Projectomschrijving

Bij veneuze trombo-embolie (VTE) ontstaat er een bloedstolsel in een van de aderen. Hierbij spelen zowel erfelijke factoren (teveel of te weinig van een bepaald stollingseiwit) als uitlokkende omgevingsfactoren (operatie, lange bedrust, gebruik anticonceptiepil, etc) een rol. Om herhaling te voorkomen krijgen mensen na een VTE enige tijd antistollingsmedicijnen voorgeschreven. De duur van de behandeling is langer (6 in plaats van 3 maanden) als er geen uitlokkende factor aanwezig was in de periode voor de VTE. Het risico op herhaling wordt dan hoger ingeschat, vandaar een langere behandelduur. Onderzoekers in Leiden zijn nagegaan of het zinvol (en kosteneffectief) is om ook de aanwezigheid van een erfelijke factor (‘trombofilie’) mee te wegen in de duur van de behandeling met antistollingsmedicijnen. Hierbij wordt de behandelduur afgestemd of zowel de aanwezigheid van trombofilie als van uitlokkende factoren. Doordat voor het onderzoek onvoldoende patiënten konden worden geworven, is het project vroegtijdig gestopt.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website