Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Geboortezorg Consortium Midden Nederland (GCMN) is een kennisnetwerk in de regio Utrecht waarin alle ketenpartners in de geboortezorg van de nulde tot derde lijn zijn vertegenwoordigd. Er is een brede samenwerking, maar verbindende projecten zijn van essentieel belang voor het voortbestaan. Daarom wordt de VIMP ingezet om een voorspelmodel (RESPECT 2 studie) en regioprotocol voor diabetes gravidarum te implementeren.

Het implementatieproces wordt geëvalueerd. Hierbij worden kenmerken van de koplopers en achterblijvers bestudeerd. Evenals succesfactoren en barrières voor implementatie.

De generieke lessen die uit de wetenschappelijke evaluatie van dit implementatie project kunnen worden getrokken, zijn tevens van belang voor andere consortia en bij landelijke implementatie vraagstukken in de geboortezorg.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Zoals met ZonMw afgesproken wordt hier alleen implementatie van het regioprotocol diabetes gravidarum geëvalueerd. De implementatie van het predictiemodel wordt beschreven in het eindverslag van de RESPECT-studie.

Het GCMN regioprotocol diabetes gravidarum wordt in alle VSV’s van de regio van het GCMN geïmplementeerd. Hiermee is de praktijkvariatie tussen de VSV’s sterk afgenomen, alhoewel er nog steeds wel wat verschillen zijn tussen VSV protocollen.

We hebben veel geleerd over de wijze waarop we toekomstige protocollen of andere veranderingen in onze regio het beste kunnen implementeren.

De belangrijkste aanbevelingen zijn:

* Maak gebruik van bestaande organisatorische structuren

* Start met een aantal enthousiaste VSV’s

* Zorg voor continuïteit in VSV-vertegenwoordigers bij de GCMN werkgroep protocollen en registratie

* Wijs vaste kartrekkers aan per VSV

* Blijf de implementatie evalueren

* Zorg voor /vergroot het draagvlak van de achterban en andere ketenpartners

Tot slot, was het overkoepelende doel van de VIMP om de multidisciplinaire samenwerking tussen de geboortezorgprofessionals binnen het Geboorte Consortium Midden Nederland te versterken. De verbindende projecten en activiteiten binnen de VIMP hebben hierin een positieve rol in gespeeld. Dit heeft geleid tot het door ZonMw gesteunde vervolg project ‘Het GCMN in transitie: op naar een toekomstbestendige netwerkorganisatie gericht op het sluiten van de kwaliteitscyclus'.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

INLEIDING

 

Het Geboortezorg Consortium Midden Nederland (GCMN) is in 2013 gestart als ZonMw-project (dossiernummer 209010003) om een kennisnetwerk te vormen in de regio Utrecht waarin alle ketenpartners in de geboortezorg van de nulde tot derde lijn zijn vertegenwoordigd. Inmiddels is er een brede samenwerking en heeft het GCMN zich ontwikkeld tot een regio waarin naast kennisoverdracht en onderzoek, de kwaliteitscyclus centraal staat. Verbindende projecten en activiteiten zijn van essentieel belang is voor het voortbestaan en functioneren van ons consortium. Het overkoepelende doel van de verspreidings- en implementatie impuls is dan ook om de multidisciplinaire samenwerking tussen de geboortezorgprofessionals binnen het GCMN te versterken.

 

Er is gekozen om twee producten van het GCMN te implementeren, omdat zij een ook nog een ander gezamenlijk doel dienen: samen voor doelmatige integrale zorg voor de zwangere met (een verhoogd risico op) diabetes gravidarum en haar kind in de regio van het GCMN.

1) Door implementatie van het GCMN regioprotocol diabetes gravidarum streven we naar doelmatige integrale zorg. Uniforme zorg in de regio is een randvoorwaarde om zorg te evalueren in de kwaliteitscyclus, maar juist op dit onderwerp is er een grote praktijkvariatie.

2) Door implementatie van een predictiemodel voor diabetes gravidarum streven we naar doelmatige screening op diabetes gravidarum. Het onderzoeksproject van het GCMN, de RESPECT I studie, laat zien dat er met minder screenende orale glucose tolerantie testen evenveel zwangeren met diabetes gravidarum kunnen worden opgespoord.

 

 

METHODE

 

De VIMP zal voor een periode van 12 maanden worden ingezet met ingang van 1 januari 2017. Het project zal gefaciliteerd worden vanuit het GCMN, maar de kracht van het GCMN is dat er lokale kartrekkers zijn die het protocol in de VSV’s helpen uitrollen.

 

Om de implementatie van het regioprotocol en het predictiemodel voor diabetes gravidarum succesvol te doen verlopen worden er verschillende implementatiestrategieën ingezet. Samen met de ketenpartners in de geboortezorg zullen bevorderende en belemmerende factoren worden geïdentificeerd. Om barrières zo klein mogelijk te maken heeft zorgverleners vertrouwd maken met het protocol en predictiemodel de absolute prioriteit. Tijdens de looptijd van het project zal er terugkoppeling vanuit de achterban naar het GCMN en andersom plaatsvinden. Er is altijd een coördinator/onderzoeker beschikbaar voor vragen en opmerkingen. Tevens zijn er herinneringen, nieuwsbrieven, berichten op de website en follow-up bezoeken om zorgverleners te begeleiden en op de hoogte te houden.

 

De kenmerken van de deelnemende verloskundige praktijken en ziekenhuizen (kenmerken van de organisatie van het VSV en van de individuele zorgverleners) zullen worden bestudeerd als determinanten van het succes van de implementatie van het regioprotocol en het predictiemodel voor zwangerschapsdiabetes. De implementatie wordt geëvalueerd tijdens een tussen- en eindevaluatie. Het doel van de tussenevaluatie is het tijdig opsporen en oplossen van knelpunten. Tijdens de tussenevalatie worden de ervaringen van zorgverleners geëvalueerd en wordt gemeten in hoeverre het is gelukt het regioprotocol en/of predictiemodel te volgen. Tijdens de eindevaluatie worden bovenstaande metingen herhaald. De ervaringen van zwangeren wordt met de ReproQ gemeten. Daarnaast worden er diverse proces-, structuur- en uitkomstindicatoren gemeten, waaronder de aanwezigheid van een multidisciplinair diabetes team. De testeigenschappen van het predictiemodel zullen worden geanalyseerd (oa. area under the curve (AUC), sensitiviteit, specificiteit). Voor de evaluatie van het predictiemodel moeten 1000 zwangeren worden geïncludeerd om een verschil van vier procent of hoger in AUC aan te tonen bij een alfa van 0,05 en een power van 0,80 plus een marge van 10% incomplete data.

 

De resultaten worden terug gerapporteerd aan ZonMw en de GCMN achterban.

 

 

AFSLUITING

 

Met de verspreidings- en implementatie impuls wil het GCMN de multidisciplinaire samenwerki

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website