Henk Smid hopen dat de aanbieding van de verkenning aan minister Carola Schouten voor een verdere versnelling van de ingezette transitie naar onderzoek zonder proefdieren. En ze hopen dat een nieuw kabinet overweegt daar ook haar bijdrage aan te leveren. ‘ZonMw ziet uit naar een toekomst waarin het werken met proefdieren is geminimaliseerd, zonder dat er onverantwoordelijke risico’s worden genomen ten aanzien van de kwaliteit van het onderzoek. ‘We hebben snel meer kennis nodig om goede alternatieven te creëren’ benadrukt Jeroen Geurts.

Meer informatie

  • Verkenning naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een Nederlands onderzoeksconsortium ter bevordering van dierproefvrije innovaties.
  • Transitie Proefdiervrije Innovatie TPI, het programma voor de Transitie Proefdiervrije Innovatie, wil de transitie naar proefdiervrije innovatie versnellen. Het TPI programma wordt gedragen door partners uit de publieke en private sector en maatschappelijke organisaties.
  • Meer Kennis met Minder Dieren ZonMw stimuleert al 20 jaar innovaties die bijdragen aan het beantwoorden van wetenschappelijke vragen zonder dierproeven en zet in op het 3V-beleid (Vervangen, Verminderen en Verfijnen). We doen dit onder andere met het programma Meer Kennis met Minder Dieren.
  • Nationaal Comite advies dierproevenbeleid (NCad) Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) is ingesteld voor de bescherming van dieren die worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden en voor onderwijs.

De verkenning is tot stand gekomen met de medewerking van deskundigen die werkzaam zijn bij: RIVM, VUmc / ACTA, Stichting Proefdiervrij, Leids Universitair Medisch Centrum, ministerie van Economische Zaken en Klimaat, ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, Francis Crick Institute, TNO, KNAW, Biomedical Primate Research Centre (BPRC), Institute for human Organ and Disease Model Technologies (hDMT), de Nierstichting, Hoge School Utrecht, Health~Holland, Universiteit Maastricht, Radboud UMC, Erasmus MC en Universiteit Utrecht.

]]>
news-7195 Fri, 23 Apr 2021 10:45:00 +0200 Industrie en wetenschap gaan samen proefdiervrije innovaties ontwikkelen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/industrie-en-wetenschap-gaan-samen-proefdiervrije-innovaties-ontwikkelen/ Twee Nederlandse onderzoeksgroepen gaan samen met de industrie proefdiervrije innovaties ontwikkelen via de ZonMw-subsidieoproep Create2Solve. De projecten richten zich de komende vijf jaar op een 3D-model van menselijke hersencellen en op een betere testmethode voor de toxische dosis van stoffen. De projecten dragen bij aan het beperken van proefdiergebruik in zowel de industrie als de wetenschap. De geselecteerde projecten: een betere testmethode voor de toxische dosis van stoffen


Een van de onder voorbehoud gehonoreerde projecten is van dr. Nynke (N.I.) Kramer (Universiteit Utrecht, Institute for Risk Assessment Sciences), in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de private partners Vivaltes en Toxys. Dit project richt zich op het ontwikkelen van een robuuste proefdiervrije testmethode om de toxische dosis van moeilijk oplosbare stoffen vast te stellen. ‘’Door het meer betrouwbaar maken van proefdiervrije testmethodes, zullen eindgebruikers hier ook meer vertrouwen in krijgen en dit toepassen als alternatief voor dierproeven’’ zegt Nynke Kramer.

Het project gaat een oplossing bieden voor Challenge 1, de probleemstelling die eerder is opgesteld door het consortium bestaande uit Shell, Sabic en LyondellBasell. De vraagstellingen zijn daarmee door de eindgebruikers zelf opgesteld. ‘’Hierdoor zijn de uitkomsten van het project ook echt iets waar de eindgebruikers wat aan hebben’’ zegt Nynke Kramer. ‘’Zo zouden we sneller kunnen komen tot een proefdiervrij tijdperk in de toxicologie’’. Ook zal het project het aantal dierproeven aanzienlijk beperken door niet alleen de focus op de wetenschap te leggen. James Wheeler, Senior Eco-Toxicologist bij Shell, zegt: ‘’Het samenbrengen van meerdere partijen schept een ideale situatie voor succes en implementatie van proefdiervrije innovaties in zowel de praktijk als op internationaal beleidsniveau.’’  

Een 3D-model van menselijke hersencellen


Het tweede onder voorbehoud gehonoreerde project is van dr. Femke (F.M.S.) de Vrij (Erasmus MC) in samenwerking met de private partner Core Life Analytics. Het richt zich op het ontwikkelen van een proefdiervrij 3D-model met menselijke hersencellen dat zal bijdragen aan medicijnontwikkeling en onderzoek. ‘’Zeker voor complexe hersenaandoeningen die moeilijk in proefdiermodellen te onderzoeken zijn, is het van groot belang om onderzoek te doen met menselijk materiaal’’ zegt Femke de Vrij.

Hiermee gaat dit project een oplossing bieden voor Challenge 2, de probleemstelling die is opgesteld door het consortium bestaande uit Charles River Laboratories en Danone Nutricia Research. De opzet van het project wordt gezien als hoopgevend voor medische toepassingen. Het combineren van de diepgaande academische kennis met de input van de toepassingsgerichte industrie, zal leiden tot modellen die gebruikt kunnen worden voor de succesvolle ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Daarnaast opent de samenwerking met de industrie nieuwe deuren. ‘’Opschaling van experimenten en grootschalige data-analyse is nu mogelijk, waar een academische onderzoeksgroep doorgaans zelf geen capaciteit voor heeft’’ zegt Femke de Vrij.

Create2Solve


Met de subsidieoproep Create2Solve, onderdeel van het programma ‘Meer Kennis Met Minder Dieren’, organiseert ZonMw, samen met het bedrijfsleven, vraag gestuurd onderzoek naar proefdiervrije innovaties. Hiermee ondersteunt ZonMw de ontwikkeling van impactvolle, proefdiervrije innovaties die moeten leiden tot verkoopbare methoden, modellen en/of diensten. De financiering voor Create2Solve is afkomstig van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Stichting Proefdiervrij.

In juli 2019 eindigde fase 0 van Create2Solve. In deze fase werden twee vraagstukken, de zogeheten Challenges, van twee consortia van bedrijven geformuleerd tot een subsidieoproep. Kennisinstellingen konden in samenwerking met een private partner een projectvoorstel indienen voor de challenges. Drie ‘proof-of-concept’-projecten gingen door naar fase 1 in december 2019. In de huidige fase 2, zijn er twee van deze projecten, één per challenge, geselecteerd om hun voorstellen te ontwikkelen tot een proefdiervrije innovatie, samen met de betrokken private partijen. De projectgroepen ontvangen ieder één miljoen euro en krijgen maximaal vijf jaar de tijd om hun project uit te voeren.

Samenvattingen van de projecten

Project Challenge 1: Better in-vitro Dosing (BID): Framework and technology development for improving the quality of in vitro data - dr. Nynke (N.I.) Kramer (Universiteit Utrecht, Institute for Risk Assessment Sciences)

(Private) partners: Vivaltes, Toxys en RIVM
Challenge-houders: Shell, Sabic en LyondellBasell

Om dierproeven te verminderen, worden in vitro celsystemen ingezet om de toxische dosis van een test stof vast te stellen. Normaal wordt de nominale concentratie (de hoeveelheid toegevoegde stof gedeeld door het volume medium) gebruikt om concentratie-effect relaties vast te stellen. Dit leidt echter tot slechte voorspellingen van de toxische dosis in dier en mens van vluchtige, lipofiele en instabiele stoffen omdat maar een kleine fractie van deze stoffen bij de cellen komen. Om verdamping, afbraak en binding aan plastic en plasma eiwitten in vitro van deze stoffen onder controle te houden, willen we in dit project gebruik maken van gesloten glazen potjes en welplaten die gedoseerd worden middels een polymeer (genaamd ‘partition-controlled dosing’). We hebben een beslisboom ontwikkeld die aanduidt onder welke omstandigheden het verstandig is om deze technieken te gebruiken.

Project Challenge 2: 3D MICro-brains: An animal-free human 3D cortical network platform for screening myelination and inflammation phenotypes. 3D Myelination & Inflammation Cortical network platform (3D MICro-brains) - dr. Femke (F.M.S.) de Vrij (Erasmus MC)

Private partner: Core Life Analytics
Challenge-houders: Charles River Laboratories en Danone Nutricia Research

Recente ontwikkelingen in geïnduceerde pluripotente stamcel (iPSC) technologie maken het mogelijk om celtype-specifieke humane celkweekmodellen te implementeren voor onderzoek en medicijnontwikkeling. In dit project ontwikkelen onderzoekers een 3D-model met menselijke hersencellen die de complexe structuur van de hersenen in vroege ontwikkeling nabootsen. Deze micro-hersenen (3D MICro-brains) brengen het modeleren van de frontale cortex terug tot de essentie in een formaat van letterlijk een miljoenste van het normale hersenvolume. Het platform bevat alle relevante hersenceltypen: functionele neuronen en glia in gelaagde radiale structuren, inclusief astrocyten, myeline-producerende oligodendrocyten en microglia die een cruciale rol spelen bij ontstekingsprocessen in de hersenen. Bovendien is dit model volledig diervrij en draagt zo bij aan de transitie naar proefdiervrij onderzoek. Door de reproduceerbaarheid en schaal van dit platform leent het zich bij uitstek voor geautomatiseerde toepassingen in medicijnontwikkeling en onderzoek, die verder zullen worden uitgewerkt met een bedrijf dat geautomatiseerde hoge-resolutie beeldverwerking toevoegt aan dit project.

Meer informatie:

]]>
news-6858 Tue, 02 Feb 2021 13:49:59 +0100 Discussie over dierproeven is nodig, maar behoud wel de nuance https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/discussie-over-dierproeven-is-nodig-maar-behoud-wel-de-nuance/ Jeroen Geurts (voorzitter van het bestuur ZonMw) en Henk Smid (voorzitter van het NCad) benadrukken in de Volkskrant (31 januari 2021) het belang van een genuanceerde discussie over dierproeven. Ze wijzen daarbij op het belang van de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksmethoden en duiden de transitie naar proefdiervrij onderzoek. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het coronavirus en het behandelen en voorkomen van Covid-19. Deze ontwikkeling zet de discussie over proefdieronderzoek en de transitie naar proefdiervrije innovaties op scherp. De transitie behelst het ontwikkelen van nieuwe methoden van onderzoek waardoor dierproeven niet meer of in mindere mate nodig zijn en die betere resultaten opleveren voor mens en dier dan bestaande dierproeven. ZonMw zet al jaren in op de bekostiging van dierproefvrije innovaties, onder meer in het succesvolle programma Meer Kennis met Minder Dieren. Het transitiebeleid is gebaseerd op eerder uitgebrachte adviezen van een tijdelijke door de overheid ingestelde denktank en een rapport van het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad).

Meer informatie

]]>
news-6476 Tue, 10 Nov 2020 08:18:55 +0100 Systematisch literatuuronderzoek vervangt, vermindert en verfijnt proefdieronderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/systematisch-literatuuronderzoek-vervangt-vermindert-en-verfijnt-proefdieronderzoek/ Een systematische literatuuranalyse van eerder uitgevoerd proefdieronderzoek stelt onderzoekers in staat de kwaliteit en relevantie van hun eigen onderzoek te verbeteren. En dat is niet het enige voordeel. Uit een casestudie van ZonMw naar 8 jaar financiering voor systematic reviews, blijkt dat onderzoekers ook anders zijn gaan kijken naar proefdieronderzoek. En ze zijn zich bewuster geworden van de verantwoording en uitvoering van proefdieronderzoek. Een systematisch literatuuronderzoek of systematic review geeft onderzoekers een gedegen en volledig overzicht van alle literatuur op het terrein van hun onderwerp. Met die kennis kunnen ze een goede onderbouwde keuze maken voor het diermodel dat ze willen gaan toepassen in hun onderzoek, of dat ze kunnen kiezen voor een proefdiervrij alternatief. Door vooraf beter te inventariseren wat er al gedaan is en wat het beste model is voor het onderzoek, kan de medische wetenschap niet alleen onnodige herhaling van onderzoek voorkomen - ‘research waste’ -maar ook ‘animal waste’, het onnodig gebruik van proefdieren.

Proefdiervrije innovaties en kwaliteit en relevantie van proefdieronderzoek zijn belangrijke speerpunten van het ZonMw onderzoeksprogramma Meer Kennis met Minder Dieren (MKMD). In samenwerking met het expertisecentrum SYRCLE (Systematic Review Centre for Laboratory Experimention, Radboudumc) ondersteunt ZonMw sinds 2012 het gebruik van systematische literatuurstudies voor proefdieronderzoek. In de periode 2012 tot nu zijn met meer dan 1,4 miljoen euro 88 systematisch literatuurstudies gefinancierd en 21 workshops georganiseerd (ruim 385 deelnemers). SYRCLE verzorgde de workshops en ondersteunde de onderzoekers bij de opleiding en uitvoering. Na acht jaar was het tijd om de balans op te maken.

Impact op het proefdieronderzoek

Met de inzichten van de reviews maken onderzoekers andere en betere keuzen voor de opzet van hun onderzoek, de methoden en diermodellen die ze willen gaan gebruiken. Uit literatuuronderzoek blijkt namelijk dat er nog geregeld een verkeerd diermodel (bijvoorbeeld verkeerde stam) voor een onderzoeksvraag wordt gebruikt. De systematic reviews hebben ook invloed op de uitvoering en rapportage van het proefdieronderzoek. Onderzoekers die zo’n literatuuronderzoek uitvoerden, leggen bijvoorbeeld beter de kenmerken van dieren vast, rapporteren beter over de huisvesting, de gekozen behandeling en de rechtvaardiging van de keuze van het diermodel. Hoogwaardige tijdschriften zijn ook steeds meer bereid de reviews te publiceren en ze hebben steeds meer een hoge citatie-index.

Impact op de onderzoekers en hun vakgebieden

Onderzoekers die een systematic review uitvoeren met ondersteuning van SYRCLE kregen ook de kans om hun wetenschappelijke en interpersoonlijke vaardigheden verder te ontwikkelen. Ze keken na afloop vaak kritischer naar de kwaliteit en de ethische implicaties van hun eigen onderzoek en naar het preklinisch onderzoek in het algemeen. Ook collega’s en vakgenoten profiteerden van hun inzichten en kennis, zodat veranderingen in werkwijzen van onderzoeksteams mogelijk werden. In sommige gevallen leidde dit ertoe dat er geen diermodellen meer werden ingezet en was er meer oog voor proefdiervrije innovaties.
De meerwaarde van het uitvoeren van een systematisch literatuuronderzoek werd ook opgemerkt in de bredere onderzoekgemeenschap. Systematic reviews die door het programma MKMD waren gefinancierd hebben andere nationale en internationale onderzoekers aangezet om een systematisch literatuuronderzoek uit te gaan voeren en andere onderzoeksvragen te stellen.

Weerstand

Niet iedereen is overtuigd van het nut van systematic reviews. Er is hier en daar weerstand bij collega's, begeleiders, referenten en tijdschriftredacteuren. De huidige conventies en cultuur in de preklinische wetenschap lijken daarvoor de belangrijkste oorzaak te zijn. Meer voorlichting over het doel en de meerwaarde van deze reviews zou kunnen helpen. Toch zijn de meeste onderzoekers in het algemeen positief over hun literatuuronderzoek, hoewel een groot aantal zich niet had gerealiseerd hoeveel tijd zo'n project zou kosten. De steun die ze ontvingen van ZonMw en SYRCLE was daarom belangrijk.

Conclusie

Uit de casestudie naar 8 jaar financiering voor systematic reviews kunnen hoopvolle conclusies getrokken worden. Systematische literatuuranalyses voor proefdieronderzoek hebben een grote meerwaarde voor proefdieronderzoek en ander onderzoek. Ze dragen bij aan een grotere bewustwording rond betere kwaliteit van de opzet, uitvoering en rapportage van het onderzoek en de noodzaak tot grotere relevantie van onderzoek met proefdieren voor de mens. Onderzoekers die zo’n literatuuranalyse uitvoeren worden zich bewuster van de implicaties van proefdieronderzoek en proefdiervrije innovaties. Dit heeft bovendien een breder effect, naar bijvoorbeeld hun collega’s maar ook de vakgebieden waarin ze werken, zowel nationaal als internationaal.

Succes uitbouwen

Om dit succes verder uit te kunnen bouwen doen de betrokken onderzoekers een aantal aanbevelingen. Ze adviseren om ook afgestudeerden en promovendi toe te laten tot de financiering en de begeleiding door SYRCLE en kleine tot grote (met 10.000 of meer papers) systematic reviews mogelijk te maken. Met meer ondersteuning en financiering van ZonMw en SYRCLE zou de beschikbare financiering ook gerichter en efficiënter ingezet kunnen worden. En met meer voorlichting en bekendheid via workshops en in opleidingen kunnen systematic reviews een structureel onderdeel worden van onderzoek met proefdieren. De algemene conclusie is dat de module in de komende jaren voortgezet zou moeten worden met meer en meer diverse financieringsmogelijkheden.

Meer informatie

]]>
news-6459 Thu, 05 Nov 2020 10:05:40 +0100 Uitnodiging nominaties voor de Willy van Heumenprijs 2021 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/uitnodiging-nominaties-voor-de-willy-van-heumenprijs-2021/ Het Willy van Heumenfonds gaat in 2021 opnieuw de Willy van Heumenprijs toekennen. De prijs is vastgesteld op € 15.000,-, naar eigen inzicht te besteden aan het welzijn van dieren. Voor wie

In aanmerking komen wetenschappers/onderzoekers die in de afgelopen twee jaar een afgerond onderzoek hebben gepubliceerd waarmee een substantiële bijdrage is geleverd aan het vervangen, verminderen of verfijnen van dierproeven (3V’S).

Uitnodiging voor Nominaties

Nomineer uzelf of een ander. Heeft u de perfecte kandidaat voor ogen? Lever dan vóór maandag 15 februari 2021 uw nominatie aan via het e-mailadres MKMD@zonmw.nl. Dit is het e-mailadres van het programmateam Meer Kennis met Minder Dieren (MKMD) van ZonMw. Dit programmateam ondersteunt het Willy van Heumenfonds en coördineert het ophalen van de aanmeldingen.

Procedure

Van elke kandidaat ontvangen wij graag de volgende drie onderdelen:

  • CV van maximaal 2 kantjes A4;
  • Een motivering van maximaal 350 woorden. De motivering dient te onderbouwen hoe dit gepubliceerde onderzoek bijdraagt aan of impact heeft op de 3V’s;
  • De publicatie van het onderzoek als PDF.

Uit alle inzendingen zal de wetenschappelijke adviesraad van het Willy van Heumenfonds een aanbeveling doen aan het bestuur met daarop drie kandidaten. Deze kandidaten worden door het bestuur op de hoogte  gesteld. Tevens zal het bestuur een persbericht met de nominaties verzenden. Hierna besluit het bestuur aan wie de prijs wordt toegekend. Dit wordt bekend gemaakt tijdens de prijsuitreiking die plaats vindt tijdens een nader te plannen bijeenkomst in het najaar van 2021.

Informatie

]]>
news-6097 Tue, 01 Sep 2020 12:07:00 +0200 Proefdiervrije innovaties voor beter COVID-19 onderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/proefdiervrije-innovaties-voor-beter-covid-19-onderzoek/ Met financiering van het ministerie van VWS starten deze zomer 40 onderzoeksprojecten naar de coronapandemie en de gevolgen ervan. Er is snel en veel kennis nodig over het SARS-CoV-2 virus en de ziekte COVID-19. Proefdiervrije modellen kunnen daarbij helpen omdat de resultaten beter vertaalbaar zijn naar de mens en sneller resultaten op kunnen leveren. Vijf projecten gaan daarom aan de slag met proefdiervrij onderzoek. In april van dit jaar stelde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 40 miljoen euro beschikbaar aan ZonMw en NWO voor onderzoek naar de coronapandemie en de gevolgen ervan voor onze samenleving, zoals de ziekte COVID-19. De onderzoeksresultaten moeten zo snel mogelijk beschikbaar komen voor iedereen die daar belang bij heeft: artsen en verpleegkundigen, landelijke en gemeentelijke overheden, hulpverleners en burgers. Met proefdiervrije innovaties kan onderzoek beter en sneller gedaan worden omdat de resultaten beter vertaalbaar zijn naar de mens. En dat is juist nu van levensbelang. De commissie van het ZonMw-onderzoeksprogramma ‘Meer Kennis met Minder Dieren’ stelde daarom extra geld beschikbaar om onderzoek met dergelijke proefdiervrije innovaties binnen het onderzoeksprogramma COVID-19 mogelijk te maken en selecteerde vijf projecten.  “Ik ben trots op de geleverde prestatie van alle betrokkenen, aanvragers en beoordelaars, omdat er in korte tijd heel veel werk is verzet” zegt Dick Tommel, voorzitter van de commissie Meer Kennis met Minder Dieren.

Stichting Proefdiervrij

Ook Stichting Proefdiervrij stelde budget beschikbaar voor deze subsidieoproep. “Voor onderzoek naar COVID-19 worden veel dierproeven gedaan. Dat gaan we hoogstwaarschijnlijk terugzien in de cijfers”, zegt Debby Weijers van Proefdiervrij, “We willen met dit initiatief graag bijdragen aan COVID-19-onderzoek zonder dierproeven. Juist voor deze ziekte – en vergelijkbare ziekten in de toekomst – hopen we veel te bereiken met humane modellen. Deze modellen laten namelijk nauwkeuriger zien hoe de ziekte verloopt bij mensen. Ook kunnen we met humane modellen onderzoek personaliseren: door bijvoorbeeld stamcellen of computersimulaties gebaseerd op patiëntdata te gebruiken. Zo kunnen we beter onderzoeken waarom het virus bepaalde groepen zieker maakt dan andere groepen. Diermodellen gaan geen antwoord geven op deze en andere vragen”.

Voorbeeldprojecten

In deze speciale ronde, ingebed in de COVID-19 subsidieoproepen, zijn 5 projecten geselecteerd die breder gebruik van bestaande proefdiervrije innovaties of de ontwikkeling van nieuwe proefdiervrije innovaties mogelijk gaan maken.

Een pufje heparine tegen besmetting met corona? – Theo Geijtenbeek (Amsterdam UMC)

Professor Theo Geijtenbeek, hoogleraar Moleculaire en Cellulaire Immunologie aan het Amsterdam UMC, gaat het onderzoek leiden naar de mogelijk preventieve werking van het antistollingsmiddel laag moleculair gewicht heparine tegen SARS-CoV-2. COVID-19 patiënten krijgen nu al direct bij ziekenhuisopname heparine toegediend door middel van injecties om bloedstolsels te voorkomen. Maar Geijtenbeek en zijn groep ontdekten dat dit middel ook de binding van het virus aan cellen blokkeert en daardoor infectie voorkomt. Zij willen nu onderzoeken of het inhaleren van heparine preventief kan werken zodat bijvoorbeeld zorgpersoneel zich met een heparine-inhalatie kan beschermen tegen besmetting. De eerste stap in het onderzoek is innovatief, zegt een trotse Geijtenbeek. Vrijwilligers worden gevraagd heparine te inhaleren via de neus. Vervolgens halen de onderzoekers wat cellen van het neusslijmvlies weg (zoals bij een coronatest) en stellen die cellen vervolgens bloot aan het virus om de antivirale werking van heparine te onderzoeken. Geijtenbeek: “We willen dit op deze manier doen om dierproeven te vermijden en eerder naar de klinische fase kunnen gaan. En tijd is belangrijk bij deze pandemie”. Daarnaast zal de onderzoeksgroep gebruik maken van een dynamisch humaan celmodel om de werking van heparine op infectie van het coronavirus verder te kunnen onderzoeken.

Een breed toepasbaar dynamisch celmodel – Robbert Rottier (Sophia Kinderziekenhuis)

Een dynamisch celmodel is een onderzoeksopzet waar ook het consortium onder leiding van Robbert Rottier, senior-onderzoeker bij de longafdeling van het Sophia Kinderziekenhuis, mee aan de slag gaat. Voor het huidige corona-onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van statische longsystemen. Het nadeel van deze modellen is dat ze maar in beperkte mate de werking van longcellen in een mens nabootsen. Daarom gaat het team van Rottier samen met professor Roman Truckenmüller van de Universiteit Maastricht, en het MERLN instituut een gesloten dynamisch systeem maken. Ze zullen een bestaande bioreactor gebruiken om tegelijkertijd menselijke cellen te kweken van zowel het epitheel van luchtwegen als van bloedvaten. Door er ‘microfluids’ doorheen te sturen ontstaat een dynamisch systeem. Daarmee kan het ontstaan en verloop van virale infecties zoals COVID-19 beter bestudeerd worden. Door de samenwerking met Truckenmüller, expert op het gebied van nanotechnologie en biochips, en het MERLN instituut kan dit systeem ook snel op commerciële schaal gemaakt worden en beschikbaar gesteld worden aan laboratoria. Het team werkt ook aan een protocol zodat het model zonder extra training toegepast kan worden. Volgens Rottier heeft het werken aan proefdiervrije innovaties bijkomende voordelen: “Sinds we aan dit soort innovaties werken, zoeken we binnen de onderzoeksgroep steeds meer naar alternatieven en is bij ons het gebruik van proefdieren gedaald”.

Humane celmodellen combineren met genetische kenmerken – Jeffrey Beekman (UMC Utrecht)

Het werken aan proefdiervrije innovaties kan onderzoekers bewuster maken van manier waarop zij onderzoek doen. Dat ondervond ook professor Jeffrey Beekman, hoogleraar cellulaire ziektemodellen aan het UMC Utrecht: “Hiervoor was ik nog niet zo bezig met proefdiervrij onderzoek, de subsidieoproep en het schrijven van de aanvraag hebben me daar bewuster van gemaakt. Ik heb nu nog meer oog voor de materialen waar ik mee werk, zoals de menselijke cellen die afkomstig zijn van individuen en het serum dat ik gebruik om de cellen te laten groeien. Die zijn vaak van dierlijke oorsprong.” Voor onderzoek naar COVID-19 gaan Beekman en zijn onderzoeksteam celmodellen inzetten om te bestuderen hoe in vivo de corona-infectie op verschillende organen inwerkt: bovenste luchtwegen (neus), onderste luchtwegen (longen), darmen en nieren. “Door deze modellen te combineren met de unieke genetische kenmerken van de donoren van deze cellen, kun je de verschillende weefsels vergelijken en op het spoor komen van factoren die van invloed zijn op de effecten van het coronavirus en op de werkzaamheid van medicijnen”, vertelt Beekman, “dat is juist in het geval van COVID-19 belangrijk omdat het virus verschillende organen aantast”.

Microchips als mini-patiënt met COVID-19 – Andries van der Meer (Universiteit Twente)

Hoe kun je een COVID-19 patiënt nabootsen zodat je kunt onderzoeken waarom sommige patiënten bloedstollingen ontwikkelen? Dat was de vraag waarmee Andries van der Meer, onderzoeker Toegepaste Stamcel Technologie aan de Universiteit Twente, en zijn team aan de slag gaan. 10-30% - van de mensen die met COVID-19 in het ziekenhuis terecht komen ontwikkelen bloedstollingen. Daardoor heeft juist deze groep mensen een veel slechtere prognose. De basis voor het project is een door de Universiteit Twente ontwikkeld model van minibloedvaten op een microchip. Door aan dit model bloedplasma van patiënten toe te voegen, hopen Van der Meer en zijn team modellen van COVID-19 patiënten te kunnen ontwikkelen. Met deze modellen kan het ontstaan van bloedstollingen nagebootst worden. Om dit mogelijk te maken zochten ze de samenwerking met Saskia Middeldorp, hoogleraar Inwendige Geneeskunde van het Amsterdam UMC en Christine Mummery, hoogleraar Ontwikkelingsbiologie van het LUMC. Voor het onderzoek is het essentieel dat er materiaal van verschillende patiënten, met en zonder COVID-19, gebruikt wordt. Want waarom heeft de ene COVID-19 patiënt wel last van deze stolsels en zuurstofgebrek en andere niet? Deze individuele modellen functioneren als mini-patiënten waarop in een tweede fase behandelingen en medicijnen getest kunnen worden.
Voor Van der Meer is het gebruik van deze humane modellen een logische stap: “De technologie heeft zich de afgelopen 5 á 10 jaar zo ontwikkeld dat we nu modellen kunnen maken die dicht bij de mens staan en daardoor ook weer een snelle ‘turn-over’ kunnen maken naar patiënten. De reflex om bij medisch onderzoek diermodellen in te zetten is diepgeworteld. Maar met het extra gereedschap dat we nu hebben kunnen we spannende dingen doen die meerwaarde hebben en proefdiervrij zijn”.   

Beter inzicht in longschade door COVID-19 – Pieter Hiemstra (LUMC)

Patiënten herstellen langzaam van COVID-19 en het lijkt erop dat zowel het virus zelf als de reactie van het afweersysteem op het virus schade veroorzaakt aan de longblaasjes. Hoe reageren de cellen die de luchtwegen en longblaasjes bekleden, de epitheelcellen, op het virus en hoe draagt die reactie bij aan de longschade? Dat zijn de vragen waarmee Pieter Hiemstra, hoogleraar Celbiologie en Immunologie van Longziekten samen met collega’s van het LUMC, aan de slag gaat. Voor het onderzoek gaat het team gebruik maken van beproefde humane celmodellen, organoïden en conventionele kweekmodellen. In de eerste fase worden van onder andere de neus en de longblaasjes epitheelcellen gekweekt om te kijken wat het virus doet met de verschillende celtypen.

]]>