Hoe nu verder?

Kostenbesparing

Een torische IOL kost € 400,- per stuk. Ook is de operatieduur langer en zijn er extra preoperatieve metingen noodzakelijk. Op langere termijn worden de kostenverschillen tussen de twee behandelstrategieën kleiner doordat in plaats van dure brillenglazen (met cilindrische correctie) kan worden volstaan met slechts een leesbril.

Implementatie van de onderzoeksresultaten

Richtlijnontwikkeling en -herziening

De resultaten van de studie zijn in overeenstemming met de huidige richtlijn. De 'Consensus Behandeling van cataract' is in mei 1995 gepubliceerd. Dit leidde in 2006 tot het opstellen van de Nederlandse cataractrichtlijnen door de gelijknamige werkgroep. In de richtlijn wordt gemeld dat er voor torische IOLs geen additionele bijwerkingen zijn in vergelijking met monofocale IOLs en dat bij patiënten met cataract en corneaal astigmatisme implantatie van een torische IOL een optie is. In de werkgroep hebben oogartsen zitting, die rechtstreeks zijn betrokken bij de zorg voor patiënten met een cataractoperatie. Op het congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (maart 2013) is de nieuwe richtlijn ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Ledenvergadering.

Pakketadvies

Het standpunt van het CVZ (2010, zaak 2010110552) ten aanzien van torische IOLs bij patiënten met cataract en astigmatisme concludeert dat behandeling van cataract en astigmatisme door het plaatsen van een torische IOL geen zorg is conform de stand van de wetenschap en praktijk. Dit betekent dat patiënten die kiezen voor torische IOLs niet alleen de meerprijs van deze IOL bij moeten betalen, maar ook de kosten van de staaroperatie. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is de aanbeveling van de onderzoekers om (alleen) de meerprijs van de torische IOLs door de patiënt zelf te laten betalen. De patiënt kan zelf bepalen of de brilonafhankelijkheid de bijbetaling waard is. Het is voorstelbaar dat verzekeraars aanvullende pakketten aanbieden waarin de vergoeding is opgenomen.

Onderzoek

 

  • Patiëntpopulatie: Het gekozen studiedesign heeft een zekere bias veroorzaakt in het beoordelen van de kosteneffectiviteit. Ten tijde van dit onderzoek hadden patiënten met cataract en cornea astigmatisme al de mogelijkheid om bij te betalen en zeker te zijn van torische IOL implantatie. Patiënten die graag brilonafhankelijk voor vertezien wilden zijn, hebben dus niet meegedaan aan deze studie. De onderzoekers zijn van mening dat dit deels verklaart dat er geen verschil is gevonden in de kwaliteit van zien na torische of monofocale IOL implantatie. Tevens valt op dat in de torische IOL groep de kosten van de aanschaf van brillenglazen nog relatief hoog zijn (€157 per patiënt), terwijl volstaan kan worden met een goedkope leesbril. Wellicht kan ook dit gedeeltelijk verklaard worden doordat de wens tot brilonafhankelijkheid voor vertezien in deze groep studiepatiënten minder is dan in praktijk verwacht kan worden.
  • De onderzoekers bevelen voor vervolgonderzoek aan een meer uitgebreide kosteneffectiviteitsanalyse om de kosten en effecten op langere termijn te kunnen bepalen en waarin onder meer ook de patiëntengroep wordt meegenomen die met bijbetaling kiest voor torische IOL implantatie.

Naleving van de richtlijn en effectmeting in de praktijk

In de richtlijn Cataract die binnenkort wordt geïmplementeerd wordt ruimschoots aandacht besteed aan de mogelijkheden voor torische IOL implantatie. Wanneer de patiënt de juiste indicatie heeft en bereid is tot bijbetaling, is de implantatie van een torische IOL een optie.

Er zijn geen voornemens om de resultaten van het project te evalueren aan de hand van effectmeting. Momenteel wordt in veel klinieken de torische IOLs al aangeboden aan patiënten. Het is mede afhankelijk van de wens van de patiënt (die immers moet bijbetalen) in hoeverre torische IOL implantatie breed toegepast gaat worden.

Wie is aan zet

Op dit moment is niet duidelijk of er partijen aan zet zijn;

  • Hoewel er steeds meer wordt gekozen voor torische IOLs waarbij de brilafhankelijkheid na de operatie is verminderd, weegt de wens tot brilonafhankelijkheid voor vertezien voor veel mensen (nog) niet op tegen de kosten die voor een torische IOL implantatie moeten worden gemaakt.
  • Mogelijke herziening standpunt van het CVZ ten aanzien van torische IOLs bij patiënten met cataract en astigmatisme. Hangt ook af van de gebruikte uitkomstmaten (bron: CVZ): Uit een achtergrondrapportage (CVZ, 2010) blijkt dat geïmplanteerde IOLs neiging vertonen tot rotatie tot 24 maanden na plaatsing. Een follow-up van torische lenzen van 24 maanden is daarom gewenst. Belangrijke uitkomstmaten zijn de zichtscherpte en het voorkomen van complicaties na plaatsing van torische lenzen in vergelijking tot de gebruikelijke behandeling. 
  • Het is voorstelbaar dat verzekeraars aanvullende pakketten aanbieden waarin de vergoeding is opgenomen.
Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website