Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Tussen 2013-2016 is binnen Zuidwest Nederland de associatie tussen kwetsbare zwangeren en geboorte uitkomsten, ervaren kwaliteit van zorg en de ervaren werkdruk onderzocht. Hiertoe is aan bijna 4000 zwangere vrouwen gevraagd om verschillende vragenlijsten in te vullen en zijn interviews afgenomen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat:

- Bij kwetsbare zwangeren worden vaker BIG4 uit-komsten gezien. Vanwege de relatief kleine studiepopulatie kan niet worden gedifferentieerd naar uitkomsten zoals vroeggeboorte en laag geboortegewicht;

- Kwetsbare zwangeren ervaren vaker een slechte of matige algemene gezondheid t.o.v. niet-kwetsbare zwangeren;

- Kwetsbare zwangeren lijken minder goede communica-tie en respectvolle benadering te ervaren.

in tegenstelling tot de hypothese, bestaat er slechts een geringe relatie tussen objectieve caseload en de geschatte werklast door de zorgverleners op praktijkniveau, waarbij er over het algemeen een onderschatting is van de objectieve caseload.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

- De aan het begin van de studie geformuleerde definitie van kwetsbare zwangeren is tijdens deze studie m.b.v. expertmeetings en de Delphimethode bevestigd. Dat betekent dat de definitie van een kwetsbare zwangere als volgt gedefinieerd blijft: Een zwangere met 1) psycho-sociale problemen, 2) psychische ziekte nu of eerder, en/of 3) Middelengebruik, en 4) een lage opleiding, laag inkomen of gebrek aan een sociaal steunsysteem.

- In de populatie van deze studie komt onder de zwangere vrouwen vaker psychopathologie en psychosociale problemen in combinatie met een lage opleiding, laag inkomen of gebrek aan een sociaal steunsysteem voor dan de combinatie met middelengebruik. Middelengebruik, en dan met name alcoholgebruik, is vooral aanwezig in de groep van niet kwetsbare zwangeren.

- Bij kwetsbare zwangeren worden vaker BIG4 uitkomsten gezien. Vanwege de relatief kleine studiepopulatie kan niet worden gedifferentieerd naar uitkomsten zoals vroeggeboorte en laag geboortegewicht;

- Kwetsbare zwangeren starten significant vaker de bevalling onder supervisie van een gynaecoloog;

- Kwetsbare zwangeren ervaren vaker een slechte of matige algemene gezondheid t.o.v. niet-kwetsbare zwangeren;

- Kwetsbare zwangeren lijken minder goede communicatie en respectvolle benadering te ervaren;

- In tegenstelling tot de hypothese, bestaat er slechts een geringe relatie tussen objectieve caseload en de geschatte werklast door de zorgverleners op praktijkniveau, waarbij er over het algemeen een onderschatting is van de objectieve caseload;

- Een hogere graad van urbanisatie lijkt geassocieerd te zijn met een hogere prevalentie van kwetsbare zwangeren.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen het Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte Zuidwest Nederland ligt de focus op het realiseren van structurele zorg voor kwetsbare zwangeren, met als doel het terugdringen van het aantal onverwachte negatieve uitkomsten (o.a SGA en Prematuriteit). Een zwangere wordt als kwetsbaar aangemerkt indien er sprake is van Psychopathologie, Psychosociale Problemen en/of Middelengrebruik (PPM) in combinatie met een tekort aan hulpmiddelen om het effect van PPM op de zwangerschap(suitkomsten) op te vangen. Fase 1 en 2 zijn momenteel afgerond: het in beeld brengen van het aantal kwetsbare zwangeren en het ontwikkelen van een gezamenlijke blauwdruk voor gestructureerde zorg voor zwangeren met psychosociale problematiek inclusief de samenwerking met Veilig Thuis.

Er is een start gemaakt met het fase 3: het aanpassen en implementeren van de blauwdruk op VSV niveau.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Fase 1, veldstudie: Op dit moment is in 65-75% van de praktijken de nulmeting uitgevoerd (in beeld brengen aantal KwZw en hun zwangershapsuitkomsten).

Fase 2, selectie 'best practice(s)': er is een gezamenlijke blauwdruk ontwikkeld voor gestructureerde zorg voor zwangeren met psychosociale problematiek inclusief de samenwerking met Veilig Thuis.

Fase 3, implementeren van de blauwdruk: in 3 van de 10 VSV's is een start gemaakt met het aanpassen en implementeren van deze blauwdruk op VSV niveau.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vulnerable pregnant women and their families represent a major challenge in perinatal care. We define vulnerability as the presence of (1) psychosocial problems, (2) psychopathology (including parental problems in the past), and/or (3) substance abuse (smoking, drinking, illicit drug use, inappropriate use of prescribed drugs) together with lack of economic and/or educational resources. (the presence of any of 1,2 and 3 is assigned as PPS, see [1-3])

 

Adverse perinatal outcomes in this group of women are increased. The poor perinatal outcomes in urban areas like Rotterdam and the Hague are partly based on overrepresentation of PPS among pregnant women, in combination with low personal resource levels and insufficient provision of care[4]. Premature birth and a birthweight small-for-gestational age (SGA) are the primary adverse perinatal outcomes of interest, together with perinatal mortality. Another consequence of parental vulnerability, in particular in the case of adverse outcomes, is the subsequent risk for acute interventions by the service in charge of calls for child abuse and neglect (in Dutch 'AMK') [5][6]).

 

In response to the ZonMw research program 'Pregnancy and birth' the perinatal units (from here: VSVs) in the Southwest of the Netherlands have joint forces, and have selected the above care challenge as primary focus of interest. The regional consortium consists of caregivers, scientific, governmental and educational stakeholders.

 

Our project aims to find the best way to deliver targeted care in the above group of women. What is 'best' is judged by outcomes on the patient level and the VSV/practice level. The 7 tested study outcomes are: (1) better notifaction i.e. fewer vulnerable women with adverse child outcome (SGA, prematurity) being unnotified as 'high risk', (2) more vulnerable women having participated in preventive or supportive programs, (3) lower rates of prematurity, SGA, and (4) postnatal child events requiring 'AMK' involvement, (5) client satisfaction,(6) professional satisfaction, (7) organisational efficiency.

We assume (1) better notification, and (2) higher care participation the primary outcomes for testing purposes, assuming downstream effects [5,6].

 

This project starts at the base of several ongoing local projects and activities in the Southwest of the Netherlands. To take full advantage from these projects participants have agreed to comply with a 5 phase research project. The first two phases aim at deriving best practices from these ongoing projects applying a formal measurement procedure, followed by a structured decision at the regional consortium level. The last three phases are dedicated to implementing the best practice approach, and measuring its effects.

 

Phase 1 (mth0-mth18): for each VSV a careful uniform description will be obtained of current care to this group of women (base line measurement).

At the patient level: flow data, process and outcome data. Vulnerability is recorded by a short validated instrument. Data collection >4 months.

At the VSV level: description of practices along 6 features:

(1) the present method to detect vulnerable women with PPS

(2) the way women are guided to dedicated care, once qualifying for 'PPS+vulnerable';

(3) the way antenatal and postnatal maternal care for PPS is executed (by whom, how long), and the strategy to communicate risks e.g. to youth health care;

(4) the degree to which VSVs apply joint decision making during (1),(2),(3); the method of case management;

(5) the availability of procedures of VSVs towards preventive, and other caregivers downstream;

(6) the availability of (or need for) additional organisational means (IT, personnel, finance, communication tools) to support care described under (1) to (3).

Additional information on global costs, existing policies using a scenario method, barriers for change.

 

Phase 2 (mth19-mth24): summary data are created on all units; provisional selection of best practices in the region through discussion of VSVs and others at consortium meetings. Hereof, a protocol is derived, clari

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website