Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Manchester triage systeem is relatief veilig voor kinderen op de spoedeisende hulp, echter veel patiënten worden te hoog getrieerd. Modificaties leiden tot een verbeterd Manchester triage systeem met een hogere specificiteit en een gelijkblijvende sensitiviteit. Verpleegkundigen komen meestal uit op eenzelfde urgentie als zij een patiënt trieren met het MTS of het aangepaste MTS; het systeem is betrouwbaar.

Na aanpassen van het MTS neemt het percentage hoog urgente patiënten af van 23 naar 16%. Echter de wachttijden blijven voor hoog urgente patiënten onveranderd.

 

Verwijzen van laag urgente, niet verwezen patiënten met een niet traumatisch probleem van de spoedeisende hulp naar de huisartsenpost is veilig, mits een verpleegkundige de mogelijkheid heeft om de patiënt een hogere urgentie te geven, als zij het niet eens is met de urgentie.

Verwijzen van kinderen met een laag urgent probleem, die op eigen initiatief naar de spoedeisende hulp komen, is in de praktijk matig uitvoerbaar. Dit beleid leidt tot beperkte kostenbesparingen.

Echter deze kosten zijn gemeten in een situatie waarbij de huisartsenpost zich niet op het terrein van de spoedeisende hulp bevindt en mensen niet verplicht kunnen worden om naar de huisartsenpost te gaan.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Onderzoeksvragen

1. Wat is het effect van het gebruik van het aangepaste MTS bij kinderen op de wachttijd?

2. Wat is de diagnostische waarde van het aangepaste MTS bij kinderen bij het identificeren van werkelijke hoog en laag urgente patiënten?

3. Wat is het economische effect als patiënten met laag urgente problemen naar de huisarts worden verwezen?

 

Methoden

Fase 1

13,554 patiënten werden geïncludeerd voor validatie van het MTS. Aanpassingen werden ontwikkeld voor patiënten waar het MTS een lage validiteit vertoonde.

 

Fase 2

Het aangepaste MTS werd toegepast vanaf 2007. 5454 laag urgente, niet verwezen patiënten werden geïncludeerd voor follow-up. Hiervan werd 4% direct opgenomen na het SEH consult.

 

Fase 3

Laag urgente, niet verwezen patiënten met een niet traumatisch probleem en met een leeftijd van 3 maanden – 15 jaar kwamen in aanmerking voor verwijzing.(n=311) Bij 11.6% werd het MTS overruled. 152 patiënten werden niet verwezen, bij 43% omdat de verpleegkundige de patiënt niet wilde verwijzen en bij 19% weigerden de ouders de verwijzing. 38% werd verwezen naar de HAP. In totaal werden 140 patiënten verwezen naar de HAP. 9% ging niet naar de HAP.

 

Economische analyse

Er werd een vergelijking voor het verschil in kosten tussen fase 2 en 3 gemaakt. In fase 2 werden de kosten van triage door een verpleegkundige, van het SEH-consult en van vervolgbezoeken meegenomen. Voor fase 3 werden ook de kosten van het consult bij de HAP en reiskosten meegenomen. Voor deze vergelijking werd een integrale kostprijs gebruikt voor zowel een SEH-consult (bestaande uit kosten van het ziekenhuis, personeel, diagnostiek en triagesoftware) als een consult bij de HAP. (personeelskosten, kosten van huisvesting, patiëntgebonden kosten, etc.)

 

Resultaten

Fase 1

34% werd correct getrieerd, 37% werd overgetrieerd met 1 categorie en 17% met meer dan één categorie. 11% werd ondergetrieerd met één categorie en 1% met meer dan één categorie. De likelihood ratio was 3.0 (95% BI 2.8 - 3.2) voor een hoge urgentie (positieve LR) en 0.5 (0.4 - 0.5) voor een lage urgentie (negatieve LR). De sensitiviteit was 63%, 95% BI 59-66 en de specificiteit 79%, 95% BI 79-80.

De betrouwbaarheid tussen verpleegkundigen die 20 geschreven patiëntencasussen trieerden was zeer goed en goed wanneer werkelijke patiënten werden getrieerd door twee verpleegkundigen.(N=198) Patiënten gaven gemiddeld een rapportcijfer van 7.8 voor hun bezoek.

 

Fase 2

Bij gebruik van het aangepaste MTS (n=11481) werd 37% correct getrieerd, 36% overgetrieerd met 1 categorie, en 11% met meer dan 1 categorie. 13% werd ondergetrieerd met één categorie en 2% met meer dan één categorie.

De specificiteit was hoger (87%, 95% BI 86-87) terwijl de sensitiviteit niet veranderde (64%, 95% BI 60-68). De interrater agreement verschilde niet significant van de interrater agreement bij gebruik van het originele MTS.

 

Bij het gebruik van het aangepaste MTS veranderde de mediane wachttijd per urgentie niet.

 

Bij 86% van de patiënten met een laag urgent probleem, die op eigen initiatief op de SEH kwamen, waren de klachten na 2-4 dagen verbeterd. 8% van de patiënten bezocht ongepland nogmaals een arts. Na het consult werden 7 patiënten alsnog opgenomen.

 

Fase 3

Van patiënten die een verwijzing niet accepteerden verwachtte 39% beter te worden geholpen en 30% sneller te worden geholpen op de SEH. 46% zou wel naar de HAP gegaan zijn als deze op hetzelfde terrein stond.

Verpleegkundigen verwezen patiënten niet indien er sprake was van co-morbiditeit in 44%, en i.v.m. sociale redenen in 27%.

Na ontslag verbeterden de klachten bij 84%. 7 patiënten (7%)hadden een ongepland 2e consult bij een arts. Geen patiënten werden vervolgens opgenomen. Gemiddeld gaven patiënten die de HAP bezochten een rapportcijfer van 6.7.

Patiënten die verwezen zijn naar de HAP zijn gemiddeld 26 minuten minder tijd kwijt aan hun bezoek dan patiënten die op de SEH behandeld worden.

 

Economische analyse

De kosten van behandeling van laag-urgente patiënten op de SEH (fase 2) bedroegen per patiënt gemiddeld €121. In fase 3 (verwijzing HAP) waren de kosten gemiddeld €109. Het verwijzen van patiënten naar de HAP, leidde tot een gemiddelde afname van de kosten van €12 per patiënt.(10%)

 

Conclusies

Het MTS is relatief veilig, veel patiënten worden te hoog getrieerd. Modificaties leiden tot een hogere specificiteit en een gelijkblijvende sensitiviteit.

Het MTS en het aangepaste MTS zijn betrouwbaar bij kinderen

Na aanpassen van het MTS blijven wachttijden voor hoog urgente patienten onveranderd

Verwijzen van laag urgente, niet verwezen patiënten met een niet traumatisch probleem van de SEH naar de HAP is veilig, mits een verpleegkundige de mogelijkheid heeft om het MTS te overrulen

Verwijzen van patiënten leidt tot beperkte kostenbesparingen, als de HAP zich niet op het terrein van de SEH bevindt en mensen niet verplicht kunnen worden om naar de HAP te gaan.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De Inspectie van de Gezondheidszorg stelt dat alle spoedeisende hulpen (SEH) in Nederland triageprotocollen moeten invoeren. Het CBO (kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg) beveelt aan landelijk het Manchester Triage Systeem (MTS) in te voeren. In een pilotstudie concluderen wij dat het MTS valide is bij kinderen, maar veel patiënten een te hoge urgentiegraad geeft. Wij suggereerden mogelijke aanpassingen, die het MTS efficiënter kunnen maken.

 

Doelstelling

Het evalueren van de effecten van het MTS, aangepast voor kinderen.

Onderzoeksvragen: Wat is de impact op wachttijden, de identificatie van non-urgente patiënten en het economisch effect van verwijzing van deze patiënten naar de huisarts?

 

Studie opzet

Prospectieve observationele studie in drie fasen:

fase 1: applicatie originele MTS, dataverzameling en ontwikkeling van de aanpassing(en)

fase 2: applicatie van het voor de pediatrische patiënt aangepaste MTS, validatie

fase 3: implementatie van aangepaste MTS, patiënten met non-urgente problematiek worden naar de huisarts verwezen.

Studie populatie

Alle kinderen die de SEH van het Haga Ziekenhuis in Den Haag en het Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam bezoeken. (1-1-‘06 - 1-1-‘08)

Uitkomstmaten

doelmatigheid: wachttijden voor urgente gevallen

diagnostische waarde: validiteit van de classificatie non-urgent

economische winst: aantal zelfverwezen, non-urgente patiënten, dat veilig naar de huisarts kan worden verwezen.

 

Resultaten

De SEH verpleegkundigen trieerden 93% van de patiënten met een SEH bezoek. De toegekende MTS urgentieclassificatie werd toegepast bij 97% van de patiënten.

In totaal werden 13 319 patiënten geïncludeerd in het Sophia kinderziekenhuis en HAGA ziekenhuis (inclusie periode 1-1-2006-1-8-2006).

De gemiddelde wachttijd voor de, door het MTS geclassificeerde urgente patiënten, was 39 minuten. Bij de patiënten die volgens de referentiestandaard als urgent geclassificeerd waren, was dit 32 minuten.

Algemene discriminatoren

De toegekende MTS urgentiecategorie van patiënten met traumatische problemen, komt beter overeen met de referentie urgentiecategorie, in vergelijking tot patiënten die zich presenteren met niet traumatische problemen. Andere algemene discriminatoren zoals verwijzing en leeftijd zullen geanalyseerd worden.

Specifieke discriminatoren / specifieke flowcharts

Het MTS is gevalideerd volgens de referentie-standaard- classificatie. Flowcharts met aanmerkelijke overtriage werden geselecteerd. 76% van de patienten die zich presenteerden op de SEH kon getrieerd worden met 11 van de 52 flowcharts.

De MTS flowcharts die gebruikt werden bij patiënten die zich presenteerden met koorts, dyspnoe, of braken/diarree vertoonden leeftijd gerelateerde overtriage. Bij de analyse zal de relatie tussen specifieke discriminatoren en de urgentie volgens de referentiestandaard bepaald worden. Momenteel worden analyses uitgevoerd voor de ontwikkeling van het aangepaste MTS, waarbij gebruik wordt gemaakt van algemene en specifieke discriminatoren. Resultaten worden verwacht in december 2006.

 

 

 

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelstelling:

Het evalueren van de effecten van het MTS, aangepast voor kinderen;

Onderzoeksvragen:

1.Wat is de invloed op de wachttijden van de urgente patiënten?

2.Wat is het diagnostische waarde van het aangepast MTS om niet urgente patiënten te identificeren?

3.Wat zijn de economische effecten van het verwijzen van niet urgente patiënten naar de huisarts?

 

De SEH verpleegkundigen trieerden 93% van de patiënten met een regulier SEH bezoek. De toegekende MTS urgentie classificatie werd toegepast bij 97% van de patiënten.

In totaal werden 13 319 patiënten geïncludeerd in het Sophia kinderziekenhuis en Haga ziekenhuis (inclusie periode 1-1-2006 - 1-8-2006).

 

In de eerste fase van het onderzoeksproject werd het huidige MTS gebruikt als het triagesysteem op de SEH van het Erasmus MC-Sophia kinderziekenhuis, Rotterdam en het Haga Ziekenhuis. Algemene patiëntenkenmerken, de MTS urgentie categorie en gegevens om de referentie urgentie classificatie te bepalen, werden verzameld van de patiënten die de SEH bezochten. Wachttijden en doorlooptijden werden geregistreerd. (Bijlage 2: Tabel 1)

 

De gemiddelde wachttijd voor de, door het MTS geclassificeerde urgente patiënten, was 39 minuten. Bij de patiënten die volgens de referentiestandaard als urgent geclassificeerd waren, was dit 32 minuten.

 

Analyse algemene en specifieke discriminatoren.

De toegekende MTS urgentiecategorie van patiënten met traumatische problemen, komt beter overeen met de referentie urgentiecategorie, in vergelijking tot patiënten die zich presenteren met niet traumatische problemen (Bijlage 2: Tabel 2).

Andere algemene discriminatoren zoals verwijzing en leeftijd zullen geanalyseerd worden.

Het MTS is gevalideerd volgens de referentie urgentie-classificatie. Flowcharts met aanmerkelijke overtriage werden geselecteerd. 76% van de patienten die zich presenteerden op de SEH kon getrieerd worden met 11 van de 52 flowcharts.

The MTS flowcharts die gebruikt werden bij patiënten die zich presenteerden met koorts, dyspnoe, of braken/diarree vertoonde leeftijd gerelateerde overtriage. Bij de analyse zal de relatie tussen specifieke discriminatoren en de urgentie volgens de referentiestandaard bepaald worden door berekening van de OR met 95% betrouwbaarheidsintervallen. Met behulp van logistische regressie-analyse zal de onafhankelijke voorspellende waarde van de relevante discriminators bepaald worden. Momenteel worden analyses uitgevoerd voor de ontwikkeling van het aangepaste MTS, waarbij gebruik wordt gemaakt van algemene en specifieke discriminatoren. Resultaten worden verwacht in december 2006.

 

Conclusie

Na de eerste fase van het onderzoek kunnen algemene en specifieke discriminatoren, die gerelateerd zijn aan overtriage, geselecteerd worden. Hierdoor kan het modified MTS ontwikkeld worden.

 

Tekst projectenpoort (10 regels)

Het Manchester Triage Systeem is een werkzaam triage-systeem voor kinderen op de SEH van zowel een academisch als een algemeen ziekenhuis. In vergelijking met de referentiestandaard krijgen veel kinderen een te hoge urgentie. 13 319 patiënten die gedurende een half jaar de spoedeisende hulp bezochten van het Erasmus MC locatie Sophia en het Haga ziekenhuis werden getrieerd middels het MTS. De SEH verpleegkundigen trieerden 93% van de patiënten. De toegekende MTS urgentieclassificatie werd toegepast bij 97% van de patiënten. Met de gegevens die tijdens deze periode verzameld werden, werden aangrijpingspunten geselecteerd om het systeem op een effectieve wijze aan te passen.

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hospital emergency departments (EDs) are increasingly visited by self referred patients with non urgent problems; contributing to long waiting times. The Dutch medical inspectorate of health stated that all EDs must use triage protocols. In June 05, the Dutch triage-directive will be presented by the Dutch Institute of Healthcare: nationwide implementation of the Manchester Triage System (MTS) will be recommended. In a recent study, we validated the original MTS, and concluded that the MTS is valid in a pediatric population, but suffers from over-triage. Potential modifications were identified to increase the efficacy of the MTS

 

objective

To evaluate the efficacy of the MTS, modified for children: What is the impact on waiting times, the identification of true non-urgent cases, and the economic effects from referring non-urgent cases to the GP

 

study design

prospective observational study in three phases:

Phase 1: application of original MTS, data collection and development of the modification

Phase 2: application of modified MTS for children, validation

Phase 3: implementation of modified MTS for pediatric patients, referral of patients with non-urgent conditions to a GP

 

study population

All children attending the ED of the Haga Hospital in The Hague and the Sophia Children s Hospital in Rotterdam (Jun 05-Dec 06)

 

intervention

a modified MTS, used by ED-nurses, and referral of self-referred non-urgent patients to the GP

 

outcome

healthcare-efficiency: waiting times for urgent cases

diagnostic performance: validity of the identification of non-urgent cases

economic benefit: the number of self-referred patients with non-urgent problems, who can safely be referred to a GP

 

power/data analysis

In each phase ±10000 patients will be included. Mean waiting times for patients assigned the same urgency class in both the original and modified MTS will be compared. Specificity and positive predictive value of a non-urgent classification will be calculated

 

economic evaluation

In the cost evaluation we analyze how changes in triage and patient care will cause changes in ED costs. A cost-minimization analysis will be performed for sending patients with non-urgent problems to a GP

 

time scheme

Jul-Dec 05: phase 1, data collection, modification, monitoring

Jan-Jun 06: phase 2, implementation modified MTS

Jul-Dec 06: phase 3, modified MTS with referral of non-referred, non-urgent patients to GP

Jan-Jun 07: conclusions, publications and, implementation modified MTS in the Netherlands

 

Nederlands

Spoedeisende hulp afdelingen (SEHs) worden toenemend bezocht door patiënten die niet zijn verwezen en non-urgente problemen hebben; dit zorgt voor lange wachttijden. De inspectie v/d gezondheidszorg stelt dat alle SEHs in Nederland triage protocollen moeten invoeren. Het CBO beveelt aan landelijk het Manchester Triage Systeem (MTS) in te voeren. In een pilot studie concluderen wij dat het MTS valide is bij kinderen, maar veel patiënten te hoge prioriteit geeft. Wij identificeerden mogelijke aanpassingen, die het MTS efficienter kunnen maken

 

doelstelling

Het evalueren van de effecten van het MTS, aangepast voor kinderen; impact op wachttijden, identificatie van non-urgente patiënten en het economisch effect van verwijzing van deze patiënten naar de huisarts

 

studie opzet

prospectieve observationele studie in drie fasen:

fase 1: applicatie originele MTS, data verzameling en ontwikkeling van de aanpassing(en)

fase 2: applicatie van het voor de pediatrische patiënt aangepaste MTS, validatie

fase 3: implementatie van aangepaste MTS, patiënten met non-urgente problematiek worden naar de huisarts verwezen

 

studie populatie

alle kinderen die de SEH van het Haga Ziekenhuis in Den Haag en het Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam bezoeken (jun 05-dec 06)

 

interventie

gebruik van aangepaste MTS, verwijzen van zelfverwezen patiënten met non-urgente problemen naar de huisarts

 

uitkomstmaten

doelmatigheid: wachttijden voor urgente gevallen

diagnostische waarde: validiteit van de classificatie non-urgent

economische winst: aantal zelfverwezen, non-urgente patiënten, dat veilig naar de huisarts kan worden verwezen

 

power/data analyse

In elke fase worden ±10000 patiënten geïncludeerd. De gemiddelde wachttijd voor urgente gevallen bij gebruik van originele MTS zal worden vergeleken met het aangepaste MTS. Specificiteit en postief voorspellende waarde van non-urgente classificaties zullen worden berekend

 

economische evaluatie

In de kostenevaluatie analyseren we hoe veranderingen in triage en patiëntenzorg de SEH-kosten zullen beïnvloeden. Een kostenminimeringsstudie wordt uitgevoerd om de gevolgen van verwijzen van non-urgente patiënten naar de huisarts te evalueren

 

tijdschema

Jul-Dec 05: fase I, data verzameling, modificatie, monitoring

Jan-Jun 06: fase II, implementatie aangepast MTS

Jul-Dec 06: fase III, aangepast MTS wordt gebruikt; niet verwezen, non-urgente patiënten verwezen naar de huisarts

Jan-Jun 07: conclusies, publicaties, implementatie aangepast MTS in Nederland

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website